Category

nieuws

Ook maaltijden aftrekbaar bij zakelijk verblijf

By nieuws

Huurt u verblijfsruimte buiten uw woonplaats in verband met uw ondernemingsactiviteiten, dan vond de Belastingdienst dat u de kosten van uw gebruikelijke maaltijden niet in aftrek kon brengen van uw winst in de inkomstenbelasting. De Hoge Raad denkt daar echter anders over.

Belastingdienst: maaltijden zijn privé

Lunch

Een ondernemer werkte voor zijn onderneming een groot gedeelte van het jaar ver weg van zijn woonplaats. Daarom huurde hij een verblijfsruimte dichtbij dat werk. De Belastingdienst erkende dat deze huurkosten ten behoeve van zijn onderneming werden gemaakt en stond aftrek van deze kosten van de winst toe.

De ondernemer moest echter ook eten en koos ervoor om de maaltijden niet zelf te bereiden, maar uit eten te gaan. De kosten hiervan wilde hij ook in aftrek brengen van zijn winst, maar de Belastingdienst, de rechtbank en het gerechtshof stonden dat niet toe. Zij vonden dat de noodzaak om te eten ook aanwezig was als de ondernemer gewoon thuis verbleef. De kosten waren daarom geen ondernemingskosten maar privékosten.

Hoge Raad: maaltijden in beginsel zakelijk

De Hoge Raad is het daar niet mee eens. De Hoge Raad vindt dat als de verblijfkosten zakelijk zijn, de kosten voor maaltijden dat in beginsel ook zijn. Alleen als het belopen van die kosten uitsluitend in de privésfeer zou zijn gelegen, kan dit anders zijn. Het enkele feit dat de kosten van uit eten gaan hoger zijn dan eten wat thuis bereid en genuttigd wordt, betekent echter nog niet dat het belopen van die kosten uitsluitend in de privésfeer gelegen is.

De ondernemer kon de kosten van het eten buiten de deur daarom gewoon in aftrek brengen.

Wel wettelijke correctie privé

Voor de aftrek van onder meer de kosten van voedsel is in de wet echter wel een correctie opgenomen voor het privé-element. De kosten van voedsel, drank en genotmiddelen, representatie, congressen, seminars, studiereizen en dergelijk komen tot een bedrag van € 5.600 per jaar daarom niet in aftrek van de winst. In plaats van een niet aftrekbaar bedrag van € 5.600, kan de ondernemer er echter ook voor kiezen om 80% van deze kosten in aftrek te brengen. De ondernemer uit de zaak die speelde bij de Hoge Raad kon daarom niet alle kosten voor het uit eten gaan in aftrek brengen, maar hield rekening met deze correctie.

Wat betekent dit voor u?

Als u ook in verband met uw onderneming een verblijfsruimte ver weg van uw thuis huurt, kunt u naast de huurkosten, dus ook de kosten van uw maaltijden in aftrek brengen. In het arrest van de Hoge Raad ging het om kosten van eten buiten de deur, maar uit het arrest lijkt opgemaakt te kunnen worden dat dit ook geldt voor de kosten van het in de verblijfsruimte zelf bereiden van de maaltijden.

U moet uiteraard wel rekening houden met het niet aftrekbare bedrag van € 5.600 of maar 80% van de kosten in aftrek brengen.

Vragen?

Neem voor vragen contact op met onze adviseurs. Houd er verder rekening mee dat de staatssecretaris waarschijnlijk niet blij is met het oordeel van de Hoge Raad. Mogelijk betekent dit dat de wet op dit punt in de toekomst gewijzigd wordt.

Vraag Nederlands kenteken aan voor Oekraïense auto

By nieuws

Oekraïense vluchtelingen die een eigen motorrijtuig mee hebben genomen naar Nederland, hoeven geen Nederlandse motorrijtuigenbelasting (mrb) en bpm te betalen. Deze (tijdelijke) regeling eindigt op 4 maart 2025 en daarom is het advies om zo snel mogelijk in actie te komen.

Regeling tijdelijke vrijstelling mrb en bpm

Bestelbus

Met de regeling Tijdelijke vrijstelling mrb en bpm (belasting van personenauto’s en motorrijwielen) voor ontheemden uit de Oekraïne kan een vrijstelling van Nederlandse mrb en bpm worden verkregen. Hiervoor moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • de vluchteling is met het motorrijtuig naar Nederland gekomen, en
  • het motorrijtuig (personenauto, bestelauto of motor) is ingeschreven in het Oekraïense kentekenregister.

Let op! De regeling is al een paar keer verlengd, maar eindigt nu op 4 maart 2025.

Wel eerst aanmelden bij de Belastingdienst

De tijdelijke vrijstelling geldt alleen als de Oekraïense vluchteling zich hiervoor bij de Belastingdienst heeft aangemeld. Dat hoeft maar één keer en dus niet elke keer bij een verlenging opnieuw. Oekraïense vluchtelingen die nog geen gebruikmaken van de regeling, kunnen zich nog altijd aanmelden. U leest hier hoe dat moet.

Bpm-vrijstelling op aanvraag

Voor de bpm kan de Oekraïense vluchteling een vrijstelling aanvragen. Als die vrijstelling wordt toegekend, hoeft hij ook vanaf 5 maart 2025 geen bpm te betalen. Aanvragen kan via het formulier Aanvraag vrijstelling bpm voor motorrijtuig uit Oekraïne. Voorwaarden voor deze vrijstelling zijn:

  • de vluchteling kwam uit Oekraïne naar Nederland en nam zijn motorrijtuig mee,
  • het motorrijtuig hoort bij zijn inboedel en hij gebruikt het voor hetzelfde doel waarvoor hij het ook in de Oekraïne gebruikte, en
  • hij had het minimaal zes maanden voordat hij naar Nederland kwam al in bezit en in gebruik.

Let op! Als de vrijstelling verkregen is, mag de vluchteling het motorrijtuig binnen één jaar nadien niet verkopen, verhuren of uitlenen. Hij mag het motorrijtuig wel uitlenen aan inwonende gezinsleden met een rijbewijs.

Wel mrb vanaf 5 maart 2025

Door het beëindigen van de regeling moeten Oekraïense vluchtelingen vanaf 5 maart 2025 wel mrb gaan betalen. Hiervoor moet het motorrijtuig uiterlijk op 4 maart 2025 voorzien zijn van Nederlandse kentekenplaten.

Tip! Het aanvragen van Nederlandse kentekenplaten kan veel tijd kosten. Het is daarom verstandig om de aanvraag zo snel mogelijk in te dienen.

Aanvragen Nederlandse kentekenplaten

Het aanvragen van Nederlandse kentekenplaten gaat als volgt:

  1. Als eerste moet de vrijstelling bpm aangevraagd worden.
  2. Na ontvangst van de brief waarin de bpm-vrijstelling wordt toegekend, laat de Oekraïner het motorrijtuig controleren bij de RDW. Meer informatie daarover is te vinden op rdw.nl/ukraine.
  3. Als deze is goedgekeurd, moet er aangifte bpm gedaan worden met het formulier Aangifte melding of opgaaf bpm. De Belastingdienst verwerkt deze aangifte, waarna de RDW het motorrijtuig registreert en een kentekenbewijs uitreikt.
  4. Daarna kunnen Nederlandse kentekenplaten gemaakt laten worden en bevestigd worden op het motorrijtuig.
  5. Zodra het motorrijtuig bij de RDW is geregistreerd gaat de mrb lopen. De Belastingdienst stuurt hiervoor een rekening mrb. Dit kan betekenen dat de Oekraïense vluchteling al vóór 5 maart 2025 mrb gaat betalen. Wachten met aanvragen tot het laatste moment is echter onverstandig, omdat het gehele proces veel tijd kan kosten.

Let op! Vergeet ook niet minimaal een WA-verzekering af te sluiten. Mogelijk moet het motorrijtuig ook nog APK gekeurd worden.

Akkoord nieuwe RVU-regeling zware beroepen

By nieuws

De huidige RVU-regeling, de regeling vervroegde uittreding, stopt op 31 december 2025. Na die datum is het niet meer mogelijk om er gebruik van te maken. Er komt echter een nieuwe RVU-regeling voor werknemers in zware beroepen die niet in staat zijn om tot de AOW-gerechtigde leeftijd door te werken.

Er is erkenning voor uitdagingen waarmee deze groep werknemers in zware beroepen wordt geconfronteerd. De nieuwe regeling biedt een uitweg voor degenen die fysiek of mentaal niet in staat zijn hun werkzaamheden tot de AOW-gerechtigde leeftijd voort te zetten.

Hoe werkt de huidige RVU-regeling

Bouw

De huidige RVU-regeling is bedoeld om mensen die niet meer door kunnen werken tot de AOW-gerechtigde leeftijd in staat te stellen eerder te stoppen met werken. Zij kunnen dan maximaal 3 jaar eerder stoppen met werken.

De AOW-leeftijd is op dit moment 67 jaar. Dat betekent dus dat werknemers op dit moment vanaf 64 jaar voor de regeling in aanmerking zou kunnen komen. Vanaf 2028 gaat de AOW-leeftijd naar 67 jaar en 3 maanden. Dus dat betekent dat vanaf 2025 het vroegste moment opschuift naar 64 jaar en 3 maanden. Deze regeling stopt op 31 december 2025.

Alleen voor zware beroepen

Het is essentieel dat zoveel mogelijk mensen zo lang mogelijk doorwerken. De focus van werkgevers én werknemers moet dus gericht zijn op duurzame inzetbaarheid en doorwerken tot de AOW-leeftijd. De nieuwe RVU-regeling is daarom, meer nog dan de huidige regeling, uitsluitend bedoeld voor mensen met zware beroepen. Wat dat precies is en aan welke eisen moet worden voldaan, wordt per cao afgesproken. Een onafhankelijke instantie toetst die afspraken. Daarmee wil men voorkomen dat mensen die geen zwaar beroep hebben ook gebruik kunnen maken van deze regeling.

Het bedrag wordt verruimd

De huidige RVU-uitkering bedraagt maximaal € 2.182,- bruto per maand. Dit bedrag is gekoppeld aan de hoogte van de AOW. In de vernieuwde regeling blijft het bedrag gelijk. Daarnaast zal het mogelijk worden om € 300,- per maand extra te geven, zodat met name mensen met lage inkomens ook van de regeling gebruik kunnen maken.

Let op! Het is niet de bedoeling dat dit ruimere bedrag generiek zal worden ingezet. Het dient uitsluitend voor situaties waarin een extra bedrag nodig zal zijn.

Afspraken over duurzame inzetbaarheid

Naast deze afspraken, of misschien wel beter gezegd, als basis onder deze afspraken, zijn ook afspraken gemaakt over duurzame inzetbaarheid. Doelstelling is dat iedereen moet en kan doorwerken tot de AOW-leeftijd. Om dat te bereiken zal worden ingezet op het verlichten van zwaar werk en het verkorten van blootstelling aan zwaar werk. Daarnaast zal worden ingezet op het op tijd aanbieden van begeleiding aan mensen met zwaar werk zodat zij een andere functie binnen of buiten de huidige onderneming of sector kunnen gaan vervullen.

Minister reageert op acceptatieplicht contant geld

By nieuws

De Tweede Kamer wil een acceptatieplicht invoeren voor contant geld. Minister Heijnen heeft op het voorstel gereageerd en mede aangegeven welke uitzonderingen nodig zijn als het amendement ook door de Eerste Kamer wordt aanvaard.

Acceptatieplicht

Geld

De Tweede Kamer wil de acceptatieplicht voor contant geld invoeren omdat er op steeds meer plaatsen alleen nog digitaal betaald kan worden, terwijl niet iedereen dit wil of de mogelijkheid heeft om digitaal te betalen. Daarbij krijgt de regering wel de mogelijkheid om uitzonderingssituaties vast te leggen als dit vanwege de uitvoerbaarheid of veiligheid nodig is.

Reactie minister

Minister Heijnen wijst er in een reactie op dat over het voorstel verplicht advies aan de ECB gevraagd wordt. Ook wijst hij erop dat bestuursrechtelijke geldschulden niet onder de acceptatieplicht vallen, maar dat hij er voorstander van is dat ook bij de overheid zoveel mogelijk contant betaald moet kunnen worden, bijvoorbeeld voor de aanschaf van een paspoort.

Uitzonderingen

Voor wat betreft eventuele uitzonderingen op de acceptatieplicht denkt de minister bijvoorbeeld aan periodieke betalingen voor energie of verzekeringen. Anderzijds vindt de minister de lagere kosten, snelheid, efficiency en het lagere risico op diefstal door het personeel geen gegronde redenen voor het maken van een uitzondering.

Veiligheid vereist nader onderzoek

Het weigeren van contant geld vanwege veiligheidsaspecten zal nader dienen te worden onderzocht, aldus Heijnen. Bij een hoog risico op overvallen acht hij een weigering om cash te accepteren aanvaardbaar, maar het is onwenselijk als dit aspect door iedereen als argument kan worden ingeroepen voor een uitzonderingssituatie.

Nader overleg 

De minister kondigt nader overleg aan, waarbij onder meer ondernemers- en consumentenorganisaties zullen worden betrokken. Ook zal hij de financiële gevolgen van de acceptatieplicht hierbij betrekken.

Minimumuurloon stijgt met 2,78% per 1 januari 2025

By nieuws

Het wettelijk minimumloon stijgt per 1 januari 2025 van € 13,68 naar € 14,06 per uur. Dit is een stijging van 2,78%. De stijging van het minimumuurloon werkt ook door in de minimumjeugduurlonen.

Koppeling aan ontwikkeling contractlonen

Sparen

De verhoging vloeit voort uit de koppeling die bestaat met de ontwikkeling van de contractlonen. Hiervan kan worden afgeweken, maar op grond van de feiten is dit niet nodig. 

Minimumuurloon

Sinds 1 januari 2024 wordt het minimumloon uitgedrukt in een wettelijk minimumuurloon. Dit betekent dat er geen vaste minimumdag-, -week- en -maandlonen meer voorgeschreven kan worden door de wet. 

Let op! Per sector kan de omvang van een voltijds dienstverband verschillen, bijvoorbeeld 36, 38 of 40 uur per week. 

Referentiemaandloon

Er wordt nog wel een referentiemaandloon vastgesteld om de hoogte en indexatie van een aantal uitkeringen vast te stellen. Dit referentiemaandloon gaat per 1 januari 2025 € 2.191,80 bruto bedragen.

Let op! Op de loonstrook moet u het geldende wettelijke minimumuurloon vermelden voor de betreffende leeftijd van de werknemer en de periode waar de loonstrook betrekking op heeft.

Tip! De brutobedragen van het minimumuurloon met ingang van 1 januari 2025 voor alle leeftijdscategorieën vindt u hier.

KIA bij bv die deelneemt in meerdere vof’s

By nieuws

De omvang van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) is afhankelijk van het totaal aan investeringen in een jaar. Hoe moet de KIA worden berekend bij een bv die deelneemt in meerdere vof’s?

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)

Geld

De KIA is een fiscale tegemoetkoming bedoeld om investeringen door met name kleinere ondernemingen te bevorderen. De KIA bestaat uit een percentage van het bedrag aan investeringen. Dit percentage neemt bij een bepaald bedrag aan investeringen af. Boven een investeringsbedrag van € 387.850 (2024) bedraagt het percentage nul. De KIA kan op de winst in mindering worden gebracht, waardoor minder belasting hoeft te worden betaald.

Tip! Meer informatie over de KIA vindt u hier.

Bv neemt deel in vof’s

De Belastingdienst heeft aangegeven hoe de KIA moet worden berekend als een bv deelneemt in meerdere vof’s. Daarbij is de Belastingdienst ervan uitgegaan dat de vof’s in het jaar investeren, maar dat de bv daarnaast ook zelf investeert.

Voorbeeld
Een bv heeft een belang van 40% in twee vof’s. De ene vof investeert in het jaar voor € 100.000, de andere voor € 80.000. De bv investeert zelf voor € 50.000.

Het totaal aan investeringen bedraagt € 100.000 + € 80.000 + € 50.000 = € 230.000. Het aandeel van de bv hierin bedraagt 40% x € 100.000 + 40% x € 80.000 + € 50.000 = € 122.000. De KIA over € 230.000 bedraagt € 11.915. De bv heeft dan recht op een KIA van € 11.915 x (€ 122.000/€ 230.000) = € 6.321.

Samentelregeling

De Belastingdienst geeft aan dat genoemde uitkomst gebaseerd is op de zogenaamde samentelregeling (opgenomen in artikel 3.41 lid 3 Wet Inkomstenbelasting).

 

Verduidelijking vrijstelling ov-kaart in Belastingplan 2025

By nieuws

Het Belastingplan 2025 bevat een verduidelijking van de regels inzake verstrekkingen en vergoedingen voor het gebruik van het openbaar vervoer. De verduidelijking is volgens het kabinet nodig, omdat de sinds dit jaar verruimde mogelijkheden voor het verstrekken en vergoeden van een ov-kaart nog niet voor iedereen helemaal duidelijk zijn.

Wanneer gericht vrijgesteld?

OV

Sinds dit jaar kunt u als werkgever onder voorwaarden een ov-kaart aan uw werknemer vrijgesteld van loonheffingen verstrekken of vergoeden. Dat kon voor die tijd ook al, maar daarvoor golden verschillende en strengere voorwaarden. Vanaf 2024 geldt alleen nog maar als voorwaarde dat uw werknemer de ov-kaart ook (in ieder geval in enige mate) gebruikt voor zakelijke reizen en/of woon-werkverkeer. 

Terminologie aangepast

Bij een ov-kaart kan het gaan om een ov-abonnement of een voordeelurenkaart. In de praktijk bestond onduidelijkheid over de vraag wat onder een ov-abonnement en wat onder een voordeelurenkaart moest worden verstaan. De voorgestelde wijzigingen bevatten daarom ook een wijziging van de gebruikte terminologie. Vanaf 2025 wordt de voorkeur gegeven aan algemene omschrijvingen, waarmee de regelingen ook toekomstbestendig worden gemaakt. Er wordt in de wet daarom opgenomen dat het gaat om de mogelijkheid om vrij te reizen met het openbaar vervoer of om het verlenen van korting op de prijs van het openbaarvervoersbewijs. 

Praktijk blijft gelijk

Aan de gerichte vrijstelling verandert in de praktijk eigenlijk niets. De voorwaarde is en blijft dat de ov-kaart ook (in ieder geval in enige mate) gebruikt wordt voor zakelijke reizen en/of woon-werkverkeer. Het maakt daarbij niet uit of uw werknemer de kaart ook gebruikt voor privéreizen.

Niet alleen Nederlands openbaar vervoer

Met de aanpassing van de wet wordt vanaf 2025 ook het onderscheid weggenomen tussen Nederlands openbaar vervoer en reizen met ander openbaar vervoer. Er is naar oordeel van het kabinet namelijk geen goede reden om dit onderscheid te handhaven.

Let op! Deze wijzigingen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd en zijn dus nog niet definitief.

Geen bouwvergunning, geen HIR?

By nieuws

Als u gemaakte boekwinst op een bedrijfsmiddel weer wilt herinvesteren, kunt u onder voorwaarden gebruikmaken van de herinvesteringsreserve (HIR). Voor het gerechtshof in Den Haag bleek onlangs dat het al dan niet verstrekken van een bouwvergunning op het opheffen van de HIR van invloed kan zijn.

Herinvesteringsreserve (HIR)

Bouw

Als u boekwinst maakt op een bedrijfsmiddel, moet u hier in beginsel belasting over betalen. U kunt dit voorkomen door de boekwinst te reserveren in een HIR. Koopt u later een vervangend bedrijfsmiddel, dan kunt u de HIR afboeken op de boekwaarde van het nieuwe bedrijfsmiddel. U kunt daardoor wel minder afschrijven op het nieuwe bedrijfsmiddel en betaalt daardoor op een later moment meer belasting. Op die manier kan de HIR ervoor zorgen dat u de belasting op de gerealiseerde boekwinst gespreid kunt betalen.

Voorwaarden

De HIR kent een aantal voorwaarden Een ervan bepaalt dat u een HIR in principe binnen drie jaar na het jaar van ontstaan ervan moet afboeken op een ander aangeschaft bedrijfsmiddel. Doet u dit niet, dan valt de HIR op het eind van dat jaar in de winst en betaalt u alsnog in één keer belasting over de boekwinst. De genoemde termijn van drie jaar geldt niet als er vertraging in de investering is opgetreden door bijzondere omstandigheden. Er is dan wel vereist dat er een begin van uitvoering van de investering is gemaakt.

Bijzondere omstandigheden?

In bovengenoemde zaak had een belastingplichtige een HIR gevormd en hiervoor niet tijdig een vervangende investering gedaan. De inspecteur wilde de HIR daarom na afloop van de voor de HIR geldende termijn toevoegen aan de winst. Belastingplichtige was het hiermee echter niet eens en stelde dat er sprake was van bijzondere omstandigheden die aan de herinvestering in de weg hadden gestaan.

Geen bouwvergunning

De vertraging was volgens belastingplichtige ontstaan omdat de gemeente geen bouwvergunning had afgegeven voor de geplande herinvestering in geconditioneerde schuren. Daarom had de ondernemer niet met de bouw ervan kunnen beginnen. Dat het weigeren van de bouwvergunning uiteindelijk onterecht bleek, deed niet ter zake. Ook had belanghebbende aangetoond dat er een begin van uitvoering van de investering was gemaakt. Er lagen namelijk getekende contracten voor de bouw van de schuren.

In dit geval betekende het ontbreken van een bouwvergunning dat de HIR daarom toch gehandhaafd kon blijven. De man werd dan ook in het gelijk gesteld.

Maximumpremieloon en percentages Zvw 2025

By nieuws

Het maximumpremieloon en de percentages voor de premie Zvw voor 2025 zijn bekend. Hoewel de percentages dalen ten opzichte van 2024, levert dit niet altijd een besparing op vanwege de stijging van het maximumpremieloon.

Maximumpremieloon

Kantoor

Het maximumpremieloon is het maximale loon waarover premies werknemersverzekeringen verschuldigd zijn. In 2024 steeg dit maximumpremieloon al flink van € 66.956 in 2023 naar € 71.628 in 2024.

Ook in 2025 krijgen werkgevers een flinke stijging voor de kiezen. Het maximumpremieloon bedraagt in 2025 namelijk € 75.864. Deze stijging betekent dat werkgevers voor werknemers met een premieloon vanaf € 71.628 volgend jaar mogelijk meer premies werknemersverzekeringen verschuldigd zijn.

Premies Zvw

De premie Zvw wordt in de meeste gevallen door de werkgever betaalt. Het percentage dat werkgevers in 2024 over het loon van de werknemer verschuldigd is, bedraagt in 2024 6,57%. In 2025 daalt dit percentage naar 6,51%.

Er zijn ook gevallen waarin de werkgever niet de premie Zvw betaalt, maar waar de verzekeringsplichtige zelf de premie Zvw betaalt. Dit is bijvoorbeeld het geval bij dga’s die niet verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. Het percentage dat de verzekeringsplichtige in 2024 over zijn bijdrage-inkomen verschuldigd is, bedraagt in 2024 5,32%. Ook dit percentage daalt in 2025 en wel naar 5,26%.

Stijging maximale premie Zvw

Het maximale bijdrageloon is gelijk aan het maximumpremieloon. Dit betekent dat in 2024 tot maximaal € 71.628 premie Zvw verschuldigd is, in 2025 tot maximaal € 75.864. Ondanks de daling van de premiepercentages Zvw kan daarom toch meer premie Zvw verschuldigd zijn.

Bedraagt de maximale door de werkgever verschuldigde premie in 2024 nog € 4.705, bedraagt deze in 2025 namelijk € 4.938. De maximale door de verzekeringsplichtige verschuldigde premie bedraagt in 2024 nog € 3.810, terwijl deze in 2025 € 3.990 bedraagt.

Berekening vergoeding opladen elektrische auto

By nieuws

Als een werknemer in een elektrische auto van de zaak rijdt, mag u de kosten die hij maakt voor het opladen van de auto belastingvrij vergoeden. De Belastingdienst heeft aangegeven op welke manieren dit kan en welke elementen ter berekening van de kostprijs daarbij van belang zijn.

Werkelijke kosten

Elektrische auto

Als werkgever mag u om te beginnen de werkelijke kosten vergoeden. Volgens de Belastingdienst dient u daarbij uit te gaan van de integrale kostprijs. Om die te berekenen moeten de vaste en variabele kosten gedeeld worden door het aantal verbruikte kWh aan elektriciteit. Variabele kosten zijn de prijs per kWh, bij vaste kosten moet u onder andere denken aan de transportkosten.

Welke elementen bepalen kostprijs?

Voor wat betreft de vermindering van energiebelasting kan deze buiten beschouwing worden gelaten, voor zover deze al wordt opgebruikt door het privégebruik van de stroom door de werknemer. Gebruikt de werknemer zonnepanelen om elektriciteit op te wekken, dan maakt een evenredig deel van de afschrijvingskosten deel uit van de kostprijs en kunt u dit onbelast vergoeden. Een eventueel prijsplafond vermindert de kosten en dus ook de onbelaste vergoeding.

Zakelijke transactie

Als werkgever kunt ook met uw werknemer een contract afsluiten omtrent de te vergoeden kostprijs. In een dergelijk contract zal het tarief in combinatie met de duur van het contract in overeenstemming moeten zijn met de prijs in de markt. Daarbij is het moment waarop u als werkgever en uw werknemer afspraken maken bepalend.

Let op! Gebruikt de werknemer voor het opladen van een auto van de zaak een openbare laadpaal, dan kunnen de kosten van het opladen bij die oplaadpaal onbelast worden vergoed.

Bewijslast

Bij een eventuele discussie over de vraag of een werkgever meer heeft vergoed dan de kostprijs, ligt de bewijslast bij de inspecteur.