All Posts By

Eerste Kamer wil minder overdrachtsbelasting voor beleggers

By nieuws

In een aangenomen motie heeft de Eerste Kamer gepleit voor een lager tarief in de overdrachtsbelasting voor beleggers. Met de verlaging wil de Eerste Kamer bereiken dat beleggers meer gaan investeren in woningen.

Overdrachtsbelasting

Woning

Bij de aankoop van een woning is in beginsel overdrachtsbelasting verschuldigd. Voor eigenaren die een woning kopen waarin men zelf anders dan tijdelijk gaat wonen, bedraagt het tarief 2%. Onder voorwaarden geldt een eenmalige vrijstelling van overdrachtsbelasting voor jongeren tussen 18 en 35 jaar voor de aankoop van een woning met een waarde tot € 510.000 (2024).

Tarief beleggers

Voor beleggers in vastgoed bedraagt het tarief van overdrachtsbelasting echter 10,4%. Dit tarief geldt bijvoorbeeld ook voor tweede woningen en voor ouders die voor hun kind een woning kopen. Volgens de motie is dit tarief voor beleggers echter dusdanig hoog dat beleggingen in woningen achterblijven. De Eerste Kamer dringt er daarom op aan te onderzoeken hoe dit tarief ‘substantieel’ verlaagd kan worden om zodoende het investeren in woningen een extra impuls te geven.

Augustusbesluitvorming

In de motie wordt gevraagd een en ander al bij de augustusbesluitvorming in kaart te brengen. Op die manier zou een eventuele verlaging van het tarief al per 2025 kunnen plaatsvinden.

Tip! Bent u van plan te investeren in woningen, is het, indien mogelijk, wellicht een idee om te wachten op de plannen van de augustusbesluitvorming.

Check the correct VAT number

By nieuws

Entrepreneurs in the Netherlands nowadays always receive two numbers concerning VAT from the tax authorities: a sales tax number and a VAT identification number (VAT ID). Make sure that you always use the correct number when contacting and checking your customers, because in practice this regularly turns out to go wrong.

Sales tax number

Administratie

You use the sales tax number only for your contacts with the tax authorities, such as for your returns. For sole proprietorships, this number partly consists of the entrepreneur’s BSN number. Partly for privacy reasons, you do not use this number to your customers.

VAT identification number

The VAT identification number is used when dealing with customers. You should also find this number on your customer’s invoices and on their website. You can check this number via this site.

Your own VAT ID

If you want to check a number, you must also enter your own VAT ID. If you have lost this number, you can find it out via the Tax and Customs Administration website. To do so, go to myzakelijk.belastingdienst.nl, log in with DigiD and click on ’turnover tax’ and click on ‘VAT identification number’. Here you will find both VAT numbers.

Attention! To apply the zero rate to a so-called intra-Community supply (ICL) to a VAT entrepreneur in another EU country, there are a number of obligations you must comply with. One of these is the use of the correct VAT identification number. It is therefore important to always check carefully whether you have your customer’s correct number.

Translated with DeepL.com (free version)

 

Huurwoning met zonnepanelen voor btw één bedrijfsmiddel

By nieuws

Een huurwoning met de daarop geplaatste zonnepanelen vormen voor de btw één bedrijfsmiddel. Dit blijkt uit een arrest van de Hoge Raad. Het arrest betekent dat de aftrekbare btw naar evenredigheid moet worden herleid uit de belaste en vrijgestelde omzet.

Btw op zonnepanelen

Zonnepanelen

Sinds 2023 rust op zonnepanelen die zijn geïnstalleerd op of bij een woning in beginsel 0% btw. Particulieren hoeven deze btw dus ook niet meer terug te vragen, wat een hoop administratie scheelt. Het arrest van de Hoge Raad heeft betrekking op de jaren 2017 en 2018, toen er op zonnepanelen op of bij een woning nog 21% btw zat.

Hoeveel aftrek btw?

In genoemd arrest ging het over de vraag hoeveel btw de verhuurder van de woning in aftrek kon brengen. Op de bouw van de huurwoning rustte ruim € 50.000 btw. Hiervan had zo’n € 3.000 betrekking op de geïnstalleerde, niet-geïntegreerde zonnepanelen. 

Belaste versus vrijgestelde omzet

Omdat de verhuur in deze zaak was vrijgesteld van btw, is volgens het arrest om te beginnen van belang welk deel van de omzet btw-belast en welk deel btw-vrijgesteld is. In deze zaak had het gerechtshof vastgesteld dat 5% van de omzet btw-belast was, namelijk de levering van energie.

Eén bedrijfsmiddel

De Hoge Raad komt tot het oordeel dat het verhuurde pand inclusief de zonnepanelen één bedrijfsmiddel is. Dit bedrijfsmiddel is door de verhuurder als ondernemingsvermogen bestemt. De Hoge Raad oordeelt dat daarom alle btw over de bouw en levering van de huurwoning, inclusief de btw over de zonnepanelen, meetellen voor de berekening van de hoogte van de btw-aftrek.

De btw die aftrekbaar is, wordt vervolgens berekend in de verhouding van de btw-belaste versus de btw-vrijgestelde omzet. De Belastingdienst had de € 3.000 btw met betrekking tot de zonnepanelen al in aftrek toegestaan en kon daar niet meer op terugkomen. Met toepassing van het door het gerechtshof vastgestelde percentage van 5%, komt de aftrek van btw echter lager uit dan die € 3.000. Omdat het gerechtshof een aftrek had toegestaan van bijna € 4.500, verlaagde de Hoge Raad de btw-aftrek weer tot het door de Belastingdienst toegestane bedrag van € 3.000.

Woning voor privégebruik

Bij een woning voor privégebruik met daarop zonnepanelen vindt de berekening van de aftrek van btw op de zonnepanelen anders plaats. Voor zo’n woning heeft de Hoge Raad in een eerder arrest in 2021 geoordeeld dat alleen de btw op de zonnepanelen en niet ook een deel van de btw op de bouwkosten van de woning aftrekbaar is. Dit omdat de woning hoe dan ook gebouwd zou zijn, ook zonder de zonnepanelen. De btw op de niet-geïntegreerde zonnepanelen was in die casus dus wel volledig aftrekbaar.

De Hoge Raad heeft nu dus beslist dat deze beredenering en berekening voor woningen met zonnepanelen die als ondernemingsvermogen voor de btw worden aangemerkt (omdat ze verhuurd worden) niet opgaat.

Willekeurig afschrijven bij gebroken boekjaar

By nieuws

De Belastingdienst heeft een toelichting gegeven op de vraag hoe de faciliteit van de willekeurige afschrijving op investeringen in het jaar 2023 uitwerkt bij een gebroken boekjaar.

Voorbeeld
In een voorbeeld is uitgegaan van een investering op 1 februari 2023 van € 100.000 in een bedrijfsmiddel. Dit wordt op 1 februari 2024 pas in gebruik genomen. Het boekjaar loopt van 1 mei tot en met 30 april.

Willekeurig afschrijven 2023

Kantoor

Voor het jaar 2023 bestond er een faciliteit in de inkomsten- en vennootschapsbelasting die erop neerkwam dat van een bedrijfsmiddel 50% willekeurig, desnoods in één keer, kon worden afgeschreven. De rest van de afschrijvingen moest volgens de gebruikelijke regels plaatsvinden. Het bedrijfsmiddel moet vóór 2026 in gebruik worden genomen.

Gespreide betaling

De Belastingdienst gaat er in het voorbeeld van uit dat van de investering op 1 april 2023 € 10.000 betaald wordt. Op 1 december 2023 wordt nogmaals € 10.000 betaald en het restant van € 80.000 op 1 februari 2024 als het bedrijfsmiddel in gebruik wordt genomen.

Willekeurig afschrijven mogelijk?

Uit de toelichting blijkt dat de betaling op 1 april 2023 betekent dat op de winst van het boekjaar, dat loopt van 1 mei 2022 tot en met 30 april 2023, maximaal € 10.000 willekeurig kan worden afgeschreven. De betaling van € 10.000 op 1 december 2023 betekent dat nogmaals maximaal € 10.000 willekeurig kan worden afgeschreven, maar pas op de winst van het boekjaar dat loopt van 1 mei 2023 tot en met 30 april 2024.

Geen willekeurige afschrijving op restant

De betaling van het restant van € 80.000 op 1 februari 2024 levert echter geen willekeurige afschrijving meer op. Daarvoor is namelijk vereist dat de betaling in 2023 is gedaan. Dat het boekjaar tot en met 30 april 2024 loopt, is niet van belang. Het ‘inhalen’ van niet genoten willekeurige afschrijvingen is bovendien niet mogelijk.

Check het juiste btw-nummer

By nieuws

Ondernemers ontvangen tegenwoordig van de Belastingdienst altijd twee nummers inzake btw.: een omzetbelastingnummer en een btw-identificatienummer (btw-id). Zorg dat u bij contact en controle van uw klanten altijd het juiste nummer gebruikt, want dit blijkt in de praktijk regelmatig fout te gaan.

Omzetbelastingnummer

Administratie

Het omzetbelastingnummer gebruikt u alleen voor uw contacten met de Belastingdienst, zoals voor uw aangiftes. Voor eenmanszaken bestaat dit nummer voor een deel uit het BSN-nummer van de ondernemer. Mede vanwege de privacy gebruikt u dit nummer niet naar uw klanten.

Btw-identificatienummer

Het btw-identificatienummer wordt gebruikt bij contacten met klanten. Dit nummer treft u als het goed is ook aan op de facturen van uw klant en op zijn internetsite. U kunt dit nummer checken via deze site.

Eigen btw-id

Als u een nummer wilt checken, moet u ook uw eigen btw-id invoeren. Bent u dit nummer kwijt, dan kunt u het achterhalen via de site van de Belastingdienst. Ga daarvoor naar mijnzakelijk.belastingdienst.nl, log in met DigiD en klik op ‘omzetbelasting’ en klik op ‘btw-identificatienummer’. Hier vindt u beide btw-nummers.

Let op! Voor het toepassen van het nultarief op een zogenaamde intracommunautaire levering (ICL) aan een btw-ondernemer in een ander EU-land geldt een aantal verplichtingen waaraan u moet voldoen. Eén daarvan is het gebruik van het juiste btw-identificatienummer. Het is daarom belangrijk om altijd goed te controleren of u over het juiste nummer van uw afnemer beschikt.

Afkoop lijfrente bij arbeidsongeschiktheid met of zonder revisierente?

By nieuws

Als u een lijfrente voortijdig afkoopt, bent u in beginsel maximaal 20% revisierente verschuldigd. Dit is een sanctie, omdat u de lijfrente eerder en anders opneemt dan volgens de wetgever is bedoeld. U bent echter geen revisierente verschuldigd als u een lijfrente afkoopt omdat u langdurig arbeidsongeschikt bent. De Belastingdienst nam hierover een standpunt in dat afwijkt van het oordeel van een rechter.

Revisierente

Sparen

De revisierente bedraagt in beginsel 20% van (het belaste deel) van de afkoopwaarde van de lijfrente. Hoe hoog de afkoopwaarde is, is afhankelijk van hoeveel aan premies u niet of gedeeltelijk niet in aftrek heeft gebracht. Sloot u de lijfrente 10 kalenderjaren of minder vóór het jaar van afkoop af? Dan kunt u gebruikmaken van een tegenbewijsregeling waardoor de revisierente mogelijk lager is.

Niet bij arbeidsongeschiktheid

Als u langdurig geheel of deels arbeidsongeschikt bent, hoeft u echter helemaal geen revisierente te betalen als u uw lijfrente afkoopt. Deze faciliteit speelt in op de vermindering van inkomen die bij arbeidsongeschiktheid veelal optreedt. Er gelden wel voorwaarden. Zo mag het bedrag van de afkoop niet hoger zijn dan € 50.063 (2024) en dient u een AOV-uitkering (binnenkort) te ontvangen, of uw arbeidsongeschiktheid te kunnen aantonen met een verklaring van een arts dat u de komende twaalf maanden uw beroep niet volledig uit kunt oefenen. Ook mag u op het moment van afkoop de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt.

Wat is het moment van afkoop?

Over de invulling van laatstgenoemde voorwaarde heeft de Belastingdienst een standpunt gepubliceerd. Hier is ingegaan op de vraag wat het moment van afkoop is. Het antwoord op deze vraag is van belang als u uw lijfrente afkoopt als u bijna de AOW-leeftijd bereikt. De Belastingdienst geeft aan dat het moment waarop de verzekeraar meedeelt akkoord te gaan met de afkoop, het moment van afkoop is. Als dit moment ligt op of na het bereiken van de AOW-leeftijd, bent u dus, in de visie van de Belastingdienst, revisierente verschuldigd over de afkoop van de lijfrente. 

Rechter denkt er anders over

De Belastingdienst verdedigt zijn standpunt met het argument dat een verzekeraar eerst moet nagaan of voldaan wordt aan alle fiscale voorwaarden. Het standpunt van de Belastingdienst gaat echter in tegen een uitspraak van rechtbank Gelderland van augustus 2023. De rechtbank oordeelde dat het moment van afkoop het moment is waarop het verzoek tot afkoop is gedaan. De rechter komt tot dit oordeel, onder meer omdat dit moment aansluit bij de bedoeling van de wetgever tot het bieden van een faciliteit bij acute financiële problemen als gevolg van arbeidsongeschiktheid.

Wat kunt u hiermee?

Heeft u een lijfrente afgekocht vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid? Verzocht u tot afkoop vóór het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd, maar ging de verzekeraar pas akkoord op of na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd? Doe dan een beroep op het oordeel van rechtbank Gelderland. Het is namelijk, gezien het oordeel van rechtbank Gelderland, nog maar de vraag of het standpunt van de Belastingdienst overeind kan blijven. Houd er wel rekening mee dat u hiervoor een gerechtelijke procedure moet starten. De Belastingdienst zal, gezien zijn ingenomen standpunt, hoogstwaarschijnlijk niet akkoord gaan.

Advieswijzer Kantoor aan huis

By nieuws

Het lijkt aantrekkelijk: wonen en werken in één pand. Maar een kantoor aan huis is lang niet altijd ook fiscaal aantrekkelijk. Wanneer is uw werkplek ook voor de fiscus een werkruimte? Waar moeten u, uw bedrijf en uw werkruimte dan aan voldoen?

Er is onder meer een verschil in de behandeling van een zogeheten kwalificerende en een niet-kwalificerende werkruimte. Daarnaast gelden er voor een ondernemer met een eenmanszaak, vof of maatschap andere regels dan voor een ondernemer met een bv. En hoe zit het eigenlijk met de btw? In deze advieswijzer komen de verschillende regels aan de orde.

Kwalificerende werkruimte

Laptop

Als eerste is het van belang om vast te stellen of sprake is van een fiscaal kwalificerende ruimte. Hiervoor moet uw werkruimte voldoen aan het zelfstandigheids- en het inkomenscriterium.

Zelfstandigheidscriterium

Uw werkruimte voldoet aan het zelfstandigheidscriterium als deze een zodanige zelfstandigheid bezit dat deze duidelijk te herkennen is. De werkruimte moet in ieder geval over een eigen ingang en over eigen sanitair beschikken. Dit komt erop neer dat de werkruimte ook aan een derde verhuurd zou kunnen worden.

Let op! Een werkplek in een woon-, slaap- of zolderkamer wordt in ieder geval niet als kwalificerende werkruimte aangemerkt. Een tot kantoor verbouwde garage met eigen ingang en sanitair kan dat wel zijn.

Inkomenscriterium

Uw werkruimte voldoet aan het inkomenscriterium als u uw inkomen voor een groot gedeelte in of vanuit deze ruimte verdient. Is dit uw enige werkruimte, dan moet u uw inkomen voor ten minste 30% in de ruimte én voor ten minste 70% in of vanuit de ruimte verdienen. Heeft u nog een andere werkruimte buiten uw woning, dan moet u uw inkomen voor ten minste 70% in de werkruimte verdienen.

Ondernemers met een eenmanszaak, vof of maatschap

Omdat de werkruimte eigendom is van de eigenaar (natuurlijk persoon) en niet van de eenmanszaak, vof of maatschap, is het voor het bepalen van de fiscale winst noodzakelijk om onderscheid te maken tussen zaken die wel en zaken die niet voor de onderneming worden gebruikt. Dit noemen we vermogensetikettering.

Let op! De werkruimte kan worden aangemerkt als ondernemingsvermogen als deze juridisch of bouwkundig splitsbaar is van de woning. Indien dit niet het geval is, kunt u ervoor kiezen om de gehele woning (inclusief de werkruimte) als ondernemingsvermogen aan te merken, als ten tijde van verwerving van de woning ten minste 10% van de woning bestemd was om te worden gebruikt ten behoeve van de onderneming. In de overige gevallen vormt de werkruimte privévermogen. De fiscale behandeling van uw werkruimte is afhankelijk van de wijze waarop deze geëtiketteerd is: als privévermogen of als ondernemingsvermogen.

Ook als minder dan 10% van de woning ten behoeve van de onderneming wordt gebruikt, kunt u de woning als ondernemingsvermogen aanmerken als u aannemelijk kunt maken dat de woning mede dienstbaar is aan het bedrijf. Bijvoorbeeld omdat er bij de aankoop sprake was van een koppelaankoop van het bedrijf en de woning, er vanuit de woning toezicht mogelijk is op het bedrijf, er een gemeenschappelijke toegangsweg is en dergelijke.

Woning is privévermogen

De kosten van een niet-kwalificerende werkruimte kunt u niet van uw winst aftrekken. Op deze werkruimte is gewoon de eigenwoningregeling van toepassing.

Let op! De inrichtingskosten, zoals een bureau, zijn ook niet aftrekbaar van de winst. Maar indien er sprake is van zakelijk gebruik, kunt u hiervoor wel investeringsaftrek krijgen en de btw terugvragen als u zelf btw-belaste prestaties verricht.

Op een kwalificerende werkruimte is de eigenwoningregeling niet van toepassing. Dit betekent dat voor de bepaling van het eigenwoningforfait de werkruimte niet meetelt: de waarde van de werkruimte en het deel van de (hypothecaire) geldlening dat daarbij hoort, moeten worden aangegeven als bezitting en schuld in box 3. De kosten van de werkruimte mag u van uw winst aftrekken. Deze aftrekpost is echter gemaximeerd op het voordeel dat u ten aanzien van de werkruimte in box 3 moet aangeven. Deze aftrek is een percentage van de WOZ-waarde van uw werkruimte. Dit percentage is voor het jaar 2024 vastgesteld op 6,04%.

Daarnaast mag u ook de kosten die normaal gesproken voor rekening van een huurder (de huurderslasten) zouden komen, in aftrek brengen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld energiekosten, kosten van de inboedelverzekering en kosten van klein onderhoud. Ook nu zijn de inrichtingskosten niet aftrekbaar, maar kunt u hiervoor wel investeringsaftrek krijgen en de btw terugvragen.

Woning is ondernemingsvermogen

Indien de werkruimte als ondernemingsvermogen is geëtiketteerd, kunt u de kosten aftrekken van uw winst. De werkruimte valt dan niet onder de eigenwoningregeling, maar wordt belast als onderdeel van uw winst uit onderneming. Dit betekent dat voor de bepaling van het eigenwoningforfait de werkruimte niet meetelt en dat bijvoorbeeld een eventuele boekwinst bij verkoop belast is.

Indien u de gehele woning (inclusief de werkruimte) als ondernemingsvermogen heeft geëtiketteerd, kunt u alle kosten (met uitzondering van huurderslasten met betrekking tot het woondeel) aftrekken van uw winst. Voor het privégebruik van uw woning moet u wel een bijtelling ter grootte van een bepaald percentage van de WOZ-waarde in aanmerking nemen.
Voor de meeste woningen is dit in 2024 1,2%. Bij een niet-kwalificerende werkruimte moet u daarbij uitgaan van de WOZ-waarde van de gehele woning. Bij een kwalificerende werkruimte moet u uitgaan van de WOZ-waarde van de woning exclusief de werkruimte. Bij gesplitste vermogensetikettering (woondeel privévermogen/bedrijfsdeel ondernemingsvermogen) blijft de bijtelling bij een kwalificerende werkruimte achterwege.

Werkruimte in huurwoning

Indien sprake is van een werkruimte in een huurwoning, kunt u een evenredig deel van de huur en de huurderslasten in aftrek brengen als sprake is van een kwalificerende werkruimte.

Niet-kwalificerende werkruimte

Door een wetswijziging is het met ingang van 1 januari 2017 niet meer mogelijk om aftrek te krijgen voor een niet-kwalificerende werkruimte als u het huurrecht als ondernemingsvermogen etiketteert.
Dit geldt ook voor bestaande gevallen die al vóór 1 januari 2017 het huurrecht als ondernemingsvermogen hebben geëtiketteerd. Is sprake van een kwalificerende werkruimte, dan blijft ook vanaf 2017 aftrek mogelijk.

Ondernemers met een bv

Onderneemt u vanuit een bv, dan geldt ook het onderscheid tussen een kwalificerende en een niet-kwalificerende werkruimte.

Kwalificerende werkruimte

De werkruimte valt voor u, als dga, in box I (de tbs-regeling). Dit betekent dat de vergoeding op zakelijke gronden moet worden vastgesteld. De vergoeding is voor de bv aftrekbaar van de winst en vormt voor de dga, na aftrek van alle aan de werkruimte toe te rekenen kosten, inkomen in box 1. Op dit belaste inkomen mag u nog wel de terbeschikkingstellingsvrijstelling van 12% in aftrek brengen.

Op een kwalificerende werkruimte is de eigenwoningregeling niet van toepassing. Dit betekent dat u voor de bepaling van het eigenwoningforfait de werkruimte niet meetelt: de waarde van de werkruimte en het deel van de (hypothecaire) geldlening dat daarbij hoort, moeten worden aangegeven op de balans van uw werkzaamheid in box 1. U heeft ook geen last van de aftrekbeperkingen inzake hypotheekrente, zoals de maximering van de aftrek tot een tarief van 36,97% (2024).

Niet-kwalificerende werkruimte

Een niet-kwalificerende werkruimte valt onder de eigenwoningregeling: het eigenwoningforfait wordt berekend over de woning inclusief de werkruimte. Een eventuele vergoeding voor de werkruimte wordt voor de dga behandeld als loon. Het is echter mogelijk om de vergoeding als eindheffingsbestanddeel aan te wijzen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Uw bv betaalt dan geen belasting, zolang het totaal van aangewezen vergoedingen en verstrekkingen niet hoger is dan de vrije ruimte. Wordt deze vrije ruimte overschreden, dan betaalt uw bv 80% eindheffing over de overschrijding. De loonkosten zijn voor de bv aftrekbaar van de winst.

Btw en ondernemers met een eenmanszaak, vof of maatschap

Voor de btw is van belang of de zaken, zoals een werkruimte, zijn gebruikt ten behoeve van uw onderneming en of u hiermee btw-belaste omzet behaalt. Als dat het geval is, kunt u deze zaken voor de btw zakelijk etiketteren en de voorbelasting met betrekking tot het zakelijke gebruik in aftrek brengen. U kunt hierbij denken aan btw op energie, onderhoud en inrichting.

Btw en ondernemers met een bv

Indien u, als dga, de werkruimte aan uw bv verhuurt, is onzeker of u de btw met betrekking tot deze werkruimte in aftrek kunt brengen. De Belastingdienst gaat er tegenwoordig vanuit dat dit in ieder geval voor wat betreft een onzelfstandige werkruimte niet mogelijk is. Dit standpunt is aan kritiek onderhevig, onder meer op basis van het zogenaamde ‘werkkamer arrest’ van De Hoge Raad. Overleg met onze adviseurs over de vraag of u in een soortgelijke situatie recht op aftrek van de btw kunt hebben.

Tot slot

De fiscale regels met betrekking tot de werkruimte zijn erg ingewikkeld. Neem voor uw specifieke situatie daarom contact met ons op.

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

Minder snel alsnog hoge WW-premie vanaf 2025

By nieuws

Al eerder was bekend dat vanaf 1 januari 2025 de huidige grens voor de beoordeling of een lage WW-premie alsnog een hoge WW-premie wordt, omlaaggaat. Medio mei 2024 is het besluit hiertoe in het Staatsblad gepubliceerd.

Lage en hoge WW-premie

Euro

In de WW geldt een zogenaamde premiedifferentiatie. Dat houdt grofweg in dat werkgevers die werknemers vaste contracten aanbieden de lage WW-premie betalen en werkgevers die flexibele contracten aanbieden de hoge WW-premie. Zo mag de lage WW-premie worden toegepast voor loon uit een arbeidsovereenkomst die voldoet aan de volgende drie voorwaarden:

  1. de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd,
  2. de arbeidsovereenkomst is schriftelijk vastgelegd, en
  3. de arbeidsovereenkomst is geen oproepovereenkomst.

Herziening lage WW-premie

Soms moet de lage WW-premie achteraf alsnog met terugwerkende kracht worden herzien naar een hoge WW-premie. Dit is het geval als een werknemer met een arbeidscontract van minder dan 35 uur per week, in het kalenderjaar meer dan 30% meer uren verloond krijgt dan in het arbeidscontract staat. Dit kan gebeuren als een werknemer veel overwerk verricht ten opzichte van de contracturen.

Let op! Heeft een werknemer een arbeidscontract van 35 uur of meer per week, dan geldt deze herzieningsregeling niet. De lage WW-premie wordt dan dus niet alsnog met terugwerkende kracht een hoge WW-premie als deze werknemer meer dan 30% meer uren verloond krijgt.

Van minder dan 35 uur naar 30 uur of minder

De uurgrens voor welke arbeidscontracten herziening van de lage naar de hoge WW-premie nu nog kan plaatsvinden, is minder dan 35 uur per week. In het besluit dat medio mei 2024 in het Staatsblad is gepubliceerd, is opgenomen dat deze grens met ingang van 2025 verlaagd wordt naar 30 uur of minder per week.

Dit betekent dat vanaf 2025 herziening alleen nog kan plaatsvinden als een werknemer met een arbeidscontract van 30 uur of minder per week, in het kalenderjaar meer dan 30% meer uren verloond krijgt dan in het arbeidscontract staat.

Let op! De verlaging naar 30 uur of minder per week geldt pas vanaf het jaar 2025. In 2024 heeft u dus nog te maken met de grens van minder dan 35 uur per week.

Andere reden herziening lage WW-premie

Houd er rekening mee dat er nog andere redenen kunnen zijn om de lage WW-premie alsnog te herzien naar de hoge WW-premie. Dit is bijvoorbeeld het geval als een nieuwe werknemer binnen twee maanden ontslag neemt of wordt ontslagen.

Aanvraag subsidie praktijkleren weer mogelijk

By nieuws

Van 3 juni tot en met 17 september 2024 17.00 uur kunt u weer subsidie praktijkleren aanvragen. De subsidie is een tegemoetkoming in gemaakte loon- of begeleidingskosten van een leerling, student, promovendus of technologische ontwerper in opleiding (toio).

Voorwaarden

Typen

De subsidie praktijkleren is beschikbaar voor het vmbo, mbo, hbo, promovendi en toio’s, praktijkonderwijs en VSO. Per onderwijscategorie gelden andere voorwaarden. Het is belangrijk dat u voldoet aan deze voorwaarden en de administratie die daarbij hoort. De voorwaarden voor de verschillende onderwijscategorieën vindt u hier.

Let op! In uw administratie moet, afhankelijk van de onderwijscategorie, onder meer een praktijkleerovereenkomst en een aanwezigheids- en begeleidingsadministratie aanwezig zijn.

Hoogte subsidie

Als u in aanmerking komt voor de subsidie praktijkleren, dan bedraagt deze maximaal € 2.700 per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats. Houd er rekening mee dat dit bedrag lager kan zijn. De definitieve subsidie is namelijk afhankelijk van het aantal goedgekeurde aanvragen.

Toeslag landbouw, horeca en recreatie

Voor erkende leerbedrijven die een mbo- bbl-leerplek in de landbouw, horeca en recreatie aanbieden, geldt een toeslag bovenop de maximale € 2.700 per praktijkleerplaats- of werkleerplaats. De hoogte hiervan is onder meer afhankelijk van het aantal goedgekeurde aanvragen die in aanmerking komen voor de toeslag. U hoeft deze toeslag niet apart aan te vragen.

Nieuw aanvraagportaal

Begin op tijd met het aanvragen van de subsidie. Vanaf 2024 moet dit namelijk via een nieuw aanvraagportaal. Om in te kunnen loggen, heeft u eHerkenning niveau 3 nodig. Lees hier meer over het nieuwe aanvraagportaal.

Let op! Doet u niet zelf uw aanvraag, dan is een ketenmachtiging nodig.

Na de aanvraag

RVO beoordeelt van augustus tot en met december 2024 alle ingediende aanvragen voor de subsidie praktijkleren. Uiterlijk op 30 december 2024 zet RVO het besluit over uw aanvraag in uw aanvraagportaal en betaalt RVO de subsidie aan u uit.

Let op! Van januari tot en met oktober daaropvolgend voert RVO controles op de toegekende subsidies uit.

Kabinet wil wettelijk rouwverlof invoeren

By nieuws

Het kabinet wil wettelijk vastleggen dat werkende ouders met minderjarige kinderen recht krijgen op rouwverlof. Het verlof kan worden opgenomen als een van de ouders of een van de minderjarige kinderen komt te overlijden.

Huidige situatie

Handen schudden

Op dit moment bestaat er slechts recht op kort verzuimverlof bij overlijden van verwanten. Dit verlof is afhankelijk van de mate van verwantschap en duurt vaak slechts tot de dag van de uitvaart. Veelal is dit geregeld in de cao.

Duur voorgesteld rouwverlof

De duur van het voorgestelde wettelijke rouwverlof bedraagt vijf werkdagen bij een volledige werkweek. Deze dagen mogen flexibel opgenomen worden vanaf de dag na de uitvaart tot één jaar na het overlijden.

Het doel is langdurig verzuim na een overlijden binnen het gezin terug te dringen. Werkgevers moeten tijdens het verlof het salaris verplicht doorbetalen. Het aantal van vijf dagen is een minimum. Werkgevers kunnen hier ten gunste van werknemers van afwijken.

Internetconsultatie

Het kabinet geeft belangstellenden via een internetconsultatie de gelegenheid op de voorstellen te reageren. Reageren kan tot en met 13 juni 2024.