Category

nieuws

Overgangsrecht 30%-regeling blijft bij wisseling van werkgever van toepassing

By nieuws

In de 30%-regeling is met ingang van 2024 en 2025 een aantal wijzigingen doorgevoerd. Als een werknemer onder het overgangsrecht valt, zijn deze wijzigingen in 2024 nog niet van toepassing. De vraag is of dit overgangsrecht van toepassing blijft als de werknemer bij een andere werkgever gaat werken.

Wijzigingen 30%-regeling

Euro

Met ingang van 2024 en 2025 gelden de volgende wijzigingen in de 30%-regeling:

  1. In 2024 mag nog maar over een salaris tot maximaal € 233.000 de 30%-regeling worden toegepast.
  2. Vanaf 2024 geldt dat de eerste 20 maanden 30% van het salaris onbelast onder de 30%-regeling mag worden uitbetaald, de daaropvolgende 20 maanden is dat 20% en de laatste 20 maanden nog maar 10%.
  3. Vanaf 2025 vervalt de partiële buitenlandse belastingplicht. Dit betekent dat de werknemer voor wie de 30%-regeling wordt toegepast vanaf 2025 ook in box 2 en box 3 belasting moeten betalen over buitenlands kapitaalinkomen.

Overgangsrecht

Voor bestaande 30%-regelingen geldt gelukkig overgangsrecht. Daarbij geldt een onderscheid tussen werknemers voor wie in het laatste loontijdvak van 2022 al de 30%-regeling werd toegepast en werknemers voor wie dat in het laatste loontijdvak van 2023 gebeurde.

30%-regeling in laatste loontijdvak van 2022

Werknemers voor wie in het laatste loontijdvak van 2022 de 30%-regeling al werd toegepast, krijgen niet te maken met de wijzigingen onder punt 1 en 2. Zij krijgen vanaf 2027, indien de 30%-regeling dan nog loopt, wel te maken met de wijzigingen onder punt 3.

30%-regeling niet in het laatste loontijdvak van 2022, maar wel in 2023

Werknemers voor wie in het laatste loontijdvak van 2022 nog niet de 30%-regeling werd toegepast, maar in het laatste loontijd van 2023 wel, krijgen niet te maken met de wijzigingen onder punt 2. Zij krijgen echter wel te maken met de wijzigingen onder punt 1. Ze krijgen vanaf 2027, indien de 30%-regeling dan nog loopt, ook te maken met de wijzigingen onder punt 3.

30%-regeling vanaf 2024

Werknemers voor wie in het laatste loontijdvak van 2023 de 30%-regeling nog niet werd toegepast, krijgen volledig te maken met alle wijzigingen; voor punt 1 en 2 vanaf 2024 en voor punt 3 vanaf 2025.

Wisseling werkgever

Aan de Belastingdienst is de vraag gesteld of het overgangsrecht, zoals hiervoor beschreven, van toepassing blijft als de werknemer overstapt naar een andere werkgever. De Belastingdienst heeft geantwoord dat het overgangsrecht onder voorwaarden van toepassing blijft.

De voorwaarden zijn dat de 30%-regeling van toepassing blijft. Hiervoor moeten de nieuwe werkgever en de werknemer gezamenlijk tijdig – dat wil zeggen binnen vier maanden na indiensttreding – een verzoek doen. Daarnaast mag de periode tussen het einde van de tewerkstelling bij de oude werkgever en de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst bij de nieuwe werkgever niet langer zijn dan drie maanden.

Garden leave

De Belastingdienst geeft aan dat voor een werknemer die vrijgesteld is van werkzaamheden, zoals bijvoorbeeld bij garden leave, de 30%-regeling niet kan worden toegepast in die periode. De werknemer blijft in die periode echter wel een ingekomen werknemer.  De Belastingdienst concludeert hieruit dat het voor het antwoord op de vraag inzake het overgangsrecht bij wisseling van werkgever niet uitmaakt dat de werknemer bij de oude werkgever enige tijd is vrijgesteld van werkzaamheden.

Ondoorzichtige ruit doet geen afbreuk aan blinderingseis

By nieuws

Om gebruik te kunnen maken van fiscale voordelen van een bestelauto gelden er voor dergelijke auto’s strenge eisen. Een ervan is dat een bestelauto in een aantal gevallen niet voorzien mag zijn van zijruiten. De Belastingdienst heeft bekendgemaakt dat het soms ook is toegestaan een bestelauto te voorzien van zijruiten, mits die niet doorzichtig zijn.

Fiscale voordelen

Auto

Bestelauto’s die door ondernemers worden aangeschaft, kennen enkele fiscale voordelen. Zo betaalt een ondernemer voor een bestelauto geen bpm en minder wegenbelasting.

Let op! Ondernemers moeten de bestelauto dan voor minstens 10% zakelijk gebruiken om deze fiscale voordelen te kunnen gebruiken.

Eisen bestelauto

De eisen die aan bestelauto’s gesteld worden om van die fiscale voordelen te kunnen genieten, zijn divers en afhankelijk van het type en model. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in vier categorieën, te weten grote en kleine bestelauto’s, kleine bestelauto’s met een hoog dak en bestelauto’s met een dubbele cabine.

Eén zijruit

Bestelauto’s mogen soms voorzien zijn van één zijruit rechts in de laadruimte. Het komt echter regelmatig voor dat bestelauto’s van fabriekswege voorzien zijn van meerdere zijruiten. Om fiscaal dan toch als bestelauto te kunnen worden aangemerkt, moeten deze zijruiten worden verwijderd en  vervangen door niet uit glas bestaande panelen uit één stuk van ondoorzichtig en vormvast materiaal. Deze moeten zoveel mogelijk rondom en op onverbrekelijke wijze rechtstreeks met de carrosserie zijn verbonden.

Blinderingseis

De Belastingdienst heeft nu bekendgemaakt dat ook aan deze blinderingseis kan worden voldaan, als de zijruit aan de buitenkant van de laadruimte niet verwijderd wordt. In dat geval moet er wel ondoorzichtig en vormvast materiaal aan de binnenkant van de carrosserie zijn bevestigd. Op deze manier kunnen onnodige kosten worden voorkomen, terwijl het resultaat qua blindering hetzelfde blijft.

Stel LKV bij overgang van onderneming en contractovername veilig

By nieuws

De Belastingdienst is van mening dat een loonkostenvoordeel (LKV) vervalt bij een overgang van een onderneming naar een nieuwe werkgever. Hierover loopt inmiddels een rechtszaak waarin anders is beslist. De Hoge Raad moet nog oordelen. Zorg ervoor dat u in de tussentijd uw rechten veiligstelt.

Standpunt Belastingdienst

Juridisch

Bij een overgang van een onderneming gaan ook de werknemers over naar een nieuwe werkgever. De Belastingdienst gaat er dan vanuit dat het recht op een LKV niet meer overgaat naar de nieuwe werkgever, ondanks dat er nog een geldige doelgroepverklaring is.

Standpunt rechter

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat een LKV in een dergelijke situatie wel meegenomen kan worden naar de overnemende werkgever. Het gerechtshof oordeelde dat de doelgroepverklaring geldig blijft. De doelgroepverklaring wordt namelijk door of namens de werknemer en niet door of namens een werkgever aangevraagd en verkregen. Een advocaat-generaal bevestigde dit oordeel.

Let op! De Hoge Raad moet hierover nog een oordeel uitspreken. Dit oordeel wordt in het voorjaar van 2024 verwacht.

Rechten veiligstellen

Beslist de Hoge Raad straks dat het recht op een LKV toch over kan gaan op de nieuwe werkgever, dan heeft u mogelijk alsnog toch recht op LKV. Om die rechten veilig te stellen, kunt u het volgende doen:

  • beoordeel voor welke werknemers op het moment van overgang van de onderneming een doelgroepverklaring aanwezig was,
  • beoordeel of nog wordt voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van het LKV, en 
  • bewaar die doelgroepverklaring of een kopie daarvan bij uw loonadministratie.

2023

Is in 2023 nog aan de voorwaarden voor toepassing van het LKV voldaan en is het vinkje voor het LKV niet aangezet? Dan moet een correctiebericht ingezonden worden waarin alsnog het LKV wordt aangevraagd.

Let op! Het insturen van deze correctieberichten voor het jaar 2023 kan nog maar tot en met 1 mei 2024!

2024

Wordt in 2024 nog aan de voorwaarden voor toepassing van het LKV voldaan, zorg dan in ieder geval dat in de aangifte loonheffingen 2024 het vinkje voor het LKV is aangezet. Is het aangiftetijdvak al verstreken en is het vinkje niet aangezet? Dan moet een correctiebericht ingezonden worden waarin alsnog het LKV wordt aangevraagd.

2022

Is bezwaar gemaakt tegen de beschikking Wtl 2022, dan raadt de Belastingdienst aan ook de aangiftetijdvakken van 2022 te corrigeren. Als de Hoge Raad straks beslist dat toch recht bestaat op een LKV, dan kan de Belastingdienst namelijk sneller uw LKV’s berekenen.

Let op! Is geen bezwaar gemaakt tegen de beschikking Wtl 2022, dan bent u nu helaas te laat voor het jaar 2022. Het corrigeren van de aangiftetijdvakken 2022 heeft dan ook geen zin meer.

Mogelijk ook bij contractovername

Het oordeel van de Hoge Raad is mogelijk ook van toepassing op contractovernames waarbij de arbeidsovereenkomst door een nieuwe werkgever ongewijzigd wordt voortgezet. Bij contractovername neemt een nieuwe werkgever alle rechten en verplichtingen uit de oude arbeidsovereenkomst met de oude werkgever over en blijft de werknemer hetzelfde werk doen.
In dit soort situaties is het ook verstandig om de rechten veilig te stellen en correctieberichten in te sturen en het vinkje voor een LKV in de aangifte loonheffingen aan te zetten.

Andere oplossing

Bent u bezig met een interne reorganisatie en wilt u geen risico lopen op het verlies van het LKV? Dan kunt u er ook voor kiezen om de werknemers met een doelgroepverklaring in dienst te laten bij de oude werkgever en te detacheren aan de nieuwe werkgever. Het recht op het LKV blijft dan in stand, ongeacht het oordeel van de Hoge Raad dat dit voorjaar wordt verwacht. Neem voor een advies hierover contact op met een van onze adviseurs.

Aftrek verblijfkosten eigen rijders voor 2024 opnieuw fors hoger

By nieuws

Transportondernemers die zelf meerdaagse internationale ritten maken, kunnen een vast bedrag aan verblijfkosten van de winst aftrekken. Dit bedrag is voor 2024, net als vorig jaar, fors verhoogd. De verhoging bedraagt € 3,00 per dag en stijgt van € 45,00 naar € 48,00 per dag.

Voorwaarden

Transport

De vaste aftrek geldt onder de volgende voorwaarden:

  • De rit duurt langer dan 24 uur.
  • De verste bestemming mag niet in Nederland liggen. Er is geen maximum afstand.
  • De regeling geldt voor alle meerdaagse ritten in dat jaar.
  • Het aantal gereden dagen moet u kunnen aantonen, bijvoorbeeld met facturen, tachograafschijven of rittenstaten.
  • De vertrek- en terugkomdag tellen elk mee voor een halve dag.
  • U geeft de winst aan in de aangifte inkomstenbelasting.

Let op! U mag ieder jaar opnieuw beslissen of u de regeling al dan niet gebruikt. Als u gebruikmaakt van de regeling, hoeft u de verblijfkosten niet aan te tonen.

Ritten korter dan 24 uur

De regeling geldt ook voor internationale ritten die starten op meer dan 50 kilometer van het woonadres van de ondernemer. Dit geldt ook als deze ritten korter duren dan 24 uur. 

In dat geval moet u wel voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • Deze ritten vinden plaats op aaneengesloten dagen, eventueel met ritten waarbij men meer dagen aaneengesloten in het buitenland verblijft.
  • Het traject van elke rit bevindt zich in zijn geheel buiten een afstand van 50 km van het woonadres van de ondernemer.

Tip! U hoeft de regeling niet toe te passen als de kosten hoger zijn. U kunt dan de werkelijk gemaakte kosten aftrekken, op voorwaarde dat u ze kunt aantonen. Bewaar dan met name facturen. U moet er wel rekening mee houden dat sommige kosten, zoals maaltijden, beperkt aftrekbaar zijn.

Let op! Bovenstaande regeling geldt alleen voor ondernemers waarvan de winst in de inkomstenbelasting belast wordt. Eigen rijders met een bv kunnen hun verblijfkosten onbelast door de bv laten vergoeden volgens de regels die gelden voor werknemers.

Minimumloon per 1 juli toch omhoog

By nieuws

Het minimumloon wordt per 1 juli 2024 toch met 1,2% verhoogd. De verhoging is een gevolg van een aangenomen motie door de Tweede Kamer.

Werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland hadden de extra verhoging ontraden, aangezien het minimumloon al fors is verhoogd en dus zorgt voor sterk stijgende loonkosten.

Eerdere verhogingen

Grafiek

Zo steeg het minimumloon in 2023 met ruim 10%. Per 1 januari van dit jaar steeg het opnieuw met 3,75%. Tevens is vanaf die datum voor het minimumloon ook uitgegaan van een werkweek van 36 uur. Werknemers die contractueel meer dan 36 uur werken, zijn er daardoor per 1 januari 2024 meer dan 3,75% op vooruitgegaan.

Let op! De verhoging van het minimumloon werkt ook door in de uitkeringen, zoals de AOW en de bijstand.

 

Einde soepel beleid Belastingdienst bij schuldsanering

By nieuws

Vanwege de coronacrisis verkeren nog steeds tal van ondernemers in financiële problemen. Wellicht kan een saneringsakkoord met schuldeisers dan uitkomst bieden. Houd er wel rekening mee dat de Belastingdienst zich als schuldeiser tot uiterlijk 1 april van dit jaar soepeler opstelt bij een dergelijk akkoord.

Na 1 april

Euro

Na 1 april 2024 geldt weer het uitgangspunt dat de Belastingdienst alleen aan een saneringsakkoord meewerkt als de dienst tenminste het dubbele percentage aan aflossing ontvangt dan mogelijke andere schuldeisers ontvangen.

Coronamaatregelen

Dat de Belastingdienst zich tot 1 april 2024 soepeler opstelt bij een saneringsakkoord is een van de maatregelen die is genomen vanwege de coronacrisis. Ook met andere (fiscale) maatregelen is geprobeerd ondernemers door de crisis heen te helpen. Dit gebeurde onder andere via het tijdelijk verlenen van vrijwel renteloos uitstel van betaling van belastingen.

Saneringsakkoord

Ondernemers met financiële problemen proberen soms met hun schuldeisers een faillissement te voorkomen via een saneringsakkoord. Schuldeisers gaan dan akkoord met aflossing van vaak slechts een deel van de schuld. Als ook de Belastingdienst een van de schuldeisers is, stelt de Belastingdienst zich bij een dergelijk akkoord normaal gesproken op het standpunt dat hij minstens het dubbele percentage aan betaling wenst te ontvangen van hetgeen de overige schuldeisers krijgen.

Verzoek tijdig indienen

Als u nog gebruik wilt maken van de soepele opstelling van de Belastingdienst, moet u zorgen dat uw verzoek vóór 1 april 2024 bij de Belastingdienst binnen is. Heeft u meer tijd nodig, dan heeft u daarna nog maximaal 90 dagen om het saneringsakkoord met uw overige schuldeisers af te ronden.

Een formulier treft u aan op deze site van de Belastingdienst.

Tip! Heeft u hulp nodig bij het aanvragen van een dergelijk verzoek bij de Belastingdienst? Neem dan contact met ons op.

Inzet gemeente

Ondernemers met een eenmanszaak en ondernemers in een vof of maatschap kunnen contact opnemen met hun gemeente om een eventuele schuldsanering op te starten. Ook dan moet het saneringsverzoek vóór 1 april 2024 bij de Belastingdienst binnen zijn. 

Wettelijk kader waarschuwen digitale kwetsbaarheden en beveiligingslekken

By nieuws

De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel Wet bevordering digitale weerbaarheid bedrijven aangenomen. Dit wetsvoorstel is een belangrijke voorwaarde om vanuit de overheid niet-vitale Nederlandse bedrijven te kunnen waarschuwen over digitale kwetsbaarheden en beveiligingslekken.

Taken en bevoegdheden minister EZK

Privacy

Het wetsvoorstel Wbdwb legt de taken en bevoegdheden van de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) vast op het terrein van digitale weerbaarheid van niet-vitale bedrijven in Nederland. Denk hierbij aan het verwerken en verspreiden van informatie over kwetsbaarheden, dreigingen en incidenten en het samenwerken met andere bestuursorganen en organisaties.

Persoonsgegevens

Bij het waarschuwen van individuele bedrijven en organisaties kunnen persoonsgegevens verwerkt worden, denk bijvoorbeeld aan IP-adressen en de contactgegevens van medewerkers van een bedrijf. Op basis van dit wetsvoorstel mag de overheid deze taken nu uitvoeren. 

Nieuw cybersecurityorganisatie

De cybersecurityorganisaties het DTC, het CSIRT-DSP en het NCSC gaan integreren tot één nieuwe nationale cybersecurityorganisatie. De Wbdwb geeft ook deze organisatie de wettelijke bevoegdheid bedrijven te kunnen blijven voorzien van algemene en specifieke informatie over cyberdreigingen en incidenten.

Let op! Het wetsvoorstel moet nog door de Eerste Kamer worden goedgekeurd.

Koffiebeker onbelast verstrekken?

By nieuws

Werkgevers moeten plastic wegwerpbekers bij bijvoorbeeld het koffieapparaat en een watertap vervangen door een duurzaam alternatief. Dit had tot gevolg dat de Belastingdienst zich het hoofd moest buigen over de vraag of het verstrekken van een koffiebeker op kantoor onbelast mogelijk is.

Verplichting sinds 1 januari 2024

Koffie

Het vervangen van plastic wegwerpbekers is sinds 1 januari van dit jaar voor werkgevers verplicht. Stel dat een werkgever zijn personeel in plaats hiervan een koffiebeker verstrekt ter waarde van € 10 die de werknemer ook mee naar huis kan nemen om schoon te maken. De werknemer hoeft de beker bij einde dienstbetrekking ook niet terug te geven. Wat is dan het fiscale gevolg?

Voorwaarden

De Belastingdienst heeft onderzocht of het verstrekken van een dergelijke koffiebeker voldoet aan de voorwaarden die gelden voor een onbelaste verstrekking (een nihilwaardering). De werkgever hoeft dan geen gebruik te maken van de vrije ruimte in de werkkostenregeling. Dat blijkt in beginsel het geval te zijn. De bekers zijn een voorziening die geheel of gedeeltelijk op de werkplek gebruikt wordt waarvan het niet gebruikelijk is dat deze elders gebruikt worden. Het aanbieden van de voorziening is ook ‘redelijk’. De werknemers hebben er immers niet zelf voor gekozen om de plastic beker taboe te verklaren. 

Gebruik op de werkplek

Dat de koffiebekers daadwerkelijk op de werkplek gebruikt worden, is volgens de Belastingdienst overigens niet vanzelfsprekend. De werkgever moet dit desgevraagd aannemelijk kunnen maken. Aan de hand van de feiten en omstandigheden is het antwoord op deze vraag ter beoordeling van de inspecteur. Als die natuurlijk niet net zelf aan de koffie zit…..

Overwerk bij grote vaste contracten vanaf 2025 goedkoper

By nieuws

Vanaf 1 januari 2025 gaat de huidige grens voor een lage WW-premie bij een werknemer waar meer dan 30% wordt verloond, van 35 uur per week omlaag naar 30 uur per week. Hierdoor wordt de interne wendbaarheid bevordert en wordt bijgedragen aan een lastenverlaging voor bedrijven.

Eerder lagere WW-premie

Euro

Om dit te realiseren vindt dus onder meer een herziening van de lage naar de hoge premie plaats bij een werknemer bij wie meer dan 30% meer uren zijn verloond dan zijn contracturen, tenzij het gaat om een werknemer die al een dienstverband heeft van minimaal 35 uur per week (de huidige situatie). Die grens van 35 uur per week gaat per 1 januari 2025 omlaag naar 30 uur per week. 

Meer zekerheid en meer wendbaarheid

Dit is een van de afspraken die het kabinet vorig jaar heeft gemaakt met de werkgevers- en werknemersorganisaties in het kader van het arbeidsmarktpakket. Het doel is te zorgen voor meer zekerheid voor werknemers en meer wendbaarheid voor bedrijven.

Premiedifferentiatie

In de WW geldt sinds 2020 premiedifferentiatie. Dat houdt in dat werkgevers die werknemers vaste contracten aanbieden een lagere premie betalen dan bij flexibele contracten. De lage premie mag worden toegepast voor loon uit een arbeidsovereenkomst die voldoet aan de volgende drie voorwaarden: 

  1. de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd,
  2. de arbeidsovereenkomst is schriftelijk vastgelegd, en
  3. de arbeidsovereenkomst is geen oproepovereenkomst. 

Deze drie voorwaarden zijn ook wel bekend als de “Ja, Ja, Nee – voorwaarden”. 

  • Ja, de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd. 
  • Ja, de arbeidsovereenkomst is schriftelijk vastgelegd. 
  • Nee, de arbeidsovereenkomst is geen oproepovereenkomst. 

Tussenrapportage handhaving arbeidsrelaties

By nieuws

Het kabinet probeert al jaren om schijnzelfstandigheid zoveel mogelijk te voorkomen. Onlangs is in een brief aan de Tweede Kamer ingegaan op schijnzelfstandigheid, specifiek in de sectoren kinderopvang, onderwijs, zorg en cultuur. In deze brief werd ook ingegaan op de handhaving inzake arbeidsrelaties door de Belastingdienst.

Schijnzelfstandigheid

Roltrap

Bij schijnzelfstandigheid presenteren opdrachtnemers zich als zelfstandige ondernemers, terwijl er eigenlijk sprake is van een dienstbetrekking. Op deze manier wordt onterecht geprofiteerd van fiscale faciliteiten voor zelfstandigen en worden ten onrechte geen premies werknemersverzekeringen afgedragen.

Modelovereenkomsten

Om schijnzelfstandigheid te bestrijden werkt de Belastingdienst onder andere met Modelovereenkomsten. Opdrachtnemer en opdrachtgever kunnen in een dergelijke overeenkomst de uitvoering van de werkzaamheden vastleggen. Op deze manier staat vooraf vast dat er al dan niet sprake is van een arbeidsrelatie, op voorwaarde dat men zich houdt aan de afspraken zoals vastgelegd in de Modelovereenkomst. 

Handhaving

Het kabinet heeft aangegeven dat tot 1 januari 2025 terughoudend zal worden opgetreden bij gevallen van schijnzelfstandigheid. Wel wordt in ieder geval opgetreden als sprake is van fraude. Tot die tijd voert de Belastingdienst wel controles uit, die mede gericht zijn op voorlichting aan opdrachtgevers. 

Tussenrapportage

Uit een gepubliceerde tussenrapportage blijkt dat in 2022 en 2023 door de Belastingdienst in totaal bijna 1.000 bedrijfsbezoeken zijn afgelegd. Ook heeft de Belastingdienst in die periode zo’n 450 boekenonderzoeken verricht en zijn er bijna 800 beschikkingen inzake verzekeringsplicht afgegeven. Ook zijn zo’n 740 Modelovereenkomsten beoordeeld.

Voorlichting

Naast genoemde cijfers is er tijdens de bezoeken ook ingezet op informatie en voorlichting door specialisten van de Belastingdienst inzake loonheffingen, teneinde opdrachtgevers te ondersteunen bij het correct toepassen van de regels inzake schijnzelfstandigheid. Dit leidde er in een aantal gevallen toe dat sommige arbeidsrelaties na overleg werden aangemerkt als dienstbetrekking. In deze gevallen werd geen sanctie opgelegd.