All Posts By

Voorkom belastingrente IB 2024 met aangifte/VA vóór 1 mei 2025

By nieuws

Als de Belastingdienst vanaf 1 juli 2025 een (voorlopige) aanslag IB 2024 oplegt, berekent de Belastingdienst ook 6,5% belastingrente. Dit kunt u voorkomen door vóór 1 mei 2025 een correcte aangifte in te dienen of een correcte voorlopige aanslag aan te vragen.

Belastingrente

Euro

De Belastingrente voor de inkomstenbelasting bedraagt in 2025 6,5%. Als de Belastingdienst met dagtekening vanaf 1 juli 2025 een (voorlopige) aanslag IB 2024 oplegt, wordt belastingrente berekend over de periode die begint op 1 juli 2025 en eindigt zes weken na dagtekening van de (voorlopige) aanslag.

Let op! Als de Belastingdienst te lang doet over het opleggen van de (voorlopige) aanslag, kan het zijn dat de periode eerder eindigt. De periode eindigt namelijk altijd uiterlijk 14 weken na een verzoek om een voorlopige aanslag en 19 weken na ontvangst van de aangifte.

Voorkomen belastingrente

U kunt deze belastingrente voorkomen. Hiervoor moet u vóór 1 mei 2025 uw aangifte IB 2024 juist en volledig indienen of vóór 1 mei 2025 verzoeken om een juiste en volledige voorlopige aanslag IB 2024. In die gevallen zal de Belastingdienst geen belastingrente berekenen.

Let op! Dit is anders als de aanslag afwijkt van het verzoek om een voorlopige aanslag of de ingediende aangifte. In die gevallen zal de Belastingdienst namelijk wel belastingrente berekenen vanaf 1 juli 2025. Het is daarom belangrijk dat uw aangifte juist en volledig is en het verzoek om een voorlopige aanslag zo goed mogelijk is ingeschat.

Heeft de (voorlopige) aanslag een dagtekening vóór 1 juli 2025, dan berekent de Belastingdienst ook geen belastingrente. Dit geldt dus ook als de aangifte is ingediend vanaf 1 mei 2025 of de voorlopige aanslag is aangevraagd vanaf 1 mei 2025.

Bezwaar belastingrente

Over de vraag of de Belastingdienst een dergelijk hoge belastingrente mag opleggen, loopt voor de vennootschapsbelasting inmiddels een massaalbezwaarprocedure. Als u op tijd bezwaar maakt tegen de belastingrente op een aanslag vennootschapsbelasting, kunt u aansluiten bij deze procedure. Dit betekent dat de Belastingdienst nog geen uitspraak doet, maar wacht op het uiteindelijke oordeel van de Hoge Raad.

Deze massaalbezwaarprocedure geldt momenteel niet voor bezwaren tegen de belastingrente op aanslagen inkomstenbelasting. De Belastingdienst zal dergelijke bezwaren daarom afwijzen. Mogelijk dat nog besloten wordt om deze bezwaren toch op te nemen in een massaal bezwaar procedure. Daar is op dit moment echter nog niets over bekendgemaakt.

Betere rechtsbescherming bij geschil uitstel van betaling en kwijtschelding belastingschuld

By nieuws

Belastingplichtigen krijgen vanaf 2027 betere rechtsbescherming bij geschillen over uitstel van betaling en kwijtschelding van belastingschulden. Dergelijke geschillen kunnen dan via bezwaar en beroep uiteindelijk bij de belastingrechter worden uitgevochten.

Let op! In eerste instantie gaat dit alleen gelden voor rijksbelastingen.

Betalingsmoeilijkheden

Belastingdienst

Belastingplichtigen kunnen bij betalingsmoeilijkheden een verzoek indienen bij de Belastingdienst voor uitstel van betaling of kwijtschelding van belasting. Onder meer tijdens de coronacrisis werd hiervan veelvuldig gebruikgemaakt. Of uitstel van betaling c.q. kwijtschelding wordt verleend, hangt onder meer af van de betalingscapaciteit van belastingplichtige. Hiervoor worden vaste normen gehanteerd. 

Wat bij afwijzing?

Bij afwijzing van een verzoek is nog administratief beroep mogelijk bij de directeur van de Belastingdienst. Wijst deze het beroep af, dan kan men alleen nog naar de burgerrechter stappen.

Vanaf 2027 belastingrechter bevoegd

Dit gaat vanaf 2027 veranderen voor verzoeken om uitstel van betaling en kwijtschelding die betrekking hebben op rijksbelastingen. Op dergelijke verzoeken wordt dan via een beschikking beslist, waarna bezwaar en uiteindelijk beroep bij de belastingrechter openstaat.

Lokale heffingen volgen

Ook tegen verzoeken om uitstel van betaling en kwijtschelding voor lokale belastingen, zoals gemeentelijke belastingen, zal op termijn bezwaar en beroep mogelijk zijn bij de belastingrechter. Het is echter nog niet bekend wanneer dit wordt doorgevoerd. 

Aftrekbaar verlies uit borgstelling

By nieuws

Een dga die als borg werd aangeschreven mocht de daardoor ontstane regresvordering op zijn bv afwaarderen en dus een verlies in aanmerking nemen.

Dit oordeelde Rechtbank Noord-Holland die een casus behandelde waarin de Belastingdienst stelde dat de borgstelling onzakelijk was en verliesneming niet mogelijk was.

Borgstelling en regresvordering

Stoplicht

In de praktijk gebeurt het zeer regelmatig dat een dga zich jegens de bank borg moet stellen voor (een deel van) de schulden die zijn bv aangaat. Op het moment dat de bv die schulden dan niet meer kan afbetalen aan de bank, wordt de dga als borg door de bank aangesproken om die schulden alsnog te voldoen. De dga krijgt dan een zogenaamde regresvordering op de bv: hij kan de door hem betaalde bedragen ter aflossing van de schulden van de bv weer verhalen op de bv. De bv heeft echter over het algemeen dan geen financiële middelen meer, met als gevolg dat de waarde van de regresvordering vaak lager is dan het nominale bedrag of zelfs nul is. 

Afwaardering regresvordering

De regresvordering van de dga op de bv valt onder de regeling van het ter beschikking stellen van vermogen (box 1). De vraag die in de praktijk dan vaak speelt is of de dga een verlies kan nemen vanwege de aanspraak als borg. De Belastingdienst stelt zich bijna altijd op het standpunt dat dit niet mogelijk is omdat de borgstelling van een dga voor schulden van zijn bv naar het oordeel van de Belastingdienst in vrijwel alle gevallen onzakelijk is. Er is, in de ogen van de Belastingdienst, bijvoorbeeld geen willekeurige derde te vinden die een dergelijke borgstelling zou aangaan tegen een vergoeding of het is vanaf het begin voor de dga al duidelijk dat hij op de borg zal worden aangesproken.

Gevolg is dat de dga van de Belastingdienst geen verlies vanwege de gedaalde waarde van de regresvordering mag nemen.

Rechtbank Noord-Holland

Vaak zal de Belastingdienst door een rechter in het gelijk worden gesteld. Er zijn echter situaties denkbaar waarin een borgstelling van een dga voor zijn bv wel degelijk zakelijk kan zijn. Het is bovendien aan de Belastingdienst om aan te tonen dat de borgstelling onzakelijk is. Dat moet de Belastingdienst doen door aannemelijk te maken dat er geen derde is die onder dezelfde omstandigheden bereid zou zijn een dergelijke borgstelling aan te gaan. Slaagt de Belastingdienst niet in deze bewijslast, dan is de borgstelling zakelijk.

Zo verliep ook de casus die voorlag bij rechtbank Noord-Holland. De dga in die casus stond borg voor schulden die bij een bv ontstaan waren door de overname van een onderneming. De borgstelling bedroeg in dit geval een relatief klein deel van de totale schuld. Er was in deze casus ook een derde (in casu de verkoper van de onderneming) bereid geweest garant te staan voor een deel van de borgstelling. Er was naar het oordeel van de rechtbank verder geen reden om aan te nemen dat leningen die de bank aan de bv verstrekte onzakelijk waren. Dit alles bij elkaar maakte dat de rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst niet aannemelijk maakte dat sprake was van een onzakelijke borgstelling. De dga kon daarom een verlies nemen ter grootte van het bedrag waarvoor hij was aangesproken als borg.

In de praktijk

Voorgaande uitspraak betekent niet dat hiermee elke borgstelling zakelijk is en een eventueel verlies aftrekbaar. Een en ander is sterk afhankelijk van de individuele feiten en omstandigheden en de beoordeling daarvan door de Belastingdienst en uiteindelijk de rechter.

Houd er verder rekening mee dat wellicht hoger beroep is ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank en dat een gerechtshof mogelijk dus nog anders kan oordelen.

Voorkom belastingrente Vpb 2024 met VA vóór 1 mei of aangifte vóór 1 juni 2025

By nieuws

Als de Belastingdienst vanaf 1 juli 2025 een (voorlopige) aanslag Vpb 2024 oplegt, berekent de Belastingdienst ook 9% belastingrente. Dit kunt u voorkomen door vóór 1 juni 2025 een correcte aangifte in te dienen of een correcte voorlopige aanslag aan te vragen vóór 1 mei 2025.

Belastingrente

Geld

De Belastingrente voor de vennootschapsbelasting bedraagt in 2025 9%. Als de Belastingdienst met dagtekening vanaf 1 juli 2025 een (voorlopige) aanslag Vpb 2024 oplegt, wordt belastingrente over de periode die begint op 1 juli 2025 en eindigt zes weken na dagtekening van de (voorlopige) aanslag berekend.

Let op! Als de Belastingdienst te lang doet over het opleggen van de (voorlopige) aanslag, kan het zijn dat de periode eerder eindigt. De periode eindigt namelijk altijd uiterlijk 14 weken na een verzoek om een voorlopige aanslag en 19 weken na ontvangst van de aangifte.

Voorkomen belastingrente

U kunt deze belastingrente voorkomen. Hiervoor moet u vóór 1 juni 2025 uw aangifte Vpb 2024 juist en volledig indienen of vóór 1 mei 2025 verzoeken om een juiste en volledige voorlopige aanslag Vpb 2024. In die gevallen zal de Belastingdienst geen belastingrente berekenen.

Let op! Dit is anders als de aanslag afwijkt van het verzoek om een voorlopige aanslag of van de ingediende aangifte. In die gevallen zal de Belastingdienst namelijk wel belastingrente berekenen vanaf 1 juli 2025. Het is daarom belangrijk dat uw aangifte juiste en volledig is en het verzoek om een voorlopige aanslag zo goed mogelijk is ingeschat.

Heeft de (voorlopige) aanslag een dagtekening vóór 1 juli 2025, dan berekent de Belastingdienst ook geen belastingrente. Dit geldt dus ook als de aangifte is ingediend vanaf 1 juni 2025 of de voorlopige aanslag is aangevraagd vanaf 1 mei 2025.

Belastingrente bij gebroken boekjaar

Heeft u een gebroken boekjaar, dan berekent de Belastingdienst belastingrente over een periode die zes maanden na afloop van het boekjaar aanvangt. Ook bij een gebroken boekjaar kunt u de belastingrente voorkomen. U moet dan uw aangifte juist en volledig indienen binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar of verzoeken om een voorlopige aanslag binnen vier maanden na afloop van het boekjaar.

Bezwaar belastingrente

Over de vraag of de Belastingdienst een dergelijk hoge belastingrente mag opleggen, loopt voor de vennootschapsbelasting inmiddels een massaalbezwaarprocedure. Als u op tijd bezwaar maakt tegen de belastingrente op een aanslag vennootschapsbelasting, kunt u aansluiten bij deze procedure. Dit betekent dat de Belastingdienst nog geen uitspraak doet maar wacht op het uiteindelijke oordeel van de Hoge Raad.

Is aan oplichter betaalde btw aftrekbaar?

By nieuws

Kunt u de aan een oplichter betaalde btw aftrekken van uw winst? De Belastingdienst gaf onlangs antwoord op deze vraag.

Betaling aan oplichter

Overheid

U denkt dat u gebeld wordt door een medewerker van de Belastingdienst. Deze ‘medewerker’ zet u onder druk om zo snel mogelijk uw btw-schulden aan de Belastingdienst te betalen. Doet u dat niet, dan wordt er beslag gelegd op uw bedrijfsmiddelen. U betaalt een bedrag. Later blijkt dat u opgelicht bent. Kunt u dan de oplichter betaalde ‘btw’ van uw winst aftrekken? De Belastingdienst gaf onlangs antwoord op deze vraag.

Niet rechtstreeks aftrekbaar

De Belastingdienst antwoordt dat het betaalde bedrag niet rechtstreeks aftrekbaar is op uw winst.

Wel afwaardering vordering

Gelukkig biedt de Belastingdienst nog wel een andere oplossing. Door betaling aan de oplichter heeft u namelijk een vordering op de oplichter gekregen. Als die vordering op balansdatum niet meer volwaardig is, dan kunt u de vordering afwaarderen ten laste van de winst. Op die manier komt het betaalde bedrag alsnog ten laste van uw winst.

Let op! De beoordeling of de vordering niet meer volwaardig is, mag u zelf maken op grond van de bij u bekende feiten en omstandigheden op balansdatum.

Meer transparantie en openheid loon mannen en vrouwen

By nieuws

Een wetsvoorstel implementatie Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen moet het verschil in loon tussen mannen en vrouwen tegengaan. Dit wetsvoorstel ligt nu ter internetconsultatie. Wat houdt het voorstel in?

Loonverschillen

Handen schudden

Uit onderzoek van het CBS is gebleken dat vrouwen gemiddeld per uur zo’n 13% minder verdienen dan hun mannelijke collega’s. Vanaf 14 november, op Equal Pay Day, werken vrouwen ongeveer de rest van het jaar symbolisch ‘voor niets’. Dit fenomeen geldt niet alleen in Nederland, maar ook in Europa. 

Europese richtlijn

Om te zorgen dat dit verschil in loon tussen mannen en vrouwen wordt weggenomen, heeft de Europese Commissie een richtlijn opgesteld. Deze verplicht lidstaten onder meer maatregelen te nemen die zorgen voor openheid over beloning en die de rechtsbescherming van werknemers versterken. EU-richtlijnen moeten altijd worden omgezet in nationale wetgeving. 

Internetconsultatie

Er ligt momenteel een internetconsultatie voor waarin deze richtlijn is uitgewerkt in een concreet wetsvoorstel implementatie Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen. Deze internetconsultatie loopt tot en met 7 mei 2025. 

Meer transparantie en openheid

De wet beoogt meer transparantie en openheid te geven over loonverschillen tussen mannen en vrouwen. Daarnaast wordt de rechtspositie van werknemers versterkt. Het doel is hiermee loonverschillen tegen te gaan. Wat omvat het wetsvoorstel onder meer: 

  • Werkgevers worden verplicht tot het hebben van loonstructuren met objectieve criteria op basis waarvan zij werknemers belonen. 
  • Daarnaast gaan diverse transparantiemaatregelen gelden voor werkgevers, met als doel de informatiepositie van (potentiële) werknemers te verbeteren. 
  • Werkgevers mogen sollicitanten geen vragen meer stellen over hun salarisgeschiedenis. 
  • Werkgevers vanaf 100 werknemers worden verplicht te rapporteren over loonverschillen binnen hun organisaties. Deze informatie wordt grotendeels openbaar gemaakt.

Versterking informatiepositie werknemer

Het wetsvoorstel versterkt de informatiepositie van werknemers doordat ze inzicht kunnen krijgen in het gemiddelde salaris van werknemers die hetzelfde of gelijkwaardig werk verrichten. Ook de verplichting tot transparantie over de beloning voorafgaand aan de indiensttreding zal sollicitanten een betere informatiepositie geven. 

Tip! Er is een tool die door Women Inc. is ontwikkeld met subsidie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die werkgevers helpt om zelf aan de slag te gaan met gelijkere beloningen op de werkvloer.

Minder regeldruk voor mkb: ‘nee, tenzij’

By nieuws

Het kabinet gaat zich sterk maken voor minder regeldruk voor het bedrijfsleven. Dit gebeurt onder meer door een aanscherping van de zogenaamde Bedrijfseffectentoets. De aanpassingen zijn met name gericht op kleine ondernemingen.

Bedrijfseffectentoets

Hofvijver

Met de Bedrijfseffectentoets (BET) kan worden nagegaan wat bedoelde en onbedoelde effecten van voorgenomen wet- of regelgeving zijn voor het bedrijfsleven. De BET is een verplichte kwaliteitseis.

Tip! Wilt u meer weten over de BET, kijk dan hier.

Aanscherping

De aanscherping, met name gericht op het kleine mkb, bevat onder meer het volgende.

  • Bij regelgeving gaat het ‘nee, tenzij’ principe gelden. Regelgeving kan dus alleen nog worden ingevoerd als hieraan niet te ontkomen is.
  • Verder gaat het uitgangspunt gelden dat nieuwe regelgeving in beginsel binnen de eigen mkb-onderneming kan worden uitgevoerd, dit geldt ook voor kleine ondernemingen. 
  • Ook moet uitdrukkelijk worden bezien of voor kleine ondernemingen met weinig personeel een uitzondering of lichtere vorm van regelgeving mogelijk is.

Ook grotere rol ATR

Nieuw is ook dat nieuwe regelgevingsvoorstellen voortaan voorafgaand aan advisering naar het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) worden gestuurd. Dit orgaan adviseert de overheid over het zoveel mogelijk voorkomen van onnodige regeldruk. Het ministerie van Economische Zaken gaat bovendien bevorderen dat de BET zo correct mogelijk wordt ingevuld. 

Let op! De aanscherping van de BET betekent ook dat de Nederlandse uitwerking van Europese regelgeving met zo min mogelijk lasten moet worden geïmplementeerd.

Vanaf 2027 geen arbeidskorting meer op uitkeringen

By nieuws

Mensen die een uitkering krijgen en daarnaast ook voor een werkgever werken, kunnen er vanaf 2027 op achteruitgaan. Vanaf die datum mogen werkgevers die een (arbeidsongeschiktheids)uitkering betalen aan een werknemer daarop namelijk niet langer de arbeidskorting toepassen.

Arbeidskorting

Invalide

De arbeidskorting is een korting op de te betalen belasting waarop iemand recht heeft als hij werkt. De hoogte van de korting is onder meer afhankelijk van de hoogte van het arbeidsinkomen en bedraagt in 2025 maximaal € 5.599.

Arbeidskorting op uitkering?

In beginsel bestaat alleen recht op arbeidskorting als iemand werkt. Om die reden kan het UWV op de belasting die geheven wordt op uitkeringen geen arbeidskorting inhouden. 
Werkgevers die een (arbeidsongeschiktheids)uitkering betalen aan werknemers kunnen op die uitkering, onder voorwaarden, echter wél arbeidskorting inhouden. 
Op 15 november 2024 oordeelde de Hoge Raad dat dit verschil in behandeling in strijd is met het discriminatieverbod.

Vanaf 2027 niet meer

Om die reden is nu besloten dat een werkgever, net als het UWV, geen arbeidskorting mag toepassen op uitkeringen. Dit besluit heeft gevolgen voor zo’n 11.000 mensen met een uitkering die uitbetaald wordt via een werkgever. Dit betreft voor het grootste deel arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.

Om de zo’n 11.000 mensen die het aangaat zo goed mogelijk te informeren over de wijziging gaat deze niet nu al, maar pas vanaf 2027 in.

Contant geld moet toegankelijk blijven

By nieuws

Minister Heinen van Financiën heeft de plannen bekendgemaakt om contant geld beschikbaar, bereikbaar en betaalbaar te houden. Het wetsvoorstel Chartaal betalingsverkeer is naar de Tweede Kamer gestuurd.

Toegankelijk

Euro

Uitgangspunt van het wetsvoorstel is dat contant geld toegankelijk moet blijven. Sommige mensen hebben namelijk moeite met het digitale betalingsverkeer, zoals ouderen. Sommigen willen liever sowieso contant betalen, bijvoorbeeld om grip te houden op het budget. Ook bij een storing van pinautomaten is de beschikbaarheid van contant geld van belang.

Voldoende geldautomaten

Om een en ander te realiseren bevat het wetsvoorstel onder meer voor grote banken de plicht om voldoende geldautomaten beschikbaar te stellen. Dit betekent dat de afstand tot een geldautomaat maximaal vijf kilometer mag bedragen. Hierover bestaan al vrijwillige afspraken, maar die blijken onvoldoende.

Gratis geld opnemen voor particulieren

De wet regelt ook dat geld opnemen voor particulieren gratis moet blijven. Voor ondernemers gaan maximum tarieven gelden voor het opnemen van geld. Ook moeten volgens het wetsvoorstel klanten van banken met minstens 500.000 klanten bankbiljetten kosteloos kunnen storten bij geldautomaten. De geldautomaten van Geldmaat worden hiervoor beschikbaar gesteld. 

Toezicht

De Nederlandse Bank gaat volgens deze wet toezicht houden op de naleving ervan.

Let op! De Tweede en Eerste Kamer moeten nog over dit wetsvoorstel stemmen.

Aftrek verblijfkosten eigen rijders 4% verhoogd

By nieuws

Transportondernemers die zelf meerdaagse internationale ritten maken, kunnen onder voorwaarden een vast bedrag aan verblijfkosten van de winst aftrekken. Dit bedrag is voor 2025 ruim 4% hoger vastgesteld. De aftrek komt daarmee op € 50 per dag.

Voorwaarden

Bedrijfswagen

Wilt u gebruikmaken van de vaste aftrek? Dan gelden de volgende voorwaarden:

  • u geeft de winst aan in de aangifte inkomstenbelasting;
  • de rit duurt langer dan 24 uur;
  • de verste bestemming mag niet in Nederland liggen; er is geen maximum afstand;
  • de regeling geldt voor alle meerdaagse ritten in dat jaar;
  • het aantal gereden dagen moet u kunnen aantonen, bijvoorbeeld met facturen, tachograafschijven of rittenstaten; en
  • de vertrek- en terugkomdag tellen elk mee voor een halve dag.

Let op! U mag ieder jaar opnieuw beslissen of u de regeling voor gebruik van de vaste aftrek al dan niet gebruikt. Als u gebruikmaakt van de regeling en u voldoet aan alle voorwaarden , hoeft u de verblijfkosten niet aan te tonen.

Ritten korter dan 24 uur

De regeling geldt ook voor internationale ritten die starten op meer dan 50 kilometer van het woonadres van de ondernemer. Dit geldt ook als deze ritten korter duren dan 24 uur. In dat geval moet u wel voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • Deze ritten vinden plaats op aaneengesloten dagen, eventueel met ritten waarbij men meer dagen aaneengesloten in het buitenland verblijft.
  • Het traject van elke rit bevindt zich in zijn geheel buiten een afstand van 50 km van het woonadres van de ondernemer.

Geen gebruikmaken van vaste aftrek? 

U hoeft de regeling voor de vaste aftrek niet toe te passen als de kosten hoger zijn. U kunt dan de werkelijk gemaakte kosten aftrekken, op voorwaarde dat u ze moet kunnen aantonen. U moet er dan wel rekening mee houden dat sommige kosten, zoals maaltijden, beperkt aftrekbaar zijn.

Tip! Houd een goede administratie bij en zorg dat u alle facturen en bonnen heeft.

Let op! De regeling voor de vaste aftrek geldt alleen voor ondernemers waarvan de winst in de inkomstenbelasting belast wordt. Eigen rijders met een bv kunnen hun verblijfkosten onbelast door de bv laten vergoeden volgens de regels die gelden voor werknemers.