All Posts By

admin

Koop ontbinden bij onvoldoende actieradius elektrische auto?

By nieuws

Vooral bij elektrische auto’s is de actieradius van de auto, ofwel hoeveel kilometers er met een volle accu kunnen worden afgelegd, van belang. Maar wat nu als deze actieradius in de praktijk tegenvalt, als deze een stuk lager is dan de dealer heeft beloofd? Kan de koop dan worden ontbonden?

Actieradius elektrische auto

Auto

Vooral voor elektrische auto’s is de actieradius een belangrijke verkoopfactor. In advertenties van elektrische auto’s wordt dan ook regelmatig verwezen naar de actieradius van de betreffende auto.

Actieradius valt zwaar tegen

Onlangs diende er een zaak voor de Hoge Raad waarbij de actieradius van een gekochte auto zwaar tegenviel. Het betrof een auto die volgens de folder een actieradius had van 480 km. Na aankoop van het voertuig ontdekte de koper dat de actieradius in de praktijk hooguit zo’n 280 km bedroeg. Daarop stapte hij naar de dealer met het verzoek de actieradius van de auto te vergroten tot de beloofde 480 km of anders de koop te ontbinden.

Schadevergoeding

Aangezien de dealer niet aan beide verzoeken voldeed, stapte de klant naar de rechter. Die oordeelde dat de auto inderdaad niet aan de beloofde prestaties voldeed. Weliswaar was de actieradius afhankelijk van onder andere de weersomstandigheden, maar de beloofde actieradius week dermate fors af van de actieradius in de praktijk, dat de koper in het gelijk werd gesteld. De dealer diende de geleden schade die bij verkoop van de auto geleden was, zo’n € 19.000, aan de koper te vergoeden. Daar kwam ongeveer eenzelfde bedrag aan te betalen gerechtelijke kosten bij.

Gevolgen voor de praktijk

De gevolgen voor de praktijk zijn nog onduidelijk. Kopers met soortgelijke problemen kunnen weliswaar claims indienen bij hun dealer, maar zullen moeten bewijzen dat ze bij aankoop van de auto verkeerd zijn voorgelicht voor wat betreft de actieradius van de auto.

Betalingsverzuimboetes regeling EU btw e-commerce verder uitgesteld

By nieuws

Ondernemers die deelnemen aan de regeling EU btw e-commerce, krijgen tot 1 januari 2025 geen betaalverzuimboetes opgelegd als zij nog geen of te laat btw hebben afgedragen. Al opgelegde betaalverzuimboetes worden teruggedraaid.

Eerder was besloten tot 1 juni 2024 deze betaalverzuimboetes niet op te leggen, maar deze datum is door het Ministerie van Financiën onlangs verlengd tot 1 januari 2025.

Technische problemen

Schenken

Omdat het nieuwe systeem met technische problemen kampt die op dit moment nog niet zijn opgelost, is besloten langere tijd geen betaalverzuimboetes op te leggen. Het geactualiseerde Besluit Tijdelijke maatregel betalingsverzuimboete EU BTW e-commerce – dat in werking is getreden op 30 juli 2024 – heeft terugwerkende kracht tot 1 juni 2024. 

Btw e-commerce

De vrijwillige regeling EU btw e-commerce is ontwikkeld om internationale afstandsverkopen binnen de EU makkelijker te laten verlopen. Sinds 1 juli 2021 moet de btw namelijk betaald worden in de lidstaat van de consument. Dit kan rechtstreeks aan de betreffende lidstaat, maar met behulp van de regeling kunnen btw-aangiften en bijbehorende betalingen ook via de eigen Belastingdienst plaatsvinden.

Let op! Als opzettelijk geen of te weinig btw is afgedragen, kan wel een vergrijpboete worden opgelegd.

Aanvraag UBO-uittreksel voor Wwft-instellingen

By nieuws

Juridische entiteiten die geregistreerd staan in het UBO-register, kunnen sinds 1 augustus 2024 een gewaarmerkt uittreksel aanvragen van dit register bij de KVK. Onder meer aan de hand van dit uittreksel doen Wwft-instellingen cliëntenonderzoek.

Wwft-instellingen

Typen

Wwft-instellingen zijn onder andere banken, verzekeraars, beleggingsinstellingen, administratiekantoren, accountants, belastingadviseurs, advocaten en notarissen. 

UBO-register

Voor een aantal juridische entiteiten bestaat de plicht om geregistreerd te zijn in het zogenaamde UBO-register. UBO staat voor ‘ultimate beneficial owner’, ofwel de uiteindelijke belanghebbende. Dit is de persoon die de uiteindelijke eigenaar is van, of de uiteindelijke zeggenschap heeft over een bv, stichting, vereniging of andere organisatie waarvoor de registratieplicht geldt. Het UBO-register is vooral bedoeld om witwassen en terrorismefinanciering tegen te gaan.

Nog geen rechtstreekse koppeling

Het aanvragen van het uittreksel via de client is bedoeld voor Wwft-instellingen die via de KVK nu nog geen rechtstreekse koppeling hebben met het UBO-register. Het is de bedoeling dat alle Wwft-instellingen op termijn deze rechtstreekse koppeling krijgen.

Aanvragen

Bent u geregistreerd in het UBO-register en moet een uittreksel aanvragen voor een Wwft-instelling? Dat kunt u dat hier doen.

Verplicht verschillen melden

Wwft-instellingen zijn verplicht om verschillen te melden bij de Kamer van Koophandel tussen informatie waarover men beschikt en de informatie die verkregen is via het uittreksel uit het UBO-register.

Nuttig gebruik van uw zomerpauze: 5 tips!

By nieuws

Het is zomer! Veel bedrijven zijn dan ook met vakantie of draaien op halve kracht. Misschien een goede gelegenheid om eens te kijken wat er in deze komkommertijd nog te regelen valt, voordat de drukke periode weer aanbreekt. Vijf tips!

1. Schoon uw administratie op

Molen

Als ondernemer dient u uw administratie in beginsel zeven jaar te bewaren. Dat betekent dat u de administratie van vóór 2017 mag wegdoen. Voor akten en aankoopbewijzen inzake onroerend goed is de bewaartermijn tien jaar. Dit heeft onder meer te maken met de herzieningstermijn in de omzetbelasting voor onroerend goed. U moet uw gehele administratie ook tien jaar bewaren als u elektronische diensten, radio- en televisieomroepdiensten en telecommunicatiediensten levert.

2. Vraag nu subsidie aan voor elektrische (bedrijfs)auto

De Subsidieregeling Emissieloze Bedrijfsauto’s (SEBA) en de Subsidie Elektrische Personenauto’s Particulieren (SEPP) gaan per 2025 verdwijnen. Vraag daarom nog dit jaar deze subsidie aan als u van plan was een dergelijke auto aan te schaffen. De SEPP is weliswaar alleen beschikbaar voor particulieren, maar als u een auto niet als ondernemingsvermogen aanmerkt, kan ook van deze subsidie geprofiteerd worden. Let bij beide subsidies even goed op de voorwaarden!

3. Hoeveel vrije ruimte heeft u nog?

Onder de werkkostenregeling mag u een aantal zaken belastingvrij aan uw werknemers vergoeden of verstrekken door ze onder te brengen in de vrije ruimte. Die bedraagt in 2024 1,92% van uw loonsom tot € 400.000 en 1,18% van het meerdere van uw loonsom. Vergoedt of verstrekt u meer, dan betaalt u als werkgever 80% belasting over het meerdere. We zitten momenteel ongeveer op de helft van het jaar, dus ga eens na hoeveel vrije ruimte u nog ‘over heeft’. U weet dan hoeveel u nog kunt uitgeven aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen, zonder dat u straks als werkgever belasting moet betalen.

4. Een nieuwe niet-elektrische bestelauto nodig?

Bent u van plan op korte termijn een nieuwe, niet-elektrische bestelauto aan te schaffen, doe dit zo mogelijk dan nog dit jaar. Vanaf 2025 komt de bpm-vrijstelling voor ondernemers voor niet-elektrische bestelauto’s namelijk te vervallen, wat betekent dat dergelijke auto’s (in principe) gemiddeld ruim € 11.000 duurder gaan worden. Omdat u vast niet de enige bent die deze extra uitgave wil voorkomen, is het verstandig niet tot het laatst met uw aanschaf te wachten.

5. In loondienst of niet?

Besteedt u bepaalde diensten uit aan derden, ga dan eens na of deze personen fiscaal wel zelfstandig zijn. Werkt u met Modelovereenkomsten, check dan of er nog wordt gehandeld conform de voorwaarden. De Belastingdienst corrigeert momenteel alleen bij fraude, maar gaat vanaf 2025 ook in andere gevallen de wet strak handhaven. Blijkt er dan sprake te zijn van een dienstbetrekking terwijl er gehandeld wordt alsof uw opdrachtnemer een zelfstandig ondernemer is, dan volgen er naheffingen met mogelijk een boete. Voorkom dit!

Meerdere auto’s van de zaak, hoeveel bijtelling?

By nieuws

Als aan een werknemer een auto ter beschikking wordt gesteld, geldt de bekende bijtelling vanwege het privégebruik. In de praktijk is niet altijd duidelijk voor hoeveel auto’s de bijtelling geldt als er meer dan één auto ter beschikking staat. Hoe zit het?

Bijtelling

Auto

Voor een ter beschikking gestelde auto vindt in beginsel een bijtelling op het inkomen plaats vanwege het privégebruik als er met de auto meer dan 500 km privé wordt gereden. De bijtelling is een percentage van de cataloguswaarde, welke afhankelijk is van de vraag wanneer de auto voor het eerst in gebruik is genomen. Voor 2024 is het percentage 22%. Voor elektrische auto’s geldt echter een percentage van 16% (2024) tot een cataloguswaarde van € 30.000. Bij een hogere cataloguswaarde geldt over het meerdere een bijtelling van eveneens 22%. 

Let op! Er geldt dus geen bijtelling als met de auto niet meer dan 500 km privé wordt gereden.

Meerdere auto’s ter beschikking

Het komt soms voor dat aan een werknemer meerdere auto’s ter beschikking zijn gesteld. Het uitgangspunt is dat voor iedere auto waarmee meer dan 500 km wordt gereden, de bijtelling geldt. Hierop bestaan echter enkele uitzonderingen.

Alleenstaanden of één rijbewijs?

Is een werknemer alleenstaand of is er in zijn gezin maar één persoon met een rijbewijs, dan hoeft er maar voor één auto te worden bijgeteld. Dit is de auto met de hoogste bijtelling.

Gezin met meerdere rijbewijzen

Zijn er in het gezin van de werknemer meerdere personen met een rijbewijs, dan geldt er voor net zoveel auto’s een bijtelling als er rijbewijzen zijn. Zijn er in het gezin echter ook één of meer privé-auto’s die net zo geschikt zijn voor privégebruik als de ter beschikking gestelde auto’s, dan mag u het aantal bijtellingen met dit aantal auto’s verlagen.

Voorbeeld
Aan een werknemer zijn drie auto’s ter beschikking gesteld en met iedere auto wordt privé meer dan 500 km gereden. In het gezin van de werknemer hebben vier personen een rijbewijs en zijn er twee auto’s die net zo geschikt zijn voor privégebruik als de ter beschikking gestelde auto’s. Omdat er vier personen een rijbewijs hebben en er twee auto’s net zo geschikt zijn voor privégebruik, moet er voor twee auto’s een bijtelling plaatsvinden. Ook nu gaat het om de auto’s met de hoogste bijtelling. Als de inspecteur voor meer dan twee auto’s de bijtelling wil toepassen, moet hij hiervan de reden aangeven.

Let op! Sinds 2022 gaat u uit van de auto’s met de hoogste bijtelling en niet meer van de hoogste cataloguswaarde.

Door onder meer functienaam ‘in opleiding’ toch studiekostenbeding

By nieuws

Mag u als werkgever overgaan tot verrekening van de studiekosten met de te betalen transitievergoeding als u het dienstverband beëindigt? Belangrijk zijn uw afspraken over opleiding, de titel van de functie en uw verslaglegging van het functioneren van de werknemer.

Om wie ging het?

Boeken

Deze vraag stond centraal in een onlangs gevoerde procedure. Het ging hier om een werkneemster die was aangenomen als ‘pedagogisch medewerker in opleiding’ op grond van een BBL-arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Werkgever en werknemer sloten hierbij ook een studiekostenbeding voor de opleiding Gespecialiseerd Pedagogisch Medewerker (GPM4). 

Wat was de situatie? 

De werkgever beëindigde het dienstverband en ging over tot verrekening van de studiekosten – bijna € 1.000 – met de transitievergoeding. De werkneemster kon zich hier niet in vinden en startte een procedure. In de wet is bepaald dat de werkgever verplichte scholing moet betalen. Een uitzondering hierop vormen startkwalificaties en beroepsopleidingen die werknemers verplicht moeten volgen voor het verkrijgen, behouden of vernieuwen van een beroepskwalificatie. Die moet de werknemer betalen. De rechter oordeelde dat de opleiding in deze casus geldt als een beroepsopleiding tot het verkrijgen van een beroepskwalificatie, maar dat de werkneemster hier voor haar functie niet over hoefde te beschikken omdat dit nergens schriftelijk was vastgelegd. Bovendien ging het om de toevoeging ‘in opleiding’ in haar functietitel. 

Geen verplichte opleiding

Dat de werkneemster de opleiding niet voor haar functie nodig had en dat zij nog een functie in opleiding had, impliceert dat de werkgever niet verplicht was de opleiding aan te bieden. Aangezien het hier een beroepsopleiding betrof, is het studiekostenbeding geldig. Verder stond in het studiekostenbeding dat de werknemer alleen studiekosten terug hoeft te betalen als zij op eigen initiatief het dienstverband eindigt. Dit was hier niet aan de orde omdat de werkgever haar tijdelijke contract niet had verlengd. Dit omdat zij een verkeerde werkhouding had, regelmatig te laat kwam en haar afspraken over de opleiding niet nakwam. Ter onderbouwing was een rapport van de praktijkopleider ingebracht. 

Verrekening geoorloofd

De rechter kon dit betoog volgen en was van oordeel dat de werkneemster door haar houding er ten minste mede toe heeft bijgedragen dat de arbeidsovereenkomst niet is verlengd. Daarom mag de werkgever toch een beroep doen op het studiekostenbeding en een deel van de studiekosten in rekening brengen van de werkneemster. Een mogelijkheid was om dit te verrekenen met de te betalen transitievergoeding.

Subsidie voor opleiding 

De werkneemster voerde nog aan dat de werkgever subsidie heeft gekregen voor haar opleiding en dat met die subsidie bij de hoogte van de opleidingskosten rekening gehouden moet worden. De werkgever bracht hiertegen in dat de subsidie voor gemaakte begeleidingskosten was en niet voor de opleidingskosten. De werknemer weersprak dit standpunt onvoldoende. Dit leidde dus ook niet tot een beperking van de verrekening.

Wanneer eindigt de kamerverhuurvrijstelling?

By nieuws

Als de kamerverhuurvrijstelling van toepassing is, betaalt u in box 1 geen belasting over uw huuropbrengsten. Vraag is vanaf wanneer de kamerverhuurvrijstelling niet meer van toepassing is, als in een jaar de maximale huurgrens wordt overschreden.

Kamerverhuurvrijstelling

Bedrijfspand

Als u een kamer in uw eigen woning verhuurt, bijvoorbeeld aan een student, kunt u onder voorwaarden gebruikmaken van de kamerverhuurvrijstelling. U betaalt dan geen belasting over de ontvangen huur. Daarnaast heeft de kamerverhuur bij toepassing van de kamerverhuurvrijstelling geen invloed op uw recht op hypotheekrenteaftrek. 

Voorwaarden

U kunt alleen gebruikmaken van de kamerverhuurvrijstelling als de kamer die u verhuurt onderdeel is van uw eigen woning. Het mag geen zelfstandige woning zijn. U en de huurder moeten ook gedurende de verhuur ingeschreven staan op het adres van de woning.

Verder mogen de totale huuropbrengsten in 2024 niet meer bedragen dan € 5.998. Dit betreft niet alleen de kale huur, maar alle vergoedingen die de huurder aan u betaalt die betrekking hebben op de huur, zoals voor energiekosten.

Let op! Verhuurde u in 2023 ook al een kamer, dan gelden voor dat jaar dezelfde voorwaarden. Alleen het bedrag van maximale de totale huuropbrengsten bedroeg in 2023 geen € 5.998 maar € 5.881.

Niet voldoen aan voorwaarden?

Voldoet u niet aan de voorwaarden, dan verhuist de kamerverhuur naar box 3. Of u in box 3 daarover belasting betaalt, is afhankelijk van uw overige bezittingen en schulden in box 3. Het betekent ook dat u de hypotheekrente die betrekking heeft op de verhuurde kamer niet meer in box 1 in aftrek kunt brengen.
Vanaf wanneer voldoet u niet meer aan de voorwaarden?

Als u in een jaar de maximale huuropbrengstengrens overschrijdt, geldt de kamerverhuurvrijstelling al niet meer vanaf het begin van het jaar.

Voorbeeld
Stel u verhuurt vanaf 1 oktober 2023 een kamer in uw woning voor € 700 per maand. De totale huuropbrengsten bedragen in 2023 € 2.100. Daarmee blijft u onder de grens van € 5.881. U kunt de kamerverhuurvrijstelling daarom in 2023 toepassen. Loopt de huur in heel 2024 door, dan overschrijdt u na ontvangst van de huur over september 2024 de grens van € 5.998. De kamerverhuurvrijstelling is dan vanaf 1 januari 2024 niet meer van toepassing.

Belastingdienst stuurt brief over definitieve aanslag 2021 en box 3

By nieuws

De Belastingdienst start met het opleggen van definitieve aanslagen inkomstenbelasting over het jaar 2021, voor zover deze nog niet waren opgelegd vanwege mogelijke inkomsten in box 3. De aanslagen worden voorafgegaan door een brief waarin wordt toegelicht waarom de definitieve aanslag wellicht nog onjuist is.

De eerste brieven worden in augustus 2024 verstuurd aan een eerste groep belastingplichtigen.

Aanslag wellicht onjuist

Geld

De Belastingdienst legt de aanslagen over 2021 de komende tijd op, omdat dit binnen de wettelijke termijn van drie jaar moet gebeuren. Deze aanslagen kunnen echter onjuist zijn, omdat er nog geen rekening kan worden gehouden met het feit dat in box 3 het werkelijke rendement moet worden belast als dit lager is dan het forfaitaire rendement. 

Duidelijkheid Hoge Raad

De Belastingdienst was in afwachting van duidelijkheid van de Hoge Raad over de Wet rechtsherstel box 3 en de Overbruggingswet box 3 en kan hier nog geen rekening mee houden voor de definitieve aanslagen over 2021.

Berekening werkelijk rendement

De Belastingdienst werkt nog aan een formulier waarmee het werkelijke rendement kan worden doorgegeven. Dit formulier is naar verwachting echter pas in de zomer van 2025 beschikbaar. Ook hierover ontvangen genoemde belastingplichtigen een brief. 

Te veel betaald?

Blijkt achteraf dat er te veel belasting is betaald, dan wordt dit terugbetaald of het wordt verrekend met nog te betalen belasting. 

Te weinig betaald?

Moet er belasting betaald worden, let dan op voor wanneer u dit moet betalen. Dit moet ook als nog niet zeker is of het inkomen in box 3 achteraf alsnog lager wordt vastgesteld.

Let op! Op uw definitieve aanslag staat ook aangegeven hoe u bezwaar kunt maken, als u dit wilt. U kunt hier altijd even met uw adviseur over overleggen.

Afkoop oudedagsverplichting met minder revisierente

By nieuws

Heeft u in het verleden uw pensioen in eigen beheer (PEB) omgezet in een oudedagsverplichting (ODV)? En wilt u deze afkopen? Dan lijkt er nu een mogelijkheid om dit te doen met minder revisierente.

Afkoop ODV

Euro

Bij afkoop van een ODV betaalt u in beginsel, naast belasting, ook nog 20% revisierente. In de wet is echter een tegenbewijsregeling opgenomen als u de ODV minder dan 10 jaar vóór het afkoopjaar heeft afgesloten. Door toepassing van die tegenbewijsregeling kan het zijn dat u minder dan 20% revisierente verschuldigd bent.

Let op! Voor toepassing van die tegenbewijsregeling moet u – kort omschreven- aannemelijk maken, wat de belastingrente zou zijn geweest vanaf het moment van afsluiten van de ODV. Hoe korter geleden dit moment van afsluiten is, des te lager is dan de revisierente.

Nieuwe tienjaarstermijn na omzetting in lijfrente

Onder voorwaarden is het mogelijk om een ODV (geheel of gedeeltelijk) om te zetten in een lijfrente zonder dat dit tot belastingheffing leidt. De Belastingdienst heeft laten weten dat na omzetting van een ODV in een lijfrente de hiervoor beschreven tienjaarstermijn opnieuw begint te lopen.

Dit betekent dat als u uw ODV eerst (geheel of gedeeltelijk) omzet in een lijfrente en daarna de lijfrente afkoopt, u zeer waarschijnlijk door toepassing van de tegenbewijsregeling minder revisierente verschuldigd bent dan bij afkoop van de ODV.

Let op! De Belastingdienst heeft aangegeven dat deze route op dit moment mogelijk is op grond van de wet. De kans bestaat echter dat de wetgever deze (onbedoelde?) mogelijkheid door nieuwe wetgeving opheft voor de toekomst.

Let op! De wetgeving en voorwaarden van de regelingen zijn niet eenvoudig en stringent. Ook de berekening van de belastingrente uit de tegenbewijsregeling is niet eenvoudig. Neem voor meer informatie over uw mogelijkheden daarom contact met ons op.

Internetconsultatie Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars

By nieuws

De bestaande Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars (SVVE) wordt gewijzigd. Belangstellenden kunnen op de voorgenomen wijzigingen reageren via een internetconsultatie. Dit kan tot 10 september 2024.

Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars (SVVE)

Straatbeeld

Via de SVVE kunnen voornamelijk Verenigingen van Eigenaars, VvE’s, subsidie krijgen voor het verduurzamen van hun gebouwen. Maar ook wooncoöperaties en woonverenigingen kunnen de SVVE aanvragen. De SVVE betreft onder meer energiebesparende maatregelen, een warmtepomp, zonneboiler of een centrale aansluiting op een warmtenet. Tot en met 2027 is hiervoor nog ongeveer € 27 miljoen beschikbaar.

Voorgenomen wijzigingen

De voorgenomen wijzigingen betreffen onder meer het verhogen van de subsidie voor advies, het subsidiëren van bouwbegeleiding bij investeringen van minimaal € 1 miljoen, een aanpassing van de subsidiebedragen voor lucht-waterwarmtepompen, een verhoging van de subsidie op isolatie en een versoepeling van de voorwaarden voor subsidie op glas-, kozijnpaneel- en/of deurisolatie.

Aanvragen SVVE

De SVVE kan digitaal worden aangevraagd bij RVO.nl. U vindt op hier ook meer informatie en hier kan ook eerst een oriënterend gesprek worden aangevraagd. 

Hoe reageren?

U kunt hier via de internetconsultatie op de voorgenomen maatregelen digitaal reageren.