Category

nieuws

De Cyber Resilience Act: ook voor het mkb!

By nieuws

Een slim apparaat, een mobiele app, een stuk software: alles met een digitaal element moet vanaf eind 2027 veilig zijn. Dat regelt de Cyber Resilience Act (CRA), een Europese verordening die in het Nederlands Verordening cyberweerbaarheid heet. Anders dan bij de Cyberbeveiligingswet maakt de omvang van je bedrijf hier niet uit. Ook als zzp’er of klein bedrijf kun je er dus mee te maken krijgen.

Wat regelt de CRA?

De CRA stelt eisen aan producten met digitale elementen die op de Europese markt worden aangeboden. Vanaf 11 december 2027 moeten die producten voldoen aan veiligheidseisen. Ook moeten ze na verkoop veilig gehouden worden met updates. Zo weten je klanten waar ze op kunnen rekenen.

Let op! Het gaat niet alleen om fysieke apparaten zoals Internet of Things (IoT)-apparatuur (denk aan een slimme deurbel of thermostaat), firewalls of netwerkapparatuur. Ook software valt eronder, denk aan mobiele apps, videogames en besturingssystemen.

 

Wanneer raakt dit jou?

De CRA kent drie rollen, en elke rol heeft eigen verplichtingen.

Ben je fabrikant?

Dan heb je de meeste verplichtingen. Je bent integraal verantwoordelijk voor een veilig product en moet daar al vanaf de ontwerpfase rekening mee houden. Je ontwikkelt zelf, of je laat ontwikkelen en brengt het product onder je eigen merknaam op de markt.

Ben je importeur?

Dan moet je actief controleren of de producten die je invoert aan de CRA voldoen. Breng je het product onder je eigen merk op de markt? Dan gelden voor jou alle verplichtingen van een fabrikant.

Ben je distributeur?

Dan volstaat passende zorgvuldigheid. Je controleert of het product een CE-markering heeft. Twijfel je of het product voldoet, dan breng je het niet op de markt.

Let op! Je hoeft geen techbedrijf te zijn om fabrikant te worden genoemd. Laat je software of een apparaat ontwikkelen en verkoop je dat onder je eigen naam, dan ben je volgens de CRA een fabrikant, met alle bijbehorende verplichtingen.

 

Wat moet je dan doen?

De CRA stelt eisen aan zowel het product als aan je processen. Je voert een risicoanalyse uit en gebruikt die als basis voor een veilig ontwerp, waarbij je kwetsbaarheden en reële risico’s wegneemt. Daarna moet je het product veilig houden gedurende de verwachte levensduur, met een ondersteuningsperiode van minimaal vijf jaar. Ontdek je een kwetsbaarheid, dan bied je zo snel mogelijk een gratis veiligheidsupdate aan.

Als fabrikant moet je ook laten controleren of je product aan de eisen voldoet, een zogeheten conformiteitsbeoordeling, en vervolgens de CE-markering aanbrengen. Voor reguliere producten zoals apps, games en IoT-apparatuur mag je die beoordeling zelf uitvoeren. Voor beveiligingssoftware, netwerkapparatuur en besturingssystemen mag dat alleen op basis van Europese normen. Bij firewalls, hypervisors of smartcards is een externe beoordelaar verplicht.

Let op! Eén verplichting geldt al eerder. Vanaf 11 september 2026 moet je actief misbruikte kwetsbaarheden en ernstige beveiligingsincidenten melden bij het Nationaal Cyber Security Centrum, en wel binnen 24 uur na ontdekking. Dat kan via MijnNCSC of het CRA-meldformulier.

Tip! Wil je weten in welke categorie jouw product valt en wat dat betekent? De Gids Cyber Resilience Act van de RDI geeft per categorie voorbeelden van veelvoorkomende producten.

 

Twijfel je of de CRA op jouw producten van toepassing is, of wil je weten wat er dan van je wordt verwacht? Neem contact met ons op, we denken graag met je mee.

 

Aandachtspunten Prinsjesdag op het gebied van arbeid en inkomen

By nieuws

Op Prinsjesdag heeft het kabinet diverse plannen gepresenteerd. In deze bijdrage wordt kort stil gestaan bij een aantal voornemens van het kabinet op het terrein van arbeid en inkomen.

Let op! Inmiddels heeft het kabinet in een Kamerbrief van 29 september 2026 laten weten dat de eerder voorgenomen hervormingen op de WW, de tegemoetkoming arbeidsongeschikten en de WIA (IVA) niet doorgaan. Het kabinet wil met werkgevers en werknemers komen tot een sociaal akkoord met daarin de benodigde hervormingen. Het van de begroting halen van de hervormingen betekent dat dit ten laste gaat van de begrotingen van alle ministeries, met uitzondering van Defensie, Justitie en Veiligheid, het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds.

Uitstel bekorting WW- duur

Het kabinet wil de maximale duur van de WW-uitkering en van de daaraan gekoppelde duur van de WGA-loongerelateerde uitkering terugbrengen van nu maximaal 24 maanden naar straks maximaal 12 maanden. Het aanvankelijke plan was om dit per 1 januari 2028 in te voeren, maar dit staat nu gepland per 1 januari 2029. Ook zal de zogenaamde wekeneis om in aanmerking te komen voor een WW-uitkering dan worden aangescherpt.

Verlaging maximumdagloon met 20% gaat niet door

Er waren plannen om het maximumdagloon te verlagen met 20%. Zo’n verlaging werkt door in de WIA, WAO, ZW, WW en de verlofregelingen op grond van de Wet arbeid en zorg. Uit de begroting van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) volgt dat de verlaging niet door gaat. Het maximumpremieloon zal daardoor in 2029 ook niet dalen.

Uitstel afschaffing tegemoetkoming arbeidsongeschikten van 2028 naar 2029

De tegemoetkoming voor extra ziektekosten voor werknemers met een arbeidsongeschiktheidsuitkering (€ 226,28 netto in 2026) zou aanvankelijk al in 2026 afgeschaft worden, maar dit is steeds uitgesteld. De afschaffing is nu verder uitgesteld naar 2029.

Nieuwe banenafspraak en verbreding doelgroep

De doelgroep van de nieuw banenafspraak wordt verbreed met mensen uit de WW en WIA die niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen. Daarnaast komt het instrument loonkostensubsidie onder meer beschikbaar in de WIA, WW en Wajong. In de Wajong zal de loonkostensubsidie dan mogelijk de loondispensatie gaan vervangen. Het wetsvoorstel Verdere verbreding doelgroep banenafspraak gaat naar verwachting in 2027 naar de Tweede Kamer.

Nieuwe regeling leven lang ontwikkelen

Vanaf 2028 wordt bezuinigd op de re-integratiemiddelen binnen de arbeidsongeschiktheidsregelingen. Er komt wel een verhoging van het budget voor een leven lang ontwikkelen. Vanaf 2028 komt hiervoor structureel € 100 miljoen per jaar beschikbaar. De regeling beoogt scholing toegankelijker te maken voor mensen die aan het werk willen, willen doorgroeien of willen overstappen naar ander werk.

Vereenvoudiging verlofstelsel vanaf 2028

Het kabinet streeft ernaar een nieuwe Verlofwet in te voeren als opvolger van de huidige Wet arbeid en zorg. Het betreft een administratieve vereenvoudiging. Dit betekent dat voorwaarden en kenmerken van de diverse verlofvormen zo veel mogelijk gelijk worden getrokken. Bestaande rechten, zoals de verlofduur en betalingshoogte, blijven zoveel mogelijk gelijk.

Verhoging minimumjeugdloon vanaf 2027

Het wettelijk minimumjeugdloon gaat per 1 januari 2027 omhoog voor jongeren van 16 tot en met 20 jaar. Voor 15-jarigen daarentegen blijft het minimumjeugdloon volgens de regeling gelijk. Het kabinet wil zo de financiële positie van werkende jongeren verbeteren.

Waar moet je op letten bij vaste kostenvergoedingen?

By nieuws

Je kunt je personeel vaste kostenvergoedingen geven. Het liefst doe je dit onbelast of fiscaal zo aantrekkelijk als mogelijk. Wat zijn de aandachtspunten hierbij?

Onbelast

Geef je een vaste kostenvergoeding voor zaken waarvoor een gerichte vrijstelling geldt? Dan kan dat, onder voorwaarden, onbelast en gaat dit niet ten laste van je vrije ruimte in de werkkostenregeling (wkr). Datzelfde geldt voor een vaste kostenvergoeding voor intermediaire kosten.

Denk bij een gerichte vrijstelling bijvoorbeeld aan een vergoeding voor woon-werkverkeer met de eigen auto tegen € 0,25 per kilometer en een vergoeding voor thuiswerken tegen € 2,45 per thuisgewerkte dag. Intermediaire kosten zijn bijvoorbeeld de kosten van het wassen van de auto van de zaak.

Voorwaarden

De vaste kostenvergoeding voor gerichte vrijstellingen en voor intermediaire kosten zijn alleen onbelast als je voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • Je moet het bedrag van de gerichte vrijstelling en de intermediaire kosten aannemelijk maken.
  • Verder moet je deze vrijstellingen en intermediaire kosten omschrijven en de bedragen nader specificeren, zodat duidelijk is dat sprake is van zakelijke gericht vrijgestelde en/of intermediaire kosten.
  • Je moet de vaste kostenvergoeding ook onderbouwen met een onderzoek vooraf naar de werkelijk door de werknemers gemaakte kosten. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om kosten onderweg en representatiekosten. Voor een vaste reiskostenvergoeding woon-werkverkeer zal uiteraard geen onderzoek nodig zijn, omdat de woon-werkverkeer afstand vaststaat.
  • Je wijst de kostenvergoeding voor de gerichte vrijstellingen aan als eindheffingsloon in de WKR.

Let op! Het onderzoek naar de werkelijk gemaakte kosten moet je herhalen als de omstandigheden wijzigen of als de Belastingdienst daar een verzoek toe doet. In de praktijk blijkt dat de Belastingdienst eigenlijk wil dat het onderzoek elke vijf jaar opnieuw gedaan wordt.

Geen terugwerkende kracht

Het onderzoek naar de werkelijk gemaakte kosten moet echt vooraf gebeuren. Je kunt niet na afronding van het onderzoek een vaste kostenvergoeding onbelast met terugwerkende kracht geven.

Ten laste van de vrije ruimte

Je kunt ook een vaste kostenvergoeding geven die (deels) niet betrekking heeft op een gerichte vrijstelling of intermediaire kosten. Dit is in principe belast loon voor je werknemer. Als dit deel van de vaste kostenvergoeding voldoet aan de gebruikelijkheidstoets, kun je dit ook aanwijzen als eindheffingsloon in de vrije ruimte van de WKR.

Let op! Dit deel van de vaste kostenvergoeding voldoet aan de gebruikelijkheidstoets als deze niet voor meer dan 30% afwijkt van hetgeen normaal vergoed, verstrekt of ter beschikking gesteld wordt. De Belastingdienst hanteert daarbij een doelmatigheidsmarge: aanwijzingen van vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen tot een bedrag van in totaal € 2.400 per werknemer per jaar beschouwt de Belastingdienst altijd als gebruikelijk.

Vaste kostenvergoedingen uit cao’s

De Belastingdienst heeft veel cao’s beoordeeld op de gevolgen voor de loonheffingen. Geef jij je werknemers een vaste kostenvergoeding volgens een cao? Kijk dan hier of de Belastingdienst deze beoordeeld heeft en zo ja, wat het oordeel is.

Afschaffing compensatieregeling transitievergoeding per 2028

By nieuws

Het plan was om per 1 januari 2027 alle compensatieregelingen voor transitievergoedingen af te schaffen. Dit is uitgesteld tot 1 januari 2028.

Aanvankelijk plan 

Het plan was aanvankelijk om de compensatieregeling transitievergoeding voor langdurig arbeidsongeschikte werknemers per 1 juli 2026 alleen nog open te laten staan voor zogeheten kleine werkgevers. Dit zijn werkgevers met een loonsom tot en met 25 keer het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer per kalenderjaar. Voor 2026 zou het dan gaan om werkgevers die in 2024 een sv-loonsom hadden van maximaal € 1.082.500.

Later plan: uitstel afschaffing en verbreding doelgroep

Het kabinet liet later echter weten dat de voorgenomen afschaffing van de compensatieregeling niet per 1 juli 2026, maar per 1 januari 2027 zou plaatsvinden. De afschaffing zou dan niet alleen betrekking hebben op de compensatie van de transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid, maar ook bij bedrijfsbeëindiging door overlijden of pensionering. Bovendien zou dit dan gelden voor alle werkgevers, dus ook voor kleine werkgevers.

Laatste plan: nieuw uitstel afschaffing

Het kabinet heeft aangekondigd de afschaffing van de compensatieregeling transitievergoeding weer met een jaar uit te stellen. De nieuwe datum is nu 1 januari 2028. Voorlopig kunnen alle werkgevers (ongeacht bedrijfsgrootte) dus nog gebruik blijven maken van de compensatieregelingen.

Recht op transitievergoeding blijft

Het recht van een werknemer op de transitievergoeding blijft bestaan. Werknemers die worden ontslagen na het verstrijken van het opzegverbod bij ziekte houden dus recht op de transitievergoeding, ook als de compensatieregeling straks verdwijnt.

Dit geldt ook voor werknemers die hun baan verliezen omdat een werkgever stopt met het bedrijf vanwege pensionering of overlijden. Bij afschaffing van de compensatieregeling per 2028 moeten werkgevers van die datum deze kosten volledig zelf betalen.

Let op! Dit kan bij langdurig arbeidsongeschikte werknemers weer leiden tot slapende dienstverbanden. De situatie die de wetgever met de invoering van de compensatieregeling transitievergoeding wegens langdurige arbeidsongeschiktheid juist wilde voorkomen.

Wel eventuele wijzigingen in transitievergoeding

Het kabinet is van plan werkgevers die werk maken van re-integratie dan wel outplacement te belonen door hen een lagere dan wel geen transitievergoeding te laten betalen. Onduidelijk is nog op welke wijze het kabinet dit wil gaan doen.

Overdrachtsbelasting niet-hoofdverblijf woning in 2027 7%

By nieuws

Woning of niet

Voor de hoogte van de overdrachtsbelasting is het allereerst van belang om vast te stellen of je een woning of een niet-woning (bijvoorbeeld een bedrijfspand) verkrijgt. In het laatste geval is de overdrachtsbelasting 10,4%.

Woning hoofdverblijf of niet

Verkrijg je een woning, dan kunnen twee tarieven gelden en eventueel de startersvrijstelling. Daarbij is van belang of je de woning zelf anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaat gebruiken. In dat geval bedraagt het tarief, onder voorwaarden, 2% of kan je, onder voorwaarden, de startersvrijstelling toepassen.

Ga je de verkregen woning niet zelf (anders dan tijdelijk) als hoofdverblijf gebruiken, dan geldt een hoger tarief van op dit moment 8%. De startersvrijstelling is dan niet van toepassing.

Let op! Voor het 2% tarief en de startersvrijstelling gelden voorwaarden. Laat je daarover goed informeren. Meer informatie vind je ook op de website van de Belastingdienst.

Verlaging tarief

In de Prinsjesdagstukken 2026 is opgenomen dat het tarief voor woningen die je niet zelf (anders dan tijdelijk) als hoofdverblijf gaat gebruiken in 2027 geen 8 maar 7% bedraagt. Op een woning van € 550.000 scheelt dat dus € 5.500! Reden genoeg om te beoordelen of de levering bij de notaris niet in 2026 maar in 2027 kan plaatsvinden.

Let op! Bij die beoordeling moet je uiteraard ook de andere omstandigheden meenemen. Wil de verkoper hier bijvoorbeeld wel aan meewerken, wat is de invloed van latere levering op je financiering et cetera.

Overige tarieven gelijk

De overige tarieven blijven gelijk. Voor een niet-woning geldt ook in 2027 een tarief van 10,4%. De woning die je zelf — anders dan tijdelijk — als hoofdverblijf gaat gebruiken geldt een tarief van 2% of de startersvrijstelling. Allemaal onder dezelfde voorwaarden zoals die ook in 2026 gelden.

Let op! De Tweede en Eerste Kamer moeten het Belastingplan 2027 nog aannemen. Gezien de minderheid van de coalitie in de Tweede én Eerste Kamer is nog niet zeker of dit zonder nadere wijzigingen zal gebeuren. De ervaringen uit de afgelopen jaren leren ons dat op de valreep, bij stemming in de Tweede Kamer en Eerste Kamer, er nog aanpassingen kunnen komen. Het is daarom nog niet zeker dat het algemene woningtarief volgende jaar 7% bedraagt. Houd daar rekening mee!

Vanaf dit najaar vergoeding UWV voor te lage WIA

By nieuws

Fouten UWV 

Uit onderzoek is gebleken dat de onjuiste uitkeringen onder meer veroorzaakt werden door een foute vaststelling van het dagloon in de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2024.

Een andere oorzaak is gelegen in het niet indexeren van het dagloon tussen 1 juli 2006 en 31 december 2022.

Tenslotte wordt ook compensatie geboden naar aanleiding van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep voor WIA-uitkeringen waarvan het recht inging op of na 1 juli 2015 met een uiterste datum van dagloonvaststelling op 4 augustus 2025. Deze uitspraak betrof de vaststelling van het dagloon in situaties waarin een werknemer in de WIA-referteperiode (dit is het jaar voordat iemand ziek werd) in een kalendermaand geen inkomen heeft genoten.

Netto uitkering

Uitkeringsgerechtigden die te weinig uitkering hebben gekregen, ontvangen een eenmalige netto vergoeding. Hierover hoeft geen loon- en inkomstenbelasting betaald te worden en de uitkering telt ook niet mee voor het verzamelinkomen. Dit betekent dat de uitkering geen invloed heeft op inkomensafhankelijke uitkeringen, zoals huur- of zorgtoeslag.

Tijdpad

Vanaf deze zomer horen de eerste uitkeringsgerechtigden of hun uitkering te hoog is, te laag, of gelijk blijft. Een te lage uitkering wordt direct aangepast, een te hoge pas na twee maanden. Degenen met een te lage uitkering horen ook welke eenmalige vergoeding zij ontvangen. Vanaf oktober 2026 worden de eerste vergoedingen uitbetaald.

Let op! Als blijkt dat de WIA-uitkering te hoog is vastgesteld, dan wordt het te veel ontvangen bedrag niet teruggevorderd.

Informatie

Uitkeringsgerechtigden worden door UWV op de hoogte gehouden over het verloop van de gang van zaken met betrekking tot de eenmalige netto vergoeding. Een wijziging van het dagloon wordt ook doorgegeven aan een eventuele pensioenuitvoerder. Bij eventuele vragen biedt UWV onafhankelijk financieel advies.

Let op! UWV start deze zomer met de hersteloperatie, maar deze duurt waarschijnlijk tot eind 2027. Het kan dus nog even duren voordat je bericht krijgt.

Vraag je toeslag 2025 uiterlijk eind 2026 aan

By nieuws

Huurtoeslag

Als je inkomen over 2025 en je vermogen per 1 januari 2025 niet te hoog was en je een zelfstandige woonruimte huurde in dat jaar, heb je mogelijk recht op huurtoeslag. Vroeg je de huurtoeslag voor 2025 nog niet aan, dan heb je nog tot en met 31 december 2026 de tijd om dat alsnog te doen.

Tip! Meer informatie over de huurtoeslag vind je op de website van de Belastingdienst bij het onderdeel Huurtoeslag.

Zorgtoeslag

Als je inkomen over 2025 en je vermogen op 1 januari 2025 niet te hoog was, heb je over 2025 recht op zorgtoeslag. Ook de zorgtoeslag 2025 kun je nog tot en met 31 december 2026 aanvragen.

Let op! Er gelden nog meer voorwaarden. Meer informatie vind je op de website van de Belastingdienst bij het onderdeel Zorgtoeslag.

Kindgebonden budget

Met het kindgebonden budget kun je een bijdrage krijgen in de kosten voor je kinderen tot 18 jaar. Ook voor het kindgebonden budget 2025 mag je inkomen en vermogen niet te hoog zijn. Kom je in aanmerking, vraag dan het kindgebonden budget 2025, uiterlijk 31 december 2026 aan.

Let op! Kijk voor alle voorwaarden en meer informatie op de website van de Belastingdienst, onderdeel Kindgebonden budget.

Proefberekening

Op de website van de Belastingdienst kun je een proefberekening maken van de toeslagen waarop je voor het jaar 2025 recht hebt. Die berekening kan je overigens ook maken voor eerdere jaren en voor het jaar 2026.

Kortere termijn kinderopvangtoeslag

Voor kinderopvangtoeslag gelden andere termijnen. De kinderopvangtoeslag kun je met maximaal 3 maanden terugwerkende kracht aanvragen. Je kunt dus nu geen kinderopvangtoeslag 2025 meer aanvragen.

Andere termijn voor ondernemers met uitstel

Vroeg je als ondernemer uitstel aan voor het indienen van je aangifte inkomstenbelasting 2025? Dan geldt voor jou een andere termijn voor het aanvragen van huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget. Je kunt deze toeslagen voor het jaar 2025 nog aanvragen tot de datum waarop je uitstel voor het indienen van je aangifte afloopt.

De Cyberbeveiligingswet raakt meer organisaties dan je denkt

By nieuws

Wat is de Cbw?

De Cbw is de Nederlandse uitwerking van een Europese richtlijn (NIS2) en vervangt de bestaande Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen. Het doel is simpel: organisaties die belangrijk zijn voor de samenleving moeten hun digitale beveiliging op orde hebben. Een cyberincident bij hen kan namelijk grote gevolgen hebben voor anderen. Denk aan uitval van energie, zorg of digitale dienstverlening. Vanaf 15 augustus 2026 gelden er nieuwe verplichtingen voor ruim 8.000 organisaties in Nederland.

Deze aanpak is er niet zomaar gekomen. Onze economie en samenleving zijn steeds afhankelijker van digitale systemen. Die systemen zijn vaak ook met elkaar verweven. Een storing of hack bij een organisatie kan zich zo razendsnel verspreiden naar klanten, leveranciers en ketenpartners.

Wanneer loop jij risico om onder de Cbw te vallen?

De Cbw geldt voor organisaties in 18 aangewezen sectoren, zoals energie, digitale infrastructuur, gezondheidszorg, vervoer, drinkwater en overheid. Ook sectoren die dichter bij het mkb liggen vallen eronder, denk aan afvalwaterbeheer, voedselproductie en -distributie, de maakindustrie voor bepaalde producten, en post- en koeriersdiensten. De volledige lijst met sectoren en de bijbehorende soorten organisaties vind je op de website van de NCTV.

Belangrijke of essentiële entiteit

Val je onder een van de aangewezen sectoren en heb je 50 of meer medewerkers, of een jaaromzet en een balanstotaal van beide meer dan t miljoen euro, dan kwalificeert je organisatie als belangrijke entiteit. Heb je 250 of meer medewerkers, of een jaaromzet van meer dan 50 miljoen euro en een balanstotaal van meer dan 43 miljoen euro, dan word je aangemerkt als essentiële entiteit. 

Het verschil zit vooral in het toezicht. Als essentiële entiteit controleert de toezichthouder actief of je aan de wet voldoet, ook zonder aanleiding. Bij een belangrijke entiteit wordt daarentegen meestal pas gecontroleerd na een concreet signaal of incident.

Let op! Ook als je organisatie op het eerste gezicht niet in een van deze sectoren lijkt te vallen, of klein van omvang is, kan de Cbw toch van toepassing zijn. De minister kan een organisatie namelijk alsnog aanwijzen als essentiële of belangrijke entiteit. Dit kan ook als de organisatie niet aan de gebruikelijke voorwaarden voldoet, bijvoorbeeld omdat zij een grote maatschappelijke impact kan hebben bij uitval. Ga er dus niet te snel vanuit dat de wet je niet raakt.

Tip! Wil je snel weten of jouw organisatie onder de Cbw valt? Met deze zelfevaluatie kan je dat nagaan.

Wat betekent het als je onder de Cbw valt?

Val je onder de Cbw, dan krijg je te maken met:

  • een registratieplicht bij het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC), waardoor de overheid weet welke organisaties onder de wet vallen en je sneller kan bereiken bij een dreiging,
  • een zorgplicht om passende beveiligingsmaatregelen te treffen, zoals het up-to-date houden van je toegangsbeheer en systemen, en
  • een meldplicht bij ernstige cyberincidenten, waarbij je een eerste melding al binnen 24 uur moet doen.

Ook wordt de verantwoordelijkheid voor cyberbeveiliging expliciet bij je bestuur gelegd. Je bestuur moet de genomen maatregelen goedkeuren en er toezicht op houden. Onderdeel hiervan is de plicht om bestuursleden hierin op te leiden, zodat zij cyberrisico’s kunnen herkennen en beoordelen.

Val je niet onder de Cbw?

Val je niet onder de Cbw, dan is dit ook een goed moment om je beveiliging eens tegen het licht te houden. Werk je voor of met organisaties die wel onder de wet vallen, dan is de kans groot dat zij ook van jou passende beveiligingsmaatregelen gaan verwachten, simpelweg omdat jij onderdeel bent van hun keten.

Let op! Alle informatie over de Cbw staat op de website van het NCSC. Heb je meer, of specifieke vragen over de Cbw en wat dit concreet voor je betekent? Neem contact met ons op, we denken graag met je mee.

Uitzendkracht dezelfde onbelaste kostenvergoeding als werknemer?

By nieuws

Vaste kostenvergoeding onbelast

Je bent een uitzendorganisatie die een uitzendkracht te werk stelt bij een onderneming. Die onderneming betaalt aan zijn werknemers een vaste kostenvergoeding. De onderneming heeft hierover overleg gevoerd met de Belastingdienst. Zij zijn samen tot de conclusie gekomen dat een deel van de vaste kostenvergoeding onder een gerichte vrijstelling valt en een deel is aan te merken als een vergoeding voor intermediaire kosten. Kortom, de vaste kostenvergoeding kan onbelast en raakt de vrije ruimte van de werkkostenregeling van de onderneming niet.

Ook voor uitzendkracht?

Je wilt de uitzendkracht dezelfde vaste kostenvergoeding geven als de werknemers van de onderneming krijgen waar de uitzendkracht te werk is gesteld. Kun je dan gebruik maken van de afspraak tussen de Belastingdienst en de onderneming? Ofwel mag je er van uit gaan dat de vaste kostenvergoeding aan de uitzendkracht ook onbelast is en jouw vrije ruimte van de werkkostenregeling niet raakt.

Ja, onder voorwaarden

In principe kun je geen beroep doen op een afspraak tussen de Belastdienst en een andere partij. Voor deze situatie heeft de Belastingdienst echter aangegeven dat je de kostenvergoeding wel onbelast mag vergoeden aan de uitzendkracht als je aannemelijk maakt dat:

  • de uitzendkracht werkzaam is in een gelijke functie als de werknemer van de onderneming, én
  • de uitzendkracht vanuit kostenoogpunt in gelijke omstandigheden verkeert als de werknemer van de onderneming.

De uitzendkracht verkeert vanuit kostenoogpunt in gelijke omstandigheden als hij met dezelfde soort kosten wordt geconfronteerd. Bij gelijkenis van werkzaamheden onder soortgelijke omstandigheden, vindt de Belastingdienst dat het aannemelijk is dat dit het geval is.

Let op! Een andere voorwaarde die de Belastingdienst stelt is dat je dezelfde voorwaarden stelt en dezelfde vergoedingen geeft volgens de afspraak die de onderneming heeft met de Belastingdienst. Je moet daarom ook beschikken over (een kopie van) de geldige afspraak tussen de Belastingdienst en de onderneming.

Tax interest in the event of delays in processing VAT refunds

By nieuws

Eight weeks 

In principle, the Tax and Customs Administration has eight weeks to process your VAT refund claim. If this takes longer, you are entitled to compensation for tax interest provided that the VAT refund relates to a previous year and 1 April has already passed. 

Example 
The Tax and Customs Administration receives your request for a VAT refund for the fourth quarter of 2025 on 20 January 2026. If you have not yet received a refund decision from the Tax and Customs Administration by 1 April 2026, you are entitled to compensation for tax interest from 1 April 2026. 

Calculation of tax interest 

The period over which tax interest is calculated begins on 1 April or eight weeks after receipt of your claim (if this is later than 1 April). The period runs until fourteen days after the date of the refund decision. 

Continuation of example 
If the Tax and Customs Administration issues a refund decision dated 15 June 2026, it must reimburse 5% tax interest for the period from 1 April 2026 up to and including 29 June 2026. 

Timely appeal against the rejection of a VAT refund claim 

Has the Tax and Customs Administration wrongly rejected your VAT refund claim? If so, you must lodge an objection in good time, i.e. within six weeks of the date of the rejection notice. If the Tax and Customs Administration subsequently grants the VAT refund, you are also entitled to reimbursement of tax interest. 

Please note! In response to enquiries on this matter, the Tax and Customs Administration has stated that there is no entitlement to reimbursement of tax interest if the original application for a VAT refund was submitted too late and/or if the appeal against the rejection notice was lodged too late.