All Posts By

admin

Goedkeuring nieuwbouwdepots niet voor lening bij niet-financiele instelling

By nieuws

De goedkeuring die geldt voor nieuwbouwdepots geldt niet als de lening voor de nieuwbouwwoning is verstrekt door een niet-financiële instelling. Dit kan betekenen dat u deze lening en het geleende bedrag eerst moet verantwoorden in box 3 en dat u nog geen renteaftrek heeft.

Nieuwbouwdepot: in beginsel box 3

Bouw

Als u voor de aankoop van een nieuwbouwwoning een lening krijgt van een financiële instelling, wordt het bedrag van de totale lening over het algemeen op een nieuw geopende geblokkeerde bankrekening, een nieuwdepot, gestort.  kunt u alleen geld opnemen dat u besteedt aan de nieuwbouwwoning.

Dit nieuwbouwdepot en de verstrekte lening vallen in principe in box 3, indien en voor zover het nieuwbouwdepot nog niet besteed is aan de nieuwbouwwoning.

Goedkeuring: toch in box 1

Gelukkig is er een goedkeuring waardoor u maximaal twee jaar lang de lening en het nieuwbouwdepot toch in box 1 kunt verantwoorden. Voorwaarde is dat het nieuwbouwdepot bedoeld is voor een eigen woning in aanbouw in box 1. Verder mag u dan alleen het deel dat uiteindelijk bestemd is voor de eigen woning in box 1 in aanmerking nemen. Voor de renteaftrek komt de rente die u ontvangt op het nieuwbouwdepot in mindering op de aftrekbare rente.

Voorbeeld
U koopt begin 2024 voor het eerst een eigen woning. Het betreft een nieuwbouwwoning van € 500.000. Een bank verstrekt aan u een lening van € 500.000 voor de aankoop van de woning. De lening voldoet aan alle voorwaarden om voor renteaftrek in aanmerking te komen. De bank opent voor u een nieuwbouwdepot en stort daarop het bedrag van € 500.000. De verschillende termijnen voor de aankoop van de nieuwbouwwoning betaalt u van dat depot. In 2024 betaalt u € 15.000 rente over de verstrekte lening en ontvangt u € 10.000 rente op de gelden op het nieuwbouwdepot. Per saldo kunt u een bedrag van € 5.000 als rente in aftrek brengen in box 1. U hoeft geen bedragen aan te geven in box 3.

Geen goedkeuring bij lening van een niet-financiële instelling

De Belastingdienst heeft laten weten dat goedkeuring niet geldt als u de lening krijgt van een niet-financiële instelling, bijvoorbeeld van een familielid of van uw bv, die de lening op een speciaal daarvoor geopende bankrekening stort. Deze rekening zal namelijk over het algemeen niet geblokkeerd zijn en er gelden dan ook geen specifieke voorwaarden voor het opnemen van geld van die bankrekening.

Van de goedkeuring kan dan geen gebruik worden gemaakt. De lening en het bedrag op de bankrekening worden daarom in eerste instantie in box 3 in aanmerking genomen. Pas als een bedrag van de bankrekening gebruikt wordt voor een termijn voor aankoop van de nieuwbouwwoning, verschuift het daarmee corresponderende deel van de lening naar box 1.

Voorbeeld
U koopt in 2024 voor het eerst een eigen woning. Het betreft een nieuwbouwwoning van € 500.000. Een familielid verstrekt aan u een lening van € 500.000 voor de aankoop van de woning. De lening voldoet aan alle voorwaarden om voor renteaftrek in aanmerking te komen. U opent een bankrekening en uw familielid stort daarop het bedrag van € 500.000. In 2024 betaalt u van deze bankrekening een termijn € 100.000 voor aankoop van de woning. De rente over deze € 100.000 vanaf het moment van betaling van de termijn bedraagt in 2024 € 700. U kunt in 2024 een bedrag van € 700 als rente in aftrek brengen in box 1. Voor uw box 3- heffing in 2025 moet u de € 400.000 die per 1 januari 2025 op de bankrekening staat als banktegoed én van de lening een bedrag van € 400.000 als schuld in aanmerking nemen. De schuld in box 1 bedraagt per 1 januari 2025 € 100.000.

Periodieke gift via verrekening vergoeding vrijwilliger?

By nieuws

Als je de hoogte van een vrijwilligersvergoeding koppelt aan een jaarlijkse gift aan een ANBI, kan deze dan als periodieke gift worden aangemerkt? De Belastingdienst geeft aan van niet, maar geeft wel duiding op welke manier dit effect toch deels kan worden bereikt.

Vrijwilligersvergoeding gekoppeld aan gift

Geld

De Belastingdienst geeft aan dat in de situatie dat als de hoogte van een jaarlijkse gift gekoppeld is aan de te ontvangen vergoeding als vrijwilliger bij dezelfde vereniging (ANBI), dit niet leidt tot een periodieke gift.

Voor een periodieke gift is namelijk vereist dat minstens vijf jaar lang jaarlijks hetzelfde bedrag wordt geschonken. Bij een koppeling aan de verdiensten als vrijwilliger is hiervan geen sprake omdat de hoogte van de gift en de looptijd hiervan dan afhankelijk is van de als vrijwilliger verrichte werkzaamheden. De gift wordt dan dus niet als periodieke gift aangemerkt.

Let op! U kunt de gift in beginsel wel als ‘andere gift’ in aftrek brengen van het inkomen, maar dit is fiscaal minder aantrekkelijk. De gift is dan namelijk slechts aftrekbaar voor zover het bedrag meer dan 1% van het verzamelinkomen bedraagt, met een minimum van € 60 en een maximum van 10% van dit verzamelinkomen.

Wel via ontkoppeling

Van een periodieke gift kan wel sprake zijn bij ontkoppeling van de hoogte van de jaarlijkse gift en de vergoeding als vrijwilliger. Zo kan een schenkingsovereenkomst worden gesloten, waarbij aan de vereniging minstens vijf jaar lang een vast bedrag wordt geschonken en waarbij de te ontvangen vergoeding als vrijwilliger hiermee wordt verrekend.

Let op! Is in deze situatie de vergoeding echter minder dan de jaarlijks afgesproken gift, dan zal het verschil moeten worden bijbetaald door de vrijwilliger.

Vereist is ook dat de vereniging de vrijwilligersvergoeding moet kunnen en willen betalen en er mag geen contractuele koppeling zijn tussen de vergoeding en de gift.

Langere tijdelijke bescherming gevluchte Oekraïners

By nieuws

De tijdelijke bescherming voor gevluchte Oekraïners wordt verlengd tot en met 4 maart 2027.

Richtlijn Tijdelijke Bescherming

EU

Door de Richtlijn Tijdelijke Bescherming kunnen gevluchte Oekraïners in de Europese Unie verblijven zonder dat zij asiel hoeven aan te vragen. Op 13 juni stemden de Europese ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken in met het voorstel van de Europese Commissie om de richtlijn te verlengen tot en met 4 maart 2027. Zonder deze verlenging zou de richtlijn eindigen op 4 maart 2026.

Let op! De formele besluitvorming vindt in de Raad van de Europese Unie is voorzien op 15 juli 2025.

Voor wie?

Op de website van de IND is te vinden voor wie de Richtlijn Tijdelijke Bescherming geldt. 

Voor mensen die niet de Oekraïense nationaliteit hebben, maar in Oekraïne verbleven met een tijdelijke verblijfsvergunning, stopte de tijdelijke bescherming in ieder geval op 4 maart 2024. In afwachting van een uitspraak van het Hof van Justitie van de EU en de Raad van State mochten zij toch langer gebruikmaken van de tijdelijke bescherming, maar dit stopt op 4 september 2025. Op de website van de IND is meer informatie te vinden over de gevolgen.

Werken 

Een Oekraïner die bij een gemeente is ingeschreven, krijgt van de IND een bewijs van verblijf (een sticker in het paspoort, een los papier of een los pasje). Dit bewijs van verblijf heeft een Oekraïner nodig om in Nederland te mogen werken. Het is niet nodig om een tewerkstellingsvergunning aan te vragen als de Oekraïner een arbeidsovereenkomst, een bsn, een geldig paspoort, identiteitsbewijs of reisdocument en een bewijs van verblijf heeft.

Let op! De werkgever moet de echtheid en geldigheid van het paspoort, identiteitsbewijs of reisdocument controleren op edisontd.nl.

Online melden

Werkgevers moeten de Oekraïner wel online melden bij het UWV via het meldingsformulier ‘Melden tewerkstelling werknemer’, uiterlijk twee werkdagen voor de eerste werkdag van de nieuwe werknemer.

Let op! Blijft de werknemer langer of korter bij u in dienst en krijgt hij een andere functie? Dan bent u verplicht om deze wijziging(en) online door te geven aan het UWV via hetzelfde meldingsformulier.

Controleer uw beschikking Wtl 2024

By nieuws

Werkgevers die recht hadden op het lage-inkomensvoordeel (LIV) of een loonkostenvoordeel (LKV) over 2024 ontvangen vóór 1 augustus 2025 de beschikking Wtl 2024. Controleer deze goed en maak waar nodig bezwaar.

LIV

Euro

U had over het jaar 2024 recht op LIV voor een werknemer als deze in 2024 een gemiddeld uurloon had van minimaal € 14,33 en maximaal € 14,91. Een andere voorwaarde is dat u voor deze werknemer minimaal 1.248 uren verloonde in 2024.

Het LIV bedroeg in 2024 € 0,49 per uur met een maximum van € 960 per werknemer.

LKV

Er zijn een aantal doelgroepen waarvoor u recht kunt hebben op een LKV, te weten oudere werknemers, arbeidsbeperkte werknemers en werknemers uit de doelgroep van de banenafspraak en scholingsbelemmerden.

Tip! Kijk voor meer informatie over de voorwaarden op de website van het UWV.

Beschikking Wtl 2024

De Belastingdienst is begonnen met het sturen van de beschikkingen Wtl 2024. In deze beschikking staat het bedrag dat u ontvangt voor het LIV en/of het LKV over het jaar 2024. De definitieve berekening hiervan is in de bijlage bij de beschikking opgenomen.

Let op! De Belastingdienst betaalt het bedrag binnen zes weken na dagtekening van de beschikking.

Bezwaar

Klopt de beschikking niet, dan kunt u bezwaar maken. Doe dit wel op tijd, dat wil zeggen binnen zes weken na dagtekening van de beschikking.

Let op! Kloppen de verloonde uren niet, controleer dan eerst of dit misschien komt door afrondingsverschillen. In de aangifte loonheffingen worden de verloonde uren namelijk afgerond op hele uren. De berekening in de beschikking Wtl 2024 zijn hierop gebaseerd.

Overgang onderneming?

Is bij u sprake geweest van overgang van een onderneming of contractovernames waarbij de arbeidsovereenkomsten door de nieuwe werkgever ongewijzigd worden voortgezet? Dan heeft u mogelijk toch recht op een LKV of LIV.

De Hoge Raad oordeelde in ieder geval dat een LKV niet vervalt bij overgang van een onderneming. Het recht op een LKV blijft bestaan, mits aan de voorwaarden voor toepassing van het LKV is voldaan.

Een gerechtshof oordeelde verder dat recht kan bestaan op LIV na overgang van een onderneming, omdat de verloonde uren van de (in die casus) eenmanszaak en de bv waarin deze was ingebracht bij elkaar opgeteld mogen worden.

Let op! Heeft u vragen over de beschikking Wtl 2024 of wilt u deze laten controleren? Neem dan contact op met onze adviseurs.

Invoering vrachtwagenheffing waarschijnlijk per 1 juli 2026

By nieuws

Inmiddels voormalig minister van Infrastructuur en waterstaat Madlener informeerde de Tweede Kamer op 3 juni 2025 over de voortgang van de in te voeren vrachtwagenheffing. Deze voortgang ligt op koers. Men streeft ernaar de heffing per 1 juli 2026 in te voeren.

Heffing per kilometer

Vrachtwagens

Het doel van de vrachtwagenheffing is dat voor binnen- en buitenlandse vrachtwagens van meer dan 3.500 kilo een heffing per verreden kilometer betaald moet worden. Het tarief wordt gedifferentieerd naar CO2-uitstoot van de vrachtwagen. Het Eurovignet verdwijnt per 1 juli 2026 en ook de MRB, ofwel wegenbelasting, wordt voor deze vrachtauto’s tot het Europese een minimumtarief verlaagd. Een ander doel van de heffing is de innovering en verduurzaming van het vrachtverkeer.

Let op! Vanaf 1 juli 2026 vervalt de wet belasting zware motorrijtuigen (bzm) en heeft u in Nederland geen eurovignet meer nodig. In Luxemburg en Zweden blijft het eurovignet nog wel verplicht voor vrachtauto’s.

Tip! Heeft u een eurovignet gekocht dat nog geldig is na 30 juni 2026 en maakt u alleen in Nederland gebruik van de snelweg? Dan kunt u bzm terugvragen met het formulier Verzoek teruggaaf bzm.

Toldienstaanbieders

Toldienstaanbieders worden straks verantwoordelijk voor de inning van de heffing en de afdracht aan de overheid. Dit betekent onder meer dat toldienstaanbieders vóór genoemde datum bij alle vrachtwagens waarvoor dit gewenst wordt boordapparatuur moeten inbouwen ter registratie van de vrachtwagenheffing. De registratie geschiedt via portalen die boven het wegennet worden geïnstalleerd. Ook zullen de toldienstaanbieders de transporteur van een contract moeten voorzien. De minister meldt dat men daarvoor ook bij aanbieders terecht kan die de heffing tevens in andere landen van de EU afhandelen (een EETS-aanbieder).

Opbrengst deels voor subsidies

De opbrengst van de heffing zal deels besteed worden aan elektrificatie van het vrachtvervoer. Onder meer de subsidies AanZET en SPriLa zullen ermee worden gefinancierd.

Sluipverkeer

De heffing zal na invoering worden gemonitord. Zo zal worden bijgehouden of en in welke mate vrachtwagens de heffing zullen ontgaan door uit te wijken naar wegen waarvoor de heffing niet geldt. Afhankelijk van de gemeten resultaten kunnen dan aanvullende maatregelen genomen worden. 

Inzicht in uitstoot

Vanaf dit najaar kunnen transportondernemers zich aanmelden voor de regeling “CO2 meten en verbeteren”. Transportondernemers krijgen dan een adviseur toegewezen die helpt om de kwaliteit van data over de CO2-uitstoot, gereden kilometers en de beladingsgraad van hun vrachtwagenpark te verbeteren.

Belastingdienst ontwikkelt mee aan Europese ID-wallet

By nieuws

De Nederlandse Belastingdienst helpt mee aan de ontwikkeling van de Europese ID-wallet. Met de ID-wallet kunnen persoonlijke gegevens binnen de EU veilig en eenvoudig gedeeld worden. De ID-wallet zal zowel voor bedrijven als voor particulieren beschikbaar zijn.

Digitaal zakendoen

Typen

Met de ID-wallet wordt het straks een stuk eenvoudiger om digitaal zaken te doen binnen de EU. Denk aan een Griekse belastingadviseur die een Nederlands bedrijf vertegenwoordigt met betrekking tot fiscale aangelegenheden in Cyprus. De ID-wallet zal hiervoor in de toekomst onmisbaar worden.

Belangrijke gegevens

De ID-wallet slaat de identiteit en belangrijke gegevens van de gebruiker op in een soort digitale portemonnee. Die gegevens kunnen dan onder meer gebruikt worden voor het doen van belastingaangifte. Ook het digitaal oprichten van een bedrijf moet tot de mogelijkheden gaan behoren.

Formele verklaring

Zo zal een in de ID-wallet opgenomen woonplaatsverklaring bijvoorbeeld ook erkend worden als een formele verklaring van een buitenlandse belastingdienst. Door deze gegevens te gebruiken kan beter worden samengewerkt, waardoor bijvoorbeeld dubbele belastingheffing eenvoudiger kan worden voorkomen.

Gebruikstest

Het uitgeven en gebruik van btw-nummers wordt een van de onderdelen van de uit te voeren gebruikstest waarin de Nederlandse Belastingdienst in 2026 participeert. Ook landoverschrijdende vertegenwoordiging door organisaties, het aanvragen en uitgeven van woonplaatsverklaringen en het digitaal indienen van belastingaangiftes gaan deel uitmaken van de gebruikstest die volgend jaar zal worden uitgevoerd. Door deel te nemen aan de test kan de Belastingdienst zich optimaal op de invoering voorbereiden. 

Meer weten?

Wilt u meer weten over de ID-wallet? Kijk dan op deze site.

Privégebruik auto niet afleiden uit eerdere jaren

By nieuws

Als u met een auto van de zaak niet meer dan 500 km per jaar privé rijdt, geldt geen bijtelling. Het is aan u te bewijzen dat u niet over de 500 km-grens bent gegaan. Dit bewijs kan over het algemeen niet geleverd worden door het privégebruik te herleiden uit het gebruik in voorgaande jaren.

Rittenregistratie niet meer beschikbaar

Navigatie

Dit blijkt uit een uitspraak van een zaak die speelde bij rechtbank Zeeland-West-Brabant. Aan een manager van een supermarkt was een auto ter beschikking gesteld. Hij hield het privégebruik van de auto bij op een laptop. Hieruit zou blijken dat het privégebruik van de auto niet meer dan 500 km bedroeg. De manager kon dit echter niet hard maken, omdat de werkgever inmiddels was verkocht en de laptop en dus de rittenregistratie niet meer beschikbaar was.

Privéritten herleiden

De manager wilde het privégebruik daarom aantonen door dit te herleiden uit voorgaande jaren. De inspecteur accepteerde dit echter niet en de rechtbank evenmin. Een achteraf gereconstrueerde rittenstaat bevat volgens de rechtbank namelijk het risico dat de werkelijkheid niet goed wordt weergegeven. Hierdoor komt aan een achteraf gereconstrueerde rittenstaat minder bewijskracht toe. Daarmee zal volgens de rechtbank dan ook niet snel kunnen worden voldaan aan de zwaardere bewijslast die geldt voor het bewijzen dat niet meer dan 500 km per jaar privé is gereden.

Overige argumenten schieten tekort

Ook de overige door de manager genoemde argumenten schoten tekort. Zo was de werkgever met hem overeengekomen dat de auto niet privé gebruikt mocht worden, maar hierop was geen controle uitgeoefend door de werkgever. Ook het feit dat de manager in privé over nog enkele auto’s beschikte, was onvoldoende om belastingheffing over het privégebruik te voorkomen. De naheffingsaanslagen en boetes bleven dan ook in stand.

Tip! Zorg voor een betrouwbare, controleerbare rittenregistratie. U kunt bijvoorbeeld gebruikmaken van tracksystemen die alle ritten registreren en bijhouden in de cloud. Houd u uw ritten zelf bij, leg dan alles goed vast en bewaar uw registratie voor een periode van minimaal zeven jaar.

Langere betalingstermijn belastingschuld bij saneringsakkoord

By nieuws

Vanaf 1 juli 2025 is een langere betalingstermijn mogelijk voor het aflossen van belastingschulden in de situatie dat ondernemers een saneringsakkoord hebben bereikt. De Leidraad Invordering is daarvoor per 1 juli 2025 gewijzigd.

Saneringsakkoord

Overheid

Ondernemers die hun schulden niet meer kunnen betalen, kunnen met hun crediteuren proberen tot een overeenkomst te komen over aflossen van de schulden en vaak het ten dele kwijtschelden van het restant van die schulden. Ook de Belastingdienst maakt vaak deel uit van een dergelijk akkoord. 

Meer dan twaalf maanden

Bij een saneringsakkoord eist de Belastingdienst een aflossing van het overeengekomen restbedrag binnen een termijn van twaalf maanden. Vanaf 1 juli 2025 wordt ook een langere termijn mogelijk, als de ondernemer aannemelijk maakt dat hij het overeengekomen bedrag niet binnen twaalf maanden kan voldoen. Dit kan de ondernemer doen door aannemelijk te maken dat er onvoldoende liquide middelen aanwezig (kunnen) zijn het restbedrag binnen twaalf maanden te voldoen.

Deskundige

Om voor de langere betalingstermijn in aanmerking te komen moet ook duidelijk zijn dat de nakoming van het akkoord geborgd is. Om hierover zoveel mogelijk zekerheid te verkrijgen, is een verklaring van een derde deskundige nodig. Met deze verklaring moet aannemelijk worden gemaakt dat de betalingsproblemen met het saneringsakkoord zullen worden opgelost en dat de onderneming levensvatbaar is. Aan de derde deskundige worden geen formele eisen gesteld. Dit kan bijvoorbeeld een accountant zijn maar ook een andere deskundige.

Kans van slagen vergroot

Door de soepelere opstelling van de Belastingdienst is de kans op slagen van een saneringsakkoord groter en kan dit leiden tot minder faillissementen. Een saneringsakkoord kan ook een oplossing zijn voor ondernemers die hun coronaschulden niet binnen de vereiste termijn kunnen aflossen.

Nieuwe uitvoeringsregels UWV bij ontslag om bedrijfseconomische redenen

By nieuws

Als u werknemers wilt ontslaan vanwege bedrijfseconomische redenen, heeft u daar een ontslagvergunning nodig van het UWV. Het UWV heeft nieuwe Uitvoeringsregels voor ontslag om bedrijfseconomische redenen (Uitvoeringsregels) gepubliceerd.

Ontslag om bedrijfseconomische redenen

Strategie

Zonder ontslagvergunning van het UWV mag u een werknemer niet ontslaan bij een ontslag om bedrijfseconomische redenen. Bij bedrijfseconomische redenen gaat het om de volgende situaties:

  • slechte of slechter wordende financiële situatie,
  • werkvermindering,
  • organisatorische of technologische veranderingen,
  • bedrijfsverhuizingen,
  • beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming, of
  • vervallen van loonkostensubsidie.

De UWV Uitvoeringsregels bevatten een artikelsgewijs overzicht van de van belang zijnde wettelijke en ministeriële regels over ontslag om bedrijfseconomische redenen. Daarnaast bevatten de Uitvoeringsregels een toelichting over hoe UWV deze regels toepast en welke informatie de werkgever bij de ontslagaanvraag moet voegen.

Hoofdstuk overgang onderneming

In de nieuwe versie is een nieuw hoofdstuk 6 over overgang van onderneming toegevoegd. Hiermee is staand beleid over overgang van onderneming en ontslag in de Uitvoeringsregels opgenomen. Dit komt tegemoet aan de behoefte van werkgevers en de rechtspraktijk om een leidraad te hebben voor dit soort ontslagaanvragen.

UWV beschrijft in het nieuwe hoofdstuk 6 wanneer ontslag bij overgang van onderneming mogelijk is. Er wordt verder toegelicht welke informatie UWV van de vervreemder of de verkrijger nodig heeft voor de beoordeling van een ontslagaanvraag om bedrijfseconomische redenen. De gevolgen van de overgang van onderneming voor de ontslagaanvraag worden uitgewerkt afhankelijk van de datum van de aanvraag, wie de aanvraag indient en de datum van de overgang van onderneming. Ook wordt toegelicht wanneer een standpunt van UWV over overgang van onderneming nodig kan zijn.

Let op! De versie van de Uitvoeringsregels van juli 2025 vervangt de versie van april 2023.

Uitleg over € 2.400-grens in WKR

By nieuws

De Belastingdienst heeft nadere uitleg gegeven over hoe de doelmatigheidsgrens van € 2.400 in de werkkostenregeling (WKR) in de praktijk wordt toegepast.

Gebruikelijkheidstoets WKR

Geld

In beginsel is alles wat een werkgever vergoed, verstrekt of ter beschikking stelt aan een werknemer als loon belast bij de werknemer. Hiervoor geldt een aantal uitzonderingen, gerichte vrijstellingen en nihilwaarderingen, waar in dit artikel verder niet op ingegaan wordt.

Een werkgever kan in beginsel de vergoeding, verstrekking of ter beschikkingstelling ook aanwijzen als eindheffingsloon. De gebruikelijkheidstoets legt hier een beperking op: vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen die voor meer dan 30% afwijken van hetgeen normaal vergoed, verstrekt of ter beschikking gesteld wordt, mag een werkgever niet aanwijzen als eindheffingsloon.

Let op! Tot het bedrag van de vrije ruimte (in 2025 2% van de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom en 1,18% daarboven) betaalt een werkgever geen belasting over de aangewezen vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen. Daarboven komt ten laste van de werkgever een eindheffing 80%.

Doelmatigheidsgrens € 2.400

De Belastingdienst hanteert bij het beoordelen van de gebruikelijkheidstoets een doelmatigheidsgrens van € 2.400 per werknemer per jaar. Over de toepassing van deze grens bestonden in de praktijk nog vragen. De Belastingdienst heeft daarover onlangs nadere uitleg gegeven.

Veilige haven

De aanwijzing van vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen tot een bedrag van in totaal € 2.400 per werknemer per jaar beschouwt de Belastingdienst altijd als gebruikelijk. Tot dit bedrag is sprake van een ‘veilige haven’. De Belastingdienst onderneemt dan geen actie.

Het is daarbij niet van belang om welk soort kosten of beloningsbestanddeel het gaat. Zo kan bijvoorbeeld ook een bonus of eindejaarsuitkering tot een bedrag van € 2.400 binnen deze veilige haven als eindheffingsloon worden aangewezen.

Wat telt mee binnen de € 2.400?

Als er geen twijfel is dat de aanwijzing van een vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling voldoet aan de gebruikelijkheidstoets, telt deze niet mee voor de € 2.400-grens.

Dat geldt bijvoorbeeld voor een vergoeding waarvoor een gerichte vrijstelling geldt. Denk bijvoorbeeld aan een reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer tot maximaal € 0,23 per kilometer.

Maar ook van overige (niet gericht vrijgestelde) vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen kan de aanwijzing zonder twijfel voldoen aan de gebruikelijkheidstoets. Bijvoorbeeld omdat de gebruikelijkheid hiervan vooraf is afgestemd met de Belastingdienst.

Voorbeeld
Een werkgever geeft aan een werknemer een reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer van € 1.500 (tegen de gerichte vrijstelling van maximaal € 0,23 per kilometer). Daarnaast heeft de Belastingdienst aan de werkgever bevestigd dat de aanwijzing van de door de werkgever geïmplementeerde fietsregeling voor € 2.000 per fiets gebruikelijk is. In dat jaar geeft de werkgever geen andere vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen. In december wil de werkgever een eindejaarsuitkering van € 2.400 aanwijzen als eindheffingsloon. De werkgever overschrijdt daarmee de grens van € 2.400 niet omdat de reiskostenvergoeding en de fiets voor die grens niet meetellen.

Beoordeling bij overschrijding van € 2.400-grens

Wijst de werkgever voor meer dan € 2.400 per werknemer per jaar als eindheffingsloon aan, dan kan tot een bedrag van € 2.400 een beroep gedaan worden op de doelmatigheidsgrens. Boven dit bedrag kan de Belastingdienst de gebruikelijkheid echter wel toetsen.

Voorbeeld
Een werkgever geeft een bonus van € 4.000 en wil deze aanwijzen als eindheffingsloon in de vrije ruimte van de WKR. In dit voorbeeld geeft de werkgever geen andere vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen. Dit betekent dat de werkgever voor € 2.400 gebruik kan maken van de doelmatigheidsgrens, maar dat voor een bedrag van € 1.600 de gebruikelijkheid ter discussie staat. Houd er rekening mee dat de Belastingdienst deze € 1.600 over het algemeen niet gebruikelijk zal vinden.