Category

nieuws

Vijf aandachtspunten voor deze decembermaand

By nieuws

Het jaar 2023 zit er weer bijna op en dus doet u er goed aan nog even na te denken over zaken die u onder meer fiscaal nog dit jaar kunt regelen. De belangrijkste zaken op een rij.

Schenk belastingvrij

Sparen

Ook dit jaar kunt u belastingvrij schenken tot een bepaald vrijgesteld bedrag. De vrijstelling voor uw kinderen bedraagt voor 2023 € 6.035, voor uw kleinkinderen is dat € 2.418. Dit laatste bedrag geldt ook voor schenkingen aan derden, zoals een vriend of neef. 
Een bijkomend voordeel voor u is dat het bedrag van de schenking niet meer meetelt in box 3 op 1 januari 2024 en dat dit u wellicht nog een belastingbesparing oplevert.

Benut de vrije ruimte maximaal

Via de werkkostenregeling (WKR) kunt u uw personeel zaken onbelast vergoeden en verstrekken. De vrije ruimte bedraagt dit jaar 3% van uw loonsom tot € 400.000 en 1,18% over het meerdere. Benut deze vrije ruimte in de WKR maximaal als u iets extra’s voor uw werknemers wilt doen. Bedenk dat de vrije ruimte volgend jaar een stuk minder is, namelijk over de eerste € 400.000 van uw loonsom nog slechts 1,92%. De vrije ruimte over het meerdere blijft ook in 2024 1,18%. U mag een restant van uw vrije ruimte van 2023 niet meenemen naar 2024. 

Koop een lijfrente en betaal op tijd!

Heeft u een pensioentekort, dan kunt u een lijfrente kopen en deze in aftrek brengen op uw inkomen. De mogelijkheden hiertoe zijn dit jaar sterk verruimd als gevolg van de invoering van de nieuwe Pensioenwet. Vereist is wel dat u de lijfrente dan ook nog dit jaar betaald, dus vóór 1 januari 2024. 
Een bijkomend voordeel is dat de betaalde premies uw vermogen verminderen en zodoende wellicht een voordeel opleveren ten aanzien van de te betalen belasting in box 3 in 2024.

Bereid u voor op wijziging minimumloon

Per 1 januari 2024 gaat het minimumloon met 3,75% omhoog. Bovendien wordt het minimumuurloon ingevoerd. Vanaf 2024 bestaat geen wettelijk dag-, week- of maandloon meer. Dit betekent waarschijnlijk een aanpassing in uw salarisadministratie als u minimumloners in dienst heeft. Er moet daarvoor ook nog een en ander worden doorgerekend en aangepast, want het minimumuurloon is gebaseerd op een werkweek van 36 uur. Voor werknemers met een minimumloon die meer dan 36 uur per week werken, gaan de loonkosten daardoor extra omhoog.

Deel dividend uit, of wacht juist nog even!

Het tarief van box 2 gaat in 2024 veranderen. Nu bedraagt het tarief nog 26,9%, vanaf volgend jaar bedraagt het tarief 24,5% over de eerste € 67.000 aan inkomen (bij aanwezigheid van een fiscale partner € 134.000 voor de fiscale partners gezamenlijk) en in ieder geval 31%, maar waarschijnlijk zelfs 33% over het meerdere. Met dit laatste percentage moet de Eerste Kamer nog instemmen, maar het opnemen van fors dividend wordt volgend jaar in ieder geval duurder. U heeft daarom nu nog tijd om na te denken over het uitkeren van dividend: nog in 2023 of wachten tot 2024? Omdat het maatwerk is, adviseren wij u hier graag bij.

Eerste Kamer voor grootste deel akkoord met Belastingplan 2024

By nieuws

Ook de Eerste Kamer heeft voor het grootste gedeelte ingestemd met de belastingwijzigingen voor 2024, die onder andere zijn opgenomen in het Belastingplan 2024. De Wet fiscale klimaatmaatregelen industrie en elektriciteit is echter verworpen. Hiernaast is ook een aantal moties aangenomen.

Ook akkoord met wijzigingen Tweede Kamer

Binnenhof

Door akkoord te gaan gaf de Eerste Kamer ook goedkeuring aan de wijzigingen die eerder door de Tweede Kamer waren aangebracht. Dit betreft onder meer de verhoging van de tweede belastingschijf van box 2 van 31 naar 33% en de verhoging van het belastingtarief van box 3 van 32 naar 36%.

Moties

De Eerste Kamer nam ook een aantal moties aan. Een ervan is erop gericht om voorstellen tot belastingwijzigingen voortaan eerder in te dienen en daarbij de inflatiecorrectie volledig toe te passen. In een andere motie wordt gevraagd het effect van de verhoging van de tarieven van box 2 en box 3 mee te nemen in het Belastingplan 2025, daarbij het evenwicht tussen de dga en de IB-ondernemer te herstellen en ook rekening te houden met de ondernemersrisico’s. 

Alcohol- en suikervrije dranken

De Eerste Kamer nam ook twee moties aan met betrekking tot alcoholvrije respectievelijk suikervrije dranken. In de moties wordt verzocht de nieuwe verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken uit te stellen tot 1 januari 2025. In de andere motie wordt zo mogelijk al per 1 januari 2024 een nultarief in de verbruiksbelastingen bepleit voor dranken zonder toegevoegde suikers. 

In 2024 meer geld beschikbaar voor ISDE

By nieuws

Er wordt in 2024 € 40 miljoen meer subsidie uitgetrokken voor de Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE). Het budget komt hiermee op € 600 miljoen. De ISDE, bedoeld voor verduurzaming van woningen en kantoren, is voor 2024 op een aantal punten veranderd.

ISDE-regeling

Zonnepanelen

De ISDE-subsidie is een subsidie voor eigenaren van een koopwoning die als hoofdverblijf dient. Via de ISDE kan subsidie verkregen worden voor isolatiemaatregelen, (hybride) warmtepompen, zonneboilers, elektrische kookvoorzieningen en aansluitingen op een warmtenet. Bedrijven kunnen subsidie krijgen voor een warmtepomp, zonneboiler en kleine windmolens.

Wijzigingen per 2024

De ISDE is onder andere voor monumentenwoningen toegankelijker gemaakt. Zo kan de subsidie ook gebruikt worden voor achterzetbeglazing, bijvoorbeeld voor glas-in-loodramen. Ook komt er extra subsidie beschikbaar voor biologisch isolatiemateriaal. Verder komt er voor zonneboilers minder subsidie beschikbaar en is de subsidie voor zonnepanelen voor bedrijven afgeschaft.

Tip! Bedrijven kunnen de ISDE-subsidie op zonnepanelen voor het jaar 2023 nog aanvragen. Er is namelijk nog subsidie beschikbaar.

Aanvragen ISDE

U vraagt de ISDE digitaal aan bij RVO.nl. Bedrijven hebben hiervoor eHerkenning nodig. Kijk hier voor meer informatie.

Vanaf 1 januari 2024 hogere percentages belastingrente

By nieuws

De percentages belastingrente zijn per 1 januari 2024 verhoogd. Voor de vennootschapsbelasting is het percentage verhoogd naar 10%. Voor de overige belastingen, zoals de inkomstenbelasting, bedraagt het percentage belastingrente per 1 januari 2024 7,5%.

Belastingrente

Euro

Er wordt belastingrente in rekening gebracht als de Belastingdienst uw aanslag niet op tijd kan vaststellen. Dit is bijvoorbeeld het geval als u te laat aangifte heeft gedaan of als uw aangifte lager was dan de uiteindelijke aanslag. Anderzijds vergoedt de Belastingdienst belastingrente als de fiscus bijvoorbeeld zonder reden te lang doet over het opleggen van uw belastingaanslag.

Verhoging

De nieuwe percentages betekenen een verhoging voor de vennootschapsbelasting met 2%-punt en voor de overige belastingen met 1,5%-punt. De percentages gelden zowel voor te betalen belastingrente als voor te ontvangen belastingrente.

Toeslagen

Voor toeslagen geldt een apart percentage van 4%. Ook dit percentage geldt vanaf 1 januari 2024 zowel voor te ontvangen als voor te betalen belastingrente.

 

Top 10 loongerelateerde wijzigingen 2024 voor werkgever en dga

By nieuws

Per 1 januari 2024 zijn er weer tal van loongerelateerde wijzigingen doorgevoerd voor de werkgever en de dga. Denk aan de verlaging van de vrije ruimte in de WKR en de versobering van de 30%-regeling. Welke tien wijzigingen springen in het oog?

1. Vrije ruimte WKR voor 2024 omlaag

Laptop

Per 1 januari 2024 is de vrije ruimte binnen de WKR verlaagd naar 1,92% over de eerste € 400.000 van de loonsom (in 2023 was dit nog 3%). Over het meerdere van de loonsom blijft de vrije ruimte 1,18%.

2. Gebruikelijk loon dga 2024

Het normbedrag voor het gebruikelijk loon voor de dga en de meewerkende partner stijgt in 2024 naar € 56.000 (2023: € 51.000). De regeling voor gebruikelijk loon geldt voor iedereen die een aanmerkelijk belang heeft in een vennootschap (of waarvan de partner zo’n aanmerkelijk belang heeft) en die ook werk verricht voor die vennootschap. Zij moeten een loon genieten dat ‘gebruikelijk’ is voor de werkzaamheden. Het normbedrag van € 56.000 vormt een onderdeel van de beoordeling van wat gebruikelijk is.

3. Verhoging reiskosten 2024

De vrijgestelde reiskostenvergoeding voor zakelijke reiskosten, waaronder woon-werkverkeer, is dit jaar verhoogd naar € 0,23 per kilometer. De vrijgestelde reiskostenvergoeding geldt voor alle vormen van vervoer, dus bijvoorbeeld ook voor afgelegde kilometers per fiets of bromfiets. De verhoging naar € 0,23 per kilometer geldt ook voor de dga die in dienst is bij zijn bv.

4. Verruiming vrijstelling openbaar vervoer

Vanaf 2024 zijn de regels over belastingvrije ov-abonnementen eenvoudiger. Het maakt vanaf 2024 niet langer uit of het ov-abonnement ter beschikking wordt gesteld, verstrekt of vergoed. De enige voorwaarde is nog dat het abonnement ook zakelijk gebruikt wordt, bijvoorbeeld voor woon-werkverkeer. Als dat het geval is, is de terbeschikkingstelling, verstrekking of vergoeding van een ov-abonnement gericht vrijgesteld. De gewijzigde regels gelden ook voor de terbeschikkingstelling, verstrekking of vergoeding van een voordeelurenkaart.

5. Invoering wettelijk minimum uurloon

Vanaf 1 januari 2024 geldt een wettelijk minimum uurloon, dat per 1 januari 2024 voor werknemers van 21 jaar en ouder € 13,27 per uur bedraagt. Dit betekent dat in veel cao’s de salarisschalen moeten worden aangepast en opnieuw moeten worden berekend, omdat er geen vaste maand-, week- of dagbedragen meer bestaan.

Let op! Op de loonstrook moet het geldende wettelijk minimum uurloon worden vermeld voor de betreffende leeftijd van de werknemer en de periode waarop de loonstrook betrekking heeft.

6. Onbelaste vrijwilligersvergoeding naar € 2.100 in 2024

U kunt vrijwilligers die binnen uw organisatie vrijwilligerswerk doen een vergoeding geven die voor de Belastingdienst onbelast is. De maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding is per 1 januari 2024 verhoogd naar € 2.100 per jaar en € 210 per maand. 

De vrijwilligersvergoeding moet binnen de maximale bedragen blijven en de vrijwilliger moet de werkzaamheden niet bij wijze van beroep verrichten. De Belastingdienst gaat ervan uit dat de werkzaamheden niet bij wijze van beroep worden verricht als de maximum uurvergoeding in 2024 € 5,50 bedraagt. Voor vrijwilligers jonger dan 21 jaar bedraagt deze maximum uurvergoeding in 2024 € 3,25.

7. Wijzigingen 30%-regeling

De 30%-regeling is een fiscale regeling waarbij, onder strikte voorwaarden, maximaal 30% van het salaris belastingvrij mag worden uitbetaald aan personeel dat uit het buitenland is aangetrokken. Deze regeling is vanaf 2024 versoberd. Zo mag in 2024 maar over een salaris tot maximaal € 233.000 de 30%-regeling worden toegepast. Dit maximum geldt in 2024 overigens niet als u voor de werknemer in het laatste loontijdvak van 2022 de 30%-regeling al toepaste.

Verder wordt de 30%-regeling vanaf 2024 afgebouwd. Deze afbouw houdt in dat de eerste 20 maanden 30% van het salaris onbelast als kostenvergoeding mag worden uitbetaald, de daaropvolgende 20 maanden nog maar 20% en de daaropvolgende 20 maanden nog maar 10%. In 2024 geldt dit overigens nog niet als u voor de werknemer in het laatste loontijdvak van 2023 de 30%-regeling al toepaste.

Voor toepassing van de 30%-regeling geldt een aantal voorwaarden. Een daarvan is dat de werknemer een specifieke deskundigheid heeft die niet of nauwelijks op de Nederlandse arbeidsmarkt te vinden is. Een werknemer wordt geacht te voldoen aan de specifieke deskundigheid als de beloning van de werknemer hoger is dan een vastgestelde salarisnorm. Moest dit salaris in 2023 nog minimaal € 41.954 bedragen, vanaf 2024 bedraagt de minimale salarisgrens € 46.107. Voor werknemers die voor wetenschappelijk onderzoek of onderwijs werken bij een onderzoekinstelling en voor werknemers die arts in opleiding tot specialist (AIOS) zijn, geldt geen salarisnorm. Voor werknemers die instromen en jonger zijn dan 30 jaar en hun masterdiploma hebben behaald, gold voor 2023 nog een salarisnorm van € 31.891. In 2024 bedraagt die salarisnorm € 35.048.

8. Verplichte rapportage zakelijk en woon-werkverkeer werknemers

Werkgevers met 100 of meer werknemers zijn vanaf 1 juli 2024 verplicht om te rapporteren over het zakelijk verkeer en het woon-werkverkeer van hun werknemers. Deze werkgevers moeten bijvoorbeeld het totaalaantal kilometers dat de werknemers afleggen voor zakelijk en woon-werkverkeer rapporteren, maar ook het jaartotaal aan kilometers, verdeeld in soort vervoermiddel en brandstoftype. De gegevens over 2024 moeten uiterlijk 30 juni 2025 ingestuurd zijn.

9. Verhoging thuiswerkvergoeding en andere normbedragen

Voor de extra kosten die verbonden zijn aan thuiswerken, kunt u – onder voorwaarden – in 2024 aan uw werknemer een onbelaste vergoeding geven van € 2,35 per dag (2023: € 2,15). Ook het normbedrag voor de waarde van maaltijden in bedrijfskantines (of soortgelijke ruimtes) of tijdens personeelsfeesten op de bedrijfslocatie stijgt in 2024. Bedroeg dit normbedrag in 2023 nog € 3,55 per maaltijd, in 2024 bedraagt dit € 3,90 per maaltijd.

10. Hoger premieloon

Het maximum premieloon stijgt in 2024 naar € 71.628. In 2023 bedroeg dit nog € 66.956. Voor werknemers met een premieloon vanaf € 66.956 kan een werkgever daarom te maken krijgen met hogere verschuldigde premies, ook als de premiepercentages van bepaalde werknemersverzekeringen ten opzichte van 2023 zijn gedaald. Ook de verschuldigde premie Zorgverzekeringswet (Zvw) kan voor werknemers én dga’s met een premieloon vanaf € 66.956 omhooggaan. Zo bedraagt de maximum af te dragen Zvw-premie voor werknemers in 2024 € 4.706 (een toename van € 233 ten opzichte van 2023). Voor dga’s bedraagt de maximum Zvw-premie in 2024 € 3.811 (een toename van € 175 ten opzichte van 2023).

 

Aanvragen subsidie elektrische bedrijfsauto 2024 vertraagd

By nieuws

Ondernemers die een nieuwe elektrische bedrijfsauto aanschaffen, kunnen in 2024 voor de laatste keer in aanmerking komen voor de Subsidieregeling Emissieloze Bedrijfsauto’s (SEBA). Het openstellen van het loket om de SEBA voor 2024 aan te vragen heeft echter vertraging opgelopen.

Subsidieregeling Emissieloze Bedrijfsauto’s (SEBA)

Elektrische auto

Via de SEBA kunnen ondernemers bij aanschaf van een nieuwe elektrische bedrijfsauto subsidie krijgen. Voor kleine ondernemers is dit 12% van de cataloguswaarde of verkoopprijs. Voor middelgrote ondernemingen is het subsidiepercentage 10%, voor grote ondernemers is het subsidiepercentage in 2024 verlaagd van 10 naar 7%.

De subsidie bedraagt maximaal € 5.000 per bedrijfsauto.

Wachten met aanschaf?

U kunt alleen voor de SEBA in aanmerking komen als u op het moment van aanvragen nog geen definitieve koop- of financial leaseovereenkomst heeft afgesloten.

Tip! De vertraging bij de RVO hoeft de order voor een elektrische bedrijfsauto echter niet in de weg te staan. Zo kunt u wachten met de definitieve order en in de (voorlopige) koopovereenkomst bijvoorbeeld opnemen ‘Order wordt definitief na toekenning aanvraag SEBA’.

Wanneer aanvragen?

Het is nog niet bekend wanneer de SEBA wel aangevraagd kan worden. De RVO verwacht dat dit ongeveer eind maart 2024 zal worden. Bent u geïnteresseerd in de SEBA, laat uw e-mailadres dan achter bij de RVO. De RVO geeft u dan een seintje zodra de SEBA weer aangevraagd kan worden.

Let op! De subsidiepot voor 2023 is leeg. Aanvragen van de SEBA voor 2023 kan dus niet meer.

Top 10 payroll-related changes for employers and directors/major shareholders in 2024

By nieuws

On 1 January 2024 numerous payroll-related changes were once again introduced that affect employers and directors/major shareholders (DGAs). These include the reduction in the fixed budget under the work-related expenses scheme (WKR) and the restriction of the 30% scheme. Which ten changes stand out in particular?

1. Fixed budget under work-related expenses scheme decreasing in 2024

Administratie

With effect from 1 January 2024 the fixed budget under the work-related expenses scheme has been reduced to 1.92% on the first € 400,000 of the wage bill (2023: 3%). It will remain at 1.18% on the excess amount of the wage bill.

2. Customary salary for DGAs in 2024

The standard amount under the customary salary scheme for a DGA and his/her co-working partner is increasing to € 56,000 in 2024 (2023: € 51,000). This scheme applies to anyone who has a substantial shareholding in a company (or whose partner has such a substantial shareholding) and also works for that company. They must receive a salary that is ‘customary’ for such work. The standard amount of € 56,000 is one of the elements used to assess what is customary.

3. Increase in travel allowance in 2024

This year the exempted travel allowance for the costs of business travel, including commuting, has increased to € 0.23 per kilometre. This allowance applies to all forms of transport and therefore also to kilometres travelled by bicycle or moped, for example. The increase to € 0.23 per kilometre is also applicable to a DGA who is employed by his/her company.

4. Expansion of exemption for public transport

From 2024 simpler rules will apply to tax-free public transport season tickets. As of this year it no longer matters whether such a season ticket is purchased by the employer and made available (employer retains ownership) or supplied (employee acquires ownership) to the employee or whether it is purchased by the employee and subsequently reimbursed. The only condition is that it is also used for business purposes, e.g. commuting. If that is the case, a specific exemption applies to a public transport season ticket that has been made available, supplied or reimbursed. The amended rules also apply to the making available, supply or reimbursement of an off-peak pass.

5. Introduction of statutory minimum hourly wage

From 1 January 2024 a statutory minimum hourly wage applies, amounting to € 13.27 per hour for employees aged 21 and above. This means that the salary scales in many collective labour agreements will need to be adjusted and recalculated, as there are no longer any fixed monthly, weekly or daily amounts.

Please note: The statutory minimum hourly wage that applies, in view of the employee’s age, must be indicated on the payslip, along with the period to which the payslip relates.

6. Untaxed volunteer’s allowance increasing to € 2,100 in 2024

You can grant volunteers who perform voluntary work within your organisation an allowance that will not be taxed by the Tax and Customs Administration. On 1 January 2024 the level of the maximum untaxed volunteer’s allowance increased to € 2,100 per year and € 210 per month. 

The volunteer’s allowance must not exceed the maximum amounts and the volunteer must not carry out the work in question as part of his/her profession. The Tax and Customs Administration assumes that the work is not carried out on a professional basis if the maximum hourly allowance in 2024 amounts to € 5.50. For volunteers under the age of 21 this maximum hourly allowance is € 3.25 in 2024.

7. Changes to 30% scheme

The 30% scheme is a tax facility under which, subject to strict conditions, up to 30% of the salary may be paid free of tax to employees recruited from abroad. This scheme has been restricted with effect from 2024. In 2024, for example, the 30% scheme can only be applied to a salary not exceeding € 233,000. This maximum does not apply in 2024 if you were already applying the 30% scheme for the employee concerned in the last pay period of 2022.

The 30% scheme is also being scaled back with effect from 2024. For the first 20 months you will be able to pay 30% of the salary free of tax as an expense allowance. This will then fall to a level of 20% for the next 20 months and to 10% for the 20 months after that. This does not apply in 2024 if you were already applying the 30% scheme for the employee concerned in the last pay period of 2023.

The application of the 30% scheme is subject to a number of conditions. One is that the employee has specific expertise that is scarce or not available at all on the Dutch labour market. An employee is considered to meet this specific expertise requirement if his/her pay is above a set salary standard. In 2023 the employee’s salary had to amount to at least € 41,954, but this is rising to € 46,107 from 2024. No salary standard applies to employees who work at a research institute in scientific research or education or employees who are doctors in training to become a specialist (AIOSs). In the case of incoming employees who are under the age of 30 and have obtained a master’s degree a salary standard of € 31,891 applied in 2023. This is rising to € 35,048 in 2024.

8. Compulsory reporting on employees’ business travel and commuting

From 1 July 2024 employers who employ 100 or more people will be required to report on the business travel and commuting journeys of their employees. The employers concerned must report, for example, the total number of kilometres that their employees have travelled for business and commuting purposes, but also the annual total of kilometres travelled, broken down by mode of transport and fuel type. The data for 2024 must be submitted by 30 June 2025 at the latest.

9. Increase in homeworking allowance and other standard amounts

In 2024, subject to certain conditions, you can pay your employees an untaxed allowance of € 2.35 per day (2023: € 2.15) for the additional costs associated with working from home. The standard amount set for the value of meals in company canteens (or similar areas) or at staff parties in the workplace is also rising in 2024. In 2023 this was € 3.55 per meal and in 2024 amounts to € 3.90 per meal.

10. Increase in salary assessable for contributions

In 2024 the maximum salary assessable for contributions is increasing to € 71,628 from € 66,956 in 2023. For employees with an assessable salary above € 66,956 an employer may therefore owe higher contributions, even though the contribution percentages for certain employee insurance schemes have fallen compared with 2023. The contribution payable under the Healthcare Insurance Act (Zvw) may also rise for employees and DGAs with an assessable salary above € 66,956. The maximum healthcare insurance contribution payable for employees in 2024 amounts to € 4,706 (an increase of € 233 compared with 2023). In the case of DGAs the maximum level of this contribution in 2024 is € 3,811 (an increase of € 175 compared with 2023).

Betrek bewindvoerder bij vso en ontbindingsprocedure

By nieuws

Bij het sluiten van een vaststellingsovereenkomst (vso) met een onder bewind gestelde werknemer is medewerking nodig van de bewindvoerder. Dit heeft de kantonrechter Almelo onlangs bepaald.

Wat was het geval?

Juridisch

De onder bewind gestelde werknemer kampte met verslavingsproblematiek. Hij was op 27 februari 2023 in dienst getreden bij de werkgever, maar is halverwege mei 2023 arbeidsongeschikt geworden vanwege genoemde verslavingsproblematiek. Partijen hebben een geschil over of de werkgever halverwege mei 2023 zijn arbeidsovereenkomst heeft opgezegd door hem niet meer op te roepen, dan wel dat zijn arbeidsovereenkomst is geëindigd door de op 19 juni 2023 gesloten vso. 

Niet of wel rechtsgeldig beëindigd?

De advocaat van de werknemer schrijft aan de werkgever dat de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is beëindigd omdat de bewindvoerder geen toestemming heeft gegeven voor het sluiten van de vso. De advocaat doet ook een beroep op het ontbreken van de vermelding van de wettelijke bedenktermijn van twee weken, waardoor de bedenktermijn drie weken bedraagt. De werkgever gaat hier niet overstag en stopt met loonbetaling. De zaak komt tot de rechter.

‘Goederen onder bewind’

De rechter geeft aan dat de uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende rechten zijn aan te merken als goederen die onder bewind staan. Artikel 1:438 lid 2 BW bepaalt dat tijdens het bewind de rechthebbende slechts met medewerking van de bewindvoerder of, indien deze niet meewerkt, met machtiging van de kantonrechter over de onder bewind staande goederen kan beschikken. Dat brengt met zich mee dat in dit geval de werknemer niet zonder medewerking van de bewindvoerder afstand kan doen van zijn rechten die uit de arbeidsovereenkomst voortvloeien. 

Aangezien de medewerking van de bewindvoerder ontbrak bij het sluiten van de vso, is deze ongeldig. Dit betekent dat het loon moet worden doorbetaald.

Bewindvoerder is formele procespartij

Dan is nog interessant de vraag wie in rechte betrokken moet worden bij een procedure met de onder bewind gestelde werknemer. Hier geldt in feite hetzelfde. Deze werknemer is op grond van artikel 1:441 BW niet bevoegd in de procedure op te treden. De bewindvoerder geldt namelijk als de formele procespartij. Wordt de bewindvoerder niet in de procedure betrokken, dan volgt een niet-ontvankelijkverklaring van het ontbindingsverzoek. 

Tip! Het is dus altijd handig om bij ontslag eerst het curatele- en bewindregister te checken!

Welke hulpmiddelen zijn fiscaal aftrekbaar en welke niet?

By nieuws

Sommige hulpmiddelen zijn fiscaal aftrekbaar als zorgkosten. De uitgaven hieraan moeten dan wel wegens ziekte of invaliditeit zijn gedaan. De Belastingdienst heeft eind 2023 duidelijk gemaakt wat voor de aftrek van hulpmiddelen de criteria zijn en heeft een en ander verduidelijkt met voorbeelden.

Hulpmiddelen

Medisch

Farmaceutische hulpmiddelen zijn aftrekbaar als ze zijn verstrekt op voorschrift van een arts. Daarnaast kunnen ook andere hulpmiddelen aftrekbaar zijn, mits ze voldoen aan een aantal voorwaarden.

Hoofdzakelijk gebruikt door zieken en invaliden

Die andere hulpmiddelen zijn alleen aftrekbaar als ze hoofdzakelijk door zieken en invaliden worden gebruikt. Hoofdzakelijk betekent hier minstens 70%. Is gebruik door een gezond persoon redelijkerwijs uitgesloten, dan is volgens de Belastingdienst aan dit criterium voldaan. Gebruiken gezonde mensen het hulpmiddel in de regel ook, dan is niet aan het criterium voldaan.

Twijfelpunt

Bij hulpmiddelen die zowel door zieke en invalide personen worden gebruikt als ook door gezonde personen, moet degene die de aftrek claimt aannemelijk maken dat het aantal gezonde personen minder dan 30% is. Uit de rechtspraak volgt dat in dat verband onder meer van belang is waarvoor het hulpmiddel ontworpen is, waar het te koop is en wat artsen erover verklaren.

Voorbeelden waar het duidelijk is

In een toelichting wordt aangegeven dat bijvoorbeeld een prothese niet gebruikt zal worden door een gezond persoon en daarom als hulpmiddel kan worden aangemerkt. Een hartslagmeter wordt daarentegen door zieke, maar ook door gezonde personen gebruikt. Het is niet aannemelijk dat het aantal gezonde personen minder dan 30% bedraagt en dus zal dit niet als hulpmiddel kwalificeren. 

Voorbeelden waar het minder snel duidelijk is

Tenslotte bestaat er een aantal hulpmiddelen waarbij dit niet bij voorbaat duidelijk is en dus aannemelijk gemaakt moet worden dat het aantal gezonde personen dat het betreffende hulpmiddel gebruikt minder dan 30% bedraagt. Gedacht kan worden aan een verhoogde driewieler. Die zal zowel gebruikt worden door mensen met een handicap, maar ook door gezonde personen die bang zijn om met een normale fiets te vallen. Hier is dus onder meer van belang waarvoor het hulpmiddel ontworpen is, waar het te koop is en wat artsen erover verklaren.

 

Te lang wachten met bewoning koophuis kost extra overdrachtsbelasting

By nieuws

Wie een pand koopt, is daarover in beginsel overdrachtsbelasting verschuldigd. Wel geldt er in sommige gevallen voor woningen een vrijstelling of een verlaagd tarief van 2%. Daarvoor is onder meer vereist dat de woning binnen twaalf maanden wordt betrokken.

Overdrachtsbelasting

Makelaar

De bij aankoop van een pand verschuldigde overdrachtsbelasting bedraagt voor niet-woningen, zoals een winkel of tweede woning, momenteel 10,4% (2024). Voor woningen bedraagt het tarief 2% (2024), onder de voorwaarde dat de woning na de verkrijging anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gebruikt gaat worden. Dit moet ook in een schriftelijke verklaring zijn vastgelegd.

Tip! Meerderjarige kopers jonger dan 35 jaar kunnen onder voorwaarden in aanmerking komen voor de startersvrijstelling van overdrachtslasting. Voor 2024 bedraagt hiervoor de maximale woningwaarde € 510.000.

Bewonen uitstellen

Vanwege de gespannen woningmarkt komt het regelmatig voor dat woningen al verkocht worden, zonder dat deze direct kunnen worden betrokken. Bijvoorbeeld omdat de nieuwe woning van de verkopende partij nog in aanbouw is. Dit is niet zonder risico, zo bleek uit een uitspraak van de rechtbank Den Haag.

In een zaak had een vrouw samen met haar vader ieder voor de helft een woning gekocht. De vrouw woonde nog bij haar ouders en wilde de woning, zodra deze leeg kwam, gaan bewonen. De verkopende partij was ingeloot in een nieuwbouwproject, wat betekende dat de woning pas twee jaar na de verkoop vrij zou komen.

Rechtbank: termijn twaalf maanden

Volgens de rechtbank is uit de wetshistorie af te leiden dat een woning in beginsel binnen twaalf maanden na aankoop bewoond moet worden. Nu dat in bovenstaande situatie niet het geval was, moest het hoge tarief van destijds 8% worden afgedragen, in plaats van 2%.