Category

nieuws

Lower Dutch truck tolls and fines

By nieuws

Reduced Dutch truck toll

Starting July 1, 2026, truck owners will pay a toll per kilometer driven on nearly all highways and a number of other roads (the Dutch truck toll). The amount of the toll depends, among other things, on CO2 emissions and averages €0,191 per kilometer. Due to the reduction, the truck toll will average €0,148 per kilometer. The reduction will be in effect from September 1, 2026, through December 31, 2026.

Let op! The government intends to use this measure to compensate the transportation sector for the sharp rise in fuel prices resulting from the conflict in the Middle East. The reduction amounts to a tax relief of €80 million.

Inspections

Starting July 1, 2026, the Road Transport Agency (RDW) will check whether you are paying the truck toll. This will be done at fixed locations, for example using cameras above the road, but also with mobile devices.

Please note!Enforcement is largely carried out by the RDW, but partly by the Human Environment and Transport Inspectorate (ILT) and the Central Judicial Collection Agency (CJIB). The Truck Toll Enforcement Plan sets out how the government monitors compliance with the truck toll.

Fines for Not Having a Toll Box

Business owners can expect hefty fines if they fail to pay the truck toll in full or in part. The truck toll is recorded and collected electronically. Business owners who have not signed a contract with a provider for a toll box can expect a fine of €800. Until January 1, 2027, there is still some leniency, and this fine amounts to €400.

Please note! If you haven’t yet signed a contract with a provider for a toll box, be sure to do so before May 31, 2026, so you have enough time to receive and install the device before July 1, 2026.

Fines for errors with toll boxes

Fixed fines also apply for errors with the toll boxes that record the truck toll. If the toll box is turned off, not working (properly), or if you are driving with a toll box that belongs to another truck, the fine is €500. Here too, some leniency applies until January 1, 2027, with a lower fine of €250.

Please note! You can receive a maximum of one fine within a 24-hour period. If there is more than one violation, only the highest fine amount will be imposed.

Rechters over belastingrente bij IB en erfbelasting

By nieuws

Belastingrente Vpb

Op 16 januari 2026 oordeelde de Hoge Raad dat de belastingrente die vanaf 2022 berekend werd op een aanslag vennootschapsbelasting (Vpb) te hoog was. Er was strijd met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel omdat er geen goede rechtvaardiging was om bij de Vpb een hogere rente te berekenen dan bij andere belastingen, waaronder de IB.

Let op! Inmiddels berekent de Belastingdienst, conform het oordeel van de Hoge Raad, over aanslagen Vpb hetzelfde rentepercentage als over aanslagen IB.

Belastingrente IB

In de uitspraak van 16 januari 2026 gaf de Hoge Raad al aan dat bij de belastingrente op een aanslag IB geen sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel of Europees recht. Die rente is dus niet te hoog volgens de Hoge Raad.

Op 10 april 2026 verwees de Hoge Raad nogmaals naar de uitspraak van 16 januari 2026 en oordeelde dat de belastingrente op een aanslag IB van minimaal 4% niet onevenredig is.

De belastingplichtige in deze casus kreeg op een ander punt wel gelijk van de Hoge Raad. De belastingrente bedroeg een tijdje 0,01% in verband met de coronacrisis, maar was per 1 oktober 2020 weer verhoogd naar 4%. De belastingrente was bij beschikking van 26 september 2020 in rekening gebracht, waarbij over de periode van 1 tot en met 20 oktober 2020 4% was berekend. De Hoge Raad oordeelde dat dit niet mocht omdat de regeling waarop die hogere rente berustte nog niet in werking was getreden op 26 september 2020. Dit gebeurde immers pas op 1 oktober 2020. De belastingrente voor de periode 1 tot en met 20 oktober 2020 moest daarom berekend worden tegen 0,01%.

Belastingrente erfbelasting

Rechtbank Den Haag boog zich over de vraag wanneer een verzoek om een voorlopige aanslag bij de Belastingdienst binnen moet zijn om belastingrente over de aanslag erfbelasting te voorkomen.
De Belastingdienst vond dat dit moest binnen acht maanden na de overlijdensdatum. De rechtbank oordeelde echter dat dit moest vóór de eerste dag van de negende maand na de overlijdensmaand.

Voorbeeld
Het overlijden vond plaats op 13 mei 2023. Het verzoek om een voorlopige aanslag erfbelasting van de erfgenamen kwam bij de Belastingdienst binnen op 31 januari 2024. De Belastingdienst bracht belastingrente in rekening, omdat het verzoek naar het oordeel van de Belastingdienst binnen moest zijn uiterlijk 12 januari 2024. De rechtbank vond dat de erfgenamen wel op tijd waren en vernietigde daarom de beschikking belastingrente.

Invoerrechten op pakket tot € 150 en handling fee

By nieuws

Invoerrechten

De vaste invoerrechten van € 3 per aangifteregel gaan gelden voor goederen die de EU binnenkomen van verkopers van buiten de EU. De heffing gaat alleen gelden voor pakketten met een waarde tot € 150. Voor pakketten vanaf € 150 gelden nu namelijk al reguliere invoerrechten.

Let op! Het vaste invoerrecht gaat gelden per productgroep. Als een pakket drie verschillende producten bevat is vanaf 1 juli 2026 dus 3 keer € 3 vaste invoerrechten verschuldigd.

Union handling fee (UHF)

Om de kosten van de controles op de stroom pakketten met een waarde tot € 150 te vergoeden en de grote toestroom van dit soort pakketten te beperken, wordt vanaf waarschijnlijk 1 november 2026 ook een Union handling fee (UHF) ingevoerd. De voorziene hoogte is € 2 per aangifteregel voor individuele zendingen.

Tijdelijke oplossingen

De heffing van € 3 invoerrechten en € 2 UHF betreffen tijdelijke oplossingen tot waarschijnlijk 1 juli 2028. De Raad van de Europese Unie wil namelijk zo snel mogelijk normale invoerrechten voor kleine pakketten invoeren. Vanaf waarschijnlijk 1 juli 2028 zal over alle goederen van minder dan € 150 invoerrechten betaald worden tegen de normale EU-tarieven voor de afzonderlijke producten. Voor bulkzendingen zal dan een UHF tarief van € 0,50 per aangifteregel gelden.

 

Geen compensatie transitievergoeding bij overlijden na afgifte ontslagvergunning?

By nieuws

De casus: einde dienstverband door overlijden

De verwachting van een ernstig zieke werknemer was dat deze spoedig zou komen te overlijden. Het einde van de wachttijd van 104 weken was op 14 september 2023. Daarna ontstond een zogenaamd slapend dienstverband.

De werkgever vroeg een ontslagvergunning aan en kreeg deze op 25 oktober 2023. De betreffende werknemer overleed een paar dagen later op 27 oktober 2023. De werkgever had toen nog niet gebruikgemaakt van de ontslagvergunning: het dienstverband was officieel nog niet opgezegd.

Bij het overlijden eindigt de arbeidsovereenkomst altijd automatisch (van rechtswege). De werkgever hoeft dan geen transitievergoeding te betalen. Deze werkgever betaalde de transitievergoeding toch aan de erven van de overleden werknemer. Hij vroeg vervolgens compensatie van de uitbetaalde transitievergoeding aan bij het UWV.

UWV: geen compensatie van onverplichte transitievergoeding

Het UWV weigerde de compensatie van de transitievergoeding. Volgens het UWV was er geen verplichting om de transitievergoeding te betalen. Bovendien was de arbeidsovereenkomst niet geëindigd vanwege opzegging door de werkgever, wat een voorwaarde is om in aanmerking te komen voor de compensatie transitievergoeding.

De werkgever was het niet eens met de beslissing van het UWV en stelde beroep in bij de rechtbank. De rechtbank gaf de werkgever echter geen gelijk. De werkgever in deze zaak greep daarom mis en kreeg geen compensatie van de betaalde transitievergoeding.

Wel compensatie door buitenwettelijk beleid?

Het interessante aan deze uitspraak is dat hieruit volgt dat het UWV buitenwettelijk beleid heeft. Op basis van dat buitenwettelijke beleid had het UWV de compensatie wel toegekend als de beëindiging van het dienstverband al ‘concreet in gang was gezet’ op het moment van het overlijden. Dit betekent concreet dat wanneer de opzegging was gedaan voorafgaand aan het overlijden, maar de einddatum van de arbeidsovereenkomst ná het overlijden lag, de compensatie wel zou zijn toegekend. Datzelfde geldt als een ontbindingsbeschikking is afgegeven voor het overlijden.

Willen partijen de arbeidsovereenkomst beëindigen door middel van een beëindigingsovereenkomst, wat in de praktijk vrij gebruikelijk is, dan moet voor ‘concreet in gang zetten’ over de inhoud overeenstemming zijn bereikt. Het is niet nodig dat de beëindigingsovereenkomst al is ondertekend.

Let op! Het is voor een werkgever van belang zo snel mogelijk na ontvangst van de ontslagvergunning het dienstverband op te zeggen. Als deze werkgever op 26 oktober 2023 zou hebben opgezegd, was er namelijk wel recht geweest op compensatie van de transitievergoeding.

Tijdelijke werkwijze Eerstejaars ZW-beoordelingen eigenrisicodragers

By nieuws

De Wajong- en WIA-claimbeoordelingen hebben prioriteit, maar een deel van de resterende beoordelingscapaciteit wordt ingezet voor de EZWb voor ERD ZW.

Achtergrond tijdelijke werkwijze

Het UWV kan als gevolg van onder meer een tekort aan verzekeringsartsen en de gestegen aanvragen de sociaal-medische beoordelingen niet meer op tijd verrichten. Om die reden heeft het UWV besloten om voorrang te geven aan de Wajong- en de WIA-claimbeoordelingen. Het gaat in die gevallen om het vaststellen van het recht op uitkering en dus om duidelijkheid over een stuk inkomenszekerheid.

Het UWV zet de resterende capaciteit zo efficiënt mogelijk in door onder andere samen te werken met private partijen bij de EZWb voor ERD ZW. 

Private partijen

Dit voorjaar zijn afspraken gemaakt met het Platform Private Uitvoerders Sociale Zekerheid (PPUSZ), de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) en de Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU). Afgesproken is dat het UWV in de periode van 1 mei tot en met 31 december 2026 3.400 EZWb’s uitvoert voor ERD ZW-werkgevers.

Aan de proef werken Acture, HCS en Robidus mee. Deze partijen leveren het UWV gericht dossiers aan van werknemers van ERD ZW-werkgevers, waarbij de indruk bestaat dat er een grote kans is dat de werknemer uit de Ziektewet stroomt. Op deze wijze kan zowel de instroom in de WIA worden beperkt (wat weer capaciteit scheelt) als ook aan schadebeperking worden gedaan voor de ERD ZW-werkgever.

Evaluatie

In september 2026 vindt er een evaluatie plaats. Daarna wil het UWV de beproefde werkwijze ook inzetten voor andere partijen. De verdere uitwerking daarvan zal worden afgestemd met de PPUSZ, de ABU en de NBBU.

 

Waarde geschonken woning blijft WOZ vanaf 2027!

By nieuws

WOZ-waarde

Als je iets erft of geschonken krijgt, wordt de waarde over het algemeen berekend naar de WEV. Alleen voor woningen geldt een afwijkende waardering. Daarbij mag de verkrijger kiezen voor de WOZ-waarde van het jaar waarin de verkrijging plaatsvindt of de WOZ-waarde van het jaar erna.

Medio 2025 was in een internetconsultatie een voorstel opgenomen om vanaf 2027 de waardering van woningen bij schenkingen te laten plaatsvinden tegen de WEV. In de Voorjaarsnota 2026 is echter bekendgemaakt dat dit voorstel niet doorgaat.

 

Let op! Voor woningen die je erft, waren geen aanpassingen voorgesteld en zou de waardering, ook vanaf 2027, gebaseerd blijven op de WOZ-waarde.

 

Voordelen van de WOZ-waarde

Nu de wet niet gewijzigd wordt, blijven bij schenken en erven de voordelen bestaan van een verschil tussen de WOZ-waarde en de WEV van een woning. Welke voordelen dat zijn wordt duidelijk aan de hand van de volgende voorbeelden.

WOZ lager dan WEV: schenking woning tegen WOZ-waarde

Stel, de WOZ-waarde van een woning is € 300.000 en de WEV € 350.000. Bij schenking van de woning wordt schenkbelasting berekend op basis van € 300.000. Als de verkrijger de woning daarna meteen doorverkoopt tegen de WEV, ontvangt hij effectief € 350.000, maar betaalt hij maar schenkbelasting op basis van € 300.000.

WOZ lager dan WEV: verkoop woning tegen WOZ-waarde

Stel dat de woning in het vorige voorbeeld niet geschonken wordt, maar verkocht tegen de WOZ-waarde van € 300.000. Economisch vindt er dan een schenking plaats van € 50.000 (€ 350.000 WEV minus € 300.000 verkoopprijs). De waarde van de schenking voor de schenkbelasting is echter nihil, omdat de waarde van de woning wordt bepaald op de WOZ-waarde.

Let op! Neem voor uw eigen situatie altijd contact op met onze adviseurs.

Base fine of €10,000 for cash payments of €3,000 or more

By nieuws

Cash payments of €3,000 or more

For businesses that buy or sell goods, cash payments of €3,000 or more will no longer be permitted starting January 1, 2026. It does not matter whether the business is buying from or selling to another business or to a private individual. In all cases, cash payments of €3,000 or more are prohibited.

Please note! A private individual may accept a cash payment exceeding €3,000 from another private individual, for example, when selling on a marketplace.

The €3,000 limit is intended to make it more difficult to launder cash derived from illegal transactions and thereby also combat terrorism. The limit is also intended to ensure that payment transactions remain accessible.

Base fine amount: €10,000

The fine for violating the ban is set at a fixed base amount of €10,000. The Financial and Economic Integrity Service (DFEI), part of the Ministry of Finance, oversees compliance with the ban.

Lower or higher fine

Special circumstances, such as financial capacity, may justify reducing the fine. On the other hand, repeated violations of the prohibition may justify increasing the fine. For example, a fine of €20,000 may be imposed if the prohibition is violated again within five years of a previous fine.

Please note! Criminal proceedings may also be initiated under the Economic Offenses Act.

Banken beperken mogelijkheid aflossingsvrije hypotheek

By nieuws

De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) heeft hierover informatie op de website geplaatst.

Aflossingsvrije hypotheek

Bij een aflossingsvrije hypotheek lost de geldlener (over het algemeen de eigenaar van de woning waarop de hypotheek gevestigd is) de hypotheek niet af. Hij betaalt dus alleen de rente.

Voordeel

Een voordeel is dat hierdoor de maandelijkse lasten minder groot zijn dan bij een niet-aflossingsvrije hypotheek. In de huidige woningmarkt is een woning dan eerder betaalbaar.

Risico’s

Een nadeel van een aflossingsvrije hypohteek is dat de hypothecaire schuld niet afneemt en dus bestaan. Dit brengt een risico met zich mee als de huizenprijzen dalen en de woning verkocht wordt. Het kan zijn dat er dan een restschuld bij de bank overblijft. Bovendien brengt dit het risico met zich mee dat er mogelijk geen nieuwe hypothecaire geldlening verstrekt wordt als de hypotheek afloopt. Dit kan zich voordoen als er op dat moment onvoldoende inkomen is om een nieuwe hypotheek af te sluiten.

Renteaftrek beperkt

Een ander belangrijk nadeel is dat de rente van aflossingsvrije hypotheken die vanaf 1 januari 2013 zijn afgesloten, niet fiscaal aftrekbaar is. Daardoor kunnen de lasten van een dergelijke hypotheek een stuk hoger zijn dan die van niet-aflossingsvrije hypotheken.

Let op!Aflossingsvrije hypotheken komen naar verwachting dan ook vooral voor bij hypotheken van vóór 2013.

Waarschuwing toezichthouders

Toezichthouders waarschuwen dat er in Nederland te veel aflossingsvrije hypotheken worden verstrekt. Men is bang dat bij dalende huizenprijzen de bezitters van een aflossingsvrije hypotheek met een hoge schuld blijven zitten. Daarom hebben de banken de opdracht gekregen minder aflossingsvrije hypotheken te verkopen en bij hypotheken uitgebreider aandacht te besteden aan de financiële draagkracht van de geldlener.

Wat verandert er?

Een drietal banken heeft inmiddels besloten dat klanten nog maar maximaal 30% van hun hypothecaire geldlening aflossingsvrij mogen lenen. Bij de meeste andere banken is dit maximaal 50%. Ook moeten woningbezitters er rekening mee houden dat de banken meer informatie vragen over hun financiële positie. Banken zijn hiertoe verplicht.

Gevolgen voor personen met aflossingsvrije hypotheek

Voor degenen die nu al een aflossingsvrije hypotheek bezitten, verandert er in eerste instantie niets. Deze hypotheken worden gewoon voortgezet onder de afgesproken voorwaarden. Bij het aflopen van de hypotheek of bij het afsluiten van een nieuwe hypotheek (bijvoorbeeld bij een verhuizing), moet men er rekening mee houden dat wellicht een geringer deel van de hypotheek aflossingsvrije gefinancierd kan worden.

Tip! Maakt u zich nu al zorgen over uw aflossingsvrije hypotheek of toekomstige situatie, neem dan contact op met uw financiële adviseur of met uw bank.

Steunpakket van 1 miljard voor kosten auto en energie

By nieuws

Geen accijnsverlaging

Het steunpakket lijkt geen accijnsverlaging te bevatten. Dat is te duur en bovendien niet doelmatig. Het is onvoldoende gericht op huishoudens en bedrijven die het hardst geraakt worden door de hoge brandstofprijzen.

Onbelaste reiskostenvergoeding naar 25 cent

Het lijkt erop dat het verhogen van de onbelaste reiskostenvergoeding van 23 naar 25 cent wel tot de steunmaatregelen gaat behoren. Die verhoging zou dan mogelijk tot eind 2026 gelden.

Halvering mrb bestelbus ondernemer

Voor dezelfde periode zou het kabinet de motorrijtuigenbelasting (mrb) voor bestelbussen van ondernemers – de zogenaamde grijze kentekens – willen halveren.

Extra geld voor energienoodfonds en isolatie

De bronnen bevestigen aan NOS ook dat er 50 miljoen extra beschikbaar komt voor het energienoodfonds. Verder zou er extra geld komen voor het isoleren van huizen.

Groene subsidies

De NOS meldt ook nog dat budgetten voor groene subsidies voor bedrijven voor de jaren na 2026 eerder beschikbaar komen.

Vrijdag in ministerraad

Het steunpakket wordt vrijdag 17 april a.s. in de ministerraad besproken en waarschijnlijk na het weekend gepresenteerd. Daarna moet het kabinet ook nog voldoende steun voor het pakket zien te vinden bij de oppositiepartijen in zowel Tweede als Eerste Kamer. De Tweede Kamer debatteert volgende week over het steunpakket.

Let op!De NOS meldt dit alles op basis van bronnen. Een officiële bevestiging of vastlegging is nog niet verschenen.

Brief Belastingdienst voortzettingseis bij schenking onderneming

By nieuws

Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR)

De BOR kan – grofweg omschreven – van toepassing zijn bij het schenken van het vermogen van een persoonlijke onderneming (denk aan eenmanszaak of aandeel in een firma) en bij het schenken van aandelen in een bv die een onderneming drijft.

Let op!De vrijstelling bedraagt in 2026 100% van de goingconcernwaarde tot een bedrag van € 1.543.500 en 75% daarboven.

Voorzettingseis

De vrijstelling is een voorwaardelijke vrijstelling. Een van de voorwaarden voor deze vrijstelling is dat de onderneming door ontvanger van de schenking een aantal jaren wordt voortgezet. Bij schenkingen vóór 1 januari 2025 bedroeg deze voortzettingstermijn nog minimaal vijf jaar.

Let op!Bij schenkingen vanaf 1 januari 2025 bedraagt de voortzettingstermijn minimaal drie jaar.

Als de ontvanger van de schenking de onderneming niet minimaal zolang voortzet, vervalt de vrijstelling en moet alsnog schenkbelasting betaald worden over de verkregen onderneming.

Brief Belastingdienst

In een brief die de Belastingdienst in de week van 23 april 2026 stuurt, wijst de Belastingdienst op deze voortzettingseis voor schenkingen die gedaan zijn in het jaar 2022. Ontvangt u zo’n brief en heeft u niet voldaan aan de voortzettingseis of twijfelt u daaraan? Neem dan contact op met één van onze adviseurs. Zij kunnen dan samen met u beoordelen of u nog voldoet aan de voorwaarden, zo nodig na overleg met de Belastingdienst.

Let op!U voldoet bijvoorbeeld niet meer (geheel) aan de voorzettingseis als u binnen de voortzettingstermijn de onderneming (deels) verkoopt, uw aandelen (deels verkoopt), uw onderneming of de bv failliet wordt verklaard, de onderneming wordt beëindigd, de activiteiten van de onderneming wijzigen et cetera.

Aangifte

Voldoet u niet meer aan de voorzettingseis, dan moet u daarvan aangifte doen. Dit moet uiterlijk binnen acht maanden nadat u niet meer voldeed aan de voorzettingeis met het formulier Aangifte niet voldoen aan het voortzettingsvereiste.

Let op!Als u via een erfenis een onderneming verkreeg en daarbij de BOR toepaste, moet u ook voldoen aan de voortzettingseis. Doet u dat niet meer, dan vervalt de vrijstelling en moet u daarvan ook aangifte doen.