All Posts By

admin

Vanaf 5 maart SSEB aanvragen

By nieuws

Ondernemers kunnen vanaf 5 maart 2024 weer de Subsidieregeling schoon en emissieloos bouwmaterieel (SSEB) aanvragen. Op grond van de SSEB worden subsidies verstrekt voor de aanschaf en innovatie rondom emissieloos materieel en voor de ombouw naar emissiearm of emissieloos bouwmaterieel. De subsidie kent verschillende categorieën.

Aanschafsubsidie

Bouw

De subsidie inzake de aanschaf van schoon en emissieloos bouwmateriaal kunt u aanvragen van 5 maart tot en met 31 oktober 2024. De subsidie bedraagt maximaal 25% van de meerkosten ten opzichte van bouwmateriaal met verbrandingsmotor. Voor het mkb is dit 30%. Per bouwmachine bedraagt de subsidie maximaal € 300.000. Op de subsidie wordt altijd 11,25% van de investeringskosten in mindering gebracht vanwege de milieu-investeringsaftrek (MIA).

Ombouwsubsidie

Ook voor het ombouwen van bestaand materiaal naar schoon en emissieloos kunt u subsidie krijgen. Deze zogenaamde SSEB-Retrofit-subsidie bedraagt voor het mkb maximaal 30% of 50%, afhankelijk van het omgebouwde bedrijfsmiddel. De subsidie bedraagt maximaal € 300.000. Als hiervoor ook MIA wordt verkregen, wordt de subsidie verminderd. De Retrofitsubsidie kunt u van 5 maart tot en met 31 oktober 2024 aanvragen.

Innovatiesubsidie

Heeft u innovatieve ideeën met betrekking tot emissieloze bouwmachines, dan kunt u hiervoor ook de SSEB aanvragen. Dit kan van 5 maart tot en met 29 augustus 2024. Omdat deze subsidie nog door het parlement moet worden goedgekeurd, is onder andere de omvang van de subsidie nog niet bekend.

Haalbaarheidsstudie

Tenslotte kunt u voor een haalbaarheidsstudie met betrekking tot een innovatief idee inzake emissieloze bouwmachines ook een SSEB-subsidie aanvragen. Dit kan van 5 maart tot en met 31 oktober 2024. Deze subsidie moet eveneens nog worden goedgekeurd. De omvang van de subsidie is nog niet bekend.

Aanvragen SSEB

U kunt de SSEB aanvragen bij de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Hier vindt u ook nadere info en alle voorwaarden met betrekking tot de SSEB.

SLIM-subsidie per 1 maart 2024 weer aan te vragen

By nieuws

Ook in 2024 kunnen ondernemers weer gebruikmaken van de SLIM-subsidie, de subsidieregeling leren en ontwikkelen in het mkb. Deze subsidie kan worden aangevraagd vanaf 1 maart 2024 9:00 uur tot en met donderdag 28 maart 2024 17:00 uur. Per aanvrager kan in dat tijdvak één aanvraag worden ingediend.

SLIM-subsidie

Boeken

De SLIM-subsidie is een subsidie die erop is gericht om leren en ontwikkelen in het mkb te bevorderen. Om de regeling verder te verbeteren is het vanaf 1 januari 2024 ook mogelijk de subsidie te gebruiken voor individuele scholing.

Waarvoor SLIM-subsidie aanvragen?

U kunt een aanvraag voor de SLIM-subsidie indienen voor de volgende vier activiteiten:

  • Doorlichting van uw onderneming: inzichtelijk krijgen wat wijzigingen op de arbeidsmarkt betekenen voor uw bedrijf en personeel.
  • Loopbaan- en ontwikkeladviezen: inzicht krijgen in de wensen, ambities en mogelijkheden van uw medewerkers. Hoe verhoudt dit zich tot de arbeidsmarkt en hoe kunt u hierop inspelen
  • Werknemers stimuleren om hun kennis, vaardigheden en beroepshouding in uw bedrijf verder te ontwikkelen: bijvoorbeeld via periodieke ontwikkelgesprekken of oprichting van een bedrijfsschool.
  • Praktijkleerplaats in de derde leerweg bieden: hiermee kunnen werknemers worden bij-, op- of omgeschoold. Zo kan worden ingespeeld op de veranderingen op de arbeidsmarkt die van invloed zijn op de kennis en vaardigheden van uw personeel.

Aanvragen

Als u de SLIM-subsidie wilt aanvragen en u heeft nog geen account, moet u zich eerst registreren als aanvrager. Dit kan vanaf twee weken voor de openstelling van het subsidieloket.

Houd er bij de aanvraag  van de subsidie rekening mee dat u de nodige formulieren moet meesturen, zoals een activiteitenplan en begroting. U vindt hier alle informatie.

Katapult

De organisatie Katapult voert een kennis- en ondersteuningsprogramma uit voor ondernemingen die de SLIM-subsidie aanvragen. Dit is kosteloos. Kijk hier voor meer info.

Tussenrapportage handhaving arbeidsrelaties

By nieuws

Het kabinet probeert al jaren om schijnzelfstandigheid zoveel mogelijk te voorkomen. Onlangs is in een brief aan de Tweede Kamer ingegaan op schijnzelfstandigheid, specifiek in de sectoren kinderopvang, onderwijs, zorg en cultuur. In deze brief werd ook ingegaan op de handhaving inzake arbeidsrelaties door de Belastingdienst.

Schijnzelfstandigheid

Roltrap

Bij schijnzelfstandigheid presenteren opdrachtnemers zich als zelfstandige ondernemers, terwijl er eigenlijk sprake is van een dienstbetrekking. Op deze manier wordt onterecht geprofiteerd van fiscale faciliteiten voor zelfstandigen en worden ten onrechte geen premies werknemersverzekeringen afgedragen.

Modelovereenkomsten

Om schijnzelfstandigheid te bestrijden werkt de Belastingdienst onder andere met Modelovereenkomsten. Opdrachtnemer en opdrachtgever kunnen in een dergelijke overeenkomst de uitvoering van de werkzaamheden vastleggen. Op deze manier staat vooraf vast dat er al dan niet sprake is van een arbeidsrelatie, op voorwaarde dat men zich houdt aan de afspraken zoals vastgelegd in de Modelovereenkomst. 

Handhaving

Het kabinet heeft aangegeven dat tot 1 januari 2025 terughoudend zal worden opgetreden bij gevallen van schijnzelfstandigheid. Wel wordt in ieder geval opgetreden als sprake is van fraude. Tot die tijd voert de Belastingdienst wel controles uit, die mede gericht zijn op voorlichting aan opdrachtgevers. 

Tussenrapportage

Uit een gepubliceerde tussenrapportage blijkt dat in 2022 en 2023 door de Belastingdienst in totaal bijna 1.000 bedrijfsbezoeken zijn afgelegd. Ook heeft de Belastingdienst in die periode zo’n 450 boekenonderzoeken verricht en zijn er bijna 800 beschikkingen inzake verzekeringsplicht afgegeven. Ook zijn zo’n 740 Modelovereenkomsten beoordeeld.

Voorlichting

Naast genoemde cijfers is er tijdens de bezoeken ook ingezet op informatie en voorlichting door specialisten van de Belastingdienst inzake loonheffingen, teneinde opdrachtgevers te ondersteunen bij het correct toepassen van de regels inzake schijnzelfstandigheid. Dit leidde er in een aantal gevallen toe dat sommige arbeidsrelaties na overleg werden aangemerkt als dienstbetrekking. In deze gevallen werd geen sanctie opgelegd.

Commissariaatvergoeding via bv belast bij commissaris in inkomstenbelasting?

By nieuws

De Belastingdienst is van mening dat bij het uitvoeren van één commissariaat vanuit een bv de vergoeding rechtstreeks bij de commissaris belast is in de inkomstenbelasting.

Eén commissariaat

Juridisch

Een bv ontvangt een vergoeding van € 35.000 per jaar voor het uitvoeren van een commissariaat. De dga van de bv is degene die de werkzaamheden als commissaris verricht. Naast de commissariaatwerkzaamheden vinden vanuit de bv geen andere activiteiten plaats.

De Belastingdienst vindt dat in zo’n situatie de vergoeding van € 35.000 per jaar bij de dga in de inkomstenbelasting belast is als resultaat uit overige werkzaamheden. De Belastingdienst voert daarvoor onder meer aan dat alleen een natuurlijk persoon een commissariaat kan vervullen. Onder verwijzing naar eerdere rechtspraak is de Belastingdienst daarom van mening dat de commissariaatwerkzaamheden niet voor rekening en risico van de bv kunnen plaatsvinden.

Fiscale gevolgen

Het fiscale gevolg van het standpunt van de Belastingdienst is dat de dga in zijn aangifte inkomstenbelasting € 35.000 per jaar moet aangeven als resultaat uit overige werkzaamheden. Over deze inkomsten is de dga mogelijk ook een inkomensafhankelijke bijdrage Zvw verschuldigd (een en ander afhankelijk van de overige inkomsten van de dga).

Let op! Nu de Belastingdienst van mening is dat de commissariaatvergoeding rechtstreeks in de inkomstenbelasting belast is bij de dga, is de gebruikelijkloonregeling voor deze dga niet van toepassing.

Meerdere commissariaten

Het standpunt van de Belastingdienst kan anders worden als sprake is van meer dan één commissariaat. Als het samenstel van deze commissariaten kan worden aangemerkt als onderneming in de zin van de inkomstenbelasting, vormen de commissariaatbeloningen wel winst voor de bv. In dat geval hoeven de commissariaatbeloningen niet rechtstreeks bij de dga in de inkomstenbelasting belast te worden én is de gebruikelijkloonregeling van toepassing.

Let op! De beoordeling of het samenstel van commissariaten kan worden aangemerkt als onderneming, is sterk afhankelijk van uw individuele feiten en omstandigheden. Bespreek daarom uw situatie met een van onze adviseurs.

Online verkopen hobby of onderneming?

By nieuws

Wie regelmatig online spulletjes verkoopt via bijvoorbeeld Marktplaats of Vinted, krijgt hierover binnenkort wellicht vragen van de Belastingdienst. Een en ander is het gevolg van een nieuwe informatieplicht die geldt voor exploitanten van digitale verkoopsites.

Van belang is of de activiteiten als hobby of als onderneming aangemerkt moeten worden. In het laatste geval kan namelijk belasting verschuldigd zijn.

Fiscus geïnformeerd

Typen

Verkoopsites zijn sinds 2023 verplicht gegevens over hun verkopers door te geven aan de Belastingdienst. Wie jaarlijks dertig items of meer verkoopt, dan wel voor meer dan € 2.000 omzet heeft, kan op extra aandacht van de Belastingdienst kunnen rekenen.

Eigen verantwoordelijkheid

In een reactie laat de Belastingdienst weten dat iedereen nu ook al een eigen verantwoordelijkheid heeft met betrekking tot de vraag of al dan niet belasting verschuldigd is over verkopen. Voor hobbyisten is dat niet het geval, maar als hobbyverkopen uitgroeien tot een onderneming, zal btw en inkomstenbelasting afgedragen moeten worden. Waar de scheidslijn precies ligt, is echter afhankelijk van diverse factoren.

Geautomatiseerde controles

De nieuwe informatieplicht voor verkoopsites maakt controle door de Belastingdienst een stuk eenvoudiger. Die kan de aangeleverde gegevens vergelijken met de gegevens die door verkopers zelf zijn aangegeven. Waar vermoed wordt dat sprake is van activiteiten die als onderneming aangemerkt kunnen worden en dit niet wordt aangegeven, kunnen verkopers op actie van de Belastingdienst rekenen.

Let op! Als een hobby uit is gegroeid tot een onderneming, is belasting verschuldigd. Dit was altijd al zo. De regelgeving op dit gebied is niet veranderd.

Gegevens doorgeven

Verkoopsites zullen hun verkopers benaderen die onder de Europese regels vallen om bepaalde persoonsgegevens te verstrekken. Wie dat weigert, kan worden geblokkeerd of men kan geen geld meer ontvangen.

Belastingdienst verduidelijkt korting op 30%-regeling

By nieuws

Sinds 2024 is de zogenaamde 30%-regeling versoberd. De versobering houdt in dat niet langer 60 maanden 30% van het salaris belastingvrij kan worden uitgekeerd, maar 20 maanden lang 30%, daarna 20 maanden lang 20% en daarna 20 maanden lang 10%. De Belastingdienst heeft aangegeven hoe in een aantal specifieke situaties de korting moet worden toegepast.

30%-regeling

Bouw

De 30%-regeling komt er in het kort op neer dat u buitenlandse werknemers met een specifieke deskundigheid een percentage van het salaris netto mag uitbetalen als kostenvergoeding. Het gebruik van de regeling is optioneel. U mag er dus ook voor kiezen de daadwerkelijke extra kosten van de werknemer belastingvrij te vergoeden, als dit mogelijk is op basis van de bestaande regelgeving. U moet deze extra kosten dan wel aannemelijk kunnen maken. Bij gebruik van de 30%-regeling hoeft dit niet.

Wijziging percentage tijdens loontijdvak

De Belastingdienst heeft als eerste verduidelijkt dat een wisseling van percentage tijdens het loontijdvak betekent dat de verschillende percentages op het corresponderende deel van het loon moeten worden toegerekend. Is het loon niet specifiek toe te rekenen, dan moet dit zo goed mogelijk gebeuren.

Nieuwe werkgever

Ook is aangegeven hoe de nieuwe regeling uitwerkt wanneer de werknemer van werkgever wisselt. Daarbij is van belang of tussen het aanvaarden van een nieuwe baan een periode zit van minstens drie maanden. Is dit niet het geval, dan kan de nieuwe werkgever de 30%-regeling toepassen met aftrek van de maanden die al bij de vorige werkgever zijn gewerkt. Die maanden moeten dan ‘aan de voorkant’ worden verrekend, ofwel de maanden met 30% gaan het eerst verloren, daarna die met 20% en tenslotte die met 10%. 

Verlaat de werknemer Nederland en voldoet hij (meer dan drie maanden later) opnieuw aan de voorwaarden voor ingekomen werknemer, dan moet ‘aan de achterkant’ worden verrekend en gaan de maanden met het laagste percentage dus het eerst verloren.

Geen maximale looptijd

Tenslotte wordt ook ingegaan op de situatie dat een werknemer geen recht heeft op de korting gedurende de maximale looptijd van 60 maanden. Dit doet zich bijvoorbeeld voor als de regeling niet binnen vier maanden na aanvang van de dienstbetrekking is aangevraagd. Aangegeven wordt dat in dergelijke situaties de maximale periode eerst bekort wordt met het lage percentage van 10, daarna met dat van 20.

Advieswijzer Belasting over overwerk, bonussen en andere extra’s

By nieuws

Waarom betaal ik zoveel meer belasting over de vergoeding voor mijn overwerk, bonussen en andere extra’s dan over mijn normale salaris? Dat is een vraag die u als werkgever waarschijnlijk weleens van uw werknemers krijgt. Hoe zit het nu echt?

Werknemers klagen weleens dat overwerken niet loont, omdat er voor hun gevoel bijna niets overblijft. En dat geldt niet alleen voor de vergoeding voor overwerk. Ook bonussen en andere extra vergoedingen lijken extra belast te worden.

Het gevoel is begrijpelijk. Het is echter uiteindelijk niet de vergoeding voor overwerk of de bonus die extra belast wordt, maar de belasting over het gehele loon stijgt. Het loon- en inkomstenbelastingtarief stijgt namelijk over het algemeen als het loon/inkomen hoger wordt. Daarnaast dalen de heffingskortingen (de kortingen op de te betalen belasting) vanaf een bepaald loon/inkomen. Het is dus niet zo dat het extra loon door het overwerk of een bonus zwaarder belast wordt, maar over het totale loon is meer belasting verschuldigd. Het totale loon is immers hoger geworden.

Kunt u het nog volgen? Het is een lastig systeem dat inmiddels in de politiek ook ter discussie is gesteld. Voorlopig hebben we hier echter nog mee te maken. Daarom in deze advieswijzer een uitleg voor werkgever en werknemer ter verduidelijking.

Loonheffing

Geld

Voordat een werkgever loon kan uitbetalen aan een werknemer, moet de werkgever eerst loonbelasting en premies volksverzekeringen berekenen. Tezamen is dit de loonheffing. Deze loonheffing trekt de werkgever af van het brutoloon en betaalt hij aan de Belastingdienst. De berekening van deze loonheffing bestaat onder meer uit een tarief (percentage) verminderd met zogenaamde heffingskortingen. Met name die heffingskortingen maken de loonheffing ondoorzichtig. Hierna volgt een uitleg.

Tarief

De hoogte van het toe te passen tarief is afhankelijk van de hoogte van het loon van een werknemer. In 2024 bedraagt dit tarief voor iemand die de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt 36,97% tot en met een loon van € 75.518 op jaarbasis. Boven dat loon bedraagt het tarief 49,50%.

Heffingskortingen

Naast de berekening van het tarief moet de werkgever ook rekening houden met de zogenaamde heffingskortingen. Heffingskortingen zijn bedragen die in mindering komen op de in te houden bedragen, kortingen op de te betalen belasting dus. Eerst berekent de werkgever de belasting en premies volksverzekeringen aan de hand van het tarief. De heffingskortingen verlagen vervolgens dit berekende bedrag. Het dan resterende bedrag moet de werkgever van het brutoloon van de werknemer aftrekken en betalen aan de Belastingdienst.

Voorbeeld
Een werknemer verdient € 2.200 per maand. Het bedrag dat de werkgever moet inhouden, bedraagt € 813 (36,97% van € 2.200). Als deze werknemer in deze maand recht heeft op € 697 heffingskorting, houdt de werkgever geen € 813 in, maar € 116 (€ 813 min € 697). Per saldo houdt de werknemer door toepassing van de heffingskortingen € 2.084 (€ 2.200 min € 116) netto over. Hoewel het werkelijke tarief dus 36,97% bedraagt, ervaart deze werknemer een belasting- en premiedruk van 5,27% (€ 116 gedeeld door € 2.200 vermenigvuldigd met 100%).

Heffingskortingen toegepast op normale salaris

De heffingskortingen worden altijd volledig gebruikt bij de berekening van de heffing op het normale maandelijkse salaris. Op die manier kan iedere werknemer volledig gebruikmaken van zijn recht op korting. Heeft iemand recht op € 697 heffingskortingen in een maand, dan wordt deze volledige € 697 in mindering gebracht zoals in het voorbeeld hiervoor. Dit betekent wel dat als een werknemer in een maand extra loon ontvangt (bijvoorbeeld in verband met de uitbetaling van overuren of een bonus), daar geen extra heffingskorting op in mindering wordt gebracht. Het totale recht aan heffingskortingen is immers al opgegaan bij de berekening van het normale loon.

Voorbeeld
De werknemer uit het vorige voorbeeld krijgt in de maand maart € 500 extra loon in verband met de uitbetaling van overuren. Het totale loon in deze maand bedraagt hierdoor € 2.700 in plaats van € 2.200. Het bedrag dat de werknemer moet inhouden, bedraagt € 998 (36,97% van € 2.700). Het recht op heffingskorting in deze maand bedraagt voor de werknemer € 676. De werkgever houdt daarom € 322 (€ 998 min € 676) in. Per saldo houdt de werknemer deze maand € 2.378 (€ 2.700 min € 322) netto over. Hoewel het geldende tarief ook hier 36,97% bedraagt, ervaart deze werknemer een belasting- en premiedruk van 11,93% (€ 322 gedeeld door € 2.700 vermenigvuldigd met 100%).

De belasting- en premiedruk over het totale loon stijgt dus, omdat het totale loon hoger is geworden. Het extra loon wordt niet extra zwaar belast, maar het gemiddelde tarief over het totale loon stijgt. Ter vergelijking: op het loon van een werknemer met een normaal loon van € 2.700 per maand moet ook € 322 belasting en premies worden ingehouden. Ook deze werknemer ervaart een belasting- en premiedruk van 11,93%. Het is dus niet zo dat incidenteel extra loon meer belast wordt dan een vast hoger loon.

Heffingskortingen: geen vaste bedragen

In de vorige twee voorbeelden daalde het recht op heffingskorting van € 697 bij een loon van € 2.200 naar € 676 bij een loon van € 2.700. Heffingskortingen zijn namelijk geen vaste bedragen, maar ze zijn afhankelijk van de hoogte van het loon/inkomen. Dit betekent dat de heffingskortingen lager kunnen worden als het totale loon hoger wordt. Dit betekent dus ook dat als gevolg van extra loon, de totale heffingskortingen lager kunnen worden.

Algemene heffingskorting

Zo bedraagt een van de heffingskortingen, de algemene heffingskorting, in 2024 bijvoorbeeld € 3.362 per jaar bij een jaarlijks loon tot en met € 24.813. Is het jaarlijkse loon hoger, dan is de algemene heffingskorting ongeveer € 0,0663 lager voor elke euro boven deze € 24.813. Bij een jaarlijks loon van € 75.518 of meer, bestaat in 2024 daardoor helemaal geen recht meer op algemene heffingskorting.

Arbeidskorting

Een andere heffingskorting, de arbeidskorting, loopt eerst op tot maximaal € 5.532 per jaar bij een jaarlijks loon van €39.958, maar wordt voor elke euro boven deze € 39.958 verlaagd met € 0,0651. Vanaf een jaarlijks loon van € 124.935 bestaat daardoor helemaal geen recht meer op arbeidskorting.

Deze op- en afbouw van de heffingskortingen hebben dus ook invloed op belasting- en premiedruk die een werknemer ervaart.

Let op! De heffingskortingen kunnen ook een rol spelen bij de vraag of een werknemer nog inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen (hierna: inkomstenbelasting) verschuldigd is. De loonheffing die de werkgever inhoudt, is namelijk een voorheffing op de inkomstenbelasting. Bij een werknemer met één dienstverband is de ingehouden loonheffing, afgezien van persoonlijke omstandigheden zoals een eigen huis of alimentatie, over het algemeen gelijk aan de inkomstenbelasting. Deze werknemer hoeft dan geen inkomstenbelasting te betalen. Bij werknemers met meer dienstverbanden is het totaal van de ingehouden loonheffing door de meerdere werkgevers vaak lager dan de inkomstenbelasting. Deze werknemer moet dan bijbetalen via zijn aangifte inkomstenbelasting. Dit verschil kan veroorzaakt worden doordat meerdere werkgevers rekening hebben gehouden met de heffingskortingen, terwijl elke werknemer daar uiteindelijk maar één keer recht op heeft. Een andere oorzaak kan een verschil in tarief zijn over de afzonderlijke lonen en het totale loon (hoger tarief bij hoger totaal loon).

Gevolgen voor andere regelingen

Werknemers moeten zich realiseren dat er diverse regelingen bestaan die afhankelijk zijn van het inkomen (loon is onderdeel van dit inkomen). Denk bijvoorbeeld aan diverse toeslagen (kinderopvangtoeslag, zorgtoeslag, huurtoeslag) en het kindgebonden budget. Een hoger loon/inkomen zou kunnen betekenen dat recht bestaat op minder of geen bijdrage uit deze regelingen.
Een werkgever heeft geen inzicht in de persoonlijke situatie van de werknemer en kan daarom met deze gevolgen geen rekening houden. De werknemer moet daarom zelf de gevolgen van een hoger loon voor andere regelingen beoordelen.

Tip! Op de website van het Nibud zijn diverse handige hulpmiddelen voor de werknemer beschikbaar. Zo kan een werknemer meer inzicht krijgen in wat meer uren werken betekent voor het nettoloon door gebruik te maken van de WerkUrenBerekenaar. Wil een werknemer weten op welke regelingen mogelijk recht bestaat, laat de werknemer dan gebruikmaken van BerekenUwRecht. En wijs de werknemer ook eens op de andere hulpmiddelen op de website van het Nibud, zoals Geldplan Pensioen (voor inzicht in het pensioen) en Geldplan Rondkomen met kinderen (voor inzicht in regelingen en subsidies voor gezinnen met kinderen).

Vrije ruimte in werkkostenregeling

Als een werkgever ervoor kan kiezen om een extra vergoeding aan te wijzen in de vrije ruimte, dan kan dit gunstig zijn voor de werknemer. De werknemer heeft dan geen last van afbouw van heffingskortingen of gevolgen voor andere regelingen. Bedragen die aangewezen zijn in de vrije ruimte tellen namelijk niet mee als loon voor de werknemer voor de heffingskortingen of de andere regelingen.

Let op! Het is niet mogelijk om zonder meer loon aan te wijzen in de vrije ruimte. Hiervoor gelden voorwaarden. Zo moet het bijvoorbeeld gebruikelijk zijn om bepaalde vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen aan te wijzen. Bovendien is de vrije ruimte in 2024 beperkt tot 1,92% over de eerste € 400.000 totale loonsom en 1,18% over het meerdere. Komt het totaal van deze vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen in een jaar boven deze vrije ruimte, dan betaalt de werkgever 80% eindheffing over dit meerdere.

Tot slot

De berekening van de loonheffing over lonen is niet eenvoudig. In de tekst en de voorbeelden hiervoor is geprobeerd het een en ander zo eenvoudig mogelijk te houden. Houd er daarom rekening mee dat de voorbeelden niet de werkelijke heffingen, heffingskortingen en nettolonen weergeven, maar dat de werkelijkheid hier iets van kan afwijken.

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

Alternatieven voor toeslagen en kindregelingen onder de loep

By nieuws

Het kabinet heeft een tweetal rapporten uitgebracht waarin nader wordt ingegaan op alternatieven voor toeslagen en voor kindregelingen. De rapporten komen voort uit de wens om bestaande regelingen eenvoudiger te maken, deze meer zekerheid te laten bieden en de huidige nadelen ervan zoveel mogelijk te beperken.

Toeslagen

Kinderwagen

In het rapport inzake toeslagen is voor de huidige huurtoeslag, zorgtoeslag en het kindgebonden budget een groot aantal alternatieven onderzocht. De onderzochte opties zijn het afschaffen van de toeslagen, het aanpassen en het vereenvoudigen ervan. Van de alternatieven is ook nagegaan welke maatregelen de komende jaren al kunnen worden uitgevoerd. Er bestaat er grote samenhang met andere regelingen en aan elk alternatief kleven voor- en nadelen. Er is in dit rapport niet gezocht naar alternatieven voor de kinderopvangtoeslag.

Alternatieven

De in kaart gebrachte alternatieven zijn divers. Zo is bij de huurtoeslag onder meer gekeken naar de mogelijkheid deze af te schaffen en te vervangen door huurmatiging via de verhuurder. Bij de zorgtoeslag is onder meer het alternatief onderzocht deze te vervangen door een verlaging van de nominale premie. Voor wat betreft het kindgebonden budget is onder andere gedacht aan een volledig inkomensafhankelijke uitkering en aan een volledig inkomensonafhankelijke uitkering.

Belastingvereenvoudiging

Het rapport gaat ook summier in op een belastingvereenvoudiging in de vorm van het afschaffen van alle aftrekposten en heffingskortingen. Het rapport laat zich niet uit over de haalbaarheid hiervan. Zo blijkt dat ongeveer één op de zes belastingplichtigen door de vereenvoudiging er meer dan 5% in inkomen op achteruit gaat.

Kindregelingen

Bij de onderzochte kindregelingen gaat het om de kinderbijslag en om het kindgebonden budget. Ook voor deze regelingen bestaat de wens deze eenvoudiger te maken, zodat ouders meer zekerheid krijgen omtrent de te ontvangen bedragen. Op deze manier moet onder andere zoveel mogelijk voorkomen worden dat ouders te veel ontvangen bedragen terug moeten betalen.

Eén regeling

Genoemde kindregelingen zouden vervangen kunnen worden door één regeling. Daarbij is gekeken naar regelingen die al dan niet afhankelijk zijn van het inkomen en naar een variant waarbij dit ten dele het geval is. Daarbij biedt een inkomensonafhankelijke regeling de meeste zekerheid, maar sluit het minste aan bij de noodzaak van een financiële ondersteuning.

Vanaf boekjaar 2025 jaarrekening verplicht elektronisch deponeren

By nieuws

Rechtspersonen zijn verplicht hun jaarrekening te deponeren bij de Kamer van Koophandel. Vanaf het boekjaar 2025 moet dit door alle rechtspersonen verplicht digitaal gebeuren.

SBR

Typen

Deponeren moet via SBR (Standard Business Reporting). In verband hiermee wordt dit jaar het Besluit elektronische deponering handelsregister aangepast.

Uitzonderingen vervallen

Tot nu toe hoefden sommige rechtspersonen hun jaarrekening niet elektronisch aan te leveren. Deze uitzonderingen komen vanaf genoemd boekjaar dus te vervallen. 

Toch op papier?

In zeer specifieke uitzonderingssituaties kan de jaarrekening toch op papier worden aangeleverd. In dat geval kan verzocht worden om de jaarrekening niet digitaal aan te leveren. Dit verzoek moet worden ingediend via .

Rechter: verdubbeling ozb-tarief onredelijk

By nieuws

In sommige gemeentes is sprake van een forse stijging van de ozb-tarieven. Een verdubbeling van het tarief kan echter niet door de beugel, aldus het gerechtshof in Den Haag. Het Hof geeft de betreffende gemeente Vlaardingen in een zaak dan ook een flinke veeg uit de pan en beperkt de verhoging tot 3%.

Onroerendezaakbelasting (ozb)

Bedrijfspand

Gemeentes kunnen van woningen en niet-woningen ozb heffen. Voor woningen geldt dit alleen voor eigenaren, voor niet-woningen ook voor gebruikers.

Afschaffen ozb gebruiker, verdubbeling tarief eigenaren

De gemeente Vlaardingen kwam enige jaren geleden op het idee om de ozb voor gebruikers van niet-woningen af te schaffen. De eigenaren van niet-woningen betaalden het gelag. Hun tarief verdubbelde bijna!

Hof verwerpt argumenten

De eigenaar van een aantal verhuurde panden ging tegen zijn aanslagen ozb in bezwaar en na afwijzing van dit bezwaar in beroep. De man kreeg in hoger beroep gelijk van het gerechtshof. Het Hof verwierp alle argumenten die de gemeente voor de drastische verhoging naar voren bracht. 

Geen feiten

Zo stelde de gemeente dat een eigenaar de hogere ozb kon doorberekenen aan de huurder. Dit bleek echter niet uit de feiten. Verder gaf de gemeente aan de belasting naar de eigenaren te verleggen, om er zo voor te zorgen dat leegstand niet tot minder opbrengsten aan ozb zou leiden. Deze ‘algemene ervaringsregel’ was het Hof echter onbekend en bovendien bleek ook dit niet uit de feiten. Het Hof was bovendien niet te spreken over het feit dat met de nadelige gevolgen voor de eigenaren geen rekening was gehouden en dat een stapsgewijze verhoging van het tarief niet was overwogen.

Algemene rechtsbeginselen

Het Hof concludeerde dan ook dat de maatregelen in strijd waren met de algemene rechtsbeginselen. Het Hof noemt in dit verband strijd met het evenredigheidsbeginsel en strijd met het verbod op willekeur en de redelijkheid. Van de verhoging met 98% werd door het Hof dan ook 95% geschrapt.