All Posts By

admin

Samenwerking Belastingdienst en NSR voor hulp bij schulden

By nieuws

De Belastingdienst en de Nederlandse Schuldhulproute (NSR) gaan intensiever samenwerken bij de aanpak van schulden van burgers en ondernemers. De samenwerking vindt plaats via het platform Geldfit. Uit een pilot blijkt dat de inzet van Geldfit bij de aanpak van schuldproblemen positief uitpakt.

Schuldproblematiek

Sparen

Schuldproblematiek is een groot probleem in Nederland. Uit cijfers blijkt dat zo’n 730.000 huishoudens met problematische schulden worstelen. De oorzaak ligt nogal eens bij een bijzondere gebeurtenis, zoals ontslag of echtscheiding.

NSR

De NSR is een samenwerking tussen gemeenten, bedrijven en andere organisaties. Het verlenen van hulp door Geldfit gebeurt zowel telefonisch als online. Geldfit is dan ook het startpunt als burgers of ondernemers met problematische schulden te maken hebben.

Het vinden van hulp bij schuldproblemen is veelal erg moeilijk, omdat door de vele diensten en betrokken instanties het inzicht in de problemen erg onoverzichtelijk is. Geldfit is een onderdeel van NSR en heeft wel het benodigde overzicht en kan mensen met schulden dan ook doorverwijzen naar passende lokale hulp. 

Overheid grootste schuldeiser 

De overheid is voor burgers en bedrijven in moeilijkheden vaak de grootste schuldeiser. De Belastingdienst, een van die schuldeisers, werkt hiervoor al samen met andere rijksdiensten, gemeentes en externe schuldhulpverleners. Door de nieuwe samenwerking met NSR wordt de financiële hulpverlening verder uitgebreid.

Advieswijzer Bedrijfsoverdracht

By nieuws

Er komt waarschijnlijk een moment dat u uw bedrijf gaat overdragen. Of dat nu is om actuele financiële redenen, uw leeftijd, vanwege gezondheidsredenen of als appeltje voor de dorst. Wat de reden ook is, een bedrijfsoverdracht is niet van de ene op de andere dag geregeld en vergt vaak jaren van voorbereiding. Begin dus op tijd.

Fasen van bedrijfsoverdracht

Handen schudden

Wilt u uw bedrijf in de toekomst overdragen, houd dan rekening met de volgende acht fasen van het verkoopproces.

Fase 1: Wensen in kaart brengen

Waarom wilt u uw bedrijf verkopen, aan wie wilt u het bedrijf verkopen en wat wilt u gaan doen na de verkoop? Het is belangrijk dat u eerst voor uzelf in kaart brengt wat uw persoonlijke en financiële wensen zijn. Dit kan u helpen in het latere verkoopproces.

Fase 2: De voorbereiding

In deze fase vindt een analyse van uw bedrijf plaats. Er wordt gekeken naar de markt waarin de onderneming opereert, de financiële situatie, de kwaliteit van het management en de organisatie van het bedrijf. Deze bevindingen worden vastgelegd in een informatiememorandum. Serieus geïnteresseerde kandidaten kunnen dit memorandum in een latere fase ter inzage krijgen.

Fase 3: Verkoopklaar maken

Een bedrijf dat te koop wordt aangeboden, moet in goede conditie verkeren. Het is noodzakelijk dat u solide jaarrekeningen van ongeveer vijf achtereenvolgende jaren kunt overleggen. De jaarrekening moet een juist beeld geven van de winstgevendheid van het bedrijf, maar ook een schone balans is van groot belang.

Wellicht staan er op de balans bepaalde activa die u ook privé gebruikt. U zult in dat geval moeten nagaan of u die in privé wilt overnemen. Hiervoor moet dan een reële prijs worden berekend. Dit kan resulteren in boekwinst of boekverlies. Privéschulden aan de bv kunnen maar beter worden afgelost. Daarnaast moet ook de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen overeenkomen met wat in de branche gebruikelijk is.

Verder is het zaak de juridische en fiscale structuur van de onderneming zo sterk mogelijk te maken. Het kan bijvoorbeeld zinnig zijn om onroerend goed in een aparte vennootschap onder te brengen of een holdingstructuur met één of meer werkmaatschappijen te creëren. Het wijzigen van de structuur van uw bedrijf kan soms grote fiscale voordelen opleveren. Tijd speelt daarbij een belangrijke rol, want soms gelden wettelijke termijnen van een aantal jaren en vaak is ook terugwerkende kracht maar beperkt mogelijk.

Fase 4: Waardebepaling

Al vrij vroeg in het hele overdrachtsproces wordt de waarde van uw bedrijf bepaald. Hiervoor bestaan verschillende methoden. Van liquidatiewaarde tot de discountcashflowmethode en van intrinsieke waarde tot de goodwillmethode. Welke methode ook wordt gebruikt, de exacte waarde van een onderneming vaststellen is een utopie; het gaat altijd om een bandbreedte. Behalve cijfers spelen namelijk ook subjectieve waarderingen, zoals marktprognoses en groeimogelijkheden, een belangrijke rol. Eén ding is zeker: de waarde ligt altijd in de toekomstige opbrengsten en nooit in de resultaten die in het verleden zijn behaald. Houd dit ook in uw achterhoofd als resultaten bijvoorbeeld door de coronacrisis zijn beïnvloed.

Fase 5: Prijsbepaling

Is uw bedrijf helemaal verkoopklaar en is de waarde bepaald, dan is het tijd om de verkoopprijs vast te stellen. Stelt u zich daarbij de volgende vragen:

  • Wat wil ik minimaal voor mijn bedrijf krijgen?
  • Wat kan ik maximaal voor mijn bedrijf krijgen?
  • Wat is een reële verkoopprijs?

Door vooraf goed zicht te hebben op de verkoopprijs, verstevigt u uw onderhandelingspositie met een mogelijke koper.

Let op! Bent u van plan uw bedrijf binnen uw familie over te dragen, dan bent u wellicht geneigd genoegen te nemen met een lagere verkoopprijs. Echter, als u uw bedrijf overdraagt tegen een niet-marktconforme prijs kan de Belastingdienst zich op het standpunt stellen dat er sprake is van een schenking en is er in beginsel schenkbelasting verschuldigd.

Fase 6: Geschikte koper zoeken

In deze fase gaat u op zoek naar een mogelijke koper. Dat kan een onbekende zijn, maar ook een zoon of dochter, een werknemer binnen uw bedrijf of iemand uit uw zakelijke netwerk. 

Heeft u nog geen geschikte kandidaat, dan kunt u met uw bedrijf de markt opgaan. U kunt hiervoor ook een derde inschakelen.

Op internet zijn verschillende zoekmogelijkheden aanwezig. Alvorens u de markt opgaat, is het belangrijk dat u een korte profielschets van uw bedrijf maakt om interesse van potentiële kopers te wekken.

Fase 7: Onderhandelingsfase

Heeft u eenmaal een potentiële koper gevonden, dan start de onderhandelingsfase. Het is belangrijk om alle handelingen schriftelijk vast te leggen. Zodra duidelijk is dat een potentiële koper echt geïnteresseerd is, wordt het tijd om belangrijke informatie uit te wisselen.

Door het opstellen van een vertrouwelijkheidsovereenkomst voorkomt u dat onzorgvuldig met deze informatie wordt omgesprongen. Als beide partijen vertrouwen hebben in de uitkomst van de onderhandelingen, is het gebruikelijk om elkaars intenties op papier vast te leggen met een intentieovereenkomst (‘letter of intent’).

Na de intentieovereenkomst zal de potentiële koper de informatie die u als verkoper heeft verstrekt, willen toetsen. Daarvoor dient het due diligence-onderzoek. In de meeste gevallen is dit een zo breed mogelijk onderzoek naar het bedrijf. Alle juridische, fiscale, financiële en bedrijfseconomische aspecten komen aan bod.

Zodra beide partijen in de onderhandelingsfase op hoofdpunten een akkoord hebben bereikt, kan een voorovereenkomst worden gesloten.

Fase 8: Verkoop

Als de onderhandelingsfase is afgerond, kan de definitieve koopovereenkomst worden gesloten. Als u een bv verkoopt, is nog een gang naar de notaris nodig. Daar worden de aandelen officieel overgedragen. Nadat u de koopsom heeft ontvangen, is uw bedrijf definitief verkocht.

Alhoewel de overdracht nu is afgerond, wil dat nog niet zeggen dat u alle banden met uw onderneming heeft doorgesneden. Misschien blijft u nog actief betrokken bij de onderneming. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat u afspraken heeft gemaakt over de koopsom, waarbij de uiteindelijke hoogte mede wordt bepaald door de toekomstige resultaten van de onderneming.

Fiscale gevolgen

Bij een bedrijfsoverdracht krijgt u altijd te maken met de fiscus. Daarbij maakt het verschil of het gaat om bijvoorbeeld de overdracht van een eenmanszaak of van een bv. Vaak zal er moeten worden afgerekend, maar dat hoeft niet altijd. Er is namelijk een aantal ‘verzachtende’ regelingen. De belangrijkste zetten wij voor u op een rij:

  • De inkomstenbelasting kent onder andere een doorschuiffaciliteit bij de overdracht van een eenmanszaak of een aandeel in een vennootschap onder firma. Als aan de voorwaarden wordt voldaan, hoeft niet te worden afgerekend met de fiscus en gaan de fiscale claims over op de koper.
  • Om van deze faciliteit gebruik te kunnen maken, is een van de voorwaarden dat de overdracht in beginsel moet plaatsvinden aan een medeondernemer die ten minste 36 maanden als ondernemer winst uit uw onderneming heeft gehad of ten minste 36 maanden als werknemer in uw onderneming werkzaam was. Wilt u van deze faciliteit gebruikmaken, houd hier dan tijdig rekening mee.
  • De doorschuiffaciliteit hoeft niet altijd voordeliger te zijn, dus is het voor u en voor de koper van belang vooraf de voordeligste optie te laten berekenen.
  • De inbreng van een onderneming in een bv tegen uitreiking van aandelen kan geruisloos plaatsvinden.
  • Voor de aanmerkelijkbelanghouder is er een doorschuiffaciliteit, bijvoorbeeld bij een aandelenfusie of juridische splitsing.
  • Ook de vennootschapsbelasting kent een aantal doorschuiffaciliteiten, zoals de bedrijfsfusiefaciliteit.
  • Er is een doorschuiffaciliteit in de inkomstenbelasting bij schenking van aanmerkelijkbelangaandelen. Ook bij vererving van aanmerkelijkbelangaandelen is er een doorschuiffaciliteit.
  • De Successiewet kent de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR). Een verkrijging van ondernemingsvermogen of aandelen in een bv is voor 100% voorwaardelijk vrijgesteld van erf- of schenkbelasting als de waarde van de objectieve onderneming niet groter is dan € 1.500.000 (2025). Is de onderneming meer waard, dan geldt een voorwaardelijke vrijstelling van 75% over het meerdere.

Wijziging doorschuiffaciliteit (DSR) en bedrijfsopvolgingsregeling (BOR)

Het kabinet heeft de doorschuiffaciliteit in de inkomstenbelasting en de bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet op een aantal punten herzien en ook staan er nog wijzigingen op stapel voor 2026. Omdat dit alles veelomvattend is en veel voorgenomen wijzigingen nog niet definitief zijn, adviseren wij u de Advieswijzer Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf te raadplegen. Hier wordt uitgebreid ingegaan op de BOR en de DSR.

Tot slot

De koop en verkoop van een bedrijf is een uitermate complexe aangelegenheid. Daarbij spelen bedrijfseconomische, juridische, fiscale, financiële en sociale aspecten een grote rol. Neem voor advies op maat contact met ons op.

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk.

Schadevergoeding bij ontslag belast of niet?

By nieuws

Als een werknemer bij zijn ontslag een schadevergoeding ontvangt, is voor de belastingheffing van belang waarvoor die wordt betaald. Is sprake van een vergoeding van immateriële schade of een voor verminderde arbeidskracht, dan is deze namelijk belastingvrij.

Immateriële schade en verlies arbeidskracht

Strategie

In een zaak die speelde voor gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, kwam de vraag aan de orde of de door een werkgever aan zijn werknemer betaalde vergoeding voor immateriële schade of het verlies aan arbeidskracht was. De werknemer vond van wel en bepleitte dan ook dat de betaalde schadevergoeding onbelast was. De Belastingdienst vond dat de ontvangen som wel belast was.

Bewijslast

Het gerechtshof stelde om te beginnen vast dat de ontvanger van de schadevergoeding de bewijslast had. Die gaf aan dat er weliswaar een belaste ontslagvergoeding was betaald, maar dat hij daarnaast via de rechter een schadevergoeding had afgedwongen van ruim € 55.000. Volgens de man was die vergoeding betaald ter compensatie van ernstige psychische schade, veroorzaakt door onrechtmatig gedrag van zijn voormalige teamleider.

Afwikkeling dienstbetrekking

De Belastingdienst was van mening dat psychische schade die veroorzaakt werd door de beëindiging van een dienstbetrekking ook gewoon als loon moest worden behandeld. De schadevergoeding was volgens de inspecteur dan ook belast.

Arrest Hoge raad

Hoofdregel is dat vergoedingen van immateriële schade en verlies aan arbeidskracht geen loon vormen. De Hoge Raad heeft in het verleden als beslist dat op deze hoofdregel een uitzondering bestaat als een werkgever aan de erkenning van zijn aansprakelijkheid een hogere vergoeding betaalt dan rechtstreeks uit die aansprakelijkheid voortvloeit. Daarbij is dan niet van belang of zo’n hogere vergoeding al dan niet vastligt in de arbeidsovereenkomst.

Hof: schadevergoeding onbelast

Het Hof komt tot de conclusie dat de schadevergoeding van € 55.000 slechts betaald kan zijn vanwege de aansprakelijkheid van de werkgever voor de geleden psychische schade en het verlies aan arbeidskracht van de werknemer. Nu deze som rechtstreeks verband houdt met de aansprakelijkheid als werkgever, acht het Hof de schadevergoeding dan ook volledig onbelast.

Wanneer beroep op opgewekt vertrouwen?

By nieuws

In het belastingrecht zijn wettelijke bepalingen, maar ook enkele ongeschreven rechtsregels van toepassing. Een ervan is het vertrouwensbeginsel. Wanneer kunt u zich hier op beroepen? Een casus.

Wat is opgewekt vertrouwen?

Euro

Opgewekt vertrouwen betekent dat u mag uitgaan van gedane toezeggingen, zoals toegezegd beleid van de staatssecretaris. Algemene informatie valt hier niet onder, zoals de informatie die u vindt op de site van de Belastingdienst. 

Kleineondernemersregeling verkeerd toegepast

In een zaak die onlangs speelde voor rechtbank Zeeland-West-Brabant, had een verhuurder van een drietal vakantiewoningen de kleineondernemersregeling (KOR) in de btw foutief toegepast. Ook had hij het verkeerde btw-tarief gehanteerd. Na onderzoek van de inspecteur leverde dit over de periode 2018 tot en met 2021 naheffingsaanslagen op van in totaal een kleine € 8.000. Daarnaast werden boetes opgelegd en werd rente in rekening gebracht.

Opgewekt vertrouwen?

De verhuurder ging in bezwaar en stapte na afwijzing hiervan naar de rechter. Naar zijn mening was er sprake van opgewekt vertrouwen en waren de naheffingsaanslagen dus onterecht opgelegd. De verhuurder gaf aan dat in de periode 2018 tot en met 2021 in totaal 16 keer een kwartaalaangifte btw was ingediend en dat deze btw-aangiftes steeds ongewijzigd waren geaccepteerd. Pas in 2023 werd over de gehele periode via naheffingsaanslagen gecorrigeerd.

Geautomatiseerd gevolgd

De rechtbank stelde vast dat de inspecteur de aangiftes steeds geautomatiseerd had gevolgd, dus zonder er nader onderzoek naar gedaan te hebben. Dit betekent niet dat er sprake was van een bewuste standpuntbepaling wat ten grondslag ligt aan opgewekt vertrouwen. Hiervoor is meer nodig, namelijk een bijkomstige omstandigheid op basis waarvan de indruk is gewekt dat er wel sprake is van opgewekt vertrouwen. Dat was hier niet het geval, de ondernemer kon zich dus hier niet op beroepen en dus bleven de naheffingsaanslagen, boetes en rente in stand.

Hoe te voorkomen?

De verhuurder had een en ander kunnen voorkomen door de inspecteur expliciet te vragen of de aangegeven bedragen correct waren. Dan was er wel sprake geweest van een bewuste standpuntbepaling. Dat aangiftes automatisch worden gevolgd, schept namelijk geen zekerheid, zo blijkt ook uit deze uitspraak. 

Tip! Als u uw aangifte inkomstenbelasting indient, kunt u op het formulier aangeven of u met betrekking tot een bepaald item een expliciete uitspraak van de Belastingdienst wenst. Op die manier kunt u, als hieraan gehoor wordt gegeven door de Belastingdienst, vooraf zekerheid verkrijgen over de fiscale aanvaardbaarheid van een door u ingenomen standpunt. Wij kunnen u daarbij uiteraard helpen.

Zo vindt u uw fiscale betalingskenmerk

By nieuws

Als u uw belastingen wilt betalen, zult u over het juiste betalingskenmerk moeten beschikken. Zonder het juiste betalingskenmerk kan de Belastingdienst namelijk uw betaling niet verwerken. Omdat ondernemers dit nogal eens kwijtraken, heeft de Belastingdienst bekendgemaakt hoe een betalingskenmerk eenvoudig kan worden gevonden. Dat kan op verschillende manieren.

Zoekhulp betalingskenmerk

Overheid

U kunt op de site van de Belastingdienst (belastingdienst.nl) zoeken via ‘zoekhulp betalingskenmerk’. Hier kunt u het betalingskenmerk vinden via uw aangifte-, aanslag- of beschikkingsnummer. Voor de loon- of omzetbelasting kunt u ook uw omzetbelasting- of loonheffingennummer gebruiken. Vervolgens geeft u aan om welk jaar en welke aangifte het gaat en verschijnt het juiste betalingskenmerk.

Overzicht betalen en ontvangen

Als u inlogt op de site van de Belastingdienst, ziet u onder andere uw ‘Overzicht betalen en ontvangen’. Hierin staan al uw aanslagen inkomstenbelasting en zorgverzekeringswet, al uw rekeningen en naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting en btw en alle nog terug te betalen toeslagen. Ook hier vindt u per aanslag en rekening het juiste betalingskenmerk.

In principe geen dga-taks voor inwoner van België

By nieuws

Nederland mag in principe geen belasting heffen als een inwoner van België een te grote schuld heeft aan zijn in Nederland gevestigde BV.

Dga-taks 

Geld

De Wet excessief lenen bij eigen vennootschap (ook wel de dga -taks) regelt grofweg dat de dga die te veel heeft geleend bij de eigen bv, hierover belasting betaalt. Er geldt een drempel van € 500.000. Een dga met schulden aan zijn bv(‘s) die op 31 december 2025 hoger zijn dan € 500.000, betaalt over het meerdere belasting in box 2.

Let op! Als de dga in 2023 of 2024 al belasting betaalde over een te hoge schuld bij eigen bv, dan wordt de drempel van € 500.000 verhoogd met de schuld waarover in 2023 of 2024 al belasting betaald is. De dga betaalt dus geen belasting over een schuld waar hij in een eerder jaar al belasting over betaalde.

Inwoner van België

Maar wat nu als de dga in België woont en een schuld groter dan € 500.000 heeft bij zijn in Nederland gevestigde bv? Op grond van de Nederlandse wet moet hij dan belasting betalen in box 2 over het deel van de schuld boven de € 500.000. Maar mag Nederland deze belasting ook heffen op grond van het Belastingverdrag tussen Nederland en België?

In principe geen heffing

De Belastingdienst geeft aan dat het antwoord op deze vraag in principe nee is. Nederland mag dus in principe geen belasting heffen als een inwoner van België een schuld van meer dan € 500.000 heeft bij zijn in Nederland gevestigde bv.

Maar wel bij conserverende aanslag

Dit is alleen anders als de dag na 15.15 uur op 15 september 2015 verhuisde naar België en daarbij een conserverende aanslag IB is opgelegd vanwege de aandelen in de in Nederland gevestigde bv. In zo’n geval kan een schuld groter dan € 500.000 wel leiden tot invordering van de conserverende aanslag IB, aldus de Belastingdienst.

Verklaring huisarts onvoldoende voor aftrek bepaalde zorgkosten

By nieuws

Als u (chronisch) ziek of invalide bent, kunt u mogelijk bepaalde extra zorgkosten in aftrek brengen op uw inkomen. Daarvoor geldt wel een aantal voorwaarden. Onder meer is van belang dat u de uitgaven aannemelijk kunt maken. Hoe u dit moet doen, kan per uitgavenpost verschillen, zo bleek uit een rechtbankuitspraak.

Aftrek zorgkosten

Kantoor

Niet alle zorgkosten zijn aftrekbaar van uw inkomen. Een overzicht van aftrekbare zorgkosten in 2025 vindt u hier op de site van de Belastingdienst.

Ook geldt er een drempel, wat betekent dat u een bepaald deel van uw zorgkosten niet in aftrek kunt brengen. Hoe hoger uw inkomen, hoe hoger de drempel. Daarnaast geldt er een maximaal tarief waartegen uw zorgkosten aftrekbaar zijn. In 2025 kunt u zorgkosten, die u betaalt in 2025, aftrekken tegen maximaal 37,48% (2025).

Verklaring huisarts

Voor rechtbank Zeeland-West-Brabant werd een zaak behandeld van een belastingplichtige die aftrek van zorgkosten had geclaimd. De zorgkosten bestonden onder meer uit kosten van medicatie, hulpmiddelen, dieetkosten en kosten van extra kleding en beddengoed vanwege urineverlies.

Belastingplichtige wilde de kosten van de extra kleding en het beddengoed vanwege urineverlies aantonen met behulp van een verklaring van haar huisarts, maar had verder deze uitgaven niet onderbouwd met facturen. Ook de andere uitgaven voor medische kosten had zij niet onderbouwd. Verder had zij niet aangegeven welk deel van de kosten door haar verzekeraar was vergoed.

Verklaring onvoldoende voor aftrek zorgkosten

De rechtbank oordeelde dat de verklaring van de huisarts voor de aftrek van de meeste door de vrouw geclaimde zorgkosten onvoldoende was. Hieruit bleek immers niet welk bedrag aan zorgkosten ten laste van de vrouw was gekomen. Dat er zorgkosten waren gemaakt, stond niet ter discussie, maar wel de omvang ervan.

Wel voldoende voor aftrek extra kleding en beddengoed

De aftrek voor extra kleding en beddengoed betreft een vast bedrag. Dit forfaitaire bedrag voor de kosten van extra kleding en beddengoed is voor 2025 bepaald op € 340. Alleen als wordt aangetoond dat deze kosten meer dan € 680 (2025) bedragen, is een bedrag van € 850 (2025) aftrekbaar.

De rechtbank stond wel het lage forfaitaire bedrag in aftrek toe in verband met de extra kosten van kleding en beddengoed vanwege het urineverlies. Nu de vrouw de kosten niet had onderbouwd, bleef de aftrek echter beperkt tot het lage forfaitaire bedrag van het betreffende jaar. De verklaring van de huisarts was wel voldoende voor het dit lage forfaitaire bedrag, maar niet voor het hogere bedrag.

Tip! Houd gedurende het jaar uw uitgaven aan zorgkosten bij én het bedrag dat u hiervan vergoed heeft gekregen. Bewaar alle bonnen, facturen en declaraties zorgvuldig in uw administratie.

Eerste uitspraak in massaalbezwaarplusprocedure box 3

By nieuws

Op 26 juni is de eerste uitspraak in de zogenaamde massaalbezwaarplusprocedure inzake box 3 gedaan. Rechtbank Den Haag verklaarde het beroep ongegrond.

Massaalbezwaarplusprocedure

Euro

Op 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad dat de forfaitaire box 3-heffing vanaf 2017 in strijd is met het Europees recht. Niet iedere belastingplichtige met box 3-inkomen kwam daarna in aanmerking voor rechtsherstel. Op Prinsjesdag 2022 besloot het kabinet namelijk definitief geen rechtsherstel te bieden aan belastingplichtigen van wie de aanslag op 24 december 2021 al onherroepelijk vaststond (hierna: de groep niet-bezwaarmakers).

Uiteindelijk is voor deze groep de massaalbezwaarplusprocedure ingericht. De inzet van deze procedure is de vraag of het terecht is dat de groep niet-bezwaarmakers niet in aanmerking komt voor rechtsherstel.

Vier proefpersonen

In de procedure zijn vier proefpersonen geselecteerd die tezamen representatief zijn voor alle niet-bezwaarmakers. De zaken van de vier proefpersonen zijn voorgelegd aan verschillende rechtbanken.

Eerste uitspraak

Op 26 juni 2025 heeft rechtbank Den Haag als eerste uitspraak gedaan en het beroep van de proefpersoon ongegrond verklaard. Deze uitspraak zal aan een hogere rechter worden voorgelegd. Dit zal of een gerechtshof zijn of, in overleg met de Belastingdienst, meteen al de Hoge Raad. Op dit moment is er daarom nog geen definitief uitsluitsel over de vraag of de groep niet-bezwaarmakers misschien toch recht heeft op rechtsherstel.

Let op! In de andere drie zaken is nog geen uitspraak gedaan.

Tien ontwikkelingen op het gebied van lonen

By nieuws

De afgelopen periode hebben zich meerdere ontwikkelingen op het gebied van lonen voorgedaan. Wij hebben er tien voor u op een rij gezet.

1. 52% belasting over de auto van de zaak met CO2-uitstoot?

Geld

Het inmiddels demissionaire kabinet is van plan om op Prinsjesdag een 52% pseudo-eindheffing in de loonbelasting in een wetsvoorstel op te nemen. Als dit plan doorgaat, is een werkgever vanaf 2027, als hij aan een werknemer een auto van de zaak ter beschikking stelt, 52% belasting verschuldigd over de bijtelling van de auto van de zaak. De pseudo-eindheffing geldt niet als de auto geen CO2-uitstoot of als de auto niet voor privégebruik ter beschikking wordt gesteld.

2. Wetsvoorstel Meer zekerheid voor flexwerkers

Het wetsvoorstel Meer zekerheid voor flexwerkers is op 19 mei 2025 bij de Tweede Kamer ingediend. Hierin is onder meer opgenomen dat uitzendkrachten recht krijgen op minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden als werknemers in dienst bij de inlener. Verder is opgenomen dat de periode van zes maanden, die nodig is na drie tijdelijke contracten om weer een nieuw tijdelijk contract aan te bieden, verlengd wordt naar vijf jaar. Hierop is een beperkt aantal uitzonderingen mogelijk. Ook opgenomen is de introductie van vaste basiscontracten met een minimumaantal standaard roosteruren in plaats van de huidige oproepcontracten.

3. Fiscale regeling aandelenopties bij start-ups en scale-ups

Het demissionaire kabinet wil een plan uitwerken voor een fiscale regeling voor start- en scale-ups. Het voorstel is om de grondslag van de voordelen uit aandelenopties te beperken tot 65%, zodat over een lager voordeel belasting wordt geheven. Het voorstel is om ook het moment van belastingheffing uit te stellen naar uiterlijk het moment waarop de aandelen – die verkregen zijn na uitoefening van de aandelenopties – worden verkocht.

4. Versoepeling pseudo-eindheffing RVU verlengd tot en met 2028

In de Voorjaarsnota 2025 is opgenomen dat de versoepeling pseudo-eindheffing RVU, waardoor tot een bedrag van de drempelvrijstelling (in 2025 € 2.273 per maand) geen 52% pseudo-eindheffing verschuldigd is, met drie jaar wordt verlengd tot en met 2028. Voorwaarde is dat de RVU’s beheerst en gerichter worden ingezet voor werknemers die door de zwaarte van hun werk niet gezond kunnen doorwerken tot de AOW-leeftijd. Daarnaast is budget opgenomen om de drempelvrijstelling met € 300 per maand te verhogen. Ter dekking van de verlenging en de verhoging, neemt de pseudo-eindheffing vanaf 2026 in stappen toe tot 65% in 2028.

5. Wijzigingen minimumloon

In de Voorjaarsnota is afgesproken om het minimumjeugdloon per 1 januari 2027 voor een 20-jarige te verhogen van 80% naar 87,5%, voor een 19-jarige van 60% naar 75%, voor een 18-jarige van 50% naar 62,5%, voor een 17-jarige van 39,5% naar 50% en voor een 16-jarige van 34,5% naar 40% van het wettelijk minimumloon voor werknemers van 21 jaar en ouder. Begin juli 2025 kondigde de demissionaire minister van OCW aan om vanaf  2027 ook de zogenaamde bbl-loonstaffel af te schaffen. Studenten die een beroepsbegeleidende leerweg op het mbo volgen, krijgen dan vanaf 2027 ook recht op het volledige minimumjeugdloon dat hoort bij hun leeftijd. Verder heeft het kabinet voorgesteld om het percentage dat werkgevers voor huisvestingskosten mogen inhouden op het minimumloon vanaf 2026 jaarlijks te verlagen met 5%.

6. Massaalbezwaarprocedure belastingrente

Een rechter oordeelde dat de belastingrente op aanslagen vennootschapsbelasting in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Naar aanleiding van veel bezwaarschriften zijn alle bezwaren tegen de vanaf 1 oktober 2020 in rekening gebrachte belastingrente voor onder meer de loonbelasting aangewezen als massaal bezwaar. Dit betekent dat de Belastingdienst nu nog geen uitspraak doet op deze bezwaren, maar deze aanhoudt totdat de diverse vragen over de belastingrente in de rechtspraak definitief zijn beantwoord. Om aan te sluiten bij de massaalbezwaarprocedure moet u wel tijdig, dat wil zeggen binnen zes weken na dagtekening van de aanslag, bezwaar maken tegen de belastingrente.

7. Toelatingsstelsel uitzendbureau per 1 januari 2027

De Tweede Kamer heeft een wetsvoorstel aangenomen dat voor uitleners vanaf 2027 een toelatingsstelsel introduceert. Alleen uitleners die toegelaten worden, mogen dan straks nog arbeidskrachten ter beschikking stellen én inleners mogen alleen nog arbeidskrachten inhuren via toegelaten uitleners. Uitleners moeten voor toelating beschikken over een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG), moeten een waarborgsom van € 100.000 (starters € 50.000) storten en moeten aantonen dat ze voldoen aan relevante wetgeving.

8. Wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) en initiatiefwetsvoorstel Zelfstandigenwet

Het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) is op 7 juli 2025 aan de Tweede Kamer aangeboden. Het wetsvoorstel moet de criteria verduidelijken over wanneer iemand werknemer is of als zelfstandige werkt. Verder introduceert het wetsvoorstel een rechtsvermoeden: bij een vergoeding van minder dan € 36 per uur kan een zzp’er stellen dat hij een werknemer is. Het is dan aan de opdrachtgever om aan te tonen dat er niet sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Er ligt ook een initiatiefwetsvoorstel waarin een duidelijk wettelijk toetsingskader wordt voorgesteld om te bepalen wanneer als zelfstandige kan worden gewerkt met daarin twee toetsen: de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets. Er is een aparte toetsingscommissie in het initiatiefwetsvoorstel opgenomen die werkrelaties kan beoordelen om zo duidelijkheid aan de markt te verschaffen. Verder wordt in het initiatiefwetsvoorstel de introductie van het rechtsvermoeden van werknemerschap op basis van een uurtarief voorgesteld, vergelijkbaar met het rechtsvermoeden in het wetsvoorstel Vbar.

9. Wijzigingen loonkostenvoordelen

De Wet banenafspraak treedt voor een deel per 1 januari 2026 in werking. Zo heeft u vanaf 2026 structureel recht op het LKV-werknemers uit de doelgroep van de banenafspraak en heeft u ook geen doelgroepverklaring meer nodig. Aan de doelgroep worden toegevoegd Wajongers die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben en werkzaam zijn bij een reguliere werkgever en mensen met een IVA-uitkering die werken met loondispensatie. Voor de scholingsbelemmerden en werknemers met een indicatie beschut werk bestaat vanaf 2026 geen recht meer op het LKV.

10. Voorstel vereenvoudigde inlenersaansprakelijkheid

Het demissionaire kabinet wil twee bewijsvermoedens introduceren waardoor de Belastingdienst eenvoudiger een inlener of doorlener aansprakelijk kan stellen. Het eerste bewijsvermoeden betreft het vaststellen van de omvang van de aansprakelijkheidsschuld op maximaal 35% van de factuursom, zonder dat de Belastingdienst onderzoek hoeft te doen naar de werkelijke omvang. Het tweede bewijsvermoeden is dat een onderneming die ingeschreven is in het openbaar register als toegelaten uitzendonderneming, een uitlener is. Voor beide bewijsvermoedens zou wel een tegenbewijsmogelijkheid komen.

Let op! Het voorgaande is slechts een zeer compacte samenvatting van de maatregelen. Neem voor meer informatie contact op met onze adviseurs. Houd er bovendien rekening mee dat een hoop maatregelen nog in wetsvoorstellen moeten worden opgenomen en/of door de Tweede en Eerste Kamer moeten worden aangenomen. Bovendien is het kabinet inmiddels demissionair. Het is daarom onduidelijk of alle aangekondigde maatregelen ook daadwerkelijk doorgang vinden.

Premiemaximum herrekenen bij overlijden?

By nieuws

Over uw inkomen in box 1 betaalt u naast belasting ook premies volksverzekeringen met een maximum van in 2025 € 10.628 per jaar. Dit maximum wijzigt niet als u in de loop van het jaar komt te overlijden. De Hoge Raad liet zonder nadere motivering een uitspraak van een gerechtshof hierover, in stand.

Premies volksverzekeringen

Laptop

Premies volksverzekeringen betaalt u in 2025 over maximaal € 38.441. Het premiepercentage bedraagt 27,65% en bestaat uit 17,9% premie AOW, 0,1% premie Anw en 9,65% premie Wlz. In een rechtszaak was de vraag aan de orde of het terecht is dat het premiemaximum van in 2025 € 10.628 per jaar, niet tijdevenredig wordt toegepast, als een premieplichtige komt te overlijden.

Tijdevenredige vermindering?

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch stelde in een uitspraak in 2023 vast dat het premiemaximum bij overlijden niet tijdevenredig kon worden verminderd. In de daarvoor geldende wettelijke regeling is namelijk vastgelegd dat bij overlijden geen tijdevenredige vermindering plaatsvindt.

Het is vervolgens niet aan de rechter om de innerlijke waarde of billijkheid van zo’n regeling te toetsen. Zo’n regeling kan in uitzonderingsituaties onverbindend verklaard worden als de regeling leidt tot een heffing die de wetgever niet op het oog had of bij strijd met algemene rechtsbeginselen of Europees recht. Hiervan was hier geen sprake. Uit de wetsgeschiedenis blijkt namelijk dat dit maximum een bewuste keuze van de wetgever is geweest. Verder oordeelde het gerechtshof dat geen sprake was van strijd met algemene rechtsbeginselen.

Vergelijking met emigratie gaat mank

Het gerechtshof oordeelde ook dat geen sprake was van discriminatie (zoals bedoeld in artikel 1, twaalfde protocol EVRM) ten opzichte van een emigrerende werknemer. Bij emigratie geldt namelijk wél een tijdevenredig maximum. Het Hof stelde vast dat bij emigratie zo voorkomen kan worden dat er sprake kan zijn van dubbele premieheffing en overschrijding van het premiemaximum. Dit risico doet zich bij overlijden niet voor. Anders dan de erven van de overleden premieplichtige meenden, was het gerechtshof daarom van mening dat de situatie bij overlijden niet kan worden vergeleken met die van emigratie.

Verder oordeelde het gerechtshof dat de andere Europese regels waarop de erven zich beriepen (45 en 48 VWEU) niet van toepassing waren. Het gerechtshof liet de aanslag dan ook in stand. De Hoge Raad oordeelde dat de in cassatie ingediende klachten tegen de uitspraak van het gerechtshof niet konden leiden tot vernietiging van de uitspraak. Zonder nadere motivering liet de Hoge Raad de uitspraak dan ook in stand.