All Posts By

Gefaseerde inwerkingtreding Wet toelating ter beschikking stelling arbeidskrachten (Wtta)

By nieuws

Toelatingsstelsel

De wet en het toelatingsstelsel gaan op 1 januari 2027 in. Bedrijven die werknemers willen blijven uitlenen, moeten zich in beginsel vóór die datum bij de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) melden. Bedrijven die een SNA-keurmerk hebben kunnen later een aanvraag doen.

Let op! De wetsartikelen die nodig zijn voor een goede uitvoering en implementatie van het toelatingsstelsel zijn op 1 juli 2026 als in werking getreden.

Wie vallen er onder uitleners?

De wet richt zich op partijen die arbeidskrachten – dus ook zzp’ers – ter beschikking stellen aan derden (zoals bedoeld in de WAADI). Onder uitleners vallen onder meer:

  • Uitzenders
  • Detacheerders
  • Uitleners van zzp’ers

Let op! Collegiale uitleen, waarbij geen winst wordt gemaakt of in- en uitleen binnen concernverband valt straks niet onder het toelatingsstelsel.

Vrijstelling

Betreft het bedrijven die in zeer beperkte mate arbeidskrachten ter beschikking stellen, dan kunnen ze om ontheffing verzoeken waarbij de volgende voorwaarden gelden:

  • de inkomsten uit het uitlenen zijn minder dan 10% van de totale inkomsten in een jaar, én;
  • die inkomsten zijn niet hoger dan € 5 miljoen per jaar.

Voorwaarden

Om toegelaten te worden, moeten uitleners aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moeten zij beschikken over een actuele Verklaring Omtrent het Gedrag voor rechtspersonen (VOG RP), moeten zij aantonen dat zij voldoen aan relevante wetgeving (zoals het wettelijk minimumloon) en moeten zij een waarborgsom van € 100.000 storten (voor startende bedrijven geldt in eerste instantie een waarborgsom van € 50.000 en na zes maanden nogmaals € 50.000). Bedrijven die zich aan de regels houden, krijgen de waarborgsom na vier jaar teruggestort.

Aanvraagloket

Het toelatingsstelsel treedt op 1 januari 2027 in werking. Alhoewel het aanvraagproces dan in werking treedt, gaat het aanvraagloket later open. Bedrijven die werknemers willen blijven uitlenen, moeten tussen 1 mei 2027 en 30 juni 2027 een toelating aanvragen. Het beoordelen van de bedrijven begint vanaf 1 juli 2027.

Overgangsregeling

Er geldt een overgangsregeling voor bestaande uitleners die zich tussen 1 november 2026 en 31 december 2026 hebben aangemeld voor die overgangsregeling. Als zij van 1 mei 2027 tot en met 30 juni 2027 een aanvraag tot toelating doen, kunnen zij personeel blijven uitlenen gedurende de tijd dat de NAU hun aanvraag beoordeelt.

Let op! Uitleners die op 30 juni 2027 een SNA-keurmerk hebben, hoeven geen aanmelding te doen voor de overgangsregeling. Zij moet wel een aanvraag tot toelating doen.

Vergoeding

De uitlener betaalt een eenmalige vergoeding (leges) voor een aanvraag tot toelating of ontheffing aan de NAU, maar daarnaast ook een jaarlijkse vergoeding. De hoogte van de jaarlijkse vergoeding is afhankelijk van de grootte van de uitlener in het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de toelating is aangevraagd.

Uitleen- en inleenverbod

Ook inleners moeten rekening houden met de Wtta. Zij mogen alleen zaken doen met toegelaten uitleners op straffe van een boete. Het uitleen- en inleenverbod treedt pas met ingang van 2028 in werking. Dit geeft uitleners en inleners de tijd hun bedrijfsvoering aan te passen en zich voor te bereiden op de toelatingsplicht.

In 2027 ligt de nadruk op voorlichting en ondersteuning, waarna de formele handhaving door de Nederlandse Arbeidsinspectie start op 1 januari 2028.

Tip! Meer informatie is te vinden op: www.toelatinguitleenmarkt.nl.

Voorgenomen wijzigingen voor (verhuurde) woningen

By nieuws

Internetconsultatie wetsvoorstel Passende huurcontracten

Zo loopt er van 2 juli tot en met 28 augustus 2026 een internetconsultatie over het wetsvoorstel Passende huurcontracten. De bedoeling is om aan de ene kant huurders sneller huurbescherming te bieden en aan de andere kant voor studenten en arbeidsmigranten de mogelijkheid te bieden om een tijdelijk huurcontract af te sluiten.

Zo wordt verhuur voor korte duur (short stay) in het wetsvoorstel beperkt tot maximaal 30 dagen. Daarmee kan de short stay zonder huurbescherming eigenlijk alleen nog gebruikt worden voor vakantieverhuur.

Voor studenten komt er wel de mogelijkheid om een tijdelijk huurcontract van maximaal twee jaar af te sluiten. Nu kan dat al als een student voor de studie verhuist naar een andere gemeente. Als het wetsvoorstel ongewijzigd wordt aangenomen kan dat straks ook voor een student die al binnen de gemeente woont. Het wordt daarnaast ook mogelijk om met een arbeidsmigrant een tijdelijk huurcontract van maximaal twee jaar af te sluiten.

Let op! Het kabinet staat open om ook andere knelpunten op te lossen die zijn ontstaan na inwerkingtreding van de Wet vaste huurcontracten op 1 juli 2024. In reactie op de internetconsultatie kan iedereen ideeën daarvoor aandragen.

Wetswijziging stimulering hospitaverhuur

Om hospitaverhuur aantrekkelijker te maken is bij de Tweede Kamer een wetswijziging ingediend om hospitaverhuur te stimuleren. Het streven is om met ingang van 1 januari 2027 het mogelijk te maken om:

  • Een tijdelijk hospitaverhuurcontract te sluiten van maximaal vijf jaar met een proeftijd van negen maanden.  De opzegtermijn binnen die proeftijd wordt drie maanden.
  • Het hospitaverhuurcontract te beëindigen bij (gedwongen) verkoop van de woning, bij overlijden van de hospita of bij verhuizing van een hospita die in een huurwoning woont.
  • Op verzoek van de hospita het inkomen van de kamerhuurder niet mee te tellen voor de inkomensafhankelijke huurverhoging.

Huurwoningen verplicht minimaal energielabel D vanaf 2029

Eigenaren van huurwoningen zijn verplicht om hun woningen dusdanig te verduurzamen dat deze uiterlijk op 1 januari 2029 minimaal het energielabel D hebben. Huurwoningen mogen dan niet meer de energielabels E, F of G hebben. Het ontwerpbesluit voor deze wettelijke minimumenergieprestatie-eisen voor huurwoningen is op 10 juli 2026 naar de Tweede en Eerste Kamer gezonden.

Let op! Voor het verduurzamen van je huurwoning kun je als private verhuurder een beroep doen op de Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH).

Eenvoudiger optoppen, splitsen en woningdelen

Het kabinet gaat het juridisch makkelijker maken voor gemeenten om het optoppen, splitsen en woningdelen in bestaande gebouwen te faciliteren en belemmeringen weg te nemen. Hierdoor moeten de vergunningstrajecten minder complex en langdurig worden.

Let op!Het kabinet geeft aan dat gemeenten niet hoeven te wachten op de juridische uitwerking van dit voornemen. Via het Nationaal Expertisecentrum Woningbouw (NEW) kunnen gemeenten ook nu al ondersteuning krijgen. 

Ook gebruikelijk loon bij ziekte

By nieuws

Gebruikelijk loon

Het gebruikelijk loon moet in 2026 vastgesteld worden op het hoogste bedrag van een van de volgende bedragen:

  • Het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, of
  • het loon van de meest verdienende werknemer in je bv of verbonden bv’s, of
  • € 58.000.

Let op! Kun je aannemelijk maken dat het berekende gebruikelijk loon hoger is dan het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking? Dan mag je het gebruikelijk loon vaststellen op het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking.

Aanmerkelijk belang én werkzaamheden

De bv moet een gebruikelijk loon aan jou uitbetalen als je een aanmerkelijk belang hebt in de bv (je hebt bijvoorbeeld minimaal 5% van de aandelen) én je ook werkzaamheden voor de bv verricht.

Ziekte

Een dga die in een jaar hartfalen had, liet de bv geen loon aan hem uitbetalen. De Belastingdienst was het daar niet mee eens en stelde het gebruikelijk loon vast op het loon van de meest verdiende werknemer, in casu € 26.470.

Geen werkzaamheden?

De dga stelde dat hij vanwege zijn ziekte geen werkzaamheden had verricht voor de bv en dat de gebruikelijkloonregeling daarom niet van toepassing was. De Belastingdienst gaf echter aan dat de dga administratieve werkzaamheden voor de bv had verricht. De Belastingdienst kon dat ook bewijzen omdat de dga had in het jaar diverse contactmomenten met de Belastingdienst gehad over de bv. De rechter vond dan ook dat was bewezen dat de dga werkzaamheden had verricht voor de bv.

Lager loon niet bewezen

De dga moest daarom een gebruikelijk loon in aanmerking nemen. De rechter stelde dit vast op het loon van de meest verdiende werknemer. De rechter gaf daarbij aan dat de dga niet bewezen had dat het loon van de meest vergelijkbare dienstbetrekking tot een lager loon zou leiden.

Lager loon bij ziekte onder voorwaarden mogelijk

Ziekte betekent dus niet automatisch dat je geen gebruikelijk loon in aanmerking hoeft te nemen. Dat is alleen het geval als je echt geen werkzaamheden meer hebt verricht voor de bv of dusdanig weinig werkzaamheden dat daarvoor een loon van maximaal € 5.000 per jaar gebruikelijk is.

Een lager loon is mogelijk als je kan bewijzen dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking dat hoort bij de werkzaamheden die je tijdens je ziekte nog kan verrichten, lager is.

Let op! Een en ander is afhankelijk van de feiten en omstandigheden in je eigen specifieke situatie. Wil je geen of een lager gebruikelijk loon in aanmerking nemen omdat je werkzaamheden sterk zijn verminderd? Overleg dan met onze adviseurs of dit tot de mogelijkheden behoort en hoe je dat kunt onderbouwen richting de Belastingdienst.

Proposed changes for (rented) homes

By nieuws

Online consultation on the ‘Appropriate Tenancy Agreements’ Bill 

For example, an online consultation on the ‘Appropriate Tenancy Agreements’ (in Dutch: Passende huurcontracten) Bill is running from 2 July to 28 August 2026. The aim is, on the one hand, to offer tenants rent protection more quickly, whilst, on the other hand, to provide students and migrant workers with the option of entering into a temporary tenancy agreement. 

Under the bill, short-stay lettings are limited to a maximum of 30 days. This means that short-stay lettings without rent protection can effectively only be used for holiday lettings. 

Students, however, will be given the option to enter into a temporary tenancy agreement for a maximum of two years. This is already possible if a student moves to another municipality to study. If the bill is passed without amendment, this will also apply to students who already live within the municipality. It will also become possible to enter into a temporary tenancy agreement of up to two years with a migrant worker. 

Please note! The government is open to resolving other issues that have arisen following the entry into force of the Fixed-Term Tenancy Agreements Act (in Dutch: Wet vaste huurcontracten) on 1 July 2024. In response to the online consultation, anyone can submit ideas on this matter. 

Legislative amendment to encourage subletting 

To make letting rooms more attractive, a legislative amendment has been tabled in the House of Representatives to encourage the letting of rooms (in Dutch: hospitaverhuur). The aim is to make it possible, with effect from 1 January 2027, to: 

  • Enter into a temporary room-let tenancy agreement for a maximum of five years, with a nine-month trial period. The notice period during that trial period will be three months. 
  • Terminate the room rental contract in the event of the (forced) sale of the property, the death of the landlady, or the relocation of a landlady who lives in a rented property. 
  • At the landlady’s request, not to include the room tenant’s income when calculating the income-related rent increase. 

Rented properties must have at least energy label D from 2029 

Owners of rental properties are obliged to improve the sustainability of their properties so that, by 1 January 2029 at the latest, they have at least energy label D. Rental properties may then no longer have energy labels E, F or G. The draft decree setting out these statutory minimum energy performance requirements for rental properties was sent to the House of Representatives and the Senate on 10 July 2026. 

Please note! As a private landlord, you can apply for the Subsidy Scheme for the Sustainability and Maintenance of Rental Properties (SVOH) (in Dutch: Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen) to make your rental property more sustainable. 

Simpler procedures for adding storeys, subdividing and sharing homes 

The government intends to make it legally easier for local authorities to facilitate the addition of extra storeys, the subdivision of properties and shared accommodation in existing buildings, and to remove obstacles. This should make the planning permission processes less complex and time-consuming. 

Please note!The government has stated that local authorities do not need to wait for the legal implementation of this proposal. Local authorities can already obtain support through the National Centre of Expertise for Housing Construction (NEW) (in Dutch: Nationaal Expertisecentrum Woningbouw).   

Geen bezwaar mogelijk tegen aangifte bpm zonder betaling

By nieuws

Wanneer bpm betalen?

Bpm betaal je als je een nieuwe auto koopt of een auto importeert. Bij een nieuwe auto gaat het betalen van bpm meestal via de dealer. Importeer je zelf een auto, dan moet je zelf aangifte doen en de bpm betalen. Als je aangifte binnen is bij de Belastingdienst, krijg je bericht of en hoeveel bpm je moet betalen. Na de betaling krijgt de RDW bericht dat ze het kenteken kunnen afgeven.

Bpm per tijdvak

Autohandelaren die regelmatig aangifte bpm moeten doen, kunnen de belasting ook per tijdvak betalen. Betaling van de bpm moet dan plaatsvinden binnen een maand na het einde van elk tijdvak. 

Ook in bovenvermelde rechtszaak was hiervan sprake. De betreffende onderneemster had in 2021 over twee tijdvakken aangifte gedaan van de verschuldigde bpm, maar de bedragen niet meteen betaald. Wel had de vrouw bezwaar gemaakt tegen haar aangiftes, maar de Belastingdienst had deze niet-ontvankelijk verklaard omdat de belasting niet betaald was. Na deze uitspraak van de Belastingdienst had de vrouw de bpm alsnog betaald, maar toen was de betaaltermijn (één maand na het einde van het tijdvak) al verstreken.

Ontvankelijk bij betaling binnen betaaltermijn

De betaling buiten de termijn brak de vrouw uiteindelijk op. Uit een arrest van de Hoge Raad uit 2010 volgt namelijk dat een bezwaarschrift dat vóór de betaling is ingediend alsnog ontvankelijk is als die betaling daarna nog binnen de betaaltermijn plaatsvindt. Nu de vrouw buiten de betaaltermijn had betaald, was haar bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Bpm niet automatisch betaald bij aangifte

De vrouw stelde nog dat uit eerdere rechtspraak zou zijn af te leiden dat de bpm geacht werd te zijn betaald bij het doen van de aangifte. Dat de bpm daadwerkelijk pas later werd betaald, deed volgens haar niet ter zake. De Hoge Raad stelde echter dat dit niet uit de betreffende uitspraak kon worden afgeleid.

Belastingdienst hoeft niet te wachten

De Hoge Raad voegde nog toe dat de Belastingdienst met zijn uitspraak op bezwaar ook niet hoeft te wachten totdat de betaling, na het verstrijken van de betaaltermijn, alsnog volgt. 

Let op! Wil je bezwaar maken tegen de bpm, zorg dan dat je eerst de bpm betaalt en dan pas bezwaar indient. Betaal binnen de betaaltermijn en zorg dat je bezwaarschrift binnen zes weken daarna bij de Belastingdienst binnen is.

SDE++ subsidie dit jaar later aanvragen

By nieuws

SDE++ subsidie

Met de SDE++ regeling worden grootschalige duurzame energieprojecten gesubsidieerd. De subsidie is gericht op projecten die duurzame energie produceren of de uitstoot van broeikasgassen verminderen.

Noodzaak goede voorbereiding

Dat een goede voorbereiding van de aanvraag noodzakelijk is, blijkt uit de cijfers. Zo is vorig jaar twee derde van alle aanvragen afgewezen, omdat deze niet aan de voorwaarden voldeden. RVO, de uitvoerder van de subsidie, geeft aan dat in een aantal gevallen bijvoorbeeld de vereiste vergunningen ontbraken.

Verschuiving in gesubsidieerde projecten

Volgens RVO verdubbelde vorig jaar het aantal goedgekeurde aanvragen voor lucht-water-warmtepompen ten opzichte van het jaar ervoor. Verder ging ongeveer een derde van alle subsidies naar de afvang en opvang van CO2. Voor zonnepanelen en windmolens werd vorig jaar juist minder SDE++ aangevraagd.

Strengere eisen

RVO maakt ook bekend dat voor zonprojecten de eisen dit jaar strenger zijn. Zo moet aangetoond worden dat het bedrijf een goede kans maakt op aansluiting op het elektriciteitsnet. Dit moet blijken uit een verklaring van de netbeheerder. Omdat op veel plaatsen het elektriciteitsnet overbelast is, wordt een dergelijke verklaring minder snel afgegeven. 

Wijziging per 2027

RVO geeft ook aan dat per 2027 een vereenvoudiging tegemoet kan worden gezien. Voor bepaalde subsidiabele zaken is dan geen vergunning meer nodig, maar een ‘verklaring van vergunbaarheid’. Hierdoor wordt tijd bespaard, is de kans groter dat een aanvraag wordt goedgekeurd en kan een project sneller worden gestart. In 2026 zijn vergunningen nog wel vereist.

SDE++ gegarandeerd tot 2032

Ook is bekend gemaakt dat voor de subsidieregeling in ieder geval tot 2032 jaarlijks €8 miljard euro subsidie beschikbaar is. Op die manier kan geïnvesteerd blijven worden in projecten die positief uitwerken op het klimaat en het milieu.

Let op! Je kunt de SDE++ aanvragen van 27 oktober 2026 9.00 uur tot en met 26 november 2026 17.00 uur. Heb je vragen, dan kun je nu al een kosteloos adviesgesprek aanvragen bij RVO. Dit kan naar wens telefonisch, per mail, online of bij RVO op kantoor.

Verkoop bouwkavels vanuit privé kan leiden tot btw-heffing

By nieuws

De verkoop van een bouwkavel vanuit privé is niet automatisch zonder btw. Het kan voorkomen dat de verkoper zogenoemde actieve stappen onderneemt, waardoor de verkoper voor de levering van de bouwkavel kwalificeert als btw-ondernemer. Dit geldt ook als die verkoop slechts eenmalig is. De levering van de bouwkavel is dan belast met 21% btw. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de volgende zaak van een gerechtshof.

Actieve stappen vergelijkbaar met projectontwikkelaar

In deze zaak ging het een verkoper die in 2007 een landgoed met diverse opstallen kocht, waaronder een monumentenpand, arbeiderswoningen en een molen. De verkoper was van plan om de arbeiderswoningen te slopen en op die plek vier bouwkavels te realiseren. In 2014 sloot de verkoper een intentieovereenkomst met de gemeente en een molenstichting, waardoor de bebouwing van de vier kavels mogelijk werd. Verder had de verkoper onder meer een makelaar ingeschakeld voor de verkoop van de bouwkavels, een archeologisch bodemonderzoek laten uitvoeren, een vijver laten aanleggen en de oude toegangsweg richting de vier kavels laten verharden.

Het gerechtshof oordeelde dat de verkoper met deze inspanningen diverse actieve stappen ondernam die vergelijkbaar waren met die van een projectontwikkelaar. De verkoper had zich immers actief ingezet om de woningbouw mogelijk te maken en het terrein bouwrijp te maken. Daarom gingen de door de verkoper gezette stappen verder dan de loutere uitoefening van een eigendomsrecht en handelde de verkoper als btw-ondernemer. Dit betekende dat de levering van de bouwkavel vanuit privé was belast met 21% btw. De verkrijging van de bouwkavel was vrijgesteld van overdrachtsbelasting.

Beheer privévermogen

Stel dat bij de verkoop van de bouwkavel vanuit privé wel sprake is van de loutere uitoefening van een eigendomsrecht. Dan leidt die verkoop niet tot btw-ondernemerschap, omdat sprake is van het beheer van privévermogen. De levering van de bouwkavel is in die situatie vrijgesteld van btw. De verkrijging van de bouwkavel is dan belast met overdrachtsbelasting.

Let op! Er bestaat veel jurisprudentie over deze problematiek. Soms kan de verkoop van een bouwkavel ook meeliften op het voor andere activiteiten al bestaande btw-ondernemerschap van de verkoper. De gevolgen voor de btw en overdrachtsbelasting zijn erg afhankelijk van de exacte feiten en omstandigheden en verschillen daarom per situatie. Breng deze feiten en omstandigheden daarom duidelijk in kaart en beoordeel met onze adviseurs op basis daarvan wat dit betekent voor de btw en de overdrachtsbelasting. 

Verbod op uitzendkrachten in de vleesindustrie

By nieuws

Doelgroep

Het verbod op uitzendkrachten zal van toepassing zijn voor bedrijven die de volgende activiteiten verrichten: slachten, verwerken, koelen en invriezen van vlees. Voor functies die niet direct samenhangen met de primaire vleesproductie zoals verkoopmedewerkers, of administratief personeel mogen straks nog wel uitzendkrachten worden ingezet.

Let op! Kleine bedrijven die minder dan 20 mensen inzetten vallen niet onder het verbod. Voor de grens van 20 mensen gaat het om het totaal van werknemers die op basis van een arbeidsovereenkomst voor het bedrijf werken en de uitzendkrachten.

Parlementair onderzoek

Al tijdens een parlementair onderzoek in 2011 is gebleken dat er sprake was van malafide praktijken in de vleesverwerkende industrie. Die misstanden, die vooral arbeidsmigranten betreffen omdat zij relatief veel in deze sector werken, zijn blijven voortduren. Het gaat dan om zaken als intimidatie, ontslag tijdens ziekte en onderbetaling. De Arbeidsinspectie heeft geconcludeerd dat bij de inzet van uitzendkrachten twee keer zo vaak sprake is van een overtreding van de arbeidswetten.

De vleessector is te weinig actief geweest waar het gaat om het aanpakken van de geconstateerde misstanden. Om die reden gaat de minister ingrijpen.

Ervaringen in Duitsland

Het kabinet verwijst naar de in Duitsland opgedane ervaringen, waar een vergelijkbaar verbod eerder is ingevoerd. Volgens het ministerie heeft dat daar bijgedragen aan minder arbeidsongevallen, betere naleving van arbeidsvoorwaarden en meer verantwoordelijkheid van werkgevers voor hun eigen personeel.

Gefaseerde invoering

Het verbod moet ingaan op 1 maart 2028. Voor bestaande dienstverbanden gaat een overgangstermijn gelden tot 1 juni 2028. Dit betekent dat per 1 juni 2028 het uitzendverbod in de vleesketen dus volledig van kracht is. Bedrijven hebben nu dus nog 23 maanden de tijd om zich voor te bereiden.

Let op! De Arbeidsinspectie gaat toezien op de naleving van het verbod.

Internetconsultatie

Over dit wetsvoorstel staat een internetconsultatie open van 3 juli 2026 tot en met 28 augustus 2026. 

Wanneer is pand voor de overdrachtsbelasting een woning?

By nieuws

Tarief overdrachtsbelasting

Voor woningen die je voor langere tijd als hoofdverblijf gaat bewonen geldt een verlaagd tarief van 2% of een vrijstelling. Ga je de woning niet als hoofdverblijf bewonen, dan geldt voor de woning een tarief van 8%. Voor andere panden, zoals winkels en bedrijfspanden, geldt een tarief van 10,4%. Voor de hoogte van het tarief is dus van belang wanneer is sprake is van een woning.

Pand bestemd als woning?

Tijdens de wetsbehandeling is aan de orde geweest dat een pand bij de juridische overdracht naar zijn aard bestemd moet zijn als woning om ook als zodanig te worden aangemerkt. De Hoge Raad heeft bepaald dat daarbij van belang is waarvoor het pand oorspronkelijk is gebouwd. Is een woning verbouwd voor een andere vorm van gebruik, dan blijft het naar zijn aard alleen een woning, als er maar beperkte aanpassingen nodig zijn om het weer voor bewoning geschikt te maken.

Buurthuis, school of woning?

Bovenstaande uitgangspunten stonden centraal in een zaak die zich afspeelde voor de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Een belastingplichtige had een pand gekocht dat bestond uit een voormalige woning, die was samengevoegd met een school, die op zijn beurt weer was verbouwd tot buurthuis met gymzalen. Om te bepalen welk tarief overdrachtsbelasting van toepassing was, diende de rechtbank te bepalen of er al dan niet sprake was van een woning.

Bewijslast

De rechtbank stelde vast dat de bewijslast in dit soort geschillen bij de belastingplichtige ligt. Die moest in deze zaak aannemelijk maken dat de panden oorspronkelijk gebouwd waren als woning en ook hun aard als woning hadden behouden. 

Geen aard als woning

Uit onder meer bouwtekeningen bleek dat het pand door de verbouwingen tot dorpshuis met sportzaal zonder aanpassingen naar zijn aard niet meer bestemd was als woning. Dat het pand nog wel voor bewoning gebruikt kon worden, deed niet ter zake.

Ook was één van de panden oorspronkelijk bestemd voor ander gebruik dan als woning. Dit pand was groter dan het andere. Met de samenvoeging van beide panden in het verleden was het geheel niet meer aan te merken als ‘oorspronkelijk gebouwd als woning’. Hierdoor was de aard als woning definitief verloren gegaan. Of er slechts beperkte aanpassingen nodig zouden zijn om het pand weer voor bewoning geschikt te maken, deed daardoor niet meer ter zake. 

Hoog tarief in plaats van 2%

Al met al lukte het de koper dus niet om aannemelijk te maken dat het pand naar zijn aard bestemd was tot bewoning. Gevolg was dat het hoge tarief overdrachtsbelasting in plaats van 2% van toepassing was.

Europese Dienstenrichtlijn kan leges in de weg staan

By nieuws

Europese Dienstenrichtlijn

De Europese Dienstenrichtlijn is bedoeld om te zorgen voor eerlijke concurrentie en minder bureaucratie. Dienstverleners moeten overal met zo min mogelijk belemmeringen hun diensten kunnen aanbieden. In een ander Europees land, maar ook in een andere gemeente of provincie in Nederland. De Dienstenrichtlijn moet dit bevorderen.

Verhuurvergunning

In een rechtszaak voor de rechtbank Den Haag ging het om de vraag of een legesaanslag voor een verhuurvergunning tot een te hoog bedrag was opgelegd. Een eigenaresse met een woning in Leiden wilde deze verhuren en had hiervoor een verhuurvergunning aangevraagd. Die werd verstrekt, maar de aanslagleges bedroeg € 938,50.

Gemeentelijke vrijheid

Als je een woning wilt verhuren, mogen gemeentes zelf bepalen of hiervoor een verhuurvergunning vereist is. Zo ja, dan mag een gemeente voor het in behandeling nemen en afgeven van een dergelijke vergunning leges in rekening brengen.

Dienstenrichtlijn van toepassing?

In bovenvermelde zaak stelde de eigenaresse van de woning dat de opgelegde aanslag leges in strijd was met de Dienstenrichtlijn. De rechtbank moest daarom eerst beoordelen of de Dienstenrichtlijn wel van toepassing was op de aanslag leges. De rechtbank oordeelde dat dit het geval was en dat de eigenaresse een rechtstreeks beroep hierop kon doen.

In de Dienstenrichtlijn is opgenomen dat de kosten van een vergunning redelijk en evenredig moeten zijn met de kosten van de vergunningsprocedure en de kosten van de aanvraagprocedure niet mogen overschrijden. De rechtbank onderzocht daarom of het bedrag aan leges van € 938,50 niet in strijd hiermee was opgelegd. 

Let op! Dat het een hoog bedrag was, bleek alleen al uit het feit dat voor een verhuurvergunning in Rotterdam een bedrag van € 335 aan leges werd geheven en in Den Haag slechts € 271. 

Strijd met Dienstenrichtlijn

De rechtbank kwam tot het oordeel dat de leges van € 938,50 in strijd was met de Dienstenrichtlijn. De door de gemeente aangegeven gemiddelde behandelduur van tien arbeidsuren per afgegeven verhuurvergunning waarop de € 938,50 gebaseerd was, bleken namelijk veel te hoog.

Ten eerste omdat de beoordeling van het aanvraagformulier naar het oordeel van de rechtbank veel minder tijd kostte. Ten tweede omdat gezien het aantal afgegeven vergunningen de betrokken ambtenaren nooit tien uur per vergunning bezig konden zijn geweest.

Daarnaast was het legesbedrag voor elke vergunningsaanvraag € 938,50 en werd geen verschil gemaakt tussen een vergunning van één of van meerdere woningen. Volgens de rechtbank is het rekenen met dergelijke vaste bedragen toegestaan, mits deze zijn gebaseerd op de gemiddelde kosten en weinig verschillen van de werkelijke kosten in elk individueel geval. Dat was in deze situatie echter niet het geval.

Vernietiging aanslag

De hoogte van de leges van € 938,50 was in het geval van de eigenaresse van de woning daarom in strijd met de Dienstenrichtlijn. De rechtbank kon niet vaststellen welk bedrag aan leges wel in overeenstemming zou zijn met de Dienstenrichtlijn en vernietigde daarom de legesaanslag in het geheel

Let op! Deze uitspraak betekent niet dat elke aanslag leges in strijd is met de Dienstenrichtlijn. Een en ander is afhankelijk van de individuele feiten en omstandigheden en onder meer de onderbouwing van de aanslag leges door de gemeente. Houd er verder rekening mee dat de gemeente mogelijk hoger beroep instelt tegen de uitspraak.

Let op! Gerechtshof Den Haag heeft in een uitspraak van 9 juni 2026 een aanslag leges voor een verhuurvergunning van de Gemeente Leiden ad € 938,50 ook vernietigd. Het gerechtshof oordeelde dat de heffingsambtenaar geen inzage heeft gegeven in de afwegingen die zijn gemaakt bij de totstandkoming van het tarief voor de leges verhuurvergunning en voor het achterwege laten van differentiatie. Het gerechtshof kon daarom niet beoordelen of de belangen van een verhuurder met een klein aantal woningen zijn afgewogen tegen die van een verhuurder met een groot aantal woningen. Het gerechtshof oordeelde daarom dat sprake is geweest van een onzorgvuldige voorbereiding en een gebrekkige motivering van het tarief voor de behandeling van de aanvraag voor een verhuurvergunning. Het gerechtshof vernietigde daarom de aanslag leges.