Category

nieuws

Bestuurlijke boetes overtreding registratieplicht UBO trusts

By nieuws

UBO

Een trustee is de beheerder van het geld of ander bezit van de trust. De trustee is de UBO, Ultimate Beneficial Owner, van de trust.

Register

De trustee die in Nederland woont of gevestigd is, is verplicht zich te registreren in het UBO-register trusts bij de KVK. Dat geldt ook voor de trustee die buiten de EU woont of gevestigd is, maar in Nederland namens de trust een zakelijke relatie aangaat. Denk daarbij aan het openen van een bankrekening of het kopen van onroerend goed in Nederland.

Als een rechtspersoon trustee is, dient de wettelijke vertegenwoordiger van de rechtspersoon geregistreerd te worden in het UBO-register trusts.

Tip! Meer informatie is te vinden op de website https://www.uboregistertrusts.nl/.

Handhaving

De Dienst Financieel-Economische Integriteit (DFEI) van het Ministerie van Financiën handhaaft of de verplichte UBO-gegevens altijd juist en volledig zijn opgegeven in het UBO-register trusts. De beleidsregel met de bestuursrechtelijke handhaving door middel van een bestuurlijke boete voor trusts en soortgelijke juridische constructies is op 1 juni 2026 in werking getreden.

Hoogte bestuurlijke boete

Uit de beleidsregel volgt dat de geldboete voor een niet, onjuiste en/of onvolledige UBO-opgave maximaal een geldboete van de vierde categorie bedraagt. Op dit moment (2026) is dat een bedrag van maximaal € 27.500.

De DFEI legt in beginsel niet meteen een boete op van € 27.500.

  • Bij een eerste overtreding kan de DFEI een boete opleggen van 10% van het boetemaximum, op dit moment dus € 2.750.
  • Bij een tweede overtreding binnen vijf jaar kan de DFEI een boete opleggen van 20% van het boetemaximum, op dit moment dus € 5.500.
  • Bij een derde overtreding binnen vijf jaar kan de DFEI een boete opleggen van 40% van het boetemaximum, op dit moment dus € 11.000.
  • Bij een vierde overtreding binnen vijf jaar kan de DFEI een boete opleggen van 80% van het boetemaximum, op dit moment dus € 22.000.
  • Bij een vijfde en volgende overtreding binnen vijf jaar kan de DFEI een boete opleggen van 100% van het boetemaximum, op dit moment dus € 27.500.

Van belang zijnde omstandigheden

Bij het opleggen van de boete houdt De DFEI rekening met de volgende omstandigheden:

  • de financiële draagkracht van de overtreder;
  • de mate waarin de overtreder meewerkt aan de vaststelling van de overtreding; en
  • de maatregelen die door de overtreder na de overtreding zijn genomen om voortduring of herhaling van de overtreding te voorkomen.

Deze omstandigheden kunnen leiden tot matiging van de hoogte van de bestuurlijke boete. De stelplicht en bewijslast dat van zulke omstandigheden sprake is, liggen bij de overtreder.

Last onder dwangsom

De DFEI heeft in bijzondere gevallen de mogelijkheid om te kiezen voor een andere aanpak door het opleggen van een last onder dwangsom.

Definitieve afwijzing compensatie box 3 2017-2020 niet-bezwaarmakers

By nieuws

Op 25 juni 2026 besliste de Hoge Raad al dat niet-bezwaarmakers geen recht hebben op rechtsherstel box 3 voor de jaren 2017-2020. In de collectieve beslissing komt de Belastingdienst tot dezelfde conclusie.

Kerstarrest en rechtsherstel

De Hoge Raad oordeelde op 24 december 2021 in het kerstarrest dat de forfaitaire box 3-heffing vanaf 2017 in strijd is met het Europees recht. De Hoge Raad bood in die casus rechtsherstel door aan te sluiten bij het werkelijke rendement. Daarna kreeg elke belastingplichtige van wie de aanslag inkomstenbelasting (IB) op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond, rechtsherstel volgens een in juli 2022 ingevoerde Herstelwet.

Niet-bezwaarmakers

Dit gold niet voor belastingplichtigen van wie de aanslag IB op 24 december 2021 wel al onherroepelijk vaststond. Voor deze belastingplichtigen, de zogenaamde niet-bezwaarmakers, werd de massaalbezwaarplusprocedure (MB+-procedure) ingevoerd.

MB+-procedure

In de MB+-procedure stond de vraag centraal of mensen die niet of te laat bezwaar maakten tegen box 3, toch hun box 3-inkomen over de jaren 2017 tot en met 2020 mogen berekenen op basis van werkelijk rendement.

De Hoge Raad oordeelde in mei 2022 al dat deze mensen dat niet mogen, omdat zij niet of te laat bezwaar indienden. De koepel- en belangenorganisaties (Bond voor Belastingbetalers, Consumentenbond, NOB, RB en SRA) meenden dat in de uitspraak van de Hoge Raad nog niet met alles rekening was gehouden. Daar ging de MB+-procedure over.

Uitspraak Hoge Raad

De Hoge Raad sprak op 25 juni 2026 uit geen reden te zien om terug te komen op de uitspraak van mei 2022, ook niet op basis van de argumenten die eerder nog niet aan de orde waren gekomen. Dit betekent dat de Hoge Raad bij zijn standpunt is gebleven dat niet-bezwaarmakers geen recht op teruggaaf van box 3 over de jaren 2017 tot en met 2020 hebben.

Collectieve beslissing

Op 17 juli 2026 heeft de Belastingdienst, in overeenstemming met het oordeel van de Hoge Raad, alle verzoeken in de MB+-procedure afgewezen en alle bezwaren ongegrond verklaard.

Let op! Tegen deze collectieve beslissing kan geen beroep in worden gesteld.

Wat betekent dit voor jouw aanslagen IB?

Stonden ook jouw aanslagen IB 2017-2020 op 24 december 2021 onherroepelijk vast en diende je daarna een verzoek om ambtshalve vermindering in? Dan zijn deze verzoeken onderdeel van de MB+-procedure. Deze verzoeken zijn door de Belastingdienst met de collectieve beslissing van 17 juli 2026 afgewezen. Je krijgt daarom definitief geen teruggaaf box 3 over deze jaren.

Ook geen beroep op D-day arrest

Dit betekent ook dat je voor de jaren geen beroep kunt doen op de uitspraak van de Hoge Raad van 6 juni 2024. In dit zogenaamde D-day-arrest bepaalde de Hoge Raad dat de Herstelwet naar aanleiding van het kerstarrest ook niet door de beugel kon. Sindsdien wordt rechtsherstel toegepast volgens de door de Hoge Raad geformuleerde uitgangspunten van het werkelijke rendement. Als deze MB+-procedure positief was afgelopen, hadden de niet-bezwaarmakers ook hierop een beroep kunnen doen. Dat is nu dus ook definitief van de baan. 

MKB Klimaatwijzer voor verduurzamen van je onderneming

By nieuws

Maatregelen en subsidies

De MKB Klimaatwijzer geeft je informatie over maatregelen en subsidies die bij je ondernemingen passen. Bijvoorbeeld over zonnepanelen, elektrisch bedrijfswagens en maatregelen waarmee je energie kunt besparen.

Hoe werkt het?

De MKB Klimaatwijzer is een interactieve tool. Je vult maximaal 10 minuten een aantal vragen in en krijgt daarna een persoonlijk overzicht. Je kunt aan het begin van de vragenlijst aangeven over welke onderwerpen je advies wilt: energiebesparing, vervoer, innovatie of provinciale regelingen.

Phased introduction of the right of access to tax records

By nieuws

Right of access to tax records 

It is laid down in law that taxpayers have the right to inspect their own tax files held by the Tax and Customs Administration. In the letter, the State Secretary sets out how the implementation of this right of access to tax files will take shape in the coming years, what the intended timetable is and what exceptions will be made to the right of access.  

Fragmented 

At present, the Tax and Customs Administration does not yet have a centralised file system: the information in the tax file remains highly fragmented across dozens of unlinked systems. To facilitate the right of access to tax files, the Tax and Customs Administration will therefore need to implement a change in its working methods. The aim is to achieve a structured, externally oriented and accessible filing system, according to the State Secretary. The documents in the tax file will be made available digitally in stages over the coming years. 

‘Keuze digitaal’ programme 

Under the ‘Keuze digitaal’ programme currently being implemented within the Tax and Customs Administration, decisions, invitations, reminders and submitted documents will gradually become available on MijnBelastingdienst (Business) by 2030. This will later be expanded to include standard letters and automated messages, followed by information from individual files, for example regarding the processing of a tax return. 

 Timeline 

The letter also sets out a provisional timetable, which includes the planned introduction of the right of access to tax records:  

  • Phase 1 covers access to formal correspondence, such as tax assessments, decisions, formal letters and submitted forms. The plan is to introduce this for VAT in 2026, for vehicle taxes, payroll taxes, corporation tax and gift and inheritance tax in the period 2027–2028, and for income tax in 2029. 
  • Phase 2 provides access to the reasoning behind decisions, such as the grounds for an assessment and the progress of a case. This is planned for all the taxes listed in Phase 1 during the period 2029 to 2031 inclusive. 
  • Phase 3 will provide access to a comprehensive and coherent case file. This is planned from 2032 onwards. 

Exception for excise duties and consumption taxes 

For Customs, the right of tax inspection would only apply to excise duties and consumption taxes. However, the State Secretary is excluding these levies from the right of tax inspection. The State Secretary points out that this does not mean that Customs is not committed to further improving the information position and legal protection of taxpayers.

Invoering fiscaal inzagerecht in fases

By nieuws

Fiscaal inzagerecht

Wettelijk is vastgelegd dat belastingplichtigen recht hebben op inzage in hun eigen fiscale dossier bij de Belastingdienst. In de brief geeft de staatssecretaris aan hoe de implementatie van dit fiscaal inzagerecht de komende jaren gestalte gaat krijgen, wat het beoogde tijdpad is en welke uitzonderingen er op het inzagerecht gemaakt gaan worden.

Versnipperd

Op dit moment is bij de Belastingdienst nog geen centrale dossiervorming: de informatie van het fiscale dossier is nog vergaand versnipperd in tientallen niet aan elkaar gekoppelde systemen. Voor het fiscale inzagerecht zal de Belastingdienst daarom een verandering in de manier van werken door moeten voeren. Het doel is het bereiken van een gestructureerde, extern gerichte en ontsluitbare dossiervorming, aldus de staatssecretaris. De stukken van het fiscaal dossier zullen de komende jaren stapsgewijs digitaal beschikbaar gesteld worden.

Programma ‘Keuze digitaal’

Met het op dit moment binnen de Belastingdienst uitgevoerde programma ‘Keuze digitaal’ zullen beschikkingen, uitnodigingen, herinneringen en ingediende stukken tot 2030 stapsgewijs beschikbaar komen in MijnBelastingdienst (Zakelijk). Dit wordt later uitgebreid met standaardbrieven en automatische berichten, gevolgd door informatie uit individuele dossiers bijvoorbeeld over de behandeling van een aangifte.

Tijdpad

In de brief staat ook een voorlopig tijdpad, waarin de voorgenomen invoering van het fiscale inzagerecht is opgenomen:

  • Fase 1 bevat inzage in de formele communicatie, zoals aanslagen, beschikkingen, formele brieven en ingediende formulieren. Gepland is om dit voor de omzetbelasting in 2026 in te voeren, voor de autoheffingen, loonheffingen, vennootschapsbelasting en schenk- en erfbelasting in de periode 2027-2028 en voor de inkomstenbelasting in 2029.
  • Fase 2 bevat inzage in de onderbouwing van besluiten, zoals de aanleiding voor een beoordeling en het verloop van een zaak. In de periode 2029 tot en met 2031 is dit gepland voor alle in fase 1 opgesomde belastingen.
  • Fase 3 bevat inzage in een integraal en samenhangend dossier. Dit is gepland vanaf 2032.

Uitzondering accijnzen en verbruiksbelastingen

Voor de Douane zou het fiscale inzagerecht alleen van toepassing zijn op accijnzen en verbruiksbelastingen. De staatssecretaris zondigt deze heffingen echter uit van het fiscale inzagerecht. Dit laatste betekent niet dat de Douane zich niet inzet op het verder verbeteren van de informatiepositie en rechtsbescherming van belastingplichtigen, zo geeft de bewindsman aan.

Wat is er fiscaal te verwachten op Prinsjesdag 2026?

By nieuws

Verhoging eerste schijf vrije ruimte WKR of afschaffing?

Eind 2024 is al in de wet opgenomen dat de eerste schijf in de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR) per 1 januari 2027 omhooggaat van 2 naar 2,16%. SEO Economisch Onderzoek (SEO) heeft, na een evaluatie van de WKR over de jaren 2019-2024, echter aanbevolen om de eerste schijf in de vrije ruimte helemaal af te schaffen. Op Prinsjesdag 2026 wordt waarschijnlijk duidelijk of het kabinet deze aanbeveling overneemt.

Andere aanpassingen WKR

Ook wordt dan duidelijk of het kabinet de volgende aanbevelingen van SEO overneemt:

  • het mogelijk maken van samenloop van de onbelaste thuiswerkvergoeding en reiskostenvergoeding op één dag;
  • de verhoging van de 80%-eindheffing die verschuldigd is bij overschrijding van de vrije ruimte;
  • het afschaffen van de diensttijdvrijstelling van een maandloon bij een werkjubileum van 25 of 40 jaar;
  • de introductie van een gerichte vrijstelling voor de premie van een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering;
  • het wettelijk vastleggen en indexeren van de doelmatigheidsgrens van € 2.400.

De verwachting is dat in ieder geval de gerichte vrijstelling voor kortingen en vergoedingen voor producten uit eigen bedrijf wordt afgeschaft.

Aanpassingen expatregeling

Het vergoedingspercentage in de expatregeling (voorheen: 30%-regeling) gaat per 1 januari 2027 omlaag van 30 naar 27%. Tegelijkertijd gaan er ook hogere salarisnormen gelden. Deze aanpassingen zijn al eerder in de wet opgenomen. Het kabinet heeft aangegeven niet van plan te zijn de expatregeling nog verder te versoberen.

Verhoging belastingvrij bedrag reiskosten

Al eerder bekendgemaakt – en ook al in werking getreden met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 –, is de verhoging van het belastingvrije bedrag voor reiskosten van € 0,23 naar € 0,25. Deze verhoging geldt voor de onbelaste reiskostenvergoeding die een werkgever aan zijn werknemer geeft, en voor de aftrekbare zakelijke reiskosten van een ondernemer of resultaatgenieter in de inkomstenbelasting. Je mag vanaf de aangifte IB 2026 ook rekening houden met dit hogere bedrag bij het berekenen van de aftrekbare ziektekosten.

Let op!De verhoging naar € 0,25 is nu nog in een besluit opgenomen, maar wordt in het belastingpakket van Prinsjesdag 2026 ook in de wet opgenomen.

Pseudo-eindheffing fossiele personenauto

Een werkgever die een personenauto aan een werknemer ter beschikking stelt, ofwel een auto van de zaak, moet vanaf 2027 een pseudo-eindheffing aan de Belastingdienst betalen van 12% over de cataloguswaarde van de personenauto, inclusief btw en bpm. Dit voorstel is vorig jaar al aangenomen, maar op Prinsjesdag 2026 worden aanpassingen verwacht, zoals een uitzondering op de pseudo-eindheffing voor vervangende auto’s bij schade, reparatie en onderhoud, en een uitzondering op de heffing voor lesauto’s.

Youngtimerregeling

Het kabinet denkt erover om de leeftijdsgrens in de youngtimerregeling niet ineens per 1 januari 2027 te verhogen van 16 naar 25 jaar. Een auto van de zaak die onder de youngtimerregeling valt, kent een bijtelling van 35% van de waarde in het economisch verkeer in plaats van de reguliere bijtelling die geldt voor jongere auto’s. Het kabinet denkt nog na over een ander afbouwpad in plaats van de verhoging naar 25 jaar per 1 januari 2027.

Greentimerregeling

Het kabinet heeft de gedachte om een nieuwe bijtellingskorting te introduceren voor elektrische auto’s tussen de vijf en acht jaar oud. Deze regeling zou de naam Greentimerregeling moeten krijgen.

Fiscale regeling aandelenopties bij start-ups en scale-ups

Er ligt een plan om een belastingkorting in de loonbelasting te introduceren voor voordelen uit aandelenopties voor werknemers van start-ups en scale-ups. De belastingkorting wordt vormgegeven door de grondslag van de voordelen uit aandelenopties te beperken tot 65%, zodat over een lager voordeel belasting wordt geheven. Het effectieve loonheffingentarief wordt dan afgerond 32%, waarmee het ongeveer gelijk is aan de belastingheffing over aandelenopties in box 2.

Het kabinet heeft eerder aangegeven het wetsvoorstel hiervoor in september 2026 aan de Tweede Kamer te willen aanbieden. Het streven is om de lagere loonheffing op aandelenopties per 1 januari 2027 in werking te laten treden.

Ondernemersaftrek

Wat betreft aftrekmogelijkheden voor ondernemers worden de volgende wijzigingen in het belastingpakket verwacht:

  • verhoging van het aftrekpercentage van de energie-investeringsaftrek (EIA) van 40 naar 45,5% per 2027;
  • verlaging van de stakingsaftrek en meewerkaftrek met 75% per 1 januari 2027 en afschaffing hiervan per 1 januari 2028;
  • verlaging van de startersaftrek per 1 januari 2027 en afschaffing van deze aftrek per 1 januari 2028.

Particulieren

Voor de particulier wordt waarschijnlijk de aftrek van specifieke zorgkosten afgeschaft per 1 januari 2028. Verder worden op Prinsjesdag diverse aanpassingen op het nog bij de Eerste Kamer in behandeling zijnde wetsvoorstel Werkelijk rendement box 3 verwacht. Hiervoor liggen verschillende opties, waarover het kabinet in augustus nog een besluit neemt.

Overdrachtsbelasting

Waarschijnlijk gaat het algemene woningtarief in de overdrachtsbelasting omlaag van 8 naar 7% per 1 januari 2027. Dit tarief geldt voor de verkrijging van woningen die de verkrijger niet zelf als hoofdverblijf gaat gebruiken.

Voor overdrachten van woningen tussen woningcorporaties binnen de sociale huisvestingstaak komt er waarschijnlijk een vrijstelling overdrachtsbelasting.

Btw

Het plan om per 1 januari 2028 het btw-tarief op sierteeltproducten te verhogen van 9 naar 21% btw wordt ook in de belastingpakketten op Prinsjesdag 2026 verwacht.

What tax changes can we expect on Prinsjesdag 2026?

By nieuws

Increase in the first bracket of the WKR discretionary allowance or its abolition?

Legislation passed at the end of 2024 already stipulates that the first bracket of the WKR’s discretionary allowance will rise from 2% to 2.16% with effect from 1 January 2027. However, following an evaluation of the WKR covering the years 2019–2024, SEO Economic Research (SEO) has recommended that the first bracket of the discretionary allowance should be abolished altogether. It is likely to become clear on Prinsjesdag 2026 whether the government will adopt this recommendation.

Other changes to the WKR

It will also become clear then whether the government will adopt the following recommendations from SEO:

  • allowing the tax-free home-working allowance and travel allowance to be claimed on the same day;
  • increasing the 80% final levy payable when the tax-free allowance is exceeded;
  • abolishing the service-time exemption of one month’s salary on the occasion of a 25- or 40-year service anniversary;
  • introducing a targeted exemption for directors’ and officers’ liability insurance premiums;
  • the statutory establishment and indexation of the efficiency threshold of €2,400.

It is expected that, at the very least, the targeted exemption for discounts and allowances on products from the company’s own business will be abolished.

Changes to the expat scheme

The reimbursement rate under the expat scheme (formerly the 30% scheme) will be reduced from 30% to 27% with effect from 1 January 2027. At the same time, higher salary thresholds will also apply. These changes have already been incorporated into the legislation. The government has indicated that it does not intend to make the expat scheme any more restrictive.

Increase in the tax-free allowance for travel expenses

As previously announced – and having already come into force with retroactive effect from 1 January 2026 – the tax-free allowance for travel expenses has been increased from €0.23 to €0.25. This increase applies to the tax-free travel allowance that an employer pays to their employee, and to the deductible business travel expenses of a self-employed person or a person receiving income from a business for income tax purposes. From the 2026 income tax return onwards, you may also take this higher amount into account when calculating deductible medical expenses.

Please note! The increase to €0.25 is currently set out in a decree, but will also be incorporated into law as part of the 2026 Prinsjesdag tax package.

Pseudo-final levy on fossil-fuelled passenger cars

From 2027, an employer who makes a passenger car available to an employee – i.e. a company car – will be required to pay a 12% pseudo-final levy to the Tax and Customs Administration on the list price of the passenger car, including VAT and BPM. This proposal was already adopted last year, but amendments are expected on Prinsjesdag 2026, such as an exemption from the pseudo-final levy for replacement cars in the event of damage, repairs and maintenance, and an exemption from the levy for driving school cars.

Youngtimer scheme

The government is considering not raising the age limit under the youngtimer scheme from 16 to 25 years in one go on 1 January 2027. A company car covered by the youngtimer scheme is subject to an additional tax liability of 35 per cent of its market value, rather than the standard additional tax liability that applies to newer cars. The government is considering an alternative phasing-out approach instead of the increase to 25 years with effect from 1 January 2027.

Greentimer scheme

The government is considering introducing a new tax relief scheme for electric cars between five and eight years old. This scheme is expected to be named the ‘Greentimer’ scheme.

Tax scheme for share options at start-ups and scale-ups

There is a plan to introduce a tax relief on payroll tax for benefits arising from share options for employees of start-ups and scale-ups. The tax relief will take the form of limiting the tax base for benefits from share options to 65 per cent, so that tax is levied on a lower benefit amount. The effective payroll tax rate will then be approximately 32 per cent, which is roughly equivalent to the tax rate on share options in box 2.

The government has previously indicated its intention to present the relevant bill to the House of Representatives in September 2026. The aim is for the reduced payroll tax on share options to come into force on 1 January 2027.

Entrepreneur’s allowance

With regard to tax relief options for entrepreneurs, the following changes are expected in the tax package:

  • an increase in the energy investment allowance (EIA) rate from 40% to 45.5% from 2027;
  • a reduction in the cessation allowance and the co-worker allowance by 75 per cent with effect from 1 January 2027, and their abolition with effect from 1 January 2028;
  • a reduction in the start-up allowance from 1 January 2027 and its abolition from 1 January 2028.

Private individuals

For private individuals, the deduction for specific healthcare costs is likely to be abolished with effect from 1 January 2028. Furthermore, on Prinsjesdag, various amendments are expected to the ‘Actual return on investment in Box 3’ bill, which is still under consideration by the Senate. There are several options for this, on which the government will take a decision in August.

Transfer tax

The general residential rate for transfer tax is likely to be reduced from 8% to 7% with effect from 1 January 2027. This rate applies to the acquisition of residential properties which the purchaser does not intend to use as their main residence.

For transfers of residential properties between housing associations within the social housing sector, there is likely to be an exemption from transfer tax.

VAT

The plan to increase the VAT rate on floricultural products from 9% to 21% with effect from 1 January 2028 is also expected to feature in the tax packages announced on Prinsjesdag 2026.

Nog voldoende subsidie DUMAVA voor maatschappelijk vastgoed

By nieuws

Maatschappelijk vastgoed

Bij maatschappelijk vastgoed moet je denken aan scholen, overheidsgebouwen, zorginstellingen, sportaccommodaties en monumenten. De subsidie DUMAVA is beschikbaar voor maatschappelijke instellingen in de sectoren decentrale overheid, onderwijs, zorg, cultuur en religieuze instellingen.

De subsidie kan verder aangevraagd worden door stichtingen en verenigingen voor gebouwen met een publieksfunctie. Ook eigenaren van een geregistreerd rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument kunnen DUMAVA aanvragen. Hetzelfde geldt voor veiligheidsregio’s met maatschappelijk vastgoed.

Voorwaarden

Er gelden verschillende voorwaarden voor het aanvragen van de subsidie. Belangrijk is dat je eerst een verduurzamingsadvies laat opstellen voordat je DUMAVA aanvraagt. Verder dien je eerst DUMAVA aan te vragen en pas na toekenning van de subsidie een contract aan te gaan met een aannemer of te starten met de verduurzaming. Doe je dat niet, dan loop je het risico geen subsidie te krijgen.

Let op! Kijk voor alle voorwaarden hier.

Geen DUMAVA bij BOSA

DUMAVA is ook beschikbaar voor amateursportverenigingen, mits voor de sportaccommodatie niet al eerder BOSA-subsidie is ontvangen. 

Let op! Voor amateurverenigingen gelden wel extra voorwaarden. 

Hoogte subsidie

De hoogte van de subsidie is afhankelijk van het aantal verduurzamingsmaatregelen:

  • Bij losse verduurzamingsmaatregelen bedraagt de subsidie 20% van de projectkosten, het energieadvies en het energielabel samen. Het minimale subsidiebedrag is € 2.500 en het maximale € 1,5 miljoen. Je kunt voor maximaal drie losse verduurzamingsmaatregelen een aanvraag doen.
  • Bij een integraal verduurzamingsproject bedraagt de subsidie 30% (in bepaalde gevallen tot 40%) van de projectkosten, het energieadvies en het energielabel samen. Het minimale subsidiebedrag is € 25.000 en het maximale € 1,5 miljoen.

Aanvraagperiode en budget

De aanvraagperiode startte op 1 juni 2026 9.00 uur en loopt tot en met vrijdag 16 oktober 2026 17.00 uur. Er is € 405 miljoen budget beschikbaar gesteld. Op 3 augustus 2026 was hier nog ruim 283 miljoen (70%) van over. Er is dus nog voldoende budget beschikbaar.

Advieswijzer Auto: zakelijk of privé?

By nieuws

Rekensom is niet eenvoudig

Het is niet eenvoudig om te beoordelen wat voordeliger is: een auto op de zaak of in privé rijden. De beoordeling is namelijk afhankelijk van een groot aantal factoren, zoals de hoogte van de afschrijvingen, de onderhoudskosten, de verzekeringskosten, de motorrijtuigenbelasting, eventuele financieringskosten, de CO2-uitstoot van de auto, het aantal in een jaar te rijden privé- en zakelijke kilometers, de btw-gevolgen, de bijtelling en vanaf 2027 de pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s.

Als je deze gegevens helder voor ogen zou hebben, kun je berekenen wat het voordeligst is. Over het algemeen zijn deze gegevens echter niet volledig bekend en zal van schattingen moeten worden uitgegaan. De werkelijkheid kan dan afwijken van de berekeningen. Vervolgens moet je ook nog rekening houden met belastingtarieven, inkomensafhankelijke heffingskortingen en andere fiscale regelingen, die regelmatig wijzigen.

Let op! Ben je ondernemer in de inkomstenbelasting, dan mag je bij de aanschaf doorgaans kiezen of je de auto tot je ondernemingsvermogen rekent of tot je privévermogen. Die keuze heb je echter niet als je maar maximaal 500 kilometer per jaar privé met de auto rijdt. Je moet de auto dan verplicht tot het ondernemingsvermogen rekenen. Rijd je minder dan 10% van het aantal kilometers zakelijk, dan moet je de auto verplicht tot het privévermogen rekenen.

Auto van de zaak

De auto van de zaak heeft een aantal voordelen:

  • Als je de auto tot het ondernemingsvermogen rekent, worden de aanschaf- en alle overige (auto)kosten betaald door je onderneming.
  • Je kunt de overige autokosten – denk aan bijvoorbeeld onderhoud, brandstof, verzekering, motorrijtuigenbelasting, maar ook financierings-, parkeer- en waskosten – aftrekken van de winst van je onderneming en bovendien jaarlijks de afschrijving op de auto ten laste van de winst brengen.
  • Voor auto’s zonder CO2-uitstoot op waterstof of zonnecellen heb je recht op milieu-investeringsaftrek (zie hierna). Dat geldt niet voor de eventuele laadpaal.
    Schaf je in 2026 een milieuvriendelijke auto aan en reken je deze tot het ondernemingsvermogen, dan kom je mogelijk in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek (MIA). De MIA geldt in 2026 alleen nog voor een waterstofpersonenauto en voor een personenauto op zonnecellen met een CO2-uitstoot van 0 gr/km. Er gelden verschillende aftrekpercentages en er zijn maxima gesteld aan de in aanmerking te nemen investeringsbedragen.
Soort auto MIA % Maximaal in aanmerking te nemen investeringsbedrag
 Waterstofpersonenauto 45% over 90% van investeringsbedrag  € 75.000
Zonnecel-personenauto 36% over 90% van investeringsbedrag  € 100.000

De auto van de zaak brengt ook een aantal nadelen met zich mee:

  • Bij verkoop van de auto realiseert jouw onderneming mogelijk een belaste winst. Het kan echter ook dat je een aftrekbaar verlies realiseert.
  • Als je de auto van de zaak ook privé gebruikt, krijg je in de meeste gevallen te maken met een bijtelling privégebruik auto.
  • Vanaf 2027 moet de bv van een dga rekening houden met de pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s (daarover straks meer).
  • Jouw onderneming moet btw betalen over de waarde van het privégebruik auto. Kun je dit privégebruik niet bepalen, dan geldt in de regel dat de te betalen btw 2,7% van de catalogusprijs (inclusief btw en bpm) bedraagt. Na het vierde jaar van aanschaf of ingeval bij de aanschaf geen recht op aftrek van btw bestond, is dit 1,5%.

Let op! Verricht jouw onderneming ook btw-vrijgestelde prestaties, dan kan sowieso een deel van de btw niet in aftrek worden gebracht. Verricht je bijvoorbeeld voor 40% vrijgestelde prestaties, dan kan ook 40% van de btw niet in aftrek worden gebracht. Ook de niet-aftrekbare btw vanwege het privégebruik wordt dan naar rato verminderd. Bij 40% vrijgestelde prestaties is de correctie dan niet 2,7%, maar 60% (100% -/- 40%) x 2,7%. Je kunt immers ook maar 60% van alle btw aftrekken.

Bijtelling privégebruik auto

De fiscale spelregels voor de bijtelling privégebruik auto zijn afhankelijk van jouw ondernemingsvorm. Ben je directeur-grootaandeelhouder (dga) en opereer je vanuit een bv, dan word je voor het privégebruik van de auto belast in de loonbelasting. Vanaf 2027 moet de bv van een dga ook rekening houden met de pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s.

Ben je echter een ondernemer die opereert vanuit een eenmanszaak, vof, cv of maatschap, dan word je voor het privégebruik van de auto belast in de inkomstenbelasting. Voor de laatste categorie kan de bijtelling nooit méér bedragen dan de werkelijke kosten van de auto in dat jaar (inclusief afschrijving). Een ondernemer die opereert vanuit een eenmanszaak krijgt voor zichzelf niet te maken met de peudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s (mogelijk wel voor zijn personeel).

Voor de meeste auto’s die vanaf 2017 op kenteken zijn gezet, geldt een standaardbijtelling van 22% van de cataloguswaarde (inclusief btw en bpm). Alleen voor auto’s zonder CO2-uitstoot geldt nog een lagere bijtelling. De lage bijtelling is beperkt tot een deel van de cataloguswaarde (met uitzondering van auto’s op waterstof en op zonnecellen). Over het meerdere geldt de normale bijtelling van 22%.

Voor een nieuwe auto gelden in 2026 de volgende bijtellingspercentages en CO2-grenzen:

CO2-uitstoot Bijtelling
 0 (op batterij)  18% tot € 30.000, daarboven 22%
 0 (op waterstof of op zonnecellen)  18% onbeperkt
 Meer dan 0  22%

Je wordt in beginsel niet elk jaar met een nieuw bijtellingspercentage geconfronteerd. Een vastgesteld percentage blijft voor alle auto’s gedurende 60 maanden geldig. Pas na deze periode wordt de bijtelling vastgesteld aan de hand van de dan geldende percentages.

Let op! Voor een in 2027 nieuw aangeschafte auto zonder CO2-uitstoot geldt in 2027 een bijtellingspercentage van 20% tot € 30.000 en 22% daarboven. Voor auto’s op waterstof of zonnecellen is dat 20% over de gehele cataloguswaarde. Voor een in 2028 nieuw aangeschafte auto zonder CO2-uitstoot geldt geen lagere bijtelling meer.

Let op! Een auto met datum eerste toelating tot de weg van uiterlijk 31 december 2016 krijgt na 60 maanden geen bijtelling van 22%, maar van 25%. Dit is alleen anders als het een elektrische auto betreft met een CO2-uitstoot van nul. Hiervoor wordt de bijtelling in 2026 21% tot een cataloguswaarde van € 30.000 en 25% over het meerdere.

Een bijtelling kan achterwege blijven als je kunt bewijzen dat je op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé met de auto hebt gereden. Woon-werkkilometers worden voor de inkomstenbelasting gezien als zakelijk, ook als je thuis gaat lunchen. Voor de btw gelden die kilometers echter als privé.

Let op! Is jouw auto ouder dan 16 jaar? Dan bedraagt de standaardbijtelling in 2026 geen 22% van de cataloguswaarde, maar 35% van de waarde van de auto in het economisch verkeer. Eind 2025 is een wetswijziging aangenomen waarin de leeftijdsgrens per 2027 verhoogd wordt naar 25 jaar en ouder.. Het kabinet denkt nog na over een ander afbouwpad waarbij bijvoorbeeld de verhoging naar 25 jaar niet in een keer maar geleidelijk gebeurd of alleen voor auto’s die in 2026 jonger dan 16 jaar zijn.

Let op! Het kabinet denkt na over een regeling om gebruikte, elektrische auto’s aantrekkelijker te maken voor zakelijke rijders. Gedacht wordt aan een vermindering van de bijtelling voor elektrische auto van vijf tot acht jaar oud. In de augustusbesluitvorming 2026 beslist het kabinet over de invoering van deze greentimerregeling.

Pseudo-eindheffing per 2027

Er wordt per 2027 een pseudo-eindheffing ingevoerd voor werkgevers die hun personeel een personenauto ter beschikking stellen die CO2 uitstoot. Ook voor een dga die in dienst is bij zijn eigen bv en over een personenauto van de zaak beschikt die CO2 uitstoot, is de pseudo-eindheffing van toepassing. De pseudo-eindheffing geldt echter niet voor een ondernemer in de inkomstenbelasting die over een personenauto van de zaak beschikt, maar wel voor de personenauto’s die hij aan zijn werknemers ter beschikking stelt. De pseudo-eindheffing bedraagt 12% van de cataloguswaarde per jaar en komt voor rekening van de werkgever.

Wanneer geen pseudo-eindheffing?

De pseudo-eindheffing geldt niet:

  • Voor de personenauto die niet privé mag worden gebruikt. Voor deze regeling wordt woon-werkverkeer echter als privé aangemerkt.
  • Tot 17 september 2030 voor personenauto’s die de werkgever vóór 1 januari 2027 al ter beschikking stelt. Vanaf die datum geldt de pseudo-eindheffing wel voor alle ter beschikking gestelde personenauto’s die CO2 uitstoten. Het kabinet heeft aangekondigd de termijn te willen verlengen van 17 september 2030 naar 1 januari 2031.
  • Voor personenauto’s die geen CO2 uitstoten, zoals een elektrische personenauto.
  • Voor auto’s die geen personenauto zijn, zoals een bestelbus.

Het kabinet heeft aangekondigd ook nog uitzonderingen te willen invoeren:

  • voor de vervangende personenauto’s die maximaal veertien kalenderdagen (aaneengesloten) ter beschikking worden gesteld ter vervangging van de vaste auto bij bijvoorbeeld schade of reparatie,
  • tot 1 januari 2031 voor fossiele de ter beschikking stelling van een fossiele personenauto voor één periode van maximaal zeven aaneengesloten kalenderjaar, en
  • voor lesauto’s.

Privéauto

De auto die je in privé aanschaft, heeft een aantal voordelen:

  • De auto blijft jouw privé-eigendom.
  • Bij verkoop van de auto realiseer je in privé mogelijk een onbelaste winst. Het is echter ook mogelijk dat je een niet-aftrekbaar verlies lijdt. 
  • Je krijgt niet te maken met een bijtelling privégebruik auto.
  • Je bv krijgt vanaf 2027 niet te maken met de pseudo-eindheffing voor personenauto’s die CO2 uitstoten.
  • Jouw onderneming hoeft ook geen btw te betalen over de waarde van het privégebruik van de auto. De ondernemer in de inkomstenbelasting kan de auto voor de omzetbelasting overigens tot het ondernemingsvermogen rekenen, ook als de auto voor de winstberekening tot het privévermogen is gerekend. Andersom kan dit ook. De keuze voor de omzetbelasting staat dus los van de keuze voor de inkomstenbelasting. Bij keuze voor ondernemingsvermogen geldt de btw over het privégebruik wel.
  • Je kunt van je bv een belastingvrije onkostenvergoeding ontvangen van € 0,25 per zakelijke kilometer, (tot 1 januari 2026 was dit € 0,23 perkm) (of ten laste van jouw winst brengen als je ondernemer in de inkomstenbelasting bent).
  • Ben je dga, dan kun je mogelijk ten laste van jouw vrije ruimte nog een hogere onkostenvergoeding belastingvrij ontvangen. Deze mogelijkheid is afhankelijk van de hoogte van jouw vrije ruimte en uw andere vergoedingen en verstrekkingen die zijn toegewezen aan de vrije ruimte.
  • Je kunt een deel van de btw op gebruik en onderhoud van de auto in aftrek brengen. Dit kan alleen als jouw onderneming btw-belaste prestaties verricht. Verricht jouw onderneming ook btw-vrijgestelde prestaties, dan zal geen aftrek van btw mogelijk zijn voor de verhouding vrijgestelde prestaties-totale prestaties.

De auto in privé brengt ook een aantal nadelen met zich mee:

  • Je moet zelf in privé de aanschafkosten en alle overige autokosten betalen.
  • Je kunt de gemaakte autokosten niet aftrekken van de winst van jouw onderneming (met uitzondering van de onkostenvergoeding van €0,25/km die jouw onderneming ten laste van de winst mag brengen voor jouw zakelijke kilometers) en je kunt ook de afschrijving op de auto niet ten laste van de winst van jouw onderneming brengen.
  • De btw die je betaalt bij aanschaf van de auto kun je niet in aftrek brengen, tenzij je de auto voor de btw als zakelijk aanmerkt. Je kunt hiervoor kiezen, ook als je de auto voor de inkomstenbelasting als privé aanmerkt.

Let op! Als jouw onderneming nagenoeg alle kosten van jouw privéauto aan je vergoedt, kan jouw privéauto door de Belastingdienst alsnog als auto van de zaak worden aangemerkt.

De keuze: zakelijk of privé?

Het antwoord op de vraag wat voordeliger is, de auto zakelijk of privé, is afhankelijk van allerlei, vaak niet precies bekende omstandigheden en factoren. Dit maakt het lastig om exact te berekenen wat voordeliger is. Toch is er wel een aantal grove vuistregels te geven. Zo is bij lage afschrijvingskosten of bij veel zakelijke kilometers een privéauto over het algemeen voordeliger. Maak echter geen ondoordachte keuze. Wij kunnen aan de hand van alle gegevens een berekening voor jou maken.

Overbrengen naar privé: ondernemer in de inkomstenbelasting?

Staat een auto eenmaal op de zaak, dan kun je als ondernemer in de inkomstenbelasting deze in beginsel niet overbrengen naar privé. Overbrengen naar privé kan alleenals er fiscaal sprake is van een zogenaamde bijzondere omstandigheid. Daarvan is niet vaak sprake. Een bijzondere omstandigheid is bijvoorbeeld een wetswijziging of rechterlijke uitspraak waardoor je een andere keuze gemaakt zou hebben als je dit zou hebben geweten voordat je besliste de auto op de zaak te zetten. Of als je de auto helemaal niet meer zakelijk zou gebruiken (bijvoorbeeld omdat je een nieuwe auto koopt). Dan ben je zelfs verplicht de auto voortaan tot het privévermogen te rekenen. Deze overgang moet plaatsvinden voor de werkelijke waarde, waardoor je – afhankelijk van de fiscale boekwaarde – een boekwinst of -verlies realiseert. Ook voor de btw kan dit gevolgen hebben.

Overbrengen naar privé: ondernemers met een bv

Een auto op naam van uw bv is in beginsel altijd zakelijk. Bij een bv is overbrengen naar privé wel mogelijk, zelfs als er geen bijzondere omstandigheden zijn. Je kunt namelijk de auto altijd van jouw bv aan jezelf als dga verkopen. Vervolgens kun je zakelijke ritten voor de bv maken tegen een vergoeding van € 0,25 per kilometer. 

Let op! Er is onduidelijkheid over de vraag over welk bedrag btw verschuldigd is als een dga de auto overneemt van de bv tegen een lagere prijs dan de marktwaarde. Moet de btw dan berekend worden over deze lagere prijs of over de werkelijke waarde? Twee gerechtshoven en een rechtbank oordeelden hier verschillend over. Advocaat-generaal Ettema adviseerde eind 2025 de Hoge Raad in al deze casussen de btw te berekenen over de werkelijke waarde. In een soortgelijke situatie kun je de btw over de marktwaarde van de auto afdragen en bezwaar maken tegen jouw eigen aangifte. Op die manier stel je jouw rechten zeker als de Hoge Raad duidelijk heeft gemaakt welke visie de juiste is. Bovendien voorkom je op deze manier een boete.

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

Ook expatregeling als looneis naar verwachting gehaald wordt?

By nieuws

Expatregeling 

De expatregeling komt er in het kort op neer dat werkgevers een buitenlandse werknemer met een specifieke deskundigheid een percentage van het salaris netto mogen uitbetalen als kostenvergoeding. Het gebruik van de regeling is optioneel. Men mag er dus ook voor kiezen de extra kosten van de werknemer belastingvrij te vergoeden, als dit mogelijk is op basis van de bestaande regelgeving. Je moet deze extra kosten dan wel aannemelijk kunnen maken.

Regeling kent voorwaarden

De expatregeling kent een aantal voorwaarden. Een belangrijke is de deskundigheidseis. In de wettelijke bepalingen is opgenomen dat aan die deskundigheidseis wordt voldaan als de werknemer tenminste een bepaald salaris verdient (de looneis). Voor 2026 is dit €48.013, in bepaalde gevallen is dit € 36.497. In bovengenoemde rechtszaak ging het erom of een helikopterpilote aan de gestelde looneis voldeed.

Wijziging salaris

Bij indiensttreding moest de pilote eerst een opleiding volgen en met succes afronden. Tijdens de opleiding verdiende ze een lager salaris, dat na voltooiing van de opleiding wijzigde in een hoger salaris. Op basis van het lagere salaris voldeed de pilote niet aan de looneis De centrale vraag was of voor de expatregeling ook al van het hogere afgesproken salaris mocht worden uitgegaan.

Zo goed als zeker

Rechtbank Noord-Holland vond dat dit inderdaad is toegestaan. Het hogere loon was immers al afgesproken bij het afsluiten van de arbeidsovereenkomst. Verder bleek uit de feiten onder meer dat de slagingskans voor de pilote vrijwel 100% bedroeg, onder andere als gevolg van haar ervaring. Volgens de rechtbank was dit zo goed als zeker en was daardoor te verwachten dat ze aan de looneis zou voldoen. De rechtbank stond het gebruik van de expatregeling dan ook toe.

Let op!De rechtbank gaf in de uitspraak ook aan dat een en ander getoetst moet worden bij de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst. Als dan niet voldaan wordt aan de looneis, kan een latere wijziging van de arbeidsovereenkomst er niet toe leiden dat alsnog met terugwerkende kracht of vanaf dat moment, voldaan wordt aan de looneis.

Begrip ‘stage’

Voor de expatregeling is ook van belang wat onder een stage moet worden verstaan. De werknemer die van de regeling gebruik wil maken moeten namelijk uit een ander land aangeworven zijn. Bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst mag de werknemer nog niet in Nederland werkzaam zijn. Werkzaamheden in het kader van een stage in Nederland worden daarbij niet aangemerkt als werkzaamheden in Nederland. Rechtbank Zeeland-West-Brabant besliste dat het begrip stage ruim moet worden opgevat. 

In kader van opleiding?

In deze zaak stelde de Belastingdienst dat de gevolgde stage niet aan de eisen voor een stage voldeed, omdat deze niet was gevolgd in het kader van een opleiding. De rechtbank was van mening dat om van een stage te kunnen spreken niet vereist is dat dit in het kader van een opleiding is. Verder is naar het oordeel van de rechtbank ook niet vereist dat sprake is van een opleiding aan een erkende onderwijsinstelling. De gevolgde stage stond in dit geval dan ook niet aan toepassing van de expatregeling in de weg.