All Posts By

Fiscale maatregelen uit de Voorjaarsnota 2026

By nieuws

Afgelopen vrijdag is de Voorjaarsnota 2026 gepresenteerd. Het is de Startnota van het kabinet en daarmee ook de vertaling van financiële afspraken uit het coalitieakkoord. U treft hier een selectie van de fiscale maatregelen uit de Voorjaarsnota.

De meeste maatregelen waren in het coalitieakkoord al opgenomen of al eerder bekendgemaakt door het vorige kabinet. Houd er rekening mee dat niet alle door het kabinet voorgenomen fiscale maatregelen rechtstreeks uit de Voorjaarsnota kunnen worden afgeleid. Er zijn dus nog andere voorgenomen fiscale maatregelen dan in dit artikel zijn opgenomen.


Let op! De impact van de recente geopolitieke spanningen is nog niet meegenomen in de Voorjaarsnota.

Vrijheidsbijdrage

Werkgevers en burgers gaan vanaf 2027 een bijdrage voor de veiligheid betalen.

  • Werkgevers gaan deze vrijheidsbijdrage betalen via een verhoging van de Aof-premie (totale opbrengst € 1,5 miljard in 2027 en vanaf 2028 structureel € 1,7 miljard per jaar). Over de invulling hiervan zal nog overleg plaatsvinden met ondernemersorganisaties.
  • Voor burgers vindt inning plaats via het niet volledig doorrekenen van de inflatie in de aanpassing van het tarief in de inkomstenbelasting (totale opbrengst € 1,5 miljard in 2027 en vanaf 2028 structureel € 3,4 miljard per jaar).

Bouwen en wonen

Binnenhof

Op het gebied van bouwen en wonen is ook een aantal maatregelen af te leiden.

  • Via een faciliteit in de Vpb wordt de investeringscapaciteit van woningbouwcorporaties vanaf 2028 uitgebreid (beschikbaar per 2028 250 miljoen euro per jaar, oplopend tot structureel 325 miljoen euro per jaar vanaf 2032).
  • Vanaf 2027 geldt een nieuwe vrijstelling in de overdrachtsbelasting voor overdrachten van onroerende zaken tussen woningcorporaties.
  • Het tarief in de overdrachtsbelasting voor de koop van woningen waar de koper zelf niet gaat wonen, wordt vanaf 2027 verlaagd van 8 naar 7%. Dit gaat bijvoorbeeld om verhuurwoningen of een vakantiewoning.

Ondernemers

Voor ondernemers komt uit de Voorjaarsnota o.a. het volgende naar voren:

  • Verhoging van het btw-tarief voor de levering van sierteeltproducten van 9 naar 21% vanaf 2028.
  • Tot en met 2035 komt er budget beschikbaar voor het verlagen van de elektriciteitsprijs van de (basis)industrie die veel elektriciteit verbruikt. Het bestedingsvoorstel hiervoor moet nog nader worden uitgewerkt.
  • Het maximum pensioengevend loon wordt vanaf 2027 tot en met 2032 bevroren op € 137.800 (= bedrag 2026).
  • Vanaf 2029 wordt het maximumdagloon met 20% verlaagd. Dit betekent dat de hoogste inkomens een lagere uitkering krijgen, maar ook dat het maximumpremieloon daalt. Om financiële gevolgen (minder premieontvangst door de overheid) te compenseren, komt er een lastenverzwaring, waarover het kabinet nog in overleg gaat met de sociale partners.
  • Over voorverpakte voedingsmiddelen met een suikergehalte van 6% of meer wordt vanaf 2030 een suikertaks geheven.
  • De teruggaafregeling voor accijns op biobrandstoffen wordt vanaf 2027 herzien. Hoe deze herziening eruitziet is nog niet bekend, maar houd er rekening mee dat de regeling (veel) minder gunstig zal worden.

Particulieren

Voor particulieren zijn, naast de vrijheidsbijdrage, ook de volgende maatregelen opgenomen:

  • De aftrek specifieke zorgkosten en de tegemoetkoming specifieke zorgkosten wordt met ingang van 2028 volledig afgeschaft.
  • De verlaging van de brandstofaccijns op benzine loopt door tot en met 2027.
  • Voor de zorgtoeslag worden de vermogensgrenzen vanaf 2028 gelijkgesteld aan het heffingsvrij vermogen in box 3.
  • De invoering van de Wet herziening bedrag ineens, de mogelijkheid om een deel van het pensioen ineens uit te keren, wordt uitgesteld van 1 juli 2026 naar 1 januari 2029.
  • Aangekondigd was dat woningen in de schenkbelasting vanaf 2027 gewaardeerd zouden worden op de waarde in het economisch verkeer in plaats van op de WOZ-waarde. Deze maatregel wordt vanwege een negatieve Uitvoeringstoets echter niet ingevoerd.

Opmerkelijke belastingconstructies

Het kabinet komt vanaf de Voorjaarsnota 2023 jaarlijks met een lijst met opmerkelijke belastingconstructies. De bij de Voorjaarsnota 2026 gepubliceerde lijst bevat zeven constructies die in 2025 ook al op de lijst stonden en twee nieuwe. De nieuwe constructies zijn:

  • papieren schenkingen;
  • leningen met onzakelijke voorwaarden of een zogenoemde onzakelijke lening.

Europese Commissie stelt nieuw vennootschapsmodel voor

By nieuws

De Europese Commissie (EC) wil het mogelijk maken om snel en zonder startkapitaal een Europese bv op te richten: de EU Inc. De EU Inc. kan in meerdere landen activiteiten verrichten, zodat het concurrentievermogen van Europese bedrijven verbetert.

Eenvoud belangrijkst

EU

De eenvoud van het plan is het belangrijkst. Wie momenteel in verschillende EU-lidstaten actief wil zijn, moet vaak in iedere lidstaat een apart bedrijf oprichten in de vorm van bijvoorbeeld een dochtermaatschappij. Daarvoor gelden in iedere lidstaat aparte voorwaarden en regels met betrekking tot onder meer startkapitaal en registratie. Via een EU Inc. wordt dit met een geharmoniseerd aantal regels sterk vereenvoudigd. De keuze voor een EU Inc. is optioneel.

Snel en goedkoop

De oprichting van een EU Inc. kan binnen 48 uur volledig digitaal plaatsvinden voor minder dan € 100. Er is ook geen kapitaalvereiste. Verder wordt er een centraal EU-register met bedrijfsgegevens ingevoerd en ontvangen de bedrijven na registratie automatisch belasting- en btw-nummers. Ook faillissementsprocedures verlopen volledig digitaal. 

Optieplannen

EU Inc.-bedrijven kunnen optieplannen voor hun werknemers starten, waarbij pas bij verkoop van de opties met de Belastingdienst hoeft te worden afgerekend. Investeren wordt vereenvoudigd door formele procedures en tussenpersonen bij aandelentransacties af te schaffen. Lidstaten kunnen zelf beslissen of ze de EU Inc. toegang verlenen tot de beurs, waarbij bescherming kan worden geboden tegen vijandige overnames. 

Meerdere nieuwe initiatieven

De EU kondigde meerdere nieuwe initiatieven aan, zoals het zoveel mogelijk digitaliseren van de communicatie tussen bedrijven en overheid. Ook is het de bedoeling dat er aparte gerechtelijke Kamers komen voor EU Inc. bedrijven. Verder streeft men naar volledig grensoverschrijdend telewerken voor start-ups en scale-ups. Andere initiatieven betreffen het verbeteren van toegang tot kapitaal en een evaluatie van Europese durfkapitaalfondsen, het scheppen van gelijke fiscale kaders en een vermindering van de administratieve lasten.

Invoering via verordening

De EU Inc. zal via een verordening worden ingevoerd. Het voordeel is dat dit een directe werking heeft in alle lidstaten. Een nadeel is dat unanieme steun voor een verordening vereist is. Dit brengt het risico mee dat landen tijdens de onderhandelingen uitzonderingen willen toevoegen. Het streven is de besluitvorming inzake de EU Inc. nog in 2026 af te ronden.

Uitbetalen 10% pensioen ineens pas vanaf 1 januari 2029

By nieuws

De mogelijkheid om 10% pensioen ineens op te nemen is pas mogelijk vanaf 1 januari 2029.

Bedrag ineens

Geld

Het staat al jaren op de planning, maar is nog steeds niet ingevoerd: de mogelijkheid om op de pensioeningangsdatum maximaal 10% van het opgebouwde pensioen in één keer uit te laten betalen. De gepensioneerde mag dit bedrag vrij besteden, er is dus geen verplicht bestedingsdoel.

Let op! De opname van een bedrag ineens kan wel gevolgen hebben voor het recht op toeslagen.

Herhaaldelijk uitstel inwerkingtreding

Oorspronkelijk was het plan om deze mogelijkheid per 1 januari 2023 in te laten gaan, maar de ingangsdatum is keer op keer uitgesteld. De laatste stand van zaken was dat het niet eerder dan 1 juli 2026 zou ingaan. In januari 2026 werd al duidelijk dat ook deze ingangsdatum niet gehaald zou worden.

De regering besloot onlangs, in overleg met de Pensioenfederatie, om de inwerkingtreding uit te stellen tot na de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Om die reden is de ingangsdatum verschoven naar 1 januari 2029.

Tip! De mogelijkheid 10% ineens op te nemen komt dan ook beschikbaar voor lijfrentes.

Nieuwe wijziging youngtimerregeling per 2027

By nieuws

Eind vorig jaar is de youngtimerregeling gewijzigd. De Tweede Kamer heeft de regering onlangs echter verzocht de verhoging van de leeftijdsgrens in de youngtimerregeling niet in een keer, maar geleidelijk te laten plaatsvinden.

Youngtimerregeling in 2026

Auto

Met ingang van 2026 is de youngtimerregeling gewijzigd. In 2026 bedraagt daardoor de bijtelling voor privégebruik van een auto die zestien jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen 35% van de waarde in het economisch verkeer. In 2025 lag de leeftijdsgrens voor deze regeling nog op vijftien jaar.

Overgangsregeling in 2026

Is de auto in 2026 jonger dan zestien jaar, maar vóór 1 januari 2017 voor het eerst in gebruik genomen, dan bedraagt de bijtelling in 2026 25% van de cataloguswaarde. Heeft een dergelijke auto geen CO2-uitstoot, dan kan tot een cataloguswaarde van € 30.000 in 2026 een bijtellingspercentage van 21% worden toegepast.

Voor de auto die in 2025 al aan dezelfde werknemer ter beschikking werd gesteld en die in 2025 vijftien jaar of ouder was, geldt een overgangsregeling. Voor deze auto mag heel 2026 nog uitgegaan worden van een bijtelling van 35% van de waarde in het economisch verkeer.

Huidige wettelijke regels youngtimerregeling vanaf 2027

Met ingang van 1 januari 2027 gaat, onder de huidige wettelijke regels, de leeftijdsgrens in de youngtimerregeling in een keer naar 25 jaar. Er geldt dan geen overgangsrecht meer.

Nieuwe wijziging youngtimerregeling vanaf 2027

De Tweede kamer meent dat de korte overgangsperiode in de huidige youngtimerregeling voor onbedoelde neveneffecten zorgt voor verkopers en gebruikers van youngtimers. De Tweede Kamer vindt dan ook dat de regering moet afzien van de verhoging van de leeftijdsgrens in een keer naar 25 jaar met ingang van 1 januari 2027.

De Tweede Kamer verzoekt de regering om de verhoging naar 25 jaar vanaf 1 januari 2027 geleidelijk te laten plaatsvinden. Dit zou dan gecombineerd kunnen worden met een hoger bijtellingspercentage dan 35% over de waarde in het economische verkeer.

E-timerregeling?

De Tweede Kamer doet ook het verzoek om een e-timerregeling uit te werken om te voorkomen dat elektrische leaseauto’s die na vier of vijf jaar vrijkomen uit de lease massaal naar het buitenland worden geëxporteerd.

European Commission proposes new EU Inc.

By nieuws

The European Commission (EC) aims to make it possible to quickly establish a European limited liability company without initial capital: the EU Inc. The EU Inc. can operate in multiple countries, thereby enhancing the competitiveness of European companies.

Simplicity Is Key

EU

The simplicity of the plan is key. Currently, anyone wishing to operate in multiple EU member states often has to set up a separate company in each member state, such as a subsidiary. Each member state has its own conditions and rules regarding matters such as start-up capital and registration. An EU Inc. would greatly simplify this process through a harmonized set of rules. Choosing an EU Inc. is optional.

Fast and affordable

The incorporation of an EU Inc. can be completed entirely digitally within 48 hours for less than €100. There is also no capital requirement. Furthermore, a central EU registry containing company data will be introduced, and companies will automatically receive tax and VAT numbers upon registration. Bankruptcy proceedings will also be conducted entirely digitally. 

Stock option plans

EU Inc. companies can launch stock option plans for their employees, with tax obligations to the tax authorities only arising upon the sale of the options. Investing is simplified by eliminating formal procedures and intermediaries in share transactions. Member states can decide for themselves whether to grant EU Inc. access to the stock market, whereby protection can be offered against hostile takeovers.

Several new initiatives

The EU announced several new initiatives, such as digitizing communication beatween businesses and the government as much as possible. There are also plans to establish separate judicial chambers for EU Inc. companies. Furthermore, the goal is to enable fully cross-border remote work for startups and scale-ups. Other initiatives include improving access to capital and evaluating European venture capital funds, creating equal tax frameworks, and reducing administrative burdens.

Implementation via regulation

The EU Inc. will be introduced via a regulation. The advantage is that this will have direct effect in all member states. A disadvantage is that unanimous support is required for a regulation. This carries the risk that countries will seek to add exceptions during the negotiations. The goal is to finalize decision-making on the EU Inc. by 2026.

Vanaf 2028 21% btw op sierteeltproducten

By nieuws

In een internetconsultatie is het voorstel opgenomen om vanaf 2028 de btw op sierteeltproducten van 9 naar 21% btw te verhogen.

Sierteeltproducten

Agrarisch

Bij sierteeltproducten moet gedacht worden aan bloembollen, snijbloemen, planten en boomkwekerijproducten. Deze producten vallen nu nog onder het verlaagde btw-tarief van 9%. Het kabinet wil echter dat deze producten vanaf 1 januari 2028 onder het normale btw-tarief van 21% vallen.

Waarom?

Vanaf 1975 geldt het verlaagde btw-tarief op de levering sierteeltproducten. Het doel was om de betaalbaarheid van sierteeltproducten voor lagere inkomens te bevorderen en de werkgelegenheid in de sierteelt te stimuleren. Uit een evaluatie komt naar voren dat het btw-verlaagde btw-tarief niet geschikt is voor dit doel.

Internetconsultatie

Het kabinet begrijpt de impact van de voorgenomen btw-verhoging en wil iedereen de kans geven om te reageren op het voorstel. Daarom kan iedereen die dat wil tot en met 7 mei 2026 reageren op de internetconsultatie.

Nieuwe fiscale regelingen voor startups en scale-ups

By nieuws

Het kabinet wil startups en scale-ups fiscaal stimuleren met twee maatregelen: belastingheffing in box 3 door middel van vermogenswinst (in plaats van vermogensaanwas) én een lagere loonheffing op het inkomen uit aandelenopties voor werknemers. Ter financiering worden de meewerkaftrek en stakingsaftrek in de IB afgeschaft.

Wetsvoorstel werkelijk rendement box 3

Belastingdienst

In het door de Tweede Kamer al aangenomen wetsvoorstel werkelijk rendement box 3 wordt het werkelijke rendement volgens de hoofdregel belast volgens een vermogensaanwasbelasting. Dit betekent dat zowel de gerealiseerde als de ongerealiseerde waardeontwikkelingen tot het werkelijke rendement horen.

Op de hoofdregel geldt een uitzondering voor onroerende zaken en startups en scale-ups. Het werkelijke rendement wordt voor die vermogensbestanddelen berekend volgens een vermogenswinstbelasting: alleen gerealiseerde waardeontwikkelingen (bijvoorbeeld bij verkoop) horen dan tot het werkelijke rendement.

Let op! De beoogde inwerkingtreding van het wetsvoorstel werkelijk rendement box 3 is 1 januari 2028. De Eerste Kamer moet nog stemmen over het wetsvoorstel.

Definitie startup en scale-up

In het oorspronkelijke wetsvoorstel werkelijk rendement box 3 is opgenomen dat de vermogenswinstbelasting geldt voor startende ondernemingen. Dit wordt gewijzigd in startups en scale-ups. In het wetsvoorstel Wet fiscale maatregelen startups en scale-ups is een definitie opgenomen van een startup en een scale-up: een bedrijf dat een onderneming drijft die gericht is op snelle groei door middel van een schaalbaar en herhaalbaar verdienmodel dat zijn oorsprong vindt in innovatie.

Let op! Onder een schaalbaar en herhaalbaar verdienmodel wordt verstaan het vermogen van een onderneming om de omzet snel te laten groeien zonder lineaire inzet van meer mensen, meer middelen of hogere kosten, door gebruik te maken van technologie die tot lagere marginale kosten leidt en schaalvoordelen biedt. Onder innovatie wordt verstaan het ontwikkelen of verbeteren van producten, diensten, processen of technologieën, waarbij sprake is van technische vernieuwing of significante functionele verbetering ten opzichte van de sector.

Om een startup of scale-up te zijn in de definitie mogen de aandelen of winstbewijzen niet verhandeld worden op een gereguleerde markt of voor meer dan 25 procent in handen zijn van een lichaam waarvan de aandelen of winstbewijzen worden verhandeld op een gereguleerde markt.

Let op!Bij de RVO kan straks een beschikking aangevraagd worden of sprake is van een startup of scale-up.

Lagere loonheffing aandelenopties

In het wetsvoorstel Wet fiscale maatregelen startups en scale-ups is ook een maatregel opgenomen die medewerkersparticipatie bij startups en scale-ups stimuleert door een lagere loonheffing. 
Op inkomen uit aandelenopties voor werknemers van startups en scale-ups wordt hiertoe een korting van 35% toegepast, waardoor de grondslag waarover loonheffing wordt berekend 65% van het inkomen bedraagt. Het effectieve loonheffingentarief wordt daarmee ongeveer 32% waarmee het ongeveer gelijk is aan het tarief in box 2.

Naast de lagere loonheffing wordt ook het heffingsmoment verplaatst naar het moment van daadwerkelijke verkoop van de aandelen die verkregen zijn bij de uitoefening van het aandelenoptierecht.

Let op! De regeling gaat ook gelden voor aandelenopties die zijn uitgegeven op of na 17 april 2025 mits de loonheffing over het inkomen uit de aandelenopties zich nog niet heeft voorgedaan.

Afschaffing meewerkaftrek en stakingsaftrek

Om de hiervoor gemelde fiscale stimulatie van de startups en scale-ups te financieren wordt de meewerkaftrek en de stakingsaftrek in de inkomstenbelasting per 1 januari 2027 met 75% versoberd en per 1 januari 2030 volledig afgeschaft.

Internetconsultatie

Het wetsvoorstel ligt nu ter internetconsulatie. Tot en met 29 april 2026 kan iedereen hierop reageren. In het kader van eventuele staatssteun moet de lagere loonheffing op aandelenopties nog voor goedkeuring voorgelegd worden aan de Europese Commissie. De staatssecretaris van Financiën is voornemens om het wetsvoorstel in september bij de Tweede Kamer in te dienen. Het streven is om de lagere loonheffing op aandelenopties per 1 januari 2027 in werking te laten treden.

 

Is slotuitkering bij hertrouwen aan te merken als afkoop pensioen?

By nieuws

Pensioenlichamen zijn onder voorwaarden vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Een van de voorwaarden is dat het pensioen niet mag worden afgekocht. De Belastingdienst is ingegaan op de vraag of een beperkte slotuitkering bij hertrouwen van de nabestaande van een pensioengerechtigde ook is aan te merken als afkoop.

Verzoekteruggaaf dividendbelasting

Huwelijk

In de casus bij de Belastingdienst wordt uitgegaan van een buitenlands pensioenlichaam dat belegt in Nederlandse aandelen. Het pensioenlichaam wil de ingehouden dividendbelasting terugontvangen en dient daartoe een verzoek in. Teruggave is mogelijk als het pensioenlichaam vrijgesteld zou zijn van vennootschapsbelasting als het pensioenlichaam in Nederland is gevestigd.

Brengt slotuitkering vrijstelling in gevaar?

De Belastingdienst is daarom ingegaan op de vraag of een beperkte slotuitkering die een nabestaande van een pensioengerechtigde ontvangt als hij of zij hertrouwt, is aan te merken als afkoop. Vanuit de verzorgingsgedachte zijn er namelijk pensioenlichamen waarbij het pensioen bij hertrouwen komt te vervallen. In de vraagstelling wordt uitgegaan van een slotuitkering van 24 keer het maandbedrag.

Slotuitkering aan te merken als overgangsregeling

De Belastingdienst is van mening dat een slotuitkering bij hertrouwen is aan te merken als een overgangsregeling. De slotuitkering is daarom niet te vergelijken met het afkopen van een pensioen en staat de vrijstelling van vennootschapsbelasting niet in de weg als het pensioenlichaam in Nederland is gevestigd. Het pensioenlichaam kan de dividendbelasting dus ook met succes terugvragen.

Is afzien van verevening pensioenrechten een schenking?

By nieuws

Als een echtgenoot of geregistreerd partner bij echtscheiding afziet van zijn recht op een deel van het pensioen van zijn ex-partner, vormt dit dan een schenking?

Verevening pensioenrechten

Strategie

Op het ouderdomspensioen dat een echtgenoot tijdens het huwelijk opbouwt hebben beide echtgenoten voor een gelijk deel recht. Om die reden regelt de Wet verevening pensioenrechten bij echtscheiding, Wvps, dat bij een echtscheiding dit tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen uiteindelijk aan beide echtgenoten voor een gelijk deel wordt uitgekeerd.

Let op!De Wvps maakt geldt zowel bij een huwelijk in gemeenschap van goederen als bij huwelijkse voorwaarden.

Uitsluiten van verevening

U kunt in uw huwelijkse voorwaarden of in het echtscheidingsconvenant wel gezamenlijk regelen dat de Wvps niet van toepassing is. Dit betekent dat bij een echtscheiding het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen van een echtgenoot uiteindelijk toch niet voor de helft aan de andere echtgenoot wordt uitgekeerd

Schenking?

Als een echtgenoot afziet van zijn recht op de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen van de andere echtgenoot, kan er sprake zijn van een schenking door deze andere echtgenoot aan de ander. Dit is het geval als de echtgenoot niet financieel wordt gecompenseerd.

Let op! Als de echtgenoot die afziet van zijn recht op de helft van het ouderdomspensioen van de ander wel voldoende wordt gecompenseerd, zal er geen sprake zijn van een schenking. Zo’n compensatie kan bijvoorbeeld plaatsvinden als bij de verdeling van de gemeenschap van goederen meer wordt toebedeeld aan deze echtgenoot.

Wvps ook voor geregistreerde partners

De Wvps is ook van toepassing op geregistreerde partnerschappen. Wat in deze tekst beschreven staat voor gehuwden geldt daarom ook voor geregistreerde partners.

Let op!Het voorgaande is gebaseerd op een kennisgroepstandpunt van de Belastingdienst. In vakliteratuur en de praktijk is de nodige kritiek op dit standpunt geuit. Neem voor uw eigen situatie daarom altijd contact op met één van onze adviseurs.

Welke kosten in mindering op bijtelling auto van de zaak?

By nieuws

Werknemers met een auto van de zaak die deze auto ook privé rijden, hebben met een bijtelling voor dit privégebruik te maken. Soms kunnen kosten die gemaakt worden voor de auto van de zaak in mindering worden gebracht op deze bijtelling. Hoe zit dit?

Betaling aan werkgever

Auto

Betaalt een werknemer voor het privégebruik van de auto een bedrag aan de werkgever, dan is dit bedrag aftrekbaar van de bijtelling. Voorwaarde is dat dit wel van tevoren moet zijn afgesproken. Dat geldt ook als een hogere bijdrage wordt betaald, omdat de werknemer over een duurdere auto kan beschikken. Ook dan moet duidelijk zijn dat de hogere bijdrage betaald wordt voor privégebruik.

Tip! Leg dergelijke afspraken altijd schriftelijk vast, dat voorkomt discussie met de inspecteur.

Betalingen aan derden

Bij betalingen aan derden is het uitgangspunt dat alleen intermediaire kosten onder voorwaarden in aftrek op de bijtelling kunnen komen. Intermediaire kosten zijn kosten die de werknemer voor zijn werkgever maakt. Denk hierbij aan bijvoorbeeld brandstofkosten, tolkosten, kosten van een wasstraat, parkeerkosten of reparatiekosten. 

Voorwaarden

Deze intermediaire kosten komen alleen op de bijtelling in mindering onder de volgende voorwaarden:

  • De werknemer spreekt vooraf met de werkgever af dat hij de betaling voor of namens de werkgever doet.
  • De werknemer specificeert de kosten en de omvang ervan.
  • De werkgever merkt deze betaling aan als eigen bijdrage voor het privégebruik van de auto.
  • De werkgever mag de kosten niet vergoeden.

Belastingvrij vergoeden

Werkgevers kunnen er ook voor kiezen om intermediaire kosten belastingvrij te vergoeden. In dat geval is aftrek van de bijtelling niet meer mogelijk. 

Tip! In een speciale Handreiking heeft de Belastingdienst de mogelijkheden en voorwaarden hierover op een rij gezet.