Category

nieuws

Overdrachtsbelasting niet-hoofdverblijf woning in 2027 7%

By nieuws

Woning of niet

Voor de hoogte van de overdrachtsbelasting is het allereerst van belang om vast te stellen of je een woning of een niet-woning (bijvoorbeeld een bedrijfspand) verkrijgt. In het laatste geval is de overdrachtsbelasting 10,4%.

Woning hoofdverblijf of niet

Verkrijg je een woning, dan kunnen twee tarieven gelden en eventueel de startersvrijstelling. Daarbij is van belang of je de woning zelf anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaat gebruiken. In dat geval bedraagt het tarief, onder voorwaarden, 2% of kan je, onder voorwaarden, de startersvrijstelling toepassen.

Ga je de verkregen woning niet zelf (anders dan tijdelijk) als hoofdverblijf gebruiken, dan geldt een hoger tarief van op dit moment 8%. De startersvrijstelling is dan niet van toepassing.

Let op! Voor het 2% tarief en de startersvrijstelling gelden voorwaarden. Laat je daarover goed informeren. Meer informatie vind je ook op de website van de Belastingdienst.

Verlaging tarief

In de Prinsjesdagstukken 2026 is opgenomen dat het tarief voor woningen die je niet zelf (anders dan tijdelijk) als hoofdverblijf gaat gebruiken in 2027 geen 8 maar 7% bedraagt. Op een woning van € 550.000 scheelt dat dus € 5.500! Reden genoeg om te beoordelen of de levering bij de notaris niet in 2026 maar in 2027 kan plaatsvinden.

Let op! Bij die beoordeling moet je uiteraard ook de andere omstandigheden meenemen. Wil de verkoper hier bijvoorbeeld wel aan meewerken, wat is de invloed van latere levering op je financiering et cetera.

Overige tarieven gelijk

De overige tarieven blijven gelijk. Voor een niet-woning geldt ook in 2027 een tarief van 10,4%. De woning die je zelf — anders dan tijdelijk — als hoofdverblijf gaat gebruiken geldt een tarief van 2% of de startersvrijstelling. Allemaal onder dezelfde voorwaarden zoals die ook in 2026 gelden.

Let op! De Tweede en Eerste Kamer moeten het Belastingplan 2027 nog aannemen. Gezien de minderheid van de coalitie in de Tweede én Eerste Kamer is nog niet zeker of dit zonder nadere wijzigingen zal gebeuren. De ervaringen uit de afgelopen jaren leren ons dat op de valreep, bij stemming in de Tweede Kamer en Eerste Kamer, er nog aanpassingen kunnen komen. Het is daarom nog niet zeker dat het algemene woningtarief volgende jaar 7% bedraagt. Houd daar rekening mee!

Schenking onder schuldigerkenning en box 3

By nieuws

Schenking onder schuldigerkenning

Een schenking onder schuldigerkenning wordt ook wel een schenking op papier genoemd. De schenker keert het geschonken bedrag dan niet uit, maar blijft dit schuldig.

Om te voorkomen dat de papieren schenking bij de berekening van de erfbelasting alsnog meetelt, is het verstandig om de schenking bij een notaris vast te leggen. Als de ontvanger van de schenker je partner is of een bloed- of aanverwant tot de vierde graad, dan dien je ook een rente af te spreken en te vergoeden van minimaal 6%. Meestal bedraagt de rente bij een schenking op papier daarom 6%.

Herroepen

In de schenkingsovereenkomst kan zijn opgenomen dat je de schenking kan herroepen.

De Belastingdienst heeft al eerder aangegeven dat het recht op herroepen op zich geen waarde heeft voor box 3. Maar let op, dit kan anders zijn als je van plan bent om te gaan herroepen.

Werkelijke rendement

Wil je box 3 berekenen op basis van je werkelijke rendement, dan is de vraag hoe je dit berekent in het jaar van de schenking en de herroeping. De Belastingdienst heeft aangegeven dat er in beide jaren geen vermogensaanwas is voor de schenker en de ontvanger.

Bij de schenker wordt alleen de betaalde rente als negatief regulier voordeel in aanmerking genomen bij de berekening van het werkelijke rendement. Bij de ontvanger van de schenking wordt alleen de ontvangen rente in aanmerking genomen als regulier voordeel.

Let op! De Belastingdienst vindt in dit geval een rentepercentage van 6% zakelijk. Daarom hoef je bij de berekening van het werkelijke rendement geen zakelijkheidscorrectie toe te passen.

Nominale waarde

De wet bepaalt dat vorderingen en schulden in box 3 normaal gesproken gewaardeerd moeten worden op de waarde in het economische verkeer. 

Is sprake van een vordering of schuld met een vaste rente, zoals bij een schenking onder schuldigerkenning? Dan is de waarde in het economische verkeer gelijk aan de contante waarde als de marktrente op enig moment gedurende de looptijd hoger of lager is dan de vaste rente van in dit geval 6%.

De Belastingdienst heeft echter goedgekeurd dat je in box 3 uitgaat van de nominale waarde in plaats van deze waarde in het economische verkeer. Deze goedkeuring geldt echter alleen als je consistent kiest voor de nominale waarde. Doe je dat niet, dan moet je de contante waarde berekenen. In dat geval zal er in het jaar van schenken en/of herroepen mogelijk toch sprake kunnen zijn van vermogensaanwas. 

Let op! Deze goedkeuring geldt totdat de Wet werkelijk rendement box 3 in werking treedt. Dit is voorzien per 1 januari 2028, maar het is nog de vraag of deze datum gehaald wordt.

Vanaf dit najaar vergoeding UWV voor te lage WIA

By nieuws

Fouten UWV 

Uit onderzoek is gebleken dat de onjuiste uitkeringen onder meer veroorzaakt werden door een foute vaststelling van het dagloon in de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2024.

Een andere oorzaak is gelegen in het niet indexeren van het dagloon tussen 1 juli 2006 en 31 december 2022.

Tenslotte wordt ook compensatie geboden naar aanleiding van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep voor WIA-uitkeringen waarvan het recht inging op of na 1 juli 2015 met een uiterste datum van dagloonvaststelling op 4 augustus 2025. Deze uitspraak betrof de vaststelling van het dagloon in situaties waarin een werknemer in de WIA-referteperiode (dit is het jaar voordat iemand ziek werd) in een kalendermaand geen inkomen heeft genoten.

Netto uitkering

Uitkeringsgerechtigden die te weinig uitkering hebben gekregen, ontvangen een eenmalige netto vergoeding. Hierover hoeft geen loon- en inkomstenbelasting betaald te worden en de uitkering telt ook niet mee voor het verzamelinkomen. Dit betekent dat de uitkering geen invloed heeft op inkomensafhankelijke uitkeringen, zoals huur- of zorgtoeslag.

Tijdpad

Vanaf deze zomer horen de eerste uitkeringsgerechtigden of hun uitkering te hoog is, te laag, of gelijk blijft. Een te lage uitkering wordt direct aangepast, een te hoge pas na twee maanden. Degenen met een te lage uitkering horen ook welke eenmalige vergoeding zij ontvangen. Vanaf oktober 2026 worden de eerste vergoedingen uitbetaald.

Let op! Als blijkt dat de WIA-uitkering te hoog is vastgesteld, dan wordt het te veel ontvangen bedrag niet teruggevorderd.

Informatie

Uitkeringsgerechtigden worden door UWV op de hoogte gehouden over het verloop van de gang van zaken met betrekking tot de eenmalige netto vergoeding. Een wijziging van het dagloon wordt ook doorgegeven aan een eventuele pensioenuitvoerder. Bij eventuele vragen biedt UWV onafhankelijk financieel advies.

Let op! UWV start deze zomer met de hersteloperatie, maar deze duurt waarschijnlijk tot eind 2027. Het kan dus nog even duren voordat je bericht krijgt.

Vraag je toeslag 2025 uiterlijk eind 2026 aan

By nieuws

Huurtoeslag

Als je inkomen over 2025 en je vermogen per 1 januari 2025 niet te hoog was en je een zelfstandige woonruimte huurde in dat jaar, heb je mogelijk recht op huurtoeslag. Vroeg je de huurtoeslag voor 2025 nog niet aan, dan heb je nog tot en met 31 december 2026 de tijd om dat alsnog te doen.

Tip! Meer informatie over de huurtoeslag vind je op de website van de Belastingdienst bij het onderdeel Huurtoeslag.

Zorgtoeslag

Als je inkomen over 2025 en je vermogen op 1 januari 2025 niet te hoog was, heb je over 2025 recht op zorgtoeslag. Ook de zorgtoeslag 2025 kun je nog tot en met 31 december 2026 aanvragen.

Let op! Er gelden nog meer voorwaarden. Meer informatie vind je op de website van de Belastingdienst bij het onderdeel Zorgtoeslag.

Kindgebonden budget

Met het kindgebonden budget kun je een bijdrage krijgen in de kosten voor je kinderen tot 18 jaar. Ook voor het kindgebonden budget 2025 mag je inkomen en vermogen niet te hoog zijn. Kom je in aanmerking, vraag dan het kindgebonden budget 2025, uiterlijk 31 december 2026 aan.

Let op! Kijk voor alle voorwaarden en meer informatie op de website van de Belastingdienst, onderdeel Kindgebonden budget.

Proefberekening

Op de website van de Belastingdienst kun je een proefberekening maken van de toeslagen waarop je voor het jaar 2025 recht hebt. Die berekening kan je overigens ook maken voor eerdere jaren en voor het jaar 2026.

Kortere termijn kinderopvangtoeslag

Voor kinderopvangtoeslag gelden andere termijnen. De kinderopvangtoeslag kun je met maximaal 3 maanden terugwerkende kracht aanvragen. Je kunt dus nu geen kinderopvangtoeslag 2025 meer aanvragen.

Andere termijn voor ondernemers met uitstel

Vroeg je als ondernemer uitstel aan voor het indienen van je aangifte inkomstenbelasting 2025? Dan geldt voor jou een andere termijn voor het aanvragen van huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget. Je kunt deze toeslagen voor het jaar 2025 nog aanvragen tot de datum waarop je uitstel voor het indienen van je aangifte afloopt.

De Cyberbeveiligingswet raakt meer organisaties dan je denkt

By nieuws

Wat is de Cbw?

De Cbw is de Nederlandse uitwerking van een Europese richtlijn (NIS2) en vervangt de bestaande Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen. Het doel is simpel: organisaties die belangrijk zijn voor de samenleving moeten hun digitale beveiliging op orde hebben. Een cyberincident bij hen kan namelijk grote gevolgen hebben voor anderen. Denk aan uitval van energie, zorg of digitale dienstverlening. Vanaf 15 augustus 2026 gelden er nieuwe verplichtingen voor ruim 8.000 organisaties in Nederland.

Deze aanpak is er niet zomaar gekomen. Onze economie en samenleving zijn steeds afhankelijker van digitale systemen. Die systemen zijn vaak ook met elkaar verweven. Een storing of hack bij een organisatie kan zich zo razendsnel verspreiden naar klanten, leveranciers en ketenpartners.

Wanneer loop jij risico om onder de Cbw te vallen?

De Cbw geldt voor organisaties in 18 aangewezen sectoren, zoals energie, digitale infrastructuur, gezondheidszorg, vervoer, drinkwater en overheid. Ook sectoren die dichter bij het mkb liggen vallen eronder, denk aan afvalwaterbeheer, voedselproductie en -distributie, de maakindustrie voor bepaalde producten, en post- en koeriersdiensten. De volledige lijst met sectoren en de bijbehorende soorten organisaties vind je op de website van de NCTV.

Belangrijke of essentiële entiteit

Val je onder een van de aangewezen sectoren en heb je 50 of meer medewerkers, of een jaaromzet en een balanstotaal van beide meer dan t miljoen euro, dan kwalificeert je organisatie als belangrijke entiteit. Heb je 250 of meer medewerkers, of een jaaromzet van meer dan 50 miljoen euro en een balanstotaal van meer dan 43 miljoen euro, dan word je aangemerkt als essentiële entiteit. 

Het verschil zit vooral in het toezicht. Als essentiële entiteit controleert de toezichthouder actief of je aan de wet voldoet, ook zonder aanleiding. Bij een belangrijke entiteit wordt daarentegen meestal pas gecontroleerd na een concreet signaal of incident.

Let op! Ook als je organisatie op het eerste gezicht niet in een van deze sectoren lijkt te vallen, of klein van omvang is, kan de Cbw toch van toepassing zijn. De minister kan een organisatie namelijk alsnog aanwijzen als essentiële of belangrijke entiteit. Dit kan ook als de organisatie niet aan de gebruikelijke voorwaarden voldoet, bijvoorbeeld omdat zij een grote maatschappelijke impact kan hebben bij uitval. Ga er dus niet te snel vanuit dat de wet je niet raakt.

Tip! Wil je snel weten of jouw organisatie onder de Cbw valt? Met deze zelfevaluatie kan je dat nagaan.

Wat betekent het als je onder de Cbw valt?

Val je onder de Cbw, dan krijg je te maken met:

  • een registratieplicht bij het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC), waardoor de overheid weet welke organisaties onder de wet vallen en je sneller kan bereiken bij een dreiging,
  • een zorgplicht om passende beveiligingsmaatregelen te treffen, zoals het up-to-date houden van je toegangsbeheer en systemen, en
  • een meldplicht bij ernstige cyberincidenten, waarbij je een eerste melding al binnen 24 uur moet doen.

Ook wordt de verantwoordelijkheid voor cyberbeveiliging expliciet bij je bestuur gelegd. Je bestuur moet de genomen maatregelen goedkeuren en er toezicht op houden. Onderdeel hiervan is de plicht om bestuursleden hierin op te leiden, zodat zij cyberrisico’s kunnen herkennen en beoordelen.

Val je niet onder de Cbw?

Val je niet onder de Cbw, dan is dit ook een goed moment om je beveiliging eens tegen het licht te houden. Werk je voor of met organisaties die wel onder de wet vallen, dan is de kans groot dat zij ook van jou passende beveiligingsmaatregelen gaan verwachten, simpelweg omdat jij onderdeel bent van hun keten.

Let op! Alle informatie over de Cbw staat op de website van het NCSC. Heb je meer, of specifieke vragen over de Cbw en wat dit concreet voor je betekent? Neem contact met ons op, we denken graag met je mee.

Uitzendkracht dezelfde onbelaste kostenvergoeding als werknemer?

By nieuws

Vaste kostenvergoeding onbelast

Je bent een uitzendorganisatie die een uitzendkracht te werk stelt bij een onderneming. Die onderneming betaalt aan zijn werknemers een vaste kostenvergoeding. De onderneming heeft hierover overleg gevoerd met de Belastingdienst. Zij zijn samen tot de conclusie gekomen dat een deel van de vaste kostenvergoeding onder een gerichte vrijstelling valt en een deel is aan te merken als een vergoeding voor intermediaire kosten. Kortom, de vaste kostenvergoeding kan onbelast en raakt de vrije ruimte van de werkkostenregeling van de onderneming niet.

Ook voor uitzendkracht?

Je wilt de uitzendkracht dezelfde vaste kostenvergoeding geven als de werknemers van de onderneming krijgen waar de uitzendkracht te werk is gesteld. Kun je dan gebruik maken van de afspraak tussen de Belastingdienst en de onderneming? Ofwel mag je er van uit gaan dat de vaste kostenvergoeding aan de uitzendkracht ook onbelast is en jouw vrije ruimte van de werkkostenregeling niet raakt.

Ja, onder voorwaarden

In principe kun je geen beroep doen op een afspraak tussen de Belastdienst en een andere partij. Voor deze situatie heeft de Belastingdienst echter aangegeven dat je de kostenvergoeding wel onbelast mag vergoeden aan de uitzendkracht als je aannemelijk maakt dat:

  • de uitzendkracht werkzaam is in een gelijke functie als de werknemer van de onderneming, én
  • de uitzendkracht vanuit kostenoogpunt in gelijke omstandigheden verkeert als de werknemer van de onderneming.

De uitzendkracht verkeert vanuit kostenoogpunt in gelijke omstandigheden als hij met dezelfde soort kosten wordt geconfronteerd. Bij gelijkenis van werkzaamheden onder soortgelijke omstandigheden, vindt de Belastingdienst dat het aannemelijk is dat dit het geval is.

Let op! Een andere voorwaarde die de Belastingdienst stelt is dat je dezelfde voorwaarden stelt en dezelfde vergoedingen geeft volgens de afspraak die de onderneming heeft met de Belastingdienst. Je moet daarom ook beschikken over (een kopie van) de geldige afspraak tussen de Belastingdienst en de onderneming.

Tax interest in the event of delays in processing VAT refunds

By nieuws

Eight weeks 

In principle, the Tax and Customs Administration has eight weeks to process your VAT refund claim. If this takes longer, you are entitled to compensation for tax interest provided that the VAT refund relates to a previous year and 1 April has already passed. 

Example 
The Tax and Customs Administration receives your request for a VAT refund for the fourth quarter of 2025 on 20 January 2026. If you have not yet received a refund decision from the Tax and Customs Administration by 1 April 2026, you are entitled to compensation for tax interest from 1 April 2026. 

Calculation of tax interest 

The period over which tax interest is calculated begins on 1 April or eight weeks after receipt of your claim (if this is later than 1 April). The period runs until fourteen days after the date of the refund decision. 

Continuation of example 
If the Tax and Customs Administration issues a refund decision dated 15 June 2026, it must reimburse 5% tax interest for the period from 1 April 2026 up to and including 29 June 2026. 

Timely appeal against the rejection of a VAT refund claim 

Has the Tax and Customs Administration wrongly rejected your VAT refund claim? If so, you must lodge an objection in good time, i.e. within six weeks of the date of the rejection notice. If the Tax and Customs Administration subsequently grants the VAT refund, you are also entitled to reimbursement of tax interest. 

Please note! In response to enquiries on this matter, the Tax and Customs Administration has stated that there is no entitlement to reimbursement of tax interest if the original application for a VAT refund was submitted too late and/or if the appeal against the rejection notice was lodged too late. 

Belastingrente bij trage behandeling btw-teruggaaf

By nieuws

Acht weken

De Belastingdienst heeft in principe acht weken de tijd om je verzoek om btw-teruggaaf af te handelen. Duurt dit langer, dan heb je recht op vergoeding van belastingrente als de btw-teruggaaf betrekking heeft op een voorgaand jaar én het al 1 april is geweest.

Voorbeeld
De Belastingdienst ontvangt je verzoek om btw-teruggaaf over het vierde kwartaal 2025 op 20 januari 2026. Als je op 1 april 2026 nog geen teruggaafbeschikking van de Belastingdienst ontvangen hebt, heb je vanaf 1 april 2026 recht op vergoeding van belastingrente.

Berekening belastingrente

Het tijdvak waarover de belastingrente berekend wordt, vangt aan op 1 april of acht weken na ontvangst van je verzoek (als dit later is dan 1 april). Het tijdvak loopt tot veertien dagen na de dagtekening van de teruggaafbeschikking..

Vervolg voorbeeld
Als de Belastingdienst een teruggaafbeschikking afgeeft met dagtekening 15 juni 2026, dan moet de Belastingdienst 5% belastingrente vergoeden over de periode 1 april 2026 tot en met 29 juni 2026.

Tijdig bezwaar bij afwijzing verzoek om btw-teruggaaf

Wijst de Belastingdienst je verzoek om btw-teruggaaf ten onrechte af? Kom dan op tijd, dat wil zeggen binnen zes weken na de dagtekening van de afwijzende beschikking, in bezwaar. Als de Belastingdienst dan alsnog de btw-teruggaaf verleent, heb je ook recht op vergoeding van belastingrente.

Let op! De Belastingdienst heeft op vragen daarover laten weten dat geen recht bestaat op vergoeding van de belastingrente als het oorspronkelijk verzoek om btw-teruggaaf te laat is ingediend en/of als het bezwaar tegen de afwijzende beschikking te laat is ingediend.

Ook 2% overdrachtsbelasting bij uitgestelde bewoning?

By nieuws

Overdrachtsbelasting

Bij de koop van een woning is de koper in beginsel overdrachtsbelasting verschuldigd. Het normale tarief bij verkrijging van een woning bedraagt op dit moment 8%. Wordt de woning door de koper na aankoop anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gebruikt, dan geldt een tarief van 2% of is, onder voorwaarde, een startertsvrijstelling van toepassing. Maar geldt er ook een termijn waarbinnen je de woning als hoofdverblijf moet gaan gebruiken?

Woning verbouwd

Of er een termijn geldt voor het als hoofdverblijf gaan gebruiken, is voor een verbouwing van een woning besproken bij de totstandkoming van de wet. Ook in de rechtspraak is dit al enkele keren aan de orde geweest. Daarbij is geen termijn genoemd waarbinnen de verbouwing voltooid dient te zijn. In 96% van de gevallen wordt een woning namelijk binnen een jaar bewoond. Duurt een verbouwing langer, dan kan door de Belastingdienst gevraagd worden aannemelijk te maken dat je de woning toch anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaat gebruiken.

Terminaal ziek

In een zaak die speelde voor rechtbank Noord-Nederland had een echtpaar een woning gekocht, maar gingen hier niet direct zelf in wonen. In plaats daarvan verhuurden ze de woning aan hun terminaal zieke dochter en haar twee kinderen. Ze gaven aan het appartement gekocht te hebben omdat ze zelf kleiner wilden gaan wonen. Ze zouden het gelijkvloerse appartement na het overlijden van hun dochter zelf gaan bewonen.

Welk tarief overdrachtsbelasting?

Voor de rechtbank stond de vraag centraal welk tarief overdrachtsbelasting van toepassing was. De ouders wezen erop dat het hun intentie was de woning op termijn zelf als hoofdverblijf te gaan gebruiken en bepleitten een tarief van 2%. Volgens de Belastingdienst was de woning echter aangekocht voor de dochter. De Belastingdienst vond dat het echtpaar daarom de woning na verkrijging niet anders dan tijdelijk als hoofdverblijf was gaan gebruiken. Het normale tarief van toen nog 10,4% (voor woningen is dat nu 8%, waarschijnlijk vanaf 2027 7%) was daarom van toepassing, aldus de Belastingdienst.

Geen fatale termijnen

De rechtbank kwam echter tot de conclusie dat de woning was gekocht met de intentie deze anders dan tijdelijk als hoofdverblijf te gaan gebruiken. Dat dit niet direct na aankoop gebeurde was volgens de rechtbank niet van belang, nu aannemelijk was dat de intentie aanwezig was en ook zou worden uitgevoerd na overlijden van de dochter. 

De wet bevat ook geen fatale termijnen, waarbinnen de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gebruikt moet gaan worden, aldus de rechtbank.

De rechtbank achtte het ook niet aannemelijk dat de woning voor de dochter was gekocht, aangezien die er nog maar een korte periode in kon wonen. Vanwege de situatie van de dochter was de aankoop door het echtpaar vervroegd en het bewonen door henzelf slechts kort uitgesteld. Er diende dan ook uitgegaan te worden van een overdrachtsbelastingtarief van 2%.

Let op! De uitspraak van rechtbank Noord-Nederland betekent niet dat bij elk uitgesteld gebruik van bewoning, het 2% tarief van toepassing is. Dit is altijd afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het geval. Bovendien is nog niet bekend of er mogelijk hoger beroep wordt ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. Overleg daarom over uw eigen situatie met onze adviseurs.

 

MKB Klimaatwijzer voor verduurzamen van je onderneming

By nieuws

Maatregelen en subsidies

De MKB Klimaatwijzer geeft je informatie over maatregelen en subsidies die bij je ondernemingen passen. Bijvoorbeeld over zonnepanelen, elektrisch bedrijfswagens en maatregelen waarmee je energie kunt besparen.

Hoe werkt het?

De MKB Klimaatwijzer is een interactieve tool. Je vult maximaal 10 minuten een aantal vragen in en krijgt daarna een persoonlijk overzicht. Je kunt aan het begin van de vragenlijst aangeven over welke onderwerpen je advies wilt: energiebesparing, vervoer, innovatie of provinciale regelingen.