All Posts By

Wanneer is een lager gebruikelijk loon mogelijk?

By nieuws

Als u werkt voor uw eigen bv, moet u zichzelf een gebruikelijk loon toekennen. Het normbedrag voor dit gebruikelijk loon bedraagt in 2025 € 56.000. Het gebruikelijk loon kan ook hoger zijn en onder omstandigheden is ook een lager gebruikelijk loon mogelijk. Wanneer is dit laatste het geval en hoe toont u dit aan?

Gebruikelijk loon

Portemonnee

Een gebruikelijk loon geldt voor iedereen die een zogenaamd aanmerkelijk belang heeft in een vennootschap én ook werkzaamheden verricht voor die vennootschap. Een dga die werkzaamheden voor zijn bv verricht is het bekendste voorbeeld. 

Het gebruikelijk loon van een dga dient in 2025 te worden vastgesteld op het hoogste bedrag van:

  • het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, of
  • het loon van de meestverdienende werknemer in de bv of verbonden bv’s, of
  • het normbedrag van € 56.000. 

Lager loon uit meest vergelijkbare dienstbetrekking

Als de dga aannemelijk kan maken dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstberekening lager is dan het aldus berekende gebruikelijke loon, dan mag zijn gebruikelijk loon vastgesteld worden op het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Op die manier kan het gebruikelijk loon dus ook lager zijn dan het normbedrag van € 56.000. 

Let op! Houd wel rekening met een discussie met de Belastingdienst over de vraag of het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking niet hoger moet zijn.

Nog lager gebruikelijk loon voor starter of bij verlies

In bepaalde situaties mag het gebruikelijk loon nog lager vastgesteld worden. Zo mogen starters maximaal drie jaar lang uitgaan van een lager loon als de bv het gebruikelijk loon door het opstarten van de onderneming niet kan betalen, bijvoorbeeld omdat er veel is geïnvesteerd of de bv een lage cashflow heeft. Daarnaast mogen ook structureel verlieslijdende bv’s aan de dga een lager gebruikelijk loon toekennen als de continuïteit van de onderneming anders in gevaar komt. Een voorbeeld hiervan zagen we onlangs behandeld door de rechtbank Den Haag.

Niet alles goud wat er blinkt…

In de betreffende zaak ging het om een handelaar in sloopgoud die er ook een juwelierswinkel op na hield. Omdat het slecht ging met de zaken had de dga zich geen gebruikelijk loon toegekend. De inspecteur was het hiermee niet eens en legde een naheffingsaanslag loonheffing op waarbij was uitgegaan van het normbedrag van het gebruikelijk loon van destijds € 48.000 (2025: €56.000). Na bezwaar werd dit teruggebracht tot een naheffing over een loon van € 25.000.

Wie eist, bewijst

De bv was van mening dat de slechte financiële situatie van de bv ertoe diende te leiden dat het gebruikelijk loon op nihil werd gesteld. Omdat de inspecteur het gebruikelijk loon al onder het wettelijk maximum had vastgesteld, diende de bv te bewijzen dat een nog lager gebruikelijk loon was toegestaan.

Gebruikelijk loon te hoog

De rechtbank was met de bv van mening dat het gebruikelijk loon van € 25.000 dat door de inspecteur na bezwaar was vastgesteld, te hoog was. Om dit te kunnen betalen, zouden namelijk de liquiditeiten, voorraden en/of bedrijfsmiddelen moeten worden aangewend. Hierdoor zou de continuïteit van het bedrijf direct in gevaar komen. Uit de wetsgeschiedenis vloeide voort dat dit niet de bedoeling was. De rechtbank voegde hier nog aan toe dat een lager gebruikelijk loon er op termijn niet toe zou leiden dat minder inkomen uit de bv belast zou worden, maar alleen op een later moment.

Winstreserves

Alles overwegende achtte de rechtbank een gebruikelijk loon van nihil echter te laag, waarna het uiteindelijk werd vastgesteld op € 7.500. Uit de feiten bleek namelijk dat er nog wel winstreserves beschikbaar waren waaruit dit bedrag aan gebruikelijk loon betaald kon worden. 

 

Wet banenafspraak door de Tweede Kamer

By nieuws

Op 11 februari 2025 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel Vereenvoudiging van de banenafspraak en de quotumregeling voor mensen met een arbeidsbeperking aangenomen. De Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten moet werkgevers stimuleren om meer mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen.

Wat houdt de wet in?

Personeel

De banenafspraak houdt in dat werkgevers een bepaald percentage banen aan mensen met een ziekte of handicap moeten geven. Als het aantal banen voor mensen met een arbeidsbeperking achterblijft, kan de werkgever een boete krijgen in de vorm van een quotumheffing. Omdat de wet als ingewikkeld wordt ervaren is er nu een vereenvoudiging aangenomen.

Vereenvoudiging

Op hoofdlijnen komt deze vereenvoudiging op het volgende neer:

  1. Banenafspraak voor alle werkgevers
    Het kabinet wil af van het onderscheid tussen het bedrijfsleven en de overheid waar het gaat om het creëren van banen voor werknemers die tot de doelgroep behoren.  Op dit moment wordt verwacht dat het bedrijfsleven in 2026 100.000 banen creëert en de overheid  25.000 banen. Dit onderscheid vervalt. Wel blijft de verplichting staan om samen 125.000 banen te creëren. Er komt dus één banenafspraak voor alle werkgevers.
  2. Geen doelgroepverklaring meer
    Het vereiste van het hebben van een doelgroepverklaring komt te vervallen. Hierdoor hoeven werkgevers en werknemers geen speciale verklaring meer aan te vragen bij het UWV om in aanmerking te komen voor het loonkostenvoordeel. Het loonkostenvoordeel blijft bovendien bestaan zolang het dienstverband voortduurt. In de huidige situatie is het loonkostenvoordeel banenafspraak maar drie jaar geldig.
  3. Quotumregeling: inclusiviteitsopslag
    De huidige quotumheffing  gaat verdwijnen. Daarvoor in de plaats wordt gewerkt met een zogeheten inclusiviteitsopslag als heffing en een individuele beloning voor werkgevers: een bonus voor elke baan die zij realiseren. Die bonus is een verhoging van het loonkostenvoordeel (LKV Banenafspraak). 

Bonus van € 5.000

Als de nieuwe quotumregeling (inclusiviteitsopslag) geactiveerd wordt, zullen alle werkgevers die mensen uit de doelgroep in dienst hebben een bonus ontvangen van € 5.000 per gerealiseerde baan van gemiddeld 25,5 uur per week. Voor banen met minder uren wordt de bonus naar rato aangepast. 

Betalen

Werkgevers betalen de inclusiviteitsopslag via de loonaangifte. Het LKV Banenafspraak wordt na afloop van het kalenderjaar uitgekeerd. 

Let op! De no-riskpolis blijft ongewijzigd en kan nog steeds worden toegepast voor werknemers die onder de banenafspraak vallen.

Beoogde resultaten

Genoemde maatregelen beogen het voor werkgevers eenvoudiger en aantrekkelijker te maken om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen en zo de doelstellingen van de banenafspraak te realiseren.

Fout UWV niet voor rekening uitkeringsgerechtigde

By nieuws

Als door een fout van het UWV ten onrechte geen loonbelasting wordt ingehouden op een uitkering, hoeft de uitkeringsgerechtigde hiervoor niet automatisch op te draaien. Daarbij is wel van belang dat de uitkeringsgerechtigde te goeder trouw was.

Te goeder trouw

Juridisch

Dit blijkt uit een arrest van het gerechtshof in Den Bosch. Dat belanghebbende te goeder trouw was, leidde het Hof af uit de feiten. Het Hof was ook van mening dat de man ervan uit had mogen gaan dat het UWV de inhoudingsverplichting wel was nagekomen. Dat dit niet was gebeurd, was ook niet opgevallen, omdat het slechts om een bedrag van zo’n € 60 per maand ging. Ook ontving de man niet automatisch loonstroken of jaaropgaven. 

Naheffen bij UWV

Het Hof vindt het gelet op deze omstandigheden redelijker dat het risico dan voor rekening van de Belastingdienst komt. Bovendien kan het UWV de verschuldigde loonheffing ook naheffen bij het UWV. Het Hof houdt er daarbij geen rekening mee dat het UWV de verschuldigde loonbelasting wellicht zal verhalen op de uitkeringsgerechtigde. Ook dat deze de verschuldigde loonheffing in dat geval niet kan betalen, laat het Hof buiten beschouwing. Over eventuele kwijtschelding dient namelijk het UWV te beslissen.

Evenredigheidsbeginsel

Het Hof komt – alle omstandigheden afwegende – dan ook tot de conclusie dat de gevolgen van het foutief handelen van het UWV niet voor rekening van de uitkeringsgerechtigde moeten komen. Dit betekent dat ook op grond van het evenredigheidsbeginsel de aanslagen niet in stand kunnen blijven. Volgens dit beginsel mogen de nadelige gevolgen van een besluit immers niet onevenredig hoog zijn.

Extra betaalde alimentatie niet aftrekbaar

By nieuws

Als partners uit elkaar gaan, is vaak sprake van een alimentatieverplichting. Deze alimentatie is bij de betaler meestal aftrekbaar en bij de ontvanger ervan belast. Wordt echter meer betaald dan overeengekomen, dan is de aftrek van het meerdere onzeker.

Retour Roemenië

Schaken

In een uitspraak van het gerechtshof Den Haag blijkt welke aspecten hierbij bepalend zijn. In deze zaak handelde het om een echtpaar dat gescheiden was. Op basis van het echtscheidingsconvenant zou de vrouw na de scheiding terugkeren naar Roemenië en er werd daarom een alimentatie afgesproken van € 300 per maand. De vrouw keerde na drie jaar echter weer terug naar Nederland, waarop partijen afspraken dat de alimentatie verhoogd zou worden naar ruim € 2.500 per maand. 

Wanneer aftrek?

Voor het Hof ging het om de vraag of het meerdere aan alimentatie voor de man aftrekbaar was. Dit is het geval als er rechtstreeks uit het familierecht een wettelijke verplichting tot het betalen van alimentatie volgt. Deze wettelijke verplichting kan blijken uit een gerechtelijke uitspraak, of uit een tussen partijen gemaakte overeenkomst. Aftrek is ook mogelijk bij in rechte vorderbare periodieke betalingen als die berusten op een dringende morele verplichting tot voorziening in het levensonderhoud.

Geen verplichting

Het Hof kwam op basis van de stukken tot de conclusie dat de aanvullende alimentatie niet rust op een rechtstreeks uit het familierecht voortvloeiende wettelijke verplichting. Ook bleek dat de extra betalingen niet juridisch afdwingbaar waren. Een naderhand opgestelde aanvulling op de echtscheidingsovereenkomst brengt hierin geen verandering, aldus het Hof. De conclusie is dan ook dat het meerdere aan betaalde alimentatie niet aftrekbaar is.

Meer mogelijkheden bedrijven stilleggen bij misstanden arbeidsmigranten

By nieuws

De Nederlandse Arbeidsinspectie krijgt meer mogelijkheden voor stillegging van werkzaamheden bij een bedrijf als er ernstige misstanden met arbeidsmigranten zijn. Ook kunnen er hogere boetes worden opgelegd.

Wettelijke grondslag

Juridisch

Uit onderzoek is gebleken dat de huidige wettelijke mogelijkheid om bij ernstig gevaar het werk stil te leggen ook een wettelijke grondslag biedt om bij ernstige arbeidsmisstanden het werk stil te leggen. Dit is een bredere interpretatie van dit wetsartikel dan tot nu toe werd gehanteerd.

Ernstige misstanden

Bij ernstige misstanden valt te denken aan een werknemer die te maken heeft met een combinatie van slechte omstandigheden. Voorbeelden hiervan zijn het krijgen van heel weinig loon, moeten slapen op de werkplek, veel uren moeten werken, illegaal verblijven of werken, ingenomen bankpassen en reisdocumenten, onduidelijkheid over wie de leidinggevende is, ontbrekende of gebrekkige administratie en fysiek of psychisch geweld.

Stilleggen bij ernstige misstanden

De inspecteurs van de Nederlandse Arbeidsinspectie krijgen handvatten om te bepalen welke (combinatie van) ernstige omstandigheden kunnen leiden tot een stillegging van werkzaamheden. Is er geen sprake meer van ernstig gevaar (de ernstige misstanden), dan wordt de stillegging weer opgeheven.

Inname reisdocumenten

Bij het wederrechtelijk innemen van reisdocumenten/bankpassen kan sprake zijn van een overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet vanwege het niet naleven van de verplichting van de werkgever om beleid te maken en maatregelen te treffen om psychosociale arbeidsbelasting (psa) als arbeidsrisico’s te voorkomen of terug te dringen. In dat geval kan de Arbeidsinspectie een waarschuwing opleggen en (na recidive) een boete.

Door het innemen van dergelijke reisdocumenten en/of bankpassen wordt de afhankelijkheid van de werknemer ten opzichte van de werkgever vergroot en het risico op arbeidsmisstanden verhoogd. Ook is er dan veelal sprake van vrijheidsbeperking en stress. Een werkgever is op grond van de Arbeidsomstandighedenwet verplicht om te zorgen dat dergelijke psychosociale arbeidsbelasting wordt voorkomen. Mocht er bij het constateren van het innemen van dergelijke persoonlijke documenten ook nog sprake zijn van andere ernstige misstanden, dan kan ook sprake zijn van ernstig gevaar volgens de Arbeidsomstandighedenwet. In dat geval kan ook een ordemaatregel in de vorm van een stillegging gerechtvaardigd zijn.

Hogere boetes

De Arbeidsinspectie kan bij overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen die vanaf 1 februari 2025 zijn geconstateerd, hogere boetes opleggen aan werkgevers die zonder de benodigde vergunningen vreemdelingen arbeid laten verrichten. Zo bedraagt het nieuwe boetenormbedrag bij illegale tewerkstelling vanaf 1 februari 2025 € 6.000 voor rechtspersonen bij ‘normale verwijtbaarheid’. Bij opzet of grove schuld of een meer ernstige overtreding kan de maximale boete oplopen tot € 11.250. 

Opname 10% pensioen ineens weer uitgesteld?

By nieuws

De mogelijkheid om bij het ingaan van het pensioen maximaal 10% van het pensioen ineens op te nemen wordt waarschijnlijk opnieuw uitgesteld.

In september 2020 was in een wetsvoorstel al de mogelijkheid opgenomen om maximaal 10% van het pensioen ineens op te nemen bij pensionering. Na die tijd is de ingangsdatum keer op keer verschoven. Inmiddels is de beoogde ingangsdatum 1 juli 2025, maar ook die datum lijkt niet gehaald te worden.

Bedrag ineens

Euro

Als het wetsvoorstel uiteindelijk wordt aangenomen, bestaat de mogelijkheid om bij pensionering ineens maximaal 10% van het pensioen op te nemen. Die mogelijkheid komt er dan ook voor lijfrentes.

Opnieuw uitstel?

Op 8 oktober 2024 nam de Tweede Kamer het wetsvoorstel aan. Desondanks lijkt de beoogde ingangsdatum van 1 juli 2025 niet gehaald te worden.

Het wetsvoorstel ligt nog bij de Eerste Kamer en de regering onderzoekt op dit moment of uitstel wenselijk is. Daarbij lijkt uitstel naar 1 juli 2026 het meest realistisch. Er is echter nog geen definitieve beslissing genomen over het uitstel. Dit gebeurt waarschijnlijk in het voorjaar tijdens de voorjaarsbesluitvorming over de Rijksbegroting.

Verhuur garage btw-belast tenzij

By nieuws

Verhuur van parkeerruimte voor een voertuig is met btw belast. Maar betekent dit dat de verhuur van een garage ook altijd met btw belast is? De Hoge Raad bevestigde onlangs weer een uitspraak van een gerechtshof hierover.

Bergruimte of parkeerruimte?

Bedrijfspand

Een ondernemer verhuurde stenen gebouwen met een plat dak en een kanteldeur waarin plek was voor het stallen van één auto, in de volksmond ook garageboxen genoemd. De ondernemer verhuurde de garageboxen als bergruimten en was daarom van mening dat de verhuur vrijgesteld was van btw. De Belastingdienst was het daar niet mee eens en stelde dat sprake was van verhuur van parkeerruimte voor een voertuig. De ondernemer kreeg daarom een fikse naheffingsaanslag btw opgelegd.

Beroep, hoger beroep en cassatie

De ondernemer was het daar niet mee eens stelde beroep in bij de rechtbank. Daar kreeg hij geen gelijk. De rechtbank vond ook dat sprake was van verhuur van parkeerruimte. Daarop stelde de ondernemer hoger beroep in bij het gerechtshof, die tot dezelfde conclusie kwam. De Hoge Raad liet die conclusie uiteindelijk in stand.

Naar aard en inrichting parkeerruimte

In de rechtszaak werd vastgesteld dat de garageboxen door aard en inrichting bestemd waren om gebruikt te worden als parkeerruimte voor voertuigen. Daarmee stond in feite vast dat de verhuur van deze ruimten moest worden aangemerkt als verhuur van parkeerruimte voor een voertuig en daarmee met btw belast moest worden. Dat de ruimten feitelijk niet gebruikt werden voor het stallen van een voertuig was daarbij niet relevant.

Parkeren contractueel uitsluiten

Is daarmee de verhuur van garageboxen altijd btw-belast? Nee, dat is niet het geval. Als de ondernemer contractueel met de huurders had afgesproken dat de garageboxen niet gebruikt mochten worden voor het stallen van een voertuig, dan was de verhuur btw-vrijgesteld geweest. Nu het gebruik van de garagebox als parkeerruimte niet was uitgesloten, kon de ondernemer van deze uitzondering geen gebruikmaken.

Tip! Verhuurt u garageboxen en wilt u gebruikmaken van een btw-vrijstelling? Neem dan in uw huurcontracten op dat de garagebox niet gebruikt mag worden als parkeerruimte voor een voertuig.

Naar aard en inrichting geen parkeerruimte

Is de ruimte die u verhuurt door aard en inrichting primair bestemd voor andere doeleinden dan parkeren? Dan is de verhuur btw-vrijgesteld, tenzij u contractueel met uw huurder overeenkomt dat de ruimte uitsluitend als parkeerruimte voor voertuigen wordt gebruikt. In dat geval is de verhuur met btw belast.

Let op! ! Houd er wel rekening mee dat niet snel wordt aangenomen dat een ruimte primair bestemd is voor andere doeleinden dan parkeren. Wilt u gebruikmaken van de btw-vrijstelling, dan lijkt het verstandig om een verbod op het gebruik als parkeerruimte op te nemen in uw contracten.

Geen tijdelijke vrijstelling mrb en bpm voor Oekraïens motorrijtuig meer

By nieuws

Oekraïense vluchtelingen die een eigen motorrijtuig mee hebben genomen naar Nederland, hoefden geen Nederlandse motorrijtuigenbelasting (mrb) en belasting van personenauto’s en motorrijtuigen (bpm) te betalen. Deze (tijdelijke) regeling is op 4 maart 2025 beëindigd.

Regeling tijdelijke vrijstelling mrb en bpm

Auto

De regeling Tijdelijke vrijstelling mrb en bpm regelde een vrijstelling van Nederlandse mrb en bpm voor vluchtelingen die met een motorrijtuig uit de Oekraïne naar Nederland waren gekomen. De regeling is een paar keer verlengd, maar is definitief beëindigd op 4 maart 2025.

Let op! De Oekraïense vluchteling moest zich wel aanmelden voor de vrijstelling bij de Belastingdienst.

Al toegekende Bpm-vrijstelling blijft in stand

Vroeg een Oekraïense vluchteling een vrijstelling voor de bpm aan en werd deze ook toegekend, dan hoeft hij ook vanaf 5 maart 2025 geen bpm te betalen.

Let op! De vrijstelling blijft alleen in stand als de vluchteling het motorrijtuig niet binnen één jaar na het verkrijgen van de vrijstelling verkoopt, verhuurt of uitleent. Het is wel toegestaan om het motorrijtuig uit te lenen aan inwonende gezinsleden met een rijbewijs.

Mrb vanaf 5 maart 2025

Door het beëindigen van de regeling moeten Oekraïense vluchtelingen vanaf 5 maart 2025 wel mrb gaan betalen. Hiervoor moet het motorrijtuig uiterlijk op 4 maart 2025 voorzien zijn van Nederlandse kentekenplaten.

Nederlandse kentekenplaten

Is het motorrijtuig nog niet voorzien van Nederlandse kentekenplaten, zet die aanvraag dan zo spoedig mogelijk in gang. Op de website van de Belastingdienst leest u hoe u dat doet.

Let op! Vergeet ook niet minimaal een WA-verzekering af te sluiten. Mogelijk moet het motorrijtuig ook nog APK gekeurd worden.

Geen aftrek ivf-kosten voor homostellen

By nieuws

Homostellen kunnen de kosten van een ivf-behandeling niet opvoeren als aftrekbare ziektekosten. De Hoge Raad acht een onderscheid met heterostellen op dit punt gerechtvaardigd. Er is dan ook geen schending van een verdragsrechtelijk discriminatieverbod, aldus de hoogste rechter.

Ivf-behandeling

Kinderbestek

In-vitrofertilisatie (ivf) is een vruchtbaarheidsbehandeling waarbij de bevruchting van eicellen buiten het lichaam plaatsvindt. Een ivf-behandeling kan een oplossing zijn voor stellen die ongewild niet zwanger raken. Een ivf-behandeling krijgt men in Nederland alleen op medische indicatie.

Kosten niet aftrekbaar

In de betreffende zaak handelde het om een homostel met een kinderwens. Het stel besloot daarom deel te nemen aan een eiceldonatie- en draagmoederschapprogramma in de VS. De kosten in het kader van de ivf-behandeling en de voorbereiding erop, in totaal ruim € 38.000, waren in aftrek gebracht als zorgkosten. De inspecteur had de aftrek geweigerd.

Geen ziekte of invaliditeit

Het gerechtshof had vastgesteld dat aftrek niet mogelijk was, omdat er geen sprake was van ziekte of invaliditeit. Belastingplichtige voerde nog aan dat bij heterostellen aftrek mogelijk is als na een jaar onbeschermde seks de partner niet zwanger raakt, ook als hiervoor geen medische oorzaak is, maar volgens het Hof is dit niet relevant. Er wordt op dit punt immers slechts aangesloten bij de medische wetenschap.

Geen discriminatie

In cassatie voert de Hoge Raad aan dat er op dit punt geen sprake is van discriminatie tussen homo- en heterostellen. Het uitblijven van een zwangerschap wijst bij homostellen namelijk niet op een verminderde vruchtbaarheid. De Hoge Raad voegt hieraan toe dat ook homostellen in geval van verminderde vruchtbaarheid onder dezelfde voorwaarden in aanmerking kunnen komen voor aftrek van zorgkosten.

Vanaf 10 maart nieuwe SLIM-scholingssubsidie

By nieuws

Werkgevers kunnen vanaf 10 maart 2025 SLIM-scholingssubsidie aanvragen. Dit is een nieuwe subsidie om nieuwe en huidige werknemers op te leiden voor een functie in een maatschappelijk cruciale sector.

Maatschappelijk cruciale sector

Bouw

De subsidie is bedoeld om in- en doorstroom in maatschappelijk cruciale sectoren te stimuleren en daarmee personeelstekorten terug te dringen. Het gaat om de sectoren:

  • hoveniers en groenvoorziening,
  • kinderopvang,
  • techniek, bouw en energie, en
  • zorg en welzijn.

Voor wie?

De subsidie kan worden aangevraagd door werkgevers die praktijkgerichte opleidingen, dus werken en leren tegelijkertijd, aanbieden aan nieuwe of huidige werknemers. 
Ook geregistreerde gastouderbureaus kunnen subsidie aanvragen voor nieuwe of huidige gastouders die bij hen zijn aangesloten.

Let op! Collectieven die bestaan uit tenminste een O&O-fonds en/of een of meer werkgeversverenigingen en een of meer werknemersverzekeringen, kunnen vanaf september 2025 de subsidie ook aanvragen.

Ontwikkelpaden

Om voor subsidie in aanmerking te komen moet de opleiding onderdeel uitmaken van een functie of specialisatie uit een van de (momenteel) twaalf zogenaamde Ontwikkelpaden. Deze Ontwikkelpaden zijn gepubliceerd op Rijksoverheid.nl.

Andere voorwaarden

Er gelden nog meer voorwaarden. Zo mag de opleiding niet al vóór 28 februari 2025 zijn ingekocht of zijn gestart en moet de opleiding uiterlijk binnen 13 weken na het aanvragen van de subsidie van start gaan. Ook mag aan degene die opgeleid wordt geen kosten in rekening worden gebracht.

Hoogte subsidie

De hoogte van de subsidie is te vinden in de gepubliceerde Ontwikkelpaden op Rijksoverheid.nl. De hoogte is afhankelijk van het NLQF-niveau. Bij niveau 1,2 of 3 bedraagt de subsidie 90% van de kosten voor scholing, bij niveau 4 40%.

De subsidiabele kosten zijn de in de factuur van de aanbieder vermelde kosten, voor zover dit les-, cursus-, college- of examenkosten zijn. Ook de door de opleider verplicht gestelde literatuur is subsidiabel, mits deze literatuur direct noodzakelijk is voor het volgen en afronden van de opleiding.

Aanvragen

Aanvragen kan via het subsidieportaal Uitvoering Van Beleid gedurende twee tijdvakken: 10 maart 2025 9.00 uur tot en met 30 juni 2025 17.00 uur en 1 juli 2025 9.00 uur tot en met 10 november 2025 17.00 uur.

Tip! Meer informatie over de subsidie, de voorwaarden en het aanvragen van de subsidie, vindt u op de website Uitvoering Van Beleid van SZW.