All Posts By

Ook 2% overdrachtsbelasting bij uitgestelde bewoning?

By nieuws

Overdrachtsbelasting

Bij de koop van een woning is de koper in beginsel overdrachtsbelasting verschuldigd. Het normale tarief bij verkrijging van een woning bedraagt op dit moment 8%. Wordt de woning door de koper na aankoop anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gebruikt, dan geldt een tarief van 2% of is, onder voorwaarde, een startertsvrijstelling van toepassing. Maar geldt er ook een termijn waarbinnen je de woning als hoofdverblijf moet gaan gebruiken?

Woning verbouwd

Of er een termijn geldt voor het als hoofdverblijf gaan gebruiken, is voor een verbouwing van een woning besproken bij de totstandkoming van de wet. Ook in de rechtspraak is dit al enkele keren aan de orde geweest. Daarbij is geen termijn genoemd waarbinnen de verbouwing voltooid dient te zijn. In 96% van de gevallen wordt een woning namelijk binnen een jaar bewoond. Duurt een verbouwing langer, dan kan door de Belastingdienst gevraagd worden aannemelijk te maken dat je de woning toch anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaat gebruiken.

Terminaal ziek

In een zaak die speelde voor rechtbank Noord-Nederland had een echtpaar een woning gekocht, maar gingen hier niet direct zelf in wonen. In plaats daarvan verhuurden ze de woning aan hun terminaal zieke dochter en haar twee kinderen. Ze gaven aan het appartement gekocht te hebben omdat ze zelf kleiner wilden gaan wonen. Ze zouden het gelijkvloerse appartement na het overlijden van hun dochter zelf gaan bewonen.

Welk tarief overdrachtsbelasting?

Voor de rechtbank stond de vraag centraal welk tarief overdrachtsbelasting van toepassing was. De ouders wezen erop dat het hun intentie was de woning op termijn zelf als hoofdverblijf te gaan gebruiken en bepleitten een tarief van 2%. Volgens de Belastingdienst was de woning echter aangekocht voor de dochter. De Belastingdienst vond dat het echtpaar daarom de woning na verkrijging niet anders dan tijdelijk als hoofdverblijf was gaan gebruiken. Het normale tarief van toen nog 10,4% (voor woningen is dat nu 8%, waarschijnlijk vanaf 2027 7%) was daarom van toepassing, aldus de Belastingdienst.

Geen fatale termijnen

De rechtbank kwam echter tot de conclusie dat de woning was gekocht met de intentie deze anders dan tijdelijk als hoofdverblijf te gaan gebruiken. Dat dit niet direct na aankoop gebeurde was volgens de rechtbank niet van belang, nu aannemelijk was dat de intentie aanwezig was en ook zou worden uitgevoerd na overlijden van de dochter. 

De wet bevat ook geen fatale termijnen, waarbinnen de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gebruikt moet gaan worden, aldus de rechtbank.

De rechtbank achtte het ook niet aannemelijk dat de woning voor de dochter was gekocht, aangezien die er nog maar een korte periode in kon wonen. Vanwege de situatie van de dochter was de aankoop door het echtpaar vervroegd en het bewonen door henzelf slechts kort uitgesteld. Er diende dan ook uitgegaan te worden van een overdrachtsbelastingtarief van 2%.

Let op! De uitspraak van rechtbank Noord-Nederland betekent niet dat bij elk uitgesteld gebruik van bewoning, het 2% tarief van toepassing is. Dit is altijd afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het geval. Bovendien is nog niet bekend of er mogelijk hoger beroep wordt ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. Overleg daarom over uw eigen situatie met onze adviseurs.

 

Onbelast arbobudget voor thuiswerkplek werknemer

By nieuws

Gerichte vrijstelling arbovoorzieningen

Voor het onbelast vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen van een arbovoorziening aan een werknemer bestaat een gerichte vrijstelling. Als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden, kan dit onbelast zonder dat je vrije ruimte in de werkkostenregeling (wkr) wordt aangetast:

  1. De voorziening wordt (geheel of gedeeltelijk) ge- of verbruikt op de werkplek. Dit kan een werkplek op kantoor zijn maar ook een werkplek thuis.
  2. De voorziening is aangewezen in de wkr en voldoet aan de gebruikelijkheidstoets.
  3. De voorziening hangt direct samen met de arboverplichtingen van de werkgever.
  4. De kosten van de voorziening worden geheel door de werkgever gedragen. De kosten mogen niet ten laste van de werknemer komen.

Budget arbovoorzieningen

Een werkgever heeft aan de Belastingdienst gevraag of hij aan zijn werknemers onbelast een budget van € 500 mag geven voor de aanschaf van arbovoorzieningen voor de thuiswerkplek. De kosten van deze arbovoorzieningen mag de werknemer op declaratiebasis bij de werkgever indienen. De werknemer toont dus aan wat hij aanschaft ten laste van het budget van € 500.

De Belastingdienst heeft geantwoord dat de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen van toepassing is als:

  • de door de werknemer gekochte voorziening volgt uit de arboverplichtingen van de werkgever, én
  • de vergoeding kostendekkend is.

Eigen bijdrage

De kosten van een arbovoorziening moeten geheel door de werkgever gedragen worden. De werknemer mag dus geen eigen bijdrage betalen. Betaalt de werknemer wel een eigen bijdrage dan is de gerichte vrijstelling niet van toepassing. Een uitzondering geldt voor een eigen bijdrage die een werknemer betaalt omdat hij voor een luxere arbovoorziening wil kiezen dan noodzakelijk is. In zo’n geval geldt de gerichte vrijstelling wel, ondanks de eigen bijdrage.

Kostendekkend?

Als de arbovoorzieningen die de werknemer declareert het budget van € 500 overschrijdt, kan het zijn dat de vergoeding voor een bepaalde arbovoorziening niet meer kostendekkend is. De werknemer betaalt dan als het ware een eigen bijdrage omdat hij niet de volledige kosten van de arbovoorziening vergoed krijgt. De gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen mag voor die voorziening dan niet worden toegepast.

Voorbeeld

Een werknemer schaft een bureaustoel (€ 300), een beeldscherm (€ 150) en een noise-cancelling koptelefoon (€ 100) aan. Deze voorzieningen voldoen aan alle voorwaarden. Alleen de vraag of de vergoeding kostendekkend en er geen eigen bijdrage betaald is, staat nog open. Hiervoor zijn drie scenario’s denkbaar:

  1. De werknemer declareert alle arbovoorzieningen in één keer. De totale declaratie is € 550, maar het budget is maar € 500. Er is dus sprake van een overschrijding van € 50 en dus van een eigen bijdrage van de werknemer van € 50. De werkgever mag zelf kiezen aan welke arbovoorziening hij deze eigen bijdrage toerekent. Dat zal in dit geval de noise-cancelling koptelefoon zijn, omdat die het minste kost. Voor deze arbovoorziening geldt de gerichte vrijstelling niet.
  2. De werknemer declareert eerst de bureaustoel, op een later moment het beeldscherm en weer later de noise-cancelling koptelefoon. De vergoeding voor de noise-cancelling koptelefoon is dan niet gericht vrijgesteld omdat de koptelefoon € 100 kost en de vergoeding € 50 bedraagt. De werknemer betaalt dan dus een eigen bijdrage van € 50.
  3. Als de werkgever aannemelijk kan maken dat voor een bedrag van € 50 ook een noise-cancelling koptelefoon kan worden aangeschaft die voldoet aan de arbowet, is niet sprake van een eigen bijdrage. Het bedrag van € 50 is dan aan te merken als een bijdrage voor een duurdere voorziening dan nodig is. De gerichte vrijstelling kan dan wel worden toegepast.

Let op!De vraag of de voorziening direct samenhangt met de arboverplichtingen van de werkgever is niet voor elke voorziening meteen zonder meer duidelijk, maar afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Overleg hierover met onze adviseurs

Tax interest in the event of delays in processing VAT refunds

By nieuws

Eight weeks 

In principle, the Tax and Customs Administration has eight weeks to process your VAT refund claim. If this takes longer, you are entitled to compensation for tax interest provided that the VAT refund relates to a previous year and 1 April has already passed. 

Example 
The Tax and Customs Administration receives your request for a VAT refund for the fourth quarter of 2025 on 20 January 2026. If you have not yet received a refund decision from the Tax and Customs Administration by 1 April 2026, you are entitled to compensation for tax interest from 1 April 2026. 

Calculation of tax interest 

The period over which tax interest is calculated begins on 1 April or eight weeks after receipt of your claim (if this is later than 1 April). The period runs until fourteen days after the date of the refund decision. 

Continuation of example 
If the Tax and Customs Administration issues a refund decision dated 15 June 2026, it must reimburse 5% tax interest for the period from 1 April 2026 up to and including 29 June 2026. 

Timely appeal against the rejection of a VAT refund claim 

Has the Tax and Customs Administration wrongly rejected your VAT refund claim? If so, you must lodge an objection in good time, i.e. within six weeks of the date of the rejection notice. If the Tax and Customs Administration subsequently grants the VAT refund, you are also entitled to reimbursement of tax interest. 

Please note! In response to enquiries on this matter, the Tax and Customs Administration has stated that there is no entitlement to reimbursement of tax interest if the original application for a VAT refund was submitted too late and/or if the appeal against the rejection notice was lodged too late. 

Uitzendkracht dezelfde onbelaste kostenvergoeding als werknemer?

By nieuws

Vaste kostenvergoeding onbelast

Je bent een uitzendorganisatie die een uitzendkracht te werk stelt bij een onderneming. Die onderneming betaalt aan zijn werknemers een vaste kostenvergoeding. De onderneming heeft hierover overleg gevoerd met de Belastingdienst. Zij zijn samen tot de conclusie gekomen dat een deel van de vaste kostenvergoeding onder een gerichte vrijstelling valt en een deel is aan te merken als een vergoeding voor intermediaire kosten. Kortom, de vaste kostenvergoeding kan onbelast en raakt de vrije ruimte van de werkkostenregeling van de onderneming niet.

Ook voor uitzendkracht?

Je wilt de uitzendkracht dezelfde vaste kostenvergoeding geven als de werknemers van de onderneming krijgen waar de uitzendkracht te werk is gesteld. Kun je dan gebruik maken van de afspraak tussen de Belastingdienst en de onderneming? Ofwel mag je er van uit gaan dat de vaste kostenvergoeding aan de uitzendkracht ook onbelast is en jouw vrije ruimte van de werkkostenregeling niet raakt.

Ja, onder voorwaarden

In principe kun je geen beroep doen op een afspraak tussen de Belastdienst en een andere partij. Voor deze situatie heeft de Belastingdienst echter aangegeven dat je de kostenvergoeding wel onbelast mag vergoeden aan de uitzendkracht als je aannemelijk maakt dat:

  • de uitzendkracht werkzaam is in een gelijke functie als de werknemer van de onderneming, én
  • de uitzendkracht vanuit kostenoogpunt in gelijke omstandigheden verkeert als de werknemer van de onderneming.

De uitzendkracht verkeert vanuit kostenoogpunt in gelijke omstandigheden als hij met dezelfde soort kosten wordt geconfronteerd. Bij gelijkenis van werkzaamheden onder soortgelijke omstandigheden, vindt de Belastingdienst dat het aannemelijk is dat dit het geval is.

Let op! Een andere voorwaarde die de Belastingdienst stelt is dat je dezelfde voorwaarden stelt en dezelfde vergoedingen geeft volgens de afspraak die de onderneming heeft met de Belastingdienst. Je moet daarom ook beschikken over (een kopie van) de geldige afspraak tussen de Belastingdienst en de onderneming.

Vraag je toeslag 2025 uiterlijk eind 2026 aan

By nieuws

Huurtoeslag

Als je inkomen over 2025 en je vermogen per 1 januari 2025 niet te hoog was en je een zelfstandige woonruimte huurde in dat jaar, heb je mogelijk recht op huurtoeslag. Vroeg je de huurtoeslag voor 2025 nog niet aan, dan heb je nog tot en met 31 december 2026 de tijd om dat alsnog te doen.

Tip! Meer informatie over de huurtoeslag vind je op de website van de Belastingdienst bij het onderdeel Huurtoeslag.

Zorgtoeslag

Als je inkomen over 2025 en je vermogen op 1 januari 2025 niet te hoog was, heb je over 2025 recht op zorgtoeslag. Ook de zorgtoeslag 2025 kun je nog tot en met 31 december 2026 aanvragen.

Let op! Er gelden nog meer voorwaarden. Meer informatie vind je op de website van de Belastingdienst bij het onderdeel Zorgtoeslag.

Kindgebonden budget

Met het kindgebonden budget kun je een bijdrage krijgen in de kosten voor je kinderen tot 18 jaar. Ook voor het kindgebonden budget 2025 mag je inkomen en vermogen niet te hoog zijn. Kom je in aanmerking, vraag dan het kindgebonden budget 2025, uiterlijk 31 december 2026 aan.

Let op! Kijk voor alle voorwaarden en meer informatie op de website van de Belastingdienst, onderdeel Kindgebonden budget.

Proefberekening

Op de website van de Belastingdienst kun je een proefberekening maken van de toeslagen waarop je voor het jaar 2025 recht hebt. Die berekening kan je overigens ook maken voor eerdere jaren en voor het jaar 2026.

Kortere termijn kinderopvangtoeslag

Voor kinderopvangtoeslag gelden andere termijnen. De kinderopvangtoeslag kun je met maximaal 3 maanden terugwerkende kracht aanvragen. Je kunt dus nu geen kinderopvangtoeslag 2025 meer aanvragen.

Andere termijn voor ondernemers met uitstel

Vroeg je als ondernemer uitstel aan voor het indienen van je aangifte inkomstenbelasting 2025? Dan geldt voor jou een andere termijn voor het aanvragen van huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget. Je kunt deze toeslagen voor het jaar 2025 nog aanvragen tot de datum waarop je uitstel voor het indienen van je aangifte afloopt.

Verhuur panden in box 3 of box 1?

By nieuws

Box 3 of box 1: normaal of meer dan normaal vermogensbeheer

Een pand in privé-eigendom valt in principe in box 3. Voorwaarde is wel dat met betrekking tot het pand sprake is van normaal vermogensbeheer. Is sprake van meer dan normaal vermogensbeheer, dan valt het pand in box 1. Daar wordt het dan belast als winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden.

Geen harde grens

Rechtbank Den Haag gaf aan dat er geen harde grens is tussen box 3 en box 1. Het is afhankelijk van de feiten en omstandigheden of de activiteiten of werkzaamheden dusdanig zijn dat de grens van normaal vermogensbeheer wordt overschreden. De rechtbank stelde dat deze beoordeling in principe per pand moet plaatsvinden. Voor de vraag of vervolgens sprake is van winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden zal daarna een beoordeling van alle activiteiten voor alle panden in box 1 moeten plaatsvinden.

Beoordeling per pand

In de casus die voorlag bij de rechtbank, oordeelde de rechtbank dat de Belastingdienst voor vier panden aannemelijk had gemaakt dat sprake was van meer dan normaal vermogensbeheer. De werkzaamheden voor deze panden bestonden uit veel meer dan bijvoorbeeld het verbouwen van een keuken of een badkamer. Deze werkzaamheden kwalificeerden volgens de rechtbank als projectontwikkeling die naar aard en omvang de grens van normaal vermogensbeheer overschreed. Het ging daarbij om:

  • een voormalig woonhuis met garage dat na aanvragen en verkrijgen van benodigde vergunningen was omgebouwd tot drie appartementen met bergingen;
  • een pand met bedrijfsruimte op de begane grond en een bovenwoning op de eerste en tweede verdieping dat na aanvragen en verkrijgen van benodigde vergunningen was omgebouwd tot twee woningen;
  • een kantoorgebouw dat na aanvragen en verkrijgen van de benodigde vergunningen was omgebouwd tot drie winkels/bedrijfsruimten en elf appartementen;
  • een winkel/woonhuis waarin overeenkomstig de daartoe verleende vergunningen onder meer constructieve doorbraken en een aanbouw waren gerealiseerd.

Deze panden vielen volgens de rechtbank in box 1, voor de andere panden gold dat niet. Die werden belast in box 3.

De rechtbank volgde het standpunt van de belanghebbende dat als de panden in box 1 vielen, er sprake was van winst uit onderneming en niet van resultaat uit overige werkzaamheden. De rechtbank volgde dit standpunt omdat dit voor de belanghebbende gunstiger was in verband met de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling.

Let op! Zoals de rechtbank al aangaf, is er geen harde grens tussen box 3 en box 1 en is een en ander afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Overleg over je eigen panden daarom met onze adviseurs.

Verbreding doelgroep banenafspraak en invoering loonkostensubsidie

By nieuws

Verbreding toegang arbeidsmarkt

Op 2 juli stuurden de ministers Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Aartsen van Werk en Participatie een Kamerbrief met de vooraankondiging van een wetswijziging. Het kabinet wil dat iedereen die daartoe in staat is mee gaat doen op de arbeidsmarkt. Om die reden wordt onder meer de doelgroep van de banenafspraak verbreed. Daarnaast gaat de loonkostensubsidie (LKS) het leidende, rijksbrede instrument worden om de verminderde loonwaarde van een werknemer te compenseren.

Verbreding doelgroep banenafspraak

Op 20 februari 2024 is het principebesluit genomen dat de doelgroep van de banenafspraak wordt uitgebreid met personen met een WIA- of een WW-uitkering die niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen. Dit betekent dat deze personen straks ook gebruik kunnen maken van de instrumenten van de banenafspraak: no-riskpolis, een loonkostenvoordeel (LKV) banenafspraak en straks ook de loonkostensubsidie (LKS). Er komt een wetsvoorstel waarin deze personen aan de doelgroep van de banenafspraak worden toegevoegd.

Loonkostensubsidie

Voor de WW en de WIA wordt de LKS beschikbaar gesteld. Dit geeft het UWV een instrument om de verminderde loonwaarde van werknemers te compenseren voor werkgevers. Bij de LKS gaat het om een financiële regeling voor werkgevers die mensen met een arbeidsbeperking of afstand tot de arbeidsmarkt in dienst nemen.

De LKS compenseert het verschil tussen het wettelijk minimumloon en de lagere arbeidsproductiviteit (loonwaarde) van de werknemer. De werkgever betaalt op deze manier alleen voor de werkelijke productiviteit. Hiermee wordt hij gestimuleerd om iemand met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen en houden. 

Wajong

In de Wajong wordt de loondispensatie vervangen door de LKS. Loondispensatie houdt in dat aan een werkgever toestemming wordt verleend om een Wajong-gerechtigde een loon uit te betalen dat lager ligt dat het wettelijk minimumloon. Dit maakt de regels voor werkgevers eenvoudiger en herkenbaarder. 

Let op! Er komt overgangsrecht dat inhoudt dat de LKS pas wordt ingezet als de beschikking loondispensatie afloopt. Het UWV verstrekt op dit moment maximaal vijf jaar loondispensatie. Hierdoor kan het overgangsrecht maximaal vijf jaar doorlopen.

Loonwaardemeting

Als de LKS wordt ingevoerd, wordt ook de loondispensatie in de Wajong vervangen door de LKS. De hoogte van de LKS wordt bepaald aan de hand van de loonwaarde van de werknemer. Daarvoor is nu nog een loonwaardemeting nodig.

Het is de bedoeling dat vanaf 2028 geen loonwaardemeting meer nodig is. De LKS wordt vanaf dat moment, ook voor de Wajong, standaard vastgesteld op 68% van het wettelijk minimumloon. Werkgevers krijgen daarmee een vaste LKS als zij iemand aannemen met een WW, WIA- of Wajong-uitkering die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon per uur kan verdienen.

Let op! Het betreft nog een voornemen dat nog in wetgeving moet worden omgezet.

SLIM-subsidie mkb vanaf 19 augustus

By nieuws

Let op! Eerder was bekendgemaakt dat het tweede tijdvak op 10 augustus 2026 zou starten. Dit is dus niet correct.

Doelstelling

Met de SLIM-subsidie wordt leren en ontwikkelen op de werkvloer gestimuleerd. Personeel kan zodoende groeien in het werk en zich zo beter voorbereiden op wijzigingen in de arbeidsmarkt.

De subsidie kan individueel of via een samenwerkingsverband worden aangevraagd. Voor individuele mkb-ondernemingen gelden andere aanvraagtijdvakken en budgetten dan voor samenwerkingsverbanden.

Totale omvang subsidie 

De totale subsidie voor het tweede tijdvak voor individuele mkb-ondernemingen bedraagt € 6 miljoen. Voor het eerste tijdvak dit jaar bedroeg de totale subsidie voor individuele mkb-ondernemingen € 11 miljoen. Daarmee is de subsidie voor het tweede tijdvak dus bijna gehalveerd ten opzichte van het eerste tijdvak.

Let op! Samenwerkingsverbanden hebben maar één aanvraagtijdvak. Dat was van 22 juni 2026 9.00 uur tot en met 20 juli 2026 17.00 uur. De totale subsidie voor samenwerkingsverbanden bedroeg € 6 miljoen.

Loting

Als het aantal subsidieaanvragen het beschikbare budget overschrijdt, wordt de SLIM-subsidie toegekend via loting. De datum van binnenkomst van de aanvraag is dus niet van belang. Op basis van ervaringscijfers zal naar verwachting zo’n 23% van alle aanvragen worden toegewezen. Ook in het eerste tijdvak van 2026 was het beschikbare subsidiebudget ruim overvraagd en heeft er een loting plaatsgevonden.

Maximum subsidie

De maximum SLIM-subsidie voor individuele mkb-ondernemingen voor het tweede aanvraagtijdvak bedraagt, net als voor het eerste tijdvak, €24.999 (voor landbouwbedrijven € 20.000).

Let op! De SLIM-subsidie kun je digitaal aanvragen via het subsidieportaal van Uitvoering van Beleid 

Subsidie extensivering melkveehouderij (SEM) verlengd

By nieuws

SEM

De SEM kan aangevraagd worden door melkveehouders die melk- en kalfkoeien houden voor de productie van melk. Zij hebben hiervoor een verklaring nodig dat hun bedrijf binnen het mkb valt.

Met de subsidie kunnen melkveehouders de uitstoot van ammoniak en broeikasgassen en de productie van mest verlagen. Hiermee wordt ook de uitstoot van stikstof verminderd.

Compensatie voor verlies aan inkomen en fosfaatrecht

Melkveehouders die een beroep doen op de SEM moeten 10% tot 20% minder koeien gaan houden ten opzichte van 2025. Het verlies aan inkomen als gevolg van de verminderde melkopbrengst wordt dan drie jaar lang door de SEM gecompenseerd.

De melkveehouder ontvangt ook een vergoeding voor het vervallen van het fosfaatrecht dat samenhangt met de vermindering van het aantal koeien.

Let op! De ingeleverde fosfaatrechten verdwijnen definitief van de markt.

Geen afname grasland of toename graasdieren

Naast de vermindering van het aantal koeien met 10% tot 20% mag het areaal grasland van de subsidievrager drie jaar lang niet afnemen. Ook mag het aantal graasdieren (jongvee, schapen, geiten, paarden enzovoort) gedurende die periode niet toenemen.

Let op! Lees de exacte voorwaarden op de website van RVO.

Hoogte subsidie

De subsidie voor het verlies aan melkinkomsten bedraagt € 1.606 per verminderde koe. Dit is gebaseerd op de melkproductie van een gemiddelde koe, inclusief transactiekosten. De vergoeding voor het inleveren van een fosfaatrecht bedraagt € 110 per recht. Deze vergoeding wordt in drie jaarlijkse termijnen uitbetaald.

Let op! De maximale subsidie bedraagt € 400.000.

Aanvragen SEM

Aanvragen van de SEM kan bij RVO tot en met 27 januari 2026 17.00 uur. Op 22 juli 2026 hadden 42 melkveehouders zich aangemeld voor de SEM. Het totale budget voor de SEM bedraagt. € 615.700.000.

Tip! Op de website van RVO is een rekentool opgenomen waarmee je een schatting van de subsidie kunt maken.

Na drie jaar

Deelnemers aan de SEM kunnen na de periode van drie jaar eventueel terugkeren naar het oorspronkelijke aantal koeien. Wel zullen ze dan nieuwe fosfaatrechten aan moeten schaffen.

Tip! Nederlandse banken verlenen een rentekorting aan melkveehouders die via deelname aan de Sem tijdelijk gaan extensiveren en overgaan tot nieuwe duurzame investeringen.

Bestuurlijke boetes overtreding registratieplicht UBO trusts

By nieuws

UBO

Een trustee is de beheerder van het geld of ander bezit van de trust. De trustee is de UBO, Ultimate Beneficial Owner, van de trust.

Register

De trustee die in Nederland woont of gevestigd is, is verplicht zich te registreren in het UBO-register trusts bij de KVK. Dat geldt ook voor de trustee die buiten de EU woont of gevestigd is, maar in Nederland namens de trust een zakelijke relatie aangaat. Denk daarbij aan het openen van een bankrekening of het kopen van onroerend goed in Nederland.

Als een rechtspersoon trustee is, dient de wettelijke vertegenwoordiger van de rechtspersoon geregistreerd te worden in het UBO-register trusts.

Tip! Meer informatie is te vinden op de website https://www.uboregistertrusts.nl/.

Handhaving

De Dienst Financieel-Economische Integriteit (DFEI) van het Ministerie van Financiën handhaaft of de verplichte UBO-gegevens altijd juist en volledig zijn opgegeven in het UBO-register trusts. De beleidsregel met de bestuursrechtelijke handhaving door middel van een bestuurlijke boete voor trusts en soortgelijke juridische constructies is op 1 juni 2026 in werking getreden.

Hoogte bestuurlijke boete

Uit de beleidsregel volgt dat de geldboete voor een niet, onjuiste en/of onvolledige UBO-opgave maximaal een geldboete van de vierde categorie bedraagt. Op dit moment (2026) is dat een bedrag van maximaal € 27.500.

De DFEI legt in beginsel niet meteen een boete op van € 27.500.

  • Bij een eerste overtreding kan de DFEI een boete opleggen van 10% van het boetemaximum, op dit moment dus € 2.750.
  • Bij een tweede overtreding binnen vijf jaar kan de DFEI een boete opleggen van 20% van het boetemaximum, op dit moment dus € 5.500.
  • Bij een derde overtreding binnen vijf jaar kan de DFEI een boete opleggen van 40% van het boetemaximum, op dit moment dus € 11.000.
  • Bij een vierde overtreding binnen vijf jaar kan de DFEI een boete opleggen van 80% van het boetemaximum, op dit moment dus € 22.000.
  • Bij een vijfde en volgende overtreding binnen vijf jaar kan de DFEI een boete opleggen van 100% van het boetemaximum, op dit moment dus € 27.500.

Van belang zijnde omstandigheden

Bij het opleggen van de boete houdt De DFEI rekening met de volgende omstandigheden:

  • de financiële draagkracht van de overtreder;
  • de mate waarin de overtreder meewerkt aan de vaststelling van de overtreding; en
  • de maatregelen die door de overtreder na de overtreding zijn genomen om voortduring of herhaling van de overtreding te voorkomen.

Deze omstandigheden kunnen leiden tot matiging van de hoogte van de bestuurlijke boete. De stelplicht en bewijslast dat van zulke omstandigheden sprake is, liggen bij de overtreder.

Last onder dwangsom

De DFEI heeft in bijzondere gevallen de mogelijkheid om te kiezen voor een andere aanpak door het opleggen van een last onder dwangsom.