Category

nieuws

Onduidelijkheid over overgangsrecht 12% pseudo-eindheffing bij inbreng in bv

By nieuws

Over de vraag of het overgangsrecht van de 12% pseudo-eindheffing behouden kan blijven, als een IB-ondernemer zonder personeel een IB-onderneming met een fossiele personenauto inbrengt in een bv, bestaat nog onduidelijkheid. Voor deze IB-ondernemer is het advies daarom toch om de bv op te richten, de IB-onderneming in te brengen en de personenauto ter beschikking te stellen voor 1 januari 2027.

Pseudo-eindheffing fossiele personenauto

Als je vanaf 2027 een fossiele personenauto aan een werknemer ter beschikking stelt, kun je te maken krijgen met een pseudo-eindheffing. Deze bedraagt 12% over de cataloguswaarde van de personenauto, inclusief btw en bpm.

De pseudo-eindheffing is vanaf 2027 in principe van toepassing als je een personenauto met een CO2-uitstoot groter dan nul (hierna: fossiele personenauto) aan een werknemer ook voor privégebruik ter beschikking stelt.

Overgangsrecht

Voor fossiele personenauto’s die een werkgever al voor 1 januari 2027 ter beschikking heeft gesteld, geldt overgangsrecht. Voor deze personenauto’s geldt voor de werkgever de pseudo-eindheffing niet meteen vanaf 1 januari 2027, maar pas vanaf 1 januari 2031.

Dit overgangsrecht is gekoppeld aan de fossiele personenauto in combinatie met de werkgever. Dus alleen als de personenauto door dezelfde werkgever ter beschikking wordt gesteld, blijft het overgangsrecht van toepassing.

Inbreng van IB-onderneming in bv

De staatssecretaris heeft in een brief van 16 oktober 2026 aangegeven dat het overgangsrecht ook van toepassing blijft als een fossiele personenauto voor 1 januari 2027 ook voor privédoeleinden ter beschikking staat aan een IB-ondernemer. Als deze IB-ondernemer zijn onderneming met de personenauto inbrengt in een bv, geldt voor deze personenauto het overgangsrecht. Ook als de oprichting van de bv en de inbreng pas plaatsvindt na 31 december 2026.

Uit de brief van 16 oktober 2026 wordt helaas niet expliciet duidelijk of het overgangsrecht in de hiervoor beschreven situatie ook van toepassing is als de IB-ondernemer geen werknemers heeft en dus geen werkgever is. Voor deze situaties is het advies daarom toch om een bv op te richten, de IB-onderneming in te brengen en de auto vanuit de bv ter beschikking te stellen aan de dga uiterlijk op 31 december 2026.

Let op! Of er op dit punt nog verduidelijking komt van de staatssecretaris is helaas onzeker.

Let op! Of het aantrekkelijk is om je IB-onderneming in te brengen in een bv is uiteraard niet alleen afhankelijk van de in te brengen personenauto. Naast fiscale argumenten, kunnen ook andere argumenten, zoals de aansprakelijkheidsbeperking, een rol spelen. Overleg daarom met onze adviseurs of overstap naar de bv raadzaam kan zijn.

Belastingplannen 2027: wat staat nog overeind in de inkomstenbelasting?

By nieuws

Het kabinet heeft wederom aanpassingen gedaan in de belastingplannen voor 2027 inzake de inkomstenbelasting. Wat staat nog overeind vanaf Prinsjesdag 2026 en wat is inmiddels gewijzigd of toegevoegd?

 

Let op! Dit artikel is bijgewerkt tot en met de Kamerbrief – waarin het kabinet wederom wijzigingen aankondigt – en de nota’s van wijzigingen van 3 november 2026. Alle voorstellen zijn nog niet definitief. Deze moeten namelijk nog door de Tweede én Eerste Kamer worden aangenomen.

 

Tarieven box 1

De arbeidskorting wordt verhoogd met € 133. Daarnaast wordt de grens waarboven het tarief van 49,5% geldt, verhoogd van € 78.426 naar € 80.578. Door deze verhoging wordt ook de algemene heffingskorting langzamer afgebouwd.

Daarnaast maakt het kabinet extra geld vrij voor koopkracht. Dit geld wordt gebruikt voor het toepassen van een minder beperkte tabelcorrectiefactor. In de oorspronkelijke belastingplannen zou deze voor 48% worden toegepast, maar dat wordt nu opgehoogd tot 59,8%. Dit leidt tot een inflatiecorrectie van 1,5548%, waar deze oorspronkelijk 1,248% zou zijn. Door deze koopkrachtmaatregelen wordt de eerder aangekondigde vrijheidsbijdrage voor burgers (in de vorm van een beperking in het doorberekenen van de inflatie in de inkomstenbelasting) in feite tenietgedaan.

 

Let op! Mogelijk dat in samenspraak met de Tweede Kamer nog een andere invulling aan het besteden van de extra middelen wordt gegeven. Zo staat het kabinet open voor een beoordeling van de positie van eenverdieners en ouderen. Het kabinet is ook positief over een voorstel tot wetsaanpassing om de tarieven in de inkomstenbelasting te verlagen en de ouderenkorting op peil te houden.

 

Aanpassingen ondernemingsaftrekken

De zelfstandigenaftrek, de startersaftrek, de meewerkaftrek en de stakingsaftrek dalen met ingang van 1 januari 2027.

 

 Ondernemersaftrekken 2026 2027
 Zelfstandigenaftrek (< AOW-leeftijd) € 1.200 € 900
 Zelfstandigenaftrek (> AOW-leeftijd) € 600 € 450 
 Verlaging zelfstandigenaftrek starter (< AOW-leeftijd) € 2.123 € 10
 Verlaging zelfstandigenaftrek starter (> AOW-leeftijd) € 1.063 € 5
 Maximum meewerkaftrek bij 1.750 uur of meer  4% 1%
 Meewerkaftrek bij 1.225-1.750 meegewerkte uren  3% 0,75%
 Meewerkaftrek bij 875-1.225 meegewerkte uren  2% 0,5%
 Meewerkaftrek bij 525-875 meegewerkte uren  1,25% 0,313%
 Stakingsaftrek € 3.630 € 908

De startersaftrek wordt per 1 januari 2028 afgeschaft en de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid per 1 januari 2029. De meewerkaftrek en de stakingsaftrek vervallen per 1 januari 2030.

Het aftrekpercentage van de energie-investeringsaftrek (EIA) stijgt per 2027 van 40% naar 45,5%. De hogere aftrek verlaagt de fiscale winst en daarmee de belasting die over de winst is verschuldigd.

Het kabinet maakt budget vrij om milieuvriendelijke en emissiereducerende technieken in de veehouderij en akkerbouw extra te stimuleren door deze onder te brengen in de zogenaamde VAMIL (Willekeurige afschrijving milieu-investeringen).

Per 1 januari 2029 wordt de bosbouwvrijstelling afgeschaft.

Tarief in box 2 omlaag

Het voorstel is om in de jaren 2027 tot en met 2030 het tarief in box 2 van de eerste schijf met 1%-punt te verlagen (van 24,5% naar 23,5%) en van de tweede schijf met 2%-punt (van 31% naar 29%). De hoop is dat dga’s door de verlaging meer dividend uitkeren, waarmee een deel van de box 3-aanpassingen en de andere aanpassingen gedekt kunnen worden.

Jaar Schijf Belastbaar inkomen box 2 Tarief
 2026 1  € 68.843  24,50%
   2  € 68.843  31,00%
 2027 1  € 69.607  23,50%
   2  € 69.607  29,00%

Tip! Heb je een fiscale partner, dan kun je samen met je partner gebruikmaken van verdubbeling van de schijven. De eerste schijf van 24,5% in 2026, en volgens voorstel 23,5% in 2027, loopt dan voor jou en je partner samen in 2026 tot € 137.686 en in 2027 tot € 139.214.

Bedrag excessief lenen in vijf jaar naar € 100.000

Het kabinet stelt voor om de € 500.000 grens in excessief lenen bij de eigen bv te verlagen naar € 100.000. Dit gebeurt in vijf stappen van € 80.000 per jaar, te beginnen in 2027. Eind 2027 is de grens dan € 420.000. Eind 2031 zal de grens € 100.000 zijn.

Let op! De uitzondering die nu al geldt voor eigenwoningschulden bij de bv blijft bestaan. Deze schulden tellen dus ook vanaf 2027 niet mee.

Aanpassingen box 3

Het voorstel is om de invoering van het Wetsvoorstel werkelijk rendement box 3 uiterlijk in 2029 in te voeren. Als met gesprekken uit banken eerdere invoering mogelijk blijkt, wil het kabinet echter alsnog vasthouden aan invoering per 2028. Het voorstel is om bij de invoering van de Wet werkelijk rendement box 3 alle financiële instrumenten ook onder de vermogenswinstbelasting te laten vallen. Naast onroerende zaken en aandelen in start-ups en scale-ups zal de vermogenswinstbelasting dan ook gelden voor andere aandelen, obligaties en opties. Overige vermogensbestanddelen volgen dan in 2030.

Let op! De eerder voorgestelde verlaging van het heffingsvrije vermogen in box 3 naar € 30.846, de verlaging van het heffingsvrije resultaat in het wetsvoorstel werkelijk rendement box 3 naar € 1.000 en de verhoging van het forfait voor overige bezittingen met 1,5%-punt naar 7,87% gaat niet door.

Doelgerichtere aftrek zorgkosten

De aftrek van zorgkosten verdwijnt niet met ingang van 2028. Er vinden per die datum wel aanpassingen plaats. Doel hiervan is dat de aftrek gerichter en eerlijker wordt voor chronisch zieken en gehandicapten met hoge zorgkosten. Dit doet het kabinet door een aantal uitgaven uit te sluiten van aftrek en door de inkomensafhankelijke drempels te verhogen. Het kabinet wil de aftrek van zorgkosten op deze manier in stand houden totdat er een passender alternatief is dat de aftrek kan vervangen. De voorkeur van het kabinet is dat dit uiterlijk in 2030 gebeurt.

Afschaffing fiscale regelingen?

Om de extra middelen voor de koopkracht te bekostigen, zullen fiscale regelingen worden afgeschaft en/of versoberd. Om welke regelingen het gaat en wat hiermee gaat gebeuren, is nog niet bekend. Het kabinet komt in het voorjaar 2027 met een voorstel.

Belastingplannen 2027: wat zijn de voorstellen voor de btw en de overdrachtsbelasting?

By nieuws

Het kabinet heeft de besluitvorming over de afschaffing van het verlaagde btw-tarief op sierteelt uit het Belastingplan 2027 gehaald en doorgeschoven naar de toekomst. Wat staat er nu nog wel overeind aan wijzigingen in de btw en de overdrachtsbelasting?

Let op! Dit artikel is bijgewerkt tot en met de Kamerbrief – waarin het kabinet wederom wijzigingen aankondigt – en de nota’s van wijzigingen van 3 november 2026. Alle voorstellen zijn nog niet definitief. Deze moeten namelijk nog door de Tweede én Eerste Kamer worden aangenomen.

21% btw op sierteeltproducten vanaf 2028?

In het Belastingplan 2027 was het voorstel opgenomen om het btw-tarief op sierteeltproducten vanaf 2028 te verhogen van 9 naar 21%. Het kabinet heeft dit voorstel uit het Belastingplan 2027 gehaald. Het kabinet schrijft daarbij dat de besluitvorming hierover wordt doorgeschoven naar het Belastingplan 2028.

21% btw op ballonvaart

Het in het Belastingplan 2027 opgenomen voorstel om het btw-tarief op ballonvaarten te verhogen van 9 naar 21% blijft wel in stand. Voor deze tariefsverhoging geldt een overgangsregeling. Als een vooruitbetaling in 2027 voor een ballonvaart in 2028 plaatsvindt, is het 21% btw-tarief in 2027 al van toepassing.

Overdrachtsbelasting tweede eigen woning naar 7%

Het voorstel is om het tarief voor alle woningen die niet je hoofdverblijf vormen vanaf 1 januari 2027 te verlagen van 8 naar 7%. Bij niet-hoofdverblijfwoningen moet je denken aan je vakantiewoning of een woning die je verhuurt.

Let op! Het lagere tarief van nu 8% en straks 7% geldt alleen voor woningen. Voor alle andere onroerende zaken bedraagt het tarief 10,4%. Ga je de woning als hoofdverblijf gebruiken, dan geldt – onder voorwaarden – een tarief van 2% of de startersvrijstelling.

Vrijstelling overdrachtsbelasting woningcorporaties vanaf 2027

Woningcorporaties betalen bij de overdracht van sociale huurwoningen soms overdrachtsbelasting. In de Belastingplannen voor 2027 is een vrijstelling voor bepaalde overdrachten van sociale huurwoningen tussen woningcorporaties opgenomen vanaf 1 januari 2027. Deze vrijstelling geldt alleen voor onroerende zaken die direct vóór de overdracht werden gebruikt voor specifieke diensten van algemeen economisch belang, zoals sociale huurwoningen. Commercieel vastgoed en reguliere vastgoedondernemers vallen niet onder de regeling.

Belastingplannen 2027: wat zijn de wijzigingen voor werkgevers?

By nieuws

Het kabinet maakt extra middelen vrij voor koopkracht. Naast deze wijziging is het restant van de belastingplannen voor 2027 vanaf Prinsjesdag 2026 voor werkgevers aardig overeind gebleven. Wat zijn de voorstellen die nu nog voorliggen bij de Tweede Kamer?

Let op! Dit artikel is bijgewerkt tot en met de Kamerbrief – waarin het kabinet wederom wijzigingen aankondigt – en de nota’s van wijzigingen van 3 november 2026. Alle voorstellen zijn nog niet definitief. Deze moeten namelijk nog door de Tweede én Eerste Kamer worden aangenomen.

Tarieven

De arbeidskorting wordt verhoogd met € 133. Daarnaast wordt de grens waarboven het tarief van 49,5% geldt, verhoogd van € 78.426 naar € 80.578. Door deze verhoging wordt ook de algemene heffingskorting langzamer afgebouwd.

Daarnaast maakt het kabinet extra geld vrij voor koopkracht. Dit geld wordt gebruikt voor het toepassen van een minder beperkte tabelcorrectiefactor. In de oorspronkelijke belastingplannen zou deze voor 48% worden toegepast, maar dat wordt nu opgehoogd tot 59,8%. Dit leidt tot een inflatiecorrectie van 1,5548%, waar deze oorspronkelijk 1,248% zou zijn. Door deze koopkrachtmaatregelen wordt de eerder aangekondigde vrijheidsbijdrage voor burgers (in de vorm van een beperking in het doorberekenen van de inflatie in de inkomsten- en loonbelasting) in feite tenietgedaan.

Let op! Mogelijk dat in samenspraak met de Tweede Kamer nog een andere invulling aan het besteden van de extra middelen wordt gegeven. Zo staat het kabinet open voor een beoordeling van de positie van eenverdieners en ouderen. Het kabinet is ook positief over een voorstel tot wetsaanpassing om de tarieven in de inkomstenbelasting en loonbelasting te verlagen.

Pseudo-eindheffing fossiele personenauto’s

Stel je vanaf 2027 een personenauto aan een werknemer ter beschikking, dan moet je rekening houden met een pseudo-eindheffing van 12% over de cataloguswaarde van de personenauto, inclusief btw en bpm. Deze heffing is vorig jaar al in de wet opgenomen, maar in de belastingplannen voor 2027 is nog een aantal aanpassingen voorgesteld.

Zo is voorgesteld dat de pseudo-eindheffing niet geldt:

  • Bij tijdelijke vervanging van een ‘vaste’ auto bij schade, reparatie, onderhoud of bandenwissel. De pseudo-eindheffing geldt dan maximaal voor een periode van veertien aaneengesloten kalenderdagen niet voor de vervangende auto.
  • Bij de ter beschikking stelling van een fossiele personenauto voor één periode van maximaal zeven aaneengesloten dagen per kalenderjaar. Deze uitzondering vervalt per 1 januari 2031.
  • Voor handgeschakelde lesauto’s.

Verder is voorgesteld om het overgangsrecht te verlengen tot en met 31 december 2030. Dit betekent dat een werkgever tot en met 31 december 2030 geen pseudo-eindheffing hoeft te betalen voor personenauto’s die voor 1 januari 2027 al door deze werkgever ter beschikking zijn gesteld aan een werknemer.

Wijzigingen youngtimerregeling

Als je auto van de zaak onder de youngtimerregeling valt, bedraagt de bijtelling 35% van de waarde in het economisch verkeer (WEV). In 2026 valt je auto onder de youngtimerregeling als:

  • de auto op 1 januari 2026 de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt;
  • de auto in 2025 al aan jou ter beschikking stond én in 2026 de leeftijd van 16 jaar bereikt.

Vanaf 2027 zou de leeftijdsgrens in één keer verhoogd worden naar 25 jaar. In de belastingplannen voor 2027 is echter het voorstel gedaan om de leeftijdsgrens per 1 januari 2027 niet naar 25 jaar, maar naar 17 jaar te verhogen en vanaf 1 januari 2028 naar 20 jaar. Vanaf 2028 blijft de leeftijdsgrens dan ook 20 jaar. Er is ook overgangsrecht voorgesteld voor auto’s die in de loop van 2027 17 jaar worden.

Let op! De youngtimerregeling geldt zowel in de inkomstenbelasting (voor de ondernemer in de inkomstenbelasting) als in de loonbelasting (voor de werknemer en de dga).

Fiscaal aantrekkelijke regeling aandelenopties

Op Prinsjesdag 2026 is een fiscaal aantrekkelijke regeling voorgesteld voor aandelenopties toegekend aan werknemers van start-ups en scale-ups. Onder de voorgestelde regeling vindt een versmalling van de grondslag van het inkomen uit aandelenoptierechten plaats tot 65%. Ook kan de belastingheffing worden uitgesteld tot het moment dat de door uitoefening van de aandelenopties verkregen aandelen daadwerkelijk vervreemd worden.

De regeling treedt, na aanname door de Tweede en Eerste Kamer, bij koninklijk besluit in werking. De voorkeur van het kabinet is 1 januari 2027. Of dat gehaald wordt, is nog niet zeker.

Let op! Belangrijk voor nu is dat aandelenoptierechten die op of na 17 april 2025 zijn toegekend, gebruik kunnen maken van de nieuwe regeling als aan alle voorwaarden wordt voldaan. Daarbij is van belang dat, als de nieuwe regeling per 1 januari 2027 ingaat, de aandelenoptierechten op 31 december 2026 nog niet in de loonbelasting zijn betrokken. Is dat wel het geval, dan geldt de nieuwe regeling niet.

Onbelaste reiskostenvergoeding stijgt naar € 0,25

De maximale onbelaste reiskostenvergoeding stijgt van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer. De staatssecretaris van Financiën keurde deze verhoging al in mei 2026 goed via een beleidsbesluit. De verhoging wordt nu wettelijk vastgelegd en geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026.

Bevriezing maximaal fiscaal gefaciliteerde pensioenopbouw tot en met 2032

Het kabinet wil het bedrag waarover maximale fiscaal gefaciliteerd pensioen- of lijfrenteopbouw kan plaatsvinden tot en met 2032 bevriezen op € 137.800. Boven de € 137.800 is er nog wel de nettopensioen (of lijfrente-) opbouwmogelijkheid. De premie is dan niet aftrekbaar, maar het pensioen (of lijfrente-) vermogen is vrijgesteld in box 3. De uitkeringen zijn later dan onbelast.

Vrijheidsbijdrage

Het kabinet wil een deel van de extra defensie-uitgaven financieren via een zogenoemde vrijheidsbijdrage van burgers en bedrijven. Voor werkgevers wordt deze bijdrage grotendeels verwerkt in een hogere premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof).

Let op!Zoals hiervoor al beschreven, wordt de vrijheidsbijdrage voor burgers in feite tenietgedaan door het extra geld dat vrij is gemaakt voor koopkracht.

Inlener: controleer je uitlener op toelating onder de Wtta

By nieuws

Per 1 januari 2027 treedt de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) in werking. Wat betekent dit voor jou als inlener?

Wtta

De Wtta wijzigt met name regels in een ander al langer bestaande wet: de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi). In de Waadi is nu al onder meer een gelijke behandeling van werknemers en uitzendkrachten en een verplichte registratie van uitleners in het handelsregister van de KVK opgenomen.

De wijzing van de Waadi door de Wtta betreft met name het toelatingsstelsel voor uitleners.

Toelatingsstelsel

Het toelatingsstelsel betekent dat alleen ondernemingen die zijn opgenomen in het openbare register van toegelaten uitleners straks nog arbeidskrachten mogen uitlenen.

Voor inleners betekent het toelatingsstelsel dat zij straks alleen nog maar arbeidskrachten mogen inlenen van uitleners die zijn opgenomen in het openbare register.

Wie is een uitlener onder de Wtta?

Het toelatingsstelsel geldt als sprake is van terbeschikkingstelling van arbeidskrachten bij een ander:

  • tegen een vergoeding,
  • voor het verrichten van arbeid,
  • onder leiding én toezicht van die ander.

Uitzenders, detacheerders en uitleners van zzp’ers zullen over het algemeen aan deze voorwaarden voldoen en daarmee onder het toelatingsstelsel vallen.

Let op! Ook een dga die door zijn bv te werk gesteld wordt bij een ander kan mogelijk onder het toelatingsstelsel vallen, als wordt voldaan aan de hiervoor beschreven voorwaarden. Met name het criterium ‘onder leiding én toezicht’ zal bij deze beoordeling van belang zijn.

Uitzondering

Er geldt een aantal uitzonderingen. Zo valt collegiale uitleen waarbij geen winst wordt gemaakt niet onder het toelatingsstelsel. Ook uitleen binnen concernverband is uitgezonderd van het toelatingsstelsel.

Let op!Bij aanneming van werk of uitbesteden van werk is geen sprake van uitlenen omdat de werknemers onder leiding en toezicht van hun eigen werkgever blijven. Dit valt dus ook niet onder het toelatingsstelsel.

Check tot en vanaf 1 juli 2027

Tot 1 juli 2027 controleer je als inlener nog bij de KVK of een uitlener is ingeschreven in het Waadi-register. Een controle op een Wtta-toelating is dan nog niet mogelijk.

Vanaf 1 juli 2027 controleer je in het openbare Wtta-register wat de status van je uitlener is. In het Wtta-register kan onder meer zijn opgenomen dat de uitlener:

  • is toegelaten,
  • een ontheffing heeft voor toelating, of
  • nog gebruikmaakt van de overgangsregeling.

Handhaving vanaf 2028

Zolang in het Wtta-register is opgenomen dat je uitlener is toegelaten, ontheffing heeft of nog gebruikmaakt van de overgangsregeling kun je arbeidskrachten inlenen. Is de uitlener niet als zodanig in het Wtta-register opgenomen, dan riskeer je vanaf 2028 als inlener een boete. De arbeidsinspectie start vanaf 2028 met controle en handhaving.

Let op! Leen je arbeidskrachten in via een zogenaamde doorlener, dan moet je zowel voor de doorlener als de uiteindelijke uitlener de toelating controleren in het Wtta-register.

Boete tot 2028

Tot 1 januari 2028 kun je als inlener een boete krijgen als je arbeidskrachten inleent van een uitlener die niet is ingeschreven in het Waadi-register.

Boete vanaf 2028

Vanaf 1 januari 2028 kun je als inlener een boete krijgen als je een arbeidskracht inleent van een doorlener en/of uitlener zonder toelating of voorlopige toelating in het Wtta-register. Daarnaast kun je een boete krijgen als je niet voor aanvang van de terbeschikkingstelling in je administratie vastlegt wie aan jou ter beschikking wordt gesteld en door wie dat gebeurt.

Let op!De boete liegt er niet om en kan oplopen tot € 110.000 of zelfs € 220.000 of € 330.000 bij ernstige overtredingen of herhaalde overtredingen.

Tip! Meer informatie over het toelatingsstelsel is te vinden op toelatinguitleenmarkt.nl.

Minimumuurloon per 2027 naar € 15,29

By nieuws

Het wettelijk minimumuurloon stijgt met ingang van 1 januari 2027 van € 14,99 naar € 15,29. Voor jongeren van 16 tot en met 20 jaar wordt bovendien de staffel verhoogd. Daarnaast geldt voor bbl’ers vanaf 2027 geen aparte staffel meer.

Minimumloon vanaf 21 jaar

Het wettelijk minimumuurloon vanaf 21 jaar bedraagt vanaf 1 januari 2027 € 15,29. Nu is dat nog € 14,99, maar per 1 januari 2027 wordt op dit bedrag een indexatie van 2,05% toegepast.

Verhoging staffel jongeren 16 tot en met 20 jaar

Het minimumjeugdloon geldt voor jongeren van 15 tot en met 20 jaar. Het is een leeftijdsafhankelijk percentage van het minimumloon van een werknemer vanaf 21 jaar. Per 1 januari 2027 gaan de percentages voor jongeren in de leeftijd van 16 tot en met 20 jaar omhoog. Voor jongeren van 15 jaar geldt dit niet en blijft het percentage gehandhaafd op 30%.

In een tabel:

 Leeftijd  % 2026  Minimumloon 1.7.2026  % 2027  Minimumloon 1.1.2027
 Vanaf 21 jaar  100 %  € 14,99  100 % € 15,29
20 jaar  80 %  € 11,99  87,5 % € 13,38
19 jaar  60 %  € 8,99  75 % € 11,47
18 jaar  50 %  € 7,50  62,5 % € 9,56
17 jaar  39,5 %  € 5,92  50 % € 7,65
16 jaar  34,5 %  € 5,17  40 % € 6,12
15 jaar   30 %  € 4,50  30 % € 4,59

Geen aparte staffel voor bbl’er

Werknemers in de bbl in het middelbaar beroepsonderwijs van 18 tot en met 20 jaar krijgen op dit moment een lager percentage dan hun leeftijdgenoten die geen bbl volgen. Dit wijzigt met ingang van 2027. Het minimumjeugdloon voor studenten in de bbl wordt dan gelijkgetrokken met het reguliere minimumjeugdloon.

Leeftijd % 2026  Minimumloon 1.7.2026 % 2027 Minimumloon 1.1.2027
20 jaar 61,5% € 9,22 87,5% € 13,38
19 jaar 52,5% € 7,87 75% € 11,47
18 jaar 45,5% € 6,82 62,5% € 9,56

Let op! De verhoging van de staffel in combinatie met de indexatie van 2,05% heeft tot gevolg dat jongeren van 16 tot en met 20 jaar eenmalig een flinke loonsverhoging krijgen (15-20%). Voor bbl’ers in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar is de verhoging met 40 tot 45% nog hoger.

Bevriezing maximaal fiscaal gefaciliteerde pensioenopbouw tot 2033

By nieuws

Het kabinet wil het bedrag waarover maximale fiscaal gefaciliteerd pensioen- of lijfrenteopbouw kan plaatsvinden tot en met 2032 bevriezen op € 137.800.

Maximumpensioenopbouw

Onderdeel van het Belastingplan 2027 is deze bevriezing van het bedrag waarover maximaal pensioenopbouw kan plaatsvinden. Dit bedrag is sinds 2025 al bevroren en staat op € 137.800.
In 2015 is het bedrag waarover pensioenopbouw kan plaatsvinden voor het eerst gemaximeerd en vastgesteld op € 100.000. Daarna is het tot 2025 geïndexeerd tot € 137.800. Over een hoger salaris is de pensioenpremie niet meer fiscaal aftrekbaar.

Nu wil het kabinet deze bevriezing dus voortzetten tot 2033. Dat betekent dat er over een steeds groter deel van het salaris in de komende jaren geen fiscaal gefaciliteerd pensioen kan worden opgebouwd.

Let op! Deze grens geldt ook voor het lijfrenteregime. Daar is de premiegrondslag dus ook beperkt tot € 137.800 en is het voorstel om deze beperking voort te zetten tot en met 2032.

Nog wel netto-pensioen of netto-lijfrente

Boven de €137.800 is er nog wel de netto-pensioen-(of lijfrente-)opbouwmogelijkheid. De premie is dan niet aftrekbaar, maar het pensioen (of lijfrente) vermogen is vrijgesteld in box 3. De uitkeringen zijn later dan onbelast.

Houd er rekening mee dat ingeval van pensioen, een levenslang pensioen moet worden aangekocht. Verder zijn de meeste pensioenfondsen gestopt met de optie voor een netto-pensioen en gelden er sancties als niet (langer) aan de voorwaarden wordt voldaan.

Nog verdere verlaging?

Er zijn in het verleden al wel eens plannen geweest van diverse politieke partijen om de maximale pensioenopbouw nog (veel) verder te verlagen, tot ongeveer € 75.000 (maximaal dagloon). Houd er rekening mee dat misschien ook na 2032 de verhoging achterblijft bij de reguliere loonsverhogingen, zeker als er dan een meer ‘links’ georiënteerd kabinet regeert.

Compensatie werknemer?

Afhankelijk van de arbeidsrechtelijke afspraken kan of zal een werknemer die ‘door de grens gaat’ misschien compensatie vragen voor het gemis aan pensioenpremies van de werkgever boven de grens. Vaak zal echter in de pensioenovereenkomst staan dat er tot het fiscale maximumpensioen wordt opgebouwd.

Let op! Toen de maximale opbouw in 2015 werd verlaagd naar € 100.000, werd er in meer dan 90% van de gevallen wel gecompenseerd. Dat was logisch, omdat werknemers over hun hogere salaris al pensioenopbouw hadden. Bij een bevriezing ligt dat primair anders. Uiteraard is het een kwestie van gemaakte afspraken en onderhandeling.

Sommige rechters geven UWV 52 weken voor WIA-herbeoordeling

By nieuws

Als het UWV niet binnen de wettelijke beslistermijn van acht weken een besluit neemt, kan de werkgever het UWV in gebreke stellen. Daarna kan de werkgever beroep instellen bij de rechtbank vanwege het uitblijven van de herbeoordeling. Verklaart de rechtbank dit beroep gegrond, dan geeft de rechtbank het UWV normaliter twee weken de tijd om de herbeoordeling alsnog uit te voeren. Rechtbank Gelderland wijzigde echter haar koers en besliste anders. Eerder deed rechtbank Limburg dat ook al.

Bijzonder geval

Uit de wet volgt dat een rechter kan afwijken van de twee weken als sprake is van een bijzonder geval. Volgens rechtbank Gelderland is hier sprake van een bijzonder geval. Het UWV kampt namelijk met grote en oplopende achterstanden in de sociaal-medische dienstverlening in combinatie met een gebrek aan verzekeringsartsen. Herbeoordelingen van mensen die al een WIA-uitkering ontvangen krijgen daarbij in 2026 in beginsel geen prioriteit, tenzij sprake is van een schrijnende situatie. Bij dit laatste gaat het om problemen van financiële aard of situaties waarin het wachten op een herbeoordeling kan leiden tot verslechtering van de gezondheid van de (ex)-werknemer.

Nu sprake is van een bijzonder geval, vindt de rechtbank dat een langere beslistermijn dan twee weken moet worden opgelegd.

Wachttijden UWV

Bij het bepalen van de langere beslistermijn betrekt de rechtbank de wachttijden bij het UWV. Deze komen door een tekort aan verzekeringsartsen en zijn niet op korte termijn op te lossen. Het UWV heeft gekozen voor prioritering op basis van inkomenszekerheid. Daarbij wordt de hoogste prioriteit gegeven aan Wajong-aanvragen en aanvragen beoordeling arbeidsvermogen. Verder wordt prioriteit gegeven aan WIA-eindewachttijdbeoordelingen. Er wordt in 2026 geen voorrang meer gegeven aan herbeoordelingsverzoeken en bezwaarschriften waartegen een beroep vanwege het niet tijdig beslissen is ingesteld. Door de gestelde prioriteiten behandelt het UWV in 2026 dus ook geen herbeoordelingen van (ex-)werknemers die al een WIA-uitkering hebben en geen bezwaarzaken, tenzij sprake is van een schrijnende situatie. Het is ook nog niet duidelijk of dat in 2027 wel mogelijk is.

Langere beslistermijn

De rechtbank oordeelt dat de op te leggen beslistermijn recht moet doen aan de reële mogelijkheden van het UWV om beoordelingen zorgvuldig af te handelen. De rechtbank wil geen termijn stellen waarvan het bij voorbaat duidelijk is dat het UWV die gelet op de capaciteitsproblemen en prioritering niet zal gaan halen. De termijn moet echter ook tegemoetkomen aan het belang van de aanvrager om binnen afzienbare tijd een besluit te ontvangen.

De rechtbank wijkt vervolgens expliciet af van haar eerdere lijn uit april 2025 en sluit aan bij uitspraken van de rechtbank Limburg van 6 augustus 2026, omdat de rechtszekerheid niet wordt gediend met verschillen tussen de lijnen van de rechtbanken op dit punt. Voortaan krijgt het UWV bij dit type herbeoordelingen van rechtbank Gelderland in beginsel 52 weken na verzending van de rechtbankuitspraak om alsnog een besluit te nemen. Er wordt daarbij niet langer onderscheid gemaakt tussen aanvragen van werknemers en (ex-)werkgevers.

Let op! Als sprake is van een schrijnend geval kan de rechtbank een andere (kortere) beslistermijn opleggen. Degene die zich beroept op een schrijnend situatie moet dat wel motiveren.

Andere termijnen bij zaken met prioritering

De beroepen die zien op zaken die binnen de door het UWV aangegeven prioritering vallen (denk aan Wajong-aanvragen en aanvragen beoordeling arbeidsvermogen en eindewachttijdbeoordelingen), zullen door de rechtbank vooralsnog aan de hand van haar eerdere lijn worden behandeld. Daarbij wordt wel onderscheid gemaakt tussen werknemersberoepen en werkgeversberoepen. Voor een werknemersberoep is de beslistermijn dan twee maanden en voor een werkgeversberoep vier maanden, gerekend vanaf de verzending van de rechtbankuitspraak.

Dwangsom bij overschrijding beslistermijn

Overschrijdt het UWV de gestelde termijn, dan geldt een rechterlijke dwangsom van € 100 per dag, met een maximum van € 15.000.

Ook bijtelling bij wisseling naar auto zonder privégebruik

By nieuws

Bijtelling privégebruik

Wordt aan een werknemer een auto van de zaak ter beschikking gesteld? Dan geldt in principe op jaarbasis een bijtelling van 22% over de cataloguswaarde van de auto.

Lagere bijtelling auto zonder CO2-uitstoot

Stoot de auto van de zaak geen CO2 uit? Dan geldt een korting op het bijtellingspercentage tot een bepaald bedrag van de cataloguswaarde. Hoe hoog die korting is, is afhankelijk van het jaar waarin de auto op kenteken is gezet.

Voor in 2026 op kenteken gezette auto’s bedraagt de korting 4% tot een cataloguswaarde van € 30.000. Betreft het een auto op waterstof op zonnecellen, dan is de korting 4% over de gehele cataloguswaarde.

500 kilometer privé grens

De bijtelling kan achterwege blijven als de werknemer in een jaar aantoonbaar in totaal niet meer dan 500 kilometer privé rijdt. Die 500 kilometer geldt voor alle in de loop van een jaar ter beschikking gestelde auto’s samen.

Wisseling auto

Wisselt de werknemer in het jaar dus van auto en rijdt hij met de nieuwe auto geen privékilometers meer? Dan moet nog steeds een bijtelling plaatsvinden als hij met de oude auto op jaarbasis al meer dan 500 kilometer privé reed.

Voorbeeld
Een werknemer rijdt in een auto met een cataloguswaarde van € 50.000. De auto stoot CO2 uit, dus er geldt geen korting op de bijtelling. De werknemer krijgt per 1 september 2026 een nieuwe auto met een cataloguswaarde van € 60.000. Ook deze auto stoot CO2 uit. Met de oude auto reed de werknemer tot 1 september 2026 2.000 kilometers privé. Met de nieuwe auto rijdt de werknemer geen kilometer meer privé. Desondanks moet zowel voor de oude auto als voor de nieuwe auto in 2026 een bijtelling van 22% plaatsvinden. Op jaarbasis rijdt de werknemer immers meer dan 500 kilometer privé. Rijdt de werknemer in 2027 aantoonbaar niet meer dan 500 kilometer privé, dan geldt vanaf 2027 geen bijtelling meer.

Let op! Als de werknemer in de eerste auto niet privé rijdt, maar in de nieuwe auto wel (op jaarbasis meer dan 500 kilometer), moet met terugwerkende kracht alsnog bijtelling plaatsvinden over de eerste auto.

Wisseling werkgever

Wisselt de werknemer uit het voorbeeld op 1 september 2026 van werkgever en krijgt hij van de nieuwe werkgever een auto ter beschikking waar hij niet privé mee rijdt? Dan geldt voor de nieuwe auto geen bijtelling.

Ook bij wisseling naar bestelauto of verklaring geen privégebruik

Een verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto of een verklaring geen privégebruik auto zorgen niet voor een andere uitkomst. Stel dat de werknemer uit het voorbeeld bij dezelfde werkgever blijft en per 1 september 2026 wisselt naar een bestelauto met een verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto. Over de bestelauto geldt dan in 2026 nog een bijtelling als de werknemer in de personenauto op jaarbasis meer dan 500 kilometer privé heeft gereden.

Ook als de werknemer wisselt naar een personenauto met een verklaring geen privégebruik auto, moet een bijtelling plaatsvinden als de werknemer niet aannemelijk kan maken dat hij met de eerdere auto op jaarbasis maximaal 500 kilometer privé reed.

Let op! ergis je niet in het aannemelijk maken. Hiervoor geldt een zware bewijslast. Zorg daarom dat je een correcte sluitende kilometeradministratie hebt. Heb je daar vragen over? Neem dan contact op met een van onze adviseurs.

Kabinet past regeling niet aan

In reactie op een verzoekschrift heeft het kabinet aangegeven de regeling niet aan te passen. Het kabinet wil vasthouden aan de eenvoudige benadering waarbij alleen van belang is of er meer dan 500 kilometer op jaarbasis privé is gereden.

Box 2 tarief in 2027 gelijk, toch in 2026 nog dividend?

By nieuws

Let op! De plannen van het kabinet zijn inmiddels gewijzigd. In een Kamerbrief van 29 september 2026 kondigt het kabinet het plan aan om in de jaren 2027 tot en met 2030 het tarief van de tweede schijf in box 2 met 1,8% punt te verlagen naar 29,2%. Met deze plannen kon bij het schrijven van dit artikel nog geen rekening worden gehouden. De verlaging is daarom ook niet in dit artikel verwerkt.

Tarief in box 2

De tarieven in box 2 zijn in 2027, op basis van de Prinsjesdag 2026 stukken, gelijk aan 2026. De schijven waarbinnen deze tarieven van toepassing zijn, worden wel iets verhoogd. In tabelvorm:

  Jaar  Schijf  Belastbaar inkomen box 2  Tarief
 2027  1  tot € 69.607  24,50%
   2  vanaf € 69.607  31,00%
 2026  1  tot € 68.843  24,50%
   2  vanaf € 68.843  31,00%

Dividend 2026 of 2027?

Het voorgaande betekent dat je in 2026 tot een dividend van € 68.843 van het lage tarief van 24,5% kan profiteren. In 2027 kan dit tot € 69.607. Is het dividend in een jaar hoger, dan bedraagt het tarief 31% in zowel 2026 als 2027.

Let op! Heb je een fiscale partner, dan kun je samen met je partner gebruikmaken van verdubbeling van de schijven. De eerste schijf van 24,5% loopt dan voor jou en je partner samen in 2026 tot € 137.686 en in 2027 tot € 139.214.

Beoordeel je dividendplanning en ga na of spreiding over 2026 en 2027 mogelijk voordelig is. Dit zal onder meer ook afhangen wat het bestedingsdoel is (komt het in box 3 of niet), het effect op de algemene heffingskorting en of je excessieve schulden (vanaf € 500.000, exclusief eigen woningschulden) aan je bv hebt.

Let op! Overleg hierover met een van onze adviseurs.

Toch nog verhoging box 2-tarief?

Het zal je niet ontgaan zijn dat de politiek er zeker nog niet uit is. De belastingplannen voor 2027 zijn weliswaar op Prinsjesdag 2026 aan de Tweede Kamer aangeboden, maar dat wil nog niet zeggen dat ze ook zo de eindstreep gaan halen. De ervaringen uit de afgelopen jaren leren ons dat op de valreep, bij stemming in de Tweede Kamer en Eerste Kamer, er nog aanpassingen kunnen komen. Het is daarom nog niet zeker dat het tarief in box 2 in 2027 gelijk blijft aan in 2026. Houd daar rekening mee!