Category

nieuws

Auto onbelast parkeren tijdens vakantie?

By nieuws

Werkgevers die over voldoende parkeerruimte in de omgeving van het bedrijf beschikken, stellen hun werknemers soms in staat om bijvoorbeeld tijdens de vakantie hun auto daar te stallen. Is dergelijke parkeerruimte, dus niet op het bedrijfsterrein zelf, dan belast of niet?

Openbaar parkeren

Auto

De Belastingdienst gaat nader in op deze situatie aan de hand van een casus. Tussen het kantoor van een werkgever en de parkeerplaatsen bevindt zich een openbare ruimte. Ook derden kunnen van de parkeergelegenheid gebruik maken. Parkeren daar kost € 16 per dag.

De Belastingdienst stelt zich op het standpunt dat parkeren tijdens een vakantie in deze situatie belast is. De parkeerruimte bevindt zich namelijk niet op de werkplek en kan dus ook niet aangemerkt worden als een voorziening op de werkplek.

Geen nihilwaardering

Er is ook geen sprake van een nihilwaardering, omdat er sprake is van een substantieel voordeel en dit wordt maatschappelijke gezien ook als loon wordt ervaren. Het gelegenheid geven tot parkeren is bovendien in de omschreven situatie, tijdens een vakantie, niet in het belang van het arbeids- of bedrijfsproces. 

Ruimere uitleg Handboek

Het Handboek Loonheffingen hanteert echter een ruimere uitleg en stelt dat het parkeren onbelast is, als de werknemer de werkgever met succes aansprakelijk kan stellen. De Belastingdienst is van mening dat werkgevers hieraan het vertrouwen kunnen ontlenen dat parkeren onder genoemde omstandigheden onbelast is. Het Handboek zal op dit punt wel worden aangepast.

Overgangsregeling!

Vanwege deze onduidelijkheid hanteert de Belastingdienst daarom een overgangsperiode voor werkgevers die vóór het onderhavige standpunt van de Belastingdienst, dus vóór 9 oktober 2025, op basis van de tekst van het Handboek 2025 parkeergelegenheid in de omgeving van de werkplek ter beschikking hebben gesteld aan hun werknemers. Tot de datum van publicatie van het Handboek 2026 blijft in die gevallen het parkeren onbelast.

Tip! Zorg ervoor dat u in soortgelijke omstandigheden inspeelt op de aanstaande wijziging. Uw werknemer zal vanaf de wijziging belasting moeten betalen over het voordeel. U kunt dit voordeel uiteraard ook bruteren of onderbrengen in de werkkostenregeling als dit voldoet aan het gebruikelijkheidscriterium.

Geen dubbele vrijstelling bij kruislings schenken

By nieuws

Twee kinderen die elk van hun moeder € 100.000 en van een ander ook € 100.000 kregen, konden daarvan niet zo profiteren als gehoopt. De Hoge Raad stond maar één keer de toenmalige vrijstelling schenkbelasting eigen woning toe.

Meerdere schenkingen

Geld

Twee kinderen krijgen in 2017 een schenking van hun moeder van € 100.000 voor de eigen woning. Destijds gold daar nog een vrijstelling voor de schenkbelasting voor, de zogenaamde jubelton. Vlak na de schenking van hun moeder krijgen ze ook allebei nog een schenking van een ander van € 100.000. Dit is een zakenrelatie van hun vader. De moeder schenkt vervolgens ook aan de vier kinderen van de zakenrelatie elk € 50.000.

Meerdere keren de vrijstelling?

De kinderen willen zowel op de schenking van hun moeder als op de schenking van de ander de vrijstelling voor de schenkbelasting voor de eigen woning toepassen. De Belastingdienst staat dat niet toe. Ook de rechtbank en het gerechtshof staan dit niet toe.

Uiteindelijk komt de zaak bij de Hoge Raad, die ook de vrijstelling op de schenking van de ander niet toestaat. De Hoge Raad oordeelt dat de kruislingse schenkingen zo op elkaar afgestemd zijn dat sprake is van wetsontduiking (fraus legis). Van belang voor dit oordeel is onder meer dat de kruislings geschonken bedragen min of meer gelijk waren en kort na elkaar werden gedaan.

Voor de praktijk

Nu de hoge vrijstelling schenkbelasting voor de eigen woning is afgeschaft, is het belang van kruislings schenken beperkter dan voorheen. Overweegt u toch afspraken met anderen te maken over het wederzijds schenken aan elkaars kinderen, wees dan gewaarschuwd door het oordeel van de Hoge Raad in de hiervoor beschreven zaak.

Nieuwe site voor jonge agrariërs over bedrijfsovername

By nieuws

Er is een nieuwe site beschikbaar, bedrijfsovernamewijzer.nl voor jonge agrariërs, specifiek over bedrijfsovername. De site maakt kennis uit onderzoek en uit de praktijk toegankelijk, zodat bedrijfsovernames door jonge agrariërs in de land- en tuinbouw makkelijker kunnen verlopen.

Voor, tijdens en na overname

Agrarisch

Bedrijfsovernamewijzer.nl is een initiatief van de overheid, agrarische organisaties en onderwijsinstellingen. De site, momenteel nog steeds in ontwikkeling, reikt belangrijke aandachtspunten aan voor voor, tijdens en na een overname. Verder is er een onderscheid per doelgroep, zoals overnemer, overdrager, adviseur of docent. 

Netwerk

Bedrijfsovernamewijzer.nl moet een platform worden waar jonge overnemers en overdragers van een agrarisch bedrijf elkaar kunnen ontmoeten. Geïnteresseerden kunnen via de site zelf artikelen aandragen op het gebied van bedrijfsoverdracht. 

De dga en ouderschapsverlof

By nieuws

Werknemers hebben onder voorwaarden recht op ouderschapsverlof, waarvan een deel betaald wordt door het UWV. Betaald ouderschapsverlof geldt ook voor de dga. Een dga is immers in dienst van een bv. Er gelden voor de dga die niet verzekerd is voor de werknemersverzekeringen wel bijzondere regels.

Ouderschapsverlof

Zuigflesjes

Met ouderschapsverlof kunnen ouders na de geboorte van een kind wennen aan de nieuwe gezinssituatie. Het verlof moet binnen een jaar na de geboorte worden opgenomen. Bij pleeg- en adoptiekinderen moet het verlof worden opgenomen binnen een jaar nadat het kind in het gezin is opgenomen en voordat het kind acht jaar oud is.

Zelf aanvragen

De werkgever moet het betaalde ouderschapsverlof aanvragen bij het UWV voor de betreffende werkgever Een niet voor de werknemersverzekeringen verzekerde dga moet echter zelf het betaalde ouderschapsverlof aanvragen via Mijn UWV. Het UWV beslist binnen vier weken op een ingediend verzoek. De uitkering van het UWV verloopt in dat geval rechtstreeks aan de dga en dus niet via de bv.

Ander bedrag

Werknemers hebben recht op negen weken betaald ouderschapsverlof. De uitkering voor hen bedraagt 70% van het dagloon, voor de niet voor de werkverzekeringen verzekerde dga’s geldt echter 70% van het minimumloon.

Geen invloed op hoogte gebruikelijk loon

Het bedrag aan betaald ouderschapsverlof dat de dga ontvangt, is niet van invloed op de hoogte van het gebruikelijk loon. Wel mag rekening worden gehouden met het feit dat de dga door het ouderschapsverlof minder uren werkt. Het gebruikelijk loon moet worden gebaseerd op de werkzaamheden over het gehele jaar. Wordt een deel van het jaar niet gewerkt, dan mag het gebruikelijk loon dienovereenkomstig lager worden vastgesteld. 

Let op! Dit moet wel aannemelijk gemaakt kunnen worden!

Kortlopende verhuur accommodatie via platform btw-plichtig

By nieuws

Er is een internetconsultatie gestart over een wetsvoorstel voor een nieuwe btw-plicht voor digitale platforms waarop kortlopende verhuur van accommodaties plaatsvindt. Deze nieuwe btw-plicht gaat ook gelden voor digitale platforms die passagiersvervoer faciliteren. Deze btw-plicht moet 1 juli 2028 ingaan.

Tegengaan concurrentievervalsing

Sleutel

De nieuwe btw-plicht voor deze digitale platforms maakt onderdeel uit van een Europees pakket om het btw-stelsel te moderniseren. Het doel van de nieuwe btw-plicht is het tegengaan van concurrentievervalsing. Bovengenoemde diensten worden nu nog vaak aangeboden door particulieren en door ondernemers die geen btw in rekening hoeven te brengen, onder meer omdat ze de kleine ondernemersregeling toepassen. Op deze manier wordt geconcurreerd met grotere bedrijven die wél btw moeten berekenen.

Btw-plicht

Het wetsvoorstel schrijft voor dat digitale platforms waarop genoemde diensten worden aangeboden vanaf 1 juli 2028 btw-plichtig worden. Als de dienstverlener zelf al btw in rekening brengt, verandert er (uiteraard) niets. 

Maximaal 30 dagen

Verder schept het wetsvoorstel meer duidelijkheid over het begrip kortetermijnverhuur in de btw, namelijk maximaal 30 nachten.

Beperkte plicht passagiersvervoer

De btw-plicht voor platforms waarop passagiersvervoer wordt aangeboden, wordt beperkt omdat hier nauwelijks concurrentievervalsing optreedt. De oorzaak is dat deze diensten veelal door grotere ondernemingen worden aangeboden die al btw-plichtig zijn. Deze platforms worden in beginsel alleen geconfronteerd met een administratieplicht, waarmee ze aan moeten tonen dat door de dienstverlener al btw in rekening is gebracht. Alleen als dat niet het geval is, moet het platform de btw afdragen.

Internetconsultatie

Geïnteresseerden hebben de mogelijkheid hun visie op het wetsvoorstel te geven via een internetconsultatie. U kunt tot en met 3 november 2025 reageren.

Aanvragen subsidie praktijkleren derde leerweg tot 28 november 2025

By nieuws

Van maandag 3 november 2025 9.00 uur tot vrijdag 28 november 2025 17.00 uur kunt u weer de subsidie praktijkleren in de derde leerweg aanvragen.

Voor wie?

Geld

Erkende leerbedrijven die een praktijkplaats verzorgen voor een mbo-student in de derde leerweg (overig onderwijs (ovo) of overige opleidingen in deeltijd (odt)) kunnen voor de subsidie in aanmerking te komen.

Voorwaarden

Voor de subsidie gelden een aantal voorwaarden:

  • De student moet een werkzoekende zijn of betaalde arbeid verrichten.
  • De student moet tijdens de aanvraagperiode staan ingeschreven in het Register Onderwijsdeelnemers (ROD) van DUO.
  • De opleiding die de student volgt, moet gericht zijn op het behalen van een volledig diploma, een certificaat of een praktijkverklaring.
  • De student moet de opleiding op of na 1 augustus 2023 gestart zijn.
  • De opleiding moet zijn opgenomen in het Centraal register beroepsopleidingen (Crebo).

Let op! De subsidie is niet voor mbo-studenten in de beroepsopleidende leerweg (bol) en beroepsbegeleidende leerweg (bbl). Voor deze studenten kan de werkgever mogelijk wel in aanmerking komen voor de Subsidieregeling praktijkleren voor het mbo.

Tip! Kijk voor alle voorwaarden hier.

Hoogte subsidie

Per praktijkplaats kan maximaal € 2.700 subsidie gekregen worden. Het uiteindelijke subsidie kan lager zijn. Als er namelijk meer toegekende aanvragen zijn dan het beschikbar budget, wordt dat budget verdeeld over de aanvragen. In 2025 bedraagt het budget € 2.800.000.

Let op! De subsidie wordt maximaal verstrekt over een periode van 52 aaneengesloten weken, waarvan er maximaal 40 voor subsidie in aanmerking komen.

Aanvragen

Aanvragen van de subsidie kan via RVO.nl. Het erkende leerbedrijf moet de subsidie wel aanvragen binnen een jaar na afloop van de praktijkleerplaats.

Schending mededelingsplicht door verzwijgen angst- en paniekstoornis

By nieuws

Eerlijkheid duurt het langst. Zo blijkt maar weer uit een uitspraak die ging over een werknemer die tijdens haar sollicitatie niet eerlijk was geweest over de medische problemen waar ze mee kampte.

Wat was hier aan de hand? 

Juridisch

De werknemer was bij een sportschool in dienst getreden voor 12 uur per week. Vervolgens vroeg ze na een paar maanden om urenuitbreiding. De werkgever honoreerde dit verzoek. Via een addendum op de arbeidsovereenkomst waren de uren uitgebreid naar 31 uur per week. Nadat het addendum was getekend, maar al voordat de urenuitbreiding inging, meldde de werknemer zich ziek vanwege angst- en paniekaanvallen.

Vernietiging van het addendum

De werkgever vernietigde vervolgens het addendum waarin de urenuitbreiding was afgesproken wegens dwaling, omdat op basis van informatie die ze achteraf had gekregen de werknemer niet aan haar mededelingsplicht had voldaan. De werknemer wist immers dat  ze medisch niet in staat was de extra uren te werken, aldus de werkgever. De werknemer had daarom volgens de werkgever geen recht op doorbetaling van loon bij ziekte voor 31 uur, maar voor de 12 uur uit het eerdere contract. De werknemer stapte vervolgens naar de rechter.

Wanneer is er sprake van dwaling? 

Bij dwaling gaat het om de situatie dat een partij bij een juiste voorstelling van zaken de overeenkomst niet – of niet op deze voorwaarden – met de andere partij zou zijn aangegaan. De bescherming die het arbeidsrecht biedt voor de werknemer moet daarbij wel worden nageleefd, maar het ontslagrecht beschermt geen werknemer die bedrog of dwaling heeft gepleegd bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst. 

Een arbeidsovereenkomst is rechtsgeldig buitengerechtelijk vernietigd op grond van dwaling als op het moment van het ondertekenen van de arbeidsovereenkomst een werknemer over zodanige informatie met betrekking tot zijn gezondheid beschikte, dat hij daarvan mededeling aan de werkgever had moeten doen. Van zulke informatie is sprake als een werknemer bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst daadwerkelijk wist dat zijn gezondheidstoestand zodanig was dat dit hem ingrijpend en langdurig zou belemmeren in de uitoefening van de overeengekomen werkzaamheden.

Was hier sprake van dwaling?

De werknemer heeft aangegeven al jaren aan psychische klachten te lijden en daar ook medicatie voor te slikken. Het is daarom niet ondenkbaar dat de klachten mogelijk nog terug kunnen keren. Ze had moeten begrijpen dat haar psychische kwetsbaarheid relevant was voor de vraag of zij structureel meer taken en uren kon vervullen. Door dit niet te melden bij het tekenen van het addendum heeft de werknemer de mededelingsplicht geschonden.

Het resultaat

Voorlopig moet worden geoordeeld in de kort-geding-procedure dat de buitengerechtelijke vernietiging wegens dwaling niet in strijd is met het gesloten ontslagstelsel. Dat betekent dat de werknemer geen aanspraak maakt op loon bij ziekte over 31 uur per week, maar slechts over 12 uur per week.

Pas op bij liquidatie bv met een stamrecht

By nieuws

Wie in het verleden een ontslagvergoeding belastingvrij onderbracht in een bv, moet zich realiseren dat liquidatie van die bv kan leiden tot afkoop van dit stamrecht en dus belastingheffing. Dit ondervond ook een dga die zijn bv liquideerde.

Stamrechtvrijstelling

Strategie

Tot en met 2013 was het mogelijk om, onder voorwaarden, een ontslagvergoeding belastingvrij onder te brengen in een bv. Kort samengevat: de ontslagvergoeding werd in de bv ondergebracht in een zogenaamd stamrecht, een recht op periodieke uitkeringen voor de ontslagen werknemer. Die uitkeringen mochten niet later ingaan dan in het jaar waarin de ontslagen werknemer de pensioengerechtigde leeftijd bereikt.

Als voldaan werd aan alle voorwaarden kon de ontslagvergoeding met toepassing van de stamrechtvrijstelling belastingvrij ondergebracht worden in de bv.

Let op!Uiteindelijk blijft de ontslagvergoeding over het algemeen niet helemaal belastingvrij. De uitkeringen die later uit het stamrecht door de bv gedaan worden, zijn namelijk wel belast.

Afschaffing en overgangsrecht

Met ingang van 1 januari 2014 werd de stamrechtvrijstelling afgeschaft. Voor al bestaande stamrechten bleef deze echter wel van toepassing. Over de uitkeringen uit het stamrecht is dan ook gewoon nog belasting verschuldigd, ondanks de afschaffing van de vrijstelling. De afschaffing van de stamrechtvrijstelling betekent verder ook niet dat de bv waarin het stamrecht is ondergebracht zonder fiscale consequenties kan worden geliquideerd.

Afkoop stamrecht door liquidatie bv

Dit ondervond ook iemand die in 2009 een ontslagvergoeding met toepassing van de stamrechtvrijstelling onderbracht in een bv. Hij liquideerde deze bv in 2020.
De Belastingdienst stelde dat de dga zijn stamrecht had afgekocht nu er na de liquidatie van de bv geen vermogen meer aanwezig was om de uitkeringen uit het stamrecht te betalen. De Belastingdienst legde vervolgens een navorderingsaanslag op voor de afkoop van dit stamrecht.

Voor de hoogte van de afkoopsom sloot de Belastingdienst aan bij het in de bv aanwezige vermogen op het moment van liquidatie van de bv (in casu € 164.073). De dga was het hier niet mee eens en legde dit voor aan een rechtbank. Die stelde de Belastingdienst in het gelijk.

Let op!Ook in 2025 zullen er nog legio bv’s zijn met een stamrecht, ontstaan uit een ontslagvergoeding. Heeft u zo’n bv, houd dan rekening met de fiscale claim die nog rust op het in de bv aanwezige stamrecht. Heeft u daar vragen over, neem dan contact op met onze adviseurs.

Ook adviseur Hoge Raad vindt belastingrente vennootschapsbelasting te hoog

By nieuws

Rechtbank Noord-Nederland heeft vorig jaar in een uitspraak aangegeven dat de destijds geldende 8% belastingrente voor de vennootschapsbelasting in de betreffende zaak te hoog was. Deze zaak ligt nu bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal (A-G) die over deze kwestie advies heeft uitgebracht aan de Hoge Raad, heeft ook aangegeven dat het rentepercentage van 8% destijds naar zijn mening te hoog was.

Belastingrente vennootschapsbelasting

Euro

Als uw bedrijf belastingplichtig is voor de vennootschapsbelasting, kan in een aantal situaties belastingrente in rekening worden gebracht. Dit is bijvoorbeeld het geval als de (voorlopige) aanslag van uw bedrijf niet voor 1 juli van het volgende jaar kan worden opgelegd en u niet voor 1 mei om een voorlopige aanslag vroeg of voor 1 juni uw aangifte indiende en in situaties dat er van de aangifte wordt afgeweken. 

Evenredigheidsbeginsel

Rechtbank Noord-Nederland heeft op 7 november 2024 uitgesproken dat met een belastingrente van destijds 8% het evenredigheidsbeginsel is geschonden. Dit beginsel komt er in het kort op neer dat de nadelige gevolgen van een maatregel niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot het doel van de maatregel. Volgens de rechtbank is het nadeel van een hoog rentepercentage voor ondernemers onevenredig hoog ten opzichte van de te bereiken doelen van de Belastingdienst, die volgens de rechtbank onduidelijk zijn.

Mening derden

De Hoge Raad heeft in deze zaak ook voor het eerst de mening van derden over deze kwestie gevraagd. Geïnteresseerden konden commentaar geven op het geschil via de site van de Hoge Raad. Hierop zijn 149 reacties ontvangen.

Mening A-G

In zijn advies aan de Hoge Raad heeft de A-G aangegeven dat ook naar zijn mening het rentepercentage van 8% te hoog is. Hij is van mening dat het percentage onverbindend is omdat het percentage alleen het rentenadeel voor de Belastingdienst mag compenseren. Het destijds geldende percentage van 8% was in dat opzicht te hoog. Daarnaast voegt hij toe dat met de regeling inzake het hoge rentepercentage het motiverings- en evenredigheidsbeginsel zijn geschonden. 

Hoogte belastingrente

De A-G heeft ook nagedacht over de vraag op welk percentage de belastingrente dan wel moet worden vastgesteld. De A-G geeft na andere overwegingen aan dat het hem een redelijke uitkomst lijkt om de belastingrente zowel voor de vennootschapsbelasting als voor andere belastingen vast te stellen op het percentage van de wettelijke niet-handelsrente. Die rente bedroeg in 2022 2%, van 1 januari tot 1 juli 2023 4%, daarna tot 1 januari 2024 6%, in heel 2024 7% en vanaf 1 januari 2025 weer 6%.

Massaal bezwaar

De bezwaren over de belastingrente zijn aangewezen als massaalbezwaarprocedure. Dit betekent dat degenen die in soortgelijke geschillen bezwaar maken of hebben gemaakt pas een uitspraak op dit bezwaar krijgen als de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan. Wil u aansluiten bij deze massaalbezwaarprocedure dan is het zaak om op tijd in bezwaar te gaan. De A-G heeft de Hoge Raad nu geadviseerd. Het is nog afwachten of de Hoge Raad dit advies wel of niet (deels) opvolgt.

10 important year-end tips

By nieuws

What can or must you arrange as an entrepreneur, director/major shareholder, employer, or private individual at the end of 2025? What changes will take effect in 2026 that you can anticipate now? We offer ten important tips.

1. Anticipate 12% extra tax on company fossil fuel passenger cars

Handen schudden

Employers will pay extra tax if, from January 1, 2027, they make a company fossil fuel passenger car (CO2 emissions greater than zero) available to their employees for private use for the first time. The catch with this regulation is that commuting is also considered private use! In principle, the tax amounts to 12% of the catalog value. For passenger cars made available before 2027, the levy will not take effect until September 17, 2030. Therefore, you should also take this regulation into account if you are considering making fossil fuel passenger cars available for the first time before 2027. If you are purchasing or leasing a car with a longer term, you may want to opt for an emission-free passenger car. 

Please note! The additional tax liability for company cars will also remain in place! However, the lower additional tax liability for company cars that do not emit CO2 will be abolished in 2026. If you purchase an electric car in 2025, you will still benefit from the low additional tax liability for a maximum of five years.

2. Plan the composition of your box 3 assets

If you have private assets, it is important to take into account the tax you have to pay on the different types of assets in box 3. The amount of box 3 tax depends not only on the amount of your assets, but also on their composition.

Furthermore, movable property for personal use (such as household effects, jewelry, or a boat) is not included in box 3. You can therefore save on tax by planning wisely around the reference date of January 1, 2026. Buy movable property for personal use before January 1, 2026, rather than just after that date. And if you have sold immovable property in box 3, check whether it can be transferred to the notary before January 1, 2026. In that case, the statutory return on this property on January 1, 2026 will not be 7.78%, but the much lower statutory return that applies to bank balances.

Please note! Advice regarding box 3 is always tailored to individual circumstances and involves more than described above! Therefore, consult your advisor for your own situation.

3. Check whether you can apply the box 3 rebuttal rule

If your total actual return in box 3 is lower than the total calculated statutory return, you may be able to invoke the box 3 rebuttal rule. The Supreme Court ruled on this in mid-2024. In principle, it is possible to invoke the box 3 rebuttal rule for the years 2017 to 2027. However, for the years 2017-2020, this is only possible if your final income tax assessment was not yet irrevocably determined on December 24, 2021, and you lodged an objection or requested an ex officio reduction in good time. To invoke the rebuttal rule, you must use the Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR) form. The Tax and Customs Administration will be sending out letters in phases starting in July. Once you receive this letter, please contact our advisors as soon as possible. In certain cases, the response period is only twelve weeks!

Please note! The calculation of the actual return is likely to differ from what you have in mind for an actual return. For example, unrealized changes in value are also taken into account. To assess whether you can invoke the box 3 rebuttal rule, please contact our advisors.

Tip! If your actual return is higher, you do not need to do anything. You simply pay box 3 tax based on the statutory return.

4. Pay out dividends or not yet?

In 2025, the rate in box 2 will be 24.5% up to an income of €67,804 (or €135,608 for joint tax partners). The rate for amounts above this will be 31% in 2025. It is therefore more attractive to pay dividends up to €67,804 (€135,608 for fiscal partners) than a higher amount. Check what amounts of dividends you want to pay out in the coming years and take these rate differences into account.

5. Anticipate VAT revision services from 2026

A VAT adjustment scheme already applies to investments in movable and immovable property. From 2026, a VAT adjustment scheme will also apply to services of at least € 30,000 (excluding VAT) relating to immovable property. From 2026, these investment services will be monitored in the year of commissioning, plus the four subsequent years. If the use for VAT-taxed and/or VAT-exempt services changes during that period, the VAT deduction on the investment service will be revised.

The VAT revision scheme only applies to services that serve the immovable property for several years, such as the renovation and maintenance of immovable property, but also demolition work related to a renovation. Materials, installations, machines, and tools that are incorporated into a service and lose their independence after installation or assembly are also considered part of the investment service.

The VAT revision scheme will apply to investment services that are put into use from January 1, 2026. If you put these investment services into use before this date, they will not be affected by the scheme. 

Tip! The € 30,000 limit applies per service.

6. Enforcement of bogus self-employment

After years without enforcement (except in cases of malicious intent), the Tax and Customs Administration will resume enforcement of bogus self-employment from January 1, 2025. Please note that from 2026, fines may also be imposed again, even if there is no intent or bad faith. Pseudo-self-employment occurs when a self-employed person (freelancer) is actually employed by a client according to the legal rules. Do you work with self-employed people? Then check carefully whether they should actually be employed by you. What agreements have you made, how have you recorded them, and do the agreements actually correspond to practice?

Please note! Contractual agreements do not always correspond to how things work in practice. The actual performance of the work is decisive.

7. Only buy a second home in 2026

Are you planning to purchase a home that you will not use as your primary residence, for example, a home to rent to your child? If possible, wait until after 2025. From 2026, the transfer tax for homes that you will not use as your main residence will be reduced from 10.4% to 8%. This can make a significant difference to your wallet. For example, the benefit for a home worth € 500,000 is already € 12,000.

8. Utilize your discretionary scope

Under the work-related expenses scheme, as an employer you do not pay tax if your reimbursements and benefits in kind to your staff remain within the discretionary scope. In 2025, this will be 2% up to a total taxable wage bill of €400,000 and 1.18% above that amount. Check whether you still have any discretionary scope left and make use of it if you want to reward your staff with extra benefits. Any surplus discretionary scope cannot be carried over to 2026. If you are a director/major shareholder of a private limited company, you can also give yourself a tax-free bonus in this way, provided that this bonus meets the customary practice test.

Tip! Up to a total amount of € 2,400 per employee per year, the Tax and Customs Administration assumes in principle that the customary practice test has been passed.

9. Purchase an annuity this year

Amounts paid for the purchase of an annuity are deductible under certain conditions. For those with a pension shortfall in 2024, the annual tax allowance for the deduction of annuity premiums in 2025 is 30% of income (including profit and wages). The maximum annual allowance in 2025 is € 35,798. Perhaps you also have reserve allowance from previous years? If so, you can use a maximum of € 42,108 of this in 2025. Make sure you pay the annuity premiums in 2025! Only then can you still deduct them in your 2025 income tax return. If you pay in 2025, your bank balances on January 1, 2026 will be lower and you may also pay less tax in box 3 for 2026.

Please note! The amounts paid for annuities are only deductible if there is insufficient pension accrual. The 2025 tax allowance reflects this pension shortfall in 2024.

10. Do not let your reinvestment period expire

Do not let the period for reinvestment reserves (HIR) formed in the past expire. In principle, you must use any HIR you formed in 2022 before December 31, 2025. If you do not, the HIR will be released and you will owe tax on it. 

Tip! In special circumstances, a longer reinvestment period is sometimes possible. For more information, please contact our advisors.

Let op! Some of the above tips are not yet final and still need to be approved by the new House of Representatives and Senate. We would therefore be happy to discuss with you personally whether it is wise to take action or not.