Category

nieuws

Advieswijzer Estate planning

By nieuws

Kan uw kind een financieel ruggensteuntje goed gebruiken? Bijvoorbeeld voor studiekosten, de aankoop van een woning of bij het verlies van een baan? Of misschien wil uw kind een langgekoesterde droom van een eigen bedrijf verwezenlijken of het stokje van het familiebedrijf overnemen? Uw financiële hulp zou dat mogelijk kunnen maken! Laat u inspireren door deze advieswijzer.

Schenking

Geld

Een veelgebruikte en relatief eenvoudige manier om een kind financieel te ondersteunen, is het schenken van geld. Dit kan op diverse manieren. Door handig gebruik te maken van vrijstellingen en fiscaal vriendelijke schenkingsvormen, kunt u het rendement van uw schenking verhogen. Niet alleen op het moment van schenking zelf, maar ook later. Schenken is een voordelige manier om het opgebouwde vermogen aan de volgende generatie over te dragen. Het financiële steuntje voor nu is misschien tegelijkertijd een gelegenheid om na te denken over uw nalatenschapsplanning.

Afhankelijk van de omvang van uw vermogen en de vrijstellingen, bedraagt de erfbelasting voor uw kind al snel tussen de 10 en 20% en voor het kleinkind zelfs tussen de 18 en 36%. Regel het tijdig en goed en bespaar erfbelasting in het voordeel van uw erfgenamen!

Let op! Voor mensen met vermogen geldt een hogere eigen bijdrage voor zorg via de AWBZ. In 2024 wordt bij alleenstaanden 4% van uw vermogen boven het toetsbedrag van € 31.747 als extra inkomen voor de berekening van de eigen bijdrage meegeteld. Voor partners geldt het dubbele toetsbedrag, € 63.494. De peildatum hiervoor is 1 januari 2022.

Fiscaalvrije schenkingen

Als ouder kunt u uw kind jaarlijks een bedrag schenken zonder dat daar belasting over betaald moet worden. Voor 2024 is dit bedrag € 6.633. Schenkt u aan een kind dat tussen de 18 en 40 jaar oud is (of van wie de partner tussen de 18 en 40 jaar oud is), dan kan deze vrijstelling eenmalig worden verhoogd naar € 31.813. Voor schenkingen ten behoeve van een kostbare studie of opleiding kan de vrijstelling zelfs eenmalig worden verhoogd naar € 66.268.

Let op! De schenkingsvrijstelling voor de eigen woning is vanaf 2024 volledig afgeschaft.

Papieren schenking

U wilt schenken, maar u wilt of kunt nog niet het gehele bedrag in contanten aan uw kind geven. Dan heeft u de mogelijkheid tot een ‘notariële schuldigerkenning uit vrijgevigheid’, ook wel bekend als papieren schenking. U erkent een bedrag schuldig te zijn aan uw kind dat pas opeisbaar is na uw overlijden.

Voordeel is dat u blijft beschikken over het (geschonken) vermogen en liquiditeiten en toch handig gebruikmaakt van de vrijstellingen in de schenkbelasting. Tegelijkertijd bent u vrij om tussentijds op de schuld af te lossen en daarmee uw kind geld te verstrekken. Om met deze schenking ook erfbelasting te besparen, moet u uw kind wel jaarlijks daadwerkelijk 6% rente betalen. Via rente en aflossing ontvangt uw kind dan financiële ondersteuning.

Let op! De schenking op papier moet zowel door de schenker als de ontvanger in box 3 worden opgegeven in de aangifte inkomstenbelasting. In het box 3-stelsel in 2024 ontstaat hierbij wel een verschil tussen de belastbaarheid van de vordering en de aftrek van de schuld. Over de vordering die uw kind op u heeft, wordt namelijk een hoger forfaitair percentage (6,04% in 2024) berekend dan het forfaitair percentage waartegen de schuld die u heeft aan uw kind aftrekbaar is. Het exacte percentage voor de schuld is nog niet bekend. Voor een vergelijk: voor het jaar 2023 bedroegen deze percentages voor vorderingen 6,17% en voor schulden 2,46%, een verschil van 3,71%!

Tip! Wilt u meerdere jaren achter elkaar een papieren schenking doen aan uw kind, dan bestaat de mogelijkheid om dit in één keer voor meerdere jaren bij de notaris te regelen. Laat u wel goed informeren over de voorwaarden en de voor- en nadelen die hieraan verbonden zijn.

Schenken onder voorwaarden

Het kan gebeuren dat een schenking via het huwelijksgoederenregime of een samenlevingscontract onbedoeld bij de schoonfamilie van uw (klein)kind terechtkomt. Dit kunt u voorkomen door bij de schenking een uitsluitingsclausule op te nemen, zodat de schenking eigendom blijft van uw (klein)kind. Door het schenken van vermogen aan uw kind kan het op enig moment ook gebeuren dat uw financiële draagkracht onder druk komt te staan. Wilt u schenken zonder financieel afhankelijk te worden van uw kind, dan kunt u ook schenken onder de voorwaarde dat de schenking door u herroepen kan worden.

Let op! Is uw kind getrouwd na 1 januari 2018, dan valt uw schenking niet meer in de huwelijksgemeenschap. Uw kind kan samen met zijn of haar partner in de huwelijkse voorwaarden echter bepalen dat schenkingen wel tot de gemeenschap behoren. In die situatie is de uitsluitingsclausule desgewenst nog relevant.

Bedrijfsopvolging in de familie

Wilt u uw bedrijf geheel of gedeeltelijk overdragen aan uw kind? Met de bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOF) in de Successiewet kunt u het ondernemingsvermogen of uw aanmerkelijkbelangaandelen fiscaal vriendelijk op de kinderen overdragen. De BOF geldt alleen voor actieve ondernemingen.

Beleggingsactiviteiten vallen nagenoeg geheel buiten de regeling. De BOF voorziet in een voorwaardelijke vrijstelling van 100% van de waarde, voor zover de waarde van de onderneming niet meer bedraagt dan € 1.325.253 (2024). Voor het meerdere is de vermindering 83%. Voor de dan nog verschuldigde schenkbelasting kan tien jaar lang rentedragend uitstel van betaling worden verleend. De regeling kent onder meer voorwaarden ten aanzien van de bezitsperiode voor u als schenker en voor de voortzetting van het bedrijf door de verkrijger.

Denk na over uw bedrijfsopvolging en laat u daarover goed adviseren. De vrijstelling van de BOF wordt namelijk per 1 januari 2025 gewijzigd. Vanaf die datum geldt een vrijstelling van 100% voor ondernemingsvermogen tot € 1.500.000. Van het meerdere is dan nog slechts 75% vrijgesteld. Dit betekent dat met name voor bedrijven met een grote waarde een geringere vrijstelling gaat gelden. Het omslagpunt ligt bij € 1.871.337. Voor bedrijven met een waarde tot deze grens wordt de vrijstelling vanaf 2025 groter, voor bedrijven boven deze grens wordt de vrijstelling juist beduidend kleiner. 

Voorbeeld
Voor een bedrijf met en waarde van bijvoorbeeld €5.000.000 bedraagt de vrijstelling nu nog €4.375.293. Vanaf 2025 bedraagt de vrijstelling nog slechts €4.125.000, ofwel €250.293 minder.

Let op! Bent u van plan op korte termijn uw bedrijf te schenken aan bijvoorbeeld uw kinderen, ga dan na of u dit wellicht beter nog in 2024 kunt doen. Het kan vele duizenden euro’s aan te betalen belasting verschil maken!

Familielening

U kunt uw kinderen natuurlijk ook geld lenen. Het is niet altijd eenvoudig, ook niet voor uw kinderen, om een financiering bij een bank te krijgen. Bij een lage rente op een spaardeposito kan een familielening dan algauw een aantrekkelijke optie zijn. Maak wel zakelijke afspraken en leg de voorwaarden, zoals rente, duur, aflossing, aanwending van de geldsom, opeisbaarheid, opzeggingsgronden en eventuele zekerheden, goed vast. Dit zorgt voor financiële en juridische duidelijkheid voor u en uw kind en voorkomt veelal onnodige fiscale narigheid.

Let op! Houd er rekening mee dat door het box 3-stelsel in 2024 hierbij wel een verschil ontstaat in belastbaarheid. Over de vordering die u op uw kind heeft, wordt namelijk een hoog forfaitair percentage (6,04% in 2024) berekend in box 3. Betreft de lening aan uw kind een zogenaamde eigenwoninglening die aan de fiscale voorwaarden voldoet? Dan is de rente tegen de werkelijke rente aftrekbaar bij uw kind.

Eigenwoninglening

Via een notariële of onderhandse akte kunt u uw kind geld lenen voor de aanschaf, verbouwing of het onderhoud van een eigen woning. Over de lening ontvangt u van uw kind rente. Voor u behoort de (zakelijke) lening tot uw box 3-vermogen. Voor de te betalen belasting in box 3 gaat de fiscus tegenwoordig uit van de vermogensbestanddelen die u werkelijk heeft. Daarbij gebruikt men fictieve rendementen die dicht bij de werkelijke rendementspercentages voor sparen of beleggen liggen. Voor spaargeld is dat bijvoorbeeld veel lager dan voor beleggingen. Voor beleggingen en andere bezittingen, zoals een verstrekte lening aan uw kind, gaat de fiscus in 2024 uit van een fictief rendement van 6,04%.

Let op! Sinds 1 januari 2013 gelden ook voor de eigenwoningleningen binnen de familie de nieuwe regels rondom hypotheekrenteaftrek. Dat wil zeggen dat de lening dus binnen dertig jaar volledig en minimaal annuïtair moet zijn afgelost. Om de renteaftrek bij een onderhandse lening veilig te stellen, moet uw kind de Belastingdienst informeren over de eigenwoninglening. Daarvoor moeten de gegevens van de lening jaarlijks worden doorgegeven in de aangifte inkomstenbelasting. Dat geldt zowel voor een nieuwe lening als voor het doorgeven van een wijziging van een bestaande eigenwoninglening.

Let op! Het is verstandig om voor de lening een zekerheidsrecht te bedingen. Niet alleen voor de terugbetaling, maar ook om het zakelijke karakter fiscaal te onderbouwen. Voor het vastleggen van een hypotheek moet u bij de notaris zijn.

Lening en schenking via een kasrondje

U kunt uw kind extra financieel steunen door bijvoorbeeld de eigenwoninglening aan te vullen met een ‘kasrondje’. In hetzelfde jaar dat het kind de rente aan u betaalt, schenkt u een bedrag binnen de jaarlijkse schenkingsvrijstelling (2024: € 6.633). Uw kind profiteert bij een eigenwoninglening van de fiscale renteaftrek en van de vrijgestelde schenking, terwijl u (een deel van) de rente weer belastingvrij kunt teruggeven. De schenking en rentebetaling moeten overigens los van elkaar staan en niet met elkaar worden verrekend. Anders valt het fiscale voordeel weg.

Borgstelling

Indien uw kind bij een bank niet op eigen kracht een (extra) lening kan krijgen, kunt u als ouder borg staan. Dit kan voor de gehele lening, maar ook voor een deel. Hiermee biedt u de bank extra zekerheid. Met een borgstelling voor een hypothecaire geldlening behoudt het kind recht op hypotheekrenteaftrek.

Risicodragende deelname

Tot slot nog een laatste tip: heeft uw kind plannen om voor zichzelf te beginnen, dan is een geldlening wellicht een voor de hand liggende optie. Maar misschien is een risicodragende deelname van u als financier in het startende bedrijf van uw kind voor beiden interessant. Er zijn vele manieren om dit vorm te geven. Vraag het ons!

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

Advieswijzer Energielabel C voor kantoor verplicht

By nieuws

Kantoorpanden moeten sinds 1 januari 2023 verplicht geregistreerd zijn met een energielabel van minimaal niveau C. Dit betekent een primair fossiel energiegebruik van maximaal 225 kWh per m2 per jaar. Kantoren die niet aan de eisen voldoen, lopen vanaf 2023 het risico te moeten sluiten als de handhaver dit oplegt. U dient dan, om het pand weer open te kunnen stellen, uw kantoor eerst zodanig energiezuiniger te maken zodat u wel aan de eisen voldoet.

Niet wachten met energiebesparende maatregelen

Bedrijfspand

Het is van belang om niet meer te wachten met onderzoek naar de energiestatus van uw kantoor. Is het energielabel namelijk onvoldoende, dan zult u direct energiebesparende maatregelen moeten nemen. Omdat u niet de enige bent, verdient het aanbeveling hiermee niet meer te wachten. U loopt anders het risico dat uw kantoor niet meer bruikbaar is.

Handhaver

Over het algemeen is de gemeente waar uw kantoorgebouw is gevestigd, de handhaver. De gemeente kan dus optreden bij overtreding van de energielabel C-verplichting.

Uitzonderingen

Op de verplichting om een energielabel van minimaal niveau C te hebben, bestaan de volgende uitzonderingen:

  • De gebruiksoppervlakte van het kantoor, exclusief nevenfuncties, is minder dan de helft van de totale gebruiksoppervlakte van het gebouw. Van een nevenfunctie is sprake als het kantoor bijvoorbeeld ook over een verkoopbalie beschikt.
  • De gebruiksoppervlakte van het kantoor – inclusief nevenfuncties – is minder dan 100 m2.
  • Monumenten; dit betreft rijksmonumenten, provinciale en gemeentelijke monumenten.
  • Kantoorgebouwen die ten hoogste twee jaar worden gebruikt.
  • Onteigende kantoorgebouwen of aangekocht in het kader van de Onteigeningswet.
  • Kantoorgebouwen die geen energie gebruiken om het binnenklimaat te regelen.
  • Kantoren waarbij de maatregelen die nodig zijn om energielabel C te realiseren, een terugverdientijd hebben van meer dan tien jaar.

Welk energielabel heeft uw kantoor?

Heeft uw kantoor al een energielabel, dan dient u energiebesparende maatregelen te treffen als het label D, E, F of G is. Heeft uw kantoor energielabel A, B of C, dan voldoet uw kantoor aan de normen. U bent dan dus niet wettelijk verplicht verdergaande energiebesparende maatregelen te nemen. Weet u niet welk energielabel uw kantoor heeft, dan kunt u dit nagaan op de site van de Rijksoverheid.

GIS-viewer

Aanvullend kunt u ook gebruikmaken van de zogenaamde GIS-viewer. Met de GIS-viewer kunt u online bekijken of een kantoorgebouw al een energielabel bezit en welk label dit is.

Energielabel vernieuwd in 2021

De energieprestatie van een gebouw wordt sinds 2021 vastgesteld aan de hand van een nieuwe methode. Deze geeft aan hoe energiezuinig een gebouw is en hoe dit verbeterd kan worden. Het energielabel heeft een lettercategorie van A t/m G. Voor kantoren is het aantal plussen bij de categorie A uitgebreid tot vijf.

Heeft uw kantoor nog geen energielabel?

In dat geval zult u advies moeten inwinnen bij een energieadviseur. Denkt hij dat uw pand energiezuinig is en in aanmerking komt voor een energielabel A, B of C, dan kan hij een labelberekening maken, registreren en afmelden.

Denkt hij dat uw pand in aanmerking komt voor een energielabel D, E, F of G, dan zult u energiebesparende maatregelen moeten treffen. Ook hiervoor kunt u bij een energieadviseur terecht. Hij kan op verzoek een inschatting maken van de benodigde maatregelen en de bijbehorende kosten om het kantoorpand van energielabel A, B of C te voorzien. Voor energiebesparende maatregelen bestaan diverse subsidies. Na uitvoering van de maatregelen kunt u het energielabel aanvragen dat moet voldoen aan de wettelijke eisen.

Let op! Een energielabel is tien jaar geldig. Ook de energielabels van vóór 2021 blijven tien jaar geldig.

Maatwerkadvies

Voor energiebesparende maatregelen kunt u gebruikmaken van een energieprestatieadvies (EPA). Dit is een maatwerkadvies dat inzicht geeft in bouwkundige en installatietechnische verbeteringen. Een EPA-maatwerkadvies moet worden opgesteld door een gecertificeerd adviseur. Een EPA-maatwerkrapport biedt u onder meer:

  • een helder overzicht van de huidige energieprestatie van een gebouw;
  • inzicht in bouwkundige en installatietechnische verbetermaatregelen;
  • inzicht in de kosten, baten en terugverdientijden van deze maatregelen;
  • inzicht in de CO₂-reductie door het uitvoeren van besparingsmaatregelen.

Energie-investeringsaftrek

Investeringen in energiebesparende maatregelen kunnen in aanmerking komen voor de energie-investeringsaftrek (EIA). Zo komt bijvoorbeeld ook een EPA-advies in aanmerking voor de EIA. Om voor de EIA in aanmerking te komen, moet uw investering op de zogenaamde Energielijst staan. In dat geval komt uw investering in aanmerking voor de EIA, wat betekent dat u 40% (2024) van de investering als extra aftrek op de winst in mindering mag brengen.

Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE)

U kunt met de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) voor zakelijke gebruikers uw gebouw verduurzamen. Dat kan met een warmtepomp, een zonneboiler en met een kleinschalige windturbine. 

Voorwaarden

Voor de ISDE geldt een aantal voorwaarden. Zo moet u de subsidie aanvragen voordat u de koopovereenkomst sluit. Ook moet u het apparaat in Nederland laten installeren en binnen 24 maanden nadat u de beslissing over de subsidieaanvraag heeft ontvangen, in gebruik nemen. Ook heeft u bij vaststelling van de subsidie een bewijs nodig dat een bouwinstallatiebedrijf het apparaat heeft geïnstalleerd en u moet hiervan een factuur en betaalbewijs hebben. Ook mag u het apparaat niet binnen een jaar na de datum van de vaststelling van uw subsidie verkopen of verwijderen. U heeft geen recht op subsidie als er al eerder subsidie is verstrekt voor het betreffende apparaat. Ook heeft u geen recht op subsidie als u hiervoor al de Energie-investeringsaftrek (EIA) krijgt.

Ook verplichte energiebesparing?

Verbruikt uw bedrijf per jaar vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgas, dan bent u ook verplicht om energiebesparende maatregelen te nemen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder. Dit is de energiebesparingsplicht.
Er bestaat ook een informatieplicht energiebesparing. Dit betekent dat u moet rapporteren welke energiebesparende maatregelen u heeft uitgevoerd. Dat doet u in eLoket van de RVO. Kijk voor meer info op de site: www.rvo.nl.

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

Advieswijzer Voordelen loonkosten

By nieuws

Als werkgever heeft u voor bepaalde groepen werknemers die moeilijker aan het werk komen – onder voorwaarden – recht op een tegemoetkoming in de loonkosten. Dit is vastgelegd in de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl).

Deze tegemoetkoming bestaat uit een vast bedrag per verloond uur met een vast maximaal bedrag per jaar. Er zijn verschillende vormen: de loonkostenvoordelen en de lage-inkomensvoordelen. De komende jaren zullen veel wijzigingen worden doorgevoerd in de loonkostenvoordelen. De lage-inkomensvoordelen komen geheel te vervallen.

Loonkostenvoordelen

Voetganger

Om voor loonkostenvoordelen (LKV’s) in aanmerking te komen, moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Zo moet de werknemer verzekerd zijn voor werknemersverzekeringen en mag de AOW-leeftijd nog niet zijn bereikt. Voor het loonkostenvoordeel voor oudere werknemers moet de werknemer bij aanvang van de dienstbetrekking 56 jaar of ouder zijn en voor de overige LKV’s moet het gaan om een werknemer met een arbeidsbeperking.

Verschillende soorten LKV’s

Er zijn vier soorten LKV’s:

  1. Voor oudere werknemers;
  2. Voor arbeidsgehandicapte werknemers;
  3. Voor doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden;
  4. Voor herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer.

Tip! Per loonkostenvoordeel verschillen de voorwaarden om ervoor in aanmerking te komen. Neem voor de exacte voorwaarden contact op met onze adviseurs.

U heeft recht op een LKV vanaf het moment dat de werknemer bij u in dienst komt, voor maximaal drie jaar, maar uiterlijk tot de werknemer de AOW-leeftijd bereikt. Voor de doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden wordt de maximale termijn afgeschaft. Het LKV voor het herplaatsen van een arbeidsgehandicapte werknemer geldt maximaal één jaar. 

Bedragen LKV voor 2024

Hoeveel loonkostenvoordeel u krijgt, hangt dus af van het aantal verloonde uren en van het soort loonkostenvoordeel. De bedragen voor 2024, die in 2025 worden uitbetaald, zijn: 

 

 Loonkostenvoordeel  Bedrag per verloond uur  Maximumbedrag per jaar
 Oudere werknemer  € 3,05  € 6.000
 Arbeidsgehandicapte werknemer  € 3,05  € 6.000
 Doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden  € 1,01   € 2.000
 Herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer  € 3,05  € 6.000

 

Hoe vraagt u een LKV aan?

U vraagt het loonkostenvoordeel aan in uw aangifte loonheffingen door de indicatie voor het LKV aan te zetten. Zonder deze indicatie ontvangt u geen LKV. De aanvraag kunt u doen zodra u een doelgroepverklaring van uw werknemer heeft. In de doelgroepverklaring staat voor welk loonkostenvoordeel de verklaring is afgegeven en de voorwaarden waaraan uw werknemer voldoet. De doelgroepverklaring vraagt uw werknemer aan bij het UWV. Deze wordt alleen verstrekt aan de werknemer, tenzij deze u gemachtigd heeft om de verklaring aan te vragen en te ontvangen. 

Let op! De doelgroepverklaring moet tijdig aangevraagd worden, namelijk binnen drie maanden na aanvang van de dienstbetrekking. Als de aanvraag te laat binnen is, krijgt uw werknemer geen doelgroepverklaring meer en kunt u geen aanspraak maken op het LKV.

U krijgt vóór 15 maart een voorlopige berekening van de loonkostenvoordelen waar u voor uw werknemers over het voorgaande jaar recht op heeft. De berekening is gebaseerd op de aangiften en correcties over het voorgaande jaar die u tot en met 31 januari van het daaropvolgende jaar heeft gedaan. U kunt tot en met 1 mei correcties over het voorgaande jaar insturen. Die worden nog meegenomen in de definitieve berekening van uw loonkostenvoordelen. De definitieve berekening van uw loonkostenvoordelen ontvangt u vóór 1 augustus van de Belastingdienst, op basis van de berekening van het UWV.

LKV oudere werknemers vanaf 1 januari 2024 stapsgewijs afgeschaft

Het LKV voor oudere werknemers wordt stapsgewijs afgeschaft m.i.v. 1 januari 2024. Dit betekent dat voor dienstverbanden die zijn begonnen op of na 1 januari 2024 het LKV oudere werknemer per 1 januari 2025 wordt verlaagd naar € 1,35 per verloond uur (maximaal € 2.600 per jaar) en afgeschaft per 1 januari 2026. Voor dienstverbanden die zijn begonnen vóór 1 januari 2024 gelden deze wijzigingen niet. U houdt in die gevallen recht op LKV voor maximaal drie jaar tegen de huidige bedragen. 

Tip! Komt een werknemer naast de doelgroepverklaring oudere werknemer ook in aanmerking voor de doelgroepverklaring arbeidsgehandicapte werknemer en treedt deze werknemer op of na 1 januari 2024 in dienst? Dan is het gunstiger als de werknemer de doelgroepverklaring arbeidsgehandicapte werknemer aanvraagt. De bedragen van het LKV arbeidsgehandicapte werknemer blijven ongewijzigd en ook de duur blijft maximaal 3 jaar. U heeft in zo’n situatie recht op een hoger en langer doorlopend bedrag aan LKV dan wanneer de doelgroepverklaring oudere werknemer wordt aangevraagd. 

Andere wijzigingen LKV banenafspraak per 1 januari 2025 
Naast het schrappen van de maximale termijn voor het LKV banenafspraak zijn er nog een paar andere wijzigingen aangekondigd. De doelgroepverklaring voor het LKV banenafspraak wordt mogelijk afgeschaft. U kunt dan in het doelgroepregister van het UWV zien welke werknemers tot de doelgroep behoren, de doelgroepverklaring is dan niet meer nodig.

Verder is het plan om de doelgroep van het LKV banenafspraak gelijk te trekken met de doelgroep van de banenafspraak. Dit betekent dat werkgevers straks ook het LKV banenafspraak kunnen krijgen voor werknemers van een Sociale Werkvoorziening (Wsw) die gedetacheerd zijn bij een reguliere werkgever. Wanneer dit wetsvoorstel in werking treedt, kunt u niet langer het LKV banenafspraak krijgen voor werknemers die scholingsbelemmerd zijn en niet tot de doelgroep banenafspraak behoren en ook niet meer voor Wajong-gerechtigden die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben.

Verruiming LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer per 1 januari 2025

Op dit moment hebben werkgevers recht op het LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer als de werknemer zijn eigen arbeid geheel of gedeeltelijk hervat of een andere functie gaat bekleden bij dezelfde werkgevers én daarnaast in de maand daaraan voorafgaand recht had op een WIA-uitkering. Deze voorwaarden worden gewijzigd. In de nieuwe vorm van het LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer heeft u ook recht op dit loonkostenvoordeel als de werknemer in de wachttijd al (gedeeltelijk) is gaan werken, na de wachttijd recht op WIA-uitkering ontstaat en hij bij zijn werkgever blijft werken. De werknemer moet dan binnen drie maanden na afloop van de 104 weken wachttijd dan wel binnen drie maanden na ontvangst van de WIA-toekenning een doelgroepverklaring aanvragen bij het UWV. Ook wordt de mogelijkheid ingevoerd om bij wisseling van werkgever het resterende recht op een loonkostenvoordeel mee te kunnen nemen. Hierdoor komen werkgevers voor meer werknemers in aanmerking voor dit loonkostenvoordeel.

Alle genoemde wijzigingen voor het LKV oudere werknemers, LKV banenafspraak en LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer moeten nog worden behandeld in de Tweede en Eerste Kamer.

Lage-inkomensvoordeel

Om in aanmerking te komen voor het lage-inkomensvoordeel (LIV), moet u aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Het gemiddelde uurloon van uw werknemer bedraagt in 2024 minimaal € 14,33, maar niet meer dan € 14,91. 
  • Uw werknemer heeft bij u minimaal 1.248 verloonde uren in een kalenderjaar.
  • Uw werknemer heeft de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet bereikt.
  • Uw werknemer is verzekerd voor werknemersverzekeringen.

Let op! Het LIV wordt afgeschaft per 1 januari 2025. In 2025 vindt nog wel de betaling plaats van het LIV over de verloonde uren in 2024.

Per 1 januari 2024 is de bovengrens van het uurlooncriterium van het LIV verlaagd. De bovengrens was voorheen 125% van het wettelijk minimumloon. Deze bovengrens is per 1 januari 2024 verlaagd naar 104%.

Voor de vaststelling van het totale jaarloon tellen beloningen zoals bijzondere toeslagen voor bijvoorbeeld overwerk mee en zullen dus van invloed zijn op het gemiddelde uurloon. Dit kan ertoe leiden dat het jaarloon te hoog is om voor het LIV in aanmerking te komen.

Geen onderdeel van het jaarloon zijn WGA-uitkeringen en werkgeversbetalingen van WAO-, WIA- en WW-uitkeringen. Dit zijn namelijk geen inkomsten uit tegenwoordige arbeid. Ziektewetuitkeringen die door de eigenrisicodrager worden betaald en nabetalingen die de werkgever na afloop van de dienstbetrekking doet, tellen ook niet mee.

Tip! Eindheffingsbestanddelen tellen niet mee voor de vaststelling van het jaarloon. Dit betekent dat vergoedingen en verstrekkingen die u onderbrengt in uw vrije ruimte voor de werkkostenregeling niet van invloed zijn op het recht op het LIV.

Bedragen LIV voor 2024

Het LIV bestaat uit een vast bedrag per verloond uur. De bedragen voor 2024 zijn:

Gemiddeld uurloon  LIV per werknemer per verloond uur

 

Maximale LIV per werknemer per jaar

(bij een 40-urige werkweek)

 € 14,33 – € 14,91

€ 0,49

€ 960

 

De voorwaarde van 1.248 verloonde uren per kalenderjaar geldt ook als de werknemer in de loop van het jaar bij u in dienst komt. De 1.248 uren worden dan niet evenredig verminderd.

Hoe vraagt u het LIV aan?

U hoeft het LIV niet aan te vragen. Het UWV bepaalt op basis van de polisadministratie voor welke werknemers u er recht op heeft. Het is erg belangrijk dat u het aantal verloonde uren in uw loonaangifte dus goed invult. (Zie hiervoor ook Kennisdocument Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) 21 december 2023 – (versie december 2023) | Brochure | Rijksoverheid.nl.) De Belastingdienst betaalt het LIV over het voorgaande jaar in het daaropvolgende jaar aan u uit als uit uw aangiften loonheffingen blijkt dat u er recht op heeft. Ook voor het LIV geldt: u krijgt vóór 15 maart een voorlopige berekening en u kunt tot en met 1 mei correcties over het voorgaande jaar insturen. De definitieve berekening van het LIV ontvangt u vóór 1 augustus.

Jeugd-LIV per 1 januari 2024 afgeschaft

Het jeugd-LIV is afgeschaft per 1 januari 2024. Dit betekent dat u vanaf 2024 geen jeugd-LIV krijgt over de verloonde uren voor werknemers in de leeftijd van 18, 19 en 20 jaar die het minimumjeugdloon verdienen. In 2024 vindt nog wel de betaling plaats van het jeugd-LIV over de verloonde uren in 2023.

Bijzondere tegemoetkoming voor werknemers met een arbeidsbeperking

Naast voorgaande tegemoetkomingen in de loonkosten zijn er nog twee vormen die voor werknemers met een arbeidsbeperking gelden, namelijk loonkostensubsidie en loondispensatie.
Bij deze twee vormen draagt u alleen de kosten voor de werkelijke arbeidsproductiviteit.

Loonkostensubsidie

U kunt in aanmerking komen voor loonkostensubsidie voor werknemers met een arbeidsbeperking die niet in staat zijn om met voltijds werken 100% van het wettelijk minimumloon te verdienen (en die onder de gemeentelijke doelgroep Participatiewet vallen). Deze subsidie wordt aan u uitgekeerd door de gemeente waar de werknemer woont. Daar kunt u ook de aanvraag indienen. Door middel van een loonwaardebepaling wordt de productiviteit van de werknemer vastgesteld en op basis daarvan wordt de hoogte van de loonkostensubsidie bepaald. Deze bedraagt ten hoogste 70% van het wettelijk minimumloon. Zodra de loonwaarde van de werknemer gelijk is aan het wettelijk minimumloon, stopt de loonkostensubsidie. U ontvangt tevens een compensatie voor de premies werknemersverzekeringen, het werkgeversgedeelte van de pensioenpremie, de loondoorbetaling tijdens vakantiedagen en andere werkgeverslasten. Deze compensatie bedraagt 23,5%. Het percentage vergoeding werkgeverslasten is een gemiddelde van de werkgeverslasten in de verschillende bedrijfstakken. Bij een loonkostensubsidie ontvangt de werknemer het minimumloon, waardoor er mogelijk nog aanspraak bestaat op het LIV.

Een bijzondere vorm van de loonkostensubsidie is een forfaitaire loonkostensubsidie in het eerste halfjaar van een dienstverband van een werknemer. Dat houdt in dat u samen met de gemeente de mogelijkheid heeft om voor het eerste halfjaar van het dienstverband een loonkostensubsidie van 50% van het minimumloon overeen te komen. Na het eerste halfjaar past de gemeente de loonkostensubsidie aan op basis van een objectief op de werkplek vastgestelde loonwaarde van de werknemer. Een forfaitaire loonkostensubsidie maakt de start van een dienstverband met iemand uit de doelgroep loonkostensubsidie misschien gemakkelijker voor u als werkgever. Bovendien kan in het eerste halfjaar een goed beeld worden verkregen van de capaciteiten van de werknemer.

Loondispensatie

Voor mensen met een arbeidsbeperking en een Wajong-uitkering kunt u loondispensatie aanvragen bij het UWV. U vraagt het UWV toestemming om minder dan het wettelijk minimumloon uit te betalen aan de werknemer. Dit doet u door het invullen van het formulier Aanvraag loondispensatie Wajong.

Een arbeidsdeskundige van het UWV beoordeelt of de werknemer minder presteert door zijn ziekte of handicap en bepaalt dan welk percentage van het wettelijk minimumloon u aan de werknemer moet betalen. De werknemer krijgt van het UWV een aanvulling op het salaris.

Loondispensatie ontvangt u minimaal een halfjaar en maximaal vijf jaar, maar het is mogelijk om een verlenging aan te vragen. Uiteindelijk is het de bedoeling dat de werknemer hetzelfde gaat verdienen als andere werknemers.

Box 3 ook voor betaalrekeningen

By nieuws

De staatssecretaris antwoordt op Kamervragen dat hij niet bereid is om betaalrekeningen uit te zonderen van het forfaitaire rendement dat van toepassing is op spaartegoeden in box 3. Dat op betaalrekeningen geen rente wordt ontvangen, maakt dit niet anders.

Betaalrekeningen

Op betaalrekeningen wordt over het algemeen geen rente vergoed. Daarnaast zijn aan het aanhouden van een betaalrekening normaal gesproken kosten verbonden. Dat maakt dat een betaalrekening over het algemeen eerder een negatief rendement dan een positief rendement kent.

Let op! De betaalrekeningen worden in box 3 echter in dezelfde categorie geplaatst als spaarrekeningen. Voor 2023 is hieraan een forfaitair rendement gehangen van 0,92%. Voor 2024 is dit percentage voorlopig vastgesteld op 1,03%.

Kamervragen

De staatssecretaris antwoordt naar aanleiding van een aantal vragen onder meer dat betaalrekeningen gewoon in box 3 vallen. Betaalrekeningen vallen dus niet in een andere categorie dan spaarrekeningen en worden dus ook niet apart behandeld. Ook de kosten die verbonden zijn aan betaalrekeningen kunnen niet in aftrek komen in box 3, aldus de staatssecretaris.

Hoop aan de horizon?

Over het saldo van een betaalrekening die over het algemeen een negatief rendement kent, moet dus 0,92% forfaitair rendement in aanmerking worden genomen. Voor degenen die toe zijn aan een box 3-stelsel op basis van een werkelijk rendement gloort er wellicht hoop aan de horizon.

Zo heeft het demissionaire kabinet een wetsvoorstel opgesteld waarbij de box 3-heffing gebaseerd is op het werkelijk behaalde rendement. De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2027, maar hiervoor moet het definitieve wetsvoorstel dan al wel in de zomer van 2024 aan de Tweede Kamer aangeboden worden. Of dat allemaal gaat lukken is uiteraard de vraag, nu de vorming van een nieuw kabinet tot op heden nog niet is gelukt.

Conclusies AG’s

Maar is er nog meer hoop. In september 2023 concludeerde AG Wattel al dat de Wet rechtsherstel box 3 in strijd is met Europees recht als het werkelijk behaalde rendement lager is dan het rendement volgens de wet. AG Pauwels oordeelde onlangs op vergelijkbare wijze.

Bepaling werkelijk behaalde rendement

AG Pauwels gaf ook een aantal aanwijzingen over de wijze waarop het werkelijk behaalde rendement moet worden bepaald.

Zo oordeelde de AG dat de beoordeling of de box 3-heffing moet worden verminderd, altijd moet plaatsvinden voor alle vermogensbestanddelen gezamenlijk en niet per vermogensbestanddeel. Het separaat beoordelen van de betaalrekening behoort dus, ook naar het oordeel van de AG, niet tot de mogelijkheden.

Uiteraard speelt het negatieve rendement van de betaalrekening wel een rol in de beoordeling van het totale werkelijk behaalde rendement. Voor aftrek van de kosten die verbonden zijn aan de betaalrekening lijkt in de visie van de AG ook plek bij de bepaling van het werkelijk behaalde rendement.

Let op! De Hoge Raad moet nog oordelen over deze kwestie. De adviezen van de AG’s zijn onafhankelijk en de Hoge Raad beslist zelf of deze opgevolgd worden of niet.

Gemiddelde WOZ-waarde stijgt dit jaar met 2,8%

By nieuws

De WOZ-waarde stijgt dit jaar gemiddeld met 2,8%. Tussen gemeentes zijn er wel grote verschillen. Bij de WOZ-beschikkingen die gemeentes voor 2024 vaststellen wordt uitgegaan van de peildatum 1 januari 2023. Dit betekent dat prijswijzigingen die zich afgelopen jaar hebben voorgedaan nog niet in de cijfers verwerkt zijn.

Bezwaar aantekenen?

Woning

Dat de gemiddelde WOZ-beschikking een stuk minder stijgt dan het jaar ervoor, neemt niet weg dat het maken van bezwaar nog steeds een fors lagere belastingaanslag op kan leveren. Gemeentes stellen de WOZ-waarde namelijk veelal vast op basis van verkoopcijfers, waarbij lang niet altijd rekening wordt gehouden met de onderlinge verschillen tussen panden. 

Verschillen tussen panden

Bij verschillen tussen panden gaat het bijvoorbeeld om achterstallig onderhoud of juist een luxere keuken of badkamer. Daarnaast kunnen er verschillen zijn in panden als gevolg van buurtfactoren. Zo kan een pand te maken hebben met bijvoorbeeld stank- of geluidsoverlast, terwijl dat voor het pand waarvan de waarde is afgeleid wellicht niet het geval is.

Eenvoudig vergelijken

Woningen zijn qua WOZ-waarde overigens eenvoudig met elkaar te vergelijken. Zo zijn inmiddels de WOZ-waardes van vrijwel alle woningen terug te vinden op de site www.wozwaardeloket.nl. Op die manier kan dus eenvoudig gecontroleerd worden of er bij de waardebepaling van een pand voldoende rekening is gehouden met waardeverminderende factoren zoals een slechtere ligging of parkeeroverlast.

Zwangerschapsuitkering zelfstandige is loon en geen winst

By nieuws

Zelfstandige ondernemers die zwanger zijn, hebben recht op een ZEZ-uitkering. Een dergelijke uitkering is belast als loon en valt niet in de winst. Dit heeft rechtbank Den Haag beslist.

ZEZ-uitkering

Flesjes

Om te voorkomen dat zelfstandige ondernemers in geval van zwangerschap te lang doorwerken of te snel het werk hervatten, is de ZEZ-uitkering (zelfstandige en zwanger) ingevoerd. De hoogte van de uitkering is gebaseerd op het inkomen in het voorafgaande jaar, maar bedraagt nooit meer dan 100% van het wettelijk minimumloon.

Let op! Ook een zwangere dga heeft recht op een ZEZ-uitkering.

Loon of winst?

In genoemde rechtszaak was een vrouwelijke ondernemer van mening dat de door haar ontvangen ZEZ-uitkering als winst moest worden belast en niet als loon. Op deze manier zou de mkb-winstvrijstelling op de uitkering in mindering komen. De Belastingdienst was het niet eens met de onderneemster en corrigeerde de aangifte inkomstenbelasting. De onderneemster stapte vervolgens naar de rechter.

Zakelijk verband?

De rechtbank was echter van oordeel dat de uitkering terecht als loon was aangemerkt. Er ontbreekt naar het oordeel van de rechtbank een zakelijk verband tussen een ZEZ- uitkering en de winst. Er is geen verband tussen het krijgen van de uitkering en de werkzaamheden die de onderneemster daar feitelijk voor moet verrichten. De ZEZ is juist aan te merken als een algemene inkomensvoorziening en dus kan de uitkering niet worden belast als winst.

Gevolg van het oordeel van de rechtbank was dat de onderneemster niet de mkb-winstvrijstelling op de uitkering kon toepassen.

Nieuwe regels voor incassodienstverleners vanaf 1 april 2024

By nieuws

Het beroep van incassodienstverleners wordt vanaf 1 april 2024 gereguleerd. De dienstverleners moeten vanaf die datum aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen en zich registreren.

Wet Kwaliteit incassodienstverlening

Portemonnee

De Wet Kwaliteit incassodienstverlening is in 2022 al door de Eerste Kamer aangenomen, maar treedt op 1 april 2024 in werking. De wet verbetert de incassodienstverlening onder meer door de verplichte registratie in een incassoregister en het stellen van kwaliteitseisen aan dienstverleners.
Let op! Het doel van de wet is onder meer dat mensen met schulden beter beschermd worden tegen mogelijke wanpraktijken van incassobureaus.

Kwaliteitseisen

Iedereen die namens anderen of na overdracht van een vordering bedrijfsmatig buitengerechtelijke incasso’s int bij consumenten, moet aan de kwaliteitseisen voldoen. Het gaat daarbij om eisen op het gebied van vakbekwaamheid, omgang met schuldeisers en schuldenaren, informatievoorziening en klachtbehandeling.

Incassoregister

Iedereen die deze werkzaamheden verricht is wettelijk verplicht zich ook te registeren. Bestaande incassodienstverleners moeten zich vóór 1 april 2025 registreren in het incassoregister. Incassodienstverleners die hun werkzaamheden starten op of na 1 april 2024 moeten zich meteen registreren.

Let op! Het is verboden om als incassodienstverlener werkzaam te zijn zonder inschrijving in het register. Dit geldt nu nog niet voor bestaande incassodienstverleners, omdat zij tot 1 april 2025 de tijd hebben om zich te registreren. Het verbod geldt ook niet voor gerechtsdeurwaarders en advocaten.

Toezicht en handhaving

De Inspectie Justitie en Veiligheid houdt toezicht en kan handhaven als een incassodienstverlener zich niet aan de regels houdt.

Beperking incassokosten

In de wet is ook een bepaling opgenomen die het stapelen van incassokosten bij terugkerende vorderingen beperkt. Is de maandelijkse vordering of het termijnbedrag lager dan € 266,67, dan mogen de incassokosten maximaal € 140 per zes maanden zijn.

Let op! Deze bepaling geldt pas vanaf 1 oktober 2024.

Achternaam meegeven aan kind is makkelijker geworden in 2024

By nieuws

Voor kinderen die na 1 januari 2024 geboren zijn, hebben ouders de mogelijkheid om aan een kind een achternaam te geven die een combinatie is van de achternaam van beide ouders. De volgorde wordt bepaald door de ouders. Dit is het gevolg van nieuwe wetgeving die de gecombineerde achternaam in Nederland introduceert.

De nieuwe wetgeving zorgt voor meer gelijkwaardigheid tussen ouders en geeft de mogelijkheid om bijzondere familienamen bewaard te laten blijven.

Dubbele achternaam?

Juridisch

Is er al sprake van een dubbele achternaam? Dan wordt slechts één deel van de achternaam doorgegeven. Als beide ouders al dubbele namen hebben, dan zijn er wel tien combinaties mogelijk voor de achternaam van het kind. Let wel, voor de adel gelden uitzonderingen. 

Keuze staat vast

Als er eenmaal is gekozen voor een dubbele achternaam, dan is het niet mogelijk terug te gaan naar een niet-gecombineerde achternaam. Het later omdraaien van de achternamen mag ook niet.

Adoptie

Bij adoptiekinderen geldt bovendien de mogelijkheid om in de combinatie van de achternamen ook de oorspronkelijke achternaam op te nemen. 

Overgangsregeling

Is uw kind voor 1 januari 2024 geboren en wilt u toch heel graag een gecombineerde achternaam? Er zijn mogelijkheden voor een hernieuwde naamkeuze. Dit kan echter alleen als uw oudste kind is geboren op of na 1 januari 2016. De kinderen binnen één gezin dienen namelijk allemaal dezelfde achternaam te hebben. Ouders dienen dit wel in 2024 te regelen en aan het aanpassen van de geboorteakte zijn kosten verbonden. 

Basisregels

Wanneer u geen keuze maakt met betrekking tot de achternaam van uw kind dan blijven de volgende hoofdregels gelden. Bij getrouwde ouders krijgen de kinderen dan de achternaam van de vader. Bij ongehuwde ouders krijgen de kinderen in dat geval de achternaam van de moeder. 

Afbouw salderingsregeling zonnepanelen voorlopig van de baan

By nieuws

Een wetsvoorstel om de salderingsregeling van zonnepanelen vanaf 2025 geleidelijk af te bouwen is niet aangenomen door de Eerste Kamer. Daarmee lijkt deze afbouw van de salderingsregeling voorlopig van de baan.

Salderingsregeling zonnepanelen

Zonnepanelen

De salderingsregeling houdt in dat de energie die u met uw zonnepanelen teruglevert aan uw energieleverancier verrekend wordt met de energie die u afneemt van uw energieleverancier. Neemt u meer af dan dat u teruglevert, dan bent u over het meerdere de met uw energieleverancier afgesproken prijs per kWh verschuldigd. Levert u meer terug dan dat u afneemt, dan krijgt u over het meerdere de met uw energieleverancier afgesproken prijs per kWh voor de meer teruggeleverde kWh.

Let op! In het verleden wilden energieleveranciers voor meer teruggeleverde kWh nog weleens dezelfde vergoeding geven als u zou moeten betalen voor meer afgenomen kWh. Op dit moment ligt de gemiddelde terugleververgoeding echter zo’n beetje nog maar tussen de 4 en 9 cent per kWh, een en ander afhankelijk van de energieleverancier.

Voorgestelde afbouw salderingsregeling

Het demissionaire kabinet vond de salderingsregeling niet meer nodig omdat de aanschaf van zonnepanelen goedkoper is geworden en de energieopbrengst per zonnepaneel hoger. Daarom was het voorstel om de salderingsregeling vanaf 2025 in stappen geleidelijk af te bouwen. Vanaf 2031 zou de salderingsregeling dan volledig zijn afgeschaft.

Eerste Kamer niet akkoord

De Tweede Kamer nam het voorstel aan, maar de Eerste Kamer kon zich niet vinden in dit voorstel en nam het dan ook niet aan. Dit betekent dat de afbouw van de salderingsregeling zoals die vanaf 2025 was voorgesteld, voorlopig niet doorgaat.

De Eerste Kamer gaf de regering nog wel een opdracht mee om een overheidscampagne te ontwikkelen waarin kleinverbruikers van zonnepanelen geïnformeerd worden over het nut van gedragsverandering. Het elektriciteitsnet wordt namelijk minder belast als kleinverbruikers de door hen opgewekte stroom gebruiken op momenten dat het stroomnet minder vol is.

Oude portaal voor zakelijke aangiften Belastingdienst sluit

By nieuws

Gebruikt u nog het oude portaal van de Belastingdienst om uw aangiften voor zakelijke belastingen in te dienen? Zorg dan dat u vóór 1 juli 2024 toegang krijgt tot Mijn Belastingdienst Zakelijk. Op 1 juli 2024 sluit namelijk het oude portaal van de Belastingdienst.

EHerkenning

Geld

Om gebruik te kunnen maken van Mijn Belastingdienst Zakelijk dient u over eHerkenning te beschikken. Zorg daarom dat u dit op tijd regelt. Op de website van de Belastingdienst vindt u hoe dit moet onder “Zo vraagt u eHerkenning aan”.

Tip! Als u een eenmanszaak heeft of een zzp’er bent, kunt u ook inloggen op Mijn Belastingdienst Zakelijk met uw DigiD. U heeft dan geen eHerkenning nodig.

Bedrijf of organisatie zonder KVK-nummer

Voor 29 januari 2024 was voor bedrijven en organisaties zonder KVK-nummer geen eHerkenning beschikbaar. Dit is gewijzigd. Vanaf 29 januari 2024 kunnen deze bedrijven en organisaties ook eHerkenning aanvragen en daarna met eHerkenning inloggen op Mijn Belastingdienst Zakelijk.

Compensatie

Voor bedrijven en organisaties met een KVK-nummer is het -onder voorwaarden – mogelijk om compensatie te vragen voor de kosten van eHerkenning. Aanvragen kan via RVO.nl. De aanvraagperiode voor het kalenderjaar 2023 loopt van 1 oktober 2023 tot en met 30 september 2024.

Let op! Eenmanszaken en zzp’ers en ondernemers die een fiscaal dienstverlener machtigen om namens hen aangifte te doen, hebben geen recht op compensatie.

Tip! Voor de eHerkenning voor bedrijven en organisaties zonder KVK-nummer komt ook een compensatieregeling. Deze is op dit moment nog in ontwikkeling en dus nog niet aan te vragen.