All Posts By

admin

Eerste Kamer voor grootste deel akkoord met Belastingplan 2024

By nieuws

Ook de Eerste Kamer heeft voor het grootste gedeelte ingestemd met de belastingwijzigingen voor 2024, die onder andere zijn opgenomen in het Belastingplan 2024. De Wet fiscale klimaatmaatregelen industrie en elektriciteit is echter verworpen. Hiernaast is ook een aantal moties aangenomen.

Ook akkoord met wijzigingen Tweede Kamer

Binnenhof

Door akkoord te gaan gaf de Eerste Kamer ook goedkeuring aan de wijzigingen die eerder door de Tweede Kamer waren aangebracht. Dit betreft onder meer de verhoging van de tweede belastingschijf van box 2 van 31 naar 33% en de verhoging van het belastingtarief van box 3 van 32 naar 36%.

Moties

De Eerste Kamer nam ook een aantal moties aan. Een ervan is erop gericht om voorstellen tot belastingwijzigingen voortaan eerder in te dienen en daarbij de inflatiecorrectie volledig toe te passen. In een andere motie wordt gevraagd het effect van de verhoging van de tarieven van box 2 en box 3 mee te nemen in het Belastingplan 2025, daarbij het evenwicht tussen de dga en de IB-ondernemer te herstellen en ook rekening te houden met de ondernemersrisico’s. 

Alcohol- en suikervrije dranken

De Eerste Kamer nam ook twee moties aan met betrekking tot alcoholvrije respectievelijk suikervrije dranken. In de moties wordt verzocht de nieuwe verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken uit te stellen tot 1 januari 2025. In de andere motie wordt zo mogelijk al per 1 januari 2024 een nultarief in de verbruiksbelastingen bepleit voor dranken zonder toegevoegde suikers. 

UWV moet dagloon voor WIA -uitkering verhogen na uitspraak CRvB

By nieuws

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft in een dagloonzaak getoetst aan het evenredigheidsbeginsel. Als gevolg hiervan zijn de dwingendrechtelijke regels van het Dagloonbesluit Werknemersverzekeringen buiten toepassing gelaten. Dit is opmerkelijk, omdat tot dusverre de CRvB een strikte leer hanteerde.

Wat was de situatie?

Strategie

Het ging in de aan de CRvB voorgelegde zaak om een vrouw die als accountant werkzaam was en wegens ziekte uitviel.  Ze werd in 2017 ziek op het moment dat ze een uitkering ontving op grond van de WW. Het UWV kende haar daarna een arbeidsongeschiktheidsuitkering toe op grond van de Wet WIA. Het ging in casu om een IVA-uitkering omdat ze volledig en duurzaam arbeidsongeschikt werd bevonden. 

Dagloon viel lager uit

Het UWV stelde het dagloon van de vrouw vast op basis van de dwingendrechtelijke regels als neergelegd in het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen. Daarvoor wordt altijd gekeken naar het refertejaar, het jaar voorafgaande aan de eerste ziektedag. Dit had tot gevolg dat er één maand WW-uitkering niet meetelde, omdat deze wordt uitbetaald in de maand volgend op de maand waarop de WW-uitkering betrekking heeft. Dit betekende dat het dagloon werd berekend over elf  in plaats van twaalf maanden, waardoor de IVA-uitkering lager uitviel. Het Dagloonbesluit Werknemersverzekering is van dwingend recht, wat betekent dat afwijking niet mogelijk is. De werkneemster vond dat deze toepassing in haar geval onevenredig uitpakte en vroeg om maatwerk. 

Centrale Raad wijzigt vaste jurisprudentie

De CRvB die tot dusverre heel strikt in de leer was en afwijking van de dagloonregels niet toestond, is nu om en heeft haar verzoek gehonoreerd. Het dagloon in deze zaak vormt geen redelijke afspiegeling van het loon in de referteperiode van twaalf maanden voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid, aldus de CRvB. De CRvB heeft in zijn oordeel het gewijzigde politieke standpunt van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in dit soort gevallen van groot belang geacht. De minister wil namelijk de wetgeving op dit punt aanpassen, omdat werknemers als gevolg van de vertraagde uitbetaling van de WW-uitkering een loonloze periode hebben waardoor hun dagloon lager uitvalt.

Uitkomst

Het UWV moet op basis van deze uitspraak een nieuwe berekening maken en het loon over de maand WW-uitkering daarin meenemen.

Let op! Deze casus kan gevolgen hebben voor vergelijkbare gevallen.

 

Vanaf 1 januari 2024 hogere percentages belastingrente

By nieuws

De percentages belastingrente zijn per 1 januari 2024 verhoogd. Voor de vennootschapsbelasting is het percentage verhoogd naar 10%. Voor de overige belastingen, zoals de inkomstenbelasting, bedraagt het percentage belastingrente per 1 januari 2024 7,5%.

Belastingrente

Euro

Er wordt belastingrente in rekening gebracht als de Belastingdienst uw aanslag niet op tijd kan vaststellen. Dit is bijvoorbeeld het geval als u te laat aangifte heeft gedaan of als uw aangifte lager was dan de uiteindelijke aanslag. Anderzijds vergoedt de Belastingdienst belastingrente als de fiscus bijvoorbeeld zonder reden te lang doet over het opleggen van uw belastingaanslag.

Verhoging

De nieuwe percentages betekenen een verhoging voor de vennootschapsbelasting met 2%-punt en voor de overige belastingen met 1,5%-punt. De percentages gelden zowel voor te betalen belastingrente als voor te ontvangen belastingrente.

Toeslagen

Voor toeslagen geldt een apart percentage van 4%. Ook dit percentage geldt vanaf 1 januari 2024 zowel voor te ontvangen als voor te betalen belastingrente.

 

Top 10 loongerelateerde wijzigingen 2024 voor werkgever en dga

By nieuws

Per 1 januari 2024 zijn er weer tal van loongerelateerde wijzigingen doorgevoerd voor de werkgever en de dga. Denk aan de verlaging van de vrije ruimte in de WKR en de versobering van de 30%-regeling. Welke tien wijzigingen springen in het oog?

1. Vrije ruimte WKR voor 2024 omlaag

Laptop

Per 1 januari 2024 is de vrije ruimte binnen de WKR verlaagd naar 1,92% over de eerste € 400.000 van de loonsom (in 2023 was dit nog 3%). Over het meerdere van de loonsom blijft de vrije ruimte 1,18%.

2. Gebruikelijk loon dga 2024

Het normbedrag voor het gebruikelijk loon voor de dga en de meewerkende partner stijgt in 2024 naar € 56.000 (2023: € 51.000). De regeling voor gebruikelijk loon geldt voor iedereen die een aanmerkelijk belang heeft in een vennootschap (of waarvan de partner zo’n aanmerkelijk belang heeft) en die ook werk verricht voor die vennootschap. Zij moeten een loon genieten dat ‘gebruikelijk’ is voor de werkzaamheden. Het normbedrag van € 56.000 vormt een onderdeel van de beoordeling van wat gebruikelijk is.

3. Verhoging reiskosten 2024

De vrijgestelde reiskostenvergoeding voor zakelijke reiskosten, waaronder woon-werkverkeer, is dit jaar verhoogd naar € 0,23 per kilometer. De vrijgestelde reiskostenvergoeding geldt voor alle vormen van vervoer, dus bijvoorbeeld ook voor afgelegde kilometers per fiets of bromfiets. De verhoging naar € 0,23 per kilometer geldt ook voor de dga die in dienst is bij zijn bv.

4. Verruiming vrijstelling openbaar vervoer

Vanaf 2024 zijn de regels over belastingvrije ov-abonnementen eenvoudiger. Het maakt vanaf 2024 niet langer uit of het ov-abonnement ter beschikking wordt gesteld, verstrekt of vergoed. De enige voorwaarde is nog dat het abonnement ook zakelijk gebruikt wordt, bijvoorbeeld voor woon-werkverkeer. Als dat het geval is, is de terbeschikkingstelling, verstrekking of vergoeding van een ov-abonnement gericht vrijgesteld. De gewijzigde regels gelden ook voor de terbeschikkingstelling, verstrekking of vergoeding van een voordeelurenkaart.

5. Invoering wettelijk minimum uurloon

Vanaf 1 januari 2024 geldt een wettelijk minimum uurloon, dat per 1 januari 2024 voor werknemers van 21 jaar en ouder € 13,27 per uur bedraagt. Dit betekent dat in veel cao’s de salarisschalen moeten worden aangepast en opnieuw moeten worden berekend, omdat er geen vaste maand-, week- of dagbedragen meer bestaan.

Let op! Op de loonstrook moet het geldende wettelijk minimum uurloon worden vermeld voor de betreffende leeftijd van de werknemer en de periode waarop de loonstrook betrekking heeft.

6. Onbelaste vrijwilligersvergoeding naar € 2.100 in 2024

U kunt vrijwilligers die binnen uw organisatie vrijwilligerswerk doen een vergoeding geven die voor de Belastingdienst onbelast is. De maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding is per 1 januari 2024 verhoogd naar € 2.100 per jaar en € 210 per maand. 

De vrijwilligersvergoeding moet binnen de maximale bedragen blijven en de vrijwilliger moet de werkzaamheden niet bij wijze van beroep verrichten. De Belastingdienst gaat ervan uit dat de werkzaamheden niet bij wijze van beroep worden verricht als de maximum uurvergoeding in 2024 € 5,50 bedraagt. Voor vrijwilligers jonger dan 21 jaar bedraagt deze maximum uurvergoeding in 2024 € 3,25.

7. Wijzigingen 30%-regeling

De 30%-regeling is een fiscale regeling waarbij, onder strikte voorwaarden, maximaal 30% van het salaris belastingvrij mag worden uitbetaald aan personeel dat uit het buitenland is aangetrokken. Deze regeling is vanaf 2024 versoberd. Zo mag in 2024 maar over een salaris tot maximaal € 233.000 de 30%-regeling worden toegepast. Dit maximum geldt in 2024 overigens niet als u voor de werknemer in het laatste loontijdvak van 2022 de 30%-regeling al toepaste.

Verder wordt de 30%-regeling vanaf 2024 afgebouwd. Deze afbouw houdt in dat de eerste 20 maanden 30% van het salaris onbelast als kostenvergoeding mag worden uitbetaald, de daaropvolgende 20 maanden nog maar 20% en de daaropvolgende 20 maanden nog maar 10%. In 2024 geldt dit overigens nog niet als u voor de werknemer in het laatste loontijdvak van 2023 de 30%-regeling al toepaste.

Voor toepassing van de 30%-regeling geldt een aantal voorwaarden. Een daarvan is dat de werknemer een specifieke deskundigheid heeft die niet of nauwelijks op de Nederlandse arbeidsmarkt te vinden is. Een werknemer wordt geacht te voldoen aan de specifieke deskundigheid als de beloning van de werknemer hoger is dan een vastgestelde salarisnorm. Moest dit salaris in 2023 nog minimaal € 41.954 bedragen, vanaf 2024 bedraagt de minimale salarisgrens € 46.107. Voor werknemers die voor wetenschappelijk onderzoek of onderwijs werken bij een onderzoekinstelling en voor werknemers die arts in opleiding tot specialist (AIOS) zijn, geldt geen salarisnorm. Voor werknemers die instromen en jonger zijn dan 30 jaar en hun masterdiploma hebben behaald, gold voor 2023 nog een salarisnorm van € 31.891. In 2024 bedraagt die salarisnorm € 35.048.

8. Verplichte rapportage zakelijk en woon-werkverkeer werknemers

Werkgevers met 100 of meer werknemers zijn vanaf 1 juli 2024 verplicht om te rapporteren over het zakelijk verkeer en het woon-werkverkeer van hun werknemers. Deze werkgevers moeten bijvoorbeeld het totaalaantal kilometers dat de werknemers afleggen voor zakelijk en woon-werkverkeer rapporteren, maar ook het jaartotaal aan kilometers, verdeeld in soort vervoermiddel en brandstoftype. De gegevens over 2024 moeten uiterlijk 30 juni 2025 ingestuurd zijn.

9. Verhoging thuiswerkvergoeding en andere normbedragen

Voor de extra kosten die verbonden zijn aan thuiswerken, kunt u – onder voorwaarden – in 2024 aan uw werknemer een onbelaste vergoeding geven van € 2,35 per dag (2023: € 2,15). Ook het normbedrag voor de waarde van maaltijden in bedrijfskantines (of soortgelijke ruimtes) of tijdens personeelsfeesten op de bedrijfslocatie stijgt in 2024. Bedroeg dit normbedrag in 2023 nog € 3,55 per maaltijd, in 2024 bedraagt dit € 3,90 per maaltijd.

10. Hoger premieloon

Het maximum premieloon stijgt in 2024 naar € 71.628. In 2023 bedroeg dit nog € 66.956. Voor werknemers met een premieloon vanaf € 66.956 kan een werkgever daarom te maken krijgen met hogere verschuldigde premies, ook als de premiepercentages van bepaalde werknemersverzekeringen ten opzichte van 2023 zijn gedaald. Ook de verschuldigde premie Zorgverzekeringswet (Zvw) kan voor werknemers én dga’s met een premieloon vanaf € 66.956 omhooggaan. Zo bedraagt de maximum af te dragen Zvw-premie voor werknemers in 2024 € 4.706 (een toename van € 233 ten opzichte van 2023). Voor dga’s bedraagt de maximum Zvw-premie in 2024 € 3.811 (een toename van € 175 ten opzichte van 2023).

 

Top 10 payroll-related changes for employers and directors/major shareholders in 2024

By nieuws

On 1 January 2024 numerous payroll-related changes were once again introduced that affect employers and directors/major shareholders (DGAs). These include the reduction in the fixed budget under the work-related expenses scheme (WKR) and the restriction of the 30% scheme. Which ten changes stand out in particular?

1. Fixed budget under work-related expenses scheme decreasing in 2024

Administratie

With effect from 1 January 2024 the fixed budget under the work-related expenses scheme has been reduced to 1.92% on the first € 400,000 of the wage bill (2023: 3%). It will remain at 1.18% on the excess amount of the wage bill.

2. Customary salary for DGAs in 2024

The standard amount under the customary salary scheme for a DGA and his/her co-working partner is increasing to € 56,000 in 2024 (2023: € 51,000). This scheme applies to anyone who has a substantial shareholding in a company (or whose partner has such a substantial shareholding) and also works for that company. They must receive a salary that is ‘customary’ for such work. The standard amount of € 56,000 is one of the elements used to assess what is customary.

3. Increase in travel allowance in 2024

This year the exempted travel allowance for the costs of business travel, including commuting, has increased to € 0.23 per kilometre. This allowance applies to all forms of transport and therefore also to kilometres travelled by bicycle or moped, for example. The increase to € 0.23 per kilometre is also applicable to a DGA who is employed by his/her company.

4. Expansion of exemption for public transport

From 2024 simpler rules will apply to tax-free public transport season tickets. As of this year it no longer matters whether such a season ticket is purchased by the employer and made available (employer retains ownership) or supplied (employee acquires ownership) to the employee or whether it is purchased by the employee and subsequently reimbursed. The only condition is that it is also used for business purposes, e.g. commuting. If that is the case, a specific exemption applies to a public transport season ticket that has been made available, supplied or reimbursed. The amended rules also apply to the making available, supply or reimbursement of an off-peak pass.

5. Introduction of statutory minimum hourly wage

From 1 January 2024 a statutory minimum hourly wage applies, amounting to € 13.27 per hour for employees aged 21 and above. This means that the salary scales in many collective labour agreements will need to be adjusted and recalculated, as there are no longer any fixed monthly, weekly or daily amounts.

Please note: The statutory minimum hourly wage that applies, in view of the employee’s age, must be indicated on the payslip, along with the period to which the payslip relates.

6. Untaxed volunteer’s allowance increasing to € 2,100 in 2024

You can grant volunteers who perform voluntary work within your organisation an allowance that will not be taxed by the Tax and Customs Administration. On 1 January 2024 the level of the maximum untaxed volunteer’s allowance increased to € 2,100 per year and € 210 per month. 

The volunteer’s allowance must not exceed the maximum amounts and the volunteer must not carry out the work in question as part of his/her profession. The Tax and Customs Administration assumes that the work is not carried out on a professional basis if the maximum hourly allowance in 2024 amounts to € 5.50. For volunteers under the age of 21 this maximum hourly allowance is € 3.25 in 2024.

7. Changes to 30% scheme

The 30% scheme is a tax facility under which, subject to strict conditions, up to 30% of the salary may be paid free of tax to employees recruited from abroad. This scheme has been restricted with effect from 2024. In 2024, for example, the 30% scheme can only be applied to a salary not exceeding € 233,000. This maximum does not apply in 2024 if you were already applying the 30% scheme for the employee concerned in the last pay period of 2022.

The 30% scheme is also being scaled back with effect from 2024. For the first 20 months you will be able to pay 30% of the salary free of tax as an expense allowance. This will then fall to a level of 20% for the next 20 months and to 10% for the 20 months after that. This does not apply in 2024 if you were already applying the 30% scheme for the employee concerned in the last pay period of 2023.

The application of the 30% scheme is subject to a number of conditions. One is that the employee has specific expertise that is scarce or not available at all on the Dutch labour market. An employee is considered to meet this specific expertise requirement if his/her pay is above a set salary standard. In 2023 the employee’s salary had to amount to at least € 41,954, but this is rising to € 46,107 from 2024. No salary standard applies to employees who work at a research institute in scientific research or education or employees who are doctors in training to become a specialist (AIOSs). In the case of incoming employees who are under the age of 30 and have obtained a master’s degree a salary standard of € 31,891 applied in 2023. This is rising to € 35,048 in 2024.

8. Compulsory reporting on employees’ business travel and commuting

From 1 July 2024 employers who employ 100 or more people will be required to report on the business travel and commuting journeys of their employees. The employers concerned must report, for example, the total number of kilometres that their employees have travelled for business and commuting purposes, but also the annual total of kilometres travelled, broken down by mode of transport and fuel type. The data for 2024 must be submitted by 30 June 2025 at the latest.

9. Increase in homeworking allowance and other standard amounts

In 2024, subject to certain conditions, you can pay your employees an untaxed allowance of € 2.35 per day (2023: € 2.15) for the additional costs associated with working from home. The standard amount set for the value of meals in company canteens (or similar areas) or at staff parties in the workplace is also rising in 2024. In 2023 this was € 3.55 per meal and in 2024 amounts to € 3.90 per meal.

10. Increase in salary assessable for contributions

In 2024 the maximum salary assessable for contributions is increasing to € 71,628 from € 66,956 in 2023. For employees with an assessable salary above € 66,956 an employer may therefore owe higher contributions, even though the contribution percentages for certain employee insurance schemes have fallen compared with 2023. The contribution payable under the Healthcare Insurance Act (Zvw) may also rise for employees and DGAs with an assessable salary above € 66,956. The maximum healthcare insurance contribution payable for employees in 2024 amounts to € 4,706 (an increase of € 233 compared with 2023). In the case of DGAs the maximum level of this contribution in 2024 is € 3,811 (an increase of € 175 compared with 2023).

Betrek bewindvoerder bij vso en ontbindingsprocedure

By nieuws

Bij het sluiten van een vaststellingsovereenkomst (vso) met een onder bewind gestelde werknemer is medewerking nodig van de bewindvoerder. Dit heeft de kantonrechter Almelo onlangs bepaald.

Wat was het geval?

Juridisch

De onder bewind gestelde werknemer kampte met verslavingsproblematiek. Hij was op 27 februari 2023 in dienst getreden bij de werkgever, maar is halverwege mei 2023 arbeidsongeschikt geworden vanwege genoemde verslavingsproblematiek. Partijen hebben een geschil over of de werkgever halverwege mei 2023 zijn arbeidsovereenkomst heeft opgezegd door hem niet meer op te roepen, dan wel dat zijn arbeidsovereenkomst is geëindigd door de op 19 juni 2023 gesloten vso. 

Niet of wel rechtsgeldig beëindigd?

De advocaat van de werknemer schrijft aan de werkgever dat de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is beëindigd omdat de bewindvoerder geen toestemming heeft gegeven voor het sluiten van de vso. De advocaat doet ook een beroep op het ontbreken van de vermelding van de wettelijke bedenktermijn van twee weken, waardoor de bedenktermijn drie weken bedraagt. De werkgever gaat hier niet overstag en stopt met loonbetaling. De zaak komt tot de rechter.

‘Goederen onder bewind’

De rechter geeft aan dat de uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende rechten zijn aan te merken als goederen die onder bewind staan. Artikel 1:438 lid 2 BW bepaalt dat tijdens het bewind de rechthebbende slechts met medewerking van de bewindvoerder of, indien deze niet meewerkt, met machtiging van de kantonrechter over de onder bewind staande goederen kan beschikken. Dat brengt met zich mee dat in dit geval de werknemer niet zonder medewerking van de bewindvoerder afstand kan doen van zijn rechten die uit de arbeidsovereenkomst voortvloeien. 

Aangezien de medewerking van de bewindvoerder ontbrak bij het sluiten van de vso, is deze ongeldig. Dit betekent dat het loon moet worden doorbetaald.

Bewindvoerder is formele procespartij

Dan is nog interessant de vraag wie in rechte betrokken moet worden bij een procedure met de onder bewind gestelde werknemer. Hier geldt in feite hetzelfde. Deze werknemer is op grond van artikel 1:441 BW niet bevoegd in de procedure op te treden. De bewindvoerder geldt namelijk als de formele procespartij. Wordt de bewindvoerder niet in de procedure betrokken, dan volgt een niet-ontvankelijkverklaring van het ontbindingsverzoek. 

Tip! Het is dus altijd handig om bij ontslag eerst het curatele- en bewindregister te checken!

Welke hulpmiddelen zijn fiscaal aftrekbaar en welke niet?

By nieuws

Sommige hulpmiddelen zijn fiscaal aftrekbaar als zorgkosten. De uitgaven hieraan moeten dan wel wegens ziekte of invaliditeit zijn gedaan. De Belastingdienst heeft eind 2023 duidelijk gemaakt wat voor de aftrek van hulpmiddelen de criteria zijn en heeft een en ander verduidelijkt met voorbeelden.

Hulpmiddelen

Medisch

Farmaceutische hulpmiddelen zijn aftrekbaar als ze zijn verstrekt op voorschrift van een arts. Daarnaast kunnen ook andere hulpmiddelen aftrekbaar zijn, mits ze voldoen aan een aantal voorwaarden.

Hoofdzakelijk gebruikt door zieken en invaliden

Die andere hulpmiddelen zijn alleen aftrekbaar als ze hoofdzakelijk door zieken en invaliden worden gebruikt. Hoofdzakelijk betekent hier minstens 70%. Is gebruik door een gezond persoon redelijkerwijs uitgesloten, dan is volgens de Belastingdienst aan dit criterium voldaan. Gebruiken gezonde mensen het hulpmiddel in de regel ook, dan is niet aan het criterium voldaan.

Twijfelpunt

Bij hulpmiddelen die zowel door zieke en invalide personen worden gebruikt als ook door gezonde personen, moet degene die de aftrek claimt aannemelijk maken dat het aantal gezonde personen minder dan 30% is. Uit de rechtspraak volgt dat in dat verband onder meer van belang is waarvoor het hulpmiddel ontworpen is, waar het te koop is en wat artsen erover verklaren.

Voorbeelden waar het duidelijk is

In een toelichting wordt aangegeven dat bijvoorbeeld een prothese niet gebruikt zal worden door een gezond persoon en daarom als hulpmiddel kan worden aangemerkt. Een hartslagmeter wordt daarentegen door zieke, maar ook door gezonde personen gebruikt. Het is niet aannemelijk dat het aantal gezonde personen minder dan 30% bedraagt en dus zal dit niet als hulpmiddel kwalificeren. 

Voorbeelden waar het minder snel duidelijk is

Tenslotte bestaat er een aantal hulpmiddelen waarbij dit niet bij voorbaat duidelijk is en dus aannemelijk gemaakt moet worden dat het aantal gezonde personen dat het betreffende hulpmiddel gebruikt minder dan 30% bedraagt. Gedacht kan worden aan een verhoogde driewieler. Die zal zowel gebruikt worden door mensen met een handicap, maar ook door gezonde personen die bang zijn om met een normale fiets te vallen. Hier is dus onder meer van belang waarvoor het hulpmiddel ontworpen is, waar het te koop is en wat artsen erover verklaren.

 

Nieuwe Milieulijst gepubliceerd

By nieuws

De Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft de nieuwe Milieulijst voor het jaar 2024 gepubliceerd. Voor bedrijfsmiddelen die op de Milieulijst staan, kunnen ondernemers in aanmerking komen voor een extra aftrek op grond van de milieu-investeringsaftrek (MIA) en/of voor extra afschrijvingen op grond van de Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil).

Milieulijst

Industrie

De Milieulijst bestaat uit een aantal categorieën bedrijfsmiddelen, variërend van mobiliteit tot voedselvoorziening en landbouwproductie. Per categorie zijn de bedrijfsmiddelen opgesomd die voor de MIA en/of Vamil in aanmerking komen. Ook is aangegeven welk percentage MIA u krijgt. De Milieulijst wordt jaarlijks vernieuwd.

Milieu-investeringsaftrek (MIA)

De MIA is een percentage van het investeringsbedrag dat op de winst in aftrek kan worden gebracht, naast de normale afschrijvingen. Het percentage bedraagt 27, 36 of 45%, afhankelijk van de mate waarin de overheid het bedrijfsmiddel wil stimuleren. 

Vamil

Via de Vamil kunt u versneld op milieuvriendelijke investeringen afschrijven. Dit kan tot 75% van het investeringsbedrag. Het gebruik van de Vamil is niet verplicht. Het is namelijk niet altijd voordelig om van de Vamil gebruik te maken, bijvoorbeeld in een jaar waarin u verlies lijdt.

Voorwaarden

De Milieulijst bevat ook de voorwaarden waaronder een bedrijfsmiddel voor de MIA of Vamil in aanmerking komt. Zo is de financiële tegemoetkoming soms beperkt tot gevallen waarin de terugverdientijd van het bedrijfsmiddel langer dan vijf jaar bedraagt.

De Milieulijst is hier te downloaden.

 

Grens startersvrijstelling overdrachtsbelasting omhoog

By nieuws

Als starter op de woningmarkt heb je, onder voorwaarden, recht op vrijstelling van de overdrachtsbelasting bij aankoop van een woning. De waarde van de woning moet dan wel onder een bepaald bedrag blijven. Dit bedrag is per 1 januari 2024 verhoogd naar € 510.000.

Startersvrijstelling

Woning

Om een beroep te kunnen doen op de startersvrijstelling van de overdrachtsbelasting moet de koper van de woning op het moment van levering bij de notaris tussen de 18 en 35 jaar oud zijn. Een andere voorwaarde is dat de koper de woning zelf voor langere tijd gaat bewonen. De koper moet dit ook verklaren bij de notaris.

Let op! Elke koper kan maar één keer gebruikmaken van de vrijstelling. Deed een koper al eerder een beroep op de vrijstelling, dan kan dat niet nog een keer. Ook niet als de koper op dat moment nog geen 35 jaar oud is.

Woningwaardegrens

De vrijstelling van de overdrachtsbelasting is alleen van toepassing als de waarde van de woning maximaal de woningwaardegrens bedraagt. Deze woningwaardegrens is al een paar keer verhoogd. In 2023 bedroeg deze woningwaardegrens € 440.000. Vanaf 1 januari 2024 is dit bedrag dus verhoogd naar € 510.000. 

Tip! Het is ook al bekend dat de woningwaardegrens vanaf 1 januari 2025 € 525.000 bedraagt.

Datum levering bij notaris bepalend

Voor de vrijstelling is de datum van levering van de woning bij de notaris bepalend. Op dat moment moet aan alle voorwaarden voor de vrijstelling voldaan zijn. Kocht u daarom in 2023 een woning met een waarde van bijvoorbeeld € 480.000? Dan is de vrijstelling overdrachtsbelasting niet van toepassing als de levering bij de notaris ook in 2023 plaatsvond, maar wel als de levering bij de notaris in 2024 plaatsvindt. Uiteraard moet dan wel aan alle ander voorwaarden van de startersvrijstelling zijn voldaan.

 

Controle plastictaks voorlopig opgeschort

By nieuws

De controle op de heffing op wegwerpplastic wordt per 1 januari 2024 opgeschort. Staatssecretaris Heijnen heeft de handhavende Inspectie Leefomgeving en Transport opgedragen de heffing vanaf 1 januari 2024 niet meer te handhaven. De heffing wordt voorlopig nog niet afgeschaft.

Ondernemer mag zelf beslissen

Snackbar

Het besluit van de staatssecretaris is het gevolg van een motie van de Tweede Kamer waarin werd opgeroepen de heffing op wegwerpplastic af te schaffen. Dat gebeurt nog niet, dat laat de staatssecretaris over aan een nieuw kabinet. In de praktijk kunnen winkeliers nu zelf beslissen of ze al dan niet een heffing in rekening brengen aan de klant.

Alternatieven

Ondernemers zijn sinds 1 juli 2023 wel verplicht een herbruikbaar alternatief aan de klant aan te bieden. Die verplichting blijft gewoon bestaan, net als de mogelijkheid voor de klant om zelf bekers of bakjes mee te nemen.

Europese doelstelling

De verplichte heffing was gegrond op de Europese doelstelling op basis waarvan Nederland in 2026 40% minder plastic wil weggooien ten opzichte van 2022. Ook die verplichting blijft bestaan.

Evaluatie

Ook de mogelijkheid om klanten wegwerkbekers en -bakjes te geven bij consumpties ter plaatse, wordt verruimd. Dit betreft verpakkingen met maximaal 5% plastic die bovendien ingezameld worden en gerecycled kunnen worden.

Let op! De heffingen op plastic worden in de loop van 2024 geëvalueerd.