Category

nieuws

Verblijf Oekraïense vluchtelingen verlengd en nieuwe voorwaarde

By nieuws

Richtlijn tijdelijke bescherming

Oekraïense vluchtelingen kunnen door de Richtlijn Tijdelijke Bescherming in de Europese Unie (EU) verblijven zonder asiel aan te vragen. Zij hebben recht op opvang en medische zorg en mogen werken. De periode waarin dat kan is verlengd tot en met 4 maart 2028. 

Let op! Niet elke vluchteling uit de Oekraïne valt (nog) onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming in Nederland. Kijk op de website van de IND wie wel en niet onder de Richtlijn valt.

Nieuwe voorwaarde

De Raad van EU heeft ook een nieuwe voorwaarde aan de tijdelijke bescherming verbonden. Iedere nieuwe aanvrager moet aantonen dat hij/zij aan de militaire verplichtingen in Oekraïne heeft voldaan of een vrijstelling daarvoor heeft.

Let op! Oekraïense vluchtelingen die al onder de Richtlijn vielen, hoeven niet te voldoen aan deze nieuwe voorwaarde.

Tot €1.250 subsidie voor jouw cyberweerbaarheid

By nieuws

Wat houdt de subsidie in?

Via Mijn Cyberweerbare Zaak is er in 2026 opnieuw €1 miljoen beschikbaar voor ondernemers die hun cyberweerbaarheid willen vergroten. De subsidie vergoedt 50% van de kosten voor de aanschaf of implementatie van een of meerdere cyberweerbaarheidsmaatregelen, met een maximum van €1.250 per aanvrager. 

Let op! Het budget wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst, dus op is op, ook als dat eerder is dan de sluitingsdatum van 30 november.

 

Voor wie?

De subsidie is bedoeld voor zzp’ers en mkb-bedrijven met maximaal 50 medewerkers en een jaaromzet van maximaal €10 miljoen.

Waarvoor kan je de subsidie inzetten?

  • De subsidie geldt voor acht categorieën maatregelen:
  • veilige netwerktoegang of wifi,
  • een wachtwoordmanager,
  • tweefactorauthenticatie (2FA) of multifactorauthenticatie (MFA),
  • Patch-management, oftewel tools of diensten voor het automatisch controleren en uitvoeren van beveiligingsupdates,
  • antivirussoftware,
  • het instellen en testen van back-ups,
  • een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E), en
  • een cyber awareness training voor je medewerkers.

 

Tip! Twijfel je waar je moet beginnen? Doorloop eerst de gratis CyberVeilig Check. Je krijgt dan een persoonlijke actielijst met verbeterpunten, die je meteen kunt gebruiken bij je subsidieaanvraag.

Let op!Niet alles komt in aanmerking. Certificeringskosten kunnen niet worden vergoed vanuit de subsidie. Maatregelen voor websites, webshops, online platformen, betaalsystemen en cloudwerkplekken vallen ook niet onder deze regeling.

 

Hoe vraag je de subsidie aan?

De aanvraag verloopt in drie stappen. Eerst doorloop je de CyberVeilig Check en download je je actielijst. Daarna schaf je de maatregelen aan die op je actielijst staan en die in aanmerking komen voor subsidie, en bewaar je de facturen en betaalbewijzen. Tot slot dien je je aanvraag in bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), inclusief je actielijst, factuur en betaalbewijs. Let erop dat je maar één aanvraag per bedrijf kunt doen, dus verzamel al je facturen voordat je een aanvraag indient.

Tip! Je hoeft niet alle maatregelen uit je actielijst al te hebben doorgevoerd om in aanmerking te komen.

Let op!Heb je al eerder subsidie gekregen voor een bepaalde maatregel, dan kun je daar niet nogmaals subsidie voor aanvragen. Je komt ook niet in aanmerking voor de subsidie als je zelf cyberweerbaarheidsmaatregelen aan anderen levert.

Wil je weten welke maatregelen voor jouw bedrijf het meeste opleveren, of hulp bij het aanvragen van de subsidie? Neem contact met ons op, we denken graag met je mee.

 

 

Heeft een buitenlands belastingplichtigen recht op volledige ondernemersaftrek?

By nieuws

Ondernemersaftrek

De ondernemersaftrek bestaat uit de zelfstandigenaftrek, de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, de meewerkaftrek, de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid en de stakingsaftrek. Genoemde aftrekken mogen op de winst uit onderneming in de inkomstenbelasting in mindering worden gebracht. 

Buitenlands belastingplichtigen

Buitenlands belastingplichtigen worden in Nederland belast voor zover ze Nederlands inkomen genieten. Nederlands inkomen is onder meer de winst die behaald is met een vaste inrichting van de buitenlandse ondernemer in Nederland. De vraag is of de ondernemersaftrek volledig in mindering mag worden gebracht op de winst van deze vaste inrichting of dat een andere toerekening plaats moet vinden?

Wereldwinst is uitgangspunt

Voor het in Nederland te belasten deel van de winst van de buitenlandse ondernemer moet naar de letter van de wet eerst de wereldwinst worden bepaald, ofwel de gehele winst van de buitenlandse ondernemer inclusief de buiten Nederland behaalde winst. De Belastingdienst antwoordt dat op deze wereldwinst de ondernemingsaftrek en mkb-winstvrijstelling volledig in mindering wordt gebracht. De in Nederland belastbare winst is het deel van de wereldwinst na aftrek van de ondernemersaftrek en de mkb-winstvrijstelling, dat valt toe te rekenen aan de Nederlandse vaste inrichting.

De ondernemersaftrek komt dus niet volledig in mindering op de winst van de vaste inrichting, maar naar evenredigheid van de winstverhouding Nederlandse winst versus totale wereldwinst.

Ook mkb-winstvrijstelling

De Belastingdienst geeft aan dat welk deel van de mkb-winstvrijstelling ten laste van de in Nederland te belasten winst kan worden gebracht op dezelfde manier moet worden bepaald als bij de ondernemersaftrek.

Let op! Dat de ondernemersaftrek en de mkb-winstvrijstelling op bovenomschreven manier dienen te worden bepaald, vloeit volgens de Belastingdienst ook voort uit een arrest van de Hoge Raad uit 2010.

Kan een schoonheidsspecialiste de medische btw-vrijstelling toepassen?

By nieuws

Behandelingen

Aan de Belastingdienst is gevraagd of een schoonheidsspecialiste op de volgende behandelingen de medische btw-vrijstelling kan toepassen:

  1. Het ontharen met laserapparatuur of IPL bij hirsutisme (= overmatige haargroei bij vrouwen volgens een mannelijk beharingspatroon).
  2. Het behandelen van acné.
  3. Camouflagebehandeling/permanente make-up.

De Belastingdienst heeft geantwoord dat deze behandelingen in principe niet onder de medische btw-vrijstelling vallen. Alleen onder strikte voorwaarden kan een schoonheidsspecialiste hier toch de btw-vrijstelling toepassen.

Therapeutisch doel

Voor de medische btw-vrijstelling moet allereerst het therapeutische doel van de behandeling aantoonbaar vaststaan. De behandeling mag dus niet alleen een cosmetisch doel hebben, maar moet aantoonbaar therapeutisch van aard zijn.

Het is onvoldoende dat bijvoorbeeld een aandoening als hirsutisme een psychosociale impact kan hebben of dat acné kan leiden tot chronische en/of terugkerende ontstekingen en infecties. Het therapeutische doel moet objectief aangetoond worden aan de hand van een medische diagnose.

Let op! De schoonheidsspecialiste mag dit therapeutische doel niet zelf vaststellen, maar dit moet blijken uit bijvoorbeeld een diagnose door een BIG-geregistreerde medicus. De diagnose moet de schoonheidsspecialiste in de administratie vastleggen.

Tip! De Belastingdienst heeft aangegeven dat het therapeutische doel kan worden aangenomen als een tepel en tepelhof met permanente make-up worden gereconstrueerd na een borstverwijdering.

Kwaliteitsniveau vergelijkbaar met BIG-medicus

Als het therapeutische doel aantoonbaar vaststaat, is de medische btw-vrijstelling alleen van toepassing als de behandeling van de schoonheidsspecialiste qua kwaliteitsniveau vergelijkbaar is met een BIG-geregistreerde medicus.

De schoonheidsspecialiste moet daarvoor aantonen dat hij/zij minimaal beschikt over een afgeronde gezondheidskundige beroepsopleiding gecombineerd met relevante kennis en ervaring.

Let op! Voornoemde behandelingen zouden vergelijkbaar kunnen zijn met de behandelingen van een Wet-BIG huidtherapeut.

De Belastingdienst zal van geval tot geval beoordelen of sprake is van een gelijkwaardig kwaliteitsniveau. Van belang daarbij zijn de diploma’s en certificaten en het aantal jaren kennis en ervaring van de schoonheidsspecialiste.

Verhuurpanden in box 3 of box 1?

By nieuws

Box 3 of box 1: normaal of meer dan normaal vermogensbeheer

Een pand in privé-eigendom valt in principe in box 3. Voorwaarde is wel dat met betrekking tot het pand sprake is van normaal vermogensbeheer. Is sprake van meer dan normaal vermogensbeheer, dan valt het pand in box 1. Daar wordt het dan belast als winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden.

Geen harde grens

Rechtbank Den Haag gaf aan dat er geen harde grens is tussen box 3 en box 1. Het is afhankelijk van de feiten en omstandigheden of de activiteiten of werkzaamheden dusdanig zijn dat de grens van normaal vermogensbeheer wordt overschreden. De rechtbank stelde dat deze beoordeling in principe per pand moet plaatsvinden. Voor de vraag of vervolgens sprake is van winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden zal daarna een beoordeling van alle activiteiten voor alle panden in box 1 moeten plaatsvinden.

Beoordeling per pand

In de casus die voorlag bij de rechtbank, oordeelde de rechtbank dat de Belastingdienst voor vier panden aannemelijk had gemaakt dat sprake was van meer dan normaal vermogensbeheer. De werkzaamheden voor deze panden bestonden uit veel meer dan bijvoorbeeld het verbouwen van een keuken of een badkamer. Deze werkzaamheden kwalificeerden volgens de rechtbank als projectontwikkeling die naar aard en omvang de grens van normaal vermogensbeheer overschreed. Het ging daarbij om:

  • een voormalig woonhuis met garage dat na aanvragen en verkrijgen van benodigde vergunningen was omgebouwd tot drie appartementen met bergingen;
  • een pand met bedrijfsruimte op de begane grond en een bovenwoning op de eerste en tweede verdieping dat na aanvragen en verkrijgen van benodigde vergunningen was omgebouwd tot twee woningen;
  • een kantoorgebouw dat na aanvragen en verkrijgen van de benodigde vergunningen was omgebouwd tot drie winkels/bedrijfsruimten en elf appartementen;
  • een winkel/woonhuis waarin overeenkomstig de daartoe verleende vergunningen onder meer constructieve doorbraken en een aanbouw waren gerealiseerd.

Deze panden vielen volgens de rechtbank in box 1, voor de andere panden gold dat niet. Die werden belast in box 3.

De rechtbank volgde het standpunt van de belanghebbende dat als de panden in box 1 vielen, er sprake was van winst uit onderneming en niet van resultaat uit overige werkzaamheden. De rechtbank volgde dit standpunt omdat dit voor de belanghebbende gunstiger was in verband met de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling.

Let op! Zoals de rechtbank al aangaf, is er geen harde grens tussen box 3 en box 1 en is een en ander afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Overleg over je eigen panden daarom met onze adviseurs.

Wat is er fiscaal te verwachten op Prinsjesdag 2026?

By nieuws

Verhoging eerste schijf vrije ruimte WKR of afschaffing?

Eind 2024 is al in de wet opgenomen dat de eerste schijf in de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR) per 1 januari 2027 omhooggaat van 2 naar 2,16%. SEO Economisch Onderzoek (SEO) heeft, na een evaluatie van de WKR over de jaren 2019-2024, echter aanbevolen om de eerste schijf in de vrije ruimte helemaal af te schaffen. Op Prinsjesdag 2026 wordt waarschijnlijk duidelijk of het kabinet deze aanbeveling overneemt.

Andere aanpassingen WKR

Ook wordt dan duidelijk of het kabinet de volgende aanbevelingen van SEO overneemt:

  • het mogelijk maken van samenloop van de onbelaste thuiswerkvergoeding en reiskostenvergoeding op één dag;
  • de verhoging van de 80%-eindheffing die verschuldigd is bij overschrijding van de vrije ruimte;
  • het afschaffen van de diensttijdvrijstelling van een maandloon bij een werkjubileum van 25 of 40 jaar;
  • de introductie van een gerichte vrijstelling voor de premie van een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering;
  • het wettelijk vastleggen en indexeren van de doelmatigheidsgrens van € 2.400.

De verwachting is dat in ieder geval de gerichte vrijstelling voor kortingen en vergoedingen voor producten uit eigen bedrijf wordt afgeschaft.

Aanpassingen expatregeling

Het vergoedingspercentage in de expatregeling (voorheen: 30%-regeling) gaat per 1 januari 2027 omlaag van 30 naar 27%. Tegelijkertijd gaan er ook hogere salarisnormen gelden. Deze aanpassingen zijn al eerder in de wet opgenomen. Het kabinet heeft aangegeven niet van plan te zijn de expatregeling nog verder te versoberen.

Verhoging belastingvrij bedrag reiskosten

Al eerder bekendgemaakt – en ook al in werking getreden met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 –, is de verhoging van het belastingvrije bedrag voor reiskosten van € 0,23 naar € 0,25. Deze verhoging geldt voor de onbelaste reiskostenvergoeding die een werkgever aan zijn werknemer geeft, en voor de aftrekbare zakelijke reiskosten van een ondernemer of resultaatgenieter in de inkomstenbelasting. Je mag vanaf de aangifte IB 2026 ook rekening houden met dit hogere bedrag bij het berekenen van de aftrekbare ziektekosten.

Let op!De verhoging naar € 0,25 is nu nog in een besluit opgenomen, maar wordt in het belastingpakket van Prinsjesdag 2026 ook in de wet opgenomen.

Pseudo-eindheffing fossiele personenauto

Een werkgever die een personenauto aan een werknemer ter beschikking stelt, ofwel een auto van de zaak, moet vanaf 2027 een pseudo-eindheffing aan de Belastingdienst betalen van 12% over de cataloguswaarde van de personenauto, inclusief btw en bpm. Dit voorstel is vorig jaar al aangenomen, maar op Prinsjesdag 2026 worden aanpassingen verwacht, zoals een uitzondering op de pseudo-eindheffing voor vervangende auto’s bij schade, reparatie en onderhoud, en een uitzondering op de heffing voor lesauto’s.

Youngtimerregeling

Het kabinet denkt erover om de leeftijdsgrens in de youngtimerregeling niet ineens per 1 januari 2027 te verhogen van 16 naar 25 jaar. Een auto van de zaak die onder de youngtimerregeling valt, kent een bijtelling van 35% van de waarde in het economisch verkeer in plaats van de reguliere bijtelling die geldt voor jongere auto’s. Het kabinet denkt nog na over een ander afbouwpad in plaats van de verhoging naar 25 jaar per 1 januari 2027.

Greentimerregeling

Het kabinet heeft de gedachte om een nieuwe bijtellingskorting te introduceren voor elektrische auto’s tussen de vijf en acht jaar oud. Deze regeling zou de naam Greentimerregeling moeten krijgen.

Fiscale regeling aandelenopties bij start-ups en scale-ups

Er ligt een plan om een belastingkorting in de loonbelasting te introduceren voor voordelen uit aandelenopties voor werknemers van start-ups en scale-ups. De belastingkorting wordt vormgegeven door de grondslag van de voordelen uit aandelenopties te beperken tot 65%, zodat over een lager voordeel belasting wordt geheven. Het effectieve loonheffingentarief wordt dan afgerond 32%, waarmee het ongeveer gelijk is aan de belastingheffing over aandelenopties in box 2.

Het kabinet heeft eerder aangegeven het wetsvoorstel hiervoor in september 2026 aan de Tweede Kamer te willen aanbieden. Het streven is om de lagere loonheffing op aandelenopties per 1 januari 2027 in werking te laten treden.

Ondernemersaftrek

Wat betreft aftrekmogelijkheden voor ondernemers worden de volgende wijzigingen in het belastingpakket verwacht:

  • verhoging van het aftrekpercentage van de energie-investeringsaftrek (EIA) van 40 naar 45,5% per 2027;
  • verlaging van de stakingsaftrek en meewerkaftrek met 75% per 1 januari 2027 en afschaffing hiervan per 1 januari 2030;
  • verlaging van de startersaftrek per 1 januari 2027 en afschaffing van deze aftrek per 1 januari 2028.

Particulieren

Voor de particulier wordt waarschijnlijk de aftrek van specifieke zorgkosten afgeschaft per 1 januari 2028. Verder worden op Prinsjesdag diverse aanpassingen op het nog bij de Eerste Kamer in behandeling zijnde wetsvoorstel Werkelijk rendement box 3 verwacht. Hiervoor liggen verschillende opties, waarover het kabinet in augustus nog een besluit neemt.

Overdrachtsbelasting

Waarschijnlijk gaat het algemene woningtarief in de overdrachtsbelasting omlaag van 8 naar 7% per 1 januari 2027. Dit tarief geldt voor de verkrijging van woningen die de verkrijger niet zelf als hoofdverblijf gaat gebruiken.

Voor overdrachten van woningen tussen woningcorporaties binnen de sociale huisvestingstaak komt er waarschijnlijk een vrijstelling overdrachtsbelasting.

Btw

Het plan om per 1 januari 2028 het btw-tarief op sierteeltproducten te verhogen van 9 naar 21% btw wordt ook in de belastingpakketten op Prinsjesdag 2026 verwacht.

What tax changes can we expect on Prinsjesdag 2026?

By nieuws

Increase in the first bracket of the WKR discretionary allowance or its abolition?

Legislation passed at the end of 2024 already stipulates that the first bracket of the WKR’s discretionary allowance will rise from 2% to 2.16% with effect from 1 January 2027. However, following an evaluation of the WKR covering the years 2019–2024, SEO Economic Research (SEO) has recommended that the first bracket of the discretionary allowance should be abolished altogether. It is likely to become clear on Prinsjesdag 2026 whether the government will adopt this recommendation.

Other changes to the WKR

It will also become clear then whether the government will adopt the following recommendations from SEO:

  • allowing the tax-free home-working allowance and travel allowance to be claimed on the same day;
  • increasing the 80% final levy payable when the tax-free allowance is exceeded;
  • abolishing the service-time exemption of one month’s salary on the occasion of a 25- or 40-year service anniversary;
  • introducing a targeted exemption for directors’ and officers’ liability insurance premiums;
  • the statutory establishment and indexation of the efficiency threshold of €2,400.

It is expected that, at the very least, the targeted exemption for discounts and allowances on products from the company’s own business will be abolished.

Changes to the expat scheme

The reimbursement rate under the expat scheme (formerly the 30% scheme) will be reduced from 30% to 27% with effect from 1 January 2027. At the same time, higher salary thresholds will also apply. These changes have already been incorporated into the legislation. The government has indicated that it does not intend to make the expat scheme any more restrictive.

Increase in the tax-free allowance for travel expenses

As previously announced – and having already come into force with retroactive effect from 1 January 2026 – the tax-free allowance for travel expenses has been increased from €0.23 to €0.25. This increase applies to the tax-free travel allowance that an employer pays to their employee, and to the deductible business travel expenses of a self-employed person or a person receiving income from a business for income tax purposes. From the 2026 income tax return onwards, you may also take this higher amount into account when calculating deductible medical expenses.

Please note! The increase to €0.25 is currently set out in a decree, but will also be incorporated into law as part of the 2026 Prinsjesdag tax package.

Pseudo-final levy on fossil-fuelled passenger cars

From 2027, an employer who makes a passenger car available to an employee – i.e. a company car – will be required to pay a 12% pseudo-final levy to the Tax and Customs Administration on the list price of the passenger car, including VAT and BPM. This proposal was already adopted last year, but amendments are expected on Prinsjesdag 2026, such as an exemption from the pseudo-final levy for replacement cars in the event of damage, repairs and maintenance, and an exemption from the levy for driving school cars.

Youngtimer scheme

The government is considering not raising the age limit under the youngtimer scheme from 16 to 25 years in one go on 1 January 2027. A company car covered by the youngtimer scheme is subject to an additional tax liability of 35 per cent of its market value, rather than the standard additional tax liability that applies to newer cars. The government is considering an alternative phasing-out approach instead of the increase to 25 years with effect from 1 January 2027.

Greentimer scheme

The government is considering introducing a new tax relief scheme for electric cars between five and eight years old. This scheme is expected to be named the ‘Greentimer’ scheme.

Tax scheme for share options at start-ups and scale-ups

There is a plan to introduce a tax relief on payroll tax for benefits arising from share options for employees of start-ups and scale-ups. The tax relief will take the form of limiting the tax base for benefits from share options to 65 per cent, so that tax is levied on a lower benefit amount. The effective payroll tax rate will then be approximately 32 per cent, which is roughly equivalent to the tax rate on share options in box 2.

The government has previously indicated its intention to present the relevant bill to the House of Representatives in September 2026. The aim is for the reduced payroll tax on share options to come into force on 1 January 2027.

Entrepreneur’s allowance

With regard to tax relief options for entrepreneurs, the following changes are expected in the tax package:

  • an increase in the energy investment allowance (EIA) rate from 40% to 45.5% from 2027;
  • a reduction in the cessation allowance and the co-worker allowance by 75 per cent with effect from 1 January 2027, and their abolition with effect from 1 January 2030;
  • a reduction in the start-up allowance from 1 January 2027 and its abolition from 1 January 2028.

Private individuals

For private individuals, the deduction for specific healthcare costs is likely to be abolished with effect from 1 January 2028. Furthermore, on Prinsjesdag, various amendments are expected to the ‘Actual return on investment in Box 3’ bill, which is still under consideration by the Senate. There are several options for this, on which the government will take a decision in August.

Transfer tax

The general residential rate for transfer tax is likely to be reduced from 8% to 7% with effect from 1 January 2027. This rate applies to the acquisition of residential properties which the purchaser does not intend to use as their main residence.

For transfers of residential properties between housing associations within the social housing sector, there is likely to be an exemption from transfer tax.

VAT

The plan to increase the VAT rate on floricultural products from 9% to 21% with effect from 1 January 2028 is also expected to feature in the tax packages announced on Prinsjesdag 2026.

Onbelast arbobudget voor thuiswerkplek werknemer

By nieuws

Gerichte vrijstelling arbovoorzieningen

Voor het onbelast vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen van een arbovoorziening aan een werknemer bestaat een gerichte vrijstelling. Als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden, kan dit onbelast zonder dat je vrije ruimte in de werkkostenregeling (wkr) wordt aangetast:

  1. De voorziening wordt (geheel of gedeeltelijk) ge- of verbruikt op de werkplek. Dit kan een werkplek op kantoor zijn maar ook een werkplek thuis.
  2. De voorziening is aangewezen in de wkr en voldoet aan de gebruikelijkheidstoets.
  3. De voorziening hangt direct samen met de arboverplichtingen van de werkgever.
  4. De kosten van de voorziening worden geheel door de werkgever gedragen. De kosten mogen niet ten laste van de werknemer komen.

Budget arbovoorzieningen

Een werkgever heeft aan de Belastingdienst gevraag of hij aan zijn werknemers onbelast een budget van € 500 mag geven voor de aanschaf van arbovoorzieningen voor de thuiswerkplek. De kosten van deze arbovoorzieningen mag de werknemer op declaratiebasis bij de werkgever indienen. De werknemer toont dus aan wat hij aanschaft ten laste van het budget van € 500.

De Belastingdienst heeft geantwoord dat de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen van toepassing is als:

  • de door de werknemer gekochte voorziening volgt uit de arboverplichtingen van de werkgever, én
  • de vergoeding kostendekkend is.

Eigen bijdrage

De kosten van een arbovoorziening moeten geheel door de werkgever gedragen worden. De werknemer mag dus geen eigen bijdrage betalen. Betaalt de werknemer wel een eigen bijdrage dan is de gerichte vrijstelling niet van toepassing. Een uitzondering geldt voor een eigen bijdrage die een werknemer betaalt omdat hij voor een luxere arbovoorziening wil kiezen dan noodzakelijk is. In zo’n geval geldt de gerichte vrijstelling wel, ondanks de eigen bijdrage.

Kostendekkend?

Als de arbovoorzieningen die de werknemer declareert het budget van € 500 overschrijdt, kan het zijn dat de vergoeding voor een bepaalde arbovoorziening niet meer kostendekkend is. De werknemer betaalt dan als het ware een eigen bijdrage omdat hij niet de volledige kosten van de arbovoorziening vergoed krijgt. De gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen mag voor die voorziening dan niet worden toegepast.

Voorbeeld

Een werknemer schaft een bureaustoel (€ 300), een beeldscherm (€ 150) en een noise-cancelling koptelefoon (€ 100) aan. Deze voorzieningen voldoen aan alle voorwaarden. Alleen de vraag of de vergoeding kostendekkend en er geen eigen bijdrage betaald is, staat nog open. Hiervoor zijn drie scenario’s denkbaar:

  1. De werknemer declareert alle arbovoorzieningen in één keer. De totale declaratie is € 550, maar het budget is maar € 500. Er is dus sprake van een overschrijding van € 50 en dus van een eigen bijdrage van de werknemer van € 50. De werkgever mag zelf kiezen aan welke arbovoorziening hij deze eigen bijdrage toerekent. Dat zal in dit geval de noise-cancelling koptelefoon zijn, omdat die het minste kost. Voor deze arbovoorziening geldt de gerichte vrijstelling niet.
  2. De werknemer declareert eerst de bureaustoel, op een later moment het beeldscherm en weer later de noise-cancelling koptelefoon. De vergoeding voor de noise-cancelling koptelefoon is dan niet gericht vrijgesteld omdat de koptelefoon € 100 kost en de vergoeding € 50 bedraagt. De werknemer betaalt dan dus een eigen bijdrage van € 50.
  3. Als de werkgever aannemelijk kan maken dat voor een bedrag van € 50 ook een noise-cancelling koptelefoon kan worden aangeschaft die voldoet aan de arbowet, is niet sprake van een eigen bijdrage. Het bedrag van € 50 is dan aan te merken als een bijdrage voor een duurdere voorziening dan nodig is. De gerichte vrijstelling kan dan wel worden toegepast.

Let op!De vraag of de voorziening direct samenhangt met de arboverplichtingen van de werkgever is niet voor elke voorziening meteen zonder meer duidelijk, maar afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Overleg hierover met onze adviseurs

Verhuur panden in box 3 of box 1?

By nieuws

Box 3 of box 1: normaal of meer dan normaal vermogensbeheer

Een pand in privé-eigendom valt in principe in box 3. Voorwaarde is wel dat met betrekking tot het pand sprake is van normaal vermogensbeheer. Is sprake van meer dan normaal vermogensbeheer, dan valt het pand in box 1. Daar wordt het dan belast als winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden.

Geen harde grens

Rechtbank Den Haag gaf aan dat er geen harde grens is tussen box 3 en box 1. Het is afhankelijk van de feiten en omstandigheden of de activiteiten of werkzaamheden dusdanig zijn dat de grens van normaal vermogensbeheer wordt overschreden. De rechtbank stelde dat deze beoordeling in principe per pand moet plaatsvinden. Voor de vraag of vervolgens sprake is van winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden zal daarna een beoordeling van alle activiteiten voor alle panden in box 1 moeten plaatsvinden.

Beoordeling per pand

In de casus die voorlag bij de rechtbank, oordeelde de rechtbank dat de Belastingdienst voor vier panden aannemelijk had gemaakt dat sprake was van meer dan normaal vermogensbeheer. De werkzaamheden voor deze panden bestonden uit veel meer dan bijvoorbeeld het verbouwen van een keuken of een badkamer. Deze werkzaamheden kwalificeerden volgens de rechtbank als projectontwikkeling die naar aard en omvang de grens van normaal vermogensbeheer overschreed. Het ging daarbij om:

  • een voormalig woonhuis met garage dat na aanvragen en verkrijgen van benodigde vergunningen was omgebouwd tot drie appartementen met bergingen;
  • een pand met bedrijfsruimte op de begane grond en een bovenwoning op de eerste en tweede verdieping dat na aanvragen en verkrijgen van benodigde vergunningen was omgebouwd tot twee woningen;
  • een kantoorgebouw dat na aanvragen en verkrijgen van de benodigde vergunningen was omgebouwd tot drie winkels/bedrijfsruimten en elf appartementen;
  • een winkel/woonhuis waarin overeenkomstig de daartoe verleende vergunningen onder meer constructieve doorbraken en een aanbouw waren gerealiseerd.

Deze panden vielen volgens de rechtbank in box 1, voor de andere panden gold dat niet. Die werden belast in box 3.

De rechtbank volgde het standpunt van de belanghebbende dat als de panden in box 1 vielen, er sprake was van winst uit onderneming en niet van resultaat uit overige werkzaamheden. De rechtbank volgde dit standpunt omdat dit voor de belanghebbende gunstiger was in verband met de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling.

Let op! Zoals de rechtbank al aangaf, is er geen harde grens tussen box 3 en box 1 en is een en ander afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Overleg over je eigen panden daarom met onze adviseurs.

Verbreding doelgroep banenafspraak en invoering loonkostensubsidie

By nieuws

Verbreding toegang arbeidsmarkt

Op 2 juli stuurden de ministers Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Aartsen van Werk en Participatie een Kamerbrief met de vooraankondiging van een wetswijziging. Het kabinet wil dat iedereen die daartoe in staat is mee gaat doen op de arbeidsmarkt. Om die reden wordt onder meer de doelgroep van de banenafspraak verbreed. Daarnaast gaat de loonkostensubsidie (LKS) het leidende, rijksbrede instrument worden om de verminderde loonwaarde van een werknemer te compenseren.

Verbreding doelgroep banenafspraak

Op 20 februari 2024 is het principebesluit genomen dat de doelgroep van de banenafspraak wordt uitgebreid met personen met een WIA- of een WW-uitkering die niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen. Dit betekent dat deze personen straks ook gebruik kunnen maken van de instrumenten van de banenafspraak: no-riskpolis, een loonkostenvoordeel (LKV) banenafspraak en straks ook de loonkostensubsidie (LKS). Er komt een wetsvoorstel waarin deze personen aan de doelgroep van de banenafspraak worden toegevoegd.

Loonkostensubsidie

Voor de WW en de WIA wordt de LKS beschikbaar gesteld. Dit geeft het UWV een instrument om de verminderde loonwaarde van werknemers te compenseren voor werkgevers. Bij de LKS gaat het om een financiële regeling voor werkgevers die mensen met een arbeidsbeperking of afstand tot de arbeidsmarkt in dienst nemen.

De LKS compenseert het verschil tussen het wettelijk minimumloon en de lagere arbeidsproductiviteit (loonwaarde) van de werknemer. De werkgever betaalt op deze manier alleen voor de werkelijke productiviteit. Hiermee wordt hij gestimuleerd om iemand met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen en houden. 

Wajong

In de Wajong wordt de loondispensatie vervangen door de LKS. Loondispensatie houdt in dat aan een werkgever toestemming wordt verleend om een Wajong-gerechtigde een loon uit te betalen dat lager ligt dat het wettelijk minimumloon. Dit maakt de regels voor werkgevers eenvoudiger en herkenbaarder. 

Let op! Er komt overgangsrecht dat inhoudt dat de LKS pas wordt ingezet als de beschikking loondispensatie afloopt. Het UWV verstrekt op dit moment maximaal vijf jaar loondispensatie. Hierdoor kan het overgangsrecht maximaal vijf jaar doorlopen.

Loonwaardemeting

Als de LKS wordt ingevoerd, wordt ook de loondispensatie in de Wajong vervangen door de LKS. De hoogte van de LKS wordt bepaald aan de hand van de loonwaarde van de werknemer. Daarvoor is nu nog een loonwaardemeting nodig.

Het is de bedoeling dat vanaf 2028 geen loonwaardemeting meer nodig is. De LKS wordt vanaf dat moment, ook voor de Wajong, standaard vastgesteld op 68% van het wettelijk minimumloon. Werkgevers krijgen daarmee een vaste LKS als zij iemand aannemen met een WW, WIA- of Wajong-uitkering die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon per uur kan verdienen.

Let op! Het betreft nog een voornemen dat nog in wetgeving moet worden omgezet.