All Posts By

Voorgenomen wijzigingen nieuwe box 3

By nieuws

Minister van Financiën Eelco Heinen liet eind februari weten dat hij het door de Tweede Kamer al aangenomen wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 wil aanpassen. Wat die aanpassingen precies inhouden, is nog niet duidelijk. Wat weten we al wel?

Wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3

Overheid

De Tweede Kamer stemde op12 februari 2026 in met het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3, een nieuw box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement dat in 2028 in zou moeten gaan.

Kort samengevat omvat het werkelijke rendement in deze wet zowel gerealiseerde als ongerealiseerde rendementen. Dit betekent dat naast de reguliere voordelen ook de jaarlijkse waardeontwikkelingen van bijvoorbeeld beleggingen tot het werkelijke rendement behoren. Voor deze vermogensaanwasbelasting geldt alleen een uitzondering voor onroerende zaken en aandelen in startups en scale-ups. Van deze vermogensbestanddelen behoort (naast de reguliere voordelen) alleen het gerealiseerde rendement – bijvoorbeeld bij verkoop – tot het werkelijke rendement.

Coalitieakkoord en opdrachten Tweede Kamer

In het coalitieakkoord is de wens opgenomen om het nieuwe box 3-stelsel van een vermogensaanwasbelasting (met enkele uitzonderingen) om te vormen naar een volledige vermogenswinstbelasting. De Tweede Kamer stemde ook niet van harte in met het wetsvoorstel en gaf de regering de opdracht mee om zo snel als mogelijk, maar uiterlijk bij het Belastingplan 2029, een box 3-stelsel gebaseerd op een volledige vermogenswinstbelasting te presenteren, inclusief de dekkingsopties daarvoor.

Daarnaast gaf de Tweede Kamer de regering nog een aantal andere opdrachten mee, waaronder:

  • het uitwerken van een passende en afgebakende definitie van familiebedrijven en bekijken hoe aandelen in familiebedrijven op basis van een vermogenswinstbelasting in plaats van een vermogensaanwasbelasting belast kunnen worden in het nieuwe box 3-stelsel;
  • het mogelijk voor 1 januari 2028 reeds actualiseren van het vastgoedbijtellingspercentage en het doen van aanvullend onderzoek naar de rendementen op specifiek vakantiewoningen en het doen van een verkenning naar een uitvoerbare tegenbewijsregeling.

Let op!Onlangs gaf de Tweede Kamer de regering ook nog de opdracht om in het nieuwe box 3-stelsel een achterwaartse verliesverrekening van minimaal één jaar te introduceren.

Reactie staatssecretaris

De staatssecretaris van Financiën, Eelco Eerenberg, geeft in een Kamerbrief van 6 maart 2026 aan dat het kabinet er niet voor kiest om het huidige box 3-stelsel langer dan tot en met 2027 voort te zetten. Invoering van het nieuwe box 3-stelsel per 2028 is belangrijk, omdat het huidige systeem onhoudbaar is, aldus de staatssecretaris.

Het kabinet overweegt wel om het nieuwe box 3-stelsel op twee momenten aan te passen:

  1. Het eerste moment betreft het aanpassen van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 zoals dat nu bij de Eerste Kamer ligt. Het kabinet gaat in overleg met de Tweede Kamer om opties uit te werken die de vermogensaanwasbelasting verbeteren. Verder kijkt het kabinet naar invoering van een achterwaartse verliesverrekening van één jaar vanaf 1 januari 2029. Dit zou betekenen dat verliezen voor het eerst achterwaarts verrekend kunnen worden met box 3-inkomen uit 2028. Of een en ander uitvoerbaar is gezien de ICT-capaciteit, wordt momenteel in kaart gebracht. Ook de invulling van de budgettaire dekking is nog niet bekend.
  2. Het tweede moment betreft het doorontwikkelen van een box 3-stelsel naar een volledige vermogenswinstbelasting, zo snel mogelijk na 2028. Dit kost tijd vanuit het perspectief van wetgeving, implementatie door de Belastingdienst en de gegevensuitwisseling door financiële instellingen. Ook de budgettaire impact moet worden meegewogen. Over het traject van deze doorontwikkeling stuurt de staatssecretaris voor de zomer van 2026 een Kamerbrief.

Verbetering definitie startende ondernemingen

In maart wordt een apart wetsvoorstel ter internetconsultatie aangeboden, waarin een verbeterde definitie van startende ondernemingen is opgenomen. De definitie van startende ondernemingen in het huidige wetsvoorstel sluit onvoldoende aan bij de kenmerken van start-ups en scale-ups. Het aparte wetsvoorstel verbetert dat en wordt met ingang van 1 januari 2028 in de Wet werkelijk rendement box 3 opgenomen.

Let op! Op Prinsjesdag 2026 zal waarschijnlijk pas echt duidelijk worden welke aanpassingen nog gedaan worden in het huidige wetsvoorstel. Op dat moment zal ook de budgettaire dekking van deze aanpassingen bekend moeten zijn. 

Dienst Toeslagen en Geldfit: samen hulp bieden bij geldzorgen

By nieuws

De Dienst Toeslagen en Geldfit hebben een nieuwe samenwerkingsovereenkomst gesloten voor personen met geldzorgen. Door deze nieuwe samenwerking kunnen burgers en ondernemers sneller hulp krijgen bij financiële problemen, aangezien Geldfit laagdrempelig werkt. Intermediairs kunnen bij cliënten met geldzorgen eenvoudig naar Geldfit doorverwijzen.

Aanpak Geldzorgen

Portemonnee

Geldfit helpt met name bij het vinden van lokale hulp. De samenwerking met de Dienst Toeslagen sluit ook aan op een eerder initiatief ‘Aanpak Geldzorgen 2025-2027’. Via dit initiatief, vooral gericht op preventie, wordt geprobeerd om mensen met geldzorgen eerder in beeld te krijgen en te helpen of door te verwijzen. Daarbij wordt ook samengewerkt met maatschappelijke en andere overheidsorganisaties.

Experiment Vroegsignalering

Een ander initiatief voor mensen met schulden is het Experiment Vroegsignalering. Via dit experiment richten de Dienst Toeslagen, de Belastingdienst en tien gemeenten zich op personen met betaalachterstanden. Hierbij worden personen benaderd die ook na een aanmaning hun belastingschuld nog niet hebben betaald, of een te veel ontvangen bedrag aan toeslag(en) niet hebben terugbetaald. 

Persoonlijke begeleiders

De Dienst Toeslagen probeert geldproblemen ook tegen te gaan. Personen die hulp nodig hebben kunnen via een maatschappelijk dienstverlener of intermediair van een persoonlijk begeleider gebruikmaken. 

Voorzieningenwijzer

Er is online ook een tool beschikbaar waarmee kan worden nagegaan of er recht bestaat op één of meer financiële tegemoetkomingen. Via vragenlijsten wordt nagegaan of er landelijke of gemeentelijke regelingen zijn waarop personen met onvoldoende inkomen een beroep kunnen doen. De Voorzieningenwijzer geeft na invulling van enkele vragen over het inkomen en vermogen aan of er bijvoorbeeld recht bestaat op kwijtschelding van lokale belastingen of op bijzondere bijstand. 

Rol Belastingdienst

Ook de Belastingdienst heeft aandacht voor ondernemers met geldzorgen en biedt via een speciale site intermediairs extra informatie en de mogelijkheid hierover vragen te stellen.

Meer duidelijkheid voor zzp’ers en opdrachtgevers

By nieuws

Het kabinet heeft geluisterd naar de geluiden uit het veld waar het gaat over de onduidelijkheid over de bestaande regels wanneer iemand werknemer is en wanneer iemand als zelfstandige werkt. Daarom wordt een deel van de (nieuwe) zzp-wetgeving die al in de Tweede Kamer lag geschrapt. Wat zijn de plannen?

Verduidelijkingsdeel Vbar geschrapt

Typen

Het kabinet schrapt het deel van het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties (Vbar) dat beoogde te verduidelijken wanneer iemand daadwerkelijk als zelfstandige werkt of eigenlijk werknemer is. 

Zelfstandigenwet

Zzp’ers moeten een duidelijkere positie en erkenning in de wet krijgen, waarbij voorrang wordt gegeven aan laagbetaalde zzp’ers. Voor hen moet snel duidelijkheid komen. Deze versnelde regeling en meer wil men vormgeven in een nieuwe Zelfstandigenwet. Deze Zelfstandigenwet betreft een afspraak uit het coalitieakkoord van het nieuwe kabinet. De komende tijd wordt het wetsvoorstel Zelfstandigenwet nader uitgewerkt. 

Snel regelen: laagbetaalde zzp’ers beter beschermd

Het kabinet wil dus het deel van het wetsvoorstel Vbar dat laagbetaalde zzp’ers beschermt snel in werking laten treden. Het betreft zzp’ers die tot € 38 per uur (per 1 januari 2026) verdienen. 
Doet een zzp’er een beroep op het rechtsvermoeden, dan moet de opdrachtgever aantonen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Lukt dat niet, dan is er sprake van schijnzelfstandigheid en heeft die zzp’er recht op de bescherming die hoort bij iemand in loondienst. Denk bij dit laatste bijvoorbeeld aan loondoorbetaling bij ziekte, vakantiedagen en ontslagbescherming. 

Tijdens jaar verkregen groene beleggingen tellen niet mee

By nieuws

De Belastingdienst laat weten dat u in uw aangifte inkomstenbelasting geen rekening hoeft te houden met tijdens het jaar gekochte of verkregen groene beleggingen. Wat betekent dit?

Forfaitair rendement

Kantoor

Bij het vaststellen van uw rendement in box 3 wordt in beginsel uitgegaan van forfaitaire rendementen. Voor de aangifte inkomstenbelasting 2025 bedraagt dit forfait voor banktegoeden 1,37%, voor schulden 2,70% en voor overige bezittingen 5,88%.

Voor groene beleggingen geldt in 2025 een vrijstelling van € 26.312. Heeft u een fiscale partner, dan bedraagt de vrijstelling voor u gezamenlijk € 52.624.

De forfaits en de vrijstellingen worden berekend over de waarde op 1 januari 2025, verminderd met eventuele vrijstellingen. Vanwege de peildatum 1 januari 2025 hoeft u in uw aangifte IB 2025 geen rekening te houden met in de loop van 2025 verkregen of gekochte groene beleggingen. Deze tellen dus niet mee voor de berekening van box 3 op basis van het forfaitaire rendement.

Of werkelijk rendement?

Als uw werkelijke rendement in 2025 lager was dan het forfaitaire rendement, dan kunt u ook in 2025 een beroep doen op de tegenbewijsregeling. U betaalt dan geen belasting in box 3 over het forfaitaire rendement, maar over uw werkelijke rendement.

De Belastingdienst laat weten dat u ook voor de berekening van uw werkelijke rendement 2025 geen rekening hoeft te houden met groene beleggingen die u in de loop van 2025 kocht of verkreeg.

Let op! Het beroep op de tegenbewijsregeling kunt u meteen doen bij het indienen van de aangifte IB 2025. U hoeft hiervoor dus geen apart OWR-formulier in te vullen, zoals dat voor de jaren tot en met 2024 wel nodig is. 

Ook in 2026 diverse subsidies voor emissieloos vervoer

By nieuws

Ondernemers kunnen ook dit jaar verschillende subsidies aanvragen ter stimulering van emissieloos vervoer. Dit heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bekendgemaakt.

Collectieven Verduurzaming Werkgebonden Personenmobiliteit

Auto

De subsidie Collectieven Verduurzaming Werkgebonden Personenmobiliteit (COVER) kan nu al aangevraagd worden tot uiterlijk 1 oktober 2026 12.00 uur. De subsidie is gericht op projecten ter vermindering van fossiele brandstoffen met betrekking tot vervoer in verband met het werk. Het kan daarbij gaan om woon-werkverkeer en om zakelijke reizen, maar niet om vrachtvervoer. Denk bijvoorbeeld aan het gezamenlijk inkopen van fietsen. De subsidie is alleen beschikbaar voor ondernemersorganisaties, zoals brancheorganisaties, ondernemersverenigingen of bedrijfsinvesteringszones in het mkb. Van een project wordt maximaal 75% via de COVER gefinancierd tot een maximum van € 100.000. 

Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij Bedrijven

Ondernemers die op eigen of gehuurd terrein infrastructuur aanleggen voor het laden van elektrische voertuigen, kunnen vanaf 20 januari 2026 9.00 uur tot 18 december 2026 12.00 uur de Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij Bedrijven (SPRILA) aanvragen. Het bedrag van de SPRILA hangt af van de investering en bedraagt voor mkb-bedrijven het dubbele van de subsidie voor niet-mkb-bedrijven. 

Subsidieregeling Publieke Laadinfrastructuur zwaar vervoer

Vanaf 3 februari 2026 9.00 uur kan de Subsidieregeling Publieke Laadinfrastructuur zwaar vervoer (SPULA) aangevraagd worden. Dit kan tot uiterlijk 18 december 2026 12.00 uur. De subsidie kan verkregen worden voor het realiseren van publiek toegankelijke laadlocaties voor zwaar vervoer, zoals vrachtwagens. Er is subsidie beschikbaar voor laadstations en voor stationaire batterijen. De subsidie bedraagt maximaal 20% van de gemaakte kosten.

Subsidie emissieloze touringcars

Touringcarbedrijven en OV-concessiehouders kunnen vanaf 10 februari 2026 9.00 uur tot 30 november 2026 17.00 uur de Subsidie emissieloze touringcars (STour) aanvragen. De subsidie dekt een percentage van de meerkosten van een batterij-elektrische touringcar vergeleken met eenzelfde touringcar op diesel. Afhankelijk van de bedrijfsgrootte krijgt u 60% (kleinbedrijf), 50% (middelgroot bedrijf) of 30% (grootbedrijf) subsidie, tot een maximum van €180.000, respectievelijk € 150.000 of € 90.000.

Subsidieregeling Waterstof in Mobiliteit

Met de Subsidieregeling Waterstof in Mobiliteit (SWIM) kunt u subsidie krijgen voor ontwikkelingen op het gebied van waterstofmobiliteit, zoals waterstoftankstations, waterstofvoertuigen en logistieke toepassingen. De SWIM kan aangevraagd worden vanaf het voorjaar van 2026. De exacte data zijn niet nog bekend, maar er is nog wel veel informatie beschikbaar uit 2025.

Kosten paramedicus aftrekbaar als zorgkosten?

By nieuws

De kosten van een behandeling door een paramedicus kunnen, onder voorwaarden, aftrekbaar zijn als zorgkosten. Wie wordt aangemerkt als paramedicus?

Behandeling paramedicus

Medisch

De medische behandelingen door een paramedicus zijn aftrekbaar als zorgkosten in de aangifte inkomstenbelasting als deze behandelingen plaatsvinden op voorschrift én onder begeleiding van een arts.

‘Op voorschrift van’ betekent dat er een daadwerkelijke verwijzing door een arts heeft plaatsgevonden.

‘Onder begeleiding’ betekent dat de arts ook actief betrokken is bij de behandeling. Er moet regelmatig contact zijn tussen de arts en de paramedicus. Daarbij is het enkel terugkoppelen van bevindingen door de paramedicus aan de arts onvoldoende.

Wanneer is sprake van een paramedicus?

Aan de Belastingdienst is gevraagd wanneer er sprake is van een paramedicus. Hiervan is volgens de Belastingdienst sprake als de behandeling wordt uitgevoerd op voorschrift van én onder begeleiding van een arts. Het is niet nodig dat de paramedicus BIG-geregistreerd is. Zo kan de behandeling van een chiropractor tot aftrekbare zorgkosten leiden als deze behandeling plaatsvindt op voorschrift én onder begeleiding van een arts.

Zonder verwijzing van een arts

Bepaalde behandelingen door een BIG-geregistreerde paramedicus zijn overigens aftrekbaar zonder dat u daar een voorschrift van een arts voor nodig heeft. Dit geldt voor behandelingen door fysiotherapeuten, diëtisten, ergotherapeuten, logopedisten, oefentherapeuten, orthoptisten, podotherapeuten, mondhygiënisten en huidtherapeuten.

Let op! De Belastingdienst kan u wel om een verklaring van de paramedicus vragen waaruit blijkt dat het om een medische behandeling gaat. In die verklaring moet onder meer zijn opgenomen voor welke aandoening de behandeling plaats heeft gevonden en hoeveel behandelingen het betrof.

Overige voorwaarden

Voor de aftrek zorgkosten in de inkomstenbelasting gelden nog meer voorwaarden. Zo komen de zorgkosten bijvoorbeeld alleen in aftrek als deze meer bedragen dan een bepaalde drempel.

Tip! Neem voor meer informatie over de aftrek in uw specifieke situatie contact op met een van onze adviseurs.

Agrarische normbedragen erf- en schenkbelasting bekend

By nieuws

De Belastingdienst heeft de normbedragen voor 2026 voor de agrarische sector bekendgemaakt om de erf- en schenkbelasting te berekenen. Met behulp van de normbedragen kan de goingconcernwaarde worden berekend, ofwel de waarde bij voortzetting van het bedrijf. De normbedragen zijn in samenwerking met de agrarische sector tot stand gekomen.

Onderverdeling

Koeien

De normbedragen kennen een onderverdeling in veehouderij en akkerbouw. Voor de veehouderij geldt een vast bedrag per eenheid. Zo geldt voor melkgeiten bijvoorbeeld een bedrag van € 184 per stuk en voor pluimveegrondhuisvesting een bedrag van € 16,70 per netto leefoppervlak m2. Voor akkerbouw geldt een vast bedrag voor alle gewassen per hectare grond.

Hulpmiddel

Om met de normbedragen de waarde te berekenen, stelt de Belastingdienst ook een hulpmiddel beschikbaar. Door aan te geven welke agrarische zaken via erfenis of schenking zijn verkregen, kan de waarde worden bepaald. Ook kunnen onder meer langlopende schulden in het hulpmiddel worden opgenomen. De verkregen waarde dient te worden gebruikt voor de aangifte erf- of schenkbelasting.

Uitzonderingen 

Het hulpmiddel geeft ook aan wanneer dit middel niet gebruikt kan worden voor de waardeberekening. Het gaat dan om beleggingen en bedrijfsmiddelen die niet bestemd zijn voor activiteiten in de veehouderij en/of akkerbouw. Denk aan grond die eerder in een akkerbouwbedrijf gebruikt werd, maar nu verpacht wordt, of als er maar één gewas geteeld wordt.

Let op! Het hulpmiddel met de normbedragen voor 2026 komt later dit jaar beschikbaar.

WNT-norm vanaf 2026 voor alle expatregelingen

By nieuws

De overgangsregeling die gold voor de aftopping van het loon waarvoor de expatregeling – voorheen 30%-regeling – geldt, is per 2026 vervallen. Naast deze wijziging is ook de salarisnorm per 2026 weer gewijzigd.

Expatregeling

Handen schudden

De expatregeling is wat voorheen ook wel de 30%-regeling heette. Waarschijnlijk vanwege de verlaging van het percentage per 2027 naar 27% is de naam gewijzigd in expatregeling. Bij toepassing van de expatregeling mag maximaal 30% van het loon belastingvrij uitbetaald worden. Hiervoor gelden strikte voorwaarden, waaronder de voorwaarde dat de werknemer in het buitenland is aangeworven.

Maximaal de WNT-norm

Het loon waarover de 30% kan worden toegepast is gemaximeerd op de WNT-norm. Waar dit tot en met 2025 nog niet gold voor werknemers die al vóór 2023 de expatregeling toepasten, geldt dat vanaf 2026 ook voor hen.

Dit betekent dat de expatregeling in 2026 over een salaris tot maximaal € 262.000 mag worden toegepast. Onder de expatregeling kan daarom maximaal € 78.600 (30% van € 262.000) netto worden vergoed.

Let op! Vanaf 2027 gaat het percentage omlaag naar 27%. Dit geldt niet voor alle werknemers die vóór 2024 de expatregeling al toepasten. Voor hen mag tot het einde van de looptijd van hun regeling het percentage van 30% gehanteerd worden.

Verhoging van salarisnorm

Behalve het vervallen van het overgangsrecht met betrekking tot de toepassing van de WNT-norm zijn in 2026 ook de salarisnormen weer verhoogd. De werknemer moet voor toepassing van de expatregeling een minimaal salaris verdienen. In 2026 is dit € 48.013 per jaar. Voor werknemers die instromen en jonger zijn dan 30 jaar en hun masterdiploma hebben behaald, moet het salaris minimaal € 36.497 bedragen in 2026.

Scholingskosten algemene opleiding aftrekbaar?

By nieuws

Scholingskosten zijn sinds 2022 in beginsel niet meer aftrekbaar. Er lopen echter nog diverse geschillen over de aftrek van scholingskosten uit de periode vóór 2022. Bij een ervan ging het om de vraag of de kosten van een vwo-opleiding aftrekbaar kunnen zijn.

Subsidie vervangt aftrek

Boeken

De aftrek van scholingskosten is per 2022 vervallen en vervangen door de STAP-subsidie. Die subsidie is inmiddels weer vervangen door de SLIM-subsidie. Via de SLIM-subsidie kunnen werkgevers in het mkb subsidie aanvragen om werknemers en stagiairs op te leiden of om te scholen.

Aftrek voor algemene opleiding?

In een zaak waarbij nog vóór 2022 scholingskosten waren gemaakt, werd de aftrek geweigerd omdat de betreffende studie, een vwo-studie, volgens de inspecteur in een te ver verband stond met de doelstelling om inkomen te verwerven. De belastingplichtige was het hiermee niet eens en stapte naar de rechter.

Te ver verwijderd verband?

Voor rechtbank Noord-Holland ging het met name om de vraag of een algemeen vormende opleiding, zoals de vwo-opleiding, in een te ver verwijderd verband stond met het verwerven van inkomen. In dat geval was in principe geen aftrek mogelijk, zo besliste de Hoge Raad in 2013, al zijn er uitzonderingen mogelijk. Dit bleek weer uit een arrest van de Hoge Raad uit 1980, waarin de kosten van een mavo-opleiding wel in aftrek werden toegestaan.

Situaties niet vergelijkbaar

Volgens de rechtbank zijn beide zaken echter niet vergelijkbaar. Zo was de belastingplichtige uit het arrest uit 1980 na de mavo-opleiding direct een beroepsopleiding gaan volgen. 

In de zaak voor de rechtbank Noord-Holland was hiervan geen sprake en wilde de belastingplichtige op termijn als paleontoloog aan de slag. Ze kon na de vwo-opleiding worden toegelaten tot de bachelor studie. Daarna moesten echter nog een master, extra curriculaire activiteiten en promotieonderzoek worden gedaan om een paleontoloog te worden. 

Volgens de rechtbank was er daarom een veel verder verband met het verwerven van inkomen dan in de zaak waarbij een mavo-opleiding was gevolgd. De inspecteur werd dan ook in het gelijk gesteld.

Wanneer heeft u in 2026 recht op LKV banenafspraak?

By nieuws

Het loonkostenvoordeel (LKV) banenafspraak is met ingang van 1 januari 2026 gewijzigd. Wanneer heeft u in 2026 nog recht op dit LKV?

Voorwaarden LKV banenafspraak

Bouw

Voor het LKV banenafspraak moet de werknemer opgenomen zijn in het doelgroepregister en verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. Verder heeft de werknemer de AOW-leeftijd nog niet bereikt en werkt niet in een dienstverband dat vanuit de Wet sociale werkvoorziening (WSW) betaald wordt of werkt niet in een beschutte werkomgeving via de gemeente.

Let op! In tegenstelling tot voorgaande jaren heeft u voor het LKV banenafspraak geen doelgroepverklaring meer nodig. Het is voldoende dat de werknemer is opgenomen in het doelgroepregister. Dit doelgroepregister kan een werkgever inzien via het werkgeversportaal van het UWV.

Hoogte LKV banenafspraak 2026

De hoogte van het LKV banenafspraak bedraagt in 2026 € 1,01 per verloond uur van de werknemer met een maximum van € 2.000 per jaar.

Structureel

Waar u tot en met 2025 maximaal drie jaar LKV banenafspraak kon krijgen voor een werknemer, is deze LKV vanaf 2026 structureel. Dit betekent dat u vanaf 2026 recht heeft op LKV banenafspraak voor een werknemer zolang hij bij u in dienst is én in het doelgroepregister is ingeschreven.

Let op! U moet het LKV banenafspraak wel aanvragen. Dit doet u in uw aangifte loonheffingen.

Nieuwe doelgroepen

Aan de doelgroep banenafspraak zijn met ingang van 1 januari 2026 toegevoegd: 

  • Wajongers die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben en werkzaam zijn bij een reguliere werkgever, en
  • mensen met een IVA-uitkering die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn en werken met loondispensatie.

Overgangsrecht doelgroep scholingsbelemmerden en indicatie beschut werk

Vanaf 2026 bestaat voor de doelgroepen scholingsbelemmerden en werknemers met een indicatie beschut werk geen recht meer op het LKV banenafspraak.
Bestond de dienstbetrekking echter al vóór 2026 en beschikt u over een geldige doelgroepverklaring, dan kunt u gebruikmaken van overgangsrecht. Voor de resterende duur van de maximale drie jaar zoals deze tot en met 2025 gold, kunt u dan nog wel het LKV banenafspraak aanvragen. Ook dit doet u in uw aangifte loonheffingen.