All Posts By

Nieuw afbouwpad in youngtimerregeling?

By nieuws

Youngtimerregeling 

Een auto van de zaak die onder de youngtimerregeling valt kent een bijtelling van 35% van de waarde in het economische verkeer, in plaats van de reguliere bijtelling die geldt voor jongere auto’s. 

Let op! Voor auto’s van vóór 1 januari 2017 die niet onder de youngtimerregeling vallen, bedraagt de bijtelling in 2026 25% van de oorspronkelijke cataloguswaarde. Stoot zo’n auto geen CO2 uit, dan is het bijtellingspercentage in 2026 21%. 

Leeftijd auto 

Of een auto van de zaak onder de youngtimerregeling valt is afhankelijk van het moment waarop de auto voor het eerst in gebruik is genomen. In 2025 viel een auto van de zaak die vijftien jaar of langer geleden voor het eerst in gebruik was genomen onder de youngtimerregeling. In 2026 bedraagt deze leeftijdsgrens zestien jaar en vanaf 2027 zelfs vijfentwintig jaar. 

Let op! Auto’s die in 2025 al aan dezelfde werknemer ter beschikking waren gesteld en die in 2025 vijftien jaar maar nog geen zestien jaar oud zijn geworden, kunnen in 2026 het hele jaar onder de youngtimerregeling vallen. Dus ook in de periode dat ze nog geen zestien jaar zijn. Dit is geregeld in overgangsrecht. 

Gevolgen verhoging leeftijd naar 25 jaar 

De verhoging van de leeftijdsgrens naar vijfentwintig jaar per 2027, betekent dat veel auto’s ineens van een bijtelling van 35% van de waarde in het economische verkeer naar 25% van de oorspronkelijke cataloguswaarde gaan. 

Ander afbouwpad 

De Tweede Kamer schrok toch wel van deze gevolgen van deze wijziging en nam daarom een motie aan. Naar aanleiding van deze motie heeft het kabinet de volgende vier opties voor een ander afbouwpad uitgewerkt. 

  • De youngtimerregeling blijft definitief gelden voor alle auto’s die op 1 januari 2027 minimaal zestien jaar oud zijn, de leeftijdsgrens wordt in deze optie voor jongere auto’s wel verhoogd naar vijfentwintig jaar. 
  • De youngtimerregeling blijft tot 31 december 2031 gelden voor alle auto’s die op 1 januari 2027 minimaal zestien jaar oud zijn, de leeftijdsgrens wordt in deze optie voor jongere auto’s wel per 1 januari 2027 al verhoogd naar vijfentwintig jaar. 
  • De leeftijdsgrens voor de youngtimerregeling blijft vanaf 1 januari 2027 zestien jaar en wordt dus niet verhoogd naar vijfentwintig jaar. 
  • De leeftijdsgrens voor de youngtimerregeling gaat per 2027 naar zeventien jaar, per 2028 naar twintig jaar en per 2032 naar vijfentwintig jaar. 

Let op! Of er een ander afbouwpad komt en zo ja welke, wordt in augustus 2026 door het kabinet besloten. Dit besluit zal onder meer afhangen van andere te nemen besluiten en de budgettaire dekking. 

Geen verhoging van het bijtellingspercentage 

In de door de Tweede Kamer aangenomen motie werd de suggestie gedaan om het bijtellingspercentage van 35% te verhogen. Dit zou dan de budgettaire dekking kunnen zijn van het andere afbouwpad.  

Het kabinet wil de 35% echter niet zonder nader onderzoek verhogen omdat het de vraag is of de bijtelling dan nog het werkelijke privévoordeel benadert. 

Let op! Het kabinet kiest nu dus niet voor een verhoging van de 35%. Het kabinet gaat nader onderzoek doen of de huidige bijtellingspercentages het werkelijke privévoordeel voldoende benaderen. In het voorjaar 2027 worden de resultaten van dit onderzoek met de Tweede Kamer gedeeld.

Gerechtshof: Temper is een uitzendbureau

By nieuws

Wat doet platform Temper? 

Temper is een digitaal platform dat zzp’ers (freelancers) en bedrijven direct met elkaar in contact brengt voor tijdelijk werk, ook wel ‘shifts’ genoemd. Het richt zich voornamelijk op de horeca, logistiek, retail (detailhandel) en bezorging. 

Werkers en opdrachtgevers kunnen via Temper overeenkomsten sluiten over uit te voeren werkzaamheden. Volgens Temper zijn de werkers kleine ondernemers (zzp’ers) die via het platform zelfstandig opdrachten verwerven. De vakbonden FNV en CNV vinden echter dat sprake is van schijnzelfstandigheid. De werkers zijn in werkelijkheid geen zelfstandigen maar uitzendkrachten van Temper. Ze zijn hierover gaan procederen. 

Oordeel gerechtshof: werkers zijn uitzendkrachten 

Het gerechtshof in Amsterdam heeft in afwijking van de kantonrechter geoordeeld dat inderdaad sprake is van een uitzendovereenkomst tussen Temper en de werkers die werkzaamheden verrichten via het onlineplatform. 

Het gerechtshof hanteerde daarbij onder meer de volgende argumenten: Temper werft en selecteert werkers, beheert de toegang tot klussen via de app, stelt kwaliteitseisen, kan zo nodig werkers van het platform weren en bepaalt de spelregels van de samenwerking. Denk bij dat laatste aan zaken als:  de wijze waarop de beloning wordt bepaald, hoe deze wordt uitgekeerd en de hoogte van de beloning. Het platform kan daarom niet louter worden gekarakteriseerd als een bemiddelingssite, aldus het gerechtshof. 

Het gerechtshof concludeerde dat Temper de beschikking over de werkers heeft in de zin van de wet, dat de werkers voor rekening en risico van Temper werken, en dat de overeenkomsten dus kwalificeren als uitzendovereenkomsten. Dat voor de betalingen sprake is van een factoringconstructie doet daar in de ogen van het gerechtshof niet aan af. 

Gevolgen voor Temper 

Het oordeel van het gerechtshof betekent dat Temper kwalificeert als een uitzendwerkgever. Temper is daarom verplicht de cao voor uitzendkrachten toe te passen op de werkers die via het platform werkzaamheden verrichten. 

Dit arrest zal mogelijk nog gevolgen hebben voor en leiden tot individuele claims van werkers, loon- en cao-nabetalingen en de positie van opdrachtgevers. 

Let op! Temper heeft aangegeven de uitspraak zorgvuldig te beoordelen en serieus te onderzoeken of ze in cassatie bij de Hoge Raad gaan.

Wet 10% pensioen ineens aangenomen

By nieuws

Uitstel 

De Eerste Kamer stemde op 16 juni 2026 met het wetsvoorstel in. Het wetsvoorstel staat al vanaf 2021 op de rol. Oorspronkelijk was het plan om deze mogelijkheid per 1 januari 2023 in te laten gaan, maar de ingangsdatum is keer op keer uitgesteld. Uiteindelijk zal de wet met ingang 1 januari 2029 ingaan, dus na de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. 

10% pensioen ineens 

Vanaf 1 januari 2029 krijgt een gepensioneerde de mogelijkheid om op de pensioeningangsdatum maximaal 10% van het opgebouwde pensioen in één keer uit te laten betalen. De gepensioneerde mag dit bedrag vrij besteden, er is dus geen verplicht bestedingsdoel. 

Tip! De mogelijkheid 10% ineens op te nemen komt ook beschikbaar voor lijfrentes. 

Rekentool 

Het maandelijkse pensioen wordt door de opname wel lager. Daarnaast kan de opname van een bedrag ineens gevolgen hebben voor het recht op toeslagen. Daarom komt er een rekentool beschikbaar die inzicht geeft in de gevolgen van het bedrag ineens voor toeslagen en belastingen. 

Aanvraag subsidie inclusiviteitstechnologie tot 31 augustus 2026

By nieuws

Impact inclusiviteitstechnologie 

Met het gebruik van inclusiviteitstechnologie kunnen werknemers met een arbeidsbeperking hun toegang tot de arbeidsmarkt verbeteren. Door de subsidie worden de kosten voor de werkgever verlaagd en worden ze gestimuleerd deze technologieën in te zetten.  

Let op! Er is ook subsidie beschikbaar voor advisering over het gebruik van de technologie. Per aanvraag mag je van de subsidie hieraan maximaal € 1.000 besteden.  

Soorten technologieën 

Inclusiviteitstechnologie is op velerlei terreinen beschikbaar. Er bestaat een lijst met technologieën die zijn goedgekeurd voor de verkrijging van de subsidie. Er is ook een document met voorbeelden. 

De lijst bevat bijvoorbeeld een technologie waarmee een tablet of smartphone handsfree kan worden bediend en een technologie die de stem versterkt, wanneer dit bij een stemaandoening noodzakelijk is. 

Omvang subsidie 

Voor de subsidie is € 1 miljoen beschikbaar. Per aanvraag krijg je minimaal € 2.500 tot maximaal € 25.000 subsidie of maximaal de helft van de kosten die voor subsidie in aanmerking komen. 

Let op! De subsidie is alleen beschikbaar voor werkgevers in het mkb met maximaal 250 werknemers en een jaaromzet van maximaal € 50 miljoen. 

Aanvraagperiode verlengd 

De subsidie was oorspronkelijk beschikbaar tot 29 mei 2026, maar deze periode is verlengd tot 31 augustus 2026 17.00 uur. Zodoende heb je meer tijd om de mogelijkheden van inclusiviteitstechnologieën binnen je bedrijf na te gaan en de aanvraag goed voor te bereiden. De subsidie vereist onder meer dat je offertes meestuurt van de technologieën die je aan wilt schaffen en dat je omschrijft hoe een technologie je personeel met een arbeidsbeperking helpt. 

Let op!Aanvragen kan digitaal met eHerkenning minimaal niveau 3 via de volgende link.

Wet 10 pensioen ineens aangenomen

By nieuws

Uitstel 

De Eerste Kamer stemde op 16 juni 2026 met het wetsvoorstel in. Het wetsvoorstel staat al vanaf 2021 op de rol. Oorspronkelijk was het plan om deze mogelijkheid per 1 januari 2023 in te laten gaan, maar de ingangsdatum is keer op keer uitgesteld. Uiteindelijk zal de wet met ingang 1 januari 2029 ingaan, dus na de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. 

10% pensioen ineens 

Vanaf 1 januari 2029 krijgt een gepensioneerde de mogelijkheid om op de pensioeningangsdatum maximaal 10% van het opgebouwde pensioen in één keer uit te laten betalen. De gepensioneerde mag dit bedrag vrij besteden, er is dus geen verplicht bestedingsdoel. 

Tip! De mogelijkheid 10% ineens op te nemen komt ook beschikbaar voor lijfrentes. 

Rekentool 

Het maandelijkse pensioen wordt door de opname wel lager. Daarnaast kan de opname van een bedrag ineens gevolgen hebben voor het recht op toeslagen. Daarom komt er een rekentool beschikbaar die inzicht geeft in de gevolgen van het bedrag ineens voor toeslagen en belastingen. 

Wettelijke bescherming tegen onderbetaling

By nieuws

Aanleiding: situatie arbeidsmigranten

Met name bij arbeidsmigranten is niet altijd even duidelijk of ze het wettelijk minimumloon betaald hebben gekregen. Daarom werkt de regering een wetsvoorstel uit waarmee werknemers straks in die situatie alsnog het minimumloon uitgekeerd krijgen. Ook de bewijslast verschuift dan. De werkgever zal dan moeten bewijzen dat het minimumloon wel is uitbetaald. Nu ligt de bewijslast nog bij de werknemer of de Arbeidsinspectie. Zij moeten op dit moment nog bewijzen dat sprake is van betaling onder het wettelijk minimumloon.

Geen nabetaling mogelijk

De Arbeidsinspectie is de toezichthouder voor wat betreft de naleving van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Bij controles komt het voor dat de werkgever de benodigde gegevens niet kan of wil verstrekken. De Arbeidsinspectie kan dan niet nagaan of het minimumloon is betaald voor de gewerkte uren. De Arbeidsinspectie kan dan wel een boete van maximaal €12.000 per onderzochte werknemer opleggen maar daarmee ontvangen de werknemers nog niet het loon waar ze recht op hebben.

Omkering bewijslast

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil daarom een rechtsvermoeden van onderbetaling in de wet opnemen als er een vermoeden van onderbetaling is. De bewijslast wordt dan omgekeerd waardoor de werkgever moet bewijzen dat niet sprake is van onderbetaling.

Rechtsvermoeden: arbeidsinspectie

De Arbeidsinspectie mag, na invoering van het rechtsvermoeden, een fictieve onderbetaling van het loon berekenen, als het vermoeden bestaat dat werknemers te weinig betaald krijgen en de werkgever niet kan bewijzen dat geen sprake is van onderbetaling. Dit doet zich bijvoorbeeld voor als de werkgever de gevraagde administratie niet wil of kan tonen.

Let op!Genoemd rechtsvermoeden was één van de aanbevelingen van het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten. Het aanjaagteam adviseerde ook bij een vermoeden van onderbetaling aan te nemen dat de werknemer gedurende zes maanden voor 36 uur per week tegen een vergoeding van het minimumloon heeft gewerkt. 

Rechtsvermoeden: rechter

Verder moet de werkgever straks bij de rechter bewijzen dat het wettelijk minimumloon wel is betaald. Nu ligt deze bewijslast nog bij de werknemer. Bewijslast betekent ook vaak bewijsrisico. Het is lastig voor werknemers om aan te tonen dat er sprake is van onderbetaling. Zeker wanneer de werknemer geen documenten kan laten zien, omdat deze ontbreken. Bovendien speelt de sterke afhankelijkheidspositie die werknemers ten opzichte van hun werkgever hebben een rol. Ze zijn niet snel geneigd om een procedure te starten. Vaak zijn ze ook onbekend met die mogelijkheid. Daar moet dus nu verandering in komen.

Let op!Deze voorstellen zullen in de komende maanden nader uitgewerkt worden in een wetsvoorstel. Daarna toetst de arbeidsinspectie eerst de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid en wordt het wetsvoorstel voorgelegd bij de Raad van State. Vervolgens moeten de Tweede en Eerste Kamer het wetsvoorstel nog behandelen en hierover stemmen.

Rechtsvermoeden arbeidsovereenkomst bij uurtarief tot € 38

By nieuws

Rechtsvermoeden

Het rechtsvermoeden houdt in dat het vermoeden van een arbeidsovereenkomst wordt aangenomen voor iedereen die voor een ander arbeid verricht tegen een beloning van minder dan € 38 per uur. Opdrachtgevers kunnen dit rechtsvermoeden wel weerleggen door aan te tonen dat er geen arbeidsovereenkomst is. Lukt dat de opdrachtgever niet, dan bestaat recht op alle bescherming die het arbeidsrecht biedt, zoals recht op doorbetaling bij vakanties en ontslagbescherming. 

Let op! De wet treedt op een nog nader te bepalen datum in werking. De verwachting is uiterlijk 31 december 2026. 

Onmiddellijke werking 

Het rechtsvermoeden heeft, na inwerkingtreding van de wet, onmiddellijke werking. Dit betekent dat het rechtsvermoeden van toepassing is op elke arbeidsrelatie die bestaat op de dag van inwerkingtreding van de wet en op elke arbeidsrelatie die op die dag of na die dag ingaat.  

Alleen civielrechtelijke werking 

Het rechtsvermoeden heeft alleen een civielrechtelijke werking. Het UWV, de Belastingdienst en de Arbeidsinspectie gaan niet zelfstandig dit rechtsvermoeden toetsen, maar houden hun eigen onderzoeksplicht op basis van arbeid, loon en gezagsverhouding (zoals opgenomen in artikel 7:610 BW). 

Verduidelijkingsdeel geschrapt 

Oorspronkelijk bevatte het wetsvoorstel Vbar ook nog criteria aan de hand waarvan duidelijker zou moeten zijn wanneer iemand werknemer is en wanneer iemand als zelfstandige werkt. Voordat de Tweede Kamer over het wetsvoorstel stemde, had het kabinet dit verduidelijkingsdeel al uit het wetsvoorstel geschrapt. 

Let op! In plaats van het verduidelijkingsdeel uit het oorspronkelijke wetsvoorstel Vbar wil het kabinet zo snel mogelijk aan de slag met de Zelfstandigenwet. Het initiatiefwetsvoorstel dat medio 2025 ter internetconsultatie lag, zal daarvoor de basis vormen. Het kabinet zal de Tweede Kamer voor de zomer over verdere vervolgstappen informeren.  

(Mogelijke) wijzigingen in de werkkostenregeling

By nieuws

Evaluatie wkr 

SEO Economisch onderzoek (SEO) heeft op 1 juni 2026 een evaluatie van de wkr over de jaren 2019-2024 aan het kabinet aangeboden. Conclusie van de evaluatie is dat de wkr doeltreffend is en deels doelmatig. SEO doet een aantal aanbevelingen om de doelmatigheid te vergroten. Dit zou vooral bereikt worden door de wkr minder complex te maken en de administratieve lasten te verlichten. 

Let op! Hierna wordt alleen ingegaan op de aanbevelingen van SEO waarvan het kabinet heeft aangegeven hier opvolging aan te geven of hierover later een besluit te nemen. De aanbevelingen van SEO die het kabinet niet overneemt, komen hierna niet terug. 

Vrijstelling korting producten uit eigen bedrijf vervalt per 2027 

Al eerder kondigde het kabinet aan dat de gerichte vrijstelling voor kortingen en vergoedingen voor producten uit eigen bedrijf, met ingang van 2027 vervalt. Deze aanbeveling van SEO wordt opgenomen in de belastingplannen 2027 die op Prinsjesdag 2026 aan de Tweede Kamer worden aangeboden. 

Afschaffen eerste schijf vrije ruimte 

De vrije ruimte bedraagt in 2026 2% van de loonsom, tot een bedrag van € 400.000 en 1,18% daarboven. De eerste schijf van 2% is met name bedoeld om mkb-ondernemingen tegemoet te komen. SEO constateert onder meer dat de eerste schijf ook bij het niet-mkb terechtkomt en beveelt aan om de eerste schijf af te schaffen. Het kabinet neemt deze aanbeveling mee in de augustusbesluitvorming 2026. Op Prinsjesdag 2026 wordt dan bekend of het kabinet de aanbeveling (deels) overneemt en zo ja, vanaf wanneer. 

Verhoging 80% eindheffing bij overschrijden vrije ruimte 

Naar aanleiding van een aanbeveling van SEO onderzoekt het kabinet een verhoging van de 80% eindheffing die verschuldigd is bij overschrijden van de vrije ruimte. De eindheffing zou dan net zo hoog moeten worden als de gemiddelde marginale belastingdruk. Het kabinet neemt dit mee in de augustusbesluitvorming 2026. Op Prinsjesdag 2026 wordt dan bekend of en zo ja, wanneer de verhoging doorgaat 

Samenloop thuiswerk- en reiskostenvergoeding 

Op dit moment is het niet mogelijk om op één dag zowel een onbelaste thuiswerkvergoeding als een onbelaste reiskostenvergoeding woon-werk te geven. SEO beveelt aan om dit wel mogelijk te maken. Het kabinet neemt hierover bij de augustusbesluitvorming 2026 een besluit. De effecten op CO2-uitstoot en een mogelijk verbod op uitruil van de thuiswerkvergoeding met belast loon worden hierbij onder meer meegenomen. Op Prinsjesdag 2026 zal een en ander duidelijk worden. 

Afschaffen diensttijdvrijstelling bij 25/40 jaar werkjubileum 

Bij een 25-jarig en een 40-jarig werkjubileum is het mogelijk om een maandloon onbelast aan de werknemer te geven. SEO beveelt aan om deze vrijstelling af te schaffen. Het kabinet neemt deze aanbeveling mee in de augustusbesluitvorming 2026. Of de diensttijdvrijstelling wordt afgeschaft en zo ja, vanaf wanneer, wordt dan op Prinsjesdag 2026 bekend. 

Andere (deels) overgenomen aanbevelingen 

  • Naast de hiervoor beschreven aanbevelingen, neemt het kabinet ook de volgende aanbevelingen (deels) over: 
  • Naar aanleiding van een aanbeveling van SEO over een gerichte vrijstelling voor andere beroepskosten, gaat het kabinet onderzoek doen naar een mogelijke gerichte vrijstelling voor de premie van een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering. 
  • Ook de aanbeveling van SEO om praktijkvoorbeelden van het aanwijzen van eindheffingsloon op te nemen in het handboek loonheffingen, neemt het kabinet over. 
  • Daarnaast wil het kabinet de doelmatigheidsgrens van € 2.400 wettelijk gaan vastleggen gecombineerd met een jaarlijkse indexatie. Een voorstel hiervoor moet nog nader uitgewerkt worden. 
  • Verder onderzoekt het kabinet de mogelijkheden om werkgevers te stimuleren hun werknemers te ondersteunen bij het aflossen van de studieschuld. 

Let op! De volledige kabinetsreactie op de evaluatie van de wkr door SEO is hier te lezen.

Controleer je beschikking Wtl 2025

By nieuws

Lkv’s 

In 2025 waren er nog vier soorten lkv’s: voor oudere werknemers, voor arbeidsbeperkte werknemers, voor het herplaatsen van arbeidsbeperkte werknemers en voor de doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden. 

Let op! Elk lkv kent zijn eigen voorwaarden. De voorwaarden in 2025 kunnen op bepaalde onderdelen verschillen van de huidige voorwaarden in 2026. 

Beschikking Wtl 2025 

De beschikking Wtl 2025 ontvang je vóór 1 augustus 2026. Het bevat jouw lkv-bedrag voor 2025. De definitieve berekening vind je in de bijlage bij de beschikking. 

Let op! De Belastingdienst betaalt dit bedrag binnen zes weken na de dagtekening van je beschikking aan je uit. 

Foutieve lkv? 

Als de beschikking niet klopt, kan je bezwaar maken bij de Belastingdienst. Doe dit wel binnen zes weken na dagtekening van de beschikking. 

Let op! UWV heeft de lkv’s berekend op basis van de uren uit je aangifte loonheffingen. Dit zijn altijd afgeronde uren. Om die reden kan er een afrondingsverschil bestaan tussen de uren uit je loonadministratie en de uren op de beschikking. 

Fout in aangiften 2025? 

Zat er een fout in je aangiften over 2025, dan had je fout uiterlijk 1 mei 2026 via een correctiebericht moeten corrigeren. Alleen dan heeft het UWV dit meegenomen in de berekening van de lkv’s 2025. 

Let op! Ontdek je de fout nu pas? Dan heb je daar dus niets meer aan voor je lkv’s 2025. Je bent echter nog wel verplicht om een correctiebericht in te dienen. De gegevens worden namelijk wel opgenomen in de polisadministratie van het UWV. 

Geen langere termijn UWV bij niet tijdig beslissen

By nieuws

Voorrang gestopt 

Het UWV heeft sinds januari 2026 de werkwijze aangepast. De prioriteit is komen te liggen op het uitvoeren van de WIA- en Wajong-beoordelingen. Dit betekent dat verzoeken om herbeoordelingen en bezwaarzaken langer blijven liggen. 

Het UWV gaf tot 1 januari 2026 voorrang aan dossiers waarin aanvragers in beroep waren gegaan bij de rechtbank vanwege het niet tijdig beslissen. Daardoor moesten aanvragers die geen beroep hadden ingesteld, langer wachten op een besluit. Vanaf 1 januari 2026 is dit onderscheid komen te vervallen. 

Beroepsprocedure 

Een belanghebbende heeft de mogelijkheid om naar de rechter te stappen als het UWV niet tijdig een beslissing neemt op een verzoek om herbeoordeling of in een bezwaarprocedure. Aan de rechter wordt gevraagd om het UWV te dwingen alsnog snel een besluit te nemen.  

Let op! De belanghebbende moet het UWV eerst schriftelijk in gebreke stellen en een extra termijn van maximaal twee weken geven om alsnog te beslissen. Beslist het UWV niet binnen die extra termijn dan kan pas de gang naar de rechter worden gemaakt. 

De rechter bepaalt vervolgens of het UWV een beslissing moet nemen en zo ja binnen welke termijn. Om zijn uitspraak kracht bij te zetten zal de rechter hier een dwangsom aan verbinden. 

Rechtbank houdt UWV aan beslistermijn van negen weken 

In eerdere procedures in 2025 besliste rechtbank Den Haag over zaken waarbij het UWV geen tijdige beslissing nam omdat er een medisch advies van een verzekeringsarts nodig was. De rechtbank besliste toen dat het UWV binnen zes weken na de uitspraak van de rechtbank een medische beoordeling door een verzekeringsarts moest laten uitvoeren. Verder besliste de rechtbank dat het UWV binnen negen weken een besluit bekend moest maken. 

De rechtbank Den Haag heeft nu voor de situatie vanaf 2026 geoordeeld dat de maximum beslistermijn van negen weken nog steeds passend is. Deze termijn wordt daarom niet verlengd. Bij het bepalen van die termijn heeft de rechter al rekening gehouden met het tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV. 

Het UWV heeft zelf voor de nieuwe werkwijze gekozen waarbij geen voorrang meer wordt verleend aan zaken waarvoor beroep is ingesteld. Dit betekent dat het UWV zich ook bij de financiële gevolgen heeft neergelegd als er een dwangsom moet worden betaald omdat de termijn die de rechtbank in haar uitspraak stelt, niet wordt gehaald. 

Let op! Dit is een oordeel van rechtbank Den Haag. Het is niet bekend of andere rechters hier hetzelfde over denken.