All Posts By

admin

Geen betaalverzuimboetes bij regeling EU btw e-Commerce

By nieuws

(Buitenlandse) ondernemers die deelnemen aan de regeling EU btw e-Commerce, krijgen tot 1 juni 2024 geen betaalverzuimboetes opgelegd. Al opgelegde betaalverzuimboetes worden teruggedraaid en bezwaren tegen deze betaalverzuimboetes worden toegewezen.

Regeling EU btw e-Commerce

Overheid

De vrijwillige regeling EU btw e-Commerce is bedoeld om internationale afstandsverkopen en diensten aan particulieren binnen de EU makkelijker te laten verlopen. Dit was nodig, nadat op 1 juli 2021 de regels hieromtrent zijn gewijzigd. De btw voor afstandsverkopen is sinds die tijd verschuldigd in de lidstaat van aankomst van de goederen. De btw voor diensten aan particulieren kan in bepaalde gevallen ook verschuldigd zijn in een ander EU-land dan waar de ondernemer gevestigd is. De verkopende of dienstverlenende ondernemer kan de btw dan  rechtstreeks afdragen aan de betreffende lidstaat, maar de ondernemer kan er ook voor kiezen de aangiften en bijbehorende betalingen via zijn eigen Belastingdienst te laten verlopen. 

Problemen

Tot 1 juni 2024 is een tijdelijke noodspoor-voorziening ingevoerd om de regeling EU btw e-commerce te kunnen uitvoeren. Binnen dit noodspoor ontbreekt de mogelijkheid om betaalverzuimboetes geautomatiseerd op te leggen. Door uitvoeringsproblemen en de matige kwaliteit van de gegevens die de Belastingdiensten uit andere lidstaten aanleveren, worden er veelal ten onrechte betaalverzuimboetes opgelegd. De afhandeling hiervan plus de ertegen gerichte bezwaren, kosten onevenredig veel tijd. Deze problemen zullen naar verwachting bij implementatie van de structurele voorziening Hoofdspoor waarmee de regeling EU btw e-commerce vanaf uiterlijk 1 juni 2024 wordt uitgevoerd., zijn opgelost.

Alleen naheffing

Bij niet of onvolledige betaling of bij toepassing van het verkeerde btw-tarief of betaling van het verkeerde btw-bedrag, is daarom besloten tot 1 juni 2024 geen betaalverzuimboetes op te leggen, maar alleen een naheffingsaanslag. Ook bij te late betalingen volgt geen betaalverzuimboete. Ondernemers die geen bezwaar hebben gemaakt, ontvangen bericht dat de boete komt te vervallen. Al ingediende bezwaren worden toegekend. 

Let op! Als de Belastingdienst met betrekking tot deze regeling weer betaalverzuimboetes op gaat leggen, wordt dit vier tot zes maanden van tevoren bekendgemaakt.

Let op! Als opzettelijk geen of te weinig btw is afgedragen, volgt er wel een vergrijpboete.

Meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk?

By nieuws

Er is een wetsvoorstel Vereenvoudiging banenafspraak en quotumregeling ingediend bij de Tweede Kamer. Deze wet moet werkgevers over de streep trekken waar het gaat om het aannemen van mensen met een arbeidsbeperking.

Banenafspraak

Parkeerplaats invalide

De banenafspraak is in 2013 gemaakt door kabinet en vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers. Zij spraken af te zorgen voor 125.000 extra banen bij gewone werkgevers voor mensen met een arbeidsbeperking. Dat aantal willen ze in 2026 bereiken. Eind 2022 stond de teller op ruim 81.000 banen. 

Structurele LKV

Neemt een werkgever iemand aan uit de doelgroep van de banenafspraak, dan bestaat er recht op een loonkostenvoordeel (LKV). Dit voordeel bedraagt momenteel € 1,01 per gewerkt uur en maximaal € 2.000 per werknemer op jaarbasis. Dit LKV is momenteel gemaximeerd op drie jaar. De bedoeling is om dit structureel te maken. Ook hoeven werkgevers en werknemers geen speciale verklaring meer aan te vragen bij UWV om in aanmerking te komen voor het LKV, wat een administratieve lastenverlichting oplevert. De beoogde ingangsdatum is 2025.

Dezelfde banenafspraak voor overheid en bedrijfsleven

Momenteel hebben de overheid en het bedrijfsleven aparte quota die ze moeten halen om uiteindelijk de 125.000 extra banen te realiseren. De bedoeling is nu te komen tot één banenafspraak, zodat het niet meer uitmaakt bij welke werkgever iemand werkt. De overheid loopt momenteel achter bij het realiseren van genoeg banen. Daarom moeten overheidswerkgevers eerst meer banen creëren, voordat dit onderscheid tussen de markt en de overheid verdwijnt.

Quotumregeling

De banenafspraak kent als stok achter de deur een quotumregeling voor als werkgevers het afgesproken aantal banen niet realiseren. Slagen ze hier niet in, dan volgt een heffing. Deze quotumregeling is echter herhaalde malen uitgesteld en nog steeds niet ingevoerd. In de nieuwe wet blijft de quotumregeling bestaan. 

Tip! Werkgevers die goed scoren binnen de quotumregeling krijgen een bonus in de vorm van een hogere LKV-vergoeding.

Let op! Het betreft een wetsvoorstel en moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd.

Extra lastenverzwaringen dga op komst

By nieuws

Als het aan de Tweede Kamer ligt, krijgt de dga de komende tijd te maken met forse extra lastenverzwaringen. Hiertoe is via amendementen een aantal ingrijpende wijzigingen aangebracht op de wetsvoorstellen van het Belastingplan 2024.

Let op! Het Belastingplan 2024 moet nog door de Eerste Kamer worden geaccordeerd.

Verhoging tweede tarief box 2

Bril

Onder andere uitgekeerd dividend wordt in box 2 belast, maar ook verkoopopbrengsten van de aandelen. Het huidige tarief in box 2 bedraagt 26,9%. Dit wordt vanaf 2024 vervangen door twee tarieven: een tarief van 24,5% over de eerste € 67.000 (voor partners het dubbele) van het inkomen en 31% over het meerdere van het inkomen in box 2. Dit laatste tarief wordt nu op voorstel van de Tweede Kamer verhoogd naar 33%

Let op! De nieuwe tarieven gaan ook gelden voor winsten die in het verleden in de bv zijn gehaald en pas in de toekomst worden uitgekeerd naar privé.

Let op! Meestal heeft de dga het betalen van belasting in box 2 zelf in de hand, namelijk door wel of geen dividend uit te keren. Ingeval van overlijden wordt echter een fictieve verkoop van de aandelen ineens in aanmerking genomen. Bij enige waarde zal daarbij al snel moeten worden afgerekend tegen 33%.

Grens excessief lenen verlaagd

Een andere voorgestelde wijziging betreft de grens inzake excessief lenen bij de eigen bv. Sinds dit jaar, 2023, mag een dga nog maar maximaal onbelast € 700.000 lenen bij zijn eigen bv. Leent hij meer, dan moet hij hierover belasting betalen in box 2. De Tweede Kamer heeft besloten voor het jaar 2024 de grens te verlagen naar € 500.000. Dit betekent dat dga’s, die nu uitgaan van € 700.000, volgend jaar onder deze € 500.000-grens moeten zien te komen om belasting in box 2 over het meerdere te voorkomen. 

Dividend uitkeren of niet?

Er kunnen vele redenen zijn om wel of juist geen dividend in 2023 uit te keren, bijvoorbeeld ten aanzien van de beschikbaarheid van liquide middelen om verschuldigde belasting te voldoen. Als het puur fiscaal-financieel wordt beoordeeld, hangt het antwoord op de vraag of het uitkeren van dividend in 2023 raadzaam is of niet, met name af van het verwachte rendement op het vermogen en de periode waarmee belastingheffing kan worden uitgesteld. Grofweg kunnen daarom de volgende uitgangspunten worden gehanteerd:

  • Voor zover vanaf 2024 dividend kan worden uitgekeerd tegen 24,5%, is het altijd voordeliger om in 2023 geen dividend uit te keren.
  • Als de verwachting is dat toekomstige heffing tegen het hogere tarief van 33% onvermijdelijk is, is het uitkeren van dividend in 2023 voordeliger naarmate het verwachte rendement lager is en de uitstelperiode korter. Maar ook bij een hoog verwacht rendement en een relatief korte uitstelperiode (bijvoorbeeld een dga met een korte levensverwachting) is het uitkeren van dividend in 2023 doorgaans voordeliger.

Er zijn situaties waarin het onvermijdelijk is om in de toekomst af te rekenen tegen het hoge tarief. Dit speelt bijvoorbeeld bij bv’s waarin jaarlijks een nettorendement wordt gemaakt dat al meer is dan de grens van het lage box 2-tarief (€ 67.000 of het dubbele bij partners) en/of waarin de bv al zo veel opgepot vermogen heeft dat het vele jaren gaat duren alvorens dit via een jaarlijkse dividenduitkering tegen het lage tarief wordt uitgekeerd.

Partners opgelet!

Er is een lichtpuntje als u een fiscale partner heeft. Inkomsten in box 2 mag u namelijk onderling verdelen en worden dan bij de partner voor zijn of haar aandeel belast. 

Dividend uitkeren

Dga’s die op bovengenoemde maatregelen willen en kunnen anticiperen, zullen wellicht overwegen om nog dit jaar fors dividend uit te keren. Er wordt dan aanzienlijk minder belasting betaald, zoals uit onderstaand voorbeeld blijkt.

Voorbeeld
Dividenduitkering € 1.000.000
Belasting 2023: 26,9% x € 1.000.000 = € 269.000
Belasting 2024: 24,5% x € 67.000 + 33% x € 933.000 = € 16.415 + € 307.890 = € 324.305
Verschil: € 324.305 -/- € 269.000 = € 55.305

Mogelijke spelbreker box 3

Het bovenstaande wordt wellicht minder interessant als het uitgekeerde dividend niet direct besteed wordt. Het is dan namelijk belast in box 3, waar vanaf 2024 een tarief gaat gelden van maar liefst 36%. Ook dit tarief is op initiatief van de Tweede Kamer extra verhoogd; het kabinet had een voorstel gedaan voor een verhoging naar 34%. 

Let op! U betaalt dit tarief overigens over een verondersteld rendement, aangezien er nog steeds geen definitief voorstel ligt om kapitaalinkomsten te belasten tegen het werkelijke rendement. 

Tips dividend en box 3

Wilt u voorkomen dat het netto dividend meetelt in box 3, dan kunt u nog aan de volgende maatregelen denken:

  • U kunt ervoor kiezen de dividenduitkering pas vlak voor de jaarwisseling te plannen, maar het nettodividend pas te betalen na de jaarwisseling. Voor box 3 wordt het vermogen gepeild op 1 januari. De vordering die u heeft op de bv valt echter niet in box 3, maar in de regeling van het ter beschikking stellen van vermogen (box 1). U moet over een paar dagen rente berekenen en aangeven in box 1, maar dat is allicht minder dan de heffing in box 3. Vanaf 2025 telt het vermogen uiteraard wel mee voor box 3, voor zover nog niet besteed.
  • U kunt ook besluiten het nettodividend direct weer in de bv terug te storten als agio. Daarmee verhoogt u de verkrijgingsprijs van uw box 2-aandelen en voorkomt u heffing in box 3 zolang u wilt. Uiteraard is het rendement dat de bv behaalt met dit extra vermogen wel belast met vennootschapsbelasting en toekomstige box 2-heffing. Het storten van agio kan plaatsvinden zonder inschakeling van een notaris. Wilt u de storting in de toekomst onbelast uit de bv halen, dan is daarvoor wél de gang naar de notaris noodzakelijk. Deze agiostorting kan met name interessant zijn voor bv-structuren waarbij een goede solvabiliteit noodzakelijk of wenselijk is. Met de agiostorting wordt het eigen vermogen immers weer versterkt.

Tip! Overleg tijdig met uw adviseur hoe u het beste kunt inspelen op alle wijzigingen. Wij adviseren u graag, dit blijft namelijk maatwerk. 

Werken vanuit uw woning, privépand of zakelijk?

By nieuws

Als u als ondernemer werkt vanuit uw eigen privéwoning, is het onder voorwaarden mogelijk deze woning tot het ondernemingsvermogen te rekenen. Om van die voorwaarden af te kunnen wijken, moet aantoonbaar zijn dat er sprake is van een bijzondere omstandigheid.

Keuzevermogen

Woning

Een bedrijfsmiddel dat u zowel privé als zakelijk gebruikt, bijvoorbeeld een computer, behoort tot het zogenaamde keuzevermogen. Gebruikt u het bedrijfsmiddel minder dan 10% zakelijk, dan moet u het tot uw privévermogen rekenen. Gebruikt u het juist voor meer dan 90% zakelijk, dan moet u het tot uw ondernemingsvermogen rekenen. In alle overige situaties mag u in principe kiezen.

Woning als ondernemingsvermogen?

Onlangs kwam een zaak voor het gerechtshof in Arnhem, waarbij de vraag centraal stond wanneer een woning als ondernemingsvermogen kan worden aangemerkt. In deze zaak wilde een tandarts de privéwoning als ondernemingsvermogen aanmerken. De tandarts gebruikte echter slechts een klein deel van de privéwoning zakelijk, namelijk 7,75%. Hierdoor valt de woning in principe onder het privévermogen.

De tandarts voerde aan dat de privéwoning toch als ondernemingsvermogen mocht worden aangemerkt, omdat er sprake was van bijzondere omstandigheden. De tandarts kon vanuit de privéwoning twee andere praktijkpanden binnen een half uur bereiken, hetgeen een vereiste volgens de beroepsregels is. Bovendien gebruikte de tandarts de garage voor het stallen van de zakenauto.

Zakelijke garage niet onderbouwd

Het Hof was met de inspecteur van mening dat de woning verplicht als privévermogen moest worden aangemerkt. Het gebruik van de garage was namelijk op geen enkele manier onderbouwd en dus was het zakelijke gebruik ervan niet aannemelijk. Dit betekende dat aantoonbaar slechts 7,75% van de woning zakelijk werd gebruikt.

Reistijd geen bijzondere omstandigheid

Dat door de aanschaf van de woning de reistijd naar beide praktijkpanden beperkt bleef tot een half uur, was volgens het Hof geen bijzondere omstandigheid die betekende dat de woning als ondernemingsvermogen kon worden aangemerkt. De woning die voorheen door de tandarts bewoond werd, lag namelijk nog dichterbij beide praktijkpanden, zodat het verhuizen naar de nieuwe woning kennelijk door persoonlijke motieven was ingegeven. 

Aanpassen bestelauto riskante zaak

By nieuws

Als u als ondernemer een bestelauto koopt, betaalt u onder voorwaarden minder bpm en minder wegenbelasting. Daarbij is wel van belang dat u de bestelauto na aankoop niet aanpast, anders loopt u het risico dat deze voordelen verloren gaan.

Bijrijdersbank verplaatst

Bestelauto

In een zaak die was voorgelegd aan de Hoge Raad had een stoffeerder een bestelauto gekocht en na aankoop de dubbele stoel naast de bestuurder verplaatst naar de laadruimte. Bij een controle stelde de inspecteur vast dat er daardoor niet langer sprake was van een bestelauto. Dit leverde een naheffing wegenbelasting plus boete op.

Personenvervoer ondergeschikt

De stoffeerder stapte hierop naar de rechter en stelde dat hij de dubbele stoel juist verplaatst had om zodoende langere rollen tapijt te kunnen vervoeren. Het personenvervoer bleef dus ondergeschikt aan het vervoer van goederen en daarom zou het verplaatsen van de dubbele stoel geen invloed moeten hebben op de te betalen wegenbelasting.

Vlakke laadvloer

De Hoge Raad ging niet in deze redenering mee. Wettelijk zijn immers bepalingen vastgelegd voor bestelauto’s, waaronder de aanwezigheid van een vlakke laadvloer. Door de dubbele stoel was hiervan geen sprake meer. Volgens de Hoge Raad dulden deze bepalingen geen uitzonderingen en dus bleef de naheffing in stand. 

 

Hogere kinderbijslag, verdere beperking inflatiecorrectie

By nieuws

Het kabinet trekt op verzoek van de Tweede Kamer volgend jaar € 250 miljoen extra uit voor een verhoging van de kinderbijslag. Om dit te financieren, wordt de inflatiecorrectie verder beperkt. Hierdoor gaat onder meer iemand die in het toptarief in box 1 valt, meer inkomstenbelasting betalen.

Dekking verhoging kinderbijslag

Belastingdienst

Om dekking van de extra uitgaven van € 250 miljoen te bereiken, wordt zoals gezegd de inflatiecorrectie verder beperkt. Deze verdere beperking van de inflatiecorrectie komt bovenop de al ingevoerde beperking voor de tweede tariefschijf in box 1. Dit betekent dat het toptarief van 49,5% voor 2024 al geldt vanaf een inkomen van € 75.549 in plaats van € 75.624. 

Doorwerking heffingskortingen

De beperking van de inflatiecorrectie werkt ook door in de heffingskortingen. Zo gaat de algemene heffingskorting in 2024 geen € 3.374 bedragen, maar € 3.366. Ook vrijwel alle andere bedragen in de inkomstenbelasting worden door de beperking niet volledig gecompenseerd voor de inflatie.

Doorwerking toeslagen

Daarnaast valt door de beperking de vermogenstoets voor de toeslagen lager uit. Dit betekent dat personen met vermogen volgend jaar minder snel voor toeslagen in aanmerking zullen komen.

Let op! De wijziging is voorgesteld op initiatief van de Tweede Kamer. Echter ook de Eerste Kamer moet nog met de voorgestelde wijzigingen instemmen.

 

Voorgenomen wijzigingen bedrijfsopvolgingsregeling aangepast

By nieuws

Eerder was al bekend dat de bedrijfsopvolgingsregeling en de doorschuifregeling bij schenken en overlijden gaan wijzigen. Een aantal van de door het kabinet voorgestelde wijzigingen is door de Tweede Kamer echter weer aangepast. Wat betekent dit?

Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en doorschuifregeling (DSR)

Handen schudden

De BOR en de DSR zijn belangrijke fiscale faciliteiten bij het schenken of erven van een bedrijf. Op Prinsjesdag 2023 heeft het kabinet een wetsvoorstel ingediend waarin de BOR en DSR op een aantal punten met ingang van 2024 en 2025 worden gewijzigd. De Tweede Kamer heeft bij de stemming over het wetsvoorstel amendementen aangenomen die dit wetsvoorstel op een aantal punten aanpast.

Verhoging vrijstellingspercentage BOR

Op Prinsjesdag 2023 is voorgesteld om het bedrag dat per 2025 voor de BOR voor 100% is vrijgesteld, te verhogen van € 1.205.871 in 2023 naar € 1.500.000 in 2025. Voor het meerdere was een verlaging gepland van 83% tot en met 2024 naar 70% vanaf 2025. De Tweede Kamer heeft dit laatste percentage van 70 verhoogd naar 75%.

Vervallen verplichte registratie bij grondkamer

In het wetsvoorstel is tevens opgenomen dat aan derden verhuurde onroerende zaken vanaf 2024 niet meer in aanmerking voor de BOR en DSR. Alleen landbouwgrond dat in het kader van voor teelten noodzakelijke vruchtwisseling verpacht wordt, wordt hiervan uitgezonderd. Hierbij zou een stringente voorwaarde gaan gelden dat de pachtovereenkomst geregistreerd moet zijn bij de grondkamer. De Tweede Kamer heeft deze voorwaarde laten vervallen.

Let op! Om voor de uitzondering in aanmerking te komen moet wel sprake zijn van een schriftelijke pachtovereenkomst en van een voor de teelt noodzakelijke vruchtwisseling.

DSR en BOR voor oude familiebedrijven

Bij oude familiebedrijven die van generatie op generatie overgaan, kan het voorkomen dat de aandelen in het familiebedrijf per persoon dusdanig klein zijn geworden dat toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten en de DSR niet mogelijk is. De Tweede Kamer vindt dit ongewenst en wil dat deze oude familiebedrijven toegang hebben tot de BOR en DSR. In een door de Tweede Kamer aangenomen amendement wordt daarom geregeld dat de voorwaarde die in bepaalde situaties geldt van een minimaal belang van 0,5% niet geldt als de verkrijger een bloed-of aanverwant is in de neergaande lijn (een kind, kleinkind, achterkleinkind et cetera).

Let op! Het staat nog niet vast dat de aanpassingen van de Tweede Kamer ook worden ingevoerd. Zo moet de Eerste Kamer nog stemmen over het wetsvoorstel. Daarnaast zouden, na de installatie van de nieuwe Tweede Kamer en een nieuw kabinet, de plannen ook weer kunnen worden aangepast.

 

Doorbetalen reiskosten tijdens corona ook zonder onvoorwaardelijk recht?

By nieuws

Tijdens de coronacrisis konden werkgevers onder voorwaarden de reiskosten van hun personeel voor woon-werkverkeer doorbetalen, ook als er geheel of gedeeltelijk thuis werd gewerkt. Was dit alleen mogelijk als er een onvoorwaardelijk recht op de reiskostenvergoeding bestond?

Reiskosten tijdens corona

Navigatie

Vanwege de coronapandemie werkten veel werknemers geheel of gedeeltelijk thuis. Met name om de administratieve gevolgen te beperken werd goedgekeurd dat vaste onbelaste reiskostenvergoedingen voor het woon-werkverkeer doorbetaald konden worden alsof het reispatroon niet was veranderd. Een belangrijke voorwaarde was dat het vaste vergoedingen moest betreffen die al vóór 13 maart 2020 door de werkgever waren toegekend.

Onvoorwaardelijk recht?

Rechtbank Gelderland moest zich buigen over de vraag of deze verruiming betekende dat er vóór 13 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht op de vergoeding moest bestaan. Volgens de rechtbank is dit niet uit de besluiten inzake de reiskostenvergoedingen af te leiden.

Keuze

De rechtbank is van mening dat slechts bepaald is dat bij een keuze van de werknemer voor een reiskostenvergoeding, zoals in een cafetariasysteem, deze keuze vóór 13 maart 2020 gemaakt moest zijn. Omdat deze voorwaarde met terugwerkende kracht is ingevoerd, is deze bepaling volgens de rechtbank echter niet rechtsgeldig.

Akkoord met uitruil tegen kostenvergoeding

In de onderhavige zaak hadden de betreffende werknemers bovendien al in het voorafgaande jaar aangegeven akkoord te gaan met een uitruil van loon tegen een reiskostenvergoeding. Dat de werknemers hiervan af konden zien, deed er volgens de rechtbank niet aan af dat de werkgever hieraan vastzat, als de werknemers hiervoor zouden kiezen. Voor de werkgever was er in dat geval toch al sprake van een onvoorwaardelijk recht van de werknemer. De inspecteur werd dan ook in het ongelijk gesteld en de naheffing van ruim € 250.000 met boete kwam dan ook te vervallen.

 

Rente op derdenrekening notaris van invloed op aftrekbare btw?

By nieuws

Als een notaris rente ontvangt op een derdenrekening, wordt hierover geen btw berekend. Het gevolg hiervan is dat niet alle door de notaris betaalde btw voor hem aftrekbaar is. Het aftrekbare bedrag moet namelijk worden bepaald op basis van alle belaste en vrijgestelde prestaties die de notaris verricht.

Derdenrekening

Euro

Bij transacties tussen partijen waaraan een notaris te pas komt, wordt vaak gebruikgemaakt van een zogenaamde derdenrekening. Via deze bankrekening kan de notaris tot betaling overgaan wanneer de transactie succesvol is verlopen, zodat partijen geen risico lopen op wanbetaling. De rente op een dergelijke rekening hoeft niet aan belanghebbenden te worden doorbetaald als de gelden zeer kort op de rekening hebben gestaan.

Invloed op aftrekbare btw?

Het gerechtshof Amsterdam boog zich over de vraag of de rente die op een derdenrekening wordt verkregen, van invloed is op de af te trekken btw. Het gerechtshof vond van wel, omdat de rente een onderdeel is van de economische activiteit waarvoor de derdenrekening is gebruikt. 

Bijkomstige activiteit?

Het Hof ging ook niet mee in de redenering dat er sprake zou zijn van een bijkomstige activiteit. Alleen al het feit dat de ontvangen rente meer dan € 100.000  bedroeg, is hiervoor volgens het Hof al een reden. Bovendien vormt het aanhouden van gelden op de derdenrekening een rechtstreeks, duurzaam en noodzakelijk verlengstuk van de belastbare activiteit, aldus het Hof.

Pro rata berekening aftrek

Gelet op het bovenstaande moet de aftrekbare btw pro rata worden berekend. Het aandeel van de vrijgestelde omzet, in casu de rente op de derdenrekening, ten opzichte van de belaste omzet, bepaalt dus welk deel van alle betaalde btw niet in aftrek kan worden gebracht.

 

Bv kan vanaf 1 januari 2024 digitaal opgericht

By nieuws

Vanaf 1 januari 2024 wordt het mogelijk om volledig digitaal een bv op te richten. Er is daarbij geen fysieke tussenkomst van een notaris meer nodig.

Het platform waar dit geregeld kan worden was al een tijd klaar. Het wachten was op goedkeuring van de wet en het bekend worden van de datum voor het eerste gebruik.

Betrouwbaarheid

Computer

Het digitaal oprichten van een bv betekent concreet dat alle procedures digitaal verlopen. Het opstellen van de notariële aktes, de identificatie en ondertekening verlopen dus volledig digitaal. Om fraude tegen te gaan zullen hierbij de hoogste betrouwbaarheidsniveaus worden toegepast.

Europese richtlijn

Het digitaal op kunnen richten van een bv vloeit voort uit een Europese richtlijn gericht op het eenvoudiger oprichten van een bv. Notarissen zullen worden voorbereid op de komende wijzigingen – cursussen, bijeenkomsten en een kennisbank – om zo ook hun cliënten te kunnen helpen bij het digitaal oprichten van een bv.