All Posts By

admin

Advieswijzer Stimuleringsregelingen voor innovatie 2023

By nieuws

Innovatie is het sleutelwoord voor de toekomst, want stilstand is achteruitgang. Niet voor niets stimuleert de overheid bedrijven die innoveren met allerlei stimulerings- en financieringsregelingen. Bent u benieuwd of innovatie ook voor uw onderneming loont?

Wat is innovatie?

Microscoop

Als ondernemer bent u op zoek naar mogelijkheden om de toegevoegde waarde van uw bedrijf te vergroten. U denkt na over hoe u producten, diensten en processen kunt verbeteren en vernieuwen. U speelt in op nieuwe vragen vanuit de markt. Want op die manier bent u succesvol, doen klanten graag zaken met u en heeft de concurrent het nakijken.

Een rondje op internet leert ons dat innovatie gelijkstaat aan vernieuwing. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is het begrip innovatie te omschrijven als: alle activiteiten die gericht zijn op vernieuwing in een bedrijf. Innovaties kunnen volgens het CBS zowel technologisch als niet-technologisch van aard zijn. Bij technologische innovatie gaat het om het vernieuwen dan wel sterk verbeteren van producten, diensten of de processen waarmee producten en diensten worden voortgebracht. Van niet-technologische innovatie is bijvoorbeeld sprake bij vernieuwingen in de organisatie.

WBSO voor speur- en ontwikkelingswerk

Een van de belangrijkste fiscale stimuleringsregelingen voor innovatie is de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO). Met de WBSO kunt u de loonkosten voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O) binnen uw bedrijf verlagen, maar ook de overige S&O-kosten en -uitgaven.

Ook als zelfstandig ondernemer kunt u gebruikmaken van de WBSO. U moet dan wel minimaal 500 uren per jaar besteden aan S&O.

Welke projecten komen in aanmerking?

Onder de WBSO vallen twee soorten projecten:

  • ontwikkeling van technisch nieuwe (onderdelen van) fysieke producten, fysieke productieprocessen of programmatuur;
  • technisch-wetenschappelijk onderzoek.

Werkgevers kunnen een afdrachtvermindering van loonbelasting krijgen voor werknemers die (gekwalificeerd) S&O-werk verrichten. Een ondernemer die S&O-werk verricht, kan de aftrek speur- en ontwikkelingswerk toepassen. Aftrek of afdrachtvermindering kan echter alleen als de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) een S&O-verklaring heeft afgegeven. Als werkgever kunt u maximaal vier keer per jaar een digitale WBSO-aanvraag indienen. Bent u zelfstandig ondernemer, dan geldt dit maximum niet.

U kunt uw aanvraag uiterlijk de dag voorafgaand aan de aanvraagperiode indienen. Start uw aanvraagperiode op 1 mei? Dien uw aanvraag dan uiterlijk 30 april in. Hierop is één uitzondering: start de aanvraagperiode op 1 januari, dan moet u uw aanvraag uiterlijk 20 december het jaar ervoor indienen.  U mag vier keer per jaar een aanvraag indienen.
Bent u een zelfstandig ondernemer zonder personeel? Dan start de aanvraagperiode vanaf de datum dat u de aanvraag indient tot het einde van het kalenderjaar.

Let op! De uiterste termijnen voor het indienen van een aanvraag voor de WBSO in 2023 zijn:
– 30 september 2023 voor ondernemers die werknemers in dienst hebben (u wilt WBSO aanvragen voor het laatste kwartaal van 2023);
– 30 september 2023 voor zelfstandigen (u wilt WBSO aanvragen voor 2023).

Door de samenvoeging van de RDA (Research & Developmentaftrek) met de WBSO moet u als werkgever (S&O-inhoudingsplichtige) bij de eerste WBSO-aanvraag voor 2023 aangeven of u kiest voor het werkelijke bedrag aan kosten en uitgaven of voor een forfaitair bedrag.

Wat levert het op?

De S&O-afdrachtvermindering bedraagt in 2023 32% van de totaal gemaakte S&O-(loon)kosten en uitgaven voor zover deze niet meer bedragen dan € 350.000, en 16% over het meerdere. Er geldt geen maximum voor de S&O-afdrachtvermindering.

De S&O-aftrek voor de ondernemer bedraagt in 2023 € 14.202. Omdat de RDA als zelfstandige innovatieregeling is komen te vervallen, is hiervoor ook geen aanvullende S&O-aftrek meer mogelijk in de inkomstenbelasting.

Is de verschuldigde loonheffing in een aangiftetijdvak niet voldoende om een evenredig deel van de S&O-afdrachtvermindering te kunnen verrekenen, dan mag u een restant verrekenen met andere aangiftetijdvakken die vallen in het kalenderjaar waarop de S&O-verklaring betrekking heeft.

Extra budget voor startende ondernemingen

Werkgevers die als starter worden aangemerkt, krijgen een S&O-afdrachtvermindering van 40% in plaats van 32% over de eerste € 350.000 van de totale S&O-(loon)kosten en uitgaven. Startende zelfstandigen krijgen een extra S&O-aftrek van € 7.106.

S&O-administratie

U bent verplicht om een S&O-administratie bij te houden van de uitvoering van uw projecten. Uit deze administratie moet blijken welke S&O-werkzaamheden zijn verricht en hoeveel tijd daaraan is besteed. De bewaartermijn van de administratie is zeven jaar. Heeft u bij de eerste WBSO-aanvraag voor 2023 gekozen voor ‘werkelijke kosten en uitgaven’ en niet voor een forfaitair bedrag, dan moet u ook hiervoor een administratie bijhouden. Binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar moet u het aantal gerealiseerde S&O-uren en de eventuele werkelijk gemaakte kosten en uitgaven per S&O-verklaring melden aan RVO.nl.

Alle informatie over de WBSO vindt u terug op de website www.rvo.nl.

Innovatiebox in de vennootschapsbelasting

Heeft u voor uw eigen innovatie een S&O-verklaring ontvangen en onderneemt u in de vennootschapsbelasting, dan is de innovatiebox wellicht interessant voor u. De winsten die u maakt met innovatieve activiteiten kunt u onderbrengen in de innovatiebox. U betaalt dan aanzienlijk minder belasting: in plaats van het maximale belastingtarief van 25,8% geldt een effectief tarief van 9%. De voorwaarden zijn streng en er geldt een boxdrempel. U kunt elk jaar beslissen of u gebruik gaat maken van de innovatiebox.

U heeft alleen toegang tot de innovatiebox als u beschikt over een S&O-verklaring. Grote bedrijven (netto(groeps)omzet € 250 miljoen of meer in vijf jaar en bruto voordelen uit innovatieve activa van € 37,5 miljoen in vijf jaar) hebben naast een S&O-verklaring nog een tweede toegangsticket nodig (bijvoorbeeld een octrooi).

Nexusbenadering

De Nexusbenadering betekent kort gezegd een beperking als u (een deel van) de S&O-activiteiten uitbesteedt aan een verbonden lichaam, oftewel een ander bedrijfsonderdeel. De voordelen die aan dit uitbestede deel zijn toe te rekenen, komen niet voor de innovatiebox in aanmerking.

Forfaitaire regeling

Kunt u de innovatiebox toepassen, dan mag u ook kiezen voor een forfaitaire regeling. Deze houdt in dat u 25% van uw totale winst mag aanmerken als voordeel voor de innovatiebox. De forfaitaire regeling kent een maximum van € 25.000. U kunt maximaal drie jaar gebruikmaken van deze forfaitaire regeling.

Financieringsregelingen voor innovatie

De ontwikkeling van nieuwe producten, diensten en processen is duur. Heeft u een innovatief idee, maar beschikt uw bedrijf niet over de benodigde financiële middelen, dan biedt wellicht het Innovatiekrediet voor u uitkomst. Hiermee kunnen veelbelovende innovatietrajecten worden gefinancierd. Het is een risicodragend krediet. Tot 2022 varieerde de rente van 7 tot 10%, afhankelijk van het risicoprofiel en het type ontwikkelingsproject. Vanaf 2022 geldt een nieuwe rentestructuur voor terugbetaling van het Innovatiekrediet. Deze bestaat uit rente plus een vaste opslag over het vastgestelde krediet. Het rentepercentage voor 2023 is 3% samengestelde rente. Daarbij komt een eenmalige vaste opslag van 15% voor technische projecten en 25% voor klinische projecten. Over deze opslag betaalt u géén rente. De aanpassing van de structuur is per 1 januari 2022 ingegaan voor nieuwe aanvragen.

Verhogingsaanvragen voor kredieten die voor 1 januari 2022 zijn toegekend, behouden de oorspronkelijke rentestructuur. Ook voor Innovatiekredieten die tot 31 december 2021 zijn toegekend, blijft de oude rentestructuur van kracht. De nieuwe rentestructuur is met name gunstig voor langlopende kredieten. Betaalt u een krediet echter snel terug, dan betaalt u per saldo meer dan vóór 2022.

Garantiestelling

Er zijn meer financiële regelingen vanuit de overheid. Om uw toegang tot kredieten te vergemakkelijken, biedt de overheid diverse garantieregelingen. Door de garantiestelling zal een kredietverstrekker eerder bereid zijn u een lening te verstrekken. Beschikt u als innovatieve ondernemer over een S&O-verklaring, dan biedt de overheid binnen de regeling Borgstelling MKB Kredieten (BMKB) een aanvullende garantieregeling. In de reguliere regeling betreft het borgstellingskrediet 50% van het krediet dat de bank verstrekt. De borg van de overheid bedraagt 90% van dit borgstellingskrediet.

De BMKB is verruimd tot en met 1 juli 2023. Bedrijven met een kredietbehoefte tot € 266.667 kunnen driekwart financieren met BMKB-krediet en dus niet op maximaal de helft van de kredietverstrekking. Verder is het maximum van het BMKB-krediet tijdelijk verhoogd van € 1 miljoen naar € 1,5 miljoen. 

Ook is de BMKB verruimd voor investeringen inzake verduurzaming, de BMKB-G (Groen). Deze verruiming is bedoeld voor mkb-ondernemingen met hooguit 250 personeelsleden. Met deze verruiming is de omvang van het borgstellingskrediet in de BMKB verhoogd van 50% naar 75% van het kredietbedrag. De regeling is toepasbaar op:

  • Bedrijfsmiddelen die zijn opgenomen in de Energielijst
  • Overige middelen verbonden aan energie-investeringen (maximaal aandeel 50%)
  • De aanpassing of vervanging van bedrijfspanden naar tenminste Label C

Subsidieregelingen voor innovatie

Naast subsidies in de vorm van fiscaal voordeel of krediet zijn er ook subsidies in de vorm van een financiële bijdrage. Er zijn subsidies voor onderzoek en ontwikkeling, subsidies voor samenwerking en innovatie, subsidies die speciaal voor uw branche gelden en provinciale subsidies voor innovatie. Voor meer informatie over subsidies kunt u naast www.rvo.nl ook terecht op www.ondernemersplein.nl.

Voor als het u duizelt

In het voorgaande hebben wij een aantal regelingen voor u op het gebied van innovatie op een rij gezet. Maar er zijn nog zo veel meer! Wij kunnen ons voorstellen dat u wel wilt innoveren, maar dat u niet precies weet welke mogelijkheden u heeft en welke stappen u moet nemen. Bovendien moet u erop bedacht zijn dat het gaat om veelal ingewikkelde regelingen met vaak een beperkt budget. Win daarom informatie bij ons in. Wij helpen u graag verder!

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

Ondanks coronasluiting toch gebruikersheffing OZB

By nieuws

Als u een zakelijk onroerend goed gebruikt, kunt u een aanslag gebruikersheffing voor de OZB tegemoet zien. Een ondernemer die zijn restaurant vanwege corona niet mocht openen, kreeg toch een aanslag gebruikersheffing. Rechtbank Oost-Brabant vindt dit terecht.

Gebruikersheffing OZB

Horeca

Aan de eigenaren van een pand wordt een eigenarenheffing OZB opgelegd. Daarnaast kan de gebruiker van een bedrijfspand een gebruikersheffing OZB opgelegd krijgen. Wie een bedrijfspand bezit en het zelf gebruikt, krijgt dus zowel de aanslag voor de eigenaar als voor de gebruiker. Voor woningen geldt alleen de eigenarenheffing.

Gesloten vanwege corona

Een exploitant van een restaurant kreeg een aanslag gebruikersheffing OZB opgelegd voor het door hem gehuurde restaurant. Hij vond dit onterecht, want op de peildatum voor de gebruikersheffing, 1 januari 2021, mocht hij het restaurant vanwege corona niet openen. De inspecteur wees zijn bezwaar af, waarna de zaak voor de rechtbank kwam.

Geen afhaalmaaltijden

De rechtbank vond dat de aanslag terecht was opgelegd. De exploitant had er volgens de rechter ook voor kunnen kiezen om maaltijden af te laten halen of deze te laten bezorgen. Dit was namelijk wel toegestaan. Voor het opleggen van een aanslag gebruikersheffing OZB is immers niet vereist dat het gebruik onbeperkt moet zijn. De gemeente werd dan ook in het gelijk gesteld.

Andere beslissing bioscoop

De rechtbank Limburg heeft vorig jaar beslist dat de gebruikersheffing voor een bioscoop vanwege dezelfde redenen wél moest komen te vervallen. Daarbij overwoog de rechtbank dat de bioscoop tijdens de coronacrisis nergens anders voor kon worden gebruikt. Nu dat in bovenstaande zaak voor het restaurant niet gold, bleef die aanslag in stand.

Brochure fiscale aspecten opkoopregeling veehouders

By nieuws

De Belastingdienst heeft een brochure gepubliceerd inzake de fiscale aspecten van de opkoopregeling voor veehouders. De brochure is tot stand gekomen in overleg met LTO-Nederland.

Diverse belastingen

Koeien

De brochure gaat in op tal van belastingen die bij de opkoopregeling aan de orde komen. Deze zijn onderverdeeld in inkomstenbelasting, omzetbelasting, overdrachtsbelasting en schenk- en erfbelasting.

Vraag en antwoord

Via vraag en antwoord geeft de brochure inzicht in aspecten die bij de opkoopregeling van belang kunnen zijn, zoals de mogelijkheid om de herinvesteringsreserve toe te passen, de verschuldigdheid van omzetbelasting over de ontvangen vergoeding, en de gevolgen voor de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling in relatie tot de bezitseis bij de erf- en schenkbelasting.

Downloaden

Geïnteresseerden kunnen de brochure downloaden via de site van de Belastingdienst.

Berekening legesheffing moet te achterhalen zijn

By nieuws

Als u een omgevingsvergunning aanvraagt, mag de gemeente hiervoor leges heffen. De gemeente is verplicht inzage te verschaffen in de berekening van de te betalen leges. Kan dit niet omdat de digitale berekeningswijze inmiddels een update heeft ondergaan, dan komen de leges te vervallen.

Kenbaarheidseisen

Bouw

Een belastingverordening moet duidelijkheid verschaffen over de te heffen belasting vanwege de zogenaamde kenbaarheidsvereisten. Wettelijk is bepaald dat een verordening de belastingplichtige moet vermelden, evenals het voorwerp van de belasting, het belastbare feit, de heffingsmaatstaf, het tarief, het tijdstip van ingang en beëindiging van de heffing en hetgeen verder voor de heffing en de invordering van belang is. 

Let op! Aan de hand van bovengenoemde zaken moet u namelijk kunnen nagaan of de aanslag klopt.

Digitale update

In een rechtszaak die speelde bij de rechtbank Den Haag, ging het om de legesheffing inzake een omgevingsvergunning. Volgens de verordening hing de hoogte van de te betalen leges af van de bouwkosten. Als de geschatte bouwkosten meer bedroegen dan € 500.000, werden ze gecheckt met behulp van digitale standaardwaarden, het zogenaamde Bouwkostenkompas. Dit Bouwkostenkompas werd ieder kwartaal up to date gehouden middels een digitale update.

Afwijkende versies

Tijdens de rechtszaak werd duidelijk dat de digitale versie van het Bouwkostenkompas afweek van de papieren versie. Dit was mede te verklaren doordat de papieren versie niet ieder kwartaal, maar slechts één keer per jaar werd geüpdatet. 

Oudere versies niet meer toegankelijk

Ook werd duidelijk dat de oudere versies van de digitale uitgave na de update niet meer toegankelijk waren. Dit kwam de gemeente duur te staan, want daardoor was niet meer te achterhalen of de legesaanslag conform de voorschriften was opgelegd. Ook ter zitting werd geen inzicht gegeven in de berekening van de aanslag. De rechtbank besloot daarop dat die dan ook diende te vervallen.

Bezorgers Deliveroo zijn werkzaam op basis van arbeidsovereenkomst

By nieuws

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat bezorgers van Deliveroo in Nederland werkzaam waren op basis van een arbeidsovereenkomst, met als consequentie dat zij werknemersbescherming hebben. Dit houdt in dat zij recht hebben op ontslagbescherming, loondoorbetaling bij ziekte, vakantiegeld en vakantiedagen.

Drie eisen van de arbeidsovereenkomst

Bezorger

De Hoge Raad deed onlangs uitspraak in de zaak van de bezorgers van het inmiddels uit Nederland vertrokken platform Deliveroo. Volgens de Hoge Raad is voldaan aan de drie eisen die de wet aan het bestaan van een arbeidsovereenkomst verbindt, te weten:

  • persoonlijke arbeidsverrichting door de werknemer;
  • loonbetaling door de werkgever; en 
  • het werken onder gezag van de werkgever.

Dat de bezorgers de vrijheid hadden om al dan niet in te loggen op de app waarmee zij maaltijdritten konden accepteren en het feit dat zij de vrijheid hadden zich te laten vervangen, waren in deze zaak onvoldoende om niet van een arbeidsovereenkomst te spreken.

Omstandigheden van het geval

Het al dan niet aanwezig zijn van een arbeidsovereenkomst hangt volgens de Hoge Raad namelijk af van alle omstandigheden van het geval, in onderling verband bezien. Om het onderlinge verband van alle genoemde omstandigheden te bepalen, gaat de Hoge Raad uit van een zogenaamde holistische benadering. Hierbij wordt gekeken vanuit diverse gezichtspunten. Van belang kunnen onder meer zijn:

  • de aard en duur van de werkzaamheden; 
  • de wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald;
  • de inbedding van het werk en degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht; 
  • het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren;
  • de wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen tot stand is gekomen; 
  • de wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd; 
  • de hoogte van deze beloningen;
  • de vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt. 

Ook kan van belang zijn of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld het plegen van acquisitie en de fiscale behandeling, mede – gelet op het aantal opdrachtgevers – voor wie hij werkt of heeft gewerkt en de duur waarvoor hij zich doorgaans aan een bepaalde opdrachtgever verbindt.

Wetgever aan zet

Het is nu aan de wetgever om een en ander tot uitdrukking te brengen in nieuwe wetgeving. Met name de nadere invulling van het begrip ‘organisatorische inbedding’ is van belang voor bedrijven die werken met zzp’ers die werkzaamheden verrichten die tot de normale bedrijfsvoering behoren. 

Kabinet wil strafkorting op AOW schrappen

By nieuws

Het kabinet wil de korting op de AOW schrappen die mensen krijgen als ze in een jaar ten onrechte te weinig of geen premie hebben betaald. Deze korting bedraagt 2% per jaar en kan zelfs tot gevolg hebben dat meer op de AOW gekort wordt dan er aan premie verschuldigd was.

Let op! Het (mogelijk) schrappen van de korting doet niets af aan de betalingsverplichting van de premie.

Kleine groep

Ziek

De korting betreft slechts een kleine groep van zo’n 15.000 AOW’ers. Vaak is er sprake of sprake geweest van gezondheidsproblemen, financiële problemen, huisvestingsproblemen of relatieproblemen. 

Korting door verblijf in buitenland?

Momenteel wordt voor ieder jaar dat iemand niet in Nederland woont of werkt en daardoor niet verzekerd is in Nederland, eveneens een korting van 2% per jaar toegepast. Deze korting blijft wel van kracht.

Geen terugwerkende kracht

De korting wordt vanaf de datum van inwerkingtreding van de wet voor iedereen geschrapt, dus ook voor bestaande gevallen. Er wordt echter geen terugwerkende kracht verleend over al toegepaste kortingen. Die worden dus niet alsnog uitbetaald.

Let op! Dit voorstel moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd.

Subsidie CO2-besparing meer gericht op mkb

By nieuws

De subsidie op investeringen gericht op besparing van CO2 in de industrie, de Versnelde klimaatinvesteringen industrie (VEKI), is dit jaar meer gericht op het mkb. Ook is er drie keer zoveel subsidie beschikbaar dan vorig jaar, waardoor het budget dit jaar uitkomt op € 138 miljoen.

Waarvoor VEKI?

Vuilnis

De VEKI is bestemd voor investeringen die CO2 besparen en zonder subsidie een terugverdientermijn hebben die langer is dan vijf jaar. Investeringen met een kortere terugverdientermijn moeten bedrijven namelijk al verplicht uitvoeren. Het betreft onder meer energiebesparende investeringen en investeringen inzake de recycling van afval.

Werking al bewezen

De subsidie is voor investeringen in apparaten, systemen of technieken waarvan de werking al is bewezen in de industrie. Het gaat dan om investeringen waardoor het bedrijf bijvoorbeeld minder energie gaat verbruiken binnen het productieproces van de onderneming of waarbij afvalstoffen hergebruikt worden. Ook ander investeringen die leiden tot minder CO2-uitstoot of andere broeikasgassen binnen het productieproces kunnen in aanmerking komen.

Let op! U kunt een idee vooraf vrijblijvend door de RVO laten toetsen. Deze toets kunt u online aanvragen.

Meer gericht op mkb

De VEKI is dit jaar meer gericht op het mkb doordat het minimale subsidiebedrag is verlaagd naar € 30.000. . Vorig jaar bedroeg het minimum nog € 125.000. De maximumsubsidie die u via de VEKI kunt krijgen, bedraagt € 15 miljoen.

Aanvragen

U kunt de VEKI aanvragen via site van de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (rvo.nl). Dit moet digitaal met gebruik van eHerkenning niveau eH3. Aanvragen kan vanaf 15 maart 2023 9:00 uur tot 9 januari 2024 17:00 uur.

Urencriterium is serieuze zaak!

By nieuws

Er bestaan voor ondernemers in de inkomstenbelasting enkele specifieke fiscale faciliteiten. Voor de meeste ervan, waaronder de zelfstandigenaftrek, is vereist dat u aannemelijk kunt maken dat u voldoet aan het urencriterium. Het is van belang deze eis niet te lichtvaardig op te vatten.

Urencriterium

Administratie

Het urencriterium houdt in dat u als ondernemer minstens 1.225 uur in het jaar in uw bedrijf werkzaam bent. Ook moet u minstens de helft van uw werkzame tijd aan uw onderneming besteden. Deze laatste eis geldt overigens niet voor starters.

Bewijslast ligt bij u

Desgevraagd moet u aannemelijk kunnen maken dat u aan het urencriterium voldoet. De bewijslast ligt bij u. U zult dus via een urenverantwoording moeten aantonen waaraan u uw tijd heeft besteed en hoeveel uren hiermee gemoeid waren.

Let op! Geef dit zo mogelijk per dag aan, in uren per activiteit.

Specificatie vereist

In een zaak die onlangs speelde voor het gerechtshof Amsterdam werd duidelijk dat u hiermee niet te lichtvaardig moet omgaan. In deze zaak had een ondernemer achteraf een urenspecificatie aangeleverd. Die bestond per dag bovendien uit slechts één activiteit en was dus niet erg specifiek. Zo vermeldde de man als bezigheden in het kader van zijn onderneming bijvoorbeeld schoonmaken, opruimen, verven, werken in de zaak en finance. Volgens de inspecteur en het gerechtshof was dit te algemeen en was daarmee niet aannemelijk gemaakt dat aan het urencriterium werd voldaan.

Wanneer twijfel?

In de praktijk blijkt de fiscus met name meer informatie te vragen als er bij een geringe omzet relatief veel tijd in het bedrijf wordt gestoken. Of als er, net als in deze zaak, naast werkzaamheden in het eigen bedrijf nog veel gewerkt wordt bij derden.

Tip! Houd in uw (digitale) agenda dagelijks uw werkzaamheden bij en vermeld duidelijk wat u doet of gedaan heeft en hoeveel tijd u hier uiteindelijk aan heeft besteed. Dit voorkomt veel gedoe achteraf.

Box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement weer uitgesteld

By nieuws

Het box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement, dat gepland stond vanaf 2026, gaat waarschijnlijk pas op zijn vroegst per 1 januari 2027 in. Dit heeft staatssecretaris Van Rij gezegd in een interview met NRC. Het traject dat voorafgaat aan de invoering, alsmede de noodzakelijke modernisering van de ict-systemen bij de Belastingdienst zijn volgens hem hier debet aan.

Behandeling nieuw wetsvoorstel duurt lang

Euro

In mei van dit jaar wordt het nieuwe box-3 stelsel op basis van werkelijk rendement behandeld in de Tweede Kamer. Aansluitend wordt nog een internetconsultatie aangeboden over het wetsvoorstel. Als daarna nog ongeveer 1,5 jaar nodig is voor het wetgevingstraject, wordt het heel ingewikkeld om invoering per 1 januari 2026 te halen, aldus Van Rij.

In september 2022 werd de invoering van het nieuwe box 3-stelsel al uitgesteld van 2025 naar 2026. Ook de in februari 2023 nog bekendgemaakte planning met daarin een gewenste inwerkingtreding per 1 januari 2026 wordt nu dus niet gehaald.

Modernisering ict en draagvlak

Het uitstel naar 1 januari 2027 wordt ook veroorzaakt door noodzakelijke modernisering van de nodige ict-systemen van de Belastingdienst. Daarnaast is voor het nieuwe box 3-stelsel een breed draagvlak nodig, en dat kost tijd. 

Werkelijk rendement

Voorlopig staat ook nog niet vast wat onder werkelijk rendement moet worden volstaan. Daar wordt in mei over gesproken met de Tweede Kamer. Tijdens de formatie van het kabinet-Rutte is wel afgesproken om een box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement per 2025 in te voeren, maar is niet gesproken over wat onder werkelijk rendement moet worden verstaan, aldus van Rij. Vorig jaar presenteerde het kabinet wel al de contouren voor een box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement, later dat jaar aangevuld met een schets van twee mogelijke stelsels: vermogenswinst- of vermogensaanwasbelasting. Ook een combinatie van deze twee stelsels lijkt nog mogelijk.

Box 3-stelsel 2023-2026

In de jaren 2023 tot en met 2025 wordt box 3 geheven op basis van de Overbruggingswet box 3. Deze heffing is grotendeels gelijk aan de wijze waarop het rechtsherstel voor de jaren tot en met 2022 berekend wordt. Waarschijnlijk blijft de Overbruggingswet box 3 nu dus ook in 2026 van kracht.

Dit betekent dat in de jaren 2023 tot en met 2025 (en waarschijnlijk ook 2026) de heffing berekend wordt op basis van de forfaitaire spaarvariant. Hierbij wordt uitgegaan van de werkelijke verdeling van spaargeld en beleggingen en schulden, maar er geldt voor elk van deze drie groepen een eigen forfaitair rendement.

Let op! De verwachting is dat de Overbruggingswet box 3 nog wordt aangepast op een aantal punten. De Kamer heeft het kabinet al meerdere malen hiertoe opgeroepen, bijvoorbeeld om de onderzoeken of een fijnmaziger rendement op overige beleggingen mogelijk is (in plaats van één rendement voor deze grote diverse groep dat voor 2023 is vastgesteld op 6,17%).

Voorschot TEK gedaald naar 35%, start op 21 maart

By nieuws

Ondernemers in het mkb van wie de energiekosten minstens 7% van de omzet uitmaken, kunnen van 21 maart tot 2 oktober 2023 de Tegemoetkoming Energiekosten energie-intensief mkb (TEK) aanvragen. Het voorschot aan subsidie dat ondernemers na toekenning ontvangen, is verlaagd van 50 naar 35%.

Tegemoetkoming Energiekosten energie-intensief mkb (TEK)

Brood

De TEK is bedoeld als tegemoetkoming in de sterk gestegen energiekosten voor mkb-bedrijven die relatief veel energie verbruiken. Naast de energie-intensiteitseis, geldt er nog een aantal andere voorwaarden. 

Terugwerkende kracht

De tegemoetkoming kan met terugwerkende kracht worden aangevraagd voor de periode 1 november 2022 tot en met 31 december 2023 bij de RVO. In eerste instantie wordt er bij toekenning een voorschot uitbetaald.

Let op! Omdat de energieprijzen de laatste tijd weer dalen, is het voorschot verlaagd van 50 naar 35%.

Aanvragen

U kunt de TEK aanvragen bij de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Aanvragen kan alleen digitaal en moet met behulp van eHerkenning niveau eH3. Zzp’ers en eenmanszaken kunnen echter ook DigiD gebruiken.