Category

nieuws

Box 3: percentages, vrijstellingen en bedragen 2026

By nieuws

De (voorlopige) forfaitaire rendementspercentages, het heffingsvrije vermogen en andere bedragen voor box 3 in 2026 zijn bekend. Waar moet u mee rekenen in 2026?

Forfaitaire rendementspercentages

Euro

De box 3-heffing is in 2026 nog gebaseerd op inkomen uit uw vermogen gebaseerd op forfaitaire rendementspercentages. Deze (voorlopige) percentages zijn eind 2025 bekendgemaakt:

 Categorie  Forfaitair rendementspercentage
 Bank- en spaartegoeden  1,28% (voorlopig)
 Schulden  2,70% (voorlopig)
 Overige bezittingen  6,00% (definitief)

Let op! De percentages voor bank- en spaartegoeden en voor schulden worden pas begin 2027 definitief vastgesteld. De Belastingdienst houdt in 2026 bij het opleggen van de voorlopige aanslag IB 2026 rekening met de hierboven genoemde voorlopige percentages.

De categorie overige bezittingen omvat alles wat geen bank- of spaartegoed of een schuld is. Daarbij moet u denken aan beleggingen, aandelen, obligaties en vorderingen. Het percentage voor overige bezittingen is wel al definitief en bedraagt 6%.

Lager werkelijk rendement

Als uw werkelijke rendement in 2026 lager is dan het forfaitaire rendement, kunt u ook in 2026 een beroep doen op de tegenbewijsregeling. U betaalt dan geen belasting in box 3 over het forfaitaire rendement, maar over uw werkelijke rendement.

Let op! Houd er wel rekening mee dat het werkelijke rendement berekend moet worden volgens de Wet tegenbewijsregeling box 3. Daarbij tellen bijvoorbeeld ongerealiseerde waardestijgingen van onroerend goed en beleggingen ook mee, ook als u deze nog niet te gelde heeft gemaakt.

Hoger heffingsvrij vermogen

Het heffingsvrije vermogen is in 2026 hoger dan in 2025. Bedroeg dit in 2025 nog € 57.684, in 2026 komt het heffingsvrije vermogen uit op € 59.357. Dit heffingsvrije vermogen geldt per belastingplichtige. Heeft u een fiscale partner, dan bedraagt het heffingsvrije vermogen gezamenlijk het dubbele (€ 118.714 in 2026).

Andere bedragen

Ook andere bedragen in box 3 zijn met ingang van 2026 gewijzigd. Zo is de vrijstelling contant geld verhoogd van € 661 in 2025 naar € 672 in 2026. Dit bedrag geldt per belastingplichtige. Met een fiscale partner bedraagt in 2026 de vrijstelling gezamenlijk het dubbele, namelijk € 1.344.

Heeft u schulden, dan mag u in box 3 alleen rekening houden met deze schulden voor zover ze hoger zijn dan de zogenaamde schuldendrempel. Deze schuldendrempel bedraagt in 2026 net als in 2025 € 3.800 per belastingplichtige en € 7.600 voor fiscale partners gezamenlijk.

Heeft u groene beleggingen? De vrijstelling bedraagt in 2026 € 26.715 (2025: € 26.312). Heeft u een fiscale partner dan bedraagt de vrijstelling € 53.430 voor u gezamenlijk (2025: € 52.624). Houd er rekening mee dat de vrijstelling in 2027 nog maar € 200 (€ 400 voor fiscale partners gezamenlijk) bedraagt en per 2028 wordt afgeschaft.

Tip! U heeft in 2026 en 2027 ook recht op een heffingskorting van 0,1% voor uw groene beleggingen. Deze heffingskorting wordt in 2028 ook afgeschaft.

Tarief

Het tarief in box 3 is in 2026 net als in 2025 36%.

Nieuwe RVU-regelingen vanaf 2026 en validatieproces

By nieuws

De Stichting van de Arbeid (STAR) heeft cao-partijen geïnformeerd over RVU-regelingen die in 2026 ingaan. Welke nieuwe regelingen zijn dit?

Let op!De nieuwe RVU-regelingen zijn nog niet gevalideerd door het Expertisecentrum zwaar werk van TNO.

Zwaar werk

Juridisch

Het kabinet en centrale werkgevers- en werknemersorganisaties hebben op 18 oktober 2024 afgesproken dat een regeling vervroegde uittreding (RVU-regeling) vanaf 2026 alleen nog maar mag worden toegepast op werknemers die zwaar werk verrichten. Een generieke toepassing is niet langer mogelijk. De doelgroep moet op basis van objectieve criteria worden onderbouwd en afgebakend gericht op belastende functies en werkzaamheden. De afbakening en onderbouwing moeten daarnaast worden gevalideerd. De validering van de afspraken vindt plaats door het Expertisecentrum zwaar werk van TNO.

Afhandeling laat op zich wachten

De afhandeling van het valideringsproces bij het Expertisecentrum duurt echter langer dan aanvankelijk was voorzien. De STAR heeft kenbaar gemaakt dat nog niet gevalideerde RVU-regelingen in 2026 kunnen ingaan, als cao-partijen zorgen voor een afbakening. Ook moet de afspraak gekoppeld zijn aan een extra inzet op duurzame inzetbaarheid voor zwaar werk. Intussen kan het valideringsproces bij het Expertisecentrum gewoon worden doorlopen.

Nieuw! Vragen en antwoorden validatieproces

Het Expertisecentrum heeft een lijst met vragen en antwoorden over het validatieproces gepubliceerd. De STAR heeft ook informatie toegestuurd met onder meer de handreiking over RVU-afspraken en de toetsingscriteria van het Expertisecentrum. Momenteel werken centrale werkgevers- en werknemersorganisaties aan een uitgebreidere lijst met de meest gestelde vragen en antwoorden daarop, die op korte termijn op de website van de Stichting van de Arbeid is te vinden.

Maximumpremieloon en percentages Zvw 2026 bekend

By nieuws

Het maximumpremieloon en de percentages voor de premie Zvw voor 2026 zijn bekendgemaakt. Het maximumpremieloon stijgt, de percentages voor de premie Zvw dalen.

Maximumpremieloon stijgt

Ordners

Het maximumpremieloon is het maximale loon waarover premies werknemersverzekeringen verschuldigd zijn. Dit maximumpremieloon stijgt de afgelopen jaren met grote stappen. Waar dit in 2023 nog € 66.956 bedroeg, wordt dit in 2026 vastgesteld op € 79.409. In 2025 bedraagt dit nog € 75.864.

Percentages premie Zvw dalen

Er bestaan twee percentages voor de premie Zvw:

  • Betaalt de werkgever de premie Zvw, dan bedraagt dit percentage in 2025 6,51%. In 2026 daalt dit naar 6,10%.
  • Betaalt de verzekeringsplichtige zelf de premie Zvw, dan bedraagt het percentage in 2025 5,26%. In 2026 daalt dit naar 4,85%. Dit is bijvoorbeeld het geval bij dga’s die niet verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen.

Let op!De percentages vallen in 2026 voornamelijk lager uit vanwege een eenmalig voordeel in het Zorgverzekeringsfonds. Het voordeel is ontstaan doordat er in het verleden meer Zvw opgehaald is dan verwacht. Dit voordeel wordt in 2026 teruggegeven in de vorm van een daling van de percentages.

Ook daling maximale premie Zvw

Dankzij de daling van de percentages, daalt ook de maximale premie Zvw in 2026 ten opzichte van 2025. Zo bedraagt de maximale door een werkgever verschuldigde premie in 2025 nog € 4.938 (6,51% van € 75.864), maar daalt deze in 2026 naar € 4.843 (6,10% van € 79.409). De maximale door de verzekeringsplichtige verschuldigde premie bedraagt in 2025 nog € 3.990 (5,26% van € 75.864), maar daalt in 2026 naar € 3.851 (4,85% van € 79.409).

Nieuwe tarieven mrb per 2026

By nieuws

Voor tal van auto’s gaat de motorrijtuigenbelasting (mrb), beter bekend als wegenbelasting, vanaf 2026 wijzigen. Wat staat er allemaal op stapel?

Mrb elektrische auto’s

Auto

Voor personenauto’s zonder CO2-uitstoot, zoals elektrische auto’s en auto’s op waterstof, moet vanaf 2026 70% of 75% van het normale mrb-tarief worden betaald. Nu (2025) is dit nog 25%. Het percentage staat nog niet definitief vast. Dit gebeurt in december van dit jaar.

Voor andere elektrische motorrijtuigen, zoals bestelauto’s, vrachtauto’s en motoren, moet vanaf 2026 de volledige mrb worden betaald. De huidige kortingen komen voor deze voertuigen dus te vervallen.

Plug-in hybrides

Plug-in hybride personenauto’s gaan vanaf 2026 ook de volledige mrb betalen. Nu geldt nog een korting van 25% op het normale tarief.

Voor plug-in hybride bestelauto’s komt in 2026 de gewichtscorrectie van 125 kg te vervallen. Dit betekent dat voor de mrb vanaf 2026 uitgegaan wordt van het gewicht zoals dat vermeld staat op het kentekenbewijs, waardoor u meer mrb gaat betalen.

Kampeerauto’s en paardenvervoer

Voor kampeerauto’s ofwel campers, geldt nu nog een te betalen tarief van 25% van het normale mrb-tarief. Vanaf 2026 wordt dit verhoogd naar 50% van het normale tarief.

Het tarief van 50% voor bedrijfsmatig verhuurde kampeerauto’s blijft in 2026 hetzelfde.

Voor voertuigen die zijn ingericht voor paardenvervoer betaalt u nu nog 25% van het normale mrb-tarief, als het niet-beroepsmatig gebruik betreft. Vanaf 2026 is hiervoor het volledige tarief verschuldigd.

Let op!De mrb wordt per tijdvak van drie maanden berekend. Het nieuwe tarief geldt vanaf het eerste volledige tijdvak in 2026. Loopt uw tijdvak bijvoorbeeld van 5 december 2025 tot en met 4 maart 2026, dan betaalt u over dit tijdvak nog oude tarief.

De Belastingdienst stuurt de betreffende automobilisten hierover in november 2025 een brief.

Toch nog lagere bijtelling elektrische auto in 2026 en 2027

By nieuws

De Tweede Kamer heeft een voorstel aangenomen om in 2026 en 2027 toch nog een lagere bijtelling voor een elektrische auto van de zaak toe te staan. Oorspronkelijk zou de lagere bijtelling met ingang van 2026 vervallen.

Bijtelling nieuwe elektrische auto in 2025

Elektrische auto

Als een werkgever in 2025 een nieuwe auto zonder CO2-uitstoot ter beschikking stelt aan een werknemer, geldt daarvoor in 2025 een bijtelling van 17% over de eerste € 30.000 cataloguswaarde en 22% daarboven. Deze bijtelling blijft geldig gedurende 60 maanden nadat de auto voor het eerst op de weg is toegelaten.

Bijtelling nieuwe waterstofauto en auto met zonnepanelen in 2025

De beperking van de17%-bijtelling tot de eerste € 30.000 cataloguswaarde geldt alleen voor elektrische auto’s. Is er sprake van een auto zonder CO2-uitstoot die rijdt op waterstof, dan bedraagt de bijtelling 17% over de gehele cataloguswaarde. Ook voor een auto die voorzien is van geïntegreerde zonnepanelen die voldoen aan een aantal voorwaarden bedraagt de bijtelling 17% over de gehele cataloguswaarde.

Nieuwe auto vanaf 2026

De lagere bijtelling voor een in 2026 ter beschikking gestelde nieuwe auto zonder CO2-uitstoot zou vervallen. De Tweede Kamer heeft echter een voorstel tot wetswijziging aangenomen waardoor voor auto’s zonder CO2-uitstoot in 2026 en 2027 toch nog een lagere bijtelling geldt.

Deze lagere bijtelling bedraagt voor een in 2026 ter beschikking gestelde volledig elektrische nieuwe auto 18% over de eerste € 30.000 cataloguswaarde en 22% daarboven. In 2027 is dit 20% over de eerste € 30.000 cataloguswaarde en 22% daarboven. Voor een nieuwe auto op waterstof en een nieuwe auto met zonnepanelen gelden dezelfde percentages. Net als nu geldt de beperking tot € 30.000 niet.

Vanaf 2028 vervalt dan de lagere bijtelling voor in 2028 ter beschikking gestelde nieuwe auto’s zonder CO2-uitstoot.

Let op!In het voorstel is opgenomen dat de lagere bijtelling, net als nu, geldig blijft gedurende 60 maanden nadat de auto voor het eerst op de weg is toegelaten.

Ook voor dga en de IB-ondernemer

De voorgestelde lagere bijtelling in 2026 en 2027 geldt niet alleen voor nieuwe auto’s die door een werkgever aan een werknemer ter beschikking worden gesteld. Deze geldt namelijk ook voor de dga en de IB-ondernemer met een auto van de zaak.

Let op!Het voorstel tot wetswijziging is nog niet definitief. De Eerste Kamer moet hier namelijk ook nog mee instemmen.

Geen hoger forfait en lager heffingsvrij vermogen in box 3

By nieuws

Het voornemen van het kabinet om het forfaitaire rendement in 2026 en 2027 met 1,78% te verhogen en het heffingsvrije vermogen te verlagen gaat niet door. Daar staat tegenover dat mensen met een eigen woning met geen of een lage eigenwoninglening meer belasting gaan betalen.

Geen extra verhoogd forfait overige bezittingen

Huis

Het forfaitaire rendement op overige bezittingen bedraagt in 2025 nog 5,88%. In een wetsvoorstel was opgenomen dat dit in 2026 zou stijgen naar 7,78% door een extra verhoging van 1,78%. Ook in 2027 zou deze extra verhoging worden toegepast. 

Deze extra verhoging gaat niet door. De Tweede Kamer heeft hiervoor namelijk een voorstel tot wetswijziging aangenomen. Hierdoor bedraagt het forfaitaire rendement op overige bezittingen in 2026 geen 7,78 maar 6%.

Let op!Overige bezittingen is een restcategorie. Hieronder valt grofweg alles wat geen bank- of spaartegoed of schuld is. Denk aan onroerende zaken, aandelen, obligaties en vorderingen.

Lager werkelijk rendement?

U kunt ook in 2026 een beroep doen op de tegenbewijsregeling. Dit kan als uw totale werkelijke rendement in box 3 in 2026, berekend volgens de Wet tegenbewijsregeling box 3, lager is dan het totale forfaitaire rendement. Bij een geslaagd beroep betaalt u dan geen belasting in box 3 over het forfaitaire rendement, maar over het werkelijke rendement.

Geen lager maar een hoger heffingsvrij vermogen

Ook het plan om het heffingsvrije vermogen te verlagen van € 57.684 in 2025 naar € 51.396 in 2026 gaat niet door. In het oorspronkelijke plan zou het heffingsvrije vermogen met ingang van 1 januari 2026 ook niet geïndexeerd worden. Ook dat plan is van de baan. Door een volledige indexatie komt het heffingsvrije vermogen in 2026 uit op € 59.357.

Tarief box 3

Aan het tarief in box 3 wordt niets gewijzigd. Net als in 2025 betaalt u in 2026 36% over uw forfaitaire of uw werkelijke rendement.

Versnelde afbouw aftrek geen of geringe eigenwoningschuld

De extra verhoging van het forfait met 1,78% en de verlaging van het heffingsvrije vermogen was bedoeld om een budgettair tekort te dekken. Dit was ontstaan doordat het nieuwe box 3-stelsel niet in 2026, maar pas in 2028 wordt ingevoerd.

In het aangenomen voorstel tot wetswijziging is hiervoor nieuwe dekking gevonden in de versnelde afbouw van de aftrek geen of geringe eigenwoningschuld. In plaats van een jaarlijks afbouwpercentage van 3,33% wordt het jaarlijkse afbouwpercentage 4,8%. De aftrek zal hierdoor met ingang van 2041 volledig afgebouwd zijn (in plaats van 2048).

Voor het jaar 2026 betekent dit dat de aftrek van het verschil tussen het eigenwoningforfait en de aftrekbare rente en kosten 71,82% bedraagt. Zonder deze versnelde afbouw zou dat in 2026 nog 73,34% zijn.

Let op!Het voorstel tot wetswijziging is nog niet definitief. De Eerste Kamer moet hier namelijk ook nog mee instemmen.

Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten aangenomen

By nieuws

De Eerste Kamer heeft op 11 november 2025 de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten, Wtta, aangenomen. Uitleners, dus zowel uitzendbureaus als andere bedrijven die werknemers uitlenen, mogen dit alleen doen als ze daarvoor een toelating (vergunning) hebben.

Doel Wtta

Bouw

De Wtta beoogt werknemers, met name arbeidsmigranten, beter te beschermen alsmede eerlijke concurrentie tussen bedrijven te bevorderen. Het toelatingsstelsel geldt expliciet niet voor collegiale uitleen waarbij geen winst gemaakt wordt of bij intra-concern-terbeschikkingstelling.

Procedure aanmelding

Op 1 januari 2027 gaan de wet en het toelatingsstelsel in. Bedrijven die werknemers willen blijven uitlenen, moeten tussen 1 mei 2027 en 30 juni 2027 een toelating aanvragen. Het beoordelen van de bedrijven begint vanaf 1 juli 2027.

Let op! Voor bedrijven die werknemers willen blijven uitlenen, is het raadzaam zich voor die datum bij de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) te melden. Deze bedrijven mogen dan namelijk doorgaan met uitlenen totdat de NAU een besluit heeft genomen over de toelating. Lees hier meer over op toelatinguitleenmarkt.nl.

Voorwaarden

Uitleners moeten – om toegang te krijgen – een VOG indienen en een waarborgsom van € 100.000 overmaken. Voor startende bedrijven bedraagt de waarborgsom in eerste instantie € 50.000 en na zes maanden nogmaals € 50.000. Daarnaast moeten uitleners bewijzen dat ze bestaande wet- en regelgeving naleven, zoals het uitbetalen van het wettelijk minimumloon. Alleen dan kunnen ze een toelating krijgen om personeel uit te lenen.

Tip! Bedrijven die zich aan de regels houden, krijgen de waarborgsom na vier jaar teruggestort.

Uitvoering 

De uitvoering van de wet ligt bij de NAU. Die beslist over de toelating van uitleners. Ook verzamelt de NAU signalen uit de markt en adviseert over verbeteringen. Daarnaast wijst de NAU de inspectie-instellingen aan die controleren of uitleners voldoen aan alle wet- en regelgeving. De NAU start vanaf 2026 met haar eerste werkzaamheden, zoals het aanwijzen van inspectie-instellingen en het openen van het aanmeldloket voor uitleners.

Let op! De NAU houdt ook een openbaar register bij van alle toegelaten bedrijven. Bedrijven die gebruikmaken van uitzendkrachten mogen dit vanaf 1 januari 2028 alleen nog doen via toegelaten uitleners.

Handhaving

Op 1 januari 2028 gaat de Nederlandse arbeidsinspectie handhaven. Uitleners die zonder toelating actief zijn op de arbeidsmarkt krijgen een boete. De Nederlandse Arbeidsinspectie is met 135 fte uitgebreid om de pakkans te vergoten. Ook zijn op verschillende plekken hulppunten geopend om arbeidsmigranten te helpen met vragen of problemen. De komende periode komen er nog meer hulppunten bij.

Let op! Genoemde boete geldt ook voor inleners die gebruikmaken van uitzendbureaus zonder vergunning.

Hoog forfaitair rendement voor gouden munten in box 3

By nieuws

Gouden munten vallen onder overige bezittingen in box 3. Dit geldt ook als de gouden munten een wettig betaalmiddel vormen.

Contant geld?

Euro

Aan de Belastingdienst is gevraagd of gouden munten – die een wettig betaalmiddel vormen –, kunnen worden aangemerkt als contant geld. Contant geld wordt vanaf 2023 voor de box 3-heffing gezien als een banktegoed. Voor banktegoeden geldt een lager wettelijk vastgesteld rendement (in 2025 voorlopig vastgesteld op 1,44 %) dan voor overige bezittingen (in 2025 vastgesteld op 5,88 %). Om die reden is het voordeliger als de gouden munten worden aangemerkt als contant geld.

Of overige bezitting?

De Belastingdienst vindt echter dat gouden munten niet kunnen worden aangemerkt als contant geld. Het maakt daarbij niet uit of de gouden munten een wettig betaalmiddel vormen of niet. De reden hiervoor is onder meer dat de gouden munten over het algemeen niet gebruikt worden als wettig betaalmiddel, omdat de marktwaarde (veel) hoger ligt dan de nominale waarde. Met deze munten kan dan ook meer rendement behaald worden dan met contant geld.

De gouden munten zijn volgens de Belastingdienst daarom een overige bezitting. Voor 2026 bedraagt het wettelijk vastgestelde rendement voor overige bezittingen overigens 7,78%!

Tip! Is uw totale werkelijke rendement in box 3 lager dan het wettelijk vastgestelde rendement, dan kunt u een beroep doen op de tegenbewijsregeling in box 3.

Elektrisch aankoppelbare handbike aftrekbaar als zorgkosten

By nieuws

De kosten van een elektrische aankoppelbare handbike vallen onder zorgkosten. U mag deze kosten in aftrek brengen in uw aangifte inkomstenbelasting. Er zijn wel voorwaarden. Welke?

Aftrekbare zorgkosten

Invalide

Niet alle uitgaven in verband met ziekte of invaliditeit zijn in de inkomstenbelasting aftrekbaar als zorgkosten. In de wet is een opsomming gegeven van aftrekbare zorgkosten én worden bepaalde zorgkosten van aftrek uitgesloten.

Hulpmiddelen

Uitgaven die vanwege ziekte of invaliditeit worden gedaan voor andere hulpmiddelen zijn aftrekbaar als zorgkosten. Voorwaarde is dat deze hulpmiddelen van een dusdanige aard zijn dat zij hoofdzakelijk door zieke of invalide personen worden gebruikt.

Elektrisch aankoppelbare handbike

Een elektrische aankoppelbare handbike kan aan een rolstoel worden bevestigd. Het zorgt ervoor dat de rolstoel met handen en armen voortbewogen kan worden. De Belastingdienst bevestigt dat een elektrische aankoppelbare handbike hoofdzakelijk door zieke of invalide personen worden gebruikt. Daarmee is het een ander hulpmiddel en kan het aftrekbaar zijn als zorgkosten.

Geen aftrek voor rolstoel

Een rolstoel zelf is overigens niet aftrekbaar als zorgkosten. Deze is namelijk expliciet in de wet van aftrek uitgesloten, omdat een aanvraag van een rolstoel via de Wmo mogelijk is.

Let op!Dat een rolstoel niet aftrekbaar is, doet niet af aan de aftrekbaarheid van de elektrische aankoppelbare handbike.

Afschrijving of bedrag ineens

In principe kan het totaalbedrag van de aanschaf van een elektrische aankoppelbare handbike niet in één jaar in aftrek worden gebracht. U kunt ‘slechts’ de jaarlijkse afschrijving voor aftrek opvoeren.

Let op!De Belastingdienst geeft aan dat over het algemeen mag worden uitgegaan van een afschrijvingstermijn van vijf jaar en een restwaarde van 10% bij de afschrijving van hulpmiddelen.

Als de elektrische aankoppelbare handbike specifiek aan een situatie is aangepast en daardoor geen of een geringe marktwaarde heeft omdat deze niet meer te verkopen is, kan het bedrag van de aanpassing wel in één jaar in aftrek komen.

Overige voorwaarden

Voor de aftrek zorgkosten in de inkomstenbelasting gelden nog meer voorwaarden. Zo komen de zorgkosten bijvoorbeeld alleen in aftrek als deze meer bedragen dan een bepaalde drempel.

Tip! Neem voor meer informatie over de aftrek in uw specifieke situatie contact op met een van onze adviseurs.

Vooralsnog geen btw over pensioenpremie

By nieuws

Pensioenfondsen hoeven vooralsnog geen btw te berekenen over hun pensioenpremies. De staatssecretaris van Financiën sluit niet aan bij twee uitspraken van gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Wat speelt er?

Euro

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden deed eind september 2025 twee uitspraken over pensioenpremies en btw. De eindconclusie in deze twee uitspraken was dat het uitvoeren van een pensioenregeling niet onder een btw-vrijstelling valt. Gevolg was dat het betreffende pensioenfonds recht had op btw-aftrek, maar ook dat de volledige pensioenpremie belast was met btw.

Let op!Gerechtshof Amsterdam oordeelde in februari 2023 anders. In die uitspraak was de btw-vrijstelling wel van toepassing.

Kostenverhogend

Door de uitspraken van gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zouden pensioenpremies belast moeten worden met btw. Dit is zeer ongunstig voor bedrijven die geen recht hebben op aftrek van btw, bijvoorbeeld bedrijven die alleen maar btw-vrijgestelde prestaties verrichten. De btw werkt voor deze bedrijven kostenverhogend.

Beroep in cassatie

Tegen de uitspraak van gerechtshof Amsterdam loopt al beroep in cassatie. In afwachting van een oordeel van de Hoge Raad hanteert de Belastingdienst het uitgangspunt dat de pensioenuitvoering één btw-vrijgestelde dienst is. Dit betekent dat pensioenfondsen geen btw hoeven te berekenen over de pensioenpremies. Voor bedrijven die geen recht hebben op aftrek van btw, treedt daarom op dit moment nog geen kostenverhoging op door de btw.