All Posts By

admin

Veel volumedruk en stoppers en faillissementen in de detailhandel

By nieuws

Hogere prijzen hebben de detailhandel in 2022 een groei-impuls gegeven, maar de branche bevindt zich nu in een moeilijke periode. De volumes staan onder druk en relatief veel winkeliers stoppen of gaan failliet.

Ook is er per saldo nog maar weinig ruimte om de noodzakelijke investeringen te doen. Toch lijkt in 2024 een voorzichtig herstel te volgen en er zijn kansen om de negatieve onderliggende trends te verzachten of om te buigen. Denk aan meer op diensten gerichte bedrijfsmodellen, of aan goed werkgeverschap. Dit blijkt uit het nieuwe SRA-sectorrapport Detailhandel. Dit rapport vertaalt de financiële cijfers over 2022 op basis van jaarrekeningendata naar trends en verwachtingen voor 2023 en 2024. 

Volumedruk neemt toe, weinig investeringsruimte

Detailhandel

De detailhandel heeft de omzet in 2022 met ruim 6% zien toenemen, zo blijkt uit een grootschalige cijferanalyse van jaarrekeningen uit de SRA-benchmarkdata, genaamd Branche in Zicht (BiZ). Voor dit jaar ligt de waarde van de bestedingen in de branche tot nu toe nog op een behoorlijk niveau. Dat komt echter volledig door de hogere prijzen, want het verkoopvolume neemt af. Daar komt bij dat veel ondernemers kampen met grote voorraadoverschotten en hun coronasteun of uitgestelde belastingen moeten terugbetalen. Hierdoor kunnen steeds meer retailers het hoofd niet meer boven water houden. Het aandeel van de retail in het aantal faillissementen en stoppers in het mkb is nu veruit het grootst van alle branches. 
In de BiZ-cijfers over 2022 zagen we al dat het percentage retailers dat aan de financiële verplichtingen kan voldoen (een PD-rating <1%) is teruggevallen van bijna 86 naar ruim 79. Verder verslechterde het investeringssaldo als percentage van het vermogen in de detailhandel van 3,6 naar 1,8%. Door dit alles staan de innovatie-inspanningen en de ambities op het gebied van vooral verduurzaming en digitalisering onder druk, terwijl hierop juist forse inzet nodig is. 

Nieuwe bedrijfsmodellen bieden kansen

Gelukkig zijn er ook kansen om de negatieve onderliggende trends in de detailhandel te verzachten of om te buigen. De nieuwe werkelijkheid vraagt bijvoorbeeld om klantvriendelijke bedrijfsmodellen die veel meer op renderende diensten zijn gericht. Retailers zullen zich dus moeten afvragen wat de behoeften van hun consumenten zijn en apart geld moeten vragen voor diensten die daar naadloos op aansluiten. Een tweede mogelijkheid zijn abonnementsvormen, om op te schuiven van de ad-hoc-aankopen naar een grotere mate van continuïteit en voorspelbaarheid. Dit levert een betere voorraadbeheersing en dus lagere kosten op en zorgt – mits goed ingevuld – voor klantenbinding. Ook de herstelmarkt wordt steeds belangrijker, wat zelfs in Europese wetgeving wordt vastgelegd. Daarnaast zijn er kansen in tweedehands en nieuwe samenwerkingsvormen en voor ondernemers die een goede balans of verbinding tussen online en fysiek weten te creëren.

Goed werkgeverschap

Om dit soort kansen te grijpen, is niet alleen creativiteit en ondernemerschap, maar ook een nieuw soort medewerker nodig. Medewerkers die oog hebben voor wat er in de markt gebeurt, voor de klanttypen en het koopgedrag van klanten, die de ontwikkelingen kunnen duiden en in staat zijn om dit alles te vertalen naar de eigen propositie. Dit vergt een kwaliteitsimpuls. Die impuls zit hem niet alleen in het aantrekken van hoger geschoolde medewerkers, maar ook in een strategisch personeelsbeleid en goed werkgeverschap. Het is van belang dat de ondernemer het gesprek aangaat met medewerkers. Waar hebben zij behoefte aan? Hoe willen zij zich ontwikkelen? Hoewel de arbeidsmarkt iets minder krap is geworden, is er nog altijd een grote vacaturevraag. Het is dus zaak om als retailer voortdurend in te zetten op aantrekkingskracht voor huidige en toekomstige werknemers. Alleen door dit strategisch in te bedden in de organisatie, kunnen retailers werken aan een duurzame oplossing voor de veranderende personeelsbehoefte.

 

Toegang tot UBO-register wordt beperkt

By nieuws

Alleen instanties met een wettelijke taak bij het voorkomen en tegengaan van fraude, witwassen en terrorismefinanciering én personen en instanties met een legitiem belang krijgen straks toegang tot het UBO-register. Een voorstel tot wetswijziging hieromtrent is naar de Raad van State gestuurd.

UBO-register

Typen

Voor de meeste organisaties bestaat de plicht om de UBO’s van hun organisatie te registreren in het zogenaamde UBO-register. Die verplichting bestaat bijvoorbeeld voor bv’s, nv’s, stichtingen, verenigingen, cv’s, vof’s en maatschappen. UBO staat voor ‘ultimate beneficial owner’, ofwel de uiteindelijke belanghebbende. Dit kan de eigenaar zijn, maar ook een andere belanghebbende of een persoon die zeggenschap heeft. Het UBO-register is vooral bedoeld om witwassen en terrorismefinanciering tegen te gaan.

Privacy voorop

Via de Kamer van Koophandel konden willekeurige derden tot eind november 2022 informatie uit het UBO-register opvragen. De bepaling die dit regelde, is naar het oordeel van het Europese Hof echter onvoldoende onderbouwd, met name met het oog op bescherming van de privacy. Het kabinet heeft daarom eind november 2022 in eerste instantie besloten om de informatieverstrekkingen uit het UBO-register tijdelijk te stoppen en heeft nu besloten om de wet op dit punt te wijzigen.

Wijzigingen

Voorgesteld wordt om de toegang tot het UBO-register te beperken tot instanties met een wettelijke taak bij het voorkomen en tegengaan van fraude, witwassen en terrorismefinanciering, zoals banken en notarissen. Daarnaast kunnen personen en instanties toegang tot het UBO-register krijgen als zij een legitiem belang hebben, zoals de pers en maatschappelijke organisaties. 

Legitiem belang

Het is nog onduidelijk wat precies onder een ‘legitiem belang’ moet worden verstaan. Dit begrip zal daarom in een besluit nader worden uitgewerkt. Over dit besluit zal eerst een internetconsultatie plaatsvinden, zodat belanghebbenden hierover hun mening kunnen geven.

Let op! Na het advies van de Raad van State moet het voorstel nog worden behandeld in de Tweede en Eerste Kamer.

Effect heffingsvrijvermogen en heffingskorting bij navorderen

By nieuws

Als belastingplichtigen te weinig vermogen opgeven bij de Belastingdienst, kan de inspecteur navorderen. Maar hoe dient dan te worden omgegaan met het heffingsvrije vermogen en heffingskortingen? En wat als het vermogen deels betrekking heeft op vermogen in het buitenland?

De Belastingdienst heeft hierover onlangs duidelijkheid verstrekt.

Heffingsvrijvermogen

Euro

Om kleine vermogens buiten de heffing van box 3 te houden, bestaat er een heffingsvrijvermogen. Vermogens tot deze grens, in 2023 € 57.000 (€ 114.00 bij een fiscale partner), worden niet in de heffing betrokken. Ook als te weinig vermogen wordt aangegeven en er wordt nagevorderd, moet met dit heffingsvrije vermogen rekening worden gehouden.

Toerekenen heffingskorting

Belastingplichtigen hebben ook recht op heffingskortingen. Door de heffingskortingen blijft een deel van uw inkomen onbelast. Navorderen heeft in beginsel geen invloed op het recht op heffingskortingen, zo blijkt uit de toelichting van de Belastingdienst.

Voorbeeld 
Stel dat er in een situatie € 20.000 aan binnenlands vermogen is aangegeven. Omdat dit minder is dan het heffingsvrije vermogen, volgt geen aanslag. Na verloop van de binnenlandse navorderingstermijn van vijf jaar, ontdekt de fiscus dat het binnenlandse vermogen € 200.000 bedraagt en het buitenlandse vermogen € 500.000.

Uitwerking 
In de beschreven situatie kan nog over het buitenlandse vermogen worden nagevorderd, omdat hiervoor een navorderingstermijn van twaalf jaar geldt. Hierop moet echter nog gewoon het heffingsvrije vermogen in mindering worden gebracht, voor zover dit meer is dan de aangegeven € 20.000. Bij de navordering moet bovendien nog rekening worden gehouden met de heffingskortingen, voor zover die nog niet in mindering zijn gebracht op het aangegeven inkomen.

Let op! Dit betekent dat het heffingsvrije vermogen en de heffingskortingen niet kunnen worden toegerekend aan het deel van het binnenlands vermogen dat niet is aangegeven. Over dit deel valt namelijk niet meer na te vorderen.

Kunt u een restant persoonsgebonden aftrek verrekenen?

By nieuws

Als in een jaar uw persoonsgebonden aftrekposten hoger zijn dan uw inkomen, resteert er een bedrag aan persoonsgebonden aftrek dat u in de toekomst in aftrek kunt brengen op uw inkomen. Maar wat nu als u in de jaren erna geen aangifte doet? Hoe lang blijft aftrek dan nog mogelijk?

Persoonsgebonden aftrek

Geld

Persoonsgebonden aftrekposten zijn de kosten van alimentatie, zorgkosten, giften en de kosten van tijdelijk verblijf thuis van ernstig gehandicapten. Deze kosten mag u aftrekken van uw inkomen in box 1. Is dit onvoldoende om de aftrek te verrekenen, dan mag u het overgebleven deel in aftrek brengen op uw inkomen in box 3, daarna op uw inkomen in box 2. 

Restant blijvend aftrekbaar?

Blijft er dan nog een restant aan persoonsgebonden aftrekposten over, dan is dit blijvend aftrekbaar met uw inkomen in komende jaren. Dit betekent tot uw dood. 

Geen aangifte gedaan, wat nu?

Heeft u in enig jaar geen aangifte gedaan en is er geen aanslag opgelegd, dan kunt u het restant verrekenen met uw inkomen in het eerstvolgende jaar waarin u weer een aanslag krijgt opgelegd. Heeft u ten onrechte geen aangifte gedaan, dan kan de inspecteur in sommige gevallen nog een aanslag opleggen of navorderen. Een restant aan persoonsgebonden aftrek dient dan op deze inkomens in aftrek te worden gebracht.

Let op! Het restant aan persoonsgebonden aftrek gaat zelfs na emigratie niet verloren. Wordt iemand opnieuw belastingplichtig door remigratie, dan kan het restant dus nog gewoon in aftrek worden gebracht.

Zakelijke kilometers 2023 onbelast tegen € 0,23?

By nieuws

De onbelaste vergoeding aan uw werknemer van zakelijke kilometers bedraagt in 2023 nog € 0,21 per kilometer, maar gaat in 2024 omhoog naar € 0,23 per kilometer. In sommige gevallen kunt u zakelijke kilometers die in 2023 zijn gemaakt, in 2024 ook tegen € 0,23 per kilometer onbelast vergoeden.

Uitbetaling in 2024

Auto

U mag € 0,23 per kilometer voor in december 2023 gemaakte zakelijke kilometers onbelast vergoeden , als u deze vergoeding in januari 2024 betaalt aan uw werknemer. Maar let op, er gelden nog meer voorwaarden!

Onvoorwaardelijk recht

Zo moet uw werknemer in 2023 al een onvoorwaardelijk recht op vergoeding van de zakelijke kilometers hebben van minimaal € 0,23 per kilometer. Of er een onvoorwaardelijk recht bestaat, hangt af van de arbeidsrechtelijke afspraken die u in 2023 met uw werknemer maakt.

Standaardmethode van verloning: loon-in

Daarnaast moet u een bepaalde manier van verloning, namelijk de ‘loon-in systematiek’, toepassen. De ‘loon-in systematiek’ betekent dat u het loon aangeeft in aangifte van de maand waarin uw werknemer het loon geniet. Zo geniet uw werknemer de vergoeding van zakelijke kilometers over het jaar 2023 pas in januari 2024, als u deze vergoeding in januari 2024 aan hem betaalt.

Let op! De ‘loon-in systematiek wordt normaal gesproken standaard toegepast. Het kan echter zijn dat in het verleden gekozen is om een andere methode, namelijk de ‘loon-over systematiek’ te gebruiken. Als dat zo is, kunt u niet zomaar weer overstappen op de ‘loon-in systematiek’. Overleg daarom met uw loonadviseur welke systematiek u gebruikt en welke mogelijkheden u heeft. Zo weet u of u mogelijk in januari 2024 € 0,23 per kilometer onbelast kunt uitbetalen aan uw werknemer voor in december 2023 gemaakte zakelijke kilometers.

Andere methode: loon-over

Rekent u betalingen in januari 2024 die betrekking hebben op 2023 toe aan december 2023, dan gebruikt u de ‘loon-over systematiek’. Als u deze methode in het verleden al toepaste, kunt u nu niet zomaar switchen naar de ‘loon-in systematiek’. Als u niet kunt switchen, zijn op een vergoeding in januari 2024 van zakelijke kilometers gemaakt in december 2023 gewoon de regels voor 2023 van toepassing. Dit betekent dat de onbelaste vergoeding dan maximaal € 0,21 cent per kilometer bedraagt.

Voorlopige percentages box 3-inkomen bekend

By nieuws

De voorlopige percentages die ten grondslag liggen aan de vaststelling van het fictieve rendement van uw vermogen voor de berekening van uw voorlopige belastingaanslag 2024 zijn bekendgemaakt. Ook zijn de cijfers inzake de arbeidskorting en het eigenwoningforfait gepubliceerd.

Box 3: de percentages

Euro

Het box-3-vermogen wordt onderverdeeld in drie categorieën met ieder een eigen fictief forfaitair rendement te weten banktegoeden, schulden en overige bezittingen.

Voor de overige bezittingen, zoals aandelen en een tweede woning, is voor 2024 al een definitief percentage bekend, namelijk 6,04%.

Voor de andere twee categorieën zijn voorlopige percentages vastgesteld om het fictieve rendement voor 2024 te bepalen, te weten:

  • voor banktegoeden 1,03%; 
  • voor schulden 2,47%. 

Bovengenoemde percentages zullen worden toegepast bij het opleggen van de voorlopige aanslagen inkomstenbelasting voor 2024.

Let op! Voor het opleggen van de definitieve aanslagen wordt uitgegaan van de definitieve percentages. Deze zijn dus voor banktegoeden en schulden nog niet bekend.

Arbeidskorting

De bedragen met betrekking tot de arbeidskorting zijn gebaseerd op de zogenaamde tabelcorrectiefactor en de ontwikkeling van het wettelijk minimumloon. 

  • De tabelcorrectiefactor is vastgesteld op 9,4941%. Deze zou oorspronkelijk 9,9% bedragen, maar is verminderd om geld vrij te maken voor het extra verhogen van de kinderbijslag. 
  • De hoogte van de arbeidskorting is afhankelijk van de hoogte van het arbeidsinkomen en verschilt dus per belastingplichtige. Het maximum stijgt in 2024 van € 5.052 naar € 5.532.

Eigenwoningforfait

Eigenaren van een woning moeten jaarlijks een bedrag bij het inkomen optellen, het zogenaamde eigenwoningforfait. Dit forfait kan jaarlijks worden aangepast op basis van de gestegen huurprijzen en prijzen van koopwoningen. Voor 2024 leidt dit tot een ongewijzigd forfait van 0,35%.

 

Beschikking Whk 2024 controleren

By nieuws

De Belastingdienst stuurde vanaf eind november de beschikkingen Werhervattingskas 2024. Controleer deze goed!

Whk

Kantoor

De Werkhervattingskas (Whk) is een werknemersverzekering. Als werkgever moet u hiervoor een premie afdragen. Alle middelgrote en grote werkgevers hebben vanaf eind november de beschikking gedifferentieerde premie Whk 2024 ontvangen.

Controle

Wij raden u aan deze beschikking Whk goed te controleren. Als er fouten in de beschikking zitten, dan heeft dit invloed op de hoogte van het premiepercentage dat u moet toepassen.
Zo kan het zijn dat in de beschikking niet de juiste loonsommen zijn gebruikt. Ook is het goed om te controleren of de uitkeringslasten terecht aan u zijn toegerekend en of de bedragen van de uitkeringslasten kloppen. Was er sprake van een overname van een onderneming, dan is het belangrijk om te controleren of dat goed verwerkt is.

Tip! Uiteraard kunnen onze adviseurs u van dienst zijn bij het controleren van de beschikking Whk. Neem hiervoor contact met ons op. 

Instroomgegevens

Voor het controleren van de uitkeringslasten kan het nodig zijn om bij de Belastingdienst de zogenoemde instroomgegevens op te vragen. 

Let op! Als u wilt dat wij de instroomgegevens voor u opvragen, dan moet u ons daarvoor wel eerst machtigen.

Bezwaar

Klopt de beschikking Whk niet, dan kunt u bezwaar maken. Dit moet wel tijdig gebeuren, namelijk binnen zes weken na dagtekening die op de beschikking staat. Mochten de instroomgegevens dan nog niet van de Belastingdienst ontvangen zijn, dan kunt u ook een voorlopig (pro forma) bezwaarschrift indienen. De motivatie kan dan later, na ontvangst van de instroomgegevens, ingediend worden.

Let op! Een kleine werkgever ontvangt geen beschikking Whk, maar een mededeling gedifferentieerde premie Whk. Deze mededelingen bevatten vaste percentages waar geen bezwaar tegen mogelijk is.

 

Bonus of dertiende maand?

By nieuws

Het einde van het jaar nadert, dus zal ongeveer bekend zijn of u dit jaar binnen de werkkostenregeling nog vrije ruimte overhoudt. Zo ja, dan is het wellicht een optie om die in te zetten voor een leuke bonus. Waar moet u dan op letten?

Werkkostenregeling

Geld

Via de werkkostenregeling, de WKR, kunt u allerlei zaken belastingvrij aan uw personeel vergoeden of verstrekken. Denk bijvoorbeeld aan het kerstpakket. Dit kan tot aan het bedrag van de vrije ruimte. Schiet u daar overheen, dan betaalt u als werkgever 80% belasting over het meerdere.

Vrije ruimte

De ruimte bedraagt dit jaar 3% van uw loonsom tot € 400.000 en 1,18% over het meerdere. 

Bedraagt uw loonsom bijvoorbeeld € 500.000, dan is de omvang van de vrije ruimte dus € 400.000 x 3% + € 100.000 x 1,18% = € 12.000 + € 1.180 = € 13.180.

Overschot vrije ruimte

Stel dat u via de werkkostenregeling dit jaar al € 10.000 heeft uitgegeven aan belastingvrije vergoedingen en verstrekkingen. Volgens bovenstaand voorbeeld kunt u dan nog € 3.180 uitgeven, bijvoorbeeld aan bonussen. Zo lang u binnen de nog resterende vrije ruimte van € 3.180 blijft, is deze belastingvrij én betaalt u daar als werkgever ook geen belasting over.

Let op! Deze bonus mag, samen met de andere vergoedingen en verstrekkingen in de vrije ruimte, niet ongebruikelijk hoog zijn. Is het bedrag van vergoedingen en verstrekkingen samen met de bonus niet hoger dan € 2400? Dan zal de Belastingdienst de gebruikelijkheid niet toetsen. Bij hogere bedragen zult u, in een discussie met de Belastingdienst, het tegenbewijs moeten leveren dat 70% van vergelijkbare bedrijven een soortgelijke bonus kennen.

Ook voor dga en partner?

Heeft u een bv waarin u werkt, dan bent u werknemer voor de loonheffing en kunt u dus ook van de vrije ruimte profiteren. Dat geldt ook voor uw partner als hij of zij ook op de loonlijst van uw bv staat. 

Geen ruimte meer in de WKR?

Heeft u geen vrije ruimte meer over, dan betaalt u als werkgever 80% belasting over het bedrag dat u boven uw vrije ruimte uitkeert. U kunt er dan ook voor kiezen om bijvoorbeeld een dertiende maand bruto uit te betalen. Uw werknemer betaalt er dan loonheffing over. Hiervoor hanteert u als werkgever een aparte loonbelastingtabel, de tabel bijzondere beloningen. 

Extra belast?

Ten onrechte wordt vaak gedacht dat hierdoor dit soort beloningen extra belast wordt. Een bijzondere beloning, zoals een 13e maand, bonus of winstuitkering, wordt niet belast tegen een extra hoog tarief. Wel is het zo dat bij het berekenen van de te betalen belasting over dit extra bruto bedrag  geen rekening meer gehouden wordt met heffingskortingen. Die zijn namelijk al verrekend met het normale salaris. Door aftrek van de heffingskortingen betaalt een werknemer over een lager bruto loon belasting, terwijl een extra beloning zoals een bonus in het geheel belast is. Hierdoor betaalt een werknemer meestal meer loonheffing over een bonus of 13e maand in vergelijking met zijn normale salaris.

Let op! Eerder is bepaald dat als u tijdens de coronacrisis uitstel van betaling gekregen voor uw belastingschulden en u deze aflost via een betalingsregeling, u zich als directie zichzelf geen bonus mag geven. Omdat er geen uitsluitsel over is dat dit niet meer geldt, adviseren wij u dit dus ook niet te doen.

 

Advieswijzer Bestelauto 2023

By nieuws

Een bestelauto is voor veel ondernemers een onmisbaar bedrijfsmiddel. Voor een bestelauto geldt een flink aantal specifieke (fiscale) regelingen. Deze zijn er veelal op gericht het zakelijk gebruik van een bestelauto slechts beperkt te belasten. Daarbij geldt wel een aantal voorwaarden. Ook zijn er al tal van specifieke regelingen voor de elektrische bestelauto.

In deze advieswijzer:

  • Wat valt onder de definitie bestelauto?
  • Aanschaf: welke regelingen zijn er?
  • Bijtelling: wat zijn de voorwaarden?
  • Belasting voor Personenauto’s en Motorrijwielen (bpm)
  • Motorrijtuigenbelasting (mrb)

Wat valt onder de definitie bestelauto?

Auto

Niet elke auto die gebruikt wordt voor vervoer van goederen wordt fiscaal als een bestelauto aangemerkt. Er zijn verschillende soorten bestelauto’s, zoals met open laadbak, een verhoogd dak of dubbele cabine. Voor iedere soort bestelauto gelden andere inrichtingseisen. Zo mogen in het ene geval wel zijruiten aanwezig zijn, maar in het andere weer niet.

Let op! Bestelauto’s mogen soms voorzien zijn van één zijruit rechts in de laadruimte. Het komt echter regelmatig voor dat bestelauto’s van fabriekswege voorzien zijn van meerdere zijruiten. Om fiscaal dan toch als bestelauto te kunnen worden aangemerkt, moeten deze zijruiten worden verwijderd en vervangen door niet uit glas bestaande panelen uit één stuk van ondoorzichtig en vormvast materiaal. Deze moeten zoveel mogelijk rondom en op onverbrekelijke wijze rechtstreeks met de carrosserie zijn verbonden. De Belastingdienst heeft bekendgemaakt dat ook aan deze blinderingseis kan worden voldaan als de zijruit aan de buitenkant van de laadruimte niet verwijderd wordt. In dat geval moet er wel ondoorzichtig en vormvast materiaal aan de binnenkant van de carrosserie zijn bevestigd. Op deze manier kunnen onnodige kosten worden voorkomen, terwijl het resultaat qua blindering hetzelfde blijft.

Tip!Voor een gedetailleerd overzicht van alle inrichtingseisen per soort bestelauto, check deze site van de Belastingdienst.

Let op! Voldoet uw bestelauto niet aan deze eisen, dan zijn ook de fiscale faciliteiten voor een bestelauto niet van toepassing.

Aanschaf: welke regelingen zijn er?

Bij de aanschaf van een nieuwe (elektrische) bestelauto en voor het oplaadstation van de elektrische of waterstofvariant kunt u mogelijk gebruikmaken van diverse (fiscale) regelingen. Dit zijn de KIA, MIA en de SEBA.

KIA

Voor een bestelauto die tot het ondernemingsvermogen behoort, heeft u bij aanschaf recht op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Het bedrag van de KIA kunt u in mindering op de winst brengen. De KIA is zowel op nieuwe als op gebruikte bestelauto’s van toepassing. De omvang van de KIA is afhankelijk van uw totale bedrag aan investeringen in een jaar en bedraagt maximaal 28% van het investeringsbedrag. Investeert u € 2.600 of minder of meer dan € 353.973 (2023), dan heeft u geen recht op de KIA.

MIA

Voor een nieuwe elektrische bestelauto heeft u in 2023 bovendien recht op 45% milieu-investeringsaftrek (MIA). Het bedrag van de MIA kunt u in mindering brengen op de winst. Het bedrijfsmiddel komt echter voor ten hoogste het investeringsbedrag minus € 11.000 in aanmerking voor de MIA. Voor een elektrische bestelauto van bijvoorbeeld € 50.000 krijgt u dus MIA over € 39.000. Voor een bestelauto op waterstof heeft u ook recht op 45% MIA. U hoeft hierbij geen rekening te houden met een drempel, maar krijgt u de MIA over een investeringsbedrag van maximaal € 125.000.

Oplaadstation

Ook voor het oplaadstation van uw elektrische of door waterstof aangedreven bestelauto die op uw eigen bedrijfsterrein staat, geldt in 2023 de MIA. Het aftrekpercentage voor het oplaadstation bedraagt 45%. Laadpalen waarvan de investeringskosten minder dan € 2.500 bedragen, komen niet in aanmerking voor de MIA, tenzij deze samen met de elektrische of door waterstof aangedreven bestelauto worden aangemeld. De laadpalen moeten voor eigen voertuigen worden gebruikt, of voor voertuigen die voor eigen gebruik worden ingezet. Dit kunnen ook gehuurde voertuigen zijn.

Let op! Een laadpaal bij de woning kwalificeert niet, omdat dit geen bedrijfsterrein is.

SEBA

Voor een nieuwe elektrische bestelauto kunt u ook nog gebruikmaken van de Subsidieregeling Emissieloze Bedrijfsauto’s (SEBA). Het budget voor de subsidie bedraagt in 2023 €33 miljoen maar is al volledig verbruikt. In 2024 kunt u de SEBA echter wel weer aanvragen. Het budget is nog niet bekend. De regeling geldt alleen voor bedrijfsauto’s in de voertuigcategorie N1 (met maximumgewicht van 3.500 kg) of N2 (met een maximumgewicht van 4.250 kg) die zijn gemaakt voor het vervoer van goederen. De subsidie bedraagt 10% van de netto catalogusprijs bij de voertuigcategorie N1. Dat is de prijs exclusief btw, inclusief bpm en opties die zijn aangebracht voor afgifte van het kenteken. Bij voertuigcategorie N2 ontvangt u 10% van de verkoopprijs zonder btw. Als kleine onderneming of non-profitinstelling is het subsidiepercentage 12. De subsidie bedraagt maximaal € 5.000 voor iedere bedrijfsauto. De netto catalogusprijs bij voertuigcategorie N1 of de verkoopprijs zonder btw bij voertuigcategorie N2 moet € 20.000 of hoger zijn. Verder geldt alleen voor elektrische bedrijfsauto’s N1 met een typegoedkeuring voor lichte voertuigen een actieradius van minimaal 100 km. U vraagt de subsidie aan via de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO). Hiervoor is eHerkenning vereist niveau 2+.

Let op! Op het moment dat u de aanvraag voor deze subsidie indient, mag de bestelauto nog niet op uw naam staan. Sterker nog, de koop- of leaseovereenkomst mag nog niet definitief zijn op het moment dat de aanvraag wordt ingediend. Dien de aanvraag dus in zolang het koopproces zich nog in de offertefase bevindt.

Bijtelling: wat zijn de regels?

Wanneer geen bijtelling?

Als een bestelauto ter beschikking wordt gesteld, krijgt men in beginsel met de bijtelling te maken. Voor ondernemers in de inkomstenbelasting vindt die bijtelling plaats via de aangifte inkomstenbelasting. Voor werknemers, waaronder dga’s, vindt dit plaats via de loonadministratie en aangifte loonheffing. Voor bestelauto’s is de bijtelling in onderstaande situaties echter niet van toepassing:

– Privégebruik maximaal 500 km
De bijtelling blijft achterwege als bewezen kan worden dat met de bestelauto in het jaar niet meer dan 500 km privé is gereden. Een rittenregistratie is niet verplicht, maar omdat bewezen moet worden dat de bestelauto niet meer dan 500 km privé is gebruikt, is hieraan vrijwel niet te ontkomen.

Voor werknemers is het mogelijk hiervoor een ‘verklaring geen privégebruik’ aan te vragen. Als u als werkgever deze verklaring heeft en er geen indicaties zijn dat de werknemer zich er niet aan houdt, hoeft u in de loonadministratie geen rekening te houden met de bijtelling. Eventuele controles vinden plaats bij de werknemer. Ook een eventuele correctie wordt bij de werknemer neergelegd.

Voor ondernemers in de inkomstenbelasting is het niet mogelijk een dergelijke verklaring aan te vragen.

– Uitsluitend geschikt voor goederenvervoer
Voor de bestelauto die uitsluitend geschikt is voor goederenvervoer, is de standaardbijtelling ook niet van toepassing. Hiervan is onder andere sprake als de bestelauto te smerig is om privé te worden gebruikt, zoals de klusjesauto van een garage waarbij de bekleding besmeurd is met olie. Ook de bestelauto die beschikt over slechts één zitplaats en waarbij de eventuele bevestigingspunten voor de overige zitplaatsen zijn verwijderd of dichtgelast, wordt geacht uitsluitend geschikt te zijn voor goederenvervoer. Bezit de bestelauto wel een tweede zitplaats, dan is deze toch uitsluitend geschikt voor goederenvervoer als de bijrijder nodig is voor het laden en lossen van de bestelauto. Onder omstandigheden kunnen ook andere bestelauto’s als uitsluitend geschikt voor goederenvervoer worden aangemerkt. Zo is door de rechter in het verleden een bestelauto als zodanig aangemerkt die in de laadruimte was voorzien van stellages voor het vervoer van planten. Overleg bij twijfel met uw inspecteur. Als bestelauto’s die uitsluitend geschikt zijn voor goederenvervoer privé worden gebruikt, moet het privévoordeel tot het loon worden gerekend. U kunt hiervoor uitgaan van de kilometerkostprijs vermenigvuldigd met het aantal privékilometers.

– Uitsluitend zakelijk gebruik
Als een bestelauto uitsluitend zakelijk wordt gebruikt, blijft de bijtelling achterwege. Er moet dan een ‘Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’ worden aangevraagd bij de Belastingdienst. U hoeft geen rittenregistratie bij te houden. De Belastingdienst controleert fysiek of u de bestelauto inderdaad in het geheel niet privé gebruikt. Vermoedt de Belastingdienst tijdens een controle dat u de bestelauto toch privé gebruikt, dan kan men u vragen waar u de bestelauto op dat moment zakelijk voor gebruikte. Kunt u niet aannemelijk maken dat u de bestelauto zakelijk gebruikte, dan kan men u een naheffing of navordering met boete opleggen.

Let op! Bij gebruik van een ‘Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’ mag u de bestelauto helemaal niet privé gebruiken. Dus ook niet om bijvoorbeeld op de terugweg van uw werk naar huis uw kind bij de kinderopvang op te halen. De grens van 500 km is hierbij dus niet van toepassing.

Deze verklaring kan zowel door werknemers als door de ondernemer in de inkomstenbelasting worden aangevraagd.

Ook in onderstaande situaties is de bijtelling voor een bestelauto niet van toepassing. Deze situaties zijn in principe niet van toepassing op de ondernemer in de inkomstenbelasting en de dga.

– Privégebruik verboden
Is privégebruik van de bestelauto verboden, dan blijft de bijtelling achterwege op voorwaarde dat u als werkgever controleert dat de bestelauto daadwerkelijk niet privé wordt gebruikt. Gebeurt dit toch, dan moet er – naast het alsnog betalen van de bijtelling – een aanzienlijke sanctie voor de werknemer volgen. De afspraak dat de bestelauto niet privé mag worden gebruikt en de sancties wanneer dit toch gebeurt, moeten schriftelijk worden vastgelegd. Voor de dga geldt de optie alleen als er sprake is van een reëel verbod. Hiervan is bijvoorbeeld geen sprake als de dga zelf de controle uitoefent. 

– Privégebruik onmogelijk
Als privégebruik van de bestelauto onmogelijk is, blijft de bijtelling eveneens achterwege. Dit is bijvoorbeeld het geval als de sleutels van de auto’s avonds moeten worden ingeleverd of als de bestelauto’s ’s avonds op een afgesloten terrein worden gestald. 

– Doorlopend afwisselend gebruik
Als een bestelauto doorlopend afwisselend door verschillende personeelsleden wordt gebruikt, is de bijtelling niet van toepassing als hierdoor het privégebruik moeilijk kan worden vastgesteld. Dit is niet het geval als een bestelauto bijvoorbeeld door twee werknemers om de week privé wordt gebruikt. Het privégebruik is dan immers niet moeilijk vast te stellen. Bij doorlopend afwisselend gebruik moet de werkgever in plaats van de bijtelling per bestelauto een bedrag van € 300 aan belasting betalen via de eindheffing. Het doorlopend afwisselende gebruik moet dan wel door de aard van het werk worden opgeroepen.

Let op! De rechter heeft beslist dat de eindheffing van €300 niet wegneemt dat de bijtelling voor de ondernemer zelf nog geldt als de bestelauto ook aan hem ter beschikking staat. Dit geldt dus voor de ondernemer in de inkomstenbelasting.

Toch bijtelling?

Is een van hiervoor genoemde voorwaarden niet van toepassing op uw situatie? Dan valt uw bestelauto onder de bijtellingsregeling.

De IB-ondernemer

Heeft u als ondernemer een bestelauto tot uw beschikking die tot uw ondernemingsvermogen behoort, dan valt deze bestelauto onder de bijtellingsregeling.

De bijtelling is het bedrag dat vanwege het privégebruik niet aftrekbaar is van de winst. Dit bedrag kan niet negatief worden, oftewel: de bijtelling kan nooit meer zijn dan de werkelijke autokosten (inclusief afschrijving).

Werknemers en de dga

Bij werknemers en dga’s aan wie een bestelauto ter beschikking is gesteld, wordt de bijtelling als loon aangemerkt. De werkgever is verplicht hierover loonheffing in te houden. 

Hoeveel bijtelling?

De bijtelling bedraagt een percentage van de cataloguswaarde dat afhankelijk is van het jaar waarin de auto voor het eerst op kenteken is gesteld. Dit percentage blijft 60 maanden van kracht. Daarna wordt het percentage bepaald op basis van de dan geldende wetgeving. De bijtelling bedraagt 22% voor auto’s die in 2024voor het eerst op kenteken zijn gezet en voor bestelauto’s die niet volledig elektrisch zijn of op waterstof rijden. Voor volledig elektrische bestelauto’s bedraagt de bijtelling in 2024 16% van de cataloguswaarde tot maximaal € 30.000 en 22% over het meerdere van de cataloguswaarde. Voor bestelauto’s op waterstof geldt de bijtelling van 16% in 2024 over de gehele cataloguswaarde.

Voorbeeld
Aan werknemer A is een niet-elektrische bestelauto met een cataloguswaarde van € 50.000 ter beschikking gesteld die in 2024 voor het eerst op kenteken is gezet. Aan werknemer B is een elektrische bestelauto met een cataloguswaarde van € 50.000 ter beschikking gesteld die ook in 2024 voor het eerst op kenteken is gezet.

Bijtelling werknemer A: € 50.000 x 22% = € 11.000
Bijtelling werknemer B: € 30.000 x 16% + € 20.000 x 22% = € 4.800 + € 4.400 = € 9.200.

Vereenvoudigde rittenregistratie

Als de werknemer door de aard van de werkzaamheden (vaak) veel ritten op een dag heeft met de bestelauto van de zaak, kan het bijhouden van een rittenregistratie een grote administratieve last zijn voor werkgever en werknemer. In dit geval mag de werknemer om praktische redenen het bewijs voor het aantal gereden privékilometers leveren met een combinatie van een vereenvoudigde rittenregistratie en de zakelijke adressen in de (project)administratie van de werkgever. De werkgever moet dan wel schriftelijk met de werknemer hebben afgesproken dat de werknemer een vereenvoudigde rittenregistratie bijhoudt, dat privégebruik tijdens werk- en lunchtijd niet is toegestaan en dat de werkgever de zakelijke adressen in zijn administratie bewaart. U kunt voor een vereenvoudigde rittenregistratie desgewenst gebruikmaken van bijgevoegde voorbeeldafspraak.

Belasting voor Personenauto’s en Motorrijwielen (bpm)

Bij aanschaf van een nieuwe auto, bestelauto of motorfiets betaalt u bpm. U betaalt ook bpm als u een dergelijk voertuig importeert. De bpm wordt berekend op basis van de CO2-uitstoot en de netto catalogusprijs. Voor voertuigen zonder CO2-uitstoot betaalt u geen bpm. Als ondernemer kunt u onder voorwaarden in aanmerking komen voor een vrijstelling van bpm bij aanschaf van een bestelauto. De belangrijkste voorwaarde voor de vrijstelling is dat u de bestelauto voor meer dan 10% gebruikt in het kader van uw onderneming. U moet dit desgevraagd aannemelijk kunnen maken. Een rittenregistratie is daarvoor niet vereist.

Let op! De vrijstelling van bpm op (niet volledig emissieloze) bestelauto’s voor ondernemers wordt per 2025 afgeschaft. Het tarief van de bpm gaat vanaf 2025 € 66,91 (prijspeil 2022) per gram CO2-uitstoot bedragen. Bestelauto’s zonder CO2-uitstoot betalen dus ook vanaf 2025 nog steeds geen bpm.

Tip! Was u van plan op korte termijn een bestelauto aan te schaffen die CO2 uitstoot, doe dit dan bij voorkeur nog vóór 2025.

Motorrijtuigenbelasting (mrb)

Als u in Nederland met een voertuig gebruikmaakt van de openbare weg, bent u in beginsel motorrijtuigenbelasting verschuldigd. Hoeveel mrb u voor een bestelauto moet betalen, hangt af van het gewicht, de brandstof en hoe milieuvervuilend het motorrijtuig is. Voor ondernemers geldt onder voorwaarden een lager mrb-tarief. De belangrijkste voorwaarde is dat u de bestelauto meer dan 10% in het kader van uw onderneming gebruikt. U moet dit desgevraagd aannemelijk kunnen maken. Een rittenregistratie is daarvoor niet vereist.

Daarnaast geldt voor elektrische auto’s en voor plug-in hybride auto’s een korting op de mrb. Elektrische auto’s betalen tot 2025 geen mrb, in 2025 is er een korting van 25% op het normale tarief en vanaf 2026 geldt voor elektrische auto’s het normale tarief. Voor plug-in hybride auto’s geldt tot 2025 een korting van 50% op het normale tarief, in 2025 daalt de korting naar 25% en vanaf 2026 geldt ook voor plug-in hybride auto’s het normale mrb-tarief.

Let op!Omdat de verkopen van elektrische auto’s dalen, kan een en ander nog gewijzigd worden.

Wat scheelt dat nu?

Stel dat u in een bestelauto rijdt met dieselmotor, met een gewicht van 1.300 kilo. Bent u particulier, dan betaalt u € 308 mrb per kwartaal. Bent u ondernemer, dan betaalt u slechts € 106 per kwartaal.

Vragen?

Heeft u vragen over deze advieswijzer? Neem dan contact op met een van onze adviseurs.

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

Vijf aandachtspunten voor deze decembermaand

By nieuws

Het jaar 2023 zit er weer bijna op en dus doet u er goed aan nog even na te denken over zaken die u onder meer fiscaal nog dit jaar kunt regelen. De belangrijkste zaken op een rij.

Schenk belastingvrij

Sparen

Ook dit jaar kunt u belastingvrij schenken tot een bepaald vrijgesteld bedrag. De vrijstelling voor uw kinderen bedraagt voor 2023 € 6.035, voor uw kleinkinderen is dat € 2.418. Dit laatste bedrag geldt ook voor schenkingen aan derden, zoals een vriend of neef. 
Een bijkomend voordeel voor u is dat het bedrag van de schenking niet meer meetelt in box 3 op 1 januari 2024 en dat dit u wellicht nog een belastingbesparing oplevert.

Benut de vrije ruimte maximaal

Via de werkkostenregeling (WKR) kunt u uw personeel zaken onbelast vergoeden en verstrekken. De vrije ruimte bedraagt dit jaar 3% van uw loonsom tot € 400.000 en 1,18% over het meerdere. Benut deze vrije ruimte in de WKR maximaal als u iets extra’s voor uw werknemers wilt doen. Bedenk dat de vrije ruimte volgend jaar een stuk minder is, namelijk over de eerste € 400.000 van uw loonsom nog slechts 1,92%. De vrije ruimte over het meerdere blijft ook in 2024 1,18%. U mag een restant van uw vrije ruimte van 2023 niet meenemen naar 2024. 

Koop een lijfrente en betaal op tijd!

Heeft u een pensioentekort, dan kunt u een lijfrente kopen en deze in aftrek brengen op uw inkomen. De mogelijkheden hiertoe zijn dit jaar sterk verruimd als gevolg van de invoering van de nieuwe Pensioenwet. Vereist is wel dat u de lijfrente dan ook nog dit jaar betaald, dus vóór 1 januari 2024. 
Een bijkomend voordeel is dat de betaalde premies uw vermogen verminderen en zodoende wellicht een voordeel opleveren ten aanzien van de te betalen belasting in box 3 in 2024.

Bereid u voor op wijziging minimumloon

Per 1 januari 2024 gaat het minimumloon met 3,75% omhoog. Bovendien wordt het minimumuurloon ingevoerd. Vanaf 2024 bestaat geen wettelijk dag-, week- of maandloon meer. Dit betekent waarschijnlijk een aanpassing in uw salarisadministratie als u minimumloners in dienst heeft. Er moet daarvoor ook nog een en ander worden doorgerekend en aangepast, want het minimumuurloon is gebaseerd op een werkweek van 36 uur. Voor werknemers met een minimumloon die meer dan 36 uur per week werken, gaan de loonkosten daardoor extra omhoog.

Deel dividend uit, of wacht juist nog even!

Het tarief van box 2 gaat in 2024 veranderen. Nu bedraagt het tarief nog 26,9%, vanaf volgend jaar bedraagt het tarief 24,5% over de eerste € 67.000 aan inkomen (bij aanwezigheid van een fiscale partner € 134.000 voor de fiscale partners gezamenlijk) en in ieder geval 31%, maar waarschijnlijk zelfs 33% over het meerdere. Met dit laatste percentage moet de Eerste Kamer nog instemmen, maar het opnemen van fors dividend wordt volgend jaar in ieder geval duurder. U heeft daarom nu nog tijd om na te denken over het uitkeren van dividend: nog in 2023 of wachten tot 2024? Omdat het maatwerk is, adviseren wij u hier graag bij.