Category

nieuws

Voorstel Zelfstandigenwet vanaf 2028

By nieuws

Onrust en onduidelijkheid

Sinds het vervallen van het zogenaamde handhavingsmoratorium is er veel onrust en onduidelijkheid over de vraag of je als zelfstandige kunt werken. De huidige wet en de invulling in de jurisprudentie (onder meer het Deliveroo- en het Uber-arrest) bieden zeker de mogelijkheid om als zelfstandige te werken. Veel opdrachtgevers willen echter geen risico lopen en sluiten zelfstandigen (onnodig) uit.

Zelfstandigenwet

Daarom introduceert het kabinet binnenkort het wetsvoorstel Zelfstandigenwet. Hiermee zou meer duidelijkheid moeten komen voor zelfstandigen en opdrachtgever. Bovendien moet de wet schijnzelfstandigheid tegengaan.

Uitgangspunten

De uitgangspunten in de nieuwe wet worden onafhankelijkheid van de zelfstandige, het dragen van ondernemersrisico’s door de zelfstandige en de vrijheid van de zelfstandige om zelf het werk te organiseren. Hiervoor worden in de wet twee toetsen opgenomen met een beperkt aantal concrete criteria:

  • de zelfstandigentoets (ziet op de vraag of de werkende zelfstandig is), en
  • de werkrelatietoets (ziet op vrijheid en onafhankelijkheid en dus het ontbreken van gezag).

Vervolg

De inhoud van de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets wordt eind september 2026 in een internetconsultatie voorgelegd. Iedereen die dat wil kan daarop dan reageren. Het kabinet streeft er naar om het wetsvoorstel daarna zo spoedig mogelijk voor te leggen bij de Raad van State. De Tweede en Eerste Kamer kunnen het wetsvoorstel dan in 2027 in behandeling nemen.

Nieuwe subsidie voor onderzoek naar energiehubs

By nieuws

EHUB’s

Met een EHUB kunnen lokale ondernemingen door samenwerking hun energievoorziening op elkaar afstemmen. Het opwekken, transporteren, opslaan, omzetten en verbruik van elektriciteit wordt dan op elkaar afgestemd. Zo kan bijvoorbeeld te veel opgewekte zonne-energie worden gedeeld met een ander bedrijf.

Nieuwe subsidie

De overheid wil netcongestie tegengaan en daarom EHUB’s stimuleren. Daar komt een nieuwe subsidie voor beschikbaar, de subsidie Onderzoek Energiehubs. De subsidie is voor scans en voor studies naar nieuwe of uit te breiden bestaande EHUB’s. Een scan is een verkennend onderzoek. Een studie is een uitgebreider onderzoek, waarbij je een plan maakt voor de vorming van een nieuwe EHUB of voor de uitbreiding van een bestaande EHUB.

Let op! Je krijgt alleen subsidie voor een scan als het gaat om een nieuwe EHUB. Voor een uitbreiding van een bestaande EHUB kun je geen subsidie krijgen voor een scan, maar wel voor een studie. 

Omvang subsidie

Er is in totaal € 9,6 miljoen subsidie beschikbaar.

De subsidie voor een scan bedraagt maximaal € 5.000 als deze wordt uitgevoerd met maximaal vier partners. Bij meer dan vier partners bedraagt de subsidie maximaal € 8.000. 

Bij een studie naar de vorming van een nieuwe EHUB wordt maximaal 70% van de kosten vergoed, met een minimum van € 25.000 en een maximum van € 42.000. Bij onderzoek naar uitbreiding van een bestaande EHUB wordt 40% van de kosten vergoed, met een minimum van € 25.000 en een maximum van € 32.000.

Let op! Vraag je subsidie aan voor zowel een scan als een studie, dan tellen de kosten van de scan mee in het subsidiebedrag voor een studie. Het maximale subsidiebedrag voor de studie geldt dan niet. 

Voorwaarden

Er moeten minstens drie ondernemingen samenwerken om voor de subsidie in aanmerking te komen. Deze ondernemingen moeten een grote aansluiting (3 x 80 ampère) hebben en mogen niet aan elkaar verbonden zijn.

Let op! Kijk voor alle voorwaarden op de website van RVO.

Aanvragen subsidie

De subsidie kan worden aangevraagd van 1 oktober 2026 9.00 uur tot 1 mei 2027 17.00 uur. De aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Bij overschrijding van het budget wordt er geloot. Aanvragen kan digitaal via RVO.nl..

Prinsjesdag 2026: Tien belangrijke fiscale wijzigingen voor ondernemers

By nieuws

Let op! Niet alle punten die hieronder worden genoemd, komen uit het Belastingplan 2027. Enkele wijzigingen waren al eerder besloten, maar daar zijn aanpassingen op gedaan.

1. Minder fiscale voordelen voor ondernemers

Vanaf 2027 versobert het kabinet verschillende fiscale voordelen voor ondernemers. 

De ondernemersaftrek verlaagt de winst waarover een ondernemer inkomstenbelasting betaalt. Voor verschillende onderdelen van deze aftrek geldt vanaf 2027 een verdere versobering.

  • De zelfstandigenaftrek daalt van € 1.200 (2026) naar € 900. Daardoor stijgt de belastbare winst van ondernemers die aan het urencriterium voldoen.
  • Ook de startersaftrek gaat flink omlaag. Deze verhoging van de zelfstandigenaftrek voor startende ondernemers daalt per 1 januari 2027 van € 2.123 (2026) naar € 10 en wordt per 1 januari 2028 volledig afgeschaft. 
  • De startersaftrek blijft in 2027 en 2028 nog bestaan, maar wordt per 1 januari 2029 afgeschaft. De huidige maximumbedragen zijn € 12.000 in het eerste jaar, € 8.000 in het tweede jaar en € 4.000 in het derde jaar. 

Let op! Deze regeling geldt voor ondernemers die niet aan het urencriterium van 1.225 uur voldoen, maar wel aan het verlaagde urencriterium van 800 uur én recht hebben op een arbeidsongeschiktheidsuitkering. 

  • De stakingsaftrek daalt in één keer van maximaal € 3.630 naar € 908. 
  • De percentages van de meewerkaftrek worden verlaagd van 1,25%, 2%, 3% en 4% naar respectievelijk 0,32%, 0,5%, 0,75% en 1%.

De stakingsaftrek en de meerwerkaftrek verdwijnen aan het begin van het derde kalenderjaar na het jaar waarin de verlaging ingaat. Bij inwerkingtreding per 2027 vervallen de regelingen dus per 1 januari 2030.

Per 1 januari 2028 vervalt nog een ander fiscaal voordeel voor ondernemers: de willekeurige afschrijving voor starters.

Vooral startende ondernemers, ondernemers die binnen enkele jaren willen stoppen en ondernemers met een meewerkende partner merken de gevolgen. De keuze voor een eenmanszaak, vof of bv vraagt daardoor opnieuw om een berekening op basis van de concrete winst en de persoonlijke situatie.

Let op! Laat bij grotere veranderingen in je winst, samenwerking of bedrijfsopvolging opnieuw berekenen welke rechtsvorm bij jouw onderneming past.

Tip! Door het hogere verzamelinkomen kunnen ook toeslagen veranderen. Controleer daarom voor 2027 en 2028 tijdig je geschatte inkomen voor de toeslagen.

2. Meer ruimte voor reiskosten, versobering van de WKR

Werkgevers mogen met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026 maximaal € 0,25 per zakelijke kilometer onbelast vergoeden. Dat was € 0,23. De verhoging geldt ook voor woon-werkverkeer. Het kabinet legt deze verhoging nu met terugwerkende kracht vast in de wet.

Let op! De verhoging betekent niet automatisch dat iedere werknemer recht heeft op € 0,25 per kilometer. Dat hangt af van de arbeidsovereenkomst, cao en het eigen mobiliteitsbeleid. Voor werkgevers kan een hogere vergoeding leiden tot hogere loonkosten.

Tegenover deze verruiming staat ook een versobering van de werkkostenregeling (WKR). De gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten vervalt. Werkgevers mochten werknemers tot nu toe onbelast 20% personeelskorting geven over de waarde van het product in het economisch verkeer, tot een bedrag van maximaal € 500 per jaar. Deze vrijstelling verdwijnt. De korting kan vanaf 2027 nog wel ten laste van de vrije ruimte worden gebracht. Overschrijd je de vrije ruimte? Dan betaal je over het bedrag daarboven 80% eindheffing. 

De vrije ruimte over de eerste € 400.000 fiscale loonsom stijgt per 1 januari 2027 van 2% naar 2,16%. Daardoor krijg je maximaal € 640 extra vrije ruimte per jaar. Deze verhoging is al eerder aangenomen en maakt dus geen onderdeel uit van het Belastingplan 2027.

Tip! Pas het personeelshandboek, declaratiebeleid en de salarisadministratie tijdig aan en beoordeel of een hogere kilometervergoeding financieel en arbeidsvoorwaardelijk wenselijk is. Maakt je organisatie gebruik van personeelskorting op branche-eigen producten? Bekijk dan wat het vervallen van deze vrijstelling betekent. Dit zal zich vooral voordoen in de detailhandel en industrie.

3. Fossiel rijden duurder, grens youngtimerregeling naar 20 jaar

Stel je als werkgever vanaf 2027 een personenauto met uitstoot ook voor privégebruik beschikbaar aan een werknemer? Dan krijg je te maken met een pseudo-eindheffing van 12% van de cataloguswaarde. Deze heffing komt naast de bijtelling van de werknemer en mag je niet doorberekenen aan de werknemer. Voor auto’s die al vóór 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld, geldt overgangsrecht.

De pseudo-eindheffing is vorig jaar al aangenomen, maar na overleg worden vier aanpassingen voorgesteld. 

  • Zo geldt de heffing niet voor vervangend vervoer tijdens de eerste veertien kalenderdagen van onderhoud of reparatie. 
  • Ook handgeschakelde lesauto’s worden uitgezonderd. 
  • Tot 31 december 2030 geldt ook een uitzondering voor een fossiele personenauto die een werkgever maximaal één keer per kalenderjaar voor maximaal zeven aaneengesloten dagen voor privédoeleinden ter beschikking stelt. Bijvoorbeeld bij een kortdurend gehuurde auto of deelauto. 
  • Als laatste wordt het overgangsrecht voor fossiele personenauto’s die al vóór 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld, verlengd tot en met 31 december 2030. 

De youngtimerregeling wordt geleidelijker versoberd dan eerder was vastgelegd, en ook minder vergaand. De bijtelling blijft gebaseerd op de waarde in het economisch verkeer, maar de leeftijdsgrens stijgt in 2027 van 16 jaar naar 17 jaar en vanaf 2028 naar 20 jaar. De eerder voorziene snelle verhoging naar 25 jaar per 2027 gaat daarmee niet door. Voor auto’s die uiterlijk op 31 december 2025 al ter beschikking zijn gesteld en die in 2027 17 jaar worden, geldt overgangsrecht. Deze auto’s mogen de youngtimerregeling gedurende heel 2027 blijven toepassen. Vanaf 1 januari 2028 geldt de regeling alleen nog voor auto’s ouder dan 20 jaar.

Voor werkgevers wordt de keuze voor een zakelijke auto met name door de pseudo-eindheffing belangrijker. De contractduur, aandrijving en het moment waarop een auto voor het eerst ter beschikking wordt gesteld, kunnen grote fiscale gevolgen hebben. Een bestaande leaseplanning kan daardoor veel duurder of juist aantrekkelijker uitpakken.

Tip! Breng vóór nieuwe leasebeslissingen de totale werkgeverskosten, werknemersbijtelling, looptijd en fiscale overgangsregels goed in kaart.

4. Minder inflatiecorrectie verhoogt belastingdruk in box 1

Normaal gesproken stijgen de grenzen van de belastingschijven en verschillende heffingskortingen in box 1 mee met de inflatie. Zo blijft de belastingdruk normaal gesproken gelijk als het inkomen stijgt, in lijn met de inflatie.

In 2027 en 2028 past het kabinet de inflatiecorrectie slechts gedeeltelijk toe. Zonder deze maatregel zou de inflatiecorrectie voor 2027 2,6% bedragen. Daarvan wordt 48% toegepast. Hierdoor stijgen schijfgrenzen en heffingskortingen minder mee met de inflatie. De 48% wordt overigens niet toegepast op de tweede schijfgrens, deze blijft daarom in 2027 gelijk aan 2026. De eerste schijfgrens stijgt van € 38.883 naar € 39.247. De tweede schijfgrens blijft € 78.426.

Tegelijkertijd wijzigen de box 1-tarieven. Voor belastingplichtigen jonger dan de AOW-leeftijd stijgt het tarief in de eerste schijf met 0,48%: van 35,75% in 2026 naar 36,23% in 2027. Het tarief in de tweede schijf stijgt met 0,60%: van 37,56% naar 38,16%. Het tarief in de derde schijf blijft 49,50%. 

Door de verhoging van de tarieven en beperkte indexering stijgt de belastingdruk in box 1. Dit effect wordt beperkt voor woningbezitters die de hypotheekrente ook tegen het hogere tarief van maximaal 38,16% kunnen aftrekken. 

Let op! Beoordeel je loon, dividend en winst altijd in samenhang. De belastingdruk kan namelijk onverwacht hoger zijn, omdat de algemene heffingskorting afhangt van het verzamelinkomen. Deze kan dus ook door een dividenduitkering dalen.

5. Uitstel box 3

Box 3 belast privévermogen, zoals spaargeld, beleggingen en een tweede woning. In het huidige stelsel berekent de Belastingdienst het rendement grotendeels met forfaits. Is je werkelijke rendement lager, dan kun je onder voorwaarden tegenbewijs leveren.

Het kabinet heeft de behandeling van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 voorlopig uitgesteld. In de Voorjaarsnota 2027 komt het kabinet met een nieuw voorstel. Daardoor wordt de beoogde invoering per 1 januari 2028 niet gehaald of blijft deze datum op zijn minst onzeker. Het kabinet onderzoekt opnieuw of een vermogenswinstbelasting beter past dan een vermogensaanwasbelasting.

Bij een vermogensaanwasbelasting telt ook een nog niet gerealiseerde waardestijging jaarlijks mee. Bij een vermogenswinstbelasting volgt heffing pas bij bijvoorbeeld verkoop. Voor ondernemers en dga’s met beleggingen, verhuurd vastgoed of andere moeilijk verkoopbare bezittingen maakt dat een groot verschil.

Let op! Zolang er geen nieuw stelsel geldt, blijft een goede administratie van rente, dividend, huur, kosten en waardeveranderingen belangrijk. Deze gegevens zijn nodig voor de tegenbewijsregeling én voor de afweging tussen beleggen in privé of via een bv.

Tip! Wacht niet op het nieuwe stelsel. Leg het werkelijke rendement per vermogensbestanddeel jaarlijks vast en bewaar onderliggende documenten.

6. Meer steun voor innovatie en verduurzaming

Het kabinet maakt verschillende fiscale regelingen voor investeringen en innovatie aantrekkelijker. Zo stijgt de energie-investeringsaftrek per 1 januari 2027 van 40% naar 45,5%. Investeer je in kwalificerende energiezuinige bedrijfsmiddelen? Dan mag je daardoor een groter deel van je investering extra aftrekken van de winst.

Ook de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk wordt verruimd. Het forfaitaire uurloon stijgt van € 29 naar € 33. Deze regeling verlaagt de loonheffing die je als werkgever afdraagt als je medewerkers werken aan technisch nieuwe producten, processen of programmatuur.

Maakt je onderneming gebruik van de innovatiebox? Ook deze regeling wordt aantrekkelijker. Vanaf 1 januari 2027 stijgt het maximale forfaitaire bedrag van € 25.000 naar € 100.000 per jaar. Het forfait blijft maximaal 25% van de winst. Ook de huidige toepassingsduur van drie jaar verandert niet. Hierdoor kun je een groter deel van de winst tegen het lagere innovatiebox-tarief laten belasten.

Tip! Wil je gebruikmaken van de energie-investeringsaftrek? Controleer vóórdat je verplichtingen aangaat of het bedrijfsmiddel op de energielijst staat. Dien vervolgens je aanvraag in bij RVO binnen de geldende termijn van drie maanden.

7. Fiscale stimulans voor start-ups en scale-ups

Om innovatie en groei van specifieke jonge ondernemingen te stimuleren, introduceert het kabinet een aantrekkelijke fiscale regeling voor aandelenopties van werknemers bij start-ups en scale-ups. In principe betaalt de werknemer de belasting wanneer hij de aandelen die hij uit de opties heeft verkregen, daadwerkelijk verkoopt. Na aftrek van de uitoefenprijs die aan de aandelen is toe te rekenen, wordt onder voorwaarden slechts 65% van het voordeel belast als loon. Verkoopt de werknemer het aandelenoptierecht in plaats van de aandelen? Dan geldt deze lagere grondslag niet. De werknemer kan ook schriftelijk kiezen voor eerdere belastingheffing op het moment van uitoefening van het optierecht of zodra de aandelen verhandelbaar zijn.

De regeling geldt alleen voor ondernemingen die kwalificeren als start-up of scale-up en een beschikking hebben van RVO. Deze beschikking is vanaf de dagtekening acht jaar geldig. Onder voorwaarden kun je de beschikking steeds met vijf jaar verlengen, tot een totale looptijd van maximaal 23 jaar. Daarnaast geldt in principe een minimale periode van twee jaar tussen de toekenning van het aandelenoptierecht en de verkoop van dit recht of de aandelen die daaruit voortkomen. Verkoopt de werknemer eerder vanwege een verkoop op beursgang van de onderneming? Dan geldt een uitzondering en is de regel wel van toepassing.

De regeling moet op 1 januari 2027 ingaan. De definitieve inwerkingtreding vindt plaats op een tijdstip dat bij koninklijk besluit wordt bepaald. Aandelenoptierechten die op of na 17 april 2025 zijn toegekend, kunnen mogelijk ook gebruikmaken van de regeling. Daarvoor moeten de aandelenoptierechten op 31 december 2026 nog niet in de loonbelasting zijn betrokken en moet aan de overige voorwaarden zijn voldaan. In dat geval moet je onderneming de beschikking uiterlijk op 31 december 2027 bij RVO aanvragen.

Tip! Onderzoek tijdig of je onderneming in aanmerking komt voor een RVO-beschikking. Beoordeel daarnaast of werknemersparticipatie je kan helpen om talent aan te trekken, te belonen en te behouden.

8. Hogere Aof-premie door vrijheidsbijdrage

Ook werkgevers moeten een zogenoemde vrijheidsbijdrage leveren om de stijgende defensie-uitgaven te bekostigen. Het kabinet wil deze lastenverzwaring grotendeels innen via een verhoging van de premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof). Volgens de raming levert deze verhoging in 2027 € 1,5 miljard aan extra premieopbrengsten op. Vanaf 2028 gaat het structureel om € 1,7 miljard per jaar.

De hoge en lage Aof-premiepercentages staan nog niet vast. De premiepercentages worden later bekendgemaakt, tegelijk met de jaarlijkse premiepercentages voor de werknemersverzekeringen. Daardoor is nog niet duidelijk hoeveel je werkgeverslasten precies stijgen. 

Tip! Houd in je personeelsbegroting voor 2027 rekening met hogere werkgeverslasten. Pas je loonkostenberekening aan zodra de hoge en lage Aof-premiepercentages voor 2027 officieel zijn vastgesteld.

9. Overdrachtsbelasting op beleggingswoningen naar 7%

Koop je een woning waarin je niet zelf duurzaam gaat wonen? Dan betaal je overdrachtsbelasting tegen het algemene woningtarief. Dit geldt bijvoorbeeld voor een verhuurde woning of vakantiewoning. Per 1 januari 2027 daalt dit tarief van 8 naar 7%. Het tarief van 2% voor een woning waarin je zelf gaat wonen en de startersvrijstelling blijven ongewijzigd. 

Let op!Voor bedrijfspanden geldt deze verlaging niet. Bij gemengde objecten, transformaties en projectontwikkeling kan discussie ontstaan over welk deel als woning kwalificeert. Het gebruik en de staat van het object op het moment van verkrijging spelen daarbij een belangrijke rol.

Door de tariefsverlaging kan het interessant zijn om opnieuw naar het moment van transactie te kijken. Houd daarbij ook rekening met andere factoren, zoals financiering, rendement, btw en de juridische structuur.

Tip! Laat vóór ondertekening van de koopovereenkomst beoordelen welk tarief voor jouw situatie geldt. Onderzoek daarbij of het zinvol en haalbaar is om de levering bij de notaris uit te stellen tot na 1 januari 2027.

10. Aftrek voor specifieke zorgkosten verdwijnt in 2028

Bepaalde niet-vergoede zorgkosten zijn nu onder voorwaarden aftrekbaar in de inkomstenbelasting. Denk aan specifieke geneesmiddelen, hulpmiddelen, dieetkosten, vervoer en extra gezinshulp. De aftrek geldt pas nadat rekening is gehouden met vergoedingen en een inkomensafhankelijke drempel.

Het kabinet schaft de aftrek voor specifieke zorgkosten per 1 januari 2028 af. Ook de daaraan gekoppelde regeling tegemoetkoming specifieke zorgkosten, de TSZ-regeling, verdwijnt. Voor mensen met een chronische ziekte werkt het kabinet aan een gerichte compensatieregeling. Het wetsvoorstel kent geen overgangsrecht. De maatregel raakt vooral mensen met een chronische ziekte, beperking of structureel hoge, niet-vergoede zorgkosten. Ook ondernemers en dga’s kunnen hierdoor privé met hogere nettolasten te maken krijgen. Het financiële effect verschilt sterk, omdat niet iedere zelf betaalde zorguitgave nu aftrekbaar is.

Tip! Breng terugkerende aftrekbare zorgkosten in kaart. Zo wordt zichtbaar welk belastingvoordeel vanaf 2028 mogelijk wegvalt en in hoeverre een toekomstige compensatieregeling daarin voorziet.

Fiscaal aantrekkelijke regeling aandelenopties vanaf 2027

By nieuws

Vanaf waarschijnlijk 2027 komt er een fiscaal aantrekkelijke regeling voor aandelenopties toegekend aan werknemers van startups en scale-ups. Wat houdt dit in en waar moet je nu al rekening mee houden?

Startup of scale-up

Om voor de regeling in aanmerking te komen moet je een startup of scale-up zijn. Hiervan is sprake als je onderneming gebruikmaakt van een schaalbaar en herhaalbaar bedrijfsmodel dat voortvloeit uit innovatie.

Let op! Een onderneming is schaalbaar en herhaalbaar als het de omzet snel kan laten groeien zonder lineaire inzet van meer mensen, meer middelen of meer kosten, maar door gebruik te maken van technologie met lagere marginale kosten en schaalvoordelen. Innovatie is het ontwikkelen of verbeteren van producten, diensten, processen of technologieën met technische vernieuwing of significante functionele verbetering ten opzichte van de sector.

Voor de startup of scale-up geldt verder nog als voorwaarde dat zij niet beursgenoteerd is. De startup of scale-up mag ook niet voor meer dan 25% gehouden worden door een beursgenoteerde onderneming.

Klein, middelgroot of micro

Startups of scale-ups kunnen in beginsel alleen van de regeling gebruikmaken als ze voldoen aan de EU-definitie van kleine, middelgrote of micro-onderneming (kmo). Dit is – op hoofdlijnen- het geval als de onderneming minder dan 250 werknemers heeft en een omzet heeft die niet hoger is dan € 50 miljoen of een jaarlijks balanstotaal dat niet hoger is dan € 43 miljoen.

Tip! Een startup of scale-up die niet voldoet aan de kmo-definitie kan ook gebruikmaken van de voorgestelde regeling, onder de voorwaarde dat het  de-minimissteunplafond van € 300.000 per drie jaar niet wordt overschreden.

Getoetst door RVO

De toets of sprake is van een startup of scale-up vindt plaats door de RVO. RVO toetst daarbij op de volgende voorwaarden:

  • gericht op snelle groei,
  • schaalbaar en herhaalbaar bedrijfsmodel,
  • oorsprong in innovatie,
  • niet beursgenoteerd, en
  • niet voor meer dan 25% gehouden door een beursgenoteerd bedrijf.

Bij de toets op de begrippen schaalbaarheid en innovatie kijkt RVO naar verschillende indicatoren zoals (niet-limitatief) het gebruik van innovatieregelingen (zoals de WBSO) of het Innovatiekrediet of dat participatiemaatschappijen durfkapitaal hebben verstrekt.

Let op! De RVO geeft een beschikking als je kwalificeert als startup scale-up. Deze is in principe acht jaar geldig en kan daarna maximaal driemaal in termijnen van vijf jaar verlengd worden.
Je bent geen startup of scale-up meer als je niet meer voldoet aan de voorwaarden en/of bij faillissement. Je moet hiervan binnen vier weken een melding doen bij de RVO. Op het ten onrechte niet doen van de melding kan een boete volgen die kan oplopen tot € 103.000.

Belasting over 65%

Ben je een startup of scale-up en ken je aandelenopties toe aan je werknemers? Dan vindt onder de nieuwe regeling een versmalling van de grondslag van het inkomen uit aandelenoptierechten plaats tot 65%.

Let op! Deze grondslagversmalling vindt alleen plaats bij vervreemding van de met de aandelenopties verkregen aandelen. Worden de aandelenopties zelf vervreemd, dan is gewoon 100% belast. De grondslagversmalling is ook niet van toepassing voor zover de waarde in het economische verkeer van de aandelen op het moment van toekennen van de aandelenopties hoger was dan de uitoefenprijs. 

Heeft de werknemer voor of na toekenning van de aandelenopties een aanmerkelijk belang in de startup of scale-up dan kan de nieuwe regeling niet worden toegepast. Hetzelfde geldt als sprake is van een zogenaamd lucratief belang.

Pas bij vervreemding aandelen

Onder de nieuwe regeling kan de belastingheffing worden uitgesteld tot het moment dat de door uitoefening van de aandelenopties verkregen aandelen daadwerkelijk vervreemd worden.

Geen vervreemding binnen twee jaar

Een voorwaarde voor de nieuwe regeling is dat schriftelijk tussen werknemer en de werkgever wordt afgesproken dat de aandelenopties of de bij uitoefening van de aandelenopties verkregen aandelen niet binnen twee jaar na toekenning mogen worden vervreemd.

Let op! Als de startup of scale-up wordt verkocht of naar de beurs gaat, geldt deze voorwaarde niet.

Werknemer uit dienst?

Treedt een werknemer uit dienst, dan ontstaat er onder de nieuwe regeling geen heffingsmoment. Heffing vindt ook voor ex-werknemers plaats op het moment van vervreemding van de aandelen. Om er voor te zorgen dat de ex-werkgever ook weet dat hij moet heffen, moet in de aandelenoptieovereenkomst worden opgenomen dat de werkgever voorafgaand aan de verkoop van de aandelen schriftelijk instemt met die verkoop.

RVO beschikking niet meer geldig?

Is de RVO beschikking niet meer geldig? Bijvoorbeeld omdat de termijn van acht jaar afloopt en er geen verlenging plaatsvindt? Of omdat de startup of scale-up niet meer aan de voorwaarden voldoet, bijvoorbeeld bij een beursgang? Dan behoudt de werknemer het fiscale voordeel van de grondslagversmalling naar 65% voor de periode dat sprake was van een startup of scale-up. Bij latere verkoop van de aandelen wordt dan naar tijdsgelang een deel van het inkomen versmald naar 65% en het andere deel belast tegen 100%.

Emigratie

Emigreert een werknemer voordat de aandelenopties of de daarmee verkregen aandelen in de loonheffing zijn betrokken? Dan worden deze op het moment van emigratie geacht fictief te zijn vervreemd tegen de dan geldende waarde in het economische verkeer. De Belastingdienst legt dan een zogenaamde conserverende aanslag op. Voor deze conserverende aanslag wordt voor onbepaalde tijd uitstel van betaling verleend. Dit uitstel wordt (gedeeltelijk) beëindigd als er liquide middelen beschikbaar komen of zich een ander heffingsmoment voordoet.

Let op! Gedurende het uitstel van betaling wordt geen invorderingsrente in rekening gebracht. Alleen als de werknemer zich verplaats of woonachtig wordt buiten de EU of EER moet hij/zij zekerheid stellen voor de conserverende aanslag.

Invoering per 2027?

De Tweede en Eerste Kamer moeten nog met de nieuwe regeling instemmen. Daarna treedt de regeling bij koninklijk besluit in werking. De voorkeur van het kabinet is een ingangsdatum op 1 januari 2027. Of dat gehaald gaat worden, is op dit moment nog niet zeker.

Waar moet je in 2026 al rekening mee houden?

Belangrijk voor nu is dat aandelenoptierechten die op of na 17 april 2025 zijn toegekend, gebruik kunnen maken van de nieuwe regeling als aan alle voorwaarden wordt voldaan. 

Daarbij is van belang dat, als de nieuwe regeling per 1 januari 2027 ingaat, de aandelenoptierechten op 31 december 2026 nog niet in de loonbelasting zijn betrokken. Is dat wel het geval, dan geldt de nieuwe regeling niet.

Zorg er daarom voor dat, waar mogelijk, de vanaf 17 april 2025 toegekende aandelenoptierechten in 2026 nog niet in de loonbelasting worden betrokken.

Uitbreiding platformfictie btw per 1 januari 2027

By nieuws

Vanaf 1 januari 2027 wordt de zogenoemde platformfictie in de btw uitgebreid voor een specifieke situatie.

Wanneer geldt de platformfictie?

De zogenoemde platformfictie geldt vanaf 1 juli 2021 voor de volgende situaties:
1. Ondernemers die met een platform faciliteren bij afstandsverkopen van buiten de EU aan particulieren, terwijl de intrinsieke waarde van de goederen niet meer bedragen dan € 150 per zending; of
2. Ondernemers die met een platform faciliteren bij afstandsverkopen binnen de EU of faciliteren bij lokale leveringen in de EU aan particulieren, terwijl de leverancier van de goederen buiten de EU is gevestigd.

In deze situaties wordt het platform voor de btw geacht de goederen zelf te hebben ontvangen van de verkoper en vervolgens te hebben geleverd aan de consument.

Begrip platform

Met het begrip platform wordt een online portaal bedoeld, zoals een marktplaats of webwinkel, dat faciliteert bij de goederenlevering. De ondernemer met het platform brengt een afnemer en een leverancier die de goederen te koop aanbiedt via het platform met elkaar in contact, hetgeen resulteert in een goederenlevering via het platform. Daarbij handelt het platform niet op eigen naam.

Uitbreiding per 1 januari 2027

Vanaf 1 januari 2027 wordt de platformfictie voor de onder punt 2 vermelde situatie uitgebreid. Als gevolg van deze uitbreiding geldt de platformfictie vanaf genoemde datum niet alleen meer voor leveringen aan particulieren. Ook goederenleveringen binnen de EU door een platform aan btw-vrijgestelde ondernemers, of rechtspersonen niet-ondernemer, die met hun aankoop onder de verwervingsdrempel voor vrijgestelde intracommunautaire verwervingen blijven, vallen dan onder de platformfictie. In Nederland is de verwervingsdrempel € 10.000. 

Let op! De hoogte van de verwervingsdrempel verschilt per EU-land.

De uitbreiding betekent dat de platformfictie bijvoorbeeld ook gaat gelden als een Nederlands platform een goederenlevering binnen de EU faciliteert tussen een buiten de EU gevestigde leverancier en een in de EU gevestigde KOR-ondernemer die onder de verwervingsdrempel van blijft. Daarvan is bijvoorbeeld sprake in de volgende situatie.

Voorbeeld

Een in Groot-Brittannië gevestigde ondernemer verkoopt via een in Nederland gevestigd platform goederen aan een in Frankrijk gevestigde KOR-ondernemer. De goederen van de Britse ondernemer zijn reeds ingevoerd en opgeslagen in Nederland. Als de Franse KOR-ondernemer, en de afnemer van de goederen, met zijn aankoop onder de Franse verwervingsdrempel van € 10.000 blijft, is per 1 januari 2027 de platformfictie van toepassing op deze transactie.

Vanwege deze platformfictie, wordt de Britse ondernemer geacht de goederen voor de btw te leveren aan het Nederlandse platform. Voor deze levering geldt het btw-nultarief in het EU-land van vertrek van de goederen, dus in dit voorbeeld in Nederland.

Vervolgens verricht het Nederlandse platform bij wetsfictie een btw-belaste levering in Frankrijk (intracommunautaire afstandsverkoop), omdat de Franse KOR-ondernemer geen btw-belaste intracommunautaire verwerving verricht in Frankrijk. De verschuldigde Franse btw kan het Nederlandse platform aangeven via de OSS of via de reguliere Franse btw-aangifte.

Implementatie onderdeel ‘enkele btw-registratie’ van de Europese VIDA-richtlijn

De uitbreiding van de platformfictie maakt onderdeel uit van de implementatie van het onderdeel ‘enkele btw-registratie’ van de Europese richtlijn “VAT In the Digital Age” (hierna: VIDA-richtlijn). Het wetsvoorstel, waarin dit onderdeel wordt geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving, is op 6 oktober 2026 aangenomen door de Eerste Kamer.

Aanvraag compensatie vuurwerkdetailhandelaren vanaf 2 november

By nieuws

Voorwaarden nadeelcompensatie

Om in aanmerking te komen voor de tijdelijke regeling nadeelcompensatie vuurwerkdetailhandelaren moet je in december 2025 én in december 2022, 2023 of 2024 eindejaarsvuurwerk verkocht hebben aan particulieren vanuit één of meer vuurwerklocaties in Nederland. Verder moet je een inschrijving bij de Kamer van Koophandel (KVK) hebben.

Let op! Eindejaarsvuurwerk is vuurwerk dat alleen aan het einde van het jaar aan particulieren verkocht mag worden. Hieronder valt niet fop- en schertsvuurwerk. Dit mag namelijk het hele jaar verkocht en afgestoken worden. Ook professioneel vuurwerk komt niet in aanmerking voor de regeling nadeelcompensatie.

Hoogte nadeelcompensatie

De nadeelcompensatie bestaat uit drie delen: je misgelopen winst, een opslag van 15% en € 3.500 per verkooplocatie.

Berekening misgelopen winst

Je misgelopen winst wordt berekend aan de hand van de inkoopwaarde van je vuurwerk in een referentiejaarwisseling. Standaard is dat de jaarwisseling 2024-2025 maar je mag ook kiezen voor 2022-2023 of 2023-2024.

Deze inkoopwaarde wordt verhoogd met een vastgesteld gemiddeld winstpercentage welke afhankelijk is van de totale opslagcapaciteit van jouw verkooplocaties in december 2025 en waar je inkoopt:

  • bij een totale opslagcapaciteit van maximaal 10.000 kilogram, is het winstpercentage 45,9%,
  • bij een totale opslagcapaciteit van meer dan 10.000 kilogram, is het winstpercentage 77,3%,
  • bij (gedeeltelijke) inkoop bij inkooporganisatie China Red, is het winstpercentage 111,2%.

Let op! Er wordt ook nog een inflatiecorrectie toegepast, afhankelijk van de gekozen referentiejaarwisseling: 6,85% voor 2024-2025, 9,69% voor 2023-2024 en 16,39% voor 2022-2023.

Berekening nadeelcompensatie

De misgelopen winst wordt vervolgens verhoogd met een opslag van 15%. Tot slot ontvang je ook nog € 3.500 per verkooplocatie (met een maximum van 5 verkooplocaties).

Let op! De uiteindelijke berekening is: inkoopwaarde x winstpercentage x inflatiecorrectie x 1,15 + € 3.500 per verkooplocatie (maximaal 5). Op de website van RVO zijn een aantal rekenvoorbeelden opgenomen.

Aanvragen

Aanvragen van de nadeelcompensatie kan bij de RVO. De aanvraagperiode loopt van dinsdag 3 november 2026 9.00 uur tot maandag 18 januari 2027 17.00 uur.

Let op! Vanaf maandag 2 november 2026 9.00 uur kun je al een conceptaanvraag klaarzetten. Lees hier wat je allemaal nodig hebt voor een aanvraag.

Betaling

De RVO neemt telefonisch contact met je op als je aanvraag beoordeeld is. De eerste betalingen van de nadeelcompensatie worden vanaf half januari 2027 verwacht.

Aanvraag compensatie vuurwerkdetailhandelaren vanaf 3 november

By nieuws

Ben of was je een vuurwerkdetailhandelaar? Dan kom je misschien wel in aanmerking voor een nadeelcompensatie voor je misgelopen winst door het vuurwerkverbod. Aanvragen kan vanaf 3 november 2026, voorbereiden van die aanvraag kan nu al.

Voorwaarden nadeelcompensatie

Om in aanmerking te komen voor de tijdelijke regeling nadeelcompensatie vuurwerkdetailhandelaren moet je in december 2025 én in december 2022, 2023 of 2024 eindejaarsvuurwerk verkocht hebben aan particulieren vanuit één of meer vuurwerklocaties in Nederland. Verder moet je een inschrijving bij de KVK hebben.

Let op! Eindejaarsvuurwerk is vuurwerk dat alleen aan het einde van het jaar aan particulieren verkocht mag worden. Hieronder valt niet fop- en schertsvuurwerk. Dit mag namelijk het hele jaar verkocht en afgestoken worden. Ook professioneel vuurwerk komt niet in aanmerking voor de regeling nadeelcompensatie.

Hoogte nadeelcompensatie

De nadeelcompensatie bestaat uit drie delen: je misgelopen winst, een opslag van 15% en € 3.500 per verkooplocatie.

Berekening misgelopen winst

Je misgelopen winst wordt berekend aan de hand van de inkoopwaarde van je vuurwerk in een referentiejaarwisseling. Standaard is dat de jaarwisseling 2024-2025, maar je mag ook kiezen voor 2022-2023 of 2023-2024.

Deze inkoopwaarde wordt verhoogd met een vastgesteld gemiddeld winstpercentage welke afhankelijk is van de totale opslagcapaciteit van jouw verkooplocaties in december 2025 en waar je inkoopt.

  • Bij een totale opslagcapaciteit van maximaal 10.000 kilogram is het winstpercentage 45,9%.
  • Bij een totale opslagcapaciteit van meer dan 10.000 kilogram is het winstpercentage 77,3%.
  • Bij (gedeeltelijke) inkoop bij inkooporganisatie China Red is het winstpercentage 111,2%.

Let op! Er wordt ook nog een inflatiecorrectie toegepast, afhankelijk van de gekozen referentiejaarwisseling. Dit is 6,85% voor 2024-2025, 9,69% voor 2023-2024 en 16,39% voor 2022-2023.

Berekening nadeelcompensatie

De misgelopen winst wordt vervolgens verhoogd met een opslag van 15%. Tot slot ontvang je ook nog € 3.500 per verkooplocatie, met een maximum van 5 verkooplocaties.

Let op! De uiteindelijke berekening is: inkoopwaarde x winstpercentage x inflatiecorrectie x 1,15 + € 3.500 per verkooplocatie (maximaal 5). Op de website van RVO is een aantal rekenvoorbeelden opgenomen.

Aanvragen

Aanvragen van de nadeelcompensatie kan bij RVO. De aanvraagperiode loopt van dinsdag 3 november 2026 9.00 uur tot maandag 18 januari 2027 17.00 uur.

Let op! Vanaf maandag 2 november 2026 9.00 uur kun je al wel een conceptaanvraag klaarzetten. Lees hier wat je allemaal nodig hebt voor een aanvraag.

Betaling

RVO neemt telefonisch contact met je op als je aanvraag beoordeeld is. De eerste betalingen van de nadeelcompensatie worden vanaf half januari 2027 verwacht.

Let op met het verstrekken van een personeelslening

By nieuws

Vordering op werknemer vanwege niet aflossen personeelslening

Bij een kantonrechter en in hoger beroep bij een gerechtshof speelde de volgende casus. Een werkgever had aan een werknemer een geldlening verstrekt van € 50.000 tegen een rente van 7% op jaarbasis. Bedragen die de werknemer niet tijdig afloste, mocht de werkgever inhouden op het eerstvolgende loon van de werknemer.

De geldlening was nog niet volledig terugbetaald toen de arbeidsovereenkomst met de werknemer eindigde. De werknemer betaalde nadien niets meer. De werkgever zag zich daarom genoodzaakt bij de rechter een bedrag van bijna € 52.000 te vorderen van de ex-werknemer.

Kantonrechter wijst vordering af

De kantonrechter stelde de werkgever niet in het gelijk. De door de werkgever verstrekte lening moest namelijk worden aangemerkt als een consumentenkrediet. Dit betekende dat de werkgever een informatieverplichting had ten opzichte van de werknemer. Bovendien had de werkgever een kredietwaardigheidstoets moeten uitvoeren.

Nu de werkgever niet kon laten zien dat voldaan was aan de informatieverplichting en de kredietwaardigheidstoets, wees de kantonrechter de vordering van de werkgever af.

Ook gerechtshof wijst vordering af

De werkgever liet het er niet bij zitten en stelde hoger beroep in bij het gerechtshof. Volgens de werkgever was geen sprake van een consumentenkrediet, omdat de lening niet als kredietgever maar als werkgever in het kader van de arbeidsovereenkomst was verstrekt.

Het gerechtshof oordeelde dat een overeenkomst van consumentenkrediet een wettelijk gereguleerde overeenkomst is. Daarbij verleent een kredietgever aan een consument krediet of zegt dit toe in de vorm van uitstel van betaling, een lening of een andere soortgelijke betalingsfaciliteit.

Het gerechtshof was van oordeel dat de door de werkgever verstrekte lening binnen deze definitie viel. Het maakte niet uit dat de werkgever niet alleen de geldverstrekker, maar ook de werkgever was.

Is er een escape?

Er is wel een escape. De regels die betrekking hebben op het verstrekken van consumentenkrediet zijn namelijk niet van toepassing als:

  • een werkgever als nevenactiviteit rentevrij of tegen een lager jaarlijks rentepercentage dan marktconform een lening aan werknemers verstrekt, én
  • die lening in het algemeen niet ook aan anderen aangeboden wordt.

Let op! De werkgever die procedeerde bij de kantonrechter en het gerechtshof kon zich hier niet op beroepen omdat de rente van 7% marktconform was.

Wees alert bij verstrekken van personeelsleningen

Wees dus alert bij het verstrekken van personeelsleningen. Het risico bestaat dat de lening wordt aangemerkt als een consumentenkrediet. In dat geval moet je vóór het verstrekken van de lening voldoen aan een informatieverplichting en een kredietwaardigheidstoets uitvoeren. Laat je daarom goed informeren door een deskundige of jouw personeelslening mogelijk een consumentenkrediet is.

Controleer of (nieuwe) werknemer onder bewind staat

By nieuws

Beschermingsbewind

Een werknemer kan onder bewind worden gesteld wanneer hij of zij door lichamelijke of geestelijke problemen, verkwisting of problematische schulden niet in staat is om de eigen financiën te beheren. Dit geldt overigens niet alleen voor werknemers maar voor alle meerderjarigen. We spreken dan van beschermingsbewind.

Loon onder bewind gestelde werknemer betaalt aan werknemer

In een procedure bij een rechtbank had een werkgever het loon over de periode dat een nieuwe werknemer bij hem had gewerkt, van 1 juli 2024 tot en met 16 augustus 2024, aan de werknemer betaald. De werknemer was echter op 2 juni 2022 onder bewind gesteld. De betaling had daarom moeten plaatsvinden aan de bewindvoerder.

Loonvordering bewindvoerder

De bewindvoerder sommeerde de werkgever schriftelijk op 11 februari 2026 om het ten onrechte aan de werknemer betaalde bedrag alsnog aan haar te betalen. Als de werkgever hier niet toe zou overgaan, volgde een procedure bij de rechter. De bewindvoerder voerde aan dat de werkgever niet bevrijdend had betaald, omdat hij niet aan de bewindvoerder had betaald. De werkgever voerde aan dat hij niet wist dat de werknemer onder bewind was gesteld en dat de werknemer zelf had aangegeven dat het loon aan hem moest worden uitbetaald.

Door rechtbank toegewezen

De zaak kwam bij de rechtbank voor. De rechter oordeelde dat tijdens het bewind het beheer over de onder bewind staande goederen niet toekomt aan de werknemer maar aan de bewindvoerder. De werkgever had dus niet-bevrijdend betaald aan de werknemer. Dat de werkgever dit niet wist deed niet terzake. De rechtbank stelde dat de werkgever had kunnen weten dat de werknemer onder bewind stond omdat dit ingeschreven is in een openbaar register.

Let op! De bewindvoerder vorderde een brutobedrag aan loon, maar kreeg van de rechtbank een nettobedrag omdat de werknemer ook een nettobedrag aan loon had ontvangen. De bewindvoerder is immers niet verplicht tot het afdragen van de werkgeverspremies en andere werkgeversverplichtingen.

Controleer het curatele- en bewindregister

 Een werkgever doet er goed aan altijd het curatele- en bewindregister te raadplegen. Aan de hand van de achternaam en de geboortedatum kan de werkgever eenvoudig achterhalen of de werknemer in het register ingeschreven staat.

Betrek bewindvoerder ook bij beëindigen arbeidsovereenkomst

Al eerder is uitgemaakt dat een onder bewind gestelde werknemer niet bevoegd is in een ontbindingsprocedure op te treden. De bewindvoerder geldt als formele procespartij.  Wordt de bewindvoerder niet betrokken dan volgt een niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. 
Ook bij het sluiten van een beëindigingsovereenkomst met een onder bewind gestelde werknemer is medewerking nodig van de bewindvoerder.

Onbelaste vervanging beschadigde of verloren persoonlijke zaken werknemer

By nieuws

Vrijgesteld loon

In bepaalde gevallen kun je de beschadiging of het verlies van persoonlijke zaken van een werknemer onbelast vergoeden of verstrekken. Dit kan als de schade of het verlies komt door een bijzondere gebeurtenis die samenhangt met het werk. De vergoeding of verstrekking vormt dan vrijgesteld loon.

Een voorbeeld

Een werknemer bezoekt in zijn eigen kleding voor zijn werk een klant en loopt per ongeluk langs een scherpe rand in het bedrijf van de klant. Dit is een bijzondere gebeurtenis die samenhangt met zijn werk. Daarom vormt de vergoeding van de schade of de verstrekking van nieuwe kleding (als de schade onherstelbaar is) vrijgesteld loon.

Vrije ruimte

Komt de schade of het verlies niet door een bijzondere gebeurtenis die samenhangt met het werk? Dan vormt een vergoeding of verstrekking belast loon voor de werknemer. Eventueel kun je deze aanwijzen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. 

Gebruikelijkheidstoets

Voor dat aanwijzen moet je wel voldoen aan de gebruikelijkheidstoets. De gebruikelijkheidstoets betekent dat je vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen die voor meer dan 30% afwijken van hetgeen normaal vergoed, verstrekt of ter beschikking gesteld wordt, niet mag aanwijzen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. 

Tip! De aanwijzing van vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen tot een bedrag van in totaal € 2.400 per werknemer per jaar beschouwt de Belastingdienst altijd als gebruikelijk.

Een voorbeeld

Een voorbeeld van schade of verlies die geen vrijgesteld loon vormt, is de schade aan privé-kleding die te verwachten is bij het soort werk dat wordt uitgevoerd. Er is dan geen sprake van een bijzondere gebeurtenis die samenhangt met het werk. Denk aan normale slijtage van privé-kleding.

Een ander voorbeeld is de basisschoolleerkracht die na een ochtend knutselen met de leerlingen verfvlekken op de kleding heeft. Die schade hangt wel samen met het werk, maar is niet veroorzaakt door een bijzondere gebeurtenis. Het knutselen hoort immers bij het werk van de basisschoolleerkracht.