All Posts By

Teruggave btw aan niet-EU reiziger voortaan digitaal

By nieuws

Reizigers van buiten de EU kunnen de btw op goederen die ze mee naar huis nemen onder voorwaarden terugkrijgen. Het proces waarmee dit kan worden bereikt, wordt vanaf 2026 verplicht gedigitaliseerd.

Wanneer btw-teruggave?

Internationaal

De teruggave van btw geldt voor natuurlijke personen met een woonplaats buiten de EU. Het betreft alleen goederen die zij, anders dan als ondernemer, in hun persoonlijke bagage meenemen naar een land buiten de EU. Daarbij moet de waarde van de op de factuur vermelde goederen minstens € 50 inclusief btw bedragen. De goederen moeten uiterlijk vóór het einde van de derde maand na de maand van aankoop buiten de EU worden gebracht.

Visum voortaan alleen digitaal

Om de btw terug te kunnen krijgen, moet bewezen worden dat de goederen de EU daadwerkelijk hebben verlaten. Daartoe is een factuur vereist, dan wel een kopie ervan of een gelijkwaardig document. Dit document moet bovendien vergezeld gaan van een visum, dat duidelijk maakt dat de goederen de EU daadwerkelijk hebben verlaten. Het visum kan nu ook nog fysiek worden afgegeven, maar vanaf 1 januari 2026 alleen nog digitaal.

Teruggave achteraf

Omdat de leverancier pas achteraf het bewijs geleverd krijgt dat de goederen de EU hebben verlaten, zal hij in eerste instantie gewoon btw in rekening brengen. Pas na ontvangst van het bewijs in de vorm van een visum, zal hij de btw terugbetalen aan de niet-EU inwoner.

Digitale omgeving

De leverancier van de goederen die bereid is mee te werken aan de teruggave van btw, zal daartoe de nodige gegevens omtrent de transactie in moeten voeren in een digitale omgeving die door de douane te raadplegen is. Onder meer het nummer van het legitimatiebewijs van de koper van de goederen dient te worden ingevoerd. De koper van de goederen kan de teruggave van de btw verzoeken via een hiertoe beschikbaar gestelde app.

Afgewaardeerde schuld dga belast als uitdeling

By nieuws

Als dga is het mogelijk om een lening aan te gaan bij de eigen bv. Daarbij is onder meer van belang dat zakelijke voorwaarden worden toegepast. Dit is ook van belang als een dergelijke schuld moet worden kwijtgescholden.

Zakelijke voorwaarden

Sparen

Als een dga bij zijn bv een schuld heeft, betekent het hanteren van zakelijke voorwaarden dat vrijwel dezelfde voorwaarden moeten worden gehanteerd als de voorwaarden die voor andere schuldenaren gelden. Zo zal er onder andere een reële rente moeten worden afgesproken en zal duidelijk moeten zijn hoe de schuld zal worden afgelost.

Let op! Leg alle (zakelijke) afspraken bij een lening aan de bv schriftelijk vast en controleer regelmatig of partijen zich aan de afspraken houden.

Kwijtschelden

Net zoals bij andere schuldenaren kan het voorkomen dat een schuld van een dga bij zijn eigen bv onmogelijk kan worden afgelost. De bv kan er dan voor kiezen de schuld af te waarderen en het verlies voor zijn rekening te nemen. In een rechtszaak die speelde bij rechtbank Zeeland-West-Brabant kwam aan de orde aan welke voorwaarden dan voldaan moet worden.

Aandeelhoudersmotieven overheersen

In genoemde zaak had een bv een rekening-courantschuld van ruim € 1 miljoen van de dga afgewaardeerd. Volgens de dga was er sprake van zakelijk handelen en dus had hij hierover in zijn aangifte niets vermeld. De inspecteur was het hiermee niet eens en vond dat de aandeelhoudersmotieven overheersten. Hij ging uit van een winstuitdeling en vorderde de hierover verschuldigde belasting na. Hierna kwam de zaak voor de rechter.

Terugbetalingscapaciteit

Voor de rechtbank bleek dat er door de bv geen onderzoek was gedaan naar de terugbetalingscapaciteit van de dga. Hierover waren dan ook geen stukken aanwezig. De adviseur van de dga voerde weliswaar aan dat er gekeken was naar de privévermogenspositie van de dga, maar dit vond de rechtbank onvoldoende. Ook de verdiencapaciteit van de dga was niet betrokken bij de afweging om de schuld kwijt te schelden. 

De dga voerde nog aan dat de inspecteur onderzoek had moeten doen naar het zakelijke karakter van de kwijtgescholden schuld, maar de rechtbank was het hiermee niet eens en liet de navordering dan ook in stand.

Fiets van de zaak? Wat mag u vergoeden?

By nieuws

Werkgevers kunnen voor een relatief klein bedrag een (elektrische) fiets aan hun personeel ter beschikking stellen. Wat is de eigen bijdrage voor de werknemer? En kunnen ook de kosten van het opladen van een ter beschikking gestelde elektrische fiets belastingvrij vergoed worden?

Ter beschikking gestelde fiets

Fiets

Sinds enkele jaren geldt voor een ter beschikking gestelde fiets, de fiets is dus eigendom van u als werkgever, een fiscaal aantrekkelijke regeling. Van de consumentenadviesprijs van de fiets moet u namelijk jaarlijks slechts 7% tot het loon rekenen. Hierover betaalt uw werknemer dan loonheffing. 

Voorbeeld
Een (elektrische) fiets van bijvoorbeeld € 2.500 levert jaarlijks een bijtelling op van € 2.500 x 7% = € 175. Hierover betaalt de werknemer in principe loonheffing. Bij een belastingtarief van bijvoorbeeld 35,82% (eerste schijf box 1) komt dit neer op ca. € 62. 

U betaalt daarnaast in de meeste gevallen nog premies werknemersverzekeringen van zo’n 20% over het bedrag van de bijtelling. Uiteraard kunt u er ook voor kiezen de bijtelling van de ter beschikking gestelde fiets in de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR) onder te brengen. In dat geval blijft het voordeel onbelast.

Oplaadkosten

Mag u als werkgever ook de oplaadkosten van een ter beschikking gestelde elektrische fiets belastingvrij vergoeden? Dit is inderdaad mogelijk, want dergelijke kosten worden aangemerkt als intermediaire kosten. Uw werknemer betaalt namelijk kosten die normaal gesproken bij u thuis horen, aangezien de fiets uw eigendom is.

Fiets eigendom van de werknemer?

Een ter beschikking gestelde fiets is eigendom van u als werkgever. Betreft het een (elektrische) privéfiets van de werknemer, dan mag u uw werknemer een vergoeding verstrekken van € 0,23 per kilometer voor het woon-werkverkeer.

Bij een elektrische fiets die van de werknemer is, is er geen belastingvrije vergoeding van de oplaadkosten mogelijk. Verstrekt u toch een vergoeding voor deze kosten, dan is het bedrag belast als loon bij uw werknemer. U mag als werkgever deze kosten wel onderbrengen in de vrije ruimte van de WKR. 

Let op! Brengt u kosten onder in de vrije ruimte van de WKR, let dan op dat u de vrije ruimte niet overschrijdt.

Tip! Als u de werknemer op de werkplek in de gelegenheid stelt de fiets op te laden, dan hoeft u (op grond van een kennisgroepstandpunt van de Belastingdienst) geen voordeel in aanmerking te nemen. Het voordeel blijft dan onbelast.

Subsidie flexibeler gebruik elektriciteit

By nieuws

Het kabinet stelt € 62 miljoen subsidie beschikbaar voor bedrijven die problemen ondervinden als gevolg van het overbelaste stroomnet. De subsidie, de Flex-e regeling, is beschikbaar voor het inwinnen van advies of voor het doen van noodzakelijke investeringen om het elektriciteitsgebruik flexibeler te maken.

Voorwaarden

Lamp

De subsidie is beschikbaar voor bedrijven die 100 kW of meer via hun netaansluiting afnemen. Naast nog andere voorwaarden, moet uw onderneming zich bevinden in een gebied waar het stroomnet vol is, een zogenaamd congestiegebied.

Drie opties

De subsidie is bedoeld om óf te onderzoeken of u flexibeler elektriciteit kunt gebruiken óf om direct maatregelen te treffen. Dit is uitgewerkt in drie mogelijkheden: een flexibiliteitsscan, een haalbaarheidsstudie en flexibiliteitsmaatregelen. Heeft u een van de drie mogelijkheden afgerond binnen de aanvraagperiode? Dan is het mogelijk om ook nog voor een ander onderdeel subsidie aan te vragen.

Flexibiliteitsscan

De flexibiliteitsscan geeft inzicht in de mogelijkheden inzake flexibel elektragebruik. De subsidie vergoedt 50% van de kosten met een maximum van € 10.000. In uw aanvraag moet u onder andere aangeven hoeveel elektriciteit u verbruikt en voor welke bedrijfsprocessen. 

Haalbaarheidsstudie

De haalbaarheidsstudie is bedoeld te onderzoeken welke maatregelen voor flexibel elektriciteitsgebruik technisch voor u haalbaar zijn. Ook moet duidelijk worden welke mate van flexibilisering de voorgenomen maatregel u oplevert. Per maatregel dienen de technische beschrijvingen uitgewerkt te worden in een zogenaamd technisch ontwerp. De subsidie dekt 50% van de kosten van de haalbaarheidsstudie met een minimum subsidiebedrag van € 10.000 en een maximum van € 125.000.

Flexibiliseringsmaatregelen

Ook voor de uiteindelijke investeringen in flexibiliseringsmaatregelen is subsidie beschikbaar. De optie ‘Flexibiliseringsmaatregelen’ is beschikbaar voor noodzakelijke investeringen in flexibilisering, waaronder aanschaf- en installatiekosten. Maatregelen zijn bijvoorbeeld het beperken van het gebruik van elektra en het opslaan ervan. De subsidie bedraagt 35% van de kosten, met een minimum van € 25.000 en een maximum van € 300.000. 

Aanvragen

U kunt de Flex-e regeling aanvragen bij RVO.nl. Hiervoor heeft u eHerkenning niveau 2+ nodig. Het loket voor deze subsidie is open tot en met 15 oktober 2025.

Naheffingsaanslag btw inzien en direct betalen

By nieuws

Het ‘Overzicht betalen en ontvangen’ van de Belastingdienst is uitgebreid met enkele functies. In dit overzicht kunt u zien welke bedragen u nog aan de Belastingdienst moet betalen en welke u nog ontvangt. Ook naheffingsaanslagen omzetbelasting zijn vanaf nu in te zien en kunnen direct worden betaald.

Wat staat in overzicht?

Belastingdienst

In het Overzicht betalen en ontvangen staan te betalen en te ontvangen bedragen inkomstenbelasting, bijdragen Zorgverzekeringswet en motorrijtuigenbelasting. Voor wat betreft uw toeslagen ziet u hier alleen de terug te betalen bedragen.

In aanvulling op het voorgaande zijn nu dus ook naheffingsaanslagen omzetbelasting in het overzicht terug te vinden. 

Wanneer naheffing?

U krijgt een naheffing omzetbelasting als u niet of te laat aangifte heeft gedaan of als u de omzetbelasting niet, niet helemaal of te laat heeft betaald. U ontvangt de naheffing voorlopig ook nog per post.

Direct betalen tot € 50.000

U kunt naheffingsaanslagen tot € 50.000 direct via het overzicht betalen met iDEAL. Grotere bedragen kunt u niet via iDEAL betalen, maar u kunt de betaalgegevens wel kopiëren naar bijvoorbeeld uw bankapp. 

Ook inlogmogelijkheden uitgebreid

Ook het aantal mogelijkheden om op het Overzicht betalen en ontvangen in te loggen is uitgebreid. Naast inloggen via DigiD, kunt u nu ook inloggen via European login, eHerkenning, DigiD Machtigen of een nabestaandenmachtiging.

Nabestaandenmachtiging

Met een nabestaandenmachtiging kunt u inloggen namens een overleden belastingplichtige. In het overzicht kunt u dan zien welke bedragen de overleden persoon nog moest betalen. Met de machtiging kunt u onder andere na afloop van het jaar ook de aangifte inkomstenbelasting namens de overledene indienen en namens hem of haar bezwaar aantekenen als u het niet met de aanslag eens bent

Opname 10% pensioen ineens op zijn vroegst 1 juli 2026

By nieuws

Het opnemen van maximaal 10% van het pensioen ineens wordt op zijn vroegst pas mogelijk per 1 juli 2025. De mogelijkheid is namelijk opnieuw uitgesteld.

Hoewel het wetsvoorstel al stamt uit september 2020 en de Tweede Kamer op 8 oktober 2024 hiermee instemde, moet het wetsvoorstel nog door de Eerste Kamer worden aangenomen. De ingangsdatum die al keer op keer verschoven werd en inmiddels beoogd was per 1 juli 2025, wordt nu weer doorgeschoven naar op zijn vroegst 1 juli 2026.

Bedrag ineens

Euro

Als het wetsvoorstel uiteindelijk wordt aangenomen, bestaat de mogelijkheid om bij pensionering ineens maximaal 10% van het pensioen op te nemen. Die mogelijkheid komt er dan ook voor lijfrentes.
Wat een gepensioneerde met het bedrag ineens wil gaan doen, staat vrij. Er is in de wet geen verplicht bestedingsdoel opgenomen. Wel moet een gepensioneerde bij zijn keuze er rekening mee houden dat het bedrag ineens gevolgen kan hebben voor recht op toeslagen.

Voorjaarsnota 2025: wat zijn de belangrijke wijzigingen?

By nieuws

Vrijdag 18 april is de Voorjaarsnota 2025 gepresenteerd. In deze plannen staan zowel lastenverlichtingen als lastenverzwaringen. Wat zijn de belangrijke wijzigingen voor de ondernemer, de werkgever en voor huishoudens?

Let op!Onderstaande voorgenomen wijzigingen moeten nog in wetsvoorstellen worden gegoten en worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.

Voorgenomen wijzigingen voor ondernemers en werkgevers

Hofvijver

  • Fiscale regeling medewerkers start-ups en scale-ups
    Er komt een nieuwe fiscale regeling om medewerkersparticipatie voor start-ups en scale-ups te stimuleren. De grondslag van het inkomen uit aandelenopties voor medewerkers van start-ups en scale-ups wordt beperkt tot 65%. Hierdoor wordt over minder inkomen belasting geheven. Ook gaan zij pas belasting betalen als zij hun aandelen verkopen in plaats van op het moment dat de aandelen verhandelbaar worden. Deze plannen worden uitgewerkt in een wetsvoorstel. Deze moet per 2027 in werking treden.
  • Verlaging en afschaffing stakingswinst
    De stakingsaftrek wordt per 2027 verminderd van € 3.630 naar € 908 en wordt per 2030 volledig afgeschaft.
  • Verlaging en afschaffing meewerkaftrek
    De meewerkaftrek wordt per 2027 met 75% verminderd en per 2030 helemaal afgeschaft.
  • Minder inflatiecorrectie inkomstenbelasting
    In de inkomstenbelasting wordt per 1 januari 2026 de inflatiecorrectie voor 46,2% in plaats van 51% toegepast (de tabelcorrectiefactor). Er wordt hierdoor minder gecorrigeerd voor inflatie in de belastingschijven en de heffingskortingen.
  • Verhoogd btw-tarief cultuur, sport en media van de baan
    De voorgenomen verhoging van de btw naar 21% op media, sport en cultuur per 2026 wordt niet doorgevoerd.
  • Verhoging budget MIA en verlaging VAMIL
    De budgetreserve voor de MIA wordt verhoogd met € 35 miljoen. De budgetreserve voor de VAMIL wordt met hetzelfde bedrag verlaagd.
  • Verlaging lage Aof-premie en verhoging hoge Aof-premie
    De hoge Aof-premie wordt met 0,03% verhoogd in 2026 en met 0,04%-punt verhoogd in 2027. De lage Aof-premie wordt daarentegen in 2026 verlaagd met 0,21%-punt en voor 2027 met 0,23%-punt.
  • Fietsregeling versoepeld
    De regeling voor fietsen van de zaak wordt versoepeld. Voor fietsen van de zaak die over het algemeen niet thuis worden gestald, vervalt de bijtelling.

Voorgenomen wijzigingen voor huishoudens en dga

  • Wijzigingen box 3
    In box 3 zal voor de jaren 2026 en 2027 worden uitgegaan van een hoger forfaitair rendement op overige bezittingen. De stijging bedraagt 1,78%-punt per 2026. 
    Ook wordt voor 2026 en 2027 het heffingsvrije vermogen verlaagd van € 57.684 (2025) naar € 51.396.
  • Verlaging energiebelasting
    De vermindering van de energiebelasting wordt in 2026 tot en met 2028 verhoogd met € 200 miljoen. Hierdoor wordt de vermindering van energiebelasting in 2026 € 529,10.
  • Verlagen vermogensgrens zorgtoeslag en kindgebonden budget
    Huishoudens hebben bij een vermogen van een bepaalde omvang geen recht meer op enkele toeslagen. Besloten is om voor het recht op zorgtoeslag en het kindgebonden budget deze vermogensgrens te verlagen. Voor alleenstaanden komt de grens op € 113.000 te liggen, voor partners op € 150.000.
  • Constructie erfbelasting
    Door een arrest van de Hoge Raad is het mogelijk om, met aanpassing van de huwelijkse voorwaarden, erfbelasting voor een groot deel te voorkomen. Voorgesteld wordt dat er toch schenk- en erfbelasting kan worden geheven, voor zover er bij een ontbinding van de huwelijkse voorwaarden meer dan 50% van deze gemeenschap wordt verkregen.
  • Schenk- en erfbelasting biologische kinderen
    Biologische kinderen worden wat betreft de schenk- en erfbelasting gelijkgesteld met juridische kinderen. Op deze manier hebben ook biologische kinderen recht op kindvrijstelling en het lagere tarief.
  • Vereenvoudiging toeslagpartnerschap
    Per 2027 wordt het toeslagpartnerschap vereenvoudigd door het afschaffen van het criterium samengestelde gezinnen. 

Let op!Er zijn nog meer wijzigingen in de Voorjaarsnota. Deze selectie is dus niet compleet. Voor alle wijzigingen verwijzen wij naar de Voorjaarsnota 2025.

Verbod op verpanding per 1 juli 2025 verboden

By nieuws

De Wet opheffing verpandingsverboden is aangenomen. Hierdoor is het straks niet meer mogelijk om de overdracht of verpandingen van zakelijke geldvorderingen op naam te verbieden of beperken. De datum van inwerkingtreding van de wet is echter nog niet bekend.

Aanleiding wetswijziging

Bouw

Op dit moment is het nog mogelijk om contractueel af te spreken dat geldvorderingen op naam niet mogen worden gecedeerd (overgedragen) of verpand. In bepaalde sectoren, zoals de bouw- en retailsector, gebeurt dit op grote schaal. Hierdoor kunnen deze vorderingen echter niet ingezet worden als dekking voor kredietverlening of worden overgedragen aan bijvoorbeeld factormaatschappijen.

Verbod overdracht of verpanding straks verboden

Door de wetswijziging is het vanaf 1 juli 2025 niet meer mogelijk om contractueel de overdracht of verpanding van een zakelijke geldvordering op naam te verbieden of beperken. Het is dan dus ook niet meer mogelijk om te bedingen dat overdacht of verpanding alleen aan bepaalde partijen mogelijk is of te bedingen dat overdacht of verpanding alleen mag met instemming van de schuldenaar.

Let op! Het blijft vanaf 1 juli 2025 wel mogelijk om het vestigen van een vruchtgebruik contractueel te verbieden of te beperken.

Alleen voor zakelijke geldvorderingen

Het gaat specifiek om zakelijke geldvorderingen. Dat wil zeggen, geldvorderingen in het reguliere handelsverkeer die in de uitoefening van een beroep of bedrijf zijn ontstaan. 

Let op! Geldvorderingen van particulieren die niet handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf vallen niet onder de wetswijziging. Voor deze geldvorderingen blijft het dus mogelijk om contractueel de overdracht of verpanding te verbieden of te beperken.

Uitzonderingen

Voor een aantal specifieke zakelijke geldvorderingen op naam blijft het wel mogelijk om contractueel de overdracht of verpanding te verbieden of beperken. Het gaat daarbij om:

  • geldvorderingen uit hoofde van een betaal- of spaarrekening, en 
  • geldvorderingen uit hoofde van een krediet- of geldleningsovereenkomst waarbij aan de kant van de kredietgever meerdere partijen betrokken zijn of zullen zijn, en
  • geldvorderingen van of op een clearinginstelling, een centrale tegenpartij, een afwikkelende instantie, een verrekeningsinstituut of een centrale bank, en
  • geldvorderingen op een zogenaamde G-rekening.

Invoering schriftelijke mededeling

In de wet is nog een andere wijziging opgenomen. De crediteur moet vanaf 1 juli 2025 de debiteur schriftelijk meedelen dat de geldvordering is overgedragen of verpand. Pas als dat is gebeurd, is de overdracht of verpanding ook effectief richting de debiteur.

Bestaande contractuele afspraken?

De wet treedt in werking op 1 juli 2025 in werking. Bestaande contractuele afspraken blijven daarna nog tot 1 oktober 2025 in tact. Pas daarna kan de nietigheid van contractuele verboden of beperkingen van overdrachten en verpandingen worden ingeroepen.

Wettelijk minimumuurloon per 1 juli 2025

By nieuws

Het wettelijk minimumuurloon per 1 juli 2025 is bekend. De stijging t.o.v. 1 januari 2025 bedraagt afgerond 2,42%.

Wettelijk minimum(jeugd)lonen

Portemonnee

Het wettelijk minimumuurloon stijgt van € 14,06 per 1 januari 2025 naar € 14,40 per 1 juli 2025.

Met de stijging van het wettelijk minimumuurloon stijgen ook de minimumjeugdlonen als volgt.

 

 Leeftijd  Staffeling  Minimumloon per uur
 21 jaar en ouder  100,0%  € 14,40
 20 jaar   80,0%  € 11,52
 19 jaar  60,0%  € 8,64
 18 jaar  50,0%  € 7,20
 17 jaar  39,5%  € 5,69
 16 jaar  34,5%  € 4,97
 15 jaar  30,0%  € 4,32

 

Beroepsbegeleidende leerweg (bbl)

Voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een bbl gelden per 1 juli 2025 de volgende minimumuurlonen:

 

Leeftijd Staffeling Minimumloon per uur
21 jaar en ouder 100,0% € 14,40
20 jaar 61,5% € 8,86
19 jaar 52,5% € 7,56
18 jaar 45,5% € 6,55
17 jaar 39,5% € 5,69
16 jaar 34,5% € 4,97
15 jaar 30,0% € 4,32

 

Toegang tot online leeromgeving 9% of 21% btw?

By nieuws

Voor het langs elektronische weg leveren van digitale educatieve informatie geldt het 9% btw-tarief. Aan de Belastingdienst werd de vraag gesteld of daarmee elke toegang tot een online leeromgeving mogelijk is tegen 9% btw.

De Belastingdienst beantwoordde die vraag ontkennend en schetst drie situaties van een online leeromgeving, waarbij in twee situaties 21% btw berekend moet worden en slechts in één situatie het 9% btw-tarief geldt.

Online modules gericht op een beroep

Typen

X biedt in een online leeromgeving modules aan gericht op een beroep. De modules bestaan onder meer uit video’s, interactief oefenmateriaal en toetsen en vormen bij elkaar een volledige opleiding tot een beroep. De modules van X zijn ook opgenomen in lesprogramma’s van een aantal hogescholen en ROC’s.

De Belastingdienst is van mening dat het 9% btw-tarief hier niet toegepast kan worden. Dit tarief kan alleen worden toegepast als sprake is van digitale educatieve informatie die kennelijk uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bestemd zijn voor informatieoverdracht in het onderwijs. De uitgever moet aannemelijk maken dat het product (nagenoeg) uitsluitend ontwikkeld is met het oog op opname in lespakketten van onderwijsinstellingen. De Belastingdienst is van mening dat dit niet aannemelijk is, omdat sprake is van een (nagenoeg) compleet op zichzelf staande interactieve cursus of opleiding, inclusief afsluitende toetsen. Naar het oordeel van de Belastingdienst is daarom het 21% btw-tarief van toepassing.

Online modules gericht op persoonlijke ontwikkeling

Y biedt in een online leeromgeving modules aan die met name zien op persoonlijke ontwikkeling van werknemers van bedrijven en instellingen. Voor ongeveer 1/3e worden de modules afgenomen door onderwijsinstellingen. De overige 2/3e wordt afgenomen door bedrijven en (overheids)instellingen.

Hoewel de Belastingdienst oordeelt de modules van Y kwalificeren als digitale informatie, kan ook Y het 9% btw-tarief niet toepassen. Y biedt de modules namelijk niet specifiek aan onderwijsinstellingen aan. Dat Y zelf een onderwijsinstelling is, redt Y niet. Het gaat namelijk om de vraag of de modules (nagenoeg) uitsluitend ontwikkeld zijn met het oog op opname in lespakketten van andere onderwijsinstellingen. Naar het oordeel van de Belastingdienst is daarom het 9% btw-tarief van toepassing.

Online modules gericht op basis- en middelbare scholieren

Z biedt in een online leeromgeving modules aan die gericht zijn op basis- en middelbare scholieren. De modules worden nagenoeg uitsluitend afgenomen door basis- en middelbare scholen, die de modules opnemen in het lesprogramma.

Z kan, naar het oordeel van de Belastingdienst, wel het 9% btw-tarief toepassen. De modules van Z kwalificeren als digitale informatie die (nagenoeg) uitsluitend ontwikkeld zijn met het oog op opname in lespakketten van onderwijsinstellingen.

Let op! Biedt u modules aan in een online leeromgeving, dan kan alleen onder strikte voorwaarden dus het 9% btw-tarief van toepassing zijn.