Category

nieuws

Budget en aanvraag uitkoopregelingen veehouders verruimd

By nieuws

Er komt meer budget beschikbaar voor veehouders die gebruik willen maken van de uitkoopregelingen Lbv en Lbv-plus. Tevens is de aanvraagperiode voor de Lbv-plus verlengd, nieuwe aanvragen kunnen worden ingediend tot en met 20 december 2024.

€ 1,45 miljard extra

Agrarisch

Voor beide uitkoopregelingen, de Lbv en de Lbv-plus, komt in totaal bijna € 1,45 miljard extra beschikbaar. Het budget voor beide regelingen samen bedraagt daardoor in totaal bijna € 3 miljard. Tot extra budget is besloten na goedkeuring van beide regelingen door de Europese Commissie. 

Lbv en Lbv-plus

Van beide uitkoopregelingen heeft de Lbv-plus hogere vergoedingen dan de Lbv. Dat komt doordat de Lbv-plus is ingericht voor zogenaamde piekbelasters: veehouderijlocaties die volgens de bepalingen van de overheid de meeste stikstofneerslag op Natura 2000-gebieden veroorzaken.

Aanvraagperiode Lbv-plus verlengd

Behalve het extra budget is ook besloten de aanvraagtermijn voor de Lbv-plus-regeling te verlengen tot 20 december 2024 23.59 uur. Deze termijn zou oorspronkelijk lopen tot 6 april van dit jaar. U kunt de Lbv-plus-regeling digitaal aanvragen bij RVO.nl. Aanvragen voor de Lbv-regeling kunnen niet meer worden ingediend.

Let op! Meer informatie over de regelingen en over de voorwaarden, vindt u op de site van RVO.nl

 

Kabinet wil kavelruilvrijstelling beperken

By nieuws

Het kabinet wil de huidige kavelruilvrijstelling beperken door onbedoeld gebruik tegen te gaan. Via een wetsvoorstel moet de beperking in werking treden. Met behulp van een internetconsultatie kunnen belanghebbenden op het wetsvoorstel reageren.

Kavelruilvrijstelling

Agrarisch

De kavelruilvrijstelling komt er in het kort op neer dat geen overdrachtsbelasting verschuldigd is als percelen grond worden geruild teneinde een landelijk gebied beter in te richten. Via kavelruil kan grond bijvoorbeeld beter toegankelijk worden gemaakt voor agrariërs. De vrijstelling heeft nu echter ook betrekking op gebouwen die zich op de percelen grond bevinden.

Ten behoeve van landbouw

Het kabinet is van plan de kavelruilvrijstelling voortaan alleen nog maar van toepassing te laten zijn op gebouwen die ten behoeve van de landbouw worden gebruikt. Zo kan onder meer voorkomen worden dat niet-agrarische woningen onbedoeld van de vrijstelling gebruikmaken. 

Minstens tien jaar agrarisch gebruiken

Gebouwen die onder de vrijstelling vallen moeten bovendien minstens tien jaar bedrijfsmatig voor de landbouw worden gebruikt. Gebeurt dit niet, dan wordt de vrijstelling alsnog teruggedraaid. Alleen als gebouwen vanwege overheidsbeleid niet meer agrarisch worden gebruikt, blijft de vrijstelling wel van kracht.

Ook woningen

Ook agrarische bedrijfswoningen blijven onder de vrijstelling vallen. Vereist is dan wel dat de woning op een kavel met een agrarische bestemming staat. Bovendien is dan vereist dat de woning functioneel verbonden is aan het nabijgelegen agrarische bedrijf.

Let op! De internetconsultatie loopt tot en met 30 april 2024. 

Extra reparatie koopkracht via huurtoeslag

By nieuws

De zogenaamde eigen bijdrage in de huurtoeslag wordt dit jaar nogmaals verlaagd. De extra verlaging bedraagt ruim € 36 per jaar. Per 1 januari 2024 was de eigen bijdrage al met ruim € 30 verlaagd.

Reparatie koopkracht

Geld

Onlangs werd ontdekt dat er een fout was gemaakt in de koopkrachtberekeningen van het kabinet. Besloten is dit via de huurtoeslag te herstellen door het bedrag dat de ontvanger van huurtoeslag zelf aan huur moet betalen, te verlagen met ruim € 36.

Terugwerkende kracht

Het is de bedoeling dat de wijziging terugwerkende kracht krijgt tot 1 januari 2024. Daarvoor is wel vereist dat het wetsvoorstel vóór 1 mei van dit jaar wordt aangenomen. 

Voorjaarsnota 2024: extra uitgaven en dekkingen

By nieuws

Na een verzoek om de voorjaarsbesluitvorming van de informateurs heeft het demissionaire kabinet besloten de Voorjaarsnota 2024 op maandag 15 april 2024 – eerder dan gepland – aan te bieden aan de Tweede en Eerste Kamer.

In de Voorjaarsnota zijn aanpassingen op de begroting voor 2024 opgenomen, evenals een vooruitblik op de begrotingen voor de komende jaren. Door de vervroegde publicatie volgen de doorrekening van de voorjaarsbesluitvorming van het CPB, de voorjaarsrapportage in het kader van het begrotingstoezicht van de Raad van State en de kabinetsreactie op een later moment, uiterlijk 30 april 2024.

Extra uitgaven

Binnenhof

De extra uitgaven opgenomen in de Voorjaarsnota bestaan onder meer uit 4,4 miljard euro extra voor militaire en humanitaire steun aan Oekraïne in de jaren 2024-2026, 0,4 miljard euro extra in 2024 en 0,9 miljard euro extra in 2025 voor de hersteloperatie Toeslagen, 0,5 miljard euro extra in 2025 voor bewoners in het aardbevingsgebied in Groningen, structureel 715 miljoen euro extra vanaf 2026 voor decentrale overheden en incidenteel 500 miljoen euro extra in 2028 voor versterking van de luchtverdediging en munitie van de krijgsmacht.

Daarnaast kent de begroting een aantal forse tegenvallers, onder meer 375 miljoen euro extra in 2024 en 700 miljoen euro extra in 2025 voor het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) voor nieuwe en bestaande locaties voor (crisis)noodopvang.

Tegenvallende inkomsten

Naast de extra uitgaven zijn er tegenvallende inkomsten, onder meer door het niet afschaffen van de salderingsregeling voor zonnepanelen en het afschaffen van de energiebelasting voor zware industrie. Daarnaast is een nieuwe afbouw van de vrijstelling motorrijtuigenbelasting (mrb) voor emissievrije personenauto’s afgesproken met een korting op de mrb voor deze auto’s vanaf 2026 van 40%, in 2029 van 35% en in 2030 van 30%.

Dekking

De extra uitgaven worden onder meer gedekt door meevallers op diverse begrotingen. De tegenvallende inkomsten worden gedekt door onder meer:

  • Het verlagen van de mkb-winstvrijstelling naar 12,03% vanaf 2025. De mkb-winstvrijstelling zou vanaf 2025 al verlaagd worden naar 12,7%. Dit wordt dus verder verlaagd naar 12,03%.
  • Het met een bedrag van € 557 lager vaststellen van het aangrijpingspunt van het hoogste tarief (49,5%) in de inkomstenbelasting in 2025(voorgenomen was een verhoging van € 1.000 tot € 1.100 ten opzichte van 2024; deze verhoging wordt dus € 557 lager).
  • Het niet verlengen van de aanschafsubsidie voor tweedehands elektrische personenauto’s (SEPP) vanaf 2025. Voor de periode 2025 tot en met 2029 waren hier middelen voor gereserveerd, maar de verlenging van de SEPP gaat dus niet door.
  • Het laten vervallen van een aparte bpm-tabel voor plug-in hybride aangedreven personenauto’s (PHEV) per 2025. De PHEV wordt vanaf 2025 ondergebracht in de reguliere bpm-tabel.
  • Het corrigeren voor inflatie van het vaste bedrag voor de eindheffing van het privégebruik van de bestelauto van de zaak die afwisselend door meerdere werknemers wordt gebruikt (€ 300). Dit bedrag is sinds de introductie in 2006 niet meer geactualiseerd en zal gecorrigeerd worden voor de inflatie.
  • Het verhogen van het tarief 3e, 4e en 5e schijf in de energiebelasting op aardgas per 2025 met 22,4% en een extra 2,7% per 2030.
  • Het afschaffen van vrijstelling voor duaal en non-energetisch verbruik kolen per 2027.

Let op! In augustus kijkt het kabinet of het nodig is de begroting (nog meer) bij te stellen. Daarbij kan ook de dekking heroverwogen worden.

Opmerkelijke belastingconstructies

In bijlage 10 bij de Voorjaarsnota deelt het kabinet de stand van zaken met betrekking tot een aantal opmerkelijke belastingconstructies. Zo is onder meer opgenomen dat de aanpak van de volgende constructies wordt uitgewerkt als wetsvoorstel in het Belastingplan 2025, de Fiscale verzamelwet 2025 of het Eindejaarsbesluit 2024:

  • Constructies in de kavelruilvrijstelling in de overdrachtsbelasting;
  • Kortdurende verhuurconstructies in de btw;
  • Belastingontwijking via de splitsingsvrijstelling in de overdrachtsbelasting;
  • Opknipgedrag bij vastgoed-bv’s om maximaal te profiteren van renteaftrek;
  • Belastingontwijking via niet-reguliere afwikkeling van pensioenaanspraken in de bv.

Het kabinet onderzoekt verder nog of aanvullende wetgeving nodig en wenselijk is om de constructies aan te pakken waarbij de heffing in box 3 wordt ontweken via agiostorting en het terugkopen van bezittingen. Over een constructie in de lucratiefbelangregeling waarover op 9 april een motie is aangenomen, wordt de Kamer vóór het zomerreces van 2024 nader geïnformeerd.

Rechter dwingt inspecteur tot beslissing op bezwaar

By nieuws

Als u met de belastinginspecteur van mening verschilt, kunt u bezwaar maken tegen zijn beslissing. Uw zaak wordt dan nogmaals beoordeeld, waarna u verneemt of uw bezwaar al dan niet wordt toegekend. Maar wat nu als de inspecteur niet op uw bezwaar reageert?

Ingebrekestelling

Juridisch

Als u tegen een beslissing van de inspecteur in bezwaar wilt gaan, moet dit binnen zes weken. Heeft u dit netjes gedaan en is de zes-weken-termijn voorbij, dan moet ook de inspecteur hierna binnen zes weken beslissen op uw bezwaar. Deze termijn kan in beginsel met zes weken verlengd worden. Heeft u dan nog geen beslissing ontvangen, dan dient u de inspecteur te laten weten dat u alsnog binnen twee weken antwoord wilt hebben. U stelt daarmee de inspecteur in gebreke. Ontvangt u binnen deze twee weken nog geen beslissing, dan kunt u in beroep bij de rechter. 

Dwangsom

Als u de inspecteur in gebreke stelt, kunt u tevens direct een dwangsom te eisen. Een formulier om de inspecteur in gebreke te stellen én een dwangsom te eisen, treft u aan op de site van de Belastingdienst.

Omvang dwangsom

Blijft de inspecteur nalatig, dan kan een dwangsom behoorlijk oplopen. Als de inspecteur namelijk na twee weken nog steeds niet beslist heeft, bedraagt de dwangsom de eerste 14 dagen € 23 per dag, de daarop volgende 14 dagen € 35 per dag en de daarop volgende 14 dagen € 45 per dag. Een dwangsom kan dus oplopen tot maximaal 14 x € 23 + 14 x € 35 + 14 x € 45 = € 1.442. 

Nog steeds geen beslissing, wat nu?

Blijft ondanks de dwangsom een beslissing uit, dan kunt u dus in beroep. De rechter kan dan een beslissing nemen, maar het kan ook anders. Dat zagen we onlangs voor de rechtbank Zeeland-West-Brabant, die het balletje weer bij de belastinginspecteur neerlegde. De rechtbank oordeelde hier dat de inspecteur na uitspraak alsnog binnen twee weken op het bezwaar moest beslissen. Als dit uitbleef zou een dwangsom verschuldigd zijn van € 100 per dag, met een maximum van € 15.000.

Informatie over box 3 in IB tot en met 2023

By nieuws

Heeft u box 3-vermogen in uw aangifte inkomstenbelasting over de jaren tot en met 2023? Verwacht wordt dat de Hoge Raad in augustus/september uitspraak doet over box 3. De Belastingdienst ontwikkelt ter voorbereiding op de uitspraken alvast een digitaal formulier ‘opgaaf werkelijk rendement’.

Arresten Hoge Raad over box 3

Euro

Momenteel loopt een aantal rechtszaken bij de Hoge Raad over box 3. De rechtszaken gaan over de jaren tot en met 2022, maar zullen ook gelden voor de box 3-heffing in 2023. De kans bestaat dat de Hoge Raad gaat beslissen dat de box 3-heffing moet plaatsvinden op basis van uw werkelijke rendement uit uw vermogen als dit lager is dan het rendement dat volgt uit de wettelijke bepalingen. Dat zou voor u een gunstige ontwikkeling kunnen zijn als uw werkelijke rendement inderdaad lager is.

Digitaal formulier

De staatssecretaris meldt dat de box 3-arresten van de Hoge Raad in augustus en/of september 2024 worden verwacht. De Belastingdienst ontwikkelt op dit moment al een digitaal formulier ‘opgaaf werkelijk rendement’ voor het geval de Hoge Raad straks voor belastingplichtigen een gunstige uitspraak doet.

Geen definitieve aanslagen IB 2022 en 2023

Heeft u box 3-vermogen dat uit meer dan alleen bank- en spaartegoeden bestaat? Dan legt de Belastingdienst, in afwachting van de box 3-arresten van de Hoge Raad, nog geen definitieve aanslag IB 2022 én 2023 aan u op. Op die manier wordt voorkomen dat alle belastingplichtigen massaal bezwaar aan moeten tekenen.

Wel definitieve aanslag IB 2021?

Definitieve aanslagen IB 2021 met box 3-vermogen worden momenteel ook (nog) niet opgelegd. In verband met het verjaren van de termijn waarbinnen de Belastingdienst een definitieve aanslag moet opleggen, kan dit binnenkort anders zijn.

Let op! Ontvangt u daarom een definitieve aanslag IB 2021 van de Belastingdienst? Neem dan contact op met een van onze adviseurs om te overleggen of u in actie moet komen. Doe dat wel snel na ontvangst van de definitieve aanslag. De bezwaartermijn bedraagt namelijk zes weken.

LIV vervalt en LKV ouderen bouwt af vanaf 2025

By nieuws

LIV vervalt en LKV ouderen bouwt af vanaf 2025
De Eerste Kamer heeft ingestemd met een wetsvoorstel waarin het lage-inkomensvoordeel vervalt per 2025 en het loonkostenvoordeel voor oudere werknemers wordt afgebouwd vanaf 2025.

Lage-inkomensvoordeel (LIV)

Juridisch

Het lage-inkomensvoordeel, LIV, verdwijnt dus per 2025. U heeft voor het jaar 2024 nog recht op het LIV voor werknemers die rond het minimumloon verdienen (gemiddeld per uur van minimaal € 14,33 tot en met maximaal € 14,91). Er gelden nog meer voorwaarden voor het LIV, onder meer dat voor de werknemer in 2024 minimaal 1248 uren verloond zijn.

Tip! Alle voorwaarden voor het LIV vindt u hier.

Let op! De uitbetaling van het LIV 2023 vindt plaats in 2024. De uitbetaling van het LIV 2024 vindt plaats in 2025. U heeft voor het jaar 2025 geen recht meer op het LIV, maar kunt dus nog wel LIV 2024 uitbetaald krijgen.

Loonkostenvoordeel oudere werknemer

De Eerste Kamer is ook akkoord dat het loonkostenvoordeel (LKV) voor werkgevers die oudere werknemers in dienst hebben vanaf 2025 stapsgewijs wordt afgebouwd. Of die afbouw plaatsvindt en hoe, is afhankelijk van de vraag of de dienstbetrekking vóór 1 januari 2024 begon of niet.

  • Voor dienstbetrekkingen die begonnen vóór 1 januari 2024 blijft het LKV voor oudere werknemers van € 3,05 per verloond uur met een maximum van € 6.000 per kalenderjaar gewoon in stand tot het einde van de looptijd van maximaal drie jaar.
  • Voor dienstbetrekkingen die begonnen op of ná 1 januari 2024 wordt het LKV per 1 januari 2025 verlaagd naar € 1,35 per verloond uur en per 1 januari 2026 afgeschaft.

Tip! Start de dienstbetrekking dit jaar of volgend jaar, ga dan na of u voor de werknemer misschien ook recht heeft op het LKV arbeidsgehandicapte werknemer. Dit LKV wordt namelijk niet afgeschaft en bedraagt ook € 3,05 per verloond uur met een maximum van € 6.000. 

Verdeelt u de hypotheekrenteaftrek over u en uw partner?

By nieuws

Bent u eigenaar van een woning waarop hypotheek rust en heeft u een fiscale partner, dan kunt u de aftrek van de hypotheekrente onderling verdelen. Blijkt die verdeling achteraf niet optimaal te zijn geweest, dan kunt u die nog herzien. Maar tot wanneer?

Aftrek hypotheekrente

Woning

De rente die u op een hypothecaire lening betaalt, kan onder voorwaarden maximaal 30 jaar worden afgetrokken. De aftrek is de laatste jaren wel beperkt en nu nog slechts mogelijk tegen het tarief van de eerste schijf, in 2024 36,97%.

Verdeling herzien

Voor het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden kwam de vraag aan de orde of de verdeling van de aftrek van de hypotheekrente tussen partners na indiening van de aangifte nog kan worden herzien. Bij een positief antwoord was de vraag hoe lang dit mogelijk is.

Definitief

Het Hof kwam tot de conclusie dat de verdeling van de aftrek tussen partners nog kan worden herzien zo lang de aanslag of naheffingsaanslag van beide partners nog niet definitief vaststaat. In de betreffende situatie hadden een belastingplichtige en zijn partner in eerste instantie bijna € 13.000 aan hypotheekrente in aftrek gebracht, maar een half jaar na vaststelling van de aanslag de aftrek in een herziene aangifte teruggebracht naar bijna € 5.000. 

Navorderingen

De herziening leverde twee navorderingsaanslagen op, waarbij de inspecteur vasthield aan de oorspronkelijke verdeling van de aftrek tussen de partners onderling. Volgens het Hof is dit niet correct en kan voor een andere verdeling worden gekozen zo lang de aanslagen of navorderingsaanslagen nog niet definitief vaststaan. Nu dit nog niet het geval was, kon nog voor een andere verdeling worden gekozen en werd de Belastingdienst in het ongelijk gesteld.

Aftrek bij hoogste inkomen?

Bij partners die met hun inkomen in een andere tariefgroep vallen, is aftrek bij de partner die in de hoogste tariefgroep valt overigens meestal niet voordelig. Dit vanwege het feit dat de aftrek van hypotheekrente in 2024 beperkt is tot maximaal 36,97%, maar dit niet geldt voor de bijtelling van het eigenwoningforfait én de aftrek bij de partner met de laagste tariefgroep bovendien leidt tot een hogere heffingskorting. 

Tip! Herzie uw aangiftes uit het verleden indien dit voordeliger is, zo lang dit nog kan. 

Overwerk leidt vanaf 2025 minder snel tot alsnog hoge WW-premie

By nieuws

Vanaf 1 januari 2025 gaat de huidige grens omlaag voor de beoordeling of een lage WW-premie alsnog een hoge WW-premie wordt omdat bij een werknemer meer dan 30% meer verloond is dan in het arbeidscontract staat. Hierdoor wordt de interne wendbaarheid bevordert en wordt bijgedragen aan een lastenverlaging voor bedrijven.

Eerder lage WW-premie

Euro

Om dit te realiseren vindt vanaf 2025  een herziening van de lage naar de hoge WW-premie omdat bij een werknemer meer dan 30% meer uren zijn verloond dan zijn contracturen, pas plaats als een werknemer een arbeidscontract heeft van gemiddeld minder dan 30 uur per week.  Die grens van 30 uur per week bedraagt nu nog  35 uur per week. 

Meer zekerheid en meer wendbaarheid

Dit is een van de afspraken die het kabinet vorig jaar heeft gemaakt met de werkgevers- en werknemersorganisaties in het kader van het arbeidsmarktpakket. Het doel is te zorgen voor meer zekerheid voor werknemers en meer wendbaarheid voor bedrijven.

Premiedifferentiatie

In de WW geldt sinds 2020 premiedifferentiatie. Dat houdt in dat werkgevers die werknemers vaste contracten aanbieden een lagere premie betalen dan bij flexibele contracten. De lage premie mag worden toegepast voor loon uit een arbeidsovereenkomst die voldoet aan de volgende drie voorwaarden: 

  1. de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd,
  2. de arbeidsovereenkomst is schriftelijk vastgelegd, en
  3. de arbeidsovereenkomst is geen oproepovereenkomst. 

Deze drie voorwaarden zijn ook wel bekend als de “Ja, Ja, Nee – voorwaarden”. 

  • Ja, de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd. 
  • Ja, de arbeidsovereenkomst is schriftelijk vastgelegd. 
  • Nee, de arbeidsovereenkomst is geen oproepovereenkomst. 

Let op! Soms moet de lage WW-premie achteraf alsnog met terugwerkende kracht worden herzien naar een hoge WW-premie. Dit is dus het geval als een werknemer met een arbeidscontract van minder dan 35 uur (vanaf 2025 dus 30 uur) per week, in het kalenderjaar meer dan 30% meer uren verloond krijgt dan in het arbeidscontract staat. Dat is echter ook het geval als een nieuwe werknemer binnen 2 maanden ontslag neemt of wordt ontslagen.

Dga-taks ook bij lening van bank in plaats van bv?

By nieuws

Een dga die te veel geld leent bij de eigen bv, betaalt hierover sinds 2023 belasting. Deze belasting staat ook wel bekend als de dga-taks. Ook geld dat een dga leent van een bank kan, onder omstandigheden, geraakt worden door deze dga-taks.

Drempel dga-taks 

Euro

Een dga met schulden aan zijn bv(‘s) die op 31 december 2024 hoger zijn dan € 500.000 kan in 2024 met de fiscale gevolgen van de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap (ook wel de dga-taks) te maken krijgen. Het gaat hierbij niet alleen om de schulden van de dga zelf, maar ook om de schulden van de fiscale partner van de dga. Om te beoordelen of de € 500.000 wordt overschreden, worden de schulden van de dga en de fiscale partner bij elkaar opgeteld.

Schulden en andere rechten

Voor de beoordeling of de drempel van € 500.000 wordt overschreden, tellen alle civielrechtelijke schuldverhoudingen en verplichtingen mee. Ook indirecte schulden tellen mee.
Dat betekent dat als een dga alleen geld van een bank kan lenen als de bv borg gaat staan voor die lening of hypotheek verstrekt voor die lening, de lening van de bank ook meetelt voor de drempel van € 500.000.

Aflossing lening bv met lening van een bank

Een dga die in 2023 de dga-taks wilde voorkomen, liep hier ook tegenaan. De dga had in 2023 in totaal € 900.000 geleend van zijn bv. In 2023 bedroeg de drempel nog € 700.000 in plaats van de € 500.000 in 2024. De lening van de dga lag in 2023 daarom € 200.000 boven de drempel.

De dga had het voornemen om € 200.000 te lenen bij een bank en hiermee vóór 31 december 2023 af te lossen op de lening van € 900.000 van zijn bv. De bv wilde het bedrag van de aflossing gebruiken voor de aankoop van onroerend goed. De bank eiste dat de bv een recht van hypotheek verstrekte op het onroerend goed. Zonder die hypotheekverstrekking wilde de bank de € 200.000 niet lenen aan de dga.

Lening bank telt mee voor dga-taks

De Belastingdienst oordeelde dat in deze situatie de schulden aan de bv in het kader van de dga-taks nog steeds € 900.000 bedroegen. De lening van € 200.000 van de bank aan de dga werd namelijk ook aangemerkt als een schuld van de dga aan de bv omdat de bv hypotheek aan de bank moest verstrekken voor deze lening. Hoewel er dus € 200.000 werd afgelost op de lening van de dga aan zijn bv, werd de € 200.000 die de dga leende van de bank daar dus weer bij opgeteld.

Let op! Had de bank in het voorbeeld de lening ook verstrekt zonder dat de bv borg stond of hypotheek verstrekte? Dan had de lening van de bank aan de dga niet meegeteld voor de drempel van € 700.000 in 2023. In dat geval had de dga uit het voorbeeld wel de dga-taks in 2023 kunnen voorkomen.

Tip! Wilt u de dga-taks in 2024 voorkomen, houd dan rekening met het voorgaande. Houd er verder rekening mee dat de drempel in 2024 € 500.000 en niet zoals in 2023 € 700.000 bedraagt.