All Posts By

Geen arbeidskorting over uitkering vanaf 2027

By nieuws

Arbeidskorting

De arbeidskorting is een korting op de te betalen belasting waarop iemand recht heeft als hij werkt. De hoogte van de korting is onder meer afhankelijk van de hoogte van het arbeidsinkomen en bedraagt in 2026 maximaal € 5.685.

Arbeidskorting op uitkering

In bepaalde situaties ontvangt een werknemer behalve loon ook een uitkering. Deze kan rechtstreeks door het UWV betaald worden of via de werkgever.

Het UWV kan op de belasting die geheven wordt over de uitkering geen arbeidskorting inhouden omdat de arbeidskorting alleen geldt als iemand werkt. Werkgevers kunnen op de belasting over de uitkering, onder voorwaarden, wel arbeidskorting inhouden. Op 15 november 2024 oordeelde de Hoge Raad dat dit verschil in behandeling in strijd is met het discriminatieverbod.

Tot en met 2026

Vanwege het discriminatieverbod is vorig jaar al besloten dat 2026 het laatste jaar is waarin een werkgever een arbeidskorting kan inhouden op de belasting over een uitkering. Vanaf 2027 mag dat dus niet meer.

Let op! Deze aanpassing treft ongeveer 11.000 werknemers die een van de volgende uitkeringen via hun werkgever krijgen uitgekeerd: WAO, WAZ, Wajong, WIA, ZW die is ingegaan voordat de werknemer bij je in dienst kwam, WAMIL en WW bij onwerkbaar weer en vanwege werktijdverkorting.

Lager nettoloon

Door het niet meer toepassen van de arbeidskorting wordt het nettoloon van de werknemer waarschijnlijk lager. Hoeveel lager is afhankelijk van de hoogte van het loon en de uitkering. De extra belasting die een werkgever moet gaan inhouden door het niet meer toepassen van de arbeidskorting kan oplopen tot maximaal 31% van de bruto-uitkering.

Let op! Dit geldt alleen voor werknemers die de uitkering via hun werkgever krijgen uitbetaald. Voor werknemers die de uitkering van het UWV ontvangen, verandert er vanaf 2027 niets.

Tip! De Belastingdienst geeft in de Nieuwsbrief Loonheffingen 2027, uitgave 1, 19 augustus 2026, meer uitleg over het niet meer toepassen van de arbeidskorting. Hierin zijn een stappenplan voor 2026 en 2027 en diverse voorbeelden opgenomen.

Toch dwangsom bij werkelijke schade toeslagen?

By nieuws

Compensatie werkelijke schade

Bij de compensatie van gedupeerden van de toeslagenaffaire werd in beginsel uitgegaan van standaard berekeningen en bedragen. Kan je aantonen dat jouw werkelijke schade groter was, dan kun je de Commissie Werkelijke Schade laten beoordelen of je recht hebt op meer compensatie. De Dienst Toeslagen neemt hierover een besluit na een wettelijk verplicht advies van deze commissie.

Raad van State: bij niet tijdig beslissen geen dwangsom

Bij het niet tijdig nemen van een besluit op een verzoek om vergoeding van de werkelijke schade, kunnen in principe dwangsommen worden opgelegd. De Raad van State besliste hierover op 3 juni 2026 dat de normale wettelijke termijn geldt. Ofwel de Dienst Toeslagen moet alsnog een besluit nemen binnen twee weken nadat de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is verzonden. Wanneer deze termijn wordt overschreden hoeft er van de Raad van State tot 3 juni 2027 echter geen dwangsom betaald te worden. 

Reden hiervoor is dat de dwangsom er niet toe leidt dat de Dienst Toeslagen eerder op het verzoek om vergoeding van de werkelijke schade gaat beslissen. De besluitvorming van de Dienst Toeslagen hierover is namelijk volledig vastgelopen en de capaciteit om dit te veranderen schiet enorm tekort, aldus de afdeling bestuursrechtspraak.

Rechtbank Midden-Nederland: wel een dwangsom

Rechtbank Midden-Nederland wijkt op 27 juli 2026 in drie uitspraken hiervan af en legt toch dwangsommen op aan de Dienst Toeslagen. Hoewel de rechtbank de problemen bij de Dienst Toeslagen herkent, oordeelt de rechtbank dat de wet aan de rechter geen mogelijkheid geeft om geen dwangsom op te leggen in een procedure over niet tijdig beslissen.

Rechtbank Midden-Nederland houdt daarbij wel een langere beslistermijn aan dan de Raad van State. De Dienst Toeslagen krijgt in deze drie zaken van de rechtbank een beslistermijn van 66 weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van 52 weken. Haalt de Dienst Toeslagen deze termijn niet, dan is de dwangsom € 50 per dag met een maximum van totaal € 15.000.

Let op! In casu betekent dit in de drie zaken die bij rechtbank Midden-Nederland dat de uiterste beslistermijn van de Dienst Toeslagen voordat de dwangsom gaat lopen 6 juli 2027, 15 juli 2027 en 3 augustus 2027 is. Al met al gaat de dwangsom dus in deze drie zaken niet eerder lopen dan 3 juni 2027, de datum waarop de dwangsomloze periode van de Raad van State eindigt.

Kan een schoonheidsspecialist de medische btw-vrijstelling toepassen?

By nieuws

Behandelingen

Aan de Belastingdienst is gevraagd of een schoonheidsspecialist op de volgende behandelingen de medische btw-vrijstelling kan toepassen:

  1. Het ontharen met laserapparatuur of IPL bij hirsutisme (= overmatige haargroei bij vrouwen volgens een mannelijk beharingspatroon)
  2. Het behandelen van acné
  3. Camouflagebehandeling/permanente make-up

De Belastingdienst heeft geantwoord dat deze behandelingen door de schoonheidsspecialist in principe niet onder de medische btw-vrijstelling vallen. Alleen onder strikte voorwaarden kan dit wel.

Therapeutisch doel

Voor de medische btw-vrijstelling moet allereerst het therapeutische doel van de behandeling aantoonbaar vaststaan. De behandeling mag dus niet alleen een cosmetisch doel hebben, maar moet aantoonbaar therapeutisch van aard zijn.

Het is onvoldoende dat bijvoorbeeld een aandoening als hirsutisme een psychosociale impact kan hebben of dat acné kan leiden tot chronische en/of terugkerende ontstekingen en infecties. Het therapeutische doel moet objectief aangetoond worden aan de hand van een medische diagnose.

Let op! De schoonheidsspecialist mag dit therapeutische doel niet zelf vaststellen. Dit moet blijken uit bijvoorbeeld een diagnose door een BIG-geregistreerde medicus. De diagnose moet de schoonheidsspecialist in de administratie vastleggen.

Tip! De Belastingdienst heeft aangegeven dat het therapeutische doel kan worden aangenomen als een tepel en tepelhof met permanente make-up worden gereconstrueerd na een borstverwijdering.

Kwaliteitsniveau vergelijkbaar met BIG-medicus

Als het therapeutische doel aantoonbaar vaststaat, is de medische btw-vrijstelling alleen van toepassing als de behandeling van de schoonheidsspecialist qua kwaliteitsniveau vergelijkbaar is met een BIG-geregistreerde medicus.

De schoonheidsspecialist moet daarvoor aantonen dat hij/zij minimaal beschikt over een afgeronde gezondheidskundige beroepsopleiding gecombineerd met relevante kennis en ervaring.

Let op! Voornoemde behandelingen zouden vergelijkbaar kunnen zijn met de behandelingen van een Wet-BIG huidtherapeut.

De Belastingdienst zal van geval tot geval beoordelen of sprake is van een gelijkwaardig kwaliteitsniveau. Van belang daarbij zijn de diploma’s en certificaten en het aantal jaren kennis en ervaring van de schoonheidsspecialist.

Kan een schoonheidsspecialiste de medische btw-vrijstelling toepassen?

By nieuws

Behandelingen

Aan de Belastingdienst is gevraagd of een schoonheidsspecialiste op de volgende behandelingen de medische btw-vrijstelling kan toepassen:

  1. Het ontharen met laserapparatuur of IPL bij hirsutisme (= overmatige haargroei bij vrouwen volgens een mannelijk beharingspatroon).
  2. Het behandelen van acné.
  3. Camouflagebehandeling/permanente make-up.

De Belastingdienst heeft geantwoord dat deze behandelingen in principe niet onder de medische btw-vrijstelling vallen. Alleen onder strikte voorwaarden kan een schoonheidsspecialiste hier toch de btw-vrijstelling toepassen.

Therapeutisch doel

Voor de medische btw-vrijstelling moet allereerst het therapeutische doel van de behandeling aantoonbaar vaststaan. De behandeling mag dus niet alleen een cosmetisch doel hebben, maar moet aantoonbaar therapeutisch van aard zijn.

Het is onvoldoende dat bijvoorbeeld een aandoening als hirsutisme een psychosociale impact kan hebben of dat acné kan leiden tot chronische en/of terugkerende ontstekingen en infecties. Het therapeutische doel moet objectief aangetoond worden aan de hand van een medische diagnose.

Let op! De schoonheidsspecialiste mag dit therapeutische doel niet zelf vaststellen, maar dit moet blijken uit bijvoorbeeld een diagnose door een BIG-geregistreerde medicus. De diagnose moet de schoonheidsspecialiste in de administratie vastleggen.

Tip! De Belastingdienst heeft aangegeven dat het therapeutische doel kan worden aangenomen als een tepel en tepelhof met permanente make-up worden gereconstrueerd na een borstverwijdering.

Kwaliteitsniveau vergelijkbaar met BIG-medicus

Als het therapeutische doel aantoonbaar vaststaat, is de medische btw-vrijstelling alleen van toepassing als de behandeling van de schoonheidsspecialiste qua kwaliteitsniveau vergelijkbaar is met een BIG-geregistreerde medicus.

De schoonheidsspecialiste moet daarvoor aantonen dat hij/zij minimaal beschikt over een afgeronde gezondheidskundige beroepsopleiding gecombineerd met relevante kennis en ervaring.

Let op! Voornoemde behandelingen zouden vergelijkbaar kunnen zijn met de behandelingen van een Wet-BIG huidtherapeut.

De Belastingdienst zal van geval tot geval beoordelen of sprake is van een gelijkwaardig kwaliteitsniveau. Van belang daarbij zijn de diploma’s en certificaten en het aantal jaren kennis en ervaring van de schoonheidsspecialiste.

Bij welke bv moet je gebruikelijk loon genieten?

By nieuws

Dienstbetrekking bij de holding

Ben je in dienstbetrekking bij de holding, dan moet de holding jou een gebruikelijk loon betalen. Het gebruikelijk loon moet in 2026 vastgesteld worden op het hoogste bedrag van een van de volgende bedragen:

  • het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, of
  • het loon van de meest verdienende werknemer in je bv of de verbonden bv’s, of
  • € 58.000.

Let op! Kun je aannemelijk maken dat het berekende gebruikelijk loon hoger is dan het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking? Dan mag je het gebruikelijk loon vaststellen op het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking.

Reële managementovereenkomst met de werk-bv

Heeft de holding een managementovereenkomst gesloten met de werk-bv? En verricht jij op basis van die managementovereenkomst werkzaamheden bij de werk-bv? Als de managementovereenkomst een reële overeenkomst is, dan ben jij niet in dienstbetrekking bij de werk-bv. De vergoeding die de werk-bv betaalt aan de holding vormt dan ook geen (doorbetaald) loon voor jou.

Let op! Voor de beoordeling van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking in de holding moet je wel de voor de werk-bv verrichte werkzaamheden meenemen.

Niet-reële managementovereenkomst met de werk-bv

Verricht je werkzaamheden voor de werk-bv. en is de managementovereenkomst geen reële overeenkomst, dan ben jij waarschijnlijk wel in dienstbetrekking bij de werk-bv. De Belastingdienst heeft aangegeven dat in zo’n geval de vergoeding die de werk-bv betaalt, het uitgangspunt vormt voor het vaststellen van het loon in de werk-bv.

Let op! Waarschijnlijk kan in deze situatie de doorbetaaldloonregeling worden toegepast. De doorbetaaldloonregeling betekent dat je dan geen loon hoeft te genieten uit de werk-bv, maar alleen uit de holding. De hoogte van het loon bij de holding wordt bepaald door de gebruikelijkloonregeling.

Wanneer reëel?

Helaas geeft de Belastingdienst in de twee casussen geen inzicht in wanneer de Belastingdienst de managementovereenkomst reëel vindt en wanneer niet. In grote lijnen gaat het erom dat jijzelf niet rechtstreeks gebonden wordt maar dat de afspraken gelden tussen de holding en de werk-bv. Als jij zelf wel rechtstreeks gebonden wordt, zou dat een indicatie kunnen zijn dat de managementovereenkomst niet reëel is.

Let op! Overleg met onze adviseurs hoe het risico op een niet-reële managementovereenkomst verkleind kan worden.

Streef naar een reële managementovereenkomst. Een niet-reële managementovereenkomst met als gevolg een dienstbetrekking bij de werkmaatschappij kan tot (ongewenste) verzekeringsplicht en premieplicht voor de werknemersverzekeringen leiden. De doorbetaaldloonregeling geldt in zo’n geval meestal niet voor de werknemersverzekeringen.

 

Verblijf Oekraïense vluchtelingen verlengd en nieuwe voorwaarde

By nieuws

Richtlijn tijdelijke bescherming

Oekraïense vluchtelingen kunnen door de Richtlijn Tijdelijke Bescherming in de Europese Unie (EU) verblijven zonder asiel aan te vragen. Zij hebben recht op opvang en medische zorg en mogen werken. De periode waarin dat kan is verlengd tot en met 4 maart 2028. 

Let op! Niet elke vluchteling uit de Oekraïne valt (nog) onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming in Nederland. Kijk op de website van de IND wie wel en niet onder de Richtlijn valt.

Nieuwe voorwaarde

De Raad van EU heeft ook een nieuwe voorwaarde aan de tijdelijke bescherming verbonden. Iedere nieuwe aanvrager moet aantonen dat hij/zij aan de militaire verplichtingen in Oekraïne heeft voldaan of een vrijstelling daarvoor heeft.

Let op! Oekraïense vluchtelingen die al onder de Richtlijn vielen, hoeven niet te voldoen aan deze nieuwe voorwaarde.

Vraag btw oude openstaande facturen op tijd terug

By nieuws

Btw afdragen

Als een debiteur je factuur niet (meteen) betaalt, mag je daar bij je btw-aangifte nog geen rekening mee houden. Je moet daarom gewoon de btw afdragen, ook als de factuur nog niet betaald is.

Btw terugvragen

Is de factuur één jaar na de uiterste betaaldatum nog steeds niet betaald, dan gaat de wet ervan uit dat deze ook niet meer betaald gaat worden. Dit is ook het moment waarop je de afgedragen btw weer terug moet vragen.

Let op! Als al eerder dan na één jaar al vaststaat dat de factuur niet meer betaald gaat worden, moet je op dat moment de btw al terugvragen.

Hoe terugvragen?

Je vraagt de btw terug door deze in rubriek 1a of 1b van de btw-aangifte af te trekken van de verschuldigd btw.

Let op! Vraag de btw op tijd terug. Als je wacht en later pas de btw terugvraagt, is dat een te laat verzoek. De Belastingdienst neemt dat verzoek in principe wel in behandeling. Maar als de Belastingdienst het verzoek niet conform afhandelt, kun je daar niet meer tegen in bezwaar of beroep.

Factuur alsnog betaald?

Wordt de factuur alsnog betaald? Dan geef je de verschuldigde btw weer aan in het tijdvak waarin de factuur betaald is.

Betaal afgetrokken btw bij niet betalen factuur op tijd terug

By nieuws

In eerste instantie aftrek

Als je een factuur niet (meteen) betaalt, mag je in eerst instantie toch de btw in aftrek brengen in de btw-aangifte van het tijdvak waarin je de factuur ontvangt.

Later terugbetalen

Je kunt echter niet onbeperkt de factuur niet betalen. De Belastingdienst gaat er namelijk vanuit dat de factuur niet meer betaald wordt als er één jaar is verstreken na de uiterste betaaldatum van de factuur. Heb je op dat moment de factuur nog steeds niet betaald, dan moet je de in aftrek gebrachte btw weer terugbetalen aan de Belastingdienst.

Let op! Als al eerder dan na één jaar vaststaat dat je de factuur niet meer gaat betalen, moet je op dat moment al de btw terugbetalen aan de Belastingdienst.

Hoe?

Het terugbetalen van de btw doe je in je btw-aangifte. Je trekt daar de terug te betalen btw af van de aftrekbare btw in rubriek 5b.

Let op! Als je in dat tijdvak minder aftrekbare btw hebt, dan de btw die je moet terugbetalen, wordt rubriek 5b een negatief bedrag.

Toch nog betalen?

Betaal je de factuur daarna toch nog? Dan kun je in het tijdvak dat je de factuur betaalt, de btw weer in aftrek brengen.

Verhuurpanden in box 3 of box 1?

By nieuws

Box 3 of box 1: normaal of meer dan normaal vermogensbeheer

Een pand in privé-eigendom valt in principe in box 3. Voorwaarde is wel dat met betrekking tot het pand sprake is van normaal vermogensbeheer. Is sprake van meer dan normaal vermogensbeheer, dan valt het pand in box 1. Daar wordt het dan belast als winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden.

Geen harde grens

Rechtbank Den Haag gaf aan dat er geen harde grens is tussen box 3 en box 1. Het is afhankelijk van de feiten en omstandigheden of de activiteiten of werkzaamheden dusdanig zijn dat de grens van normaal vermogensbeheer wordt overschreden. De rechtbank stelde dat deze beoordeling in principe per pand moet plaatsvinden. Voor de vraag of vervolgens sprake is van winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden zal daarna een beoordeling van alle activiteiten voor alle panden in box 1 moeten plaatsvinden.

Beoordeling per pand

In de casus die voorlag bij de rechtbank, oordeelde de rechtbank dat de Belastingdienst voor vier panden aannemelijk had gemaakt dat sprake was van meer dan normaal vermogensbeheer. De werkzaamheden voor deze panden bestonden uit veel meer dan bijvoorbeeld het verbouwen van een keuken of een badkamer. Deze werkzaamheden kwalificeerden volgens de rechtbank als projectontwikkeling die naar aard en omvang de grens van normaal vermogensbeheer overschreed. Het ging daarbij om:

  • een voormalig woonhuis met garage dat na aanvragen en verkrijgen van benodigde vergunningen was omgebouwd tot drie appartementen met bergingen;
  • een pand met bedrijfsruimte op de begane grond en een bovenwoning op de eerste en tweede verdieping dat na aanvragen en verkrijgen van benodigde vergunningen was omgebouwd tot twee woningen;
  • een kantoorgebouw dat na aanvragen en verkrijgen van de benodigde vergunningen was omgebouwd tot drie winkels/bedrijfsruimten en elf appartementen;
  • een winkel/woonhuis waarin overeenkomstig de daartoe verleende vergunningen onder meer constructieve doorbraken en een aanbouw waren gerealiseerd.

Deze panden vielen volgens de rechtbank in box 1, voor de andere panden gold dat niet. Die werden belast in box 3.

De rechtbank volgde het standpunt van de belanghebbende dat als de panden in box 1 vielen, er sprake was van winst uit onderneming en niet van resultaat uit overige werkzaamheden. De rechtbank volgde dit standpunt omdat dit voor de belanghebbende gunstiger was in verband met de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling.

Let op! Zoals de rechtbank al aangaf, is er geen harde grens tussen box 3 en box 1 en is een en ander afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Overleg over je eigen panden daarom met onze adviseurs.

Vanaf dit najaar vergoeding UWV voor te lage WIA

By nieuws

Fouten UWV 

Uit onderzoek is gebleken dat de onjuiste uitkeringen onder meer veroorzaakt werden door een foute vaststelling van het dagloon in de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2024.

Een andere oorzaak is gelegen in het niet indexeren van het dagloon tussen 1 juli 2006 en 31 december 2022.

Tenslotte wordt ook compensatie geboden naar aanleiding van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep voor WIA-uitkeringen waarvan het recht inging op of na 1 juli 2015 met een uiterste datum van dagloonvaststelling op 4 augustus 2025. Deze uitspraak betrof de vaststelling van het dagloon in situaties waarin een werknemer in de WIA-referteperiode (dit is het jaar voordat iemand ziek werd) in een kalendermaand geen inkomen heeft genoten.

Netto uitkering

Uitkeringsgerechtigden die te weinig uitkering hebben gekregen, ontvangen een eenmalige netto vergoeding. Hierover hoeft geen loon- en inkomstenbelasting betaald te worden en de uitkering telt ook niet mee voor het verzamelinkomen. Dit betekent dat de uitkering geen invloed heeft op inkomensafhankelijke uitkeringen, zoals huur- of zorgtoeslag.

Tijdpad

Vanaf deze zomer horen de eerste uitkeringsgerechtigden of hun uitkering te hoog is, te laag, of gelijk blijft. Een te lage uitkering wordt direct aangepast, een te hoge pas na twee maanden. Degenen met een te lage uitkering horen ook welke eenmalige vergoeding zij ontvangen. Vanaf oktober 2026 worden de eerste vergoedingen uitbetaald.

Let op! Als blijkt dat de WIA-uitkering te hoog is vastgesteld, dan wordt het te veel ontvangen bedrag niet teruggevorderd.

Informatie

Uitkeringsgerechtigden worden door UWV op de hoogte gehouden over het verloop van de gang van zaken met betrekking tot de eenmalige netto vergoeding. Een wijziging van het dagloon wordt ook doorgegeven aan een eventuele pensioenuitvoerder. Bij eventuele vragen biedt UWV onafhankelijk financieel advies.

Let op! UWV start deze zomer met de hersteloperatie, maar deze duurt waarschijnlijk tot eind 2027. Het kan dus nog even duren voordat je bericht krijgt.