Category

nieuws

Is a foreign taxpayer entitled to the full business expense allowance?

By nieuws

Entrepreneur’s allowance 

The entrepreneur’s allowance comprises the self-employed person’s allowance (in Dutch: zelfstandigenaftrek), the allowance for research and development (in Dutch: aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk), the co-worker’s allowance (in Dutch: meewerkaftrek), the start-up allowance in the event of incapacity for work (in Dutch: startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid), and the cessation allowance (in Dutch: stakingsaftrek). These allowances may be deducted from business profits for the purposes of income tax. 

Foreign taxpayers 

Foreign taxpayers are taxed in the Netherlands to the extent that they receive Dutch income. Dutch income includes, amongst other things, the profit generated by a foreign entrepreneur’s permanent establishment in the Netherlands. The question is whether the entrepreneur’s allowance may be deducted in full from the profit of this permanent establishment or whether a different allocation must be made?  

Worldwide profit is the starting point 

For the portion of the foreign entrepreneur’s profit that is taxable in the Netherlands, the letter of the law first requires the global profit to be determined, i.e. the foreign entrepreneur’s total profit, including profit earned outside the Netherlands. The Tax and Customs Administration states that the entrepreneur’s allowance and the SME profit exemption (in Dutch: mkb-winstvrijstelling)are deducted in full from these worldwide profits. The profit taxable in the Netherlands is that part of the worldwide profit, after deduction of the entrepreneur’s allowance and the SME profit exemption, which is attributable to the Dutch permanent establishment.  

The business allowance is therefore not deducted in full from the profits of the permanent establishment, but in proportion to the ratio of Dutch profits to total worldwide profits.

SME profit exemption 

The Tax and Customs Administration states that the portion of the SME profit exemption that may be charged against the profit taxable in the Netherlands must be determined in the same way as for the entrepreneur’s allowance. 

Please note! According to the Tax and Customs Administration, the fact that the entrepreneur’s allowance and the SME profit exemption must be determined in the manner described above also follows from a 2010 ruling by the Supreme Court (in Dutch: Hoge Raad). 

Duurzaam overtollige liquiditeiten onderneming belast in box 3

By nieuws

Keuze: ondernemingsvermogen of privévermogen?

De opbrengst van de liquide middelen die tot je ondernemingsvermogen horen behoort tot de winst en wordt belast in box 1. Private liquide middelen behoren daarentegen tot het privévermogen en worden belast in box 3. Je mag in beginsel zelf kiezen of je liquide middelen in je onderneming als ondernemings- of als privévermogen aanmerkt. In bepaalde gevallen kunnen de liquide middelen echter verplicht tot het privévermogen horen. Dat is het geval als de liquide middelen duurzaam overtollig zijn in je onderneming.

Duurzaam overtollig of niet?

In een geschil dat speelde voor de rechtbank Den Haag ging het om de vraag of een deel van de als ondernemingsvermogen aangegeven liquide middelen als ‘duurzaam overtollig’ moest worden aangemerkt. De Belastingdienst vond van wel. De Belastingdienst vond dat dit deel dus niet als ondernemingsvermogen kon worden aangemerkt. De ondernemer had een bedrag van ruim € 450.000 aan liquide middelen als ondernemingsvermogen opgegeven, maar de Belastingdienst accepteerde dit maar voor een bedrag van € 165.000. Het verschil van ruim € 285.000 was duurzaam overtollig en diende in box 3 belast te worden. 

Bewijslast bij Belastingdienst

De bewijslast dat liquide middelen duurzaam overtollig zijn, ligt bij de Belastingdienst. Voor de rechtbank diende de Belastingdienst daarom de feiten en omstandigheden te stellen en aannemelijk te maken dat sprake was van duurzaam overtollige liquide middelen.

Geringe omzet

De Belastingdienst voerde om te beginnen aan dat sprake was van een eenmanszaak van geringe omvang met slechts een beperkte omzet van € 6.298 in het voorgaande jaar en € 7.855 in het jaar zelf. Die omzet zou naar verwachting in de toekomst niet veel stijgen.

Investering laat op zich wachten

De Belastingdienst voegde hieraan toe dat niet aannemelijk was dat er op korte termijn extra liquide middelen nodig waren voor een investering in kantoorruimte, zoals de ondernemer beweerde. Een niet door de verkoper ondertekende koopovereenkomst voor een kavel grond was daarvoor onvoldoende. Tekenend was bovendien dat ten tijde van de procedure voor de rechtbank in 2026 de kantoorruimte nog steeds niet was gerealiseerd, zodat niet aannemelijk was dat hiervoor in 2020 liquide middelen gereserveerd dienden te worden.

Parallel met 2018

De ondernemer had in 2018 ook over de omvang van zijn ondernemingsvermogen geprocedeerd. Daarbij was toen een bedrag van € 165.000 aan ondernemingsvermogen door het gerechtshof geaccepteerd. Dit bedrag diende als dekking voor de fiscale oudedagsreserve en als reservering voor een aan te schaffen bedrijfsauto en zonnepanelen. 

Rechtbank laat correctie in stand

Uit bovenstaande feiten leidde de rechtbank af dat de Belastingdienst in de bewijslast was geslaagd dat sprake was van duurzaam overtollige liquide middelen. De Belastingdienst had daarom terecht een deel van het aangegeven ondernemingsvermogen als duurzaam overtollig aangemerkt en overgeheveld naar box 3. De correctie bleef dan ook in stand. 

Let op! Of de liquide middelen in jouw onderneming in de inkomstenbelasting duurzaam overtollig zijn of niet, is afhankelijk van de feiten en omstandigheden in jouw situatie. Zorg er in ieder geval voor dat je kunt onderbouwen waarom de liquide middelen in je onderneming nodig zijn. Op die manier wordt het voor de Belastingdienst lastiger om aan de bewijslast te voldoen dat sprake is van duurzaam overtollige liquide middelen.

Vanaf 2027 btw over mrb in de lease

By nieuws

Oude goedkeuring

In beginsel is over het hele leasebedrag dat een leasemaatschappij in rekening brengt voor de lease van een auto, btw verschuldigd. Door een hele oude goedkeuring van 18 juli 1995 hoefde over de doorberekende mrb echter geen btw berekend te worden. Deze doorberekende mrb werd in die goedkeuring namelijk aangemerkt als quasi doorlopende post.

Ingetrokken per 25 januari 2007?

Het was de bedoeling dat de goedkeuring van 18 juli 1995 met een besluit van 25 januari 2007 werd ingetrokken. Vanaf dat moment had daarom btw berekend moeten worden over de doorberekende mrb. De goedkeuring van 18 juli 1995 is in de praktijk echter nog steeds toegepast, omdat het besluit van 25 januari 2007 niet helemaal helder was over de intrekking. De staatssecretaris heeft bij besluit van 2 juli 2026 ook bevestigd dat de goedkeuring daarom zijn werking heeft behouden.

Alsnog ingetrokken per 1 januari 2027

Tegelijkertijd heeft de staatssecretaris echter aangekondigd dat de goedkeuring definitief per 1 januari 2027 eindigt. Vanaf dat moment moet ook over de doorberekende mrb btw berekend worden.

Let op! Lease je een auto en heb je geen (volledig) recht op aftrek van btw, omdat je bijvoorbeeld (deels) btw-vrijgestelde prestaties verricht? Dan betekent de intrekking van de goedkeuring voor jou waarschijnlijk dat je leasekosten stijgen. Als de leasemaatschappij namelijk vanaf 1 januari 2027 btw berekend over doorberekende mrb, dan kun jij die btw niet (geheel) in aftrek brengen.

Heeft een buitenlands belastingplichtige recht op volledige ondernemersaftrek?

By nieuws

Ondernemersaftrek

De ondernemersaftrek bestaat uit de zelfstandigenaftrek, de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, de meewerkaftrek, de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid en de stakingsaftrek. Genoemde aftrekken mogen op de winst uit onderneming in de inkomstenbelasting in mindering worden gebracht. 

Buitenlands belastingplichtigen

Buitenlands belastingplichtigen worden in Nederland belast voor zover ze Nederlands inkomen genieten. Nederlands inkomen is onder meer de winst die behaald is met een vaste inrichting van de buitenlandse ondernemer in Nederland. De vraag is of de ondernemersaftrek volledig in mindering mag worden gebracht op de winst van deze vaste inrichting of dat een andere toerekening plaats moet vinden?

Wereldwinst is uitgangspunt

Voor het in Nederland te belasten deel van de winst van de buitenlandse ondernemer moet naar de letter van de wet eerst de wereldwinst worden bepaald, ofwel de gehele winst van de buitenlandse ondernemer inclusief de buiten Nederland behaalde winst. De Belastingdienst antwoordt dat op deze wereldwinst de ondernemingsaftrek en mkb-winstvrijstelling volledig in mindering wordt gebracht. De in Nederland belastbare winst is het deel van de wereldwinst na aftrek van de ondernemersaftrek en de mkb-winstvrijstelling, dat valt toe te rekenen aan de Nederlandse vaste inrichting.

De ondernemersaftrek komt dus niet volledig in mindering op de winst van de vaste inrichting, maar naar evenredigheid van de winstverhouding Nederlandse winst versus totale wereldwinst.

Ook mkb-winstvrijstelling

De Belastingdienst geeft aan dat welk deel van de mkb-winstvrijstelling ten laste van de in Nederland te belasten winst kan worden gebracht op dezelfde manier moet worden bepaald als bij de ondernemersaftrek.

Let op! Dat de ondernemersaftrek en de mkb-winstvrijstelling op bovenomschreven manier dienen te worden bepaald, vloeit volgens de Belastingdienst ook voort uit een arrest van de Hoge Raad uit 2010.

Onbelast arbobudget voor thuiswerkplek werknemer?

By nieuws

Gerichte vrijstelling arbovoorzieningen

Voor het onbelast vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen van een arbovoorziening aan een werknemer bestaat een gerichte vrijstelling. Als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden, kan dit onbelast zonder dat je vrije ruimte in de werkkostenregeling (wkr) wordt aangetast:

  1. De voorziening wordt (geheel of gedeeltelijk) ge- of verbruikt op de werkplek. Dit kan een werkplek op kantoor zijn maar ook een werkplek thuis.
  2. De voorziening is aangewezen in de wkr en voldoet aan de gebruikelijkheidstoets.
  3. De voorziening hangt direct samen met de arboverplichtingen van de werkgever.
  4. De kosten van de voorziening worden geheel door de werkgever gedragen. De kosten mogen niet ten laste van de werknemer komen.

Budget arbovoorzieningen

Een werkgever heeft aan de Belastingdienst gevraag of hij aan zijn werknemers onbelast een budget van € 500 mag geven voor de aanschaf van arbovoorzieningen voor de thuiswerkplek. De kosten van deze arbovoorzieningen mag de werknemer op declaratiebasis bij de werkgever indienen. De werknemer toont dus aan wat hij aanschaft ten laste van het budget van € 500.

De Belastingdienst heeft geantwoord dat de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen van toepassing is als:

  • de door de werknemer gekochte voorziening volgt uit de arboverplichtingen van de werkgever, én
  • de vergoeding kostendekkend is.

Eigen bijdrage

De kosten van een arbovoorziening moeten geheel door de werkgever gedragen worden. De werknemer mag dus geen eigen bijdrage betalen. Betaalt de werknemer wel een eigen bijdrage dan is de gerichte vrijstelling niet van toepassing. Een uitzondering geldt voor een eigen bijdrage die een werknemer betaalt omdat hij voor een luxere arbovoorziening wil kiezen dan noodzakelijk is. In zo’n geval geldt de gerichte vrijstelling wel, ondanks de eigen bijdrage.

Kostendekkend?

Als de arbovoorzieningen die de werknemer declareert het budget van € 500 overschrijdt, kan het zijn dat de vergoeding voor een bepaalde arbovoorziening niet meer kostendekkend is. De werknemer betaalt dan als het ware een eigen bijdrage omdat hij niet de volledige kosten van de arbovoorziening vergoed krijgt. De gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen mag voor die voorziening dan niet worden toegepast.

Voorbeeld

Een werknemer schaft een bureaustoel (€ 300), een beeldscherm (€ 150) en een noise-cancelling koptelefoon (€ 100) aan. Deze voorzieningen voldoen aan alle voorwaarden. Alleen de vraag of de vergoeding kostendekkend en er geen eigen bijdrage betaald is, staat nog open. Hiervoor zijn drie scenario’s denkbaar:

  1. De werknemer declareert alle arbovoorzieningen in één keer. De totale declaratie is € 550, maar het budget is maar € 500. Er is dus sprake van een overschrijding van € 50 en dus van een eigen bijdrage van de werknemer van € 50. De werkgever mag zelf kiezen aan welke arbovoorziening hij deze eigen bijdrage toerekent. Dat zal in dit geval de noise-cancelling koptelefoon zijn, omdat die het minste kost. Voor deze arbovoorziening geldt de gerichte vrijstelling niet.
  2. De werknemer declareert eerst de bureaustoel, op een later moment het beeldscherm en weer later de noise-cancelling koptelefoon. De vergoeding voor de noise-cancelling koptelefoon is dan niet gericht vrijgesteld omdat de koptelefoon € 100 kost en de vergoeding € 50 bedraagt. De werknemer betaalt dan dus een eigen bijdrage van € 50.
  3. Als de werkgever aannemelijk kan maken dat voor een bedrag van € 50 ook een noise-cancelling koptelefoon kan worden aangeschaft die voldoet aan de arbowet, is niet sprake van een eigen bijdrage. Het bedrag van € 50 is dan aan te merken als een bijdrage voor een duurdere voorziening dan nodig is. De gerichte vrijstelling kan dan wel worden toegepast.

Let op!De vraag of de voorziening direct samenhangt met de arboverplichtingen van de werkgever is niet voor elke voorziening meteen zonder meer duidelijk, maar afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Overleg hierover met onze adviseurs

Bloemen voor nieuwe werknemer belast?

By nieuws

Verband met dienstbetrekking

Als een werknemer iets krijgt op grond van zijn dienstbetrekking, vormt dit loon waarover loonbelasting verschuldigd is. Niet alles wat een werknemer van of namens de werkgever krijgt, is echter loon. Soms ontbreekt namelijk het duidelijke verband met de dienstbetrekking omdat sprake is van een persoonlijke attentie. Dit is bijvoorbeeld het geval als je een fruitmand geeft aan een zieke werknemer.

Kleinegeschenkenregeling

De grens tussen een duidelijk verband met de dienstbetrekking en een persoonlijke attentie is niet altijd helder. Om bij kleine geschenken duidelijkheid te scheppen, bestaat de kleinegeschenkenregeling. Als de werkgever aan drie voorwaarden voldoet, mag ervan uit gegaan worden dat het kleine geschenk geen loon is. 

De voorwaarden zijn:

  • Het gaat om een persoonlijke attentie in situaties waarin ook anderen die niet de werkgever zijn, zo’n attentie zouden geven.
  • De factuurwaarde (inclusief btw) van de attentie is maximaal € 25.
  • De attentie is geen geld of een waardebon.

Bos bloemen is loon

De bos bloemen die een werknemer krijgt op de eerste werkdag heeft een duidelijk verband met de dienstbetrekking. De werknemer krijgt dit namelijk omdat hij/zij in dienst is gekomen. De bos bloemen vormt daarom loon voor de werknemer.

De kleinegeschenkenregeling kan in dit geval niet worden toegepast omdat de bos bloemen geen persoonlijke attentie is in een situatie waarin ook anderen zo’n attentie zouden geven.

Let op! De werkgever kan de € 22,50 wel aanwijzen in de vrije ruimte.

Belasting over studietoelage kind van werknemer

By nieuws

Zelfstandig recht

Ken je een zelfstandig recht op een studietoelage toe aan een kind van je werknemer en betaal je deze studietoelage ook rechtstreeks aan het kind? Dan geniet het kind loon uit een bestaande dienstbetrekking van een ander, namelijk de dienstbetrekking van de ouder. Het kind wordt voor de belasting over de studietoelage dan werknemer van jouw bedrijf. Dit betekent dat ook de werkgeversverplichtingen gelden, zoals de identificatieplicht.

Let op!Tegenover deze administratieve lasten staat dat het vaak wel financieel aantrekkelijk is om de studietoelage aan het kind toe te kennen in plaats van aan de ouder. Het kind zal over het algemeen weinig inkomen hebben. Het kan dan waarschijnlijk gebruik maken van een lager progressief belastingtarief of het hoeft zelfs uiteindelijk helemaal geen belasting te betalen vanwege de heffingskortingen.

Belasting of gerichte vrijstelling?

Voor scholingskosten geldt, onder voorwaarden, een gerichte vrijstelling. Deze vrijstelling is, naar het oordeel van de Belastingdienst, echter niet van toepassing op de hiervoor beschreven studietoelage. Dat betekent dat over de studietoelage loonbelasting moet worden afgedragen.

Let op! Het is ook niet mogelijk om de studietoelage aan te wijzen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling (wkr).

Werkgeversheffing Zvw

Betreft het een eenmalige studietoelage, dan hoef je als werkgever hierover geen werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (Zvw) te betalen. Dit is anders als het een periodieke studietoelage is.

Studietoelage aan werknemer

Je kunt de studietoelage ook aan je werknemer geven. In principe vormt dit dan loon voor je werknemer. Je kunt er echter ook voor kiezen om dit aan te wijzen in de vrije ruimte van de wkr. De gerichte vrijstelling voor scholingskosten is hier niet van toepassing.

Let op! Het aanwijzen van de studietoelage in de vrije ruimte kan alleen als dat gebruikelijk is.

Studiefonds

Je kunt de studietoelage ook betalen uit een fonds. Als dit fonds voldoet aan alle voorwaarden die hiervoor gelden, dan vormt de studietoelage geen loon voor het kind en ook geen loon voor de werknemer.

Let op! Neem voor meer informatie over zo’n fonds contact op met onze adviseurs.

Vraag btw oude openstaande facturen op tijd terug

By nieuws

Btw afdragen

Als een debiteur je factuur niet (meteen) betaalt, mag je daar bij je btw-aangifte nog geen rekening mee houden. Je moet daarom gewoon de btw afdragen, ook als de factuur nog niet betaald is.

Btw terugvragen

Is de factuur één jaar na de uiterste betaaldatum nog steeds niet betaald, dan gaat de wet ervan uit dat deze ook niet meer betaald gaat worden. Dit is ook het moment waarop je de afgedragen btw weer terug moet vragen.

Let op! Als al eerder dan na één jaar al vaststaat dat de factuur niet meer betaald gaat worden, moet je op dat moment de btw al terugvragen.

Hoe terugvragen?

Je vraagt de btw terug door deze in rubriek 1a of 1b van de btw-aangifte af te trekken van de verschuldigd btw.

Let op! Vraag de btw op tijd terug. Als je wacht en later pas de btw terugvraagt, is dat een te laat verzoek. De Belastingdienst neemt dat verzoek in principe wel in behandeling. Maar als de Belastingdienst het verzoek niet conform afhandelt, kun je daar niet meer tegen in bezwaar of beroep.

Factuur alsnog betaald?

Wordt de factuur alsnog betaald? Dan geef je de verschuldigde btw weer aan in het tijdvak waarin de factuur betaald is.

Terugontvangen lijfrentepremie is overige bezitting in box 3

By nieuws

Wettelijke bedenktijd

Als je een lijfrenteverzekering afsluit, geldt er een bepaalde (wettelijke) bedenktijd. Je kunt tijdens die bedenktijd de verzekering weer opzeggen of ontbinden.

Afkoop?

Opzeggen of ontbinden is in beginsel een afkoop van de lijfrente. De fiscale sancties die samenhangen met zo’n afkoop treden door een goedkeuring van de staatssecretaris niet in werking als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • de mogelijkheid tot opzegging of ontbinding is in de lijfrenteovereenkomst opgenomen,
  • de opzegging of ontbinding kan maximaal tot 30 dagen na het afsluiten van de lijfrenteovereenkomst worden ingeroepen,
  • alleen de gehele lijfrenteovereenkomst kan worden opgezegd of ontbonden, en de lijfrenteovereenkomst die wordt opgezegd of ontbonden is geen voortzetting van een eerdere lijfrenteovereenkomst.

Als voldaan is aan deze voorwaarden wordt volgens de goedkeuring van de staatssecretaris de premiestorting geacht niet te hebben plaatsgevonden.

Box 3

Stel dat je de lijfrente op 15 december 2025 hebt afgesloten en op 15 december 2025 ook de lijfrentepremie hebt betaald. Je zegt de lijfrenteovereenkomst op 5 januari 2026 op en op 19 januari 2026 ontvang je de premie terug. Moet je hier dan rekening mee houden in box 3 op 1 januari 2026 en zo ja, hoe?

De Belastingdienst vindt van wel en geeft aan dat de terugontvangen premie bij wijze van fictie moet worden opgenomen in het vermogen op 1 januari 2026. Dit vermogen is immers lager door de op 15 december 2025 in aftrek gebrachte premie.

Geen banktegoed maar overige bezitting

De Belastingdienst geeft ook aan dat de terugontvangen premie niet in de categorie banktegoed kan worden geplaatst, maar moet worden aangemerkt als een overige bezitting.

Let op! Dit betekent dat hiervoor in 2026 een forfaitair rendementspercentage geldt van 6% in plaats van het voorlopige forfaitaire rendementspercentage voor banktegoeden van 1,28%!

Discutabel standpunt

Het voorgaande standpunt van de Belastingdienst is discutabel. In de fiscale literatuur wordt aangegeven dat dit standpunt waarschijnlijk geen stand kan houden. De goedkeuring gaat immers ervan uit dat de premiestorting niet heeft plaatsgevonden. Om die reden moet niet van de terugontvangen premie maar van de betaalde premie worden uitgegaan.

Die betaalde premie is in het voorbeeld op 15 december 2025 van een banktegoed betaalt, zodat de correctie per 1 januari 2026 ook zou moeten plaatsvinden op de banktegoeden en dus niet op de overige bezittingen.

Let op!Houd er rekening mee dat de Belastingdienst zal vasthouden aan het eigen standpunt, tenzij daar nog een rectificatie op komt.

Tegenbewijsregeling

Je kunt ook een beroep doen op de tegenbewijsregeling als je totale werkelijke rendement in 2026 lager is dan het forfaitaire rendement. Je betaalt dan geen belasting in box 3 over het forfaitaire rendement, maar over je werkelijke rendement. Houd er wel rekening mee dat het werkelijke rendement berekend moet worden volgens de Wet tegenbewijsregeling box 3. Daarbij tellen bijvoorbeeld ongerealiseerde waardestijgingen van onroerend goed en beleggingen ook mee, ook als je deze nog niet te gelde hebt gemaakt.

 

Betaal afgetrokken btw bij niet betalen factuur op tijd terug

By nieuws

In eerste instantie aftrek

Als je een factuur niet (meteen) betaalt, mag je in eerst instantie toch de btw in aftrek brengen in de btw-aangifte van het tijdvak waarin je de factuur ontvangt.

Later terugbetalen

Je kunt echter niet onbeperkt de factuur niet betalen. De Belastingdienst gaat er namelijk vanuit dat de factuur niet meer betaald wordt als er één jaar is verstreken na de uiterste betaaldatum van de factuur. Heb je op dat moment de factuur nog steeds niet betaald, dan moet je de in aftrek gebrachte btw weer terugbetalen aan de Belastingdienst.

Let op! Als al eerder dan na één jaar vaststaat dat je de factuur niet meer gaat betalen, moet je op dat moment al de btw terugbetalen aan de Belastingdienst.

Hoe?

Het terugbetalen van de btw doe je in je btw-aangifte. Je trekt daar de terug te betalen btw af van de aftrekbare btw in rubriek 5b.

Let op! Als je in dat tijdvak minder aftrekbare btw hebt, dan de btw die je moet terugbetalen, wordt rubriek 5b een negatief bedrag.

Toch nog betalen?

Betaal je de factuur daarna toch nog? Dan kun je in het tijdvak dat je de factuur betaalt, de btw weer in aftrek brengen.