Category

nieuws

Advieswijzer Bestelauto

By nieuws

Een bestelauto is voor veel ondernemers een onmisbaar bedrijfsmiddel. Voor een bestelauto geldt een flink aantal specifieke (fiscale) regelingen. Deze zijn er veelal op gericht het zakelijk gebruik van een bestelauto slechts beperkt te belasten. Daarbij geldt wel een aantal voorwaarden. Ook zijn er specifieke regelingen voor de bestelauto zonder CO2-uitstoot.

In deze advieswijzer infomeren wij u over de volgende zaken

  • Wat valt onder de definitie bestelauto?
  • Aanschaf: welke regelingen zijn er?
  • Bijtelling: wat zijn de voorwaarden?
  • Belasting voor Personenauto’s en Motorrijwielen (bpm)
  • Motorrijtuigenbelasting (mrb)

Wat valt onder de definitie bestelauto?

Auto

Niet elke auto die gebruikt wordt voor vervoer van goederen wordt fiscaal als een bestelauto aangemerkt. Er zijn verschillende soorten bestelauto’s, zoals met open laadbak, een verhoogd dak of dubbele cabine. Voor iedere soort bestelauto gelden andere inrichtingseisen. Zo mogen in het ene geval wel zijruiten aanwezig zijn, maar in een ander geval weer niet.

Let op! Bestelauto’s mogen soms voorzien zijn van één zijruit rechts in de laadruimte. Het komt echter regelmatig voor dat bestelauto’s van fabriekswege voorzien zijn van meerdere zijruiten. Om fiscaal dan toch als bestelauto te kunnen worden aangemerkt, moeten deze zijruiten worden verwijderd en vervangen worden door niet uit glas bestaande panelen uit één stuk van ondoorzichtig en vormvast materiaal. Deze moeten zo veel mogelijk rondom en op onverbrekelijke wijze rechtstreeks met de carrosserie zijn verbonden. De Belastingdienst heeft bekendgemaakt dat ook aan deze blinderingseis kan worden voldaan als de zijruit aan de buitenkant van de laadruimte niet verwijderd wordt. In dat geval moet er wel ondoorzichtig en vormvast materiaal aan de binnenkant van de carrosserie zijn bevestigd. Op deze manier kunnen onnodige kosten worden voorkomen, terwijl het resultaat qua blindering hetzelfde blijft.

Tip! Voor een gedetailleerd overzicht van alle inrichtingseisen per soort bestelauto, check deze site van de Belastingdienst.

Let op! Voldoet uw bestelauto niet aan deze eisen, dan zijn ook de fiscale faciliteiten voor een bestelauto niet van toepassing.

Aanschaf: welke regelingen zijn er?

Bij de aanschaf van een bestelauto kunt u mogelijk gebruikmaken van de KIA en bij aanschaf van een nieuwe bestelauto op waterstof kunt u mogelijk gebruikmaken van twee fiscale regelingen:  de KIA en de MIA.

KIA

Voor een bestelauto die tot het ondernemingsvermogen behoort, heeft u bij aanschaf recht op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Het bedrag van de KIA kunt u in mindering op de winst brengen. De KIA is zowel op nieuwe als op gebruikte bestelauto’s van toepassing. De omvang van de KIA is afhankelijk van uw totale bedrag aan investeringen in een jaar en bedraagt maximaal 28% van het investeringsbedrag.  Om voor de KIA in aanmerking te komen, moet het te investeren bedrag tussen € 2.901 en € 392.230 bedragen. Kijk hier voor de berekening en de voorwaarden.

MIA voor bestelauto op waterstof

Voor een nieuwe bestelauto op waterstof heeft u in 2025 bovendien recht op 45% milieu-investeringsaftrek (MIA). Het bedrag van de MIA kunt u in mindering brengen op de winst. Het bedrijfsmiddel komt voor 90% van het investeringsbedrag – met een maximum van € 125.000 – in aanmerking voor de MIA. Voor een bestelauto op waterstof van bijvoorbeeld € 75.000 krijgt u dus MIA over een bedrag van € 67.500. 

Let op! De SEBA (Subsidie Emissieloze Bedrijfsauto’s) is per 1 januari 2025 afgeschaft.

Bijtelling: wat zijn de regels?

Wanneer geen bijtelling?

Als een bestelauto ter beschikking wordt gesteld, krijgt men in beginsel met de bijtelling te maken. Voor ondernemers in de inkomstenbelasting vindt die bijtelling plaats via de aangifte inkomstenbelasting. Voor werknemers, waaronder dga’s, vindt dit plaats via de loonadministratie en aangifte loonheffing. Voor bestelauto’s is de bijtelling in onderstaande situaties echter niet van toepassing:

– Privégebruik maximaal 500 km
De bijtelling blijft achterwege als bewezen kan worden dat met de bestelauto in het jaar niet meer dan 500 km privé is gereden. Een rittenregistratie is niet verplicht, maar omdat bewezen moet worden dat de bestelauto niet meer dan 500 km privé is gebruikt, is het aan te bevelen een goede administratie bij te houden. Er zijn hier ook automatische rittenregistratie-oplossingen voor. 

Voor werknemers is het mogelijk een ‘verklaring geen privégebruik’ aan te vragen voor personeel dat niet meer dan 500 km privé rijdt. Als u als werkgever deze verklaring heeft en er geen indicaties zijn dat de werknemer zich er niet aan houdt, hoeft u in de loonadministratie geen rekening te houden met de bijtelling. Eventuele controles vinden plaats bij de werknemer. Ook een eventuele correctie wordt bij de werknemer neergelegd.

Let op! Voor ondernemers in de inkomstenbelasting is het niet mogelijk een dergelijke verklaring aan te vragen.

– Uitsluitend geschikt voor goederenvervoer
Voor de bestelauto die bijna uitsluitend geschikt is voor goederenvervoer, is de standaardbijtelling ook niet van toepassing. Hiervan is onder andere sprake als de bestelauto te smerig is om privé te worden gebruikt, zoals de klusjesauto van een garage waarbij de bekleding besmeurd is met olie. Ook de bestelauto die beschikt over slechts één zitplaats en waarbij de eventuele bevestigingspunten voor de overige zitplaatsen zijn verwijderd of dichtgelast, wordt geacht bijna uitsluitend geschikt te zijn voor goederenvervoer. Bezit de bestelauto wel een tweede zitplaats, dan is deze toch bijna uitsluitend geschikt voor goederenvervoer als de bijrijder nodig is voor het laden en lossen van de bestelauto.

Onder omstandigheden kunnen ook andere bestelauto’s als bijna uitsluitend geschikt voor goederenvervoer worden aangemerkt. Zo is door de rechter in het verleden een bestelauto als zodanig aangemerkt die in de laadruimte was voorzien van stellages voor het vervoer van planten. Overleg bij twijfel met uw inspecteur. Als bestelauto’s die bijna uitsluitend geschikt zijn voor goederenvervoer privé worden gebruikt, moet het privévoordeel tot het loon worden gerekend. U kunt hiervoor uitgaan van de kilometerkostprijs vermenigvuldigd met het aantal privékilometers.

– Uitsluitend zakelijk gebruik
Als een bestelauto uitsluitend zakelijk wordt gebruikt, blijft de bijtelling achterwege. Er moet dan een ‘Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’ worden aangevraagd bij de Belastingdienst. U hoeft dan geen rittenregistratie bij te houden. De Belastingdienst controleert fysiek of u de bestelauto inderdaad in het geheel niet privé gebruikt. Vermoedt de Belastingdienst tijdens een controle dat u de bestelauto toch privé gebruikt, dan kan men u vragen waar u de bestelauto op dat moment zakelijk voor gebruikte. Kunt u niet aannemelijk maken dat u de bestelauto zakelijk gebruikte, dan kan men u een naheffing of navordering met boete opleggen.

Let op! Bij gebruik van een ‘Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’ mag u de bestelauto helemaal niet privé gebruiken. Dus ook niet om bijvoorbeeld op de terugweg van uw werk naar huis uw kind bij de kinderopvang op te halen. De grens van 500 km is hierbij dus niet van toepassing.

De ‘Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’ kan zowel door werknemers als door de ondernemer in de inkomstenbelasting worden aangevraagd.

Ook in onderstaande situaties is de bijtelling voor een bestelauto niet van toepassing. Deze situaties zijn in principe niet van toepassing op de ondernemer in de inkomstenbelasting en de dga.

– Privégebruik verboden
Is privégebruik van de bestelauto verboden, dan blijft de bijtelling achterwege op voorwaarde dat u als werkgever controleert dat de bestelauto daadwerkelijk niet privé wordt gebruikt. Gebeurt dit toch, dan moet er – naast het alsnog betalen van de bijtelling – een aanzienlijke sanctie voor de werknemer volgen. De afspraak dat de bestelauto niet privé mag worden gebruikt en de sancties wanneer dit toch gebeurt, moeten schriftelijk worden vastgelegd. Voor de dga geldt de optie alleen als er sprake is van een reëel verbod. Hiervan is bijvoorbeeld geen sprake als de dga zelf de controle uitoefent. 

– Privégebruik onmogelijk
Als privégebruik van de bestelauto onmogelijk is, blijft de bijtelling eveneens achterwege. Dit is bijvoorbeeld het geval als de sleutels van de auto ’s avonds moeten worden ingeleverd of als de bestelauto’s ’s avonds op een afgesloten terrein worden gestald. 

– Doorlopend afwisselend gebruik
Als een bestelauto doorlopend afwisselend door verschillende personeelsleden wordt gebruikt, is de bijtelling niet van toepassing als hierdoor het privégebruik moeilijk kan worden vastgesteld. Dit is niet het geval als een bestelauto bijvoorbeeld door twee werknemers om de week privé wordt gebruikt. Het privégebruik is dan immers niet moeilijk vast te stellen. Bij doorlopend afwisselend gebruik moet de werkgever in plaats van de bijtelling per bestelauto een bedrag van € 438 aan belasting betalen via de eindheffing. Het doorlopende, afwisselende gebruik moet dan wel door de aard van het werk worden opgeroepen.

Let op! De rechter heeft beslist dat de eindheffing niet wegneemt dat de bijtelling voor de ondernemer zelf nog geldt als de bestelauto ook aan hem ter beschikking staat. Dit geldt dus voor de ondernemer in de inkomstenbelasting.

Toch bijtelling?

Is een van de hiervoor genoemde voorwaarden niet van toepassing op uw situatie? Dan valt uw bestelauto onder de bijtellingsregeling.

De IB-ondernemer

Heeft u als ondernemer een bestelauto tot uw beschikking die tot uw ondernemingsvermogen behoort, dan valt deze bestelauto onder de bijtellingsregeling.

De bijtelling is het bedrag dat vanwege het privégebruik niet aftrekbaar is van de winst. Dit bedrag kan niet negatief worden, oftewel: de bijtelling kan nooit meer zijn dan de werkelijke autokosten (inclusief afschrijving)

Werknemers en de dga

Bij werknemers en dga’s aan wie een bestelauto ter beschikking is gesteld, wordt de bijtelling als loon aangemerkt. De werkgever is verplicht hierover loonheffing in te houden. 

Hoeveel bijtelling?

De bijtelling bedraagt een percentage van de cataloguswaarde dat afhankelijk is van het jaar waarin de auto voor het eerst op kenteken is gesteld. Dit percentage blijft 60 maanden van kracht. Daarna wordt het percentage bepaald op basis van de dan geldende wetgeving. De bijtelling bedraagt 22% voor auto’s die in 2025 voor het eerst op kenteken zijn gezet en voor bestelauto’s die niet volledig elektrisch zijn of op waterstof of zonne-energie rijden. Voor volledig elektrische bestelauto’s bedraagt de bijtelling in 2025 17% van de cataloguswaarde tot maximaal € 30.000 en 22% over het meerdere. Voor bestelauto’s op waterstof of zonne-energie geldt de bijtelling van 17% in 2025 over de gehele cataloguswaarde.

Voorbeeld
Aan werknemer A is een niet-elektrische bestelauto met een cataloguswaarde van € 50.000 ter beschikking gesteld die in 2025 voor het eerst op kenteken is gezet. Aan werknemer B is een elektrische bestelauto met een cataloguswaarde van € 50.000 ter beschikking gesteld die ook in 2025 voor het eerst op kenteken is gezet.

Bijtelling werknemer A: € 50.000 x 22% = € 11.000
Bijtelling werknemer B: € 30.000 x 17% + € 20.000 x 22% = € 5.100 + € 4.400 = € 9.500.

Vereenvoudigde rittenregistratie

Als de werknemer door de aard van de werkzaamheden (vaak) veel ritten op een dag heeft met de bestelauto van de zaak, kan het bijhouden van een rittenregistratie een grote administratieve last zijn voor werkgever en werknemer. In dit geval mag de werknemer om praktische redenen het bewijs voor het aantal gereden privékilometers leveren met een combinatie van een vereenvoudigde rittenregistratie en de zakelijke adressen in de (project)administratie van de werkgever. De werkgever moet dan wel schriftelijk met de werknemer hebben afgesproken dat de werknemer een vereenvoudigde rittenregistratie bijhoudt, dat privégebruik tijdens werk- en lunchtijd niet is toegestaan en dat de werkgever de zakelijke adressen in zijn administratie bewaart. U kunt voor een vereenvoudigde rittenregistratie desgewenst gebruikmaken van bijgevoegde voorbeeldafspraak.

Belasting voor Personenauto’s en Motorrijwielen (bpm)

Bij aanschaf van een nieuwe auto, bestelauto of motorfiets betaalt u bpm. U betaalt ook bpm als u een dergelijk voertuig importeert. De bpm wordt berekend op basis van de CO2-uitstoot en de netto catalogusprijs. Voor voertuigen zonder CO2-uitstoot betaalt u geen bpm. Als ondernemer kunt u sinds 1 januari 2025 niet langer in aanmerking komen voor een vrijstelling van bpm bij aanschaf van een bestelauto.

Motorrijtuigenbelasting (mrb)

Als u in Nederland met een voertuig gebruikmaakt van de openbare weg, bent u in beginsel motorrijtuigenbelasting verschuldigd. Hoeveel mrb u voor een bestelauto moet betalen, hangt af van het gewicht, de brandstof en hoe milieuvervuilend het motorrijtuig is. Voor ondernemers geldt onder voorwaarden een lager mrb-tarief. De belangrijkste voorwaarde is dat u de bestelauto meer dan 10% in het kader van uw onderneming gebruikt. U moet dit desgevraagd aannemelijk kunnen maken. Een rittenregistratie is daarvoor niet vereist.

Daarnaast geldt voor auto’s zonder CO2-uitstoot en voor plug-inhybride auto’s een korting op de mrb. Elektrische auto’s krijgen in 2025 een korting van 75% op het normale tarief en vanaf 2026 geldt tot 2030 voor elektrische auto’s 25% korting op het normale tarief. Voor plug-inhybride auto’s geldt in 2025 een korting van 25% op het normale mrb-tarief en vanaf 2026 geldt voor plug-inhybride auto’s het normale mrb-tarief.

Voor bestelauto’s zonder CO2-uitstoot geldt in 2025 een korting op het normale mrb-tarief van 75%. Deze korting vervalt per 2026, zodat u dan voor emissieloze bestelauto’s het normale mrb-tarief voor bestelauto’s betaalt.

Wat scheelt dat nu?

Stel dat u in een bestelauto rijdt met dieselmotor, met een gewicht van 1.300 kilo. Bent u particulier, dan betaalt u € 342 mrb per kwartaal. Bent u ondernemer, dan betaalt u slechts € 118 per kwartaal.

Invoering zero-emissiezones
Als een gemeente een zero-emissiezone invoert, betekent dit dat in dat gebied alleen elektrische trucks en bestelauto’s mogen rijden. Hierdoor wordt de CO2-uitstoot beperkt. Echter, nog lang niet alle ondernemers die zo’n zero-emissiezone normaal gesproken betreden, beschikken reeds over een elektrische truck of bestelauto, onder meer vanwege de aanschafkosten.

Het kabinet wil daarom de overgang naar de zero-emissiezones voor ondernemers makkelijker maken. Dit kan bijvoorbeeld door ondernemers met overige bestelbussen in de ZE-zones nog geen boete te geven. Het is nog onduidelijk of het kabinet hiertoe overgaat.

Inmiddels hebben tal van gemeentes al aangegeven per 1 januari 2025 toch zero-emissiezones in te voeren. Of degenen die zonder elektrische truck of bestelauto de zero-emissiezone toch binnenrijden dan beboet kunnen worden, is dus nog maar de vraag. 

Vragen?

Heeft u vragen over deze advieswijzer? Neem dan contact op met een van onze adviseurs.

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

Advieswijzer Werkkostenregeling

By nieuws

Voor 1 april 2025 vindt de afrekening van de werkkostenregeling (WKR) over 2024 plaats. Weet u welke vergoedingen en verstrekkingen onder de WKR vallen? Weet u tot welk bedrag u mag gaan? En wat gebeurt er als u het maximale bedrag overschrijdt? U vindt de antwoorden en meer in deze praktische advieswijzer.

De regels op een rij

Schenken

Uitgangspunt van de WKR is dat alles wat u aan uw werknemer verstrekt, vergoedt of ter beschikking stelt, loon is. Er zijn echter uitzonderingen. Zo vormen vrijgestelde aanspraken, zoals pensioenaanspraken en vrijgestelde uitkeringen en verstrekkingen (bijvoorbeeld een eenmalige uitkering bij overlijden), geen loon. Datzelfde geldt voor intermediaire kosten. U vergoedt dan de kosten die uw werknemer voorschiet voor zaken die:

  • tot het vermogen van uw bedrijf horen (uw werknemer tankt bijvoorbeeld met de auto van de zaak en schiet de benzinekosten voor);
  • specifiek samenhangen met de bedrijfsvoering (uw werknemer koopt bijvoorbeeld een fles wijn voor een klant en u vergoedt deze kosten).

Ook verstrekkingen waarvoor uw werknemer een eigen bijdrage van ten minste de (factuur)waarde betaalt, zijn niet belast. Denk hierbij aan een afgeschreven computer of een oud stuk gereedschap dat de werknemer voor privédoeleinden wil overnemen. Dit geldt ook voor producten uit uw eigen bedrijf, voor zover uw werknemer hiervoor minimaal 80% van de consumentenprijs (inclusief btw) betaalt en het voordeel niet groter is dan € 500 per jaar.

Let op! De normale verkoopwaarde van het product inclusief btw is bepalend voor de berekening van te nemen bedrag. Zorg dan ook dat u het dossier op orde heeft en bijvoorbeeld aan de hand van offertes of advertenties kunt laten zien wat de normale verkoopwaarde is.

Let op! Voor het toepassen van de WKR is het nodig dat vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen worden aangewezen. In de praktijk betekent dit dat ze zijn opgenomen in speciale grootboekrekeningen voor de WKR of dat u een overzicht bijhoudt wat uw werknemers gehad hebben en hoe u deze voordelen behandelt voor de WKR.

Vrije ruimte

Binnen de WKR mag u in 2024 een budget van 1,92% over de eerste € 400.000 loonsom en 1,18% over het meerdere van het totale fiscale loon belastingvrij besteden aan onbenoemde vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen voor uw werknemers. 

Dit budget wordt de ‘vrije ruimte’ genoemd. Voor zover u meer geeft dan in de vrije ruimte past, betaalt u wel loonbelasting in de vorm van een eindheffing van 80%. Dit is een last die u als werkgever draagt en dus niet uw werknemers.

Let op! Per 2025 gaat de vrije ruimte over de eerste € 400.000 loonsom omhoog van 1,92 naar 2%. Voor zover de loonsom hoger is, blijft 1,18% van toepassing. Wilt u binnen het belastingvrije bedrag blijven? Ga dan na of u in 2025 vergoedingen en verstrekkingen in de WKR moet bijstellen.

Tip! Over het bedrag dat aan de eindheffing van 80% is onderworpen, hoeft u geen premies volks- en werknemersverzekeringen te betalen. Ook hoeft geen rekening te worden gehouden met Zvw. Deze 80% kan voordeliger zijn dan de belasting bij loon voor de werknemer voor uw rekening te nemen (brutering).<

Niet alles valt in de vrije ruimte: gerichte vrijstellingen

Bepaalde vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen vormen wel loon, maar kunnen toch onbelast gegeven worden zonder dat dit ten koste gaat van de vrije ruimte. Deze vrijstellingen heten gerichte vrijstellingen. Dit zijn bijvoorbeeld vergoedingen en verstrekkingen voor de werkelijke kosten van openbaar vervoer en reiskosten voor eigen vervoer (maximaal € 0,23 p/km in 2024 en eveneens € 0,23 p/km in 2025). Ook gereedschappen, computers, internet, een mobiele telefoon en dergelijke zaken die noodzakelijk zijn voor het werk, vallen onder de gerichte vrijstellingen.

Let op! Er is alleen voldaan aan ‘noodzakelijk voor het werk’ wanneer de werknemer geen eigen bijdrage uit brutoloon betaalt, bijvoorbeeld met gebruikmaking van een cafetariaregeling. U mag de werknemer wel laten betalen als hij bijvoorbeeld een duurdere telefoon wil aanschaffen.

Tip! Geeft u de werknemer een voordeel in de vrije ruimte en betaalt de werknemer hier een eigen bijdrage voor? Dan hoeft u alleen het voordeel minus de eigen bijdrage als voordeel aan te merken.

Let daarbij op: het voordeel kan niet negatief zijn. Is er sprake van een waarde lager dan nihil (de werknemer betaalt een bijdrage die hoger is dan de fiscale waarde), dan moet voor de WKR de waarde toch op nul gesteld worden.

Keuzemogelijkheid

In beginsel worden alle vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen bij elk van uw werknemers als loon bij hem of haar belast. U houdt dan loonbelasting en premies volksverzekeringen in op het brutobedrag en u betaalt zelf nog de premies werknemersverzekeringen. Alleen als u kiest om deze aan te wijzen als WKR-loon, kunt u de gerichte vrijstelling of vrije ruimte toepassen en vindt, wanneer u de vrije ruimte te boven gaat, de belastingheffing bij u plaats. U moet deze keuze wel maken voordat u een vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling toekent aan uw werknemer en u kunt niet meer op uw keuze terugkomen, behalve als er echt sprake is van een fout.

Tip! De Belastingdienst gaat er gedurende het kalenderjaar van uit dat u een vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling heeft aangewezen in de vrije ruimte als u deze niet regulier verloont bij uw werknemers. Deze aanname blijft na afloop van het kalenderjaar alleen in stand als de aanwijzing uitdrukkelijk blijkt uit uw administratie. Uitdrukkelijk aanwijzen is niet nodig voor zover het gaat om gericht vrijgestelde zaken, zoals een vergoeding voor een opleiding voor het huidige beroep of voor een realiseerbaar beroep in de toekomst.

Tip! De keuze kan ook gedeeltelijk gemaakt worden. Als u uw werknemer in 2025 een km-vergoeding van € 0,29 geeft, kunt u onbelast maar € 0,23 p/km geven. U geeft dan dus € 0,06 p/km te veel. Hiervan kunt u bijvoorbeeld € 0,04 p/km aanwijzen in de vrije ruimte; de andere € 0,02 p/km wordt dan tot het werknemersloon gerekend.

Let op! Sommige onderdelen zijn verplicht werknemersloon. Die kunt u dus niet aanwijzen in de vrije ruimte. Zo horen de auto van de zaak en de dienstwoning altijd tot het loon van de werknemer.

Gebruikelijkheidstoets

De gebruikelijkheidstoets legt een beperking op aan de vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen die u onder kunt brengen in de WKR. Dit is een lastig criterium dat inhoudt dat uw vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen niet in de WKR kunnen worden ondergebracht als deze voor meer dan 30% afwijken van hetgeen normaal vergoed of verstrekt wordt. Overigens mag u voor gericht vrijgestelde zaken wel aannemen dat dit gebruikelijk is en gaat de toets alleen over de vrije ruimte en de eindheffing.

Niet alleen de vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling zelf moet gebruikelijk zijn, het moet ook gebruikelijk zijn dat uw werknemer deze belastingvrij van u krijgt en dat u de belasting via de eindheffing voor uw rekening neemt. Zo is het bijvoorbeeld niet gebruikelijk om de belasting over het maandloon van uw werknemers voor uw rekening te nemen.

Tip! Vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen van maximaal € 2.400 per werknemer per jaar worden door de Belastingdienst in ieder geval als gebruikelijk beschouwd. In de praktijk blijkt dat de Belastingdienst bedragen boven deze € 2.400 al snel ongebruikelijk vindt. Uit een uitspraak van de Hoge Raad van november 2021 blijkt dat de Belastingdienst haar standpunt aannemelijk kan maken met informatie over hoe andere belastingplichtigen omgaan met een soortgelijk loon.

Let op! De Belastingdienst vindt dat een vergoeding of verstrekking ‘redelijk’ moet zijn. De Belastingdienst acht het bijvoorbeeld niet redelijk dat de vergoeding van stagiaires in de vrije ruimte/eindheffing terechtkomt. Dit standpunt wordt niet bevestigd door wet- en regelgeving of rechtspraak. Als u echter gedoe wilt voorkomen, is het handig hier rekening mee te houden.

Nihilwaardering voor werkplekvoorzieningen

Voor een aantal faciliteiten die voornamelijk worden gebruikt op de werkplek, zoals werkkleding die aan de werknemer ter beschikking wordt gesteld en consumpties op de werkplek, geldt een nihilwaardering.

Let op! De ‘werkplek’ is de plaats waar de werknemer arbeid verricht en waarop voor de werkgever de arbowetgeving van toepassing is. De ruimte in de eigen woning van een (van de) werknemers waar wordt gewerkt is uitgezonderd. Dit wordt niet aangemerkt als werkplek, behalve voor de arbovoorzieningen. Een zelfstandig deel van de eigen woning met eigen ingang en sanitair kan onder voorwaarden wél weer gelden als werkplek.

Let op! Dit betekent dat vergoedingen en verstrekkingen voor een thuiswerkplek in de eigen woning van een werknemer zoals koffie en thee of werkkleding niet op nihil gewaardeerd mogen worden. U kunt wél gebruikmaken van de gerichte vrijstellingen voor gereedschap, computers en dergelijke en de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen, zoals een goede stoel. Ook intermediaire kosten (zoals postzegels) mag u belastingvrij verstrekken. U moet dan wel de omvang van het zakelijke gebruik kunnen bewijzen! Bovendien kunt u gebruikmaken van een gerichte vrijstelling voor de thuiswerkplek van € 2,40 in 2025 per thuiswerkdag (€ 2,35 per 2024). Let er dan wel op dat deze niet op dezelfde dagen als reiskostenvergoedingen woon-werkverkeer mag worden gegeven.

Is sprake van een werkplek in een zelfstandig deel van de eigen woning, dan gelden de normale regels voor werkplekvoorzieningen wél. Dat betekent dus ook dat voorzieningen die normaal zijn op een werkplek op nihil gewaardeerd mogen worden voor de WKR. Denk bijvoorbeeld aan de nihilwaardering voor kleine consumpties of aan planten voor de kantoorruimte.

Let op! Voor hulpmiddelen die niet onder een van de andere gerichte vrijstellingen vallen, geldt als extra eis dat deze voor minimaal 90% zakelijk worden gebruikt.

Normbedragen

Er zijn verschillende normbedragen voor loon in natura. U kunt hierbij denken aan huisvesting ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking, zoals een werknemer die geen eigen woning heeft en op de werkplek woont, omdat hij dan ook slaapdiensten kan draaien (normbedrag voor 2025 € 6,80 en voor 2024 € 6,70 per dag), maaltijden op de werkplek (normbedrag voor 2025 € 3,95 en voor 2024 € 3,90) en kinderopvang op de werkplek (uurtarieven volgens de Wet kinderopvang).

Concernregeling

De WKR geldt per werkgever. Dit is anders als de concernregeling kan worden toegepast. Deze regeling maakt het mogelijk om de vrije ruimtes binnen één concern samen te voegen. De concernregeling kan onder meer worden toegepast als de moedermaatschappij gedurende een geheel jaar voor minimaal 95% eigenaar is van de dochtermaatschappij(en).

Let op!In de aangifte WKR over 2024 kan de concernregeling voor een nadeel zorgen! De iets hogere (1,92% in plaats van 1,18%) vrije ruimte over de eerste € 400.0000 fiscale loonsom geldt dan namelijk maar één keer! Doen de verschillende werkgevers los aangifte, dan kan elk van hen dit verhoogde percentage toepassen. In 2025 zal dit effect, in verband met de iets hogere vrije ruimte over de eerste € 400.000, ook iets groter zijn.

Vaste kostenvergoeding

Ook onder de WKR is een vaste kostenvergoeding mogelijk. U moet dan wel een onderscheid maken tussen gerichte vrijstellingen, intermediaire kosten en overige posten. Vergoedingen van overige posten zijn loon. U mag deze onderbrengen in de WKR. Voor zover beschikbaar, kunt u daarbij gebruikmaken van de vrije ruimte. Voor gerichte vrijstellingen en intermediaire kosten mag u alleen een onbelaste vaste kostenvergoeding geven als u vooraf de vergoeding onderbouwt met een onderzoek naar de werkelijk gemaakte kosten en u dit onderzoek herhaalt als de Belastingdienst daarom vraagt.

Tip! Voor vaste kostenvergoedingen is er, wanneer een werknemer qua kosten en vergoeding vergelijkbaar is met een werknemer onder de cao Rijk, ook een vaste vergoeding op basis van deze regeling mogelijk.

Jaarlijkse afrekening

Bij overschrijding van de vrije ruimte vindt een eindheffing plaats van 80%. Deze eindheffing moet voor het jaar 2024 worden afgedragen bij de aangifte over het tweede tijdvak 2024, welke bij een maandaangifte uiterlijk eind maart 2025 moet worden ingediend en afgedragen. 

Let op! Als de inhoudingsplicht eindigt, mag niet gewacht worden met afrekenen tot de aangifte in maart van het volgende jaar, maar moet worden afgerekend in de aangifte over het tijdvak waarin de inhoudingsplicht is geëindigd.

Het totale bedrag aan vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen moet uit uw administratie te halen zijn. Bedenk daarbij dat verstrekkingen en terbeschikkingstellingen van spullen gewaardeerd worden op de aan u in rekening gebrachte factuurwaarde (dat is dan de waarde in het economische verkeer, incl. btw). 

Als er geen inkoopfactuur is, is de factuur uitgegeven door uw bedrijf of een daaraan verbonden bedrijf en gaat het om producten uit eigen bedrijf? Dan geldt de factuurwaarde niet, maar moet u de waarde in het economische verkeer in aanmerking nemen op basis van de normale koopprijs voor consumenten inclusief btw. Zorg dat u kunt laten zien hoe deze prijs is vastgesteld.

Tip! Over het toevoegen van de btw kunt u in het kader van de WKR met de Belastingdienst de afspraak maken dat u een gemiddelde btw-druk over de verschillende posten in de vrije ruimte in aanmerking neemt.

Tot slot

De WKR is voor veel werkgevers in het mkb nog lastig werkbaar. Heeft u vragen over de toepassing van de diverse WKR-regels voor uw onderneming, neem dan gerust contact met ons op. Wij helpen u graag verder.

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

Voorwaarden voor aanvraag jobcoach versoepeld

By nieuws

Zieke en gehandicapte werknemers en hun werkgevers kunnen een vergoeding krijgen voor een zogenaamde jobcoach. De voorwaarden om in aanmerking te komen voor een dergelijke vergoeding zijn per 1 januari 2025 versoepeld.

Jobcoach

Handen schudden

Een jobcoach helpt zieke of gehandicapte werknemers op de werkvloer die ondersteuning nodig hebben om hun werk te kunnen verrichten. Denk bijvoorbeeld aan het opstellen van een werkplan of het inwerken van de werknemer. Het is de bedoeling dat de werknemer na de geboden hulp door de jobcoach zelfstandig kan werken.

Inzet jobcoach

Een jobcoach kan maximaal voor drie jaar worden ingezet. De jobcoach mag daarbij een werknemer maximaal 10% van de werktijd van de werknemer begeleiding bieden. 

Let op! In speciale situaties is het mogelijk dat de jobcoach beslist dat de werknemer na de drie jaar verdere begeleiding nodig heeft. Dit kan dan voor maximaal zes maanden.

Versoepeling voorwaarden

Een vergoeding voor een jobcoach wordt sinds dit jaar verleend als de werknemer een contract van minimaal drie maanden heeft voor minimaal acht uur per week. Dit was tot nu toe zes maanden en minimaal twaalf uur per week. 

Ook moest de werknemer minstens 35% van het minimumloon verdienen. Deze eis is vervallen.

In- of externe jobcoach

Werknemers kunnen zowel de hulp van een externe jobcoach krijgen of van een interne jobcoach die al in dienst van de werkgever is. Een vergoeding voor een externe jobcoach vraagt de werknemer zelf aan bij het UWV, voor een interne jobcoach dient de werkgever bij het UWV de vergoeding aan te vragen.

Tip! Meer informatie over de jobcoach vindt u hier.

Bestede uren onderbouwen voor recht op zelfstandigenaftrek

By nieuws

Hoewel de zelfstandigenaftrek ook in 2025 weer fors in omvang is beperkt, blijft het voorlopig nog een van de belangrijkste aftrekposten voor zelfstandige ondernemers. Daarbij is wel van belang dat wordt voldaan aan het urencriterium en dat dit aannemelijk gemaakt kan worden.

Afbouw zelfstandigenaftrek

Kantoor

De zelfstandigenaftrek wordt sinds 2021 in stappen afgebouwd. Bedroeg de zelfstandigenaftrek in 2024 nog € 3.750, in 2025 bedraagt deze nog maar € 2.470. De zelfstandigenaftrek wordt de komende jaren verder verlaagd en zal in 2027 nog maar € 900 bedragen.

Urencriterium

Ondernemers die de zelfstandigenaftrek willen claimen, moeten kunnen aantonen dat ze in het jaar aan de onderneming minstens 1.225 uren besteden. Ook moeten ze minstens de helft van hun totaal aantal werkzame uren aan de onderneming besteden. Deze laatste eis geldt overigens niet voor starters.

Bewijslast

De bewijslast dat voldaan wordt aan het urencriterium rust op de ondernemer die de zelfstandigenaftrek claimt. In een zaak die tot aan de Hoge Raad werd uitgevochten, werd duidelijk dat deze bewijslast niet te licht moet worden opgevat, zeker niet als er sprake is van in verhouding veel indirecte uren.

Urenoverzicht te globaal

In genoemde zaak had de betreffende ondernemer weliswaar een urenoverzicht bijgehouden, maar dit bleek erg globaal. De verrichte werkzaamheden waren per categorie opgesomd, maar welke activiteiten het betrof en voor welke cliënten deze waren uitgevoerd, was niet duidelijk.

Indirecte uren

Voor het gerechtshof werd ook duidelijk dat de ondernemer veel indirecte uren aan het bedrijf had besteed, zo’n 900 in het betreffende jaar. Volgens het Hof is het dan juist van belang dat de tijdsbesteding beter wordt onderbouwd. 

Tijdbesteding scriptie

Ook kwam de vraag aan de orde of de tijd die besteed was aan het schrijven van een scriptie mee kan tellen voor het urencriterium. Dit blijkt inderdaad mogelijk, maar dan moet wel duidelijk zijn dat de werkzaamheden niet gericht zijn op het opdoen van nieuwe vakkennis of het uitbreiden ervan. Uren die besteed worden aan het op peil houden van bestaande vakkennis tellen daarentegen wel mee voor het urencriterium.

Rechter weigert zelfstandigenaftrek

Het Hof kwam niet toe aan het antwoord op de vraag of de bestede uren al dan niet nodig waren voor het op peil houden van de vakkennis. Ook als dit wel zo zou zijn, was namelijk onvoldoende aangetoond dat in het betreffende jaar minstens 1.225 uren aan het bedrijf waren besteed. De zelfstandigenaftrek werd dan ook door het Hof geweigerd en de Hoge Raad sloot zich hierbij aan.

Gemeente mag voor WOZ-waarde vergelijkbare woningen wijzigen

By nieuws

Op niet al te lange termijn vallen de nieuwe WOZ-beschikkingen weer in de bus. Hiervoor wordt de WOZ-waarde van uw pand naar de waarde op 1 januari 2024 vastgesteld. Voor woningen wordt deze waarde vastgesteld aan de hand van vergelijkbare woningen.

Welke woningen hiervoor worden uitgezocht, mag in beginsel nog tijdens een eventuele gang naar de rechter worden gewijzigd, zo bepaalde het gerechtshof in Den Bosch.

Systematische vergelijking

Woning

Wettelijk is bepaald dat de WOZ-waarde van een woning moet worden bepaald door middel van een systematische vergelijking met woningen waarvan marktgegevens beschikbaar zijn. Dit blijkt in de praktijk niet altijd even eenvoudig, vooral als het woningen betreft waarvan niet of nauwelijks marktgegevens bekend zijn omdat ze niet regelmatig verkocht worden.

Wijziging vergelijkbare woningen

In bovengenoemde zaak die speelde voor het Hof Den Bosch was de waarde van een woning vastgesteld op € 491.000. Die waarde was vastgesteld door de woning te vergelijken met een aantal soortgelijke woningen. Gedurende de procedure tegen de gemeente wijzigde de ambtenaar echter de woningen aan de hand waarvan de WOZ-waarde was vastgesteld.

Hof akkoord, tenzij….

Volgens het Hof was de handelswijze van de ambtenaar toegestaan. Volgens het Hof kan in beginsel zelfs in elke fase van de procedure de WOZ-waarde nader worden onderbouwd en mag daarbij uitgegaan worden van andere vergelijkingsobjecten. De gemeente werd dan ook in het gelijk gesteld. 

In strijd met goede procesorde

Het Hof maakte wel een voorbehoud voor het geval er sprake is van zogenaamde ‘strijd met een goede procesorde’. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als partijen elkaar te laat informatie verstrekken die voor het conflict van belang kan zijn. Een voorbeeld hiervan zagen we onlangs bij hetzelfde Hof, waarbij een gemachtigde ondanks gemaakte werkafspraken niet duidelijk had gemaakt over bepaalde informatie te willen beschikken. Door hier te laat tegen te ageren, was er sprake van ‘strijd met een goede procesorde’.

Hoeveel aftrek zorgkosten bij meerdere diëten?

By nieuws

Zorgkosten zijn onder voorwaarden aftrekbaar van uw inkomen. Ook dieetkosten kunnen als zorgkosten worden aangemerkt. Het dieet moet dan wel zijn voorgeschreven door een arts of diëtist.

Dieetkosten gespecificeerd

Medisch

Dieetkosten zijn wettelijk ook gespecificeerd naar ziektebeeld en dieettype. Per ziektebeeld en dieetvorm gelden vaste, aftrekbare bedragen. De werkelijke kosten van het dieet doen dus niet ter zake. De vaste aftrekbare bedragen variëren van € 200 tot maximaal € 3.450 (2024). 

Tip! U vindt een overzicht van de aftrekbare bedragen, de dieetlijst, hier.

Wat bij overlap?

Bij overlappende diëten kan de vraag rijzen welk bedrag aftrekbaar is. Zo kan een dieet energieverrijkt zijn in combinatie met eiwitverrijkt, maar bijvoorbeeld ook energieverrijkt in combinatie met eiwitverrijkt en lactosebeperkt of lactosevrij. Een voorbeeld van overlappende diëten speelde voor de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Rechtbank schrapt drie van de vijf diëten

In deze zaak had een belastingplichtige voor vijf gevolgde diëten de vaste bedragen voor de extra kosten opgevoerd. Voor de rechtbank werd echter duidelijk dat twee diëten betrekking hadden op eenzelfde dieettypering en dat drie diëten deels overeenkomend waren, terwijl zij kennelijk betrekking hadden op hetzelfde ziektebeeld.

De dieetkosten die aangevoerd mochten worden als zorgkosten werden daarop beperkt tot de kosten van twee diëten, waarbij wettelijk is bepaald dat in die gevallen uitgegaan mag worden van het hoogste genoemde aftrekbare bedrag.

Bewijslast

De uitspraak maakte ook duidelijk dat de bewijslast voor de aftrek van zorgkosten bij de belastingplichtige ligt. Omdat die hiermee niet erg secuur was omgesprongen, werd de aftrek van de totale zorgkosten ook nog eens fors beperkt. Zo waren de opgevoerde reiskosten in verband met ziekte niet onderbouwd, werd van de medicijnen niet aangetoond dat deze waren verstrekt op voorschrift van een arts en ontbraken verschillende betaalbewijzen.

Vanaf wanneer vermindering immateriële schadevergoeding?

By nieuws

Als de afhandeling van een fiscaal conflict te lang duurt, kunt u recht hebben op een immateriële schadevergoeding. De vergoeding is bedoeld als compensatie voor frustratie en spanning. De Hoge Raad heeft echter het verstrekken van een immateriële schadevergoeding beperkt.

Immateriële schadevergoeding

Euro

Een immateriële schadevergoeding loopt op naarmate de behandeling van uw conflict langer duurt. Daarbij geldt als uitgangspunt dat bezwaar en beroep bij elkaar twee jaar mag duren. Gaat u daarna in hoger beroep, dan geldt hiervoor nogmaals een periode van maximaal twee jaar. Gaat u daarna in cassatie, dan geldt wederom een maximale behandeltermijn van twee jaar. Bij overschrijding van genoemde termijnen dient per half jaar overschrijding een vergoeding van € 500 te worden betaald.

Beperkingen

De Hoge Raad heeft in een arrest van 14 juni jl. een aantal beperkingen gesteld aan de immateriële schadevergoedingen. De Hoge Raad oordeelde dat dergelijke schadevergoedingen voortaan alleen van toepassing zijn bij een financieel belang van minstens € 1.000. Bij een geringer belang is dus geen schadevergoeding aan de orde, tenzij de overschrijding van de redelijke termijn langer dan één jaar bedraagt. In die gevallen kan de rechter zelf bepalen of er een schadevergoeding betaald moet worden.

Overgangsrecht

De Hoge Raad oordeelde tevens dat de nieuwe regels alleen gelden voor nieuwe gevallen. Ze gelden dus niet voor zaken waarin voorafgaand aan de datum van het arrest, 14 juni 2024, om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn is verzocht en waarin de redelijke termijn voor de desbetreffende fase van de procedure op de datum van dit arrest al was overschreden. 

Nog geen beperking in 2023

In een zaak die in augustus 2023 al speelde had een belastingplichtige een immateriële schadevergoeding geëist. Omdat op dat moment de nieuwe regels nog niet van kracht waren, besliste het gerechtshof Den Haag dat de schadevergoeding ook nog niet beperkt diende te worden en bepaalde deze op € 500, nu de overschrijding vijf maanden bedroeg.

Wat houdt onderzoeksplicht parkeerbelasting in?

By nieuws

In veel steden in Nederland moet u parkeerbelasting betalen als u uw auto wilt parkeren. Voor de vraag óf u ergens parkeerbelasting moet betalen, geldt een onderzoeksplicht voor u. Wat houdt die plicht eigenlijk in?

Betalen op Hemelvaartsdag, of niet?

Auto

Voor de Hoge Raad kwam de vraag aan de orde hoe ver de onderzoeksplicht reikt als het gaat om de verschuldigdheid van parkeerbelasting. In de betreffende zaak had een automobilist zijn auto geparkeerd op Hemelvaartsdag zonder parkeerbelasting te voldoen. Omdat er ook op zon- en feestdagen parkeerbelasting betaald moest worden, was hem een naheffing met boete opgelegd.

Te ver verwijderd

De automobilist voerde aan dat op de parkeermeter bij zijn woning vermeld stond dat op zon- en feestdagen geen parkeerbelasting verschuldigd is. Die parkeermeter stond echter zo’n anderhalve kilometer verwijderd van de plaats waar hij geparkeerd had. De gemeente was dan ook van oordeel dat de automobilist aan de tekst op deze parkeermeter geen rechten kon ontlenen.

Onderzoeksplicht

Hof Amsterdam en ook de Hoge Raad zijn het hiermee eens. Op een automobilist rust nu eenmaal een onderzoeksplicht als het om betaald parkeren gaat. Dit betekent dat onderzocht moet worden: 

of op een bepaalde plaats parkeerbelasting betaald moet worden, en 
dat vervolgens gezocht moet worden naar een parkeerautomaat om de belasting te voldoen.

Daarbij geldt dat uitgegaan moet worden van de informatie die is aangegeven op een parkeermeter in de nabijheid van de parkeerplaats.

Parkeermeter in nabijheid parkeerplaats

De gemeente voerde aan dat op de betreffende  parkeermeters duidelijk stond aangegeven dat er ook op Hemelvaartsdag parkeerbelasting verschuldigd is. Dat per parkeermeter niet staat aangegeven voor welk gebied deze geldig is, doet naar de mening van de rechters niet ter zake. De naheffing en boete bleven dan ook in stand.

Lagere aftrek extra kleding en beddengoed in 2025

By nieuws

Maakt u gebruik van de aftrek van extra kleding en beddengoed in uw aangifte inkomstenbelasting? De vaste bedragen die hiervoor gelden zijn in 2025 lager dan in 2024.

Aftrek extra kleding en beddengoed

Detailhandel

Als u door ziekte of invaliditeit meer kosten voor (het wassen van) kleding en beddengoed maakt dan mensen in vergelijkbare (financiële) omstandigheden, kunt u hiervoor mogelijk kosten in aftrek brengen in uw aangifte inkomstenbelasting. Deze extra kosten moeten dan wel een rechtstreeks gevolg zijn van uw ziekte of invaliditeit die minimaal een jaar duurt of waarschijnlijk minimaal een jaar gaat duren.

Vast bedrag

Omdat voor beddengoed sprake is van een negatieve prijsmutatie, vallen de vaste bedragen in 2025 lager uit. De aftrek bestaat uit een vast bedrag dat in 2024 nog € 350 bedroeg. Voor  2025 is dit vaste bedrag verlaagd naar € 340.

Had u in 2024 extra kosten voor kleding en beddengoed die hoger waren dan € 700, dan bedroeg de aftrek in dat jaar geen € 350 maar € 875. Ook deze vaste bedragen zijn in 2025 lager. Zijn in 2025 uw extra kosten voor kleding en beddengoed hoger dan € 680, dan bedraagt de aftrek geen  € 340 maar € 850.

Let op! De vaste bedragen worden elk jaar opnieuw geactualiseerd en zijn afhankelijk van de consumentenprijsontwikkeling.

Lagere belastingrente in 2025

By nieuws

De belastingrente is vanaf 1 januari 2025 hoogstwaarschijnlijk lager dan in 2024. De percentages zijn nog niet officieel gepubliceerd, maar voor onder meer de vennootschapsbelasting daalt het percentage waarschijnlijk van 10% in 2024 naar 9% in 2025. Voor vrijwel alle andere belastingen daalt de belastingrente waarschijnlijk van 7,5% in 2024 naar 6,5% in 2025.

Wanneer belastingrente betalen?

Euro

Hoe en wanneer er belastingrente berekend of aan u vergoed wordt, is niet voor elke belastingsoort hetzelfde. Heel kort samengevat komt het erop neer dat belastingrente aan u in rekening wordt gebracht als de Belastingdienst uw aanslag niet op tijd kan vaststellen.

Dit is bijvoorbeeld bij de inkomstenbelasting 2024 het geval als u niet vóór 1 mei 2025 uw aangifte indient of een voorlopige aanslag aanvraagt én uw (voorlopige) aanslag een dagtekening heeft vanaf 1 juli 2025. Maar ook als u dat wel deed en de Belastingdienst een (voorlopige) aanslag oplegt die hoger is dan in uw aangifte/verzoek om voorlopige aanslag, berekent de Belastingdienst belastingrente over het verschil.

Wanneer belastingrente ontvangen?  

Anderzijds vergoedt de Belastingdienst alleen in bepaalde gevallen belastingrente, bijvoorbeeld als de Belastingdienst zonder reden te lang doet over het opleggen van uw belastingaanslag.
Voor de inkomstenbelasting 2024 vergoedt de Belastingdienst bijvoorbeeld belastingrente als u een aangifte heeft ingediend, de Belastingdienst na 1 juli 2025 een negatieve (voorlopige) aanslag (een teruggaaf dus) oplegt en dat niet doet binnen 13 weken na ontvangst van uw aangifte. Dient u een verzoek om een negatieve (voorlopige) aanslag (een teruggaaf dus) in, dan bedraagt de termijn 8 weken in plaats van 13 weken.

Belastingrente te hoog?

Rechtbank Noord-Nederland oordeelde op 7 november 2024 – kort samengevat – dat het vanaf 2022 vastgestelde percentage belastingrente voor de vennootschapsbelasting (in 2022 en 2023: 8%, in 2024: 10%) in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Dit betekent dat de belastingrente, naar het oordeel van de rechtbank, niet berekend mag worden naar 8% of 10%.

Vraag daarbij is echter op welk percentage de belastingrente dan wel kan worden vastgesteld om evenredig te zijn. Over die vraag heeft de rechtbank zich niet hoeven buigen, omdat de belastingplichtige en de Belastingdienst vooraf al hadden afgesproken dat het tarief 4% zou zijn als de belastingplichtige in het gelijk zou worden gesteld. De rechtbank berekent de belastingrente daarom naar een tarief van 4%. Dit percentage lijkt te zijn ontleend aan het percentage voor andere belastingen, zoals de inkomstenbelasting, maar zekerheid daaromtrent is er niet.

Let op! In verband met de uitspraak van de rechtbank is het verstandig om tijdig bezwaar te maken tegen belastingrente berekend over een definitieve aanslag vennootschapsbelasting. Gaat het om een voorlopige aanslag dan moet u een verzoek om herziening doen. Neem voor meer informatie contact met ons op, ook over de vraag of het verstandig is om tijdig bezwaar te maken tegen belastingrente berekend over andere belastingsoorten zoals de inkomstenbelasting.