All Posts By

admin

Wanneer bent u starter voor de NOW?

By nieuws

Er bestaan voor starters specifieke regels inzake de NOW. Maar wanneer wordt u als starter aangemerkt en wat is daarvoor bepalend? Rechtbank Amsterdam gaf onlangs het antwoord. Daaruit blijkt dat niet altijd de datum van inschrijving bij de Kamer van Koophandel bepalend is.

NOW

Laptop

Ondernemers met personeel die tijdens de coronacrisis forse omzetverliezen boekten, konden via de NOW (Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid) financiële steun krijgen van de overheid. Voor starters golden speciale regels, omdat de steun onder andere afhankelijk was van de omzet in een bepaalde periode in het verleden, de referentieperiode.

Aanvang bedrijfsuitoefening?

Voor de referentieperiode is bij starters de aanvang van de bedrijfsuitoefening van belang. In dit geval was het betreffende bedrijf al in 2019 ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (KVK), maar begon het pas vanaf januari 2020 omzet te genereren. Tot die tijd had het alleen innovatieve werkzaamheden verricht, het ontwikkelen van een digitaal juridisch platvorm.

Datum inschrijving KVK uitgangspunt

De rechtbank is van mening dat de datum van inschrijving bij de KVK uitgangspunt is voor het bepalen van de datum van de aanvang van de bedrijfsuitoefening. Hiervan kan echter worden afgeweken, als op basis van objectief bepaalbare feiten en omstandigheden een andere datum aannemelijk is.

Let op! Het bedrijf heeft hiervoor wel zelf de bewijslast.

Aannemen personeel

Volgens de rechtbank was niet het commercieel aanbieden van het ontwikkelde platvorm het startmoment, maar in dit geval het moment waarop personeel werd aangenomen. Het bedrijf ontwikkelde namelijk zelf het platvorm en had hiervoor personeel in dienst genomen. Dit moment week echter wel af van de inschrijvingsdatum bij de KVK, zodat ook de referentieperiode wijzigde. 

Het UWV werd dan ook opgedragen de toegekende NOW te herzien.

Deadline Gecombineerde opgave naar 15 juni!

By nieuws

Agrariërs krijgen een maand langer de tijd om de Gecombineerde opgave in te dienen. De Gecombineerde Opgave moet nu uiterlijk op 15 juni 2023 zijn ingeleverd. Dit heeft minister Adema van Landbouw in een brief aan de Tweede Kamer laten weten.

De agrarische belangenorganisaties LTO en NAJK hadden het uitstel bepleit vanwege diverse moeilijkheden waarmee de Gecombineerde opgave dit jaar vergezeld gaat.

Gecombineerde opgave

Tractor

Met de Gecombineerde opgave moeten agrariërs gegevens doorgeven voor de Landbouwtelling, de Meststoffenwet, meldt men zich aan voor GLB-regelingen, vraagt men de brede weersverzekering aan en meldt men fosfaatdifferentiatie aan. De Gecombineerde opgave bevat dit jaar ook een aantal nieuwe elementen.

Geen sancties

Vanwege deze nieuwe elementen en nieuwe voorwaarden zullen er dit eerste jaar in principe nog geen sancties worden opgelegd en krijgen overtreders alleen een waarschuwing. Ook zal het mogelijk zijn om administratieve fouten te herstellen tot 30 november 2023, zonder dat sancties volgen.

Ondersteuning RVO

De Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (rvo) voert de regeling uit. Er staat ook een groot team van medewerkers bij de RVO klaar om agrariërs te ondersteunen. Volgens de RVO zal het uitstel met een maand geen uitvoeringstechnische problemen opleveren.

Geen schadevergoeding bij zeer gering financieel belang

By nieuws

Als de behandeling van uw bezwaar of beroep in fiscale zaken te lang duurt, kunt u recht hebben op een schadevergoeding. Als er echter sprake is van een zeer gering financieel belang, heeft u geen recht op een schadevergoeding. Wanneer is daarvan sprake?

Uitstel van betaling

Euro

Als u bezwaar aantekent tegen een belastingaanslag, verkrijgt u in veel gevallen automatisch uitstel van betaling. Dat vervalt zodra de inspecteur op uw bezwaar heeft beslist. Gaat u in beroep, dan vervalt het verleende uitstel van betaling dus.

Let op! Dit is alleen anders als u in beroep gaat en hier apart om verzoekt.

Aanmaningskosten

Onlangs bracht een belastingplichtige zijn zaak voor de rechter, omdat de inspecteur € 17 aanmaningskosten in rekening had gebracht. Dit deed hij vanwege het te laat betalen van de aanslag. De belastingplichtige was het hiermee niet eens en was van mening dat hij de aanslag pas hoefde te betalen nadat zijn beroep was afgehandeld. De rechter deelde deze mening niet, omdat er geen verzoek om uitstel van betaling was ingediend.

Immateriële schadevergoeding?

Belastingplichtige meende echter dat hij wel recht had op een immateriële schadevergoeding, omdat de behandeling van zijn zaak langer had geduurd dan de maximale termijn die hiervoor wettelijk is voorgeschreven. Die termijn – van in dit geval twee jaar – was inderdaad met vier maanden overschreden, maar de rechtbank vond dat er desondanks geen recht bestond op een schadevergoeding vanwege het zeer geringe financiële belang.

Wat is een zeer gering financieel belang?

De Hoge Raad heeft in 2017 beslist dat er van een zeer gering financieel belang sprake is bij een vordering tot € 15. Omdat deze uitspraak inmiddels zes jaar oud was, was de rechtbank van mening dat er momenteel ook bij een financieel belang van € 17 sprake is van een zeer gering financieel belang. Daarom werd er geen schadevergoeding toegewezen.

Rechter biedt duidelijkheid over correctiebeleid fiscus

By nieuws

Bij een onjuiste aangifte kan de fiscus hiervan afwijken en een correctie opleggen. Om frustratie over geringe correcties te voorkomen, hanteert de fiscus een zogenaamd correctiebeleid. Wat houdt dit beleid in?

Correctiebeleid

Juridisch

Het correctiebeleid komt er in beginsel op neer dat correcties bij de aangifte niet worden opgelegd als het te betalen bedrag niet meer dan € 225 bedraagt. De drempel bij een inkomenscorrectie bedraagt € 500. Negatieve correcties in het voordeel van de belastingplichtige worden altijd doorgevoerd. Bij navorderingen gaat het om een inkomenscorrectie van € 1.000 c.q. een te betalen belastingbedrag van € 450.

Eén of beide voorwaarden?

In een zaak bij het gerechtshof Amsterdam had de inspecteur een correctie aangebracht betreffende opgevoerde zorgkosten. De inspecteur liet een bedrag van € 623 minder in aftrek toe, waardoor de belastingplichtige € 167 meer aan belasting moest betalen. Die was van mening dat slechts aan één van de gestelde voorwaarden voldaan hoefde te worden om gebruik te kunnen maken van het correctiebeleid, en stapte naar de rechter.

Redelijke uitleg

De rechters waren het met de belastingplichtige eens en beslisten dat het verschil van € 167 niet betaald hoefde te worden. Volgens het gerechtshof was uit de tekst en strekking van de notitie inzake correctiebeleid niet op te maken dat bij een inkomenscorrectie meer dan € 500 en een te betalen bedrag tot € 225 er toch gecorrigeerd wordt. Een redelijke uitleg leidde er volgens het Hof juist toe dat dit niet de bedoeling was.

Let op! Als u inspeelt op het correctiebeleid of er bij herhaling gebruik van probeert te maken, kan de fiscus het correctiebeleid achterwege laten en ook onder genoemde grenzen corrigeren.

BMKB-regeling met vier jaar verlengd

By nieuws

De Borgstellingsregeling voor mkb-kredieten, de BMKB-regeling, wordt met vier jaar verlengd tot 1 juli 2027. Dit geldt ook voor de BMKB-Groenregeling. Dit heeft het kabinet bekendgemaakt, na evaluatie van de regeling.

BMKB-regeling

Euro

Vooral voor ondernemers met onvoldoende onderpand, kan de BMKB-regeling uitkomst bieden. Via de BMKB-regeling stelt de overheid zich garant voor een deel van een bij een financier afgesloten lening. 

De regeling is alleen toegankelijk voor bedrijven met niet meer dan 250 werknemers (fte’s) en een jaaromzet tot € 50 miljoen of een balanstotaal tot € 43 miljoen.

Ook BMKB-Groen verlengd

Sinds november 2022 bestaat er ook een aparte BMKB-regeling, de BMKB-Groen, die bedoeld is voor verduurzamingsinvesteringen. Het is een variant op de reguliere BMKB-regeling voor ondernemers. De BMKB-Groenregeling is toepasbaar op bedrijfsmiddelen die zijn opgenomen in de Energielijst, op overige middelen verbonden aan energie-investeringen en op de aanpassing of vervanging van bedrijfspanden naar tenminste energie-label C. Ook deze regeling wordt met vier jaar verlengd tot 1 juli 2027.

Minder provisie?

Behalve een verlenging van de BMKB-regelingen gaat een onafhankelijk expert advies uitbrengen of het mogelijk is de provisie, die bij een dergelijke financiering komt kijken, te verlagen. Financiers zijn bij het afsluiten van een BMKB-krediet nu namelijk nog een provisie verschuldigd aan de RVO (Rijksdienst voor Ondernemen) die kan oplopen tot 8,35%. De financier rekent deze provisie aan de geldlener door.

Bezwaren en definitieve aanslagen box 3 aangehouden

By nieuws

De Belastingdienst houdt bezwaren inzake box 3 over de jaren 2017 tot en met 2022 aan. Ook worden geen definitieve aanslagen met box 3-inkomen over de jaren 2021 en 2022 opgelegd. Dit allemaal in afwachting van nieuwe arrest van de Hoge Raad over box 3.

Aanhouden tot arresten Hoge Raad

Euro

Op dit moment lopen er meerdere procedures bij de Hoge Raad. Centrale vraag in deze procedures is of het rechtsherstel box 3 in lijn is met het Kerstarrest. De Belastingdienst houdt de bezwaren box 3 nu aan en legt geen definitieve aanslagen met box 3-inkomen op om te voorkomen dat iedere belastingplichtige met box 3-inkomen zelf moet procederen. Na de arresten van de Hoge Raad handelt de Belastingdienst dit verder af.

Let op: er zijn uitzonderingen

Bestaat uw box 3-inkomen alleen uit bank- en spaartegoeden, dan houdt de Belastingdienst uw definitieve aanslag of bezwaar niet aan. Het forfaitair rendement over bank- en spaartegoeden is immers (nagenoeg) gelijk aan het werkelijk genoten rendement. De vraag of het rechtsherstel box 3 in lijn is met het Kerstarrest speelt in zulke gevallen daarom niet.

Definitieve aanslagen inkomstenbelasting met box 3-inkomen voor de jaren tot en met 2020 worden niet aangehouden. De Belastingdienst legt voor die jaren dus wel definitieve aanslagen op, ook als daar box 3-inkomen in opgenomen is.

Als u de Belastingdienst in gebreke stelt vanwege overschrijding van de wettelijke termijn waarbinnen hij normaal moet beslissen op uw bezwaar, wordt uw bezwaar ook niet aangehouden. Het wordt dan afgehandeld in lijn met de wet rechtsherstel box 3. Dit betekent waarschijnlijk dat uw bezwaar wordt afgewezen. U moet dan zelf in beroep bij de rechtbank om uw rechten veilig te stellen. 

Tip! Het advies is daarom om de Belastingdienst niet in gebreke te stellen.

Rechtspositie blijft gelijk

Uw rechtspositie blijft door het aanhouden van de bezwaren gelijk. Als u het niet eens bent met de afhandeling na de arresten van de Hoge Raad, kunt u alsnog in beroep bij de rechtbank. Dat geldt ook voor het aanhouden van de definitieve aanslag. Bent u het daar straks niet mee eens, dan kunt u bezwaar maken en daarna in beroep.

Voorlopige aanslagen

De Belastingdienst legt wel voorlopige aanslagen met box 3-inkomen op. Dit betreft zowel voorlopige aanslagen waaruit een teruggaaf volgt, als voorlopige aanslagen waaruit een te betalen bedrag volgt. 

Let op! Als u een verzoek doet tot herziening van de voorlopige aanslag of als u in bezwaar komt tegen een afwijzing van zo’n verzoek, dan houdt de Belastingdienst dit aan totdat de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan.

Wel in bezwaar tegen definitieve aanslag!

Ontvangt u een definitieve aanslag met box 3-inkomen, bijvoorbeeld over het belastingjaar 2020? Dan kunt u niet afwachten, maar moet u in bezwaar om uw rechten veilig te stellen. Dit bezwaar zal de Belastingdienst vervolgens aanhouden in afwachting van de arresten van de Hoge Raad.

Let op! Het is nog onbekend wanneer de Hoge Raad uitspaak doet. Uiteraard houden wij u op de hoogte.

Vragen?

Heeft u vragen over uw eigen specifieke situatie? Neem dan contact op met een van onze adviseurs.

Eisen voor giften in natura aangescherpt

By nieuws

Ook giften in natura zijn, net als geldelijke giften, onder voorwaarden fiscaal aftrekbaar. De voorwaarden voor aftrek van giften in natura worden echter aangescherpt. Deze aanscherping moet per 2024 ingaan.

Gift in natura

Schenken

Bij een gift in natura kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een duur schilderij. Voor de waarde ervan gaat de fiscus uit van de waarde in het economisch verkeer.  Bij giften in natura is het lastig aannemelijk te maken dat de gift is gedaan en wat deze inhield.  Bovendien is de waarde van de gift soms moeilijk vast te stellen en leidt nogal eens tot discussie tussen belastingplichtigen en de Belastingdienst.

Objectieve waardebepaling

Vanwege deze problemen zijn volgens het wetsvoorstel giften in natura met een waarde van meer dan € 10.000 voortaan alleen nog aftrekbaar als er een objectieve waardebepaling heeft plaatsgevonden. Deze moet blijken uit een onafhankelijk taxatierapport of een factuur. Voor fiscale partners wordt de gezamenlijke grens gesteld op € 20.000.

Let op! De voorgestelde aanscherping geldt zowel voor de giftenaftrek in de inkomsten- als in de vennootschapsbelasting.

Aannemelijk maken

Een gift en de waarde ervan moeten ook altijd aannemelijk kunnen worden gemaakt. Dit geldt zowel voor giften boven, als onder genoemde grenzen van € 10.000 respectievelijk € 20.000. Deze voorwaarde geldt nu ook al.

Let op! Dit plan moet nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.

Reisbureauregeling en btw bij annulering van de reis

By nieuws

Past u de reisbureauregeling toe, dan bent u niet altijd btw verschuldigd als u een annuleringsvergoeding ontvangt.

U kunt de reisbureauregeling toepassen als u reizen samenstelt uit bij andere ingekochte goederen en diensten en deze zelf verkoopt aan reizigers. U bent bijvoorbeeld een reisorganisator of een touroperator, maar ook als u op eigen naam een vakantiewoning inhuurt en verhuurt aan een reiziger, kan de reisbureauregeling van toepassing zijn.

Let op! De reisbureauregeling geldt niet voor doorverkoop van reizen die door een ander zijn samengesteld. Reisbureaus die reispakketten van een ander doorverkopen en dus feitelijk als tussenpersoon optreden, kunnen hierop de regeling niet toepassen.

Reisbureauregeling

Vakantie

De reisbureauregeling is alleen van toepassing als u gebruikmaakt van diensten van andere ondernemers bij het samenstellen van de reis. Op uw eigen diensten is de reisbureauregeling in principe niet van toepassing, tenzij deze eigen diensten bijkomstig zijn aan de totaal door u aangeboden reisdienst.

Btw over winstmarge

Toepassing van de reisbureauregeling betekent dat u btw verschuldigd bent over de winstmarge op uw reisdiensten in plaats van over de totale vergoeding. Deze btw berekent u over de winstmarge per aangiftetijdvak of over de winstmarge per reis.

Tip! U kunt zelf kiezen of u per aangiftetijdvak of per reis btw wilt berekenen. De keuze moet uit uw administratie blijken en geldt voor 5 jaar.

Als u de reisbureauregeling toepast, kunt u de btw op inkoopkosten niet in aftrek brengen als deze bij berekening van de winstmarge mee zijn genomen.

Annulering

Annuleert de afnemer van de reis deze vóór aanvang, dan bent u over de verschuldigde annuleringsvergoeding geen btw verschuldigd. Vindt de annulering echter later plaats of neemt de afnemer de reis niet af (no-show) dan bent u wel btw verschuldigd over de annuleringsvergoeding.

Let op! De voorwaarden van de reisbureauregeling zijn niet eenvoudig. Zo kunt u bijvoorbeeld een reisbureau in de zin van de reisbureauregeling zijn zonder dat u zich dat realiseert. Heeft u hier vragen over, neem dan contact op met onze adviseurs.

Wijziging uitvoeringsregels ontslagprocedure UWV

By nieuws

Per april 2023 zijn de uitvoeringsregels van het UWV voor de ontslagprocedure, ontslag om bedrijfseconomische redenen en ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid gewijzigd.

Waarom uitvoeringsregels?

Laptop

Wanneer u uw werknemer wilt ontslaan vanwege bedrijfseconomische redenen of langdurige arbeidsongeschiktheid, moet u aantonen dat u genoeg heeft gedaan om ontslag te voorkomen. Ook moet u de redenen voor ontslag onderbouwen volgens de regels van het UWV. Hiervoor heeft het UWV uitvoeringsregels opgesteld om naar werkgevers, werknemers en rechtshulpverleners transparant te zijn over hoe het de regels in de praktijk toepast.

Welke drie belangrijke documenten zijn er voor u als werkgever?

De uitvoeringsregels zijn opgenomen in drie documenten. In deze drie afzonderlijke documenten vindt u op de eerste pagina’s volgend op de inhoudsopgave een samenvatting van alle wijzigingen.

1. Uitvoeringsregels Ontslagprocedure

De ministeriële Regeling UWV ontslagprocedure (Ruo) bevat procedurele regels over bijvoorbeeld termijnen voor aanvraag en verweer, het raadplegen van de ontslagadviescommissie en het verlenen van uitstel.

2. Uitvoeringsregels Ontslag om bedrijfseconomische redenen

De UWV Uitvoeringsregels ontslag om bedrijfseconomische redenen bevatten een overzicht van de relevante wettelijke en ministeriële regels over ontslag om bedrijfseconomische redenen. Daarnaast bevatten ze een toelichting over hoe het UWV deze regels toepast en welke informatie u als werkgever bij de ontslagaanvraag moet voegen.

3. Uitvoeringsregels Ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid

De UWV Uitvoeringsregels ontslag vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid bevatten ook een overzicht van de relevante wettelijke en ministeriële regels over ontslag en een uitgebreide toelichting, in dit geval betreffende ontslag vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid.

Mogelijke aanpassingen box 3-heffing vanaf 2024

By nieuws

Het kabinet gaat op 9 mei 2023 met de Tweede Kamer in overleg over een aantal aanpassingen vanaf 2024 in de box 3-heffing. Het overleg zal ook gaan over de budgettaire dekking die nodig is voor deze mogelijke aanpassingen.

Heffingskorting groen beleggen naar 1,1%

Euro

Om groen sparen en groen beleggen te stimuleren, geldt hiervoor een box 3-vrijstelling van (in 2023) € 65.072 per persoon. Fiscale partners hebben beiden recht op deze vrijstelling. Daarnaast geldt een heffingskorting van 0,7% van het vrijgestelde bedrag. Deze fiscale stimulans is een tegemoetkoming voor het lagere rendement op dit soort groene producten. De regeling kan voor groen sparen minder aantrekkelijk worden omdat, gezien de lage forfaitaire rendementen op banktegoeden, de vrijstelling minder van belang wordt. Om ook voor spaarders de prikkel om groen sparen te behouden, suggereert het kabinet de mogelijkheid om de heffingskorting vanaf 2024 tijdelijk te verhogen van 0,7% naar 1,1%.

Apart forfait voor vorderingen

Een andere mogelijke aanpassing is de introductie van een apart forfait voor vorderingen dat gelijk is aan het forfait voor schulden. Het kabinet onderzoekt nog of deze categorie vorderingen beperkt moet worden tot alleen geldleningen of zelfs tot alleen geldleningen tussen natuurlijke personen. Deze aanpassingen zou vanaf 2024 in kunnen gaan.

Tip! Als deze aanpassing wordt doorgevoerd, zal bijvoorbeeld een lening die een ouder aan een kind verstrekt bij de ouder in box 3 tegen hetzelfde forfait belast zijn als de schuld bij het kind. Op dit moment valt de vordering van de ouder in de categorie overige bezittingen tegen een forfaitair rendement van 6,17%. De schuld van het kind valt echter in box 3 tegen een veel lager forfaitair rendement (voor 2023 voorlopig vastgesteld op 2,57%).

Verdere uitsplitsing categorie overige bezittingen

Ook een nadere uitsplitsing van de categorie overige bezittingen behoort tot de mogelijke aanpassingen. Vanaf 2024 zouden dan de categorieën effecten, onroerende zaken, kapitaalverzekeringen, periodieke uitkeringen, belastbaar nettopensioen en belastbare nettolijfrente en overige bezittingen elk hun eigen forfaitair rendement krijgen.

Budgettaire dekking

Om deze aanpassingen te kunnen doorvoeren, is het wel noodzakelijk dat hiervoor budgettaire dekking wordt gevonden. Bij die dekking denkt het kabinet aan een verlaging van het heffingsvrije vermogen of een verder verhoging van het tarief in box 3.

Let op! Het box 3-tarief bedroeg in 2022 nog 31%, maar bedraagt in 2023 al 32%. In 2024 wordt dit tarief verder verhoogd naar 33% en vanaf 2025 bedraagt het 34%. Als de budgettaire dekking gevonden wordt in een verdere verhoging, bestaat dus de kans dat het box 3-tarief uiteindelijk uitkomt op 35% (of zelfs nog hoger?).

Overleg Tweede Kamer

Op 9 mei 2023 wil het kabinet in overleg met de Tweede Kamer over de mogelijke aanpassingen vanaf 2024. Op dat moment zal ook gesproken worden over de budgettaire dekking.