Category

nieuws

Aan de slag: een selectie van de plannen uit het coalitieakkoord

By nieuws

Vrijdag 30 januari 2026 hebben D66, VVD en CDA het Coalitieakkoord 2026-2030 gepresenteerd. Het akkoord heeft als titel: ‘Aan de slag, Bouwen aan een beter Nederland’. Wij hebben een selectie van de plannen uit het coalitieakkoord op een rij gezet voor onder meer de ondernemer en de werkgever.

Let op! Het coalitieakkoord omvat de plannen van het minderheidskabinet. Deze plannen zijn nog niet in detail uitgewerkt. Daarnaast moet het minderheidskabinet nog onderhandelen met andere partijen in de Tweede en Eerste Kamer om hiervoor een meerderheid te krijgen. Houd er daarom rekening mee dat bepaalde zaken niet doorgaan of alleen in gewijzigde vorm.

Slanke en slagvaardige overheid

Binnenhof

De coalitie wil bouwen aan een slanke en slagvaardige overheid, onder meer door een periodieke Vereenvoudigingswet, waarbij gestart wordt met het schrappen en vereenvoudigen van minimaal 500 regels. Andere voornemens zijn onder meer een efficiencytaakstelling, met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen.

Ondernemers

De coalitie erkent dat ondernemers cruciaal zijn voor het bereiken van meer economische groei, voor brede welvaart en voor de uitdagingen van de toekomst. De coalitie wil daarom de ondernemer faciliteren en rust, reinheid en regelmaat creëren door onder meer de volgende plannen:

  • Jaarlijks schrappen of vereenvoudigen van 500 regels (verminderen regeldruk).
  • Versnellen van vergunningsverlening voor bedrijven.
  • Behouden en niet versoberen van de expatregeling, de bedrijfsopvolgingsregeling en de doorschuifregeling.
  • WBSO uitbreiden voor ontwikkeling van AI en technologie en vereenvoudigen van de WBSO.
  • Behouden van innovatiebox, verliesverrekening en deelnemingsvrijstelling.
  • Samenvoegen van de EIA, MIA en VAMIL, waar mogelijk tot één robuuste investeringsregeling.
  • Niet verhogen van de vennootschapsbelasting.
  • Rentmeestervennootschap in de wet opnemen als rechtsvorm voor bedrijven en verlagen van administratieve lasten en kosten voor bedrijven die duurzaam willen ondernemen.
  • Oprichten van een Nationale Investeringsinstelling (NII) om de Nederlandse kapitaalmarkt te versterken, onder meer met durfkapitaal voor start- en scale-ups.
  • Kredieten voor het mkb, zoals de BMKB, blijven faciliteren.
  • Zes nieuwe openstellingsrondes SDE++ tot en met 2032, met een jaarlijks openstellingsbudget van € 8 miljard voor de uitrol van duurzame energiebronnen.
  • Budget van € 20 miljard voor de landbouw, natuur en stikstofaanpak, onder meer voor een vrijwillige beëindigingsregeling van veehouderijlocaties, het bieden van incidentele compensatie in zones rondom kwetsbare natuurgebieden en watergebieden, subsidiëring van maatregelen die de stikstofuitstoot van agrarische bedrijven verlagen middels verduurzaming van de bedrijfsvoering en maatregelen met een significante verlaging van stikstof-/ammoniakemissies in de industrie en de mobiliteit.

Let op! Er is ook een aantal plannen die bij bepaalde ondernemers minder goed ontvangen zullen worden, onder meer de verhoging van het btw-tarief voor de levering van sierteeltproducten van 9% naar 21% vanaf 2028 en de invoering van een suikertaks op voorgepakte voedingsmiddelen met een suikergehalte van minimaal 6%.

Zzp’ers

De coalitie wil zzp’ers meer ruimte en duidelijkheid geven om te ondernemen. De plannen hiervoor zijn onder meer:

  • Het conceptwetsvoorstel Vbar wordt gesplitst. Het rechtsvermoeden van werknemerschap uit de Vbar wordt zo spoedig mogelijk ingevoerd. Het andere deel van de Vbar (het verduidelijkingsdeel) wordt vervangen door de Zelfstandigenwet.
  • De behandeling van de Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ) gaat door.

Werkgevers

De coalitie heeft ook plannen voor werkgevers, onder andere:

  • Het plan om via de werkkostenregeling werknemers te kunnen helpen met het sneller aflossen van hun studieschulden.
  • Om start- en scale-ups te kunnen laten groeien, wordt het makkelijker om medewerkers deels te betalen in aandelen(opties) en worden mogelijkheden uitgebreid om financiële medewerkersparticipaties fiscaal voordelig te verstrekken.
  • Het plan is om een wettelijke stagevergoeding in te voeren.
  • Voor Leven Lang Ontwikkelen (LLO) is in het coalitieakkoord structureel geld beschikbaar gemaakt. Op de korte termijn komt er een nieuwe regeling die gericht ingezet wordt in bijvoorbeeld tekortsectoren en kansrijke beroepen. Voor de langere termijn wordt gewerkt aan een stelsel van individuele leerrechten.
  • De transitievergoeding wordt hervormd, zodat deze echt wordt ingezet voor de transitie van werk naar werk. Werkgevers die voldoende hebben geïnvesteerd in bij- of omscholing en re-integratie uit de Wet poortwachter hoeven straks een lagere tot geen transitievergoeding te betalen. De compensatie van de transitievergoeding voor werkgevers bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid vervalt echter voor alle werkgevers met ingang van 2028.
  • Het maximum pensioengevend loon wordt vanaf 2027 tot en met 2032 bevroren op € 137.800 (= bedrag 2026).
  • Vanaf 2028 wordt de WW-duur maximaal 1 jaar. Vanaf 2030 wordt de uitkeringshoogte van de WW in de eerste twee maanden verhoogd naar 80%, wordt de referte-eis verscherpt naar 42 van de 52 weken gewerkt (de ‘42-van-52-eis’) en gaat de opbouw van WW-rechten naar een halve maand per gewerkt jaar.
  • Vanaf 2029 wordt het maximumdagloon met 20% verlaagd. Dit betekent dat de hoogste inkomens een lagere uitkering krijgen, maar ook dat het maximumpremieloon daalt. Om financiële gevolgen (minder premieontvangst door de overheid) te compenseren komt er een lastenverzwaring, waarover het kabinet nog in overleg gaat met de sociale partners.
  • Het kabinet werkt aan voorstellen om loondoorbetaling bij ziekte meer werkbaar te maken voor werkgevers, met name in het mkb.
  • De Wet loontransparantie wordt ingevoerd, na aanpassingen van onnodige administratieve lasten voor de werkgever.
  • Om de administratieve lasten te beperken, worden (bureaucratische) belemmeringen die nu in de Wet verbetering poortwachter zitten, weggenomen.
  • Het kabinet gaat ongewijzigd door met (bijna) gratis kinderopvang voor werkende ouders.
  • Het kabinet onderzoekt (onorthodoxe) maatregelen om meer uren werken te laten lonen. Onderzocht wordt o.a. het versoepelen van de Wet onderscheid arbeidsduur (voltijdsbonus), een arbeidskorting per uur en een meerurenvoordeel.
  • Het verlofstelsel wordt vereenvoudigd, met het SER-advies ‘Balans in maatschappelijk verlof’ als startpunt.
  • Asielzoekers met een goede kans op een verblijfsvergunning krijgen na drie maanden in de asielprocedure het recht om te werken. Kansarme asielzoekers krijgen dat recht niet.
  • Werkgevers gaan vanaf 2027, net als burgers, een bijdrage voor de veiligheid betalen. Werkgevers gaan deze vrijheidsbijdrage betalen via een verhoging van de Aof-premie (totale opbrengst € 1,5 miljard in 2027 en vanaf 2028 € 1,7 miljard per jaar). Voor burgers vindt inning plaats via een aanpassing van het tarief in de inkomstenbelasting (totale opbrengst € 1,5 miljard in 2027 en vanaf 2028 € 3,4 miljard per jaar).

Bouwen en wonen

Bouwen en wonen staat hoog op de agenda van de coalitie. Een aantal voorgenomen maatregelen:

  • Een rem op bezwaarprocedures door de drempels hiervoor te verhogen, het introduceren van één beroepsgang, vaste uitspraaktermijnen en een beperking van de mogelijkheden om een bouw stil te leggen.
  • Structurele vereenvoudiging van wetten en regels in een jaarlijkse Vereenvoudigingswet door onder meer simpelere regels voor optoppen en splitsen te maken (waar mogelijk vergunningsvrij), makkelijker maken van woningdelen en verhuren van een woning in (studenten)kamers, vergunningsvrij maken van familie- en mantelzorgwoningen op eigen terrein en het wegnemen van belemmeringen voor hospitaverhuur.
  • Anders vormgeven van wet- en regelgeving (onder meer Wet betaalbare huur) en het fiscale klimaat op de huurmarkt. Zo wordt het tarief in de overdrachtsbelasting voor de koop van woningen waar de particuliere koper niet zelf in gaat wonen (zoals een woning voor verhuur of vakantiewoning) per 2027 verlaagd van 8% naar 7%.
  • De fiscale behandeling van de eigen woning blijft ongewijzigd.
  • Een doorstroombank of hypotheekproduct voor ouderen (doorstroomhypotheek).
  • Objectsubsidies voor gedeelde woonvormen voor jongeren en studenten.
  • Toestaan van permanente bewoning van recreatiewoningen.
  • Eenvoudigere procedures voor de verkoop van woningen door woningbouwcorporaties en uitbreiding van de investeringscapaciteit voor deze corporaties via een faciliteit in de Vpb.
    Particulier

Ook voor de particulier bevat het coalitieakkoord plannen. Een greep hieruit:

  • Vanaf 2033 wordt de AOW een-op-een gekoppeld aan de levensverwachting.
  • De aftrek specifieke zorgkosten en de tegemoetkoming specifieke zorgkosten worden per 2028 volledig afgeschaft. Voor chronisch zieken komt, onder voorwaarden, via gemeenten een tegemoetkoming zorgkosten chronisch zieken beschikbaar.
  • De coalitie wil het nieuwe box 3-stelsel op werkelijk rendement doorontwikkelen naar een vermogenswinstsystematiek.
  • De coalitie wil het beleggen van spaargeld in de Nederlandse economie stimuleren door de introductie van een EU-beleggingsrekening en mogelijk een win-winlening. 
  • Voor de zorgtoeslag worden de vermogensgrenzen vanaf 2028 gelijkgesteld aan het heffingsvrij vermogen in box 3.
  • De verlaging van de brandstofaccijns op benzine loopt door tot en met 2027.
  • Er komt onderzoek naar hervorming van de mrb naar oppervlakte of omvang.
  • Het eigen risico in de Zorgverzekeringswet stijgt in 2027 naar verwachting naar € 460. Vanaf 2028 wordt het eigen risico maximaal 150 euro per behandeling in de medisch-specialistische zorg.
  • Er komt een beter onderscheid tussen professionele organisaties en maatschappelijke verenigingen, de aansprakelijkheid van vrijwilligers wordt beperkt, de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen wordt aangepast en giften worden fiscaal aantrekkelijk gehouden.
  • Vanaf 2030 krijgen nieuwe aanvragers geen IVA-uitkering meer.

Tip! Hiervoor heeft u een selectie van plannen uit het coalitieakkoord gelezen. Wilt u het hele coalitieakkoord lezen, dan treft u dat hier aan.

Ook in 2026 diverse subsidies voor emissieloos vervoer

By nieuws

Ondernemers kunnen ook dit jaar verschillende subsidies aanvragen ter stimulering van emissieloos vervoer. Dit heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bekendgemaakt.

Collectieven Verduurzaming Werkgebonden Personenmobiliteit

Auto

De subsidie Collectieven Verduurzaming Werkgebonden Personenmobiliteit (COVER) kan nu al aangevraagd worden tot uiterlijk 1 oktober 2026 12.00 uur. De subsidie is gericht op projecten ter vermindering van fossiele brandstoffen met betrekking tot vervoer in verband met het werk. Het kan daarbij gaan om woon-werkverkeer en om zakelijke reizen, maar niet om vrachtvervoer. Denk bijvoorbeeld aan het gezamenlijk inkopen van fietsen. De subsidie is alleen beschikbaar voor ondernemersorganisaties, zoals brancheorganisaties, ondernemersverenigingen of bedrijfsinvesteringszones in het mkb. Van een project wordt maximaal 75% via de COVER gefinancierd tot een maximum van € 100.000. 

Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij Bedrijven

Ondernemers die op eigen of gehuurd terrein infrastructuur aanleggen voor het laden van elektrische voertuigen, kunnen vanaf 20 januari 2026 9.00 uur tot 18 december 2026 12.00 uur de Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij Bedrijven (SPRILA) aanvragen. Het bedrag van de SPRILA hangt af van de investering en bedraagt voor mkb-bedrijven het dubbele van de subsidie voor niet-mkb-bedrijven. 

Subsidieregeling Publieke Laadinfrastructuur zwaar vervoer

Vanaf 3 februari 2026 9.00 uur kan de Subsidieregeling Publieke Laadinfrastructuur zwaar vervoer (SPULA) aangevraagd worden. Dit kan tot uiterlijk 18 december 2026 12.00 uur. De subsidie kan verkregen worden voor het realiseren van publiek toegankelijke laadlocaties voor zwaar vervoer, zoals vrachtwagens. Er is subsidie beschikbaar voor laadstations en voor stationaire batterijen. De subsidie bedraagt maximaal 20% van de gemaakte kosten.

Subsidie emissieloze touringcars

Touringcarbedrijven en OV-concessiehouders kunnen vanaf 10 februari 2026 9.00 uur tot 30 november 2026 17.00 uur de Subsidie emissieloze touringcars (STour) aanvragen. De subsidie dekt een percentage van de meerkosten van een batterij-elektrische touringcar vergeleken met eenzelfde touringcar op diesel. Afhankelijk van de bedrijfsgrootte krijgt u 60% (kleinbedrijf), 50% (middelgroot bedrijf) of 30% (grootbedrijf) subsidie, tot een maximum van €180.000, respectievelijk € 150.000 of € 90.000.

Subsidieregeling Waterstof in Mobiliteit

Met de Subsidieregeling Waterstof in Mobiliteit (SWIM) kunt u subsidie krijgen voor ontwikkelingen op het gebied van waterstofmobiliteit, zoals waterstoftankstations, waterstofvoertuigen en logistieke toepassingen. De SWIM kan aangevraagd worden vanaf het voorjaar van 2026. De exacte data zijn niet nog bekend, maar er is nog wel veel informatie beschikbaar uit 2025.

Kosten paramedicus aftrekbaar als zorgkosten?

By nieuws

De kosten van een behandeling door een paramedicus kunnen, onder voorwaarden, aftrekbaar zijn als zorgkosten. Wie wordt aangemerkt als paramedicus?

Behandeling paramedicus

Medisch

De medische behandelingen door een paramedicus zijn aftrekbaar als zorgkosten in de aangifte inkomstenbelasting als deze behandelingen plaatsvinden op voorschrift én onder begeleiding van een arts.

‘Op voorschrift van’ betekent dat er een daadwerkelijke verwijzing door een arts heeft plaatsgevonden.

‘Onder begeleiding’ betekent dat de arts ook actief betrokken is bij de behandeling. Er moet regelmatig contact zijn tussen de arts en de paramedicus. Daarbij is het enkel terugkoppelen van bevindingen door de paramedicus aan de arts onvoldoende.

Wanneer is sprake van een paramedicus?

Aan de Belastingdienst is gevraagd wanneer er sprake is van een paramedicus. Hiervan is volgens de Belastingdienst sprake als de behandeling wordt uitgevoerd op voorschrift van én onder begeleiding van een arts. Het is niet nodig dat de paramedicus BIG-geregistreerd is. Zo kan de behandeling van een chiropractor tot aftrekbare zorgkosten leiden als deze behandeling plaatsvindt op voorschrift én onder begeleiding van een arts.

Zonder verwijzing van een arts

Bepaalde behandelingen door een BIG-geregistreerde paramedicus zijn overigens aftrekbaar zonder dat u daar een voorschrift van een arts voor nodig heeft. Dit geldt voor behandelingen door fysiotherapeuten, diëtisten, ergotherapeuten, logopedisten, oefentherapeuten, orthoptisten, podotherapeuten, mondhygiënisten en huidtherapeuten.

Let op! De Belastingdienst kan u wel om een verklaring van de paramedicus vragen waaruit blijkt dat het om een medische behandeling gaat. In die verklaring moet onder meer zijn opgenomen voor welke aandoening de behandeling plaats heeft gevonden en hoeveel behandelingen het betrof.

Overige voorwaarden

Voor de aftrek zorgkosten in de inkomstenbelasting gelden nog meer voorwaarden. Zo komen de zorgkosten bijvoorbeeld alleen in aftrek als deze meer bedragen dan een bepaalde drempel.

Tip! Neem voor meer informatie over de aftrek in uw specifieke situatie contact op met een van onze adviseurs.

Agrarische normbedragen erf- en schenkbelasting bekend

By nieuws

De Belastingdienst heeft de normbedragen voor 2026 voor de agrarische sector bekendgemaakt om de erf- en schenkbelasting te berekenen. Met behulp van de normbedragen kan de goingconcernwaarde worden berekend, ofwel de waarde bij voortzetting van het bedrijf. De normbedragen zijn in samenwerking met de agrarische sector tot stand gekomen.

Onderverdeling

Koeien

De normbedragen kennen een onderverdeling in veehouderij en akkerbouw. Voor de veehouderij geldt een vast bedrag per eenheid. Zo geldt voor melkgeiten bijvoorbeeld een bedrag van € 184 per stuk en voor pluimveegrondhuisvesting een bedrag van € 16,70 per netto leefoppervlak m2. Voor akkerbouw geldt een vast bedrag voor alle gewassen per hectare grond.

Hulpmiddel

Om met de normbedragen de waarde te berekenen, stelt de Belastingdienst ook een hulpmiddel beschikbaar. Door aan te geven welke agrarische zaken via erfenis of schenking zijn verkregen, kan de waarde worden bepaald. Ook kunnen onder meer langlopende schulden in het hulpmiddel worden opgenomen. De verkregen waarde dient te worden gebruikt voor de aangifte erf- of schenkbelasting.

Uitzonderingen 

Het hulpmiddel geeft ook aan wanneer dit middel niet gebruikt kan worden voor de waardeberekening. Het gaat dan om beleggingen en bedrijfsmiddelen die niet bestemd zijn voor activiteiten in de veehouderij en/of akkerbouw. Denk aan grond die eerder in een akkerbouwbedrijf gebruikt werd, maar nu verpacht wordt, of als er maar één gewas geteeld wordt.

Let op! Het hulpmiddel met de normbedragen voor 2026 komt later dit jaar beschikbaar.

Is werkadres verblijfplaats voor bepaling zorgkosten?

By nieuws

De kosten van ziekenbezoek zijn onder voorwaarden aftrekbaar als zorgkosten. Er gelden dan wel eisen aan de af te leggen afstand tussen de woon- of verblijfplaats en de plaats van verpleging. De vraag is of in bepaalde gevallen ook een werkadres als verblijfplaats kan worden aangemerkt?

Aftrek zorgkosten

Tankstation

De meeste zorgkosten zijn aftrekbaar van het inkomen. Dat kan in 2026 tegen maximaal 37,56%. Daarnaast is bepaald dat u voor een deel van uw zorgkosten geen aftrek krijgt, de zogenaamde drempel. Alleen het bedrag boven de drempel is aftrekbaar. De drempel neemt toe naarmate uw inkomen hoger is.

Kosten regelmatig ziekenbezoek

Kosten van regelmatig ziekenbezoek kunnen aftrekbaar zijn als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Zo moet er sprake zijn van regelmatig bezoeken, moet de bezochte persoon wegens ziekte of invaliditeit langer dan een maand worden verpleegd en moeten de bezoeker en verpleegde bij aanvang van de verpleging een gezamenlijke huishouding voeren. Ook moet de afstand tussen de woning of verblijfplaats van de bezoeker en de plaats van verpleging meer dan tien kilometer bedragen.

Werkadres als verblijfplaats?

De Belastingdienst is aan de hand van een bepaalde situatie ingegaan op de vraag of onder omstandigheden ook een werkadres als verblijfplaats kan worden aangemerkt. Uitgegaan wordt van een belastingplichtige die bij zijn ouders woont waarvan er één langdurig chronisch ziek is en thuis wordt verpleegd. Belastingplichtige rijdt regelmatig tussen de middag van zijn werk naar huis en terug om te assisteren bij de verpleging. Kunnen deze reiskosten dan worden opgevoerd als zorgkosten, ofwel kan het werkadres als verblijfplaats worden aangemerkt?

Uitsluiting aftrek voorkomen

De Belastingdienst stelt zich op basis van de wetsgeschiedenis op het standpunt dat een werkadres niet als verblijfplaats kan worden aangemerkt. Uit het standpunt kan worden afgeleid dat dit zowel geldt voor ondernemers als voor werknemers, zoals de ondernemer die vanuit de zaak op ziekenbezoek gaat bij zijn partner. Verduidelijkt wordt dat behalve een woning soms ook van een verblijfplaats kan worden uitgegaan. Dit om te voorkomen dat een bezoeker die tijdelijk elders verblijft, maar bij aanvang van de verpleging wel een gezamenlijke huishouding met de verpleegde voerde, de reiskosten niet zou kunnen opvoeren als zorgkosten.

Bredere werking

Door de gegeven toelichting is duidelijk dat een werkadres of de plaats van een onderneming voor de zorgaftrek niet als verblijfplaats kan worden aangemerkt. Dit zal alleen anders zijn voor thuiswerkende ondernemers en werknemers, omdat de woning en het werkadres dan samenvallen.

Wat is werkkleding, de Belastingdienst vult aan

By nieuws

Als u uw personeel van kleding of werkkleding wilt voorzien, kan dit belastingvrij. Hier zijn wel strikte voorwaarden aan verbonden. De Belastingdienst heeft hierover onlangs wat regels geüpdatet en aangevuld in een speciale handreiking voor adviseurs. Deze zijn ook voor u als werkgever handig om te weten.

Vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen

Detailhandel

Als u als werkgever kleding of werkkleding vergoedt of verstrekt aan uw werknemer, is dit meestal belast als loon. De kleding of werkkleding wordt dan eigendom van de werknemer. Belastingheffing kan dan worden voorkomen door de kleding of werkkleding onder te brengen in de werkkostenregeling, mits voldaan wordt aan de hiervoor geldende voorwaarden. 

Wordt kleding of werkkleding ter beschikking gesteld, dan blijft deze eigendom van u als werkgever. 

Wat is werkkleding?

Kleding die bijna alleen geschikt is om tijdens het werk te dragen, zoals de jasschort van een slager, is werkkleding. Ook kleding die nodig is voor het behoorlijk kunnen vervullen van het werk mét het bedrijfslogo met een oppervlakte van minstens 70 cm2  is werkkleding. Verder is kleding die aantoonbaar achterblijft op het werk aan te merken als werkkleding. Ook kleding die men moet vergoeden, verstrekken of ter beschikking moet stellen volgens de Arbowet is werkkleding, mits de werknemer hier geen vergoeding voor betaalt.

Redelijkheid

In de handreiking is toegevoegd dat voor het ter beschikking stellen van werkkleding sprake moet zijn van redelijkheid. De Belastingdienst beoordeelt per geval of hiervan sprake is. Uiteraard kan een werkgever dit oordeel voorleggen aan de rechter, als hij het met dit standpunt oneens is.

Voorwaarden werkkleding aangevuld

De Belastingdienst heeft verder de voorwaarden met betrekking tot werkkleding aangevuld. Zo is toegevoegd dat kleding als werkkleding kan worden aangemerkt, als deze aantoonbaar achterblijft op de werkplek. Dit komt onder meer voor bij kledingwinkels, waar men door het dragen van de te verkrijgen kleding de verkoop ervan hoopt te bevorderen. 

Let op! Werkgevers moeten op grond van de Arbowet dan wel zorgen voor gescheiden kleedruimtes voor mannelijk en vrouwelijk personeel.

Uniform of overall

Verder is aangevuld dat een uniform of overall als werkkleding kan worden aangemerkt en dat kleding die volgens de Arbowet wordt voorgeschreven en wordt vergoed, verstrekt of ter beschikking wordt gesteld, ook als werkkleding kwalificeert.

Let op!Als een groep werknemers dezelfde kleding draagt die ook buiten de werkplek een associatie oproept met een bedrijf of beroep, is er ook sprake van een uniform. Zo heeft de rechter in het verleden beslist dat dit gold voor de kleding van werknemers van een hamburgerketen. 

Voorbeeld verduidelijkt

Tenslotte is een voorbeeld verduidelijkt van kleding die verplicht achterblijft op de werkplek. Als u hier vragen over heeft, neem dan contact op met een van onze adviseurs.

Plannen verdere verbetering kinderopvangtoeslag per 2027

By nieuws

Het kabinet wil de kinderopvangtoeslag vanaf 2027 verder verbeteren. Onder andere de vergoedingspercentages worden voor bepaalde huishoudens verhoogd. Daarnaast worden de maximumuurprijzen en de toetsingsinkomens geïndexeerd. Ook wordt de toeslag beschikbaar gesteld voor promovendi.

Verhoging vergoedingspercentages

Zuigflesjes

Het vergoedingspercentage van de kinderopvangtoeslag wordt in 2027 verhoogd naar 96% voor het eerste kind voor alle ouders die hier nu nog geen recht op hebben. Dit zijn de huishoudens met een inkomen dat in 2027 tussen ongeveer € 56.400 en € 87.700 ligt. Daarna wordt het vergoedingspercentage afgebouwd, afhankelijk van de stijging van het inkomen. 

Indexering maximumuurprijzen

Een andere verbetering betreft de indexering van de maximumuurprijzen voor kinderopvang. Deze indexering is gebaseerd op de loonvoet in bedrijven en op de consumentenprijsindex. Door de verhoging krijgen ouders een hogere toeslag als de uurprijs van de opvang boven het maximum uitkomt.

Indexering toetsingsinkomen

De hoogte van de kinderopvangtoeslag is onder meer afhankelijk van de hoogte van het inkomen. Zo daalt het percentage van de vergoeding voor het eerste kind per 2027 vanaf een inkomen van zo’n € 56.400. Door ook deze toetsingsinkomens te indexeren blijft bij een toegenomen inkomen als gevolg van de inflatie de kinderopvangtoeslag ongewijzigd.

Ook recht op toeslag promovendi

Een andere wijziging betreft ouders die een traject volgen gericht op promotie of onderzoeker zijn aan een instelling of academisch ziekenhuis. Zij krijgen vanaf 2027 ook recht op kinderopvangtoeslag. 

Internetconsultatie

Let op! Deze voorstellen zijn zeker nog niet definitief. Om te beginnen kunt u nog tot 27 februari 2027 reageren op een internetconsultatie. Daarna moeten ook de Tweede en Eerste Kamer nog beslissen.

 

Formulier teruggaaf of naheffing gedifferentieerde premie Whk

By nieuws

Soms is het gedifferentieerde premiepercentage Werkhervattingskas, Whk, in uw aangifte loonheffingen anders dan het percentage dat de Belastingdienst heeft vastgesteld. Verzoek dan om een teruggaaf of om een naheffing. Dan kan nu ook voor het jaar 2026.

Andere premie Whk

Mobiel

Als u een ander percentage gedifferentieerde premie Whk in uw aangifte heeft toegepast dan door de Belastingdienst is vastgesteld, kan dit betekenen dat u te veel of te weinig premie Whk betaalt. Hoe komt het dat die percentages afwijken?

Misschien heeft u pas na 1 januari het gedifferentieerde premiepercentage Whk van de Belastingdienst ontvangen. Of, als u starter bent, heeft u misschien pas na de eerste aangifte loonheffingen het percentage van de Belastingdienst ontvangen. Of misschien maakte u bezwaar tegen de beschikking waarin het premiepercentage is opgenomen en stelde de Belastingdienst dit percentage daarna bij.

Corrigeren via formulier

In al deze gevallen, hoeft u geen correctie te versturen voor de gedifferentieerde premie Whk, maar kunt u via een formulier verzoeken om een teruggaaf of naheffing van de premie.

Let op! U kunt dit doen voor de jaren 2021 tot en met 2026 via het volgende formulier.

 

Boete mrb beperkt tot 25% bij schorsing auto

By nieuws

Als u met een auto van de openbare weg gebruikmaakt, bent u motorrijtuigenbelasting (mrb) verschuldigd. Gebruikt u een auto tijdelijk niet, dan kunt u het kenteken laten schorsen en hoeft u ook de mrb tijdelijk niet te betalen.

Wel gebruik?

Verkeer

Maakt u tijdens de schorsing toch gebruik van de openbare weg, dan kan dit bij controle een naheffing met boete opleveren. De boete bedraagt in principe 50% van het bedrag van de naheffing.

Fout komt eigenaar duur te staan

In een zaak die onlangs werd behandeld door gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, had de eigenaar van verschillende hobbyvoertuigen met een van de auto’s gereden waarvan het kenteken geschorst was. Volgens de eigenaar had hij zich vergist en was hij onbedoeld met een auto gaan rijden, waarvan hij ten onrechte dacht dat het kenteken niet geschorst was. Dit leverde hem een naheffing van € 1.379 op, met een boete van 100%.

Boete gematigd

Volgens de eigenaar dienden de naheffing en boete te worden gematigd, aangezien er sprake was van een vergissing en het, gelet op de omstandigheden, niet ging om belastingontwijking. De rechtbank ging hierin deels mee en achtte de naheffing terecht omdat er nu eenmaal van de openbare weg gebruik was gemaakt. De rechtbank vond wel dat de boete gematigd moest worden. 

Matiging tot 25%

De boete diende sowieso gematigd te worden tot 50%, aangezien dit per 1 juli 2023 via een aanpassing van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst zo was geregeld. De rechtbank vond echter een verdere matiging op zijn plaats, omdat er sprake was van een relatief zwaar voertuig. Dit resulteerde automatisch in een hoog bedrag aan naheffing en dus ook automatisch in een hoge boete. De rechtbank gaf aan niet in te kunnen zien waarom het gebruik van een auto met een hoger gewicht moet leiden tot een hogere boete en matigde de boete dan ook tot 25%.

Hof acht gewicht voor boete niet relevant 

De inspecteur was het met de verdere matiging van de boete tot 25% niet eens en legde de zaak voor aan het gerechtshof. Die laat de uitspraak in stand, maar tekent hier nadrukkelijk bij aan dat de boete passend en geboden is, zonder het gewicht van de auto in dit oordeel te betrekken. De inspecteur heeft de zaak nu voorgelegd aan de Hoge Raad.

 

Vrijstelling btw voor praktijkondersteuner huisarts?

By nieuws

Huisartsen kunnen zich laten bijstaan door praktijkondersteuners. Denk hierbij aan informeren over en het behandelen van lichamelijke klachten van patiënten met chronische ziekten. Vallen de diensten van de praktijkondersteuner ook onder de btw-vrijstelling voor medische diensten? Een casus.

Taak praktijkondersteuner

Medisch

In een zaak die zich afspeelde voor het gerechtshof ’s-Hertogenbosch stelde een bv praktijkondersteuners ter beschikking aan huisartsen. De praktijkondersteuners boden zelfstandige zorg aan patiënten met lichamelijke klachten. Hun taken richtten zich met name op preventie, begeleiding, monitoring en het bieden van voorlichting en educatie met betrekking tot het omgaan met enkele chronische aandoeningen en de gevolgen daarvan.

Medische vrijstelling btw?

Voor het Hof draaide het met name om de vraag of op deze diensten de btw-vrijstelling voor medische diensten van toepassing was, zoals de bv meende, of dat het ging om het ter beschikking stellen van personeel, zoals de inspecteur aanhing. In het laatste geval zou de dienst niet vrijgesteld zijn van btw.

Overwegingen inspecteur

Volgens de inspecteur was er sprake van het ter beschikking stellen van personeel, omdat de bv specifieke personen op uurbasis ter beschikking stelde. Deze personen werden ook in de huisartsenpraktijk geplaatst en vielen onder de verantwoordelijkheid en het risico van de huisarts. 

Meer dan personeel ter beschikking stellen

Het Hof stelde echter vast dat uit de feiten bleek dat de bv eerstelijns ondersteuning bood aan de huisartsen en dus meer deed dan alleen personeel ter beschikking stellen. Ook bleek uit diverse verklaringen dat de bv opdracht had om gezondheidskundige verzorging te verlenen en de praktijkondersteuners begeleidde en ondersteunde bij hun werkzaamheden. Ook stond hen een expertteam ter beschikking, bestaande uit een gekwalificeerde kaderarts en een gespecialiseerde verpleegkundige. 

Risico voor bv

Hiernaast controleerde de bv het niveau van de geleverde zorg, aangezien men hier verantwoordelijk voor gesteld kon worden en de bv hiervoor dan ook verzekerd was. Het geheel overziend kwam het Hof tot de conclusie dat de aard van de door de bv verrichte dienst aangemerkt moest worden als een overeenkomst van opdracht tot het verlenen van gezondheidskundige verzorging. Dit betekende dat de btw-vrijstelling van toepassing was.