Category

nieuws

Advieswijzer De CSRD, wat kan ik ermee?

By nieuws

De Corporate Sustainable Reporting Directive (CSRD) verplicht grote ondernemingen om te rapporteren over hun duurzaamheidsprestaties: niet alleen van de eigen onderneming, maar ook van hun partners in de waardeketen. Dus ook als u niet onder de CSRD-regels valt, komt u er via uw ketenpartners, leveranciers, opdrachtgevers of de bank toch mee in aanraking. Voor alle partijen een grote uitdaging, met als belangrijkste advies: begin op tijd met de eerste stappen. Bent u nog niet begonnen, dan luidt het dringende advies om nu te starten met de voorbereidingen.

Europa streeft naar een energieneutrale, duurzame economie in 2050 om de wereld leefbaar te houden voor volgende generaties. Daarvoor zijn allerlei maatregelen in werking gesteld, waaronder de nieuwe EU-wet, de Corporate Sustainable Reporting Directive (CSRD). Waar de een het ervaart als een last, ervaart de ander het juist als een kans. Duidelijk is dat grote bedrijven niet meer wegkomen met loze beloftes (greenwashing) en dus transparant moeten zijn over hun duurzaamheidsprestaties. Niet alleen terugblikkend, maar ook vooruitziend, concreet onderbouwd met data.

De controlegrenzen van de CSRD

Of uw bedrijf onder de CSRD-wetgeving valt, is vanaf boekjaar 2025 het geval als u voldoet aan twee van de drie criteria:
– Minimaal 250 fte personeelsleden
– Minimaal € 50 miljoen omzet
– Minimaal € 25 miljoen balanstotaal

Rapporteren volgens de ESRS

Als u CSRD-plichtig bent, dan betekent dit dat u moet gaan rapporteren over uw duurzame prestaties en wel volgens de standaarden van de European Sustainability Reporting Standards (ESRS). In totaal zijn er twaalf ESRS-standaarden met bijna 1200 datapunten.

De heel grote bedrijven, zoals Philips, Heijmans en NS, rapporteren dit jaar al volgens de CSRD. Voor de volgende groep geldt dat over boekjaar 2025 (zie tijdlijn). Dat lijkt nog ver weg, maar uit ervaring blijkt dat het inregelen van de CSRD wel één tot twee jaar in beslag neemt, afhankelijk van waar u staat in uw duurzame ontwikkeling, de mate van digitalisering en beschikbare mensen en middelen. Wanneer u hier als bedrijf in 2024 mee begint, dan kunt u al vergelijkingsdata laten zien in 2025 en in een ‘CSRD-light’-verslag laten zien dat u duurzaamheid serieus neemt. De stakeholders kunnen daar dan weer op reageren, zodat u in het eerste (CSRD-verplichte) jaar 2025 kunt aantonen dat u als bedrijf hierop al acteert en een nog ‘beter’ verslag hebt. Binnen de CSRD is er veel aandacht voor inzicht in risico’s en impact, het opstellen en beschikbaar maken van beleid, het stellen van doelen en het meten van vooruitgang. De standaarden richten zich daarbij niet enkel op de eigen onderneming. Ze vereisen ook dat bedrijven informatie uit en over hun waardeketen verzamelen en publiceren.

Van een breder perspectief naar focus op materiële onderwerpen

In totaal zijn er dus zo’n 1.200 datapunten waarover gerapporteerd kan worden. Gelukkig hoeft u niet over al die punten te rapporteren. Via de dubbele materialiteitsanalyse bepaal je welke ESG-thema’s (Environment, Social en Governance) het relevantst zijn voor jouw bedrijfsvoering en belanghebbenden (stakeholders). Per thema vereisen de standaarden beleid, actieplannen, doelen en prestaties.

De dubbele materialiteitsanalyse helpt u om focus aan te brengen op de (duurzame) thema’s die er echt toe doen. Dit gaat twee kanten op (vandaar het woord ‘dubbel’): welke impact heeft uw business op de wereld (bijvoorbeeld CO2-emissies, verlies van biodiversiteit, geluidsoverlast) en welke impact heeft de wereld op uw business (bijvoorbeeld locatie in een zero-emissiezone, watertekort of -overlast, personeelstekort door krappe arbeidsmarkt)? Het gaat dus om zowel de impactmaterialiteit (inside-out-benadering) als de financiële materialiteit (outside-in-benadering), waarbij een ESG-thema materieel is als het al aan een van de twee voldoet. 

Wie betrek je wel of niet

Om het bredere perspectief goed in kaart te brengen, is het van belang dat u weet wie uw belanghebbenden (stakeholders) zijn en over welke thema’s deze partijen geïnformeerd willen worden. Belanghebbenden zijn klanten, medewerkers, leveranciers, banken, maar denk ook aan de lokale leefomgeving, gemeente, media of belangenorganisaties. U bepaalt zelf wie u meeneemt in dit proces. De CSRD zegt ook niets over het aantal dat u moet raadplegen. Wat wel belangrijk is, is dat u de belanghebbenden die de meeste impact ondervinden van uw bedrijfsactiviteiten meeneemt in de analyse. Daarnaast is de keuze van wat u met welke stakeholders gaat bespreken ook belangrijk. Met je medewerkers gaat het bijvoorbeeld over de werk-privébalans, veiligheid, diversiteit & inclusiviteit en gelijke beloning. Met klanten gaat het bijvoorbeeld om de herkomst van producten en diensten, kinderarbeid of dierenleed, mogelijkheden om klachten te adresseren of hulp te krijgen, eerlijke marketing en communicatie. U kunt hiervoor een enquête uitsturen naar alle groepen stakeholders, maar je mag ook een interactieve sessie organiseren waarbij u het A4-blad met materiële onderwerpen (zie verderop) toetst.

Materiële onderwerpen verschillen per sector

Wat voor het ene bedrijf een materieel onderwerp is, doet er voor een ander bedrijf helemaal niet toe. Dit hangt af van uw bedrijfsmodel, kernactiviteiten en in welke sector je verkeert. Voor een bouwbedrijf is ‘fairtrade’-koffie in de koffieautomaat natuurlijk goed, maar niet materieel. In de bouw draait het om materialenpaspoorten van bouwmaterialen, circulair oogsten bij renovatieprojecten en/of over de CO2- en stikstofuitstoot bij nieuwbouwprojecten en om veiligheid en duurzame inzetbaarheid van de medewerkers. Terwijl voor een bedrijf dat koffie produceert en verkoopt ‘eerlijke’ koffie wel degelijk een materieel onderwerp is. Verder geldt min of meer: hoe complexer de business, des te meer materiële onderwerpen en dus hoe uitdagender het kan zijn om daar in lijn met de CSRD over te rapporteren. Het goede nieuws is dat veel bedrijven al de nodige aandacht besteden aan duurzaamheidsaspecten. Als dat ook voor uw bedrijf het geval is, hoeft u gelukkig niet op ‘0’ te beginnen. 

Binnen nu en twee jaar worden vanuit de wetgeving (EFRAG) nog sectorspecifieke standaarden verwacht. Bovendien komen er proportionele standaarden voor de beursgenoteerde mkb-ondernemingen die ingaan vanaf boekjaar 2026 (afkorting: LSME). Mkb-ondernemingen zonder beursnotering kunnen ook vrijwillig gebruik gaan maken van de proportionele standaarden (afkorting: VSME). Deze standaarden zijn in concept beschikbaar

Nadat de materiële thema’s zijn vastgesteld, moet u per onderwerp risico’s en kansen inventariseren, beleid en acties beschrijven, doelen stellen en rapporteren over prestaties.

Hoe ziet het CSRD-proces eruit?

Het onderstaande proces biedt een overzicht voor bedrijven die toewerken naar de CSRD-verplichting en voor bedrijven die vrijwillig willen rapporteren over ESG-prestaties. 

Aanpak CSRD-plichtige klanten

De eerste stap in het proces, inventarisatie, gaat over de voorbereidingen. Hoe pakt u dat het beste aan? 

Zeven simpele stappen om snel te beginnen met de inventarisatie

  1. Stel een team samen. Gezien de brede scope van CSRD en de ESG-impact die voortvloeit uit diverse activiteiten van uw bedrijf, is het samenstellen van een team met een gezonde mix van expertise en kennis vanuit verschillende hoeken van de organisatie vereist. Wijs daarnaast een collega aan die projectmanager is van het CSRD-project. Het is belangrijk dat deze collega voldoende statuur en invloed heeft binnen de organisatie. Dit is essentieel om de nodige veranderingen te bewerkstelligen om straks te kunnen voldoen aan de CSRD.
  2. Beleg een kick-off waarbij onder andere kennis wordt gedeeld om het CSRD-team bekend te maken met de CSRD en de dubbele materialiteitsanalyse. Zorg dat het onderwerp CSRD een vast punt wordt op het managementoverleg om betrokkenheid van de directie en het managementteam te houden.
  3. Oriënteer je door middel van externe bronnen. Lees bijvoorbeeld een paar jaarverslagen van organisaties binnen uw sector. Een goede bron om deze verslagen te vinden, is duurzaamheidsverslag.nl. Check ook de (dubbele) materialiteitsanalyse: welke materiële onderwerpen komen iedere keer terug en wat rapporteren ze daarover (doelstellingen, KPI’s en acties)? Ook brancheverenigingen bieden steeds vaker dit soort informatie aan. Zij beschouwen ook vaak trends, wetgeving en ontwikkelingen op landelijk niveau of zelfs op wereldschaal.
    Hierna begint u met het inventariseren van het bedrijfsprofiel, de waardeketen, de stakeholders en de huidige duurzaamheidsinitiatieven. 
  4. Creëer een bedrijfsprofiel en maak duidelijk wat de toegevoegde waarde is voor belanghebbenden en de samenleving. U beschrijft met andere woorden uw organisatie en waar de impacts liggen. In dit bedrijfsprofiel geeft u inzicht in het bedrijfsmodel van de onderneming, welke producten worden geleverd, welke bronnen de onderneming daarvoor nodig heeft, welke reststromen de onderneming genereert en uiteindelijk welke waarde dat toevoegt. 
  5. Breng de waardeketen in kaart. Het ESRS-raamwerk vereist echter niet alleen rapportage over de impacts van de eigen activiteiten van de organisatie, maar ook over de impacts die in de waardeketen worden veroorzaakt. Maak een schematische tekening van de waardeketen, beginnend met de directe partners (leveranciers, klanten) en werk vandaaruit de keten in beide richtingen verder uit. 
  6. Stakeholders identificeren: weet wie uw belanghebbenden (stakeholders) zijn. U krijgt al een goed beeld van wie dit zijn en welke onderwerpen bij hen spelen door intern informatie op te halen. U kunt het ESRS-framework gebruiken als praatplaat. Wilt u weten wat er in de sector of bij concurrenten speelt? Ga dan in gesprek met uw verkopers of juist bij de inkopers. Wilt u weten wat er leeft onder de medewerkers? Maak een afspraak met HRM. Wilt u weten waar banken en investeerders naar vragen? Vraag het uw financieel directeur. Wilt u weten hoe de media over uw sector schrijft of welke duurzame thema’s steeds weer terugkomen? Check dan uw marketingcommunicatiemedewerker. Besluit welke stakeholders u meeneemt in de dubbele materialiteitsanalyse. Door de juiste stakeholders te betrekken bij het identificeren van relevante onderwerpen en prioriteiten, worden de belangen van zowel uw bedrijf als de samenleving beter vertegenwoordigd.
  7. Inventariseer tot slot de huidige duurzaamheidsinitiatieven, waaronder certificeringen. Deze certificeringen hebben vaak al een directe link met de standaarden van de CSRD, de European Sustainability Reporting Standards (ESRS). Denk aan ISO 14001, de CO2-prestatieladder en Lean & Green voor bijvoorbeeld ESRS E1 Klimaatverandering. Analyseer welke onderwerpen door certificeringen al geraakt worden.

Als u deze stappen heeft doorlopen, bent u klaar voor de volgende fase in het proces naar een CSRD-rapportage: de dubbele materialiteitsanalyse. 

Zo ziet een dubbele materialiteitsanalyse eruit: voorbeeld Nationale Spoorwegen (NS)
De NS heeft de de materiële thema’s in het jaarverslag over 2023 met de stakeholders herijkt en vervolgens verrijkt met concrete doelen en resultaten.
 

Draai het om: CSRD, wat kan ik ermee?

Natuurlijk is voldoen aan de CSRD een flinke klus, maar het komt er nu eenmaal aan en het gaat niet meer weg. Als u de CSRD eenmaal omarmd heeft, zult u zien dat het wel degelijk meerwaarde creëert voor uw bedrijf, bijvoorbeeld omdat u een breder beeld krijgt van wat er speelt in uw sector door in gesprek te gaan met verschillende stakeholders met verschillende belangen. En, waar u eerst twijfelde over duurzame investeringen omdat u daardoor duurder zou zijn dan concurrenten, kan het – door de transparantie waar de CSRD voor zorgt – juist nieuwe business genereren. Er is in ieder geval genoeg bewijs van koplopers die inmiddels een gezond duurzaam verdienmodel hebben ontwikkeld. Sterker nog, deze bedrijven komen gemakkelijker aan financiering (met een gunstige rente), hebben zeer gemotiveerd personeel en een sterke reputatie bij hun leveranciers en klanten. Zij weten hun relevantie aan te tonen en bieden meer kans op bedrijfsopvolging. Dus draai het om en zie het als een kans: CSRD, dit kan ik ermee!

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

Minder snel schadevergoeding bij overschrijding redelijke termijn

By nieuws

Bij een geschil met de Belastingdienst kunt u in bezwaar en beroep. Als de behandeling van uw bezwaar of beroep te lang duurt, kunt u recht hebben op een schadevergoeding. Als er echter sprake is van een gering financieel belang, heeft u hierop geen recht. De Hoge Raad heeft onlangs in een arrest de omvang van dit financiële belang fors verhoogd.

Spanning en frustratie

Juridisch

De schadevergoeding is bedoeld als compensatie voor de lange wachttijd en de daarmee samenhangende spanning en frustratie. In het verleden heeft de Hoge Raad de regels rondom een schadevergoeding bepaald en voor wat betreft de hoogte vastgesteld op € 500 per half jaar termijnoverschrijding of een gedeelte van een half jaar.

Gering financieel belang

Onder ‘financieel belang’ wordt verstaan het voordeel dat de belastingplichtige heeft als hij zijn bezwaar of beroep wint. In het betreffende arrest heeft de Hoge Raad bepaald dat voortaan sprake is van een gering financieel belang bij een bedrag van minder dan € 1.000. Dit is fors hoger dan het bedrag van € 15, dat gold vóór dit arrest. 

Alleen bij overschrijdingen tot één jaar

De Hoge Raad heeft tevens geoordeeld dat het nieuwe grensbedrag geldt bij overschrijdingen van de redelijke termijn tot één jaar. Wordt deze termijn langer overschreden, dan kan de rechter zelf beslissen of ook bij een geringer financieel belang dan € 1.000 een schadevergoeding wordt opgelegd.

Alleen het geschil zelf

De Hoge Raad stelt verder dat het financiële belang van € 1.000 betrekking heeft op het bedrag van het geschil zelf, dus zonder dat vergoedingen voor griffierecht, proceskostenvergoedingen en dergelijke zaken meetellen.

Oneigenlijk gebruik

De nieuwe grens is gericht op het oneigenlijk gebruik dat belastingplichtigen van schadevergoedingen maken. In de betreffende zaak was bijvoorbeeld sprake van een financieel belang van € 0,80. 

Let op!
Het heeft geen effect op lopende zaken. De wijzigingen gelden niet voor zaken waarin voorafgaand aan de datum van het arrest, 14 juni 2024, om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn is verzocht en deze redelijke termijn op die datum al was overschreden.

Laag btw-tarief voor verhuren kajuitzeiljacht

By nieuws

Op de verhuur van een kajuitzeiljacht dient het lage btw-tarief van 9% te worden toegepast. Er is namelijk sprake van het gelegenheid geven tot sport met gebruik van een sportaccommodatie.

Inclusief faciliteiten

Zeilboot

In een zaak die voorlag bij de Hoge Raad werden via een all-in abonnement kajuitzeiljachten verhuurd, inclusief bijkomende faciliteiten. De huurders konden derhalve ook gebruikmaken van de jachthaven, voor aanvullende diensten zoals het onderhoud en schoonmaken werd gezorgd, evenals voor onder meer zwemvesten en vuurpijlen.

Eén prestatie

De Hoge Raad was het met het Hof Den Haag eens dat er sprake was van één prestatie. Die moest volgens het Hof aan het btw-tarief van 21% worden onderworpen, maar daar dacht de Hoge Raad anders over.

Sportaccommodatie

Aangezien zeilen fysiek inspannend is, kan zeilen volgens de Hoge Raad als sport worden aangemerkt. Bovendien is bij sportbeoefening ook het gebruik van een sportaccommodatie aan het lage btw-tarief onderworpen, aldus het arrest. Dat bij het sporten eventueel gebruik wordt gemaakt van de openbare weg of openbaar water, doet daarbij niet ter zake.

Ook recreatief

De Hoge Raad voegt hieraan toe dat het lage btw-tarief niet alleen van toepassing is op sporten in competitie- of wedstrijdverband, maar ook op recreatief sporten, zoals in de behandelde zaak. De Hoge Raad komt dan ook, anders dan het Hof, tot de conclusie dat op de gehele prestatie, dus de verhuur van het jacht inclusief facilitaire diensten, het lage btw-tarief van toepassing dient te zijn.

Schoonmakers via platform Helpling zijn mogelijk werknemers

By nieuws

Schoonmakers die via het inmiddels failliete onlineplatform Helpling werkzaamheden verrichtten voor particulieren, moeten worden gezien als werknemers. Dit is de mening van de advocaat-generaal, die advies uitbrengt aan de Hoge Raad.

Wat waren de feiten?

Juridisch

Helpling had een app gelanceerd, waarmee huishoudens die behoefte hadden aan huishoudelijke ondersteuning in contact konden komen met schoonmakers. Volgens Helpling ging het daarbij om zelfstandig ondernemers. De vakbond FNV kon zich daar niet in vinden en stelde dat het ging om werknemers, omdat ze zich moesten houden aan door Helpling uitgevaardigde voorschriften.

De FNV spande samen met een schoonmaakster van Helpling een rechtszaak aan. Het gerechtshof Amsterdam oordeelde dat de schoonmakers kwalificeerden als uitzendkrachten in dienst van Helpling als uitzendonderneming. De huishoudens waren de inleners. Dit betekende dat de schoonmakers recht kregen op loondoorbetaling bij ziekte en een transitievergoeding bij ontslag. 

Een particulier is geen inlener

Zowel Helpling als de FNV zijn in cassatie gegaan bij de Hoge Raad. De advocaat-generaal is evenwel van oordeel dat particulieren niet als inleners kunnen worden gezien. Dit maakt dat er geen sprake kan zijn van een uitzendovereenkomst, maar zijn de schoonmakers in dienst van Helpling. Dit kan, alhoewel Helpling inmiddels failliet is, van belang zijn voor het aanvragen van een WW-uitkering.

De curator heeft alvast alle bij het platform geregistreerde schoonmakers ontslag aangezegd. 

Reguliere arbeidsovereenkomst

De advocaat-generaal heeft de Hoge Raad geadviseerd om de zaak zelf af te doen door alsnog voor recht te verklaren dat sprake was van een reguliere arbeidsovereenkomst tussen Helpling en de schoonmakers.

Let op!Het is uiteindelijk aan de Hoge Raad om een definitief uitsluitsel te geven over de vraag of de schoonmakers kwalificeren als werknemers in dienst van Helpling. 

Nieuwe Subsidieregeling Waterstof in Mobiliteit nu aanvragen

By nieuws

Samenwerkingsverbanden van ondernemers kunnen de nieuwe Subsidieregeling Waterstof in Mobiliteit nu aanvragen. De SWIM is bedoeld als alternatief voor investeringen in elektrische vrachtwagens en (bestel)bussen.

Samenwerkingsverbanden 

Bestelbus

De subsidie is beschikbaar voor samenwerkingsverbanden van ondernemers waar zowel geïnvesteerd wordt in waterstoftankstations als in vrachtwagens en (bestel)bussen op waterstof. Vervoermiddelen die rijden op waterstof, hebben als voordeel dat de actieradius groter is en de oplaadtijd geringer ten opzichte van elektrisch vervoer.

Hoeveel subsidie?

Voor investeringen in waterstoftankstations bedraagt de subsidie maximaal 40% van de kosten met een maximum van € 2 miljoen per aanvraag. Bij de aanschaf van vervoermiddelen bedraagt de maximale subsidie 80% van de kosten met een maximum van € 4 miljoen per aanvraag. Deze subsidie verschilt per voertuig en bedraagt voor een voertuig maximaal € 300.000. Het  totale beschikbare budget voor SWIM bedraagt voor 2024 € 22 miljoen.

Let op! Wordt uw subsidieaanvraag goedgekeurd, dan ontvangt u een voorschot van 50%.

Voorwaarden

Zowel voor de tankstations als voor de voertuigen gelden tal van voorwaarden. Zo moet een tankstation onder andere vanuit twee rijrichtingen toegankelijk zijn voor zwaar wegverkeer en moet er elektronisch betaald kunnen worden. Voor voertuigen geldt de voorwaarde dat ze voorzien moeten zijn van een brandstofcel of, in bepaalde gevallen, voorzien zijn van een waterstofverbrandingsmotor.

Tip! Ook als u een voertuig laat aanpassen zodat rijden op waterstof mogelijk is, kunt u voor de SWIM in aanmerking komen.

Aanvragen SWIM

U kunt de SWIM aanvragen tot 6 september 2024 12.00 uur bij RVO.nl. U heeft hiervoor eHerkenning op minimaal niveau 3 nodig.

Aftrek kosten thuiswerken ook voor zzp’er?

By nieuws

Werkgevers kunnen hun thuiswerkend personeel voor kosten die hiermee samenhangen sinds 2022 een onbelaste vergoeding geven. In 2024 is dit € 2,35 per dag. Mocht een zzp’er voor het jaar 2018 ook al een bedrag aan thuiswerkkosten in aftrek van de winst brengen?

Kosten thuiswerken

Portemonnee

De kosten van thuiswerken zijn destijds berekend door het Nibud. De kosten betreffen onder meer die van verwarming, koffie en toiletbezoek. De gericht vrijgestelde kostenvergoeding in de loonbelasting wordt jaarlijks geïndexeerd.

Ook voor zzp’er?

In zaak bij het gerechtshof in Amsterdam stond de vraag centraal of een zzp’er in 2018 een bedrag van € 1.000 ten laste van de winst mocht brengen. De zzp’er deed een beroep op het gelijkheidsbeginsel. De ondernemer was van mening dat er sprake was van rechtsongelijkheid, nu er alleen voor werknemers een tegemoetkoming in de thuiswerkkosten bestond.

Let op! Een zelfstandig ondernemer kan onder voorwaarden alleen de kosten van een werkkamer in aftrek brengen, als deze een zelfstandig deel van de woning vormt.

Nog niet in 2018

Het gerechtshof kwam aan de beantwoording van het vraagstuk van schending van het gelijkheidsbeginsel niet toe. De zaak had namelijk betrekking op het jaar 2018 en toen bestond er nog geen belastingvrije vergoeding voor thuiswerkende werknemers. Om die reden kon er in 2018 in ieder geval nog geen sprake zijn van schending van het gelijkheidsbeginsel. De zzp’er mocht het bedrag van € 1.000 niet in aftrek brengen en de Belastingdienst werd dan ook in het gelijk gesteld.

Let op! Het gerechtshof deed alleen een uitspraak voor het jaar 2018. Op de vraag of vanaf het jaar 2022 wel sprake zou kunnen zijn van schending van het gelijkheidsbeginsel heeft het gerechtshof niet direct antwoord gegeven.

Rechter verruimt NOW-regeling voor startende horecaonderneming

By nieuws

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft in een uitspraak bepaald dat starters eerder recht hadden op de NOW dan tot nu toe volgens de wet werd bepaald. De CRvB is van mening dat starters ten onrechte geen recht hebben gehad op NOW als ze op of na 2 februari 2020 met hun onderneming zijn gestart.

NOW

De Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) was een financiële tegemoetkoming voor ondernemers die tijdens de coronacrisis te maken kregen met een aanzienlijk omzetverlies. De NOW vergoedde een deel van de loonkosten, waarbij dit deel toenam naarmate het omzetverlies groter was.

Referentieperiode

De NOW vergoedde de loonkosten vanaf maart 2020. De NOW kende tal van voorwaarden. Voor de NOW 3, waarover deze zaak handelde, was een van de voorwaarden dat de onderneming vóór 2 februari 2020 moest zijn gestart om voor de NOW in aanmerking te komen. Het verlies aan omzet werd bepaald door de actuele omzet te vergelijken met een periode vóór de coronacrisis. Deze referentieperiode was normaal gesproken de omzet in 2019.

Uitzondering voor starters

Starters werden in eerste instantie echter uitgezonderd voor de NOW. Pas later in 2020 werd de regeling ook voor hen opengesteld. Daarbij was echter wel bepaald dat de eerste referentieomzet de omzet was vanaf de eerste volle kalendermaand tot en met 29 februari 2020. Dit hield dus in dat starters pas later gebruik konden maken van de NOW dan andere ondernemers.

In de behandelde zaak was een onderneming een horecagelegenheid gestart waarmee men vanaf 5 mei 2020 omzet genereerde. Dit betekende dat de omzet in de referentieperiode, in 2019 dus, nihil was geweest en er dus geen sprake was van een omzetdaling. Daardoor kwam de ondernemer niet in aanmerking voor de NOW. In deze zaak ging het om de NOW over het derde kwartaal van 2020 en het eerste kwartaal van 2021.

CRvB vindt reparatie te laat

De CRvB, de rechterlijke instantie die onder andere beslist inzake ingesteld hoger beroep in NOW-geschillen, stelt in de uitspraak vast, dat er pas vanaf de subsidieperiode november en december 2021 voor starters een regeling is getroffen. Volgens de CRvB hebben starters hierdoor ten onrechte langere tijd geen recht op NOW gehad. De CRvB acht dit onjuist en draagt de minister op deze zaak opnieuw te beoordelen en daarbij uit te gaan van het standpunt van de CRvB in deze zaak.

Is periodieke gift van bestuurder ANBI aftrekbaar?

By nieuws

Een periodieke gift aan een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) kan onder voorwaarden aftrekbaar zijn in de inkomstenbelasting. Maar geldt dat ook als het een gift betreft van één van de bestuursleden van de ANBI?

De Belastingdienst heeft aangegeven onder welke voorwaarden dit het geval is als er sprake is van aanvullende gronden voor beëindiging van de gift.

Periodieke gift

Geld

Voor een periodieke gift is onder meer vereist dat deze ten minste gedurende vijf jaar wordt gedaan. Ook moet de gift ieder jaar vast en gelijkmatig zijn en uiterlijk eindigen bij overlijden. Verder moet de gift notarieel of via een onderhandse akte zijn vastgelegd.

Aanvullende gronden voor beëindiging gift

De Belastingdienst gaat in een casus in op de vraag of aanvullende beëindigingsgronden voor de gift de aftrek ervan in de weg kunnen staan. Concreet gaat het om de vraag of het beëindigen van de gift bij faillissement van de ANBI of het verliezen van de ANBI-status de aftrek beïnvloedt.

Wezenlijke onzekerheid over looptijd

Voor een periodieke gift is vereist dat er wezenlijke onzekerheid over de looptijd van de gift bestaat. Dit moet worden getoetst op het moment van aangaan van de schenking. Bij een periodieke gift door een bestuurder is het van belang of de bestuurder invloed heeft op de looptijd van de periodieke gift.

Geen invloed schenker

Wettelijk is bepaald dat in de notariële of onderhandse akte van schenking kan worden opgenomen dat de periodieke gift wordt beëindigd als de ANBI-status verloren gaat, de ANBI failliet gaat of als de schenker arbeidsongeschiktheid of werkloos raakt. Ook is wettelijk bepaald dat de schenker op het ontstaan van deze beëindigingsgronden niet of nauwelijks invloed mag hebben.

Of een bestuurder invloed heeft op het verlies van de ANBI-status of het faillissement van de ANBI, zal van de feiten en omstandigheden afhangen. Als dit het geval is, dan kan dit betekenen dat de periodieke gift niet aftrekbaar is. Maar die aftrekbaarheid is dus niet zonder meer uitgesloten vanwege het feit dat de periodieke gift door een bestuurder wordt gedaan.

Let op! Als een beëindigingsgrond zich voordoet, geldt een eventuele niet-aftrekbaarheid in beginsel alleen voor de periodieke giften die nog niet zijn uitgekeerd. Dit kan anders zijn als duidelijk is dat de bestuurder bij het aangaan van de schenkingsovereenkomst invloed zou gaan uitoefenen op de looptijd van de periodieke gift.

Toeristenbelasting bij huur standplaats vakantiehuisje?

By nieuws

Gemeentes kunnen toeristenbelasting heffen als personen binnen een gemeente verblijven, terwijl ze hier niet staan ingeschreven. Hoe zit dat als je voor je eigen vakantiehuisje huur betaalt voor een standplaats? Moet je dan zelf de toeristenbelasting betalen? De spelregels in de verordening zijn dan belangrijk.

Verordening

Euro

Als een gemeente toeristenbelasting wil heffen, moet dit zijn vastgesteld in een verordening. Een gemeente kan in een verordening zelf de regels voor de te heffen toeristenbelasting vastleggen, zoals het tarief. Een gemeente kan daarbij bijvoorbeeld kiezen voor een vast bedrag per overnachting, maar ook een percentage van de prijs is een mogelijkheid. Vaak maakt een gemeente gebruik van een Modelverordening van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). 

Huur standplaats

Onlangs kwam bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant de vraag aan de orde wanneer toeristenbelasting geheven kan worden bij eigen gebruik van een strandhuisje. In deze zaak kreeg de eigenaar van een strandhuisje een aanslag toeristenbelasting voor het gebruik dat hij zelf gedurende 140 dagen van het strandhuisje gemaakt had. 

De man betaalde echter voor de standplaats jaarlijks huur aan een stichting. De gemeente merkte dit aan als ‘vergoeding’ voor het verblijf, wat volgens de gemeente betekende dat er toeristenbelasting geheven kon worden. 

Wie biedt gelegenheid tot houden van verblijf?

Volgens de verordening van de gemeente was degene die gelegenheid biedt tot het houden van verblijf belastingplichtig. Degene die verblijf houdt, was volgens de verordening alleen dan belastingplichtig als er niemand is die gelegenheid biedt tot het houden van verblijf. 

Stichting is belastingplichtig

Nu de eigenaar van het strandhuisje huur betaalde aan een stichting, was volgens de rechtbank hij niet zelf, maar de stichting de belastingplichtige. De aanslag voor de eigenaar kwam dan ook te vervallen.

Is door werkgever te betalen immateriële schadevergoeding belast loon?

By nieuws

Als u ten opzichte van uw werknemers uw verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, kan het gevolg zijn dat u een schadevergoeding moet betalen. De vraag is of een dergelijke schadevergoeding belast is als loon?

Re-integratieplicht werkgever

Juridisch

In een zaak bij de rechtbank in Den Haag ging het om een werknemer die voor 80% arbeidsongeschikt was geraakt en als gevolg hiervan zijn dienstbetrekking verloor. De man stapte naar de rechter, omdat hij van mening was dat zijn werkgever ernstig tekort was geschoten ten aanzien van zijn re-integratieverplichtingen en eiste hiervoor een schadevergoeding.

Werknemer eist schadevergoeding

De rechter ging hierin mee en kende een schadevergoeding toe van € 50.000. Hiervan werd € 25.000 toegekend vanwege het gederfde inkomensverlies dat de man geleden had. De andere € 25.000 bestond uit immateriële schadevergoeding en vond zijn oorzaak in het leed dat de werknemer was aangedaan doordat de werkgever zijn re-integratieplichten vergaand had verzuimd.

Schadevergoeding belast of niet?

De werkgever had vervolgens over de gehele schadevergoeding loonheffing ingehouden. De werknemer was het hier niet mee eens en stapte andermaal naar de rechter. Die stelde dat als uitgangspunt geldt dat als loon belast wordt: ‘al hetgeen uit een dienstbetrekking wordt genoten’.

De rechter stelde echter ook vast dat de schadevergoeding die was toegekend als compensatie voor het toegebrachte leed, de immateriële schadevergoeding, niet als loon uit dienstbetrekking moest worden gezien. De conclusie was dan ook dat dit deel onbelast bleef. Per saldo was dus slechts de helft van de schadevergoeding belast.