All Posts By

admin

Rente bouwdepot nieuwbouw of verbouwing in box 1 of box 3?

By nieuws

Als u een nieuwbouwwoning koopt, wordt de financiering veelal gestort in een zogenaamd bouwdepot van waaruit de aankooptermijnen betaald worden. Valt rente die u mogelijk ontvangt op dit bouwdepot in box 1 of box 3? En hoe zit dit bij een bouwdepot dat u gebruikt bij een verbouwing?

Bouwdepot

Bouw

Bij een nieuwbouwwoning is het gebruikelijk dat de van een financier verkregen koopsom in een bouwdepot wordt gestort. Met het vorderen van de bouw betaalt u uit dit bouwdepot de rekeningen van de aannemer. Over het nog niet gebruikte deel van het bouwdepot ontvangt u rente die vaak (vrijwel) gelijk is aan de rente die u op de lening betaalt. Ook bij verbouwingen wordt vaak met dergelijke bouwdepots gewerkt. De Belastingdienst heeft het fiscale verschil tussen een bouwdepot bij nieuwbouw en bij verbouwing verduidelijkt.

Bouwdepot nieuwbouwwoning

De Belastingdienst wijst erop dat bij nieuwbouw de lening én het bouwdepot onder voorwaarden gedurende maximaal twee jaar allebei in box 1 kunnen vallen. De betaalde rente op de lening is dan aftrekbaar in box 1. De belangrijkste voorwaarde is dat de betaalde rente en de op het bouwdepot ontvangen rente gesaldeerd worden. Alleen voor zover de betaalde rente de ontvangen rente overstijgt, resteert er dus aftrekbare rente inzake de eigen woning.

Let op! Dit geldt alleen als aan alle eisen wordt voldaan die altijd gelden voor de aftrek van hypotheekrente.

Bouwdepot verbouwing

Bij een verbouwing is het salderen van de betaalde rente met de ontvangen rente bij een bouwdepot in eerste instantie níet nodig.. De Belastingdienst keurt namelijk goed dat gedurende maximaal een half jaar de betaalde rente op een bouwdepot inzake de verbouwing van een eigen woning volledig aftrekbaar is, los van de ontvangen rente op het depot.

Let op! Deze goedkeuring geldt alleen voor bouwdepots bij verbouwingen en niet voor bouwdepots bij nieuwsbouwwoningen. Verder geldt ook hier dat de goedkeuring alleen geldt als aan alle eisen wordt voldaan die altijd gelden voor de aftrek van hypotheekrente.

Wat na een half jaar?

Na een half jaar moet ook bij een verbouwing de betaalde rente op de lening wél gesaldeerd worden met de ontvangen rente op het bouwdepot. Dit kan tot het einde van de verbouwing met een uiterste datum op twee jaar na het afsluiten van de lening. Na afloop van de verbouwingsperiode of, als de verbouwing langer duurt twee jaar, gaat de lening tot box 3 behoren voor zover deze lening nog niet gebruikt is voor de verbouwing van de eigen woning.

Check het juiste btw-nummer

By nieuws

Ondernemers ontvangen tegenwoordig van de Belastingdienst altijd twee nummers inzake btw.: een omzetbelastingnummer en een btw-identificatienummer (btw-id). Zorg dat u bij contact en controle van uw klanten altijd het juiste nummer gebruikt, want dit blijkt in de praktijk regelmatig fout te gaan.

Omzetbelastingnummer

Administratie

Het omzetbelastingnummer gebruikt u alleen voor uw contacten met de Belastingdienst, zoals voor uw aangiftes. Voor eenmanszaken bestaat dit nummer voor een deel uit het BSN-nummer van de ondernemer. Mede vanwege de privacy gebruikt u dit nummer niet naar uw klanten.

Btw-identificatienummer

Het btw-identificatienummer wordt gebruikt bij contacten met klanten. Dit nummer treft u als het goed is ook aan op de facturen van uw klant en op zijn internetsite. U kunt dit nummer checken via deze site.

Eigen btw-id

Als u een nummer wilt checken, moet u ook uw eigen btw-id invoeren. Bent u dit nummer kwijt, dan kunt u het achterhalen via de site van de Belastingdienst. Ga daarvoor naar mijnzakelijk.belastingdienst.nl, log in met DigiD en klik op ‘omzetbelasting’ en klik op ‘btw-identificatienummer’. Hier vindt u beide btw-nummers.

Let op! Voor het toepassen van het nultarief op een zogenaamde intracommunautaire levering (ICL) aan een btw-ondernemer in een ander EU-land geldt een aantal verplichtingen waaraan u moet voldoen. Eén daarvan is het gebruik van het juiste btw-identificatienummer. Het is daarom belangrijk om altijd goed te controleren of u over het juiste nummer van uw afnemer beschikt.

De zomer inluiden met uw personeel

By nieuws

Met de vakantie in zicht en de zon in aantocht organiseren veel werkgevers voor hun personeel een bedrijfsuitje of gezellige bijeenkomst op kantoor. Wat zijn de mogelijkheden hiervoor binnen de werkkostenregeling dit jaar?

Wel of niet op de werkplek?

Horeca

Voor het antwoord op die vraag is om te beginnen van belang waar de activiteit gehouden wordt. Vindt het bedrijfsuitje plaats op de werkplek – u organiseert bijvoorbeeld een borrel of barbecue in uw lunchruimte of op uw parkeerterrein dat hoort bij uw kantoor –, dan gelden andere regels dan als het bedrijfsuitje elders plaatsvindt.

Let op! De werkplek is een ruim begrip en omvat alle plekken die in verband met het verrichten van arbeid worden gebruikt waarvoor u als werkgever op grond van de Arbowet verantwoordelijk voor bent, zoals uw magazijn, kantine en parkeerterrein of fietsenstalling op het bedrijfsterrein.

Werkplek: consumpties vrij en maaltijd belast

Verstrekt u consumpties tijdens het feestje op de werkplek, zoals frisdrank of een biertje met wat borrelhapjes, dan zijn deze onbelast voor de loonheffingen. Verstrekt u tijdens uw personeelsfeestje echter ook een maaltijd, zoals een barbecue, dan is de maaltijd voor het normbedrag van € 3,90 (2024) per persoon belast voor de loonheffingen. Wilt u niet dat uw personeel zelf over die maaltijd belasting moet betalen, dan kunt u de maaltijd ook onderbrengen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR).

Let op! Of de maaltijd bij onderbrenging in de vrije ruimte van de WKR onbelast is, is afhankelijk van alle andere zaken die u hier in 2024 onderbrengt en de hoogte van de vrije ruimte. De vrije ruimte bedraagt in 2024 1,92% van de loonsom tot € 400.000, plus 1,18% over het meerdere. Overschrijdt u de vrije ruimte, dan moet u 80% belasting betalen over het meerdere boven de vrije ruimte.

Niet op de werkplek: consumpties en maaltijden belast

Bij een bedrijfsuitje dat niet op de werkplek plaatsvindt, zoals een bezoekje aan bijvoorbeeld een pretpark of een barbecue bij een horecagelegenheid, is de waarde ervan volledig belast voor de loonheffingen. Dit betekent dat uw werknemer loonheffingen moet betalen over de kosten van entree, de consumpties, de maaltijd en de reis ernaartoe, als hiervoor bijvoorbeeld een bus wordt gehuurd. U moet dan uitgaan van het factuurbedrag inclusief btw.

Wilt u uw personeel hiervoor niet zelf belasten, dan kunt u ook de kosten van een dergelijk uitje onderbrengen in de vrije ruimte van de WKR. Dit zal echter al snel in de papieren lopen, dus houdt hier de vrije ruimte goed in de gaten. Bij overschrijding van de vrije ruimte betaalt u 80% eindheffing over de overschrijding.

Let op! Bij een uitje dat niet plaatsvindt op de werkplek, wordt een maaltijd belast tegen de werkelijke kosten en kunt u dus niet uitgaan van het normbedrag van € 3,90.

Kosten partners en kinderen werknemers

Mag uw personeel bij het bedrijfsuitje ook de partner of zelfs de kinderen meebrengen? Dan moet u bij een feestje op de werkplek waarbij ook een maaltijd verstrekt wordt, ook voor de partners en kinderen € 3,90 per persoon in aanmerking nemen voor de maaltijd. Betaalt de werknemer de loonheffing, dan wordt de € 3,90 voor de partner en de kinderen bij de werknemer meegenomen. Wijst u het feestje toe aan de vrije ruimte van de WKR, dan komt dus voor elke partner en kind ook € 3,90 ten laste van de vrije ruimte.

Vindt het bedrijfsuitje niet op de werkplek plaats, dan betaalt de werknemer ook loonheffing over het aandeel van de partner en kinderen in de kosten. Als u de kosten toewijst aan de vrije ruimte van de WKR, moet u alle kosten toewijzen. U mag dus niet de kosten van de partner en kinderen daarvan uitsluiten.

Dga

De dga die op de loonlijst van de werkmaatschappij staat, loopt gewoon mee in de hiervoor beschreven regels. Een dga is immers ook een werknemer.

Dat is anders voor de dga die in zijn holding op de loonlijst staat en via een managementovereenkomst door de holding te werk is gesteld in de werkmaatschappij. Voor deze dga hoeft de werkmaatschappij geen rekening te houden met € 3,90 voor de maaltijd van het feestje op de werkplek. In plaats daarvan moet de dga in de holding loonheffing betalen over deze € 3,90. De holding kan er ook voor kiezen deze € 3,90 onder te brengen in de vrije ruimte van de WKR in de holding.

Tip! Vindt het bedrijfsuitje plaats buiten de werkplek? Dan hoeft het aandeel van de dga die niet op de loonlijst van de werkmaatschappij staat niet meegenomen te worden in de werkmaatschappij. In plaats daarvan moet de dga in de holding loonheffing betalen over dit aandeel. Maar ook hier kan de holding ervoor kiezen dit aandeel onder te brengen in de vrije ruimte van de WKR in de holding.

Minder snel schadevergoeding bij overschrijding redelijke termijn

By nieuws

Bij een geschil met de Belastingdienst kunt u in bezwaar en beroep. Als de behandeling van uw bezwaar of beroep te lang duurt, kunt u recht hebben op een schadevergoeding. Als er echter sprake is van een gering financieel belang, heeft u hierop geen recht. De Hoge Raad heeft onlangs in een arrest de omvang van dit financiële belang fors verhoogd.

Spanning en frustratie

Juridisch

De schadevergoeding is bedoeld als compensatie voor de lange wachttijd en de daarmee samenhangende spanning en frustratie. In het verleden heeft de Hoge Raad de regels rondom een schadevergoeding bepaald en voor wat betreft de hoogte vastgesteld op € 500 per half jaar termijnoverschrijding of een gedeelte van een half jaar.

Gering financieel belang

Onder ‘financieel belang’ wordt verstaan het voordeel dat de belastingplichtige heeft als hij zijn bezwaar of beroep wint. In het betreffende arrest heeft de Hoge Raad bepaald dat voortaan sprake is van een gering financieel belang bij een bedrag van minder dan € 1.000. Dit is fors hoger dan het bedrag van € 15, dat gold vóór dit arrest. 

Alleen bij overschrijdingen tot één jaar

De Hoge Raad heeft tevens geoordeeld dat het nieuwe grensbedrag geldt bij overschrijdingen van de redelijke termijn tot één jaar. Wordt deze termijn langer overschreden, dan kan de rechter zelf beslissen of ook bij een geringer financieel belang dan € 1.000 een schadevergoeding wordt opgelegd.

Alleen het geschil zelf

De Hoge Raad stelt verder dat het financiële belang van € 1.000 betrekking heeft op het bedrag van het geschil zelf, dus zonder dat vergoedingen voor griffierecht, proceskostenvergoedingen en dergelijke zaken meetellen.

Oneigenlijk gebruik

De nieuwe grens is gericht op het oneigenlijk gebruik dat belastingplichtigen van schadevergoedingen maken. In de betreffende zaak was bijvoorbeeld sprake van een financieel belang van € 0,80. 

Let op!
Het heeft geen effect op lopende zaken. De wijzigingen gelden niet voor zaken waarin voorafgaand aan de datum van het arrest, 14 juni 2024, om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn is verzocht en deze redelijke termijn op die datum al was overschreden.

Is vrijwillige storting voor PGB aftrekbaar?

By nieuws

Via een persoonsgebonden budget (PGB) kunnen zieke en/of gehandicapte personen individuele zorg inkopen. De Belastingdienst is ingegaan op de vraag of een vrijwillige storting aan de Sociale Verzekeringsbank die bedoeld is om het PGB te verhogen, aftrekbaar is. Dit blijkt in het algemeen niet zo te zijn, al bestaan er uitzonderingen.

PGB ontoereikend?

Invalide

Een PGB wordt toegekend op grond van een indicatie omtrent de benodigde zorgbehoefte. Het toegekende PGB is in beginsel voldoende om hierin te voorzien. Blijkt het budget toch onvoldoende, dan bestaan er voldoende mogelijkheden dit aan te laten vullen. Vanwege deze mogelijkheden zal een vrijwillige storting voor het PGB vaak niet aftrekbaar zijn. In fiscale termen wordt dan namelijk gesteld dat het extra benodigde budget niet drukt op degene die vrijwillig wil bijdragen, hetgeen een vereiste is voor aftrek.

Let op! Alleen bij het ontbreken van verhaalsmogelijkheden kan een vrijwillige storting in een PGB dus aftrekbaar zijn.

Andere voorwaarden inzake aftrek

Als een vrijwillige storting toch drukt en dus aftrekbaar kan zijn, dient ook aan de overige voorwaarden voor aftrek te worden voldaan. Zo zijn zorgkosten alleen voor bepaalde personen aftrekbaar. Dit betreft de belastingplichtige en zijn partner zelf, en daarnaast zijn kinderen jonger dan 27 jaar, tot zijn huishouden behorende ernstig gehandicapte personen van 27 jaar of ouder en inwonende ouders, broers en zusters.

Let op! Ook is wettelijk vastgelegd welke zorgkosten aftrekbaar zijn. Zo zijn de kosten van een hoorapparaat bijvoorbeeld wel aftrekbaar, maar die van een bril weer niet. 

Aftrek naar rato

Als aan al deze voorwaarden is voldaan, maar een deel van het PGB-budget besteed wordt aan niet-aftrekbare zorgkosten, dan is naar rato ook een deel van de vrijwillige storting niet aftrekbaar.

Let op! Een deel van alle zorgkosten is sowieso niet aftrekbaar vanwege de drempel. Dit betekent dat naarmate het inkomen hoger is, een groter deel van de aftrekbare zorgkosten niet voor aftrek in aanmerking komt.

Rapportage DAC7 hele jaar aanleveren en wijzigen

By nieuws

Online platformen waarop goederen en diensten worden verkocht, zijn sinds 1 januari 2024 verplicht gegevens aan te leveren aan de Belastingdienst. Onlangs is bekendgemaakt dat deze gegevens het hele kalenderjaar door kunnen worden aangeleverd en gewijzigd.

Let op! De wettelijke uiterste termijnen voor aanleveren zijn echter niet veranderd..

DAC7

Typen

De verplichting volgens DAC7 betekent dat exploitanten van online platformen gegevens over zichzelf en gegevens over degenen die via hun platform goederen of diensten verkopen moeten rapporteren aan de Belastingdienst. De gegevens inzake de verkopende partij betreffen onder meer hun NAW-gegevens, het btw-identificatienummer en de omzet per kwartaal.

Niet altijd rapporteren

Platformen hoeven geen gegevens aan te leveren van verkopers die minder dan 30 verkopen per jaar hebben of wanneer alle verkopen bij elkaar niet meer bedragen dan € 2.000. Bij verhuurtransacties en persoonlijke dienstverlening moet wel altijd gerapporteerd worden. Wanneer gegevens moeten worden aangeleverd, betekent dit overigens nog niet dat deze inkomsten ook automatisch belast zijn. Dit hangt af van de situatie.

Hele jaar rapporteren

De gegevens inzake DAC7 kunt u het hele kalenderjaar online aanleveren en corrigeren via Digipoort. Voor bestaande verkopers, dit zijn met name de verkopers die al op 1 januari 2023 op het platform geregistreerd stonden, moet u uiterlijk op 31 januari 2025 rapporteren over de jaren 2023 en 2024, voor zover de verkoper in deze jaren actief was.

Tip! Kijk voor alle voorwaarden op een handige FAQ van de Belastingdienst.

Gevolg onjuist gebruik handelaarskenteken

By nieuws

Autohandelaren en herstelbedrijven kunnen voor hun wagenpark gebruikmaken van zogenaamde handelaarskentekens. Een dergelijk kenteken geldt als tijdelijk kenteken tijdens bijvoorbeeld een proefrit.

Voorwaarden

Bestelbus

Voor het gebruik van een handelaarskenteken gelden aanvullende voorwaarden. Zo mag er bijvoorbeeld niet privé mee worden gereden en moet het kenteken zijn verzekerd.

Motorrijtuigenbelasting (mrb)

Ook moet voor gebruik van een handelaarskenteken, ook wel de groene kentekenplaat, mrb worden betaald. Deze wordt bepaald op basis van het gewicht van een personenauto van 1.000 kilo op benzine, over een tijdvak van drie maanden. Het is niet van belang voor hoeveel auto’s het handelarenkenteken wordt gebruikt.

Tip! U vindt bij de RDW meer informatie.

Naheffing bij vrijstelling of nihiltarief?

De Belastingdienst heeft onlangs aangegeven dat een naheffing mrb mogelijk is als het een auto uit een bedrijfsvoorraad betreft waarop geen handelaarskenteken is aangebracht. Dit geldt ook als de auto zelf zou zijn vrijgesteld of als er een nihiltarief op van toepassing is als de auto niet tot de bedrijfsvoorraad zou behoren. De naheffing wordt namelijk niet opgelegd om de niet-betaalde mrb na te heffen, maar omdat niet aan de voorwaarden van het handelaarskenteken wordt voldaan.

Handelaarskentekentarief

De naheffing mrb wordt gebaseerd op het tarief dat voor een handelaarskenteken geldt, dus een personenauto van 1.000 kilo op benzine. De naheffing wordt opgelegd over een periode van één jaar.

Let op!De kenmerken van de auto waarop geen handelaarskenteken is aangebracht, zijn dus voor de naheffing mrb niet van belang. 

Toeristenbelasting bij huur standplaats vakantiehuisje?

By nieuws

Gemeentes kunnen toeristenbelasting heffen als personen binnen een gemeente verblijven, terwijl ze hier niet staan ingeschreven. Hoe zit dat als je voor je eigen vakantiehuisje huur betaalt voor een standplaats? Moet je dan zelf de toeristenbelasting betalen? De spelregels in de verordening zijn dan belangrijk.

Verordening

Euro

Als een gemeente toeristenbelasting wil heffen, moet dit zijn vastgesteld in een verordening. Een gemeente kan in een verordening zelf de regels voor de te heffen toeristenbelasting vastleggen, zoals het tarief. Een gemeente kan daarbij bijvoorbeeld kiezen voor een vast bedrag per overnachting, maar ook een percentage van de prijs is een mogelijkheid. Vaak maakt een gemeente gebruik van een Modelverordening van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). 

Huur standplaats

Onlangs kwam bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant de vraag aan de orde wanneer toeristenbelasting geheven kan worden bij eigen gebruik van een strandhuisje. In deze zaak kreeg de eigenaar van een strandhuisje een aanslag toeristenbelasting voor het gebruik dat hij zelf gedurende 140 dagen van het strandhuisje gemaakt had. 

De man betaalde echter voor de standplaats jaarlijks huur aan een stichting. De gemeente merkte dit aan als ‘vergoeding’ voor het verblijf, wat volgens de gemeente betekende dat er toeristenbelasting geheven kon worden. 

Wie biedt gelegenheid tot houden van verblijf?

Volgens de verordening van de gemeente was degene die gelegenheid biedt tot het houden van verblijf belastingplichtig. Degene die verblijf houdt, was volgens de verordening alleen dan belastingplichtig als er niemand is die gelegenheid biedt tot het houden van verblijf. 

Stichting is belastingplichtig

Nu de eigenaar van het strandhuisje huur betaalde aan een stichting, was volgens de rechtbank hij niet zelf, maar de stichting de belastingplichtige. De aanslag voor de eigenaar kwam dan ook te vervallen.

Is periodieke gift van bestuurder ANBI aftrekbaar?

By nieuws

Een periodieke gift aan een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) kan onder voorwaarden aftrekbaar zijn in de inkomstenbelasting. Maar geldt dat ook als het een gift betreft van één van de bestuursleden van de ANBI?

De Belastingdienst heeft aangegeven onder welke voorwaarden dit het geval is als er sprake is van aanvullende gronden voor beëindiging van de gift.

Periodieke gift

Geld

Voor een periodieke gift is onder meer vereist dat deze ten minste gedurende vijf jaar wordt gedaan. Ook moet de gift ieder jaar vast en gelijkmatig zijn en uiterlijk eindigen bij overlijden. Verder moet de gift notarieel of via een onderhandse akte zijn vastgelegd.

Aanvullende gronden voor beëindiging gift

De Belastingdienst gaat in een casus in op de vraag of aanvullende beëindigingsgronden voor de gift de aftrek ervan in de weg kunnen staan. Concreet gaat het om de vraag of het beëindigen van de gift bij faillissement van de ANBI of het verliezen van de ANBI-status de aftrek beïnvloedt.

Wezenlijke onzekerheid over looptijd

Voor een periodieke gift is vereist dat er wezenlijke onzekerheid over de looptijd van de gift bestaat. Dit moet worden getoetst op het moment van aangaan van de schenking. Bij een periodieke gift door een bestuurder is het van belang of de bestuurder invloed heeft op de looptijd van de periodieke gift.

Geen invloed schenker

Wettelijk is bepaald dat in de notariële of onderhandse akte van schenking kan worden opgenomen dat de periodieke gift wordt beëindigd als de ANBI-status verloren gaat, de ANBI failliet gaat of als de schenker arbeidsongeschiktheid of werkloos raakt. Ook is wettelijk bepaald dat de schenker op het ontstaan van deze beëindigingsgronden niet of nauwelijks invloed mag hebben.

Of een bestuurder invloed heeft op het verlies van de ANBI-status of het faillissement van de ANBI, zal van de feiten en omstandigheden afhangen. Als dit het geval is, dan kan dit betekenen dat de periodieke gift niet aftrekbaar is. Maar die aftrekbaarheid is dus niet zonder meer uitgesloten vanwege het feit dat de periodieke gift door een bestuurder wordt gedaan.

Let op! Als een beëindigingsgrond zich voordoet, geldt een eventuele niet-aftrekbaarheid in beginsel alleen voor de periodieke giften die nog niet zijn uitgekeerd. Dit kan anders zijn als duidelijk is dat de bestuurder bij het aangaan van de schenkingsovereenkomst invloed zou gaan uitoefenen op de looptijd van de periodieke gift.

Aftrek kosten thuiswerken ook voor zzp’er?

By nieuws

Werkgevers kunnen hun thuiswerkend personeel voor kosten die hiermee samenhangen sinds 2022 een onbelaste vergoeding geven. In 2024 is dit € 2,35 per dag. Mocht een zzp’er voor het jaar 2018 ook al een bedrag aan thuiswerkkosten in aftrek van de winst brengen?

Kosten thuiswerken

Portemonnee

De kosten van thuiswerken zijn destijds berekend door het Nibud. De kosten betreffen onder meer die van verwarming, koffie en toiletbezoek. De gericht vrijgestelde kostenvergoeding in de loonbelasting wordt jaarlijks geïndexeerd.

Ook voor zzp’er?

In zaak bij het gerechtshof in Amsterdam stond de vraag centraal of een zzp’er in 2018 een bedrag van € 1.000 ten laste van de winst mocht brengen. De zzp’er deed een beroep op het gelijkheidsbeginsel. De ondernemer was van mening dat er sprake was van rechtsongelijkheid, nu er alleen voor werknemers een tegemoetkoming in de thuiswerkkosten bestond.

Let op! Een zelfstandig ondernemer kan onder voorwaarden alleen de kosten van een werkkamer in aftrek brengen, als deze een zelfstandig deel van de woning vormt.

Nog niet in 2018

Het gerechtshof kwam aan de beantwoording van het vraagstuk van schending van het gelijkheidsbeginsel niet toe. De zaak had namelijk betrekking op het jaar 2018 en toen bestond er nog geen belastingvrije vergoeding voor thuiswerkende werknemers. Om die reden kon er in 2018 in ieder geval nog geen sprake zijn van schending van het gelijkheidsbeginsel. De zzp’er mocht het bedrag van € 1.000 niet in aftrek brengen en de Belastingdienst werd dan ook in het gelijk gesteld.

Let op! Het gerechtshof deed alleen een uitspraak voor het jaar 2018. Op de vraag of vanaf het jaar 2022 wel sprake zou kunnen zijn van schending van het gelijkheidsbeginsel heeft het gerechtshof niet direct antwoord gegeven.