All Posts By

admin

Schenden van privacy kan een werkgever veel geld kosten

By nieuws

Een werknemer spande een rechtszaak aan tegen zijn werkgever voor het schenden van zijn privacy. Het Gerechtshof stelde hem in het gelijk en veroordeelde de werkgever tot het betalen van de proceskosten en duizenden euro’s aan vergoedingen.

In dienst bij vrienden

Juridisch

Een werknemer treedt in 2019 in dienst bij een bevriend echtpaar. Na ongeveer een jaar verbreekt de werknemer het contact met zijn ouders. Zijn werkgever kent de ouders. De werknemer vraagt zijn werkgever zijn beslissing te respecteren en niet te reageren op verzoeken door zijn ouders om contact. De werknemer gaat rechtszaken aan met zijn ouders, ook wegens stalking omdat zij via zijn werkgever daadwerkelijk proberen contact te zoeken. 

Ziekmelding mondt uit in arbeidsconflict

Eerst wordt de werknemer vrijgesteld van werkzaamheden, maar later meldt hij zich ziek. De werkgever schakelt de Arbodienst in. De werkgever geeft aan het contact met de werknemer voortaan alleen nog via de casemanager van de Arbodienst te laten verlopen. Later blijkt dat de werkgever kort voor die officiële schriftelijke mededeling contact heeft gehad met de ouders van de werknemer, maar spreekt daarover niet de waarheid. De arbeidsrelatie raakt hierdoor verstoord. Dat is ook het oordeel van de bedrijfsarts, en zijn advies is mediation. Na een moeizaam traject wordt in juni 2021, bijna twee jaar na indiensttreding, de mediation als definitief mislukt beschouwd. 

Deskundigenoordeel UWV in het voordeel van werknemer

Uiteindelijk beoordeelt de bedrijfsarts de werknemer weer arbeidsgeschikt en de werkgever meldt hem hersteld. Maar het arbeidsconflict is er nog steeds. De werknemer vecht de hersteldmelding door de werkgever aan bij het UWV door een deskundigenoordeel aan te vragen. Het UWV stelt hem in het gelijk, en de werknemer krijgt in het voorjaar van 2022 een Ziektewetuitkering.

Ontslagaanvraag bij kantonrechter

De werkgever stapt daarop naar de kantonrechter voor ontbinding van het arbeidscontract en is bereid om € 4.968,75 bruto aan transitievergoeding te betalen. Daarnaast eist de werkgever ook compensatie van de proceskosten. De werknemer verzoekt de kantonrechter eveneens om ontbinding van het arbeidscontract, maar wegens een verstoorde arbeidsrelatie, de ‘g-grond’. Hij eist een geldbedrag van ruim € 500.000 aan vergoedingen en advocaatkosten.

Het vonnis is voor beide partijen teleurstellend. De kantonrechter wijst de vordering voor ontslag op g-grond toe met de toewijzing van een transitievergoeding van € 6.458,01 bruto en compensatie van de proceskosten. 

Oordeel Gerechtshof in hoger beroep

In hoger beroep stelt ook het Gerechtshof in Amsterdam de werknemer in het gelijk, maar kent een veel ruimere vergoeding toe. Volgens het Gerechtshof heeft de werkgever ernstig verwijtbaar gehandeld door de privacy van de werknemer te schenden, en daarin deels de initiator te zijn door vertrouwelijke informatie te delen met de ouders van de werknemer. Daarnaast is hij daarover niet eerlijk geweest. Vervolgens is hij alle communicatie met de werknemer uit de weg gegaan. De verstoorde arbeidsrelatie is door deze handelwijze veroorzaakt door de werkgever, aldus het Gerechtshof. De werknemer krijgt in totaal zo’n € 60.000 toegekend, het verloren salaris tijdens de conflictperiode minus de verkregen Ziektewet-uitkering. Verder wordt de werkgever veroordeeld tot het betalen van alle proceskosten.

Voorkom intrekken betalingsregeling coronabelastingschulden

By nieuws

Tijdens de coronacrisis konden bedrijven ervoor kiezen om de betaling van hun belastingschulden tijdelijk uit te stellen. Sinds 1 oktober 2022 moeten ondernemers deze schulden aflossen. Als zij niet aan de voorwaarden van die betalingsregeling voldoen, heeft de Belastingdienst de mogelijkheid om de betalingsregeling in te trekken. De Belastingdienst heeft daar nog even mee gewacht, maar zal binnenkort dit proces opstarten.

Flink aantal ondernemers

Portemonnee

Ruim 266.000 ondernemers moesten vanaf 1 oktober 2022 met de aflossing van de coronabelastingschulden starten. Eind maart 2023 liepen ongeveer 95.000 ondernemers achter met die aflossingen. Ongeveer 39.000 van hen liepen op dat moment ook achter op de betaling van de lopende verplichtingen vanaf 1 oktober 2022.

Voorwaarden betalingsregeling coronabelastingschulden

De opgebouwde coronabelastingschulden moeten sinds oktober 2022 in beginsel in maandelijkse, gelijke termijnen worden afgelost. U heeft hiervoor vijf jaar de tijd. Voorwaarde voor de betalingsregeling is dat u zich ook aan die maandelijkse aflossing houdt. 

Andere voorwaarden zijn dat u tijdig de juiste belastingaangiften – onder meer btw en loonheffing – indient voor belastingen vanaf 1 oktober 2022, en dat u tijdig en volledig de betalingen doet die daaruit voortvloeien. 

Brief ‘Achterstanden betalingsregeling bijzonder uitstel vanwege de coronacrisis’

Als u een betalingsachterstand had, dan ontving u daarover eerder al een brief van de Belastingdienst. Heeft u nu nog steeds een betalingsachterstand, dan ontvangt u vanaf 11 april 2023 de brief ‘Achterstanden betalingsregeling bijzonder uitstel vanwege de coronacrisis’ (en aangifte- en betalingsverplichtingen) van de Belastingdienst. Deze brief ontvangt u als:

  • u een of meer van de termijnen van de betalingsregeling niet of niet volledig heeft betaald, en/of
  • u niet voldaan heeft aan alle aangifte- en betalingsverplichtingen voor lopende verplichtingen vanaf 1 oktober 2022.

Let op! De Belastingdienst maant u in deze brief voor de laatste keer aan om uw betalingsachterstanden in te lopen.

Achterstand zelf uitrekenen

In de brief staat niet hoe hoog uw betalingsachterstand precies is, maar wel hoe u dat kunt berekenen. Lukt u dat niet, dan kunt u hiervoor contact opnemen met de Belastingtelefoon. Het is ook mogelijk uw vraag per post te stellen. Als de Belastingdienst uw brief heeft ontvangen, worden er geen vervolgstappen ondernomen totdat uw vraag door de Belastingdienst is beantwoord. Uiteraard kunnen onze adviseurs u hierbij helpen.

Let op! Als u nog helemaal niets heeft afgelost, worden in de brief wel het aantal termijnen dat u achterloopt én uw termijnbedrag genoemd. Daarmee kunt u berekenen wat uw betalingsachterstand is.

Schuldenoverzicht ieder kwartaal

Eind maart 2023 hebben alle ondernemers met een coronabetalingsregeling een schuldenoverzicht ontvangen met de openstaande belastingaanslagen die vallen onder de betalingsregeling bijzonder uitstel vanwege de coronacrisis en met de overige openstaande betalingsverplichtingen die hier niet onder vallen. Dit overzicht wordt vanaf nu elk kwartaal verstrekt.

U ontvangt dit overzicht ook als u geen betalingsachterstanden heeft. Het overzicht geeft dan ook geen inzicht in het bedrag van de betalingsachterstand, maar u heeft dit wel nodig om uw eventuele betalingsachterstand te berekenen. Hiertoe heeft u begin april 2023 ook een betalingsoverzicht ontvangen (met de titel ‘Invorderingsrente bij betalingsregeling bijzonder uitstel’), met daarin onder meer een overzicht van de betalingen die u vanaf 1 september 2022 heeft gedaan.

Intrekken betalingsregeling

In de brief ‘Achterstanden betalingsregeling bijzonder uitstel vanwege de coronacrisis (en aangifte- en betalingsverplichtingen)’ die u vanaf 11 april 2023 kunt ontvangen, wordt u gemaand om binnen 14 dagen na dagtekening van de brief uw betalingsachterstand in te lopen.

Tip! De brief heeft een dagtekening in de toekomst. U heeft dus meer dan 14 dagen de tijd om te reageren. De reactietermijn verloopt hierdoor waarschijnlijk rond 6 mei 2023.

Loopt u de betalingsachterstand niet in, dan ontvangt u vanaf eind mei 2023 een beschikking van de Belastingdienst waarin de betalingsregeling wordt ingetrokken. Om invorderingsmaatregelen en bijkomende (veelal hoge) kosten te voorkomen, heeft u daarna nog 14 dagen de tijd om in een keer het hele bedrag van uw coronabelastingschuld te betalen.

Let op! Vanaf half juni 2023 start de Belastingdienst de invordering dan op.

Mogelijkheden coronabelastingschulden

Lukt het niet om aan de voorwaarden van de betalingsregeling te voldoen, dan zijn er nog mogelijkheden. Hiermee kunt u misschien voorkomen dat de Belastingdienst de betalingsregeling intrekt. Zo kunt u onder meer verzoeken de schuld in zeven in plaats van vijf jaar af te lossen. Ook kunt u verzoeken niet maandelijks, maar per kwartaal af te mogen lossen. Tot slot kunt u ook eenmalig verzoeken om een betaalpauze van maximaal zes maanden. Het gevolg van zo’n verzoek is wel dat uw af te lossen maandbedragen die daarna nog volgen, hoger worden.

Let op! Voor deze mogelijkheden gelden ook voorwaarden. Onze adviseurs kunnen u hierover informeren.

Voorkom belastingrente inkomsten- en vennootschapsbelasting

By nieuws

Als de Belastingdienst een aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting aan u oplegt met een te betalen bedrag, berekent de Belastingdienst in beginsel ook belastingrente. Deze rente bedraagt 4% voor de inkomstenbelasting en 8% voor de vennootschapsbelasting. U kunt deze belastingrente voorkomen.

Inkomstenbelasting

Mobiel

De Belastingdienst berekent geen belastingrente over uw aanslag inkomstenbelasting 2022 als u voor 1 mei 2023 uw aangifte indient. Vaak is het niet mogelijk om zo snel al uw aangifte in te dienen. U kunt dan ook voor 1 mei 2023 om een voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2022 vragen bij de Belastingdienst. Ook dan berekent de Belastingdienst geen belastingrente.
Let op! De belastingrente voor de inkomstenbelasting bedraagt 4%.

Vennootschapsbelasting

Over uw aanslag vennootschapsbelasting 2022 berekent de Belastingdienst geen belastingrente als u voor 1 juni 2023 uw aangifte indient. Ondanks dat dit een maand later is dan voor de inkomstenbelasting, is het ook voor de vennootschapsbelasting vaak niet mogelijk om zo snel uw aangifte in te dienen. De belastingrente kunt u ook voor de vennootschapsbelasting voorkomen door op tijd een voorlopige aanslag aan te vragen. Hiermee kunt u echter niet wachten tot 1 juni 2023. Deze voorlopige aanslag moet namelijk aangevraagd worden voor 1 mei 2023.

Tip! Overleg met een van onze adviseurs of uw aangifte vennootschapsbelasting 2022 voor 1 juni 2023 ingediend kan worden. Als dat niet mogelijk is, vraag dan voor 1 mei 2023 een voorlopige aanslag aan. Uiteraard kunnen wij u daarbij van dienst zijn.

Let op! De belastingrente voor de vennootschapsbelasting zou eigenlijk vanaf 1 maart 2023 10,5% bedragen. Het percentage is namelijk gebaseerd op de wettelijke rente voor handelstransacties. Het kabinet heeft echter laten weten de belastingrente voor de vennootschapsbelasting vooralsnog op 8% te houden.

Juiste en volledige aangifte of schatting voorlopige aanslag

Het is belangrijk dat de aangifte juist en volledig is of dat de schatting voor de voorlopige aanslag zo veel mogelijk de werkelijkheid benadert. De Belastingdienst berekent namelijk wel belastingrente als de definitieve aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting hoger is dan volgens uw aangifte of dan in uw voorlopige aanslag opgenomen. De belastingrente wordt dan berekend over het meerdere.

Let op! Als de definitieve aanslag uiteindelijk lager is, vergoedt de Belastingdienst geen rente.

Box 3: wat gebeurde er afgelopen maand?

By nieuws

Box 3 houdt de gemoederen nog volop bezig. Ook afgelopen maand verscheen weer voldoende berichtgeving. In dit artikel vindt u een overzicht.

Forfaits 2022 bekend

Euro

Zo maakte staatssecretaris Van Rij de definitieve forfaits voor bank- en spaartegoeden en schulden voor het jaar 2022 bekend. Voor het jaar 2023 worden deze definitieve forfaits pas begin 2024 vastgesteld, behalve voor de overige bezittingen. Dat forfait is al vastgesteld. 

  2022  2023 
Bank- en spaartegoeden  0,00%  0,36%* 
Schulden  2,28%  2,57% 
Overige bezittingen  5,53%  6,17% 

*Voorlopig percentage

Belastingdienst houdt box 3-bezwaren 2017-2021 aan

De Belastingdienst doet momenteel geen uitspraak op bezwaar als het bezwaar gericht is tegen de box 3-heffing voor de jaren 2017 tot en met 2021. Tot de staatssecretaris duidelijk heeft gemaakt wat de aanpak wordt van deze bezwaren, houdt de Belastingdienst deze aan.

Let op! Dat geldt niet als u in uw bezwaar ook in verweer komt tegen ander zaken dan box 3.

Uw box 3-inkomen over de jaren 2017 tot en met 2022 wordt op twee manieren berekend:

  • volgens de oude manier van box 3, waarbij wordt uitgegaan van forfaits en een fictieve verdeling van uw vermogen, en
  • volgens de nieuwe manier van het rechtsherstel box 3, waarbij wordt uitgegaan van forfaits en de daadwerkelijke verdeling van uw vermogen.

Bij de vaststelling van de box 3-heffing houdt de Belastingdienst in uw definitieve aanslag automatisch alleen rekening met de laagste uitkomst van deze twee berekeningen.

Ontvangt u een definitieve aanslag inkomstenbelasting over de jaren 2017 tot en met 2021, overleg dan met onze adviseurs of bezwaar maken verstandig is. Zo kan uw werkelijk behaalde rendement bijvoorbeeld (sterk) afwijken van het door de Belastingdienst berekende box 3-inkomen. Inmiddels is ook al enige rechtspraak verschenen over de vraag of recht bestaat op verdere verlaging van de box 3-heffing als het werkelijke rendement lager is. Bezwaar maken kan daarom zinvol zijn. Doe dit wel snel, u heeft namelijk vanaf de dagtekening van de aanslag maar zes weken om een bezwaar in te dienen.

Let op! De rechtspraak ligt momenteel niet allemaal op één lijn en de Hoge Raad heeft ook nog geen oordeel uitgesproken. Voorlopig is het daarom nog niet duidelijk of u ook recht heeft op verdere verlaging van uw box 3-heffing als uw werkelijke rendement lager is dan waarmee in uw definitieve aanslag is gerekend.

Box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement pas vanaf 2027

Tot slot liet staatssecretaris Van Rij onlangs weten dat een box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement op zijn vroegst vanaf 2027 kan worden ingevoerd.

Vanaf 2023 wordt box 3 geheven op basis van de Overbruggingswet box 3. Deze heffing is grotendeels gelijk aan de wijze waarop het rechtsherstel voor de jaren tot en met 2023 berekend wordt. De bedoeling was dat deze Overbruggingswet zou gelden tot en met 2025. Vanaf 2026 zou dan een box 3-heffing op basis van werkelijk rendement ingevoerd worden. Dat gaat dus niet lukken. Dit betekent dat de Overbruggingswet ook in 2026 waarschijnlijk nog van kracht is.

Let op! De verwachting is dat de Overbruggingswet box 3 nog wordt aangepast op een aantal punten. De Kamer heeft het kabinet hiertoe al meerdere malen opgeroepen, bijvoorbeeld om te onderzoeken of een fijnmaziger rendement op overige beleggingen mogelijk is (in plaats van één rendement voor deze grote diverse groep dat voor 2023 is vastgesteld op 6,17%).

Aftrekpost in 2023 meestal naar partner met laagste inkomen

By nieuws

Fiscale partners kunnen in de inkomstenbelasting bepaalde aftrekposten naar eigen keuze aan elkaar toedelen. Vanaf 2023 is toedeling aan de partner met het laagste inkomen meestal het voordeligst.

Aftrekposten tegen 36,93%

Administratie

De volgende aftrekposten zijn in 2023 nog maar aftrekbaar tegen maximaal 36,93%:

  • aftrekbare kosten (waaronder hypotheekrente) voor de eigen woning,
  • aftrek van alimentatie, van ziektekosten en van giften.

Tip! Het aftrektarief is maximaal 36,93%. Dit betekent dat de aftrek tegen 36.93% gaat als uw inkomen in 2023 onder het 49,50%-of het 36,93%-tarief valt. Een AOW-gerechtigde betaalt tot een inkomen van € 37.149 echter een tarief van 19,03%. De aftrek gaat bij een AOW-gerechtigde daarom tot een inkomen van € 37.149 tegen 19,03% en dus niet tegen 36,93%.

Geen tariefvoordeel meer

Voor AOW-gerechtigde zou in 2023 nog een tariefvoordeel behaald kunnen worden bij toedeling van een aftrekpost aan het hoogste inkomen (mits dat inkomen hoger is dan € 37.149). Voor mensen die de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt, is dit voordeel vanaf 2023 verdwenen.

Tariefstructuur

Door de complexe tariefstructuur in de inkomstenbelasting, is het vanaf 2023 meestal het voordeligst om de aftrekpost toe te delen aan de partner met het laagste inkomen. In die tariefstructuur is de te betalen belasting namelijk niet alleen afhankelijk van het toegepaste tarief (in 2023 voor een niet-AOW-gerechtigde 36,93% tot € 73.031 en 49,50% vanaf € 73.031), maar ook van de heffingskortingen.

Heffingskortingen kunnen hoger zijn bij een lager inkomen. Zo daalt de algemene heffingskorting van maximaal € 3.070 vanaf een inkomen uit werk en woning van € 22.660 in 2023 met 6,095%. Vanaf een inkomen van € 73.031 bestaat dan geen recht meer op algemene heffingskorting. Voor AOW-gerechtigden daalt de ouderenkorting van maximaal € 1.835 vanaf een verzamelinkomen van € 40.888 in 2023 met 15%. Vanaf een inkomen van € 53.122 bestaat dan geen recht meer op ouderenkorting.

Meest gunstige verdeling

De afbouw van de heffingskortingen zorgen ervoor dat het meestal voordeliger kan zijn om de aftrekpost aan de partner met het laagste inkomen toe te delen. Voor AOW-gerechtigde kan dit anders als de minstverdienende partner belast wordt tegen het tarief van 19,03% (bij een inkomen tot € 37.149). De berekening welke toedeling het meest gunstig is, is niet eenvoudig. Onze adviseur zullen bij het verzorgen van uw aangifte inkomstenbelasting 2023 uiteraard de meest voordelige verdeling toepassen.

Belastingvrij verhuiskosten vergoeden aan uw werknemer

By nieuws

Als uw werknemer verhuist, kunt u belastingvrij verhuiskosten vergoeden. Hiervoor gelden wel voorwaarden. Welke zijn dit?

Verhuizen voor het werk

Sleutel

Als uw werknemer verhuist in het kader van zijn dienstbetrekking bij u, kunt u zijn verhuiskosten belastingvrij vergoeden. Hiervoor geldt namelijk een gerichte vrijstelling.

Gerichte vrijstelling verhuiskosten

Onder deze gerichte vrijstelling mag u belastingvrij een bedrag van maximaal € 7.750 aan verhuiskosten vergoeden. Daarnaast kunt u belastingvrij ook de werkelijke kosten voor het overbrengen van de inboedel vergoeden. Deze vergoeding komt dus bovenop het fiscaalvrije bedrag van maximaal € 7.750.

Let op! Deze vergoedingen mag u alleen verstrekken als de verhuizing plaatsvindt in het kader van de dienstbetrekking bij u. De verhuizing moet daarom voldoende samenhang hebben met de dienstbetrekking.

Wanneer is sprake van ‘in het kader van de dienstbetrekking’

De verhuizing is in ieder geval in het kader van de dienstbetrekking als:

  • de werknemer binnen 2 jaar verhuist na het aanvaarden van een nieuwe dienstbetrekking of na overplaatsing binnen een bestaande dienstbetrekking; én
  • de afstand tussen de woning en de plaats van de dienstbetrekking door de verhuizing minimaal 60% kleiner wordt; én
  • deze afstand vóór de verhuizing minimaal 25 kilometer bedraagt.

Tip! Voldoet de verhuizing van uw werknemer niet aan deze voorwaarden, dan kan de verhuizing nog steeds plaatsvinden in het kader van de dienstbetrekking. U moet dat dan wel aannemelijk maken.

Verhuizen, maar niet voor het werk?

Vindt de verhuizing niet plaats in het kader van de dienstbetrekking, dan kunt u verhuiskosten toch onbelast aan uw werknemer vergoeden door deze aan te wijzen in de vrije ruimte. Ook kosten die niet onder de gerichte vrijstelling voor verhuiskosten vallen, zoals de aan- en verkoopkosten van de woning, kunt u aanwijzen in de vrije ruimte.

Regels vrije ruimte

Voor het aanwijzen in de vrije ruimte gelden regels. Zo moet het bijvoorbeeld gebruikelijk zijn om de vergoedingen aan te wijzen. Bovendien is de vrije ruimte beperkt. In 2023 bedraagt deze 3% over de eerste € 400.000 van de totale loonsom en 1,18% over het meerdere. Komt het totaal van vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen die u in 2023 aanwijst boven deze vrije ruimte, dan betaalt u als werkgever 80% eindheffing over dit meerdere.

Maatregelen om procedures WOZ en bpm te verminderen

By nieuws

Het grote aantal WOZ-procedures is staatssecretaris Van Rij een doorn in het oog. Hij heeft daarom bekendgemaakt wetgeving voor te bereiden om het aantal bezwaren en beroepen in WOZ-procedures te verminderen. Hij wil dit ook doen voor procedures inzake de bpm.

No cure, no pay

Juridisch

Met name in WOZ-zaken wordt vaak geprocedeerd op basis van ‘no cure, no pay’. Professionele organisaties die zich met name richten op WOZ-geschillen, bieden dan aan om de WOZ-waarde aan te vechten en alleen kosten te berekenen als de zaak geheel of deels wordt gewonnen. De belastingplichtige heeft in die situatie recht op een kostenvergoeding, waarmee de rekening kan worden voldaan.

Meer inzicht

De staatssecretaris stelt een aantal maatregelen voor. Om te beginnen wil hij de kostenvergoeding en een eventuele schadevergoeding bij lange duur van een proces rechtstreeks overmaken naar de belastingplichtige en niet meer naar de adviseur. Zodoende wil hij het inzicht in de kosten en vergoedingen bij de belastingplichtige vergroten.

Vermindering en schrappen vergoedingen

Verder wil Van Rij de vergoeding voor WOZ- en bpm-zaken verminderen en deze zelfs laten vervallen als er sprake is van geringe correcties. Wat hieronder moet worden verstaan, wordt door de staatssecretaris echter niet aangegeven. Ook schadevergoedingen vanwege de lange duur van het proces, zouden voor WOZ- en bpm-zaken worden geschrapt.

Informeel traject

De staatssecretaris wil ook verplichten dat de burger, voordat bezwaar kan worden gemaakt, verplicht een informeel traject met de gemeente moet afleggen. Veel gemeentes dringen er bij een geschil over de WOZ-waarde nu al bij de burger op aan eerst met de gemeente te bellen, om zodoende het indienen van een bezwaar te kunnen voorkomen.

Geen verbeterpunten waardevaststelling

De brief van Van Rij bevat geen verbeterpunten inzake de waardevaststelling in WOZ-zaken. In praktijk blijkt namelijk dat ongeveer de helft van alle WOZ-bezwaren moet worden toegewezen, zodat bij veel belastingplichtigen de indruk bestaat dat de waardering inzake WOZ-waardes sterk te wensen overlaat.

Let op! Bovengenoemde zaken betreffen voorstellen voor nieuwe wetgeving door staatssecretaris Van Rij.

Geen blijvende extra belasting overwinsten

By nieuws

Het kabinet kiest er niet voor om overwinsten die bijvoorbeeld door energiemaatschappijen behaald worden, blijvend extra te belasten. Deze overwinsten zijn thans extra belast via een solidariteitsbijdrage en een verhoging van de belasting op de winning van olie en gas. Een bredere solidariteitsbijdrage dan wel een extra schijf in de vennootschapsbelasting, komt er echter niet.

Moties

Industrie

Het kabinet antwoord dit naar aanleiding van een aantal ingediende moties. Het kabinet acht het extra belasten van overwinsten juridisch onmogelijk en bovendien ongewenst.

Creëren wettelijke grondslag onmogelijk

Het kabinet geeft aan dat het onmogelijk is voor een extra heffing op overwinsten een wettelijke grondslag te creëren. Zonder dat duidelijk is welke doelgroep wordt belast, ten aanzien van welke overwinst en tegen welk tarief, is dit volgens het kabinet niet mogelijk. Bovendien kan niet eenvoudig worden bepaald waardoor een excessieve winst is gerealiseerd. Dit kan bijvoorbeeld ook voortvloeien uit bedrijfseconomische omstandigheden.

Verstoring bedrijfseconomische processen

Het kabinet vreest ook dat een bredere solidariteitsbijdrage leidt tot arbitraire heffingen en verstoringen in bedrijfseconomische processen. Geplande investeringen zouden wellicht worden heroverwogen, waardoor Nederland minder aantrekkelijk wordt voor toekomstige investeringen en innovatieve activiteiten.

Ook geen extra vpb-schijf

Het kabinet is er ook geen voorstander van om voor overwinsten een extra tariefschijf in de vennootschapsbelasting in te voeren. Er wordt gevreesd dat dit zal leiden tot het opknippen van bedrijven, om op die manier via meerdere bv’s het hoge tarief te ontwijken. Bovendien is een extra tariefschijf juridisch bewerkelijk en complex, aangezien dan aangegeven moet worden wanneer die extra schijf van toepassing zou moeten zijn. Hiervoor bestaat volgens het kabinet geen meetbaar criterium.

Onderzoeksplicht belastinginspecteur beperkt, navordering terecht

By nieuws

Een belastinginspecteur hoeft niet uit zichzelf te onderzoeken of uw bedrijfsactiviteiten volgens de Kamer van Koophandel (KVK) gewijzigd zijn. Ook hoeft hij voor de winstbepaling geen rekening te houden met feiten die uit de btw-aangifte blijken. In die gevallen is er geen sprake van een ambtshalve verzuim en is navorderen dus toegestaan.

Uitgaan van juistheid gegevens

Euro

Als u uw aangifte inkomstenbelasting indient, mag de inspecteur ervan uitgaan dat die gegevens kloppen. Nader onderzoek is alleen noodzakelijk als de inspecteur in redelijkheid aan de juistheid van de gegevens behoort te twijfelen. Alleen als de omstandigheden zo sterk doen vermoeden dat de aangifte onjuist is, is het nalaten van onderzoek een ambtelijk verzuim en kan er niet worden nagevorderd.

Extra activiteiten

Voor de rechtbank Noord-Holland speelde een zaak waarbij een ondernemer in een maatschap extra ondernemersactiviteiten had laten verwerken in zijn inschrijving bij de KVK. Ook had hij ten aanzien van deze extra activiteiten aangiftes omzetbelasting ingediend. De inspecteur had pas na een boekenonderzoek van de extra activiteiten vernomen, schrapte de hiermee gemaakte kosten, en legde navorderingsaanslagen op.

Nieuw feit?

De ondernemer ging in bezwaar en beroep en stelde dat de inspecteur niet beschikte over een nieuw feit. Dat er extra ondernemersactiviteiten waren ontwikkeld had de inspecteur namelijk kunnen weten, aldus de ondernemer. Deze waren immers gemeld bij de KVK en bovendien waren er btw-aangiftes ingediend. Omdat een nieuw feit ontbrak kon er volgens de ondernemer niet worden nagevorderd.

Raadplegingsplicht beperkt

De rechter ging hierin niet mee en stelde dat de raadplegingsplicht van de inspecteur beperkt is. Die plicht is in beginsel beperkt tot de aangiftes en het dossier van  de belastingplichtige en de ondernemer had de gewijzigde inschrijving bij de KVK niet zelf aan de inspecteur doorgegeven. Ook hoeft de inspecteur geen dossiers te raadplegen die betrekking hebben op andere belastingen, zoals de btw. Omdat de inspecteur dus niet over een nieuw feit hoefde te beschikken, bleven de navorderingen in stand.

Europese Commissie keurt TEK-regeling goed

By nieuws

De Europese Commissie heeft de Tegemoetkoming Energiekosten energie-intensief mkb (TEK) goedgekeurd. Dit betekent dat de regeling volgens de geldende voorwaarden kan worden uitgevoerd. De TEK-regeling werkt met terugwerkende kracht vanaf 1 november 2022.

Tegemoetkoming Energiekosten energie-intensief mkb (TEK)

Fabriek

De TEK is bedoeld als tegemoetkoming in de sterk gestegen energiekosten voor mkb-bedrijven die relatief veel energie verbruiken. Dit betekent dat bedrijven voor de TEK minstens 7% van hun omzet aan energiekosten kwijt moeten zijn, de zogenaamde energie-intensiteitseis. Er gelden nog meer voorwaarden voor de TEK

Wat krijgt u uitgekeerd?

Heeft u recht op de TEK? Dan ontvangt u in eerste instantie een voorschot op uw subsidie van 35%. Er wordt gewerkt met een minimumprijs van € 1,19 per kuub gas en € 0,35 per kWh elektra en met een maximumprijs van € 3,19 respectievelijk € 0,95. De TEK vergoedt maximaal 50% van het verschil en bedraagt maximaal € 160.000. Op de site van RVO.nl vindt u diverse rekenvoorbeelden.

Aanvragen

De TEK kan tot 2 oktober 2023 17.00 uur worden aangevraagd voor de periode 1 november 2022 tot en met 31 december 2023. Aanvragen kan via RVO.nl.