All Posts By

Wat zijn je rechten bij het ontbreken van een emailnotificatie?

By nieuws

Berichtenbox 

Je Berichtenbox kun je raadplegen op MijnOverheid met je Digid. Je moet hier ook aangeven of je wel of niet per email op de hoogte gebracht wilt worden als er nieuwe post in je Berichtenbox zit. Maar wat nu als de Belastingdienst geen emailnotificatie stuurt?  Hoe zit dat nu en hoe was dat tot en met 2025? 

Tot en met 2025: casus over naheffing parkeerbelasting 

De Hoge Raad heeft zich over deze vraag gebogen in een zaak die handelde over een naheffingsaanslag parkeerbelasting in de periode tot en met 2025. De naheffing was opgelegd in 2022. De automobilist die de naheffing via zijn Berichtenbox had ontvangen, gaf aan dat hij hiervan niet op de hoogte was gebracht met een emailnotificatie. Hij weigerde daarom de aanmaningskosten van acht euro te betalen. 

Gevolgen geen emailnotificatie tot en met 2025 

De Hoge Raad oordeelde dat op grond van de wet de naheffingsaanslag parkeerbelasting op voorgeschreven wijze bekend was gemaakt op het moment dat deze in de Berichtenbox was geplaatst. Een emailnotificatie was daarvoor geen vereiste. 

De Hoge Raad oordeelde ook dat het sturen van een emailnotificatie dat er nieuwe post in de Berichtenbox zit, tot en met 2025 ook nog niet verplicht was. Je kon er tot en met 2025 wel voor kiezen om in je Berichtenbox in te stellen dat je zo’n emailnotificatie wilde ontvangen. Nu de automobilist voor de rechter niet had aangegeven dat hij die keuze had gemaakt, ging de Hoge Raad ervan uit dat hij er niet voor gekozen had om emailnotificaties te ontvangen. De aanslag was verder correct kenbaar gemaakt en dus bleven de aanmaningskosten in stand.  

Wijziging vanaf 2026 

De voorgaande casus was waarschijnlijk anders afgelopen als deze in 2026 had gespeeld. Het sturen van een emailnotificatie in sinds 2026 namelijk wel verplicht, tenzij de beoogde ontvanger van het bericht in de Berichtenbox heeft ingesteld dat hij geen emailnotificaties wil ontvangen. 

Gevolg niet verzonden emailnotificatie vanaf 2026 

Verstuurt de Belastingdienst geen emailnotificatie, dan kan een termijnoverschrijding (bijvoorbeeld de zes weken termijn waarbinnen je bezwaar moet maken), niet aan jou worden tegengeworpen. Dit is uiteraard anders als je hebt ingesteld dat je geen emailnotificatie wilt ontvangen. In dat geval komt de termijnoverschrijding wel voor jouw rekening. 

Gevolg niet ontvangen emailnotificatie vanaf 2026

Heeft de Belastingdienst wel een emailnotificatie gezonden, maar heb jij die niet ontvangen? Dan kan een termijnoverschrijding je ook niet worden tegengeworpen. Voorwaarde hierbij wel is dat het redelijkerwijs niet jouw schuld is dat je de emailnotificatie niet hebt ontvangen. Als je bijvoorbeeld geen of een foutief emailadres hebt opgegeven of een wijziging van je emailadres niet doorgeeft, komt een termijnoverschrijding wel voor jouw rekening. 

Tip! Het laten sturen van een emailnotificatie door de Belastingdienst biedt vanaf 2026 meer rechtsbescherming. Controleer daarom in je Berichtenbox of is ingesteld dat je emailnotificaties wilt ontvangen. Controleer ook of je email (juist) is opgenomen in je Berichtenbox en geef wijzigingen in je email op tijd door in je Berichtenbox.  

Subsidie werkgevers bij inzet statushouders

By nieuws

SOWIS

De SOWIS is bedoeld om de kosten te dekken van de extra begeleiding van statushouders die nodig is om de taal- en cultuurverschillen op de werkvloer te verkleinen. Een statushouder is een vluchteling met een asiel verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd. 

Voorwaarden 

Voor de subsidie gelden een aantal voorwaarden. Zo moet je de statushouder een arbeidsovereenkomst aanbieden van minimaal 20 uur per week voor minimaal een jaar. Verder mag de statushouder op het moment van aanvraag van de SOWIS maximaal zes maanden bij je in dienst zijn. 

Tip! De aanvraagprocedure en aanvraagcriteria kun je hier vinden. Onderdeel van de aanvraagcriteria is dat je een activiteitenplan moet maken. Het Ministerie van SZW heeft een format en een handreiking ontwikkeld voor een te hanteren activiteitenplan. 

Hoogte subsidie 

Je kunt voor maximaal 8 statushouders SOWIS aanvragen. Per statushouder bedraagt de subsidie € 3.000. Als je voor het eerst SOWIS aanvraagt, ontvang je een eenmalige aanvullende subsidie van € 3.000. 

Let op! Alle activiteiten waarvoor je de SOWIS ontvangt, moet je binnen 2 jaar na de subsidieverlening afronden. 

Aanvraagperiode 

Je kunt de SOWIS aanvragen van 8 juni 2026 9.00 uur tot en met 30 september 2026 17.00 uur via deze website. In deze periode kun je één keer een aanvraag doen. Wil je in 2026 voor meer dan één statushouder subsidie aanvragen, combineer dat dan in één aanvraag. 

Let op! In totaal is er € 2.000.000 budget beschikbaar. Wacht niet te lang met aanvragen van de SOWIS. De aanvragen worden toegekend op volgende van binnenkomst.  

SLIM-subsidie samenwerkingsverband vanaf 22 juni 2026

By nieuws

SLIM-subsidie 

Via de SLIM-subsidie wordt leren en ontwikkelen op de werkvloer gestimuleerd. Zo kun je SLIM-subsidie krijgen voor de kosten van een adviseur die een scholings- en ontwikkelingsplan maakt voor je bedrijf of je personeel loopbaan- en ontwikkeladvies geeft. Maar ook projecten om je personeel te stimuleren om hun kennis, vaardigheden en beroepshouding verder te ontwikkelen vallen onder de SLIM-subsidie. 

Maximaal € 500.000 

Een samenwerkingsverband moet uit minimaal twee mkb-ondernemingen bestaan. Samenwerkingsverbanden krijgen maximaal € 500.000 subsidie per aanvraag. Per samenwerkingspartner bedraagt het maximum € 200.000. Over het algemeen is de subsidie 60% van de subsidiabele kosten. Voor elke afgerond loopbaan- of ontwikkelingstraject geldt een vast subsidiebedrag van € 700. 

Let op!Het beschikbare budget voor samenwerkingsverbanden bedraagt € 6.000.000. Als er te veel aanvragen worden ingediend, wordt de subsidie toegedeeld via loting. 

Aanvraagtijdvak

Het aanvraagtijdvak voor de SLIM-subsidie voor samenwerkingsverbanden zou eigenlijk aanvangen op 8 juni 2026 9.00 uur. De start van het aanvraagtijdvak is echter verplaatst naar 22 juni 2026 9.00 uur. Het aanvraagtijdvak voor samenwerkingsverbanden sluit op 20 juli 2026 17.00 (oorspronkelijk was de sluitingsdatum 6 juli 2026 17.00 uur). 

Let op! Het eerste aanvraagtijdvak voor individuele mkb-ondernemingen sloot op 4 mei 2026. Individuele mkb-ondernemingen hebben nog een tweede aanvraagtijdvak van 10 augustus 2026 9.00 tot en met 7 september 2026 9.00 uur. Samenwerkingsverbanden hebben geen tweede aanvraagtijdvak in 2026. 

Aanvragen 

Voordat je de SLIM-subsidie kunt aanvragen, moet je je eerst registreren. Dit kan via website van Uitvoering van Beleid. Houd er rekening mee dat je de nodige formulieren moet meesturen, zoals een activiteitenplan en een begroting. 

Let op! Voor de aanvraag is eHerkenning niveau 3 nodig.

Uitzendkracht claimt terecht vast dienstverband

By nieuws

Wat speelde er? 

Een uitzendkracht werkte sinds 18 juni 2018 via een uitzendbureau bij AH. Sinds 16 maart 2020 was hij in vaste dienst bij het uitzendbureau (fase C contract).  Hij verrichtte vanaf 18 juni 2018 tot 5 november 2019 werkzaamheden voor AH in Geldermalsen en vanaf 5 november 2019 in het distributiecentrum van AH in Pijnacker, in verschillende functies waaronder heftruckchauffeur en orderverzamelaar koel (vanaf 15 augustus 2025). 

Nadat hij herhaaldelijk tevergeefs bij AH gesolliciteerd had voor een vaste functie, solliciteerde hij opnieuw op 21 oktober 2025. Nog diezelfde dag wees AH hem af op basis van gedragsproblematiek en het overtreden van de veiligheidsregels. Per e-mail van 7 oktober 2025 heeft AH aan het uitzendbureau verzocht om een andere uitzendkracht in verband met aanhoudende gedragsproblematiek. Het uitzendbureau heeft de uitzendkracht op 15 oktober 2025 laten weten dat hij niet langer aan AH werd uitgeleend in verband met zijn gedrag.  

Standpunt werknemer 

De werknemer laat het hier niet bij zitten. Hij is van oordeel dat AH misbruik van recht heeft gemaakt, door hem geen vast contract aan te bieden. Hij claimt een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en een verklaring voor recht dat de CAO Logistiek van AH op die arbeidsovereenkomst van toepassing is. Daarnaast claimt hij dat als de arbeidsovereenkomst wordt erkend de opzegging van 15 oktober 2025 vernietigd wordt en dat hij weer zal worden tewerkgesteld in de functie van Operator II/Magazijnmedewerker 2 te Pijnacker op basis van 150 uur per vier weken. Tevens vordert hij betaling van het salaris en achterstallig loon en aanmelding bij het pensioenfonds met terugwerkende kracht, wettelijke rente en overige vergoedingen en proceskosten. 

Standpunt werkgever 

AH ageert hiertegen door te stellen dat langdurige inlening gerechtvaardigd is door sectorspecifieke personeelsbehoefte, personeelstekort, mechanisering, taaleisen en ontziemaatregelen uit de CAO Logistiek. Daarnaast wijst AH op de verantwoordelijkheid van het uitzendbureau voor de inzet van personen. Ook wijst AH op gedrags- en disfunctioneringsgeschiedenis van de werknemer als reden voor het niet aanbieden van een vast dienstverband en het stopzetten van de inlening.  

Oordeel rechter 

De kantonrechter oordeelt dat de werknemer vanaf 18 juni 2018 tot 15 oktober 2025 onafgebroken voor AH heeft gewerkt en dat een periode van ruim zeven jaar niet meer als tijdelijk kan worden aangemerkt. De door AH aangevoerde argumenten hiervoor en het beroep op de verantwoordelijkheid van het uitzendbureau vormen geen voldoende objectieve en individuele verklaring voor de lange duur van de terbeschikkingstelling. Waarschuwingen en verbetertrajecten bij de werknemer waren onvoldoende om de lange inlening te rechtvaardigen. Ook vormt het enkele feit dat vaste werknemers moeilijk te vinden zijn, geen toereikende rechtvaardiging voor het langdurig inlenen van juist deze werknemer.

De kantonrechter verwijst naar de bescherming van de Uitzendrichtlijn ((2008/104/EG) en Europese jurisprudentie waaruit naar voren komt dat de inlening van tijdelijke aard moet zijn. Dit betekent dat in dit geval sprake is geweest van misbruik van recht door AH en dat de onafgebroken inlening na 36 maanden had moeten worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De door de werknemer verzochte verklaring wordt toegewezen en bepaald wordt dat hij na ommekomst van de termijn van 36 maanden, dus vanaf 18 juni 2021, werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bij AH en dat de cao voor de medewerkers van Logistiek van Albert Heijn van toepassing is. 

Let op! Er wordt nog gewerkt aan een wetsvoorstel waarin geregeld wordt dat er een maximale termijn van 36 maanden gaat gelden voor inleners. Na afloop van die termijn zou de inlener een aanbod moeten doen voor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan de uitzendkracht. De rechtspraak loopt hiermee dus op de invoering van het wetsvoorstel vooruit.

Voor 1 jul 2026 CO2-rapportage vervoer werknemers 2025

By nieuws

Rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit (WPM) 

Werkgevers met 100 of meer werknemers zijn vanaf 1 juli 2024 verplicht te rapporteren over het zakelijke verkeer én het woon-werkverkeer van hun werknemers. Deze verplichting staat bekend onder de naam ‘Rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit’, WPM. 

Afschaffing voor bedrijven tot 250 werknemers 

Voor bedrijven tot 250 werknemers wordt de rapportageverplichting hoogstwaarschijnlijk afgeschaft. Nadat de Tweede Kamer daar op 15 april 2025 een motie over aannam, werd het voornemen tot afschaffing op 20 november 2025 aangekondigd. Daarna werd op 2 februari 2026 het besluit met de afschaffing ter internetconsultatie aangeboden.  

Nog niet voor rapportage 2025 

De afschaffing wordt voorgesteld met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. Als het voorstel doorgaat betekent dit dat bedrijven tot 250 werknemers over het jaar 2026 geen rapportageverplichting meer hebben. 

Over het jaar 2025 moeten zij, als ze minimaal 100 werknemers hebben, echter nog wel rapporteren. Deze rapportage moet uiterlijk 30 juni 2026 ingeleverd zijn. 

Tip! Kijk voor meer informatie over de rapportageverplichting op RVO.nl

Basisboete € 10.000 bij contante betalingen vanaf € 3.000

By nieuws

Contante betalingen vanaf € 3.000

Voor ondernemers die goederen aan- of verkopen zijn vanaf 1 januari 2026 contante betalingen vanaf € 3.000 niet meer toegestaan. Het maakt daarbij niet uit of de ondernemer aan- of verkoopt aan een andere ondernemer of aan een particulier. In alle gevallen zijn contante betalingen vanaf € 3.000 niet meer toegestaan.

Let op! Een particulier mag wel een contante betaling boven de € 3.000 van een andere particulier accepteren, bijvoorbeeld bij een verkoop op marktplaats.

De grens van € 3.000 heeft als doel het witwassen van contant geld afkomstig uit illegale transacties te bemoeilijken en zodoende ook terrorisme te bestrijden. De grens moet daarnaast waarborgen dat het betalingsverkeer wel toegankelijk blijft.

Basisbedrag boete € 10.000

De boete voor overtreding van het verbod is vastgesteld op een vast basisbedrag van € 10.000. De Dienst Financieel-Economische Integriteit (DFEI), onderdeel van het Ministerie van Financiën, houdt toezicht op naleving van het verbod.

Lagere of hogere boete

Bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld draagkracht, kunnen aanleiding zijn om de boete te verlagen. Aan de andere kant kan herhaaldelijk overtreden van het verbod aanleiding zijn om de boete te verhogen. Zo kan een boete van € 20.000 worden opgelegd als binnen vijf jaar na een boete wederom het verbod overtreden wordt.

Let op! Er kan ook strafrechtelijk worden opgetreden op grond van de Wet op de economische delicten.

Belastingvrij bedrag reiskosten € 0,25 vanaf 1 januari 2026

By nieuws

Werkgevers en werknemers

Werkgevers mogen met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 aan hun werknemers een onbelaste reiskostenvergoeding geven van € 0,25 per kilometer. Tot nu toe bedroeg dit onbelaste bedrag in 2026 nog € 0,23 per kilometer.

Dit bedrag is van toepassing op woon-werkverkeer en op zakelijke kilometers. Het is niet relevant van welk vervoermiddel de werknemer gebruikmaakt. De vergoeding geldt dan ook voor gemaakte reizen per auto, fiets, lopend of met het openbaar vervoer.

 

Let op!Het kabinet roept werkgevers op om gebruik te maken van deze maximale onbelaste reiskostenvergoeding, maar een werkgever is niet verplicht om daadwerkelijk € 0,25 per kilometer aan de werknemer te vergoeden. De hoogte van de vergoeding is en blijft een afspraak tussen werkgever en werknemer.

Tip! Als een werknemer met het openbaar vervoer reist, kan een werkgever er ook voor kiezen om de werkelijke kosten van het openbaar vervoer onbelast te vergoeden. Dat kon al en is dus niet veranderd.

Tip! Werkgevers die gebruikmaken van de terugwerkende kracht mogen – waar nodig –  met correctieberichten de verhoging van de onbelaste reiskostenvergoeding verwerken in de al ingediende aangiften loonheffingen van 2026.

Ondernemers en resultaatgenieters

De verhoging van € 0,23 naar € 0,25 geldt ook voor ondernemers in de inkomstenbelasting (IB)en resultaatgenieters. Zij kunnen straks in hun aangifte IB 2026 voor het hele jaar 2026 rekening houden met aftrekbare zakelijke reiskosten tegen een bedrag van € 0,25 cent per kilometer.

Vrijwilligers

Een vrijwilliger die afziet van zijn recht op een reiskostenvergoeding mag in zijn aangifte IB 2026 bij het berekenen van zijn giftenaftrek ook rekeninghouden met € 0,25 per kilometer voor zijn kilometers in heel 2026.

Let op!Alleen het bedrag is gewijzigd van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer. De overige voorwaarden voor deze aftrek zijn ongewijzigd. Daaraan moet je dus nog steeds voldoen voordat je toekomt aan de aftrek.

Particulieren

Ook particulieren kunnen in hun aangifte IB 2026 voor het hele jaar rekeninghouden met € 0,25 per kilometer. Het gaat hierbij om:

  • aftrek van reiskosten naar onder meer een arts of andere medisch hulpverlener en een apotheek,
  • aftrek van reiskosten voor ziekenbezoek, en
  • aftrek van reiskosten in verband met weekenduitgaven voor gehandicapten.

Let op!Ook voor deze aftrekken gelden nadere voorwaarden. Die zijn niet gewijzigd en daaraan moet je dus nog steeds voldoen om gebruik te kunnen maken van de aftrek van € 0,25 per kilometer.

Structureel

De goedkeuring om € 0,25 in plaats van € 0,23 onbelast te vergoeden is opgenomen in een beleidsbesluit. Op Prinsjesdag 2026 zal een en ander in een wetsvoorstel worden opgenomen. De verhoging van € 0,23 naar € 0,25 is ook niet alleen voor 2026, maar structureel. Dit betekent dat de € 0,25 ook na 2026 nog van toepassing is.

Goedkoop onbeperkt treinreizen

Het kabinet denkt nog verder mee om de gevolgen van de hoge brandstofprijzen te verlagen. Zo kan vanaf 15 juni 2026 voor € 49 per maand in de daluren (doordeweeks tussen 9-16 uur en van 18.30-6.30 uur en in weekenden en op feestdagen de hele dag) onbeperkt met de trein gereisd worden. Dit kan voor maximaal twee keer een maand. De laatste dag voor dit reisproduct is 31 augustus 2026. Daarom kan je uiterlijk op 31 juli 2026 zo’n abonnement afsluiten om er tot 31 augustus 2026 mee te reizen.

Let op!Een dergelijk product om onbeperkt in de daluren te reizen bij de NS bestaat al. Het heet Flex Dal Vrij en kost op normaal € 127,95 per maand. In de periode van 15 juni tot 1 september 2026 kost dit € 49 per maand.

Wetsvoorstel loontransparantie ingediend

By nieuws

Loonkloof mannen en vrouwen

Volgens het CBS verdienden vrouwen in het bedrijfsleven in 2024 gemiddeld 14,5% minder per uur dan mannen. Bij de overheid was dit gemiddeld 4,5% per uur minder. Dit verschil komt vaak doordat vrouwen minder vaak een leidinggevende positie hebben, vaker werkzaam zijn in sectoren waar de lonen wat lager liggen of door verschillen in opleidingsniveau. 

Let op!Ook bij hetzelfde werk verdienden vrouwen gemiddeld 6,1% minder in het bedrijfsleven en 1,7% minder bij de overheid dan mannen. 

Richtlijn 

Het wetsvoorstel ‘implementatie Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen’ moet ervoor zorgen dat werknemers meer inzicht krijgen in de loonverschillen tussen mannen en vrouwen. Met het wetsvoorstel wordt de Europese richtlijn Loontransparantie in de Nederlandse wet opgenomen. 

Loontransparantie 

Transparantie begint straks al in de sollicitatiefase. Werkgevers moeten sollicitanten dan tijdig informeren over het salaris of de salarisbandbreedte die bij een functie hoort. Tijdig wil zeggen voordat onderhandelingen over het loon plaatsvinden. Werkgevers mogen daarnaast niet langer aan sollicitanten vragen wat hun huidige salaris is of vroegere salaris was. 

Functiewaarderingssysteem 

In de wet wordt ook opgenomen dat vrouwen en mannen voor gelijke of gelijkwaardige arbeid hetzelfde loon ontvangen. Werkgevers moeten straks een objectief systeem hebben voor het waarderen en indelen van de functies in hun organisatie. Op die manier kan een werknemer zien op basis van welke uitgangspunten hij in een bepaalde schaal is ingedeeld en welke treden hij nog kan doorlopen. Daarnaast moeten werkgevers duidelijk maken hoe hun beloningsbeleid in de praktijk wordt toegepast. Deze criteria moeten objectief, inzichtelijk en uitlegbaar zijn. 

Informatierecht werknemers 

Na invoering van de wet: 

  • mogen werknemers inzage vragen in de criteria voor loon en loonniveaus, en 
  • moeten werknemers op verzoek informatie krijgen over hun eigen loon en de gemiddelde lonen binnen hun functiegroep, uitgesplitst naar geslacht. 

Let op! Werkgevers moeten hun werknemers jaarlijks informeren over deze rechten en hoe zij hiervan gebruik kunnen maken. 

Werkgevers met minimaal vijftig werknemers moeten straks aan werknemers ook makkelijk toegang geven tot de criteria voor de loonontwikkeling. 

Rapportageplicht 

De wet zorgt ervoor dat bedrijven met minimaal 100 werknemers straks regelmatig rapporteren over het loonverschil in hun organisatie. Op de website van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) worden in de toekomst rapportages gepubliceerd van bedrijven die onder de rapportageplicht vallen. 

Let op!Deze rapportages laten alleen zien of er binnen organisaties loonverschillen, uitgedrukt in percentages, bestaan tussen groepen werknemers die gelijk of gelijkwaardig werk doen. 

Werkgevers met minimaal 250 werknemers moeten deze rapportage straks jaarlijks doen, werkgevers met minimaal 100, maar minder dan 250 werknemers elke drie jaar. 

Ondersteuning werkgevers 

Er komt informatie beschikbaar voor werkgevers over hoe ze om moeten gaan met deze verplichtingen. Momenteel werkt het Ministerie van SZW samen met onder meer vakbonden en werkgeversorganisaties aan voorlichting en hulpmiddelen voor werkgevers.  

Inwerkingtreding 1 januari 2027

 
Als de Tweede en Eerste Kamer instemmen met het wetsvoorstel, is het de bedoeling dat de wet op 1 januari 2027 in werking treedt. Dat lijkt snel, maar eigenlijk had de richtlijn al op 7 juni 2026 in de wet moeten zijn opgenomen. 

Let op! Als de wet ingaat op 1 januari 2027, moeten bedrijven met meer dan 150 werknemers uiterlijk in juni 2028 rapporteren over de loonverschillen in 2027. Werkgevers vanaf 100 tot 150 werknemers hoeven pas voor het eerst te rapporteren in 2031 over de loonverschillen in 2030..

Gebruik van AI op de werkvloer

By nieuws

AI op de werkvloer 

Werknemers maken graag en veel gebruik van de vele mogelijkheden die AI biedt. Vaak ontbreekt een beleid over hoe om te gaan met AI. Dat dit niet zonder risico is blijkt uit twee rechtbankuitspraken. 

Social media posts 

In een rechtszaak die voorkwam bij Rechtbank Overijssel verzorgde een marketing medewerkster de social media posts voor klanten van haar werkgever. Haar werkgever was echter niet tevreden over haar functioneren: ze kwam vaak te laat en liet de posts op social media door AI opstellen. Klanten waren niet tevreden over (het niveau van) haar werk. Dit had tot gevolg dat de werkgever omzetschade had geleden omdat klanten naar de concurrent overstapten of weigerden de facturen te betalen. 

De werkgever wilde de schade op de werkneemster verhalen. Dit is echter alleen mogelijk bij opzet dan wel bewuste roekeloosheid. Dat was hier niet aan de orde. Bovendien kon de werkgever niet hard maken dat er klanten waren vertrokken en dat hij omzetschade had geleden. Verder bleek nergens uit dat hij de werkneemster op haar gedrag had aangesproken of dat er instructies of vereisten waren gedeeld waaraan de social mediaposts moesten voldoen.  

De werkgever mocht de schade dus niet op de werkneemster verhalen. Hij had dit dan ook ten onrechte verrekend met haar loon. 

Vragen aan ChatGPT 

In een zaak bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant had een recruitment consultant een conflict over zijn re-integratie. Zijn werkgever had hem op staande voet ontslagen, omdat hij via zijn bedrijfslaptop aan ChatGPT had gevraagd hoe hij een hoge ontslagvergoeding kon vorderen van zijn werkgever. 

De werkgever had in de ontslagbrief de werknemer het verwijt gemaakt dat hij met de in ChatGPT ingevoerde informatie zijn geheimhoudingsplicht had geschonden. Nergens was echter uit gebleken dat de werknemer bedrijfsgeheimen van de werkgever had gedeeld. De werknemer had alleen informatie gedeeld over zijn arbeidsrelatie met de werkgever. Dit handelen van de werknemer was in beperkte mate verwijtbaar en niet voldoende voor een ontslag op staande voet. 

AI beleid 

Organisaties zijn sinds 2 februari 2025 op grond van de AI-Verordening al verplicht te zorgen voor voldoende ‘AI-geletterdheid’ onder werknemers, zodat ze verantwoord AI kunnen gebruiken. Dit betekent dat werkgevers een informatieplicht hebben naar hun werknemers over de sociale, ethische en praktische aspecten van AI gebruik. 

Het is dus van belang een specifiek AI beleid te hebben waarin staat wat wel en niet is toegestaan.

Tip! De Autoriteit Persoonsgegevens heeft hierover een praktische leidraad gepubliceerd ‘Aan de slag met AI-geletterdheid’. Ook de Rijksoverheid heeft een ‘Gids AI-Verordening’ gemaakt over AI gebruik. 

Tweede Kamer: meer zekerheid voor flexwerkers

By nieuws

Nederland heeft in vergelijking met de rest van Europa een groot aantal flexwerkers: 2,7 miljoen. Deze nieuwe wet moet deze doelgroep beter beschermen.

Draaideurconstructies verboden

Werknemers mogen niet te lang in de flexibele schil blijven hangen. De onderbrekingstermijn tussen twee contracten waarna er weer een nieuwe keten van tijdelijke contracten kan beginnen wordt verlengd van zes maanden naar drie jaar. Er mogen wel nog steeds drie tijdelijke contracten worden afgesloten binnen een periode van drie jaar.

Let op! Voor scholieren en studenten met een bijbaan (maximaal 16 uur per week) blijft de tussenpoos zes maanden. Daarnaast blijft voor seizoensarbeid een onderbrekingstermijn van drie maanden mogelijk.

Bandbreedte contracten

In plaats van nul-urencontracten worden bandbreedtecontracten ingevoerd. Daarbij wordt een minimum- en maximumaantal uren overeengekomen (vergelijkbaar met een min-maxcontract). Het maximumaantal uren mag niet meer bedragen dan 130% van het minimumaantal uren. 

Let op! Scholieren, studenten met een bijbaan (maximaal 16 uur per week) en AOW’ers mogen nog wel op oproepbasis werken.

Tip! Bandbreedtecontracten voor onbepaalde tijd gaan onder de lage WW-premie vallen.

Wijzigingen voor uitzendkrachten

Waar uitzendkrachten momenteel in fase B (ABU) dan wel fase 2-3 (NBBU) nog zes tijdelijke contracten mogen krijgen binnen een periode van drie jaar, wordt deze periode straks beperkt tot twee jaar. Het maximumnaantal contracten blijft daarbij ongewijzigd op zes.  Ook hier wordt de onderbrekingstermijn verlengd van zes maanden naar drie jaar.

Verder krijgen uitzendkrachten recht op arbeidsvoorwaarden die gelijkwaardig zijn aan die welke gelden voor werknemers in dienst van de inlener. Voor de beloning van een uitzendkracht is dat nu al zo door een uitspraak van het Hof van Justitie.

Daarnaast wordt de periode van uitzendwerk waarin de uitzendkracht elke dag kan worden ontslagen of niet weet hoeveel uur hij kan werken verkort van anderhalf jaar naar een jaar.

Nog instemming van Eerste Kamer nodig

De Eerste Kamer moet nog instemmen met het wetsvoorstel. In het kader van het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) en daarmee samenhangende te ontvangen geld vanuit de EU, zou het wetsvoorstel uiterlijk 31 augustus 2026 in het Staatsblad gepubliceerd moeten zijn. Daarnaast zouden de gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten uiterlijk op 31 december 2026 in werking moeten treden. Aan de Eerste Kamer is daarom gevraagd om voor het zomerreces 2026 over het wetsvoorstel te stemmen.

Let op! Als de Eerste Kamer instemt, gaat de wet waarschijnlijk per 1 januari 2028 in. Alleen het onderdeel gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten gaat dan eerder al in: namelijk op uiterlijk 31 december 2026.