Category

nieuws

Is werkadres verblijfplaats voor bepaling zorgkosten?

By nieuws

De kosten van ziekenbezoek zijn onder voorwaarden aftrekbaar als zorgkosten. Er gelden dan wel eisen aan de af te leggen afstand tussen de woon- of verblijfplaats en de plaats van verpleging. De vraag is of in bepaalde gevallen ook een werkadres als verblijfplaats kan worden aangemerkt?

Aftrek zorgkosten

Tankstation

De meeste zorgkosten zijn aftrekbaar van het inkomen. Dat kan in 2026 tegen maximaal 37,56%. Daarnaast is bepaald dat u voor een deel van uw zorgkosten geen aftrek krijgt, de zogenaamde drempel. Alleen het bedrag boven de drempel is aftrekbaar. De drempel neemt toe naarmate uw inkomen hoger is.

Kosten regelmatig ziekenbezoek

Kosten van regelmatig ziekenbezoek kunnen aftrekbaar zijn als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Zo moet er sprake zijn van regelmatig bezoeken, moet de bezochte persoon wegens ziekte of invaliditeit langer dan een maand worden verpleegd en moeten de bezoeker en verpleegde bij aanvang van de verpleging een gezamenlijke huishouding voeren. Ook moet de afstand tussen de woning of verblijfplaats van de bezoeker en de plaats van verpleging meer dan tien kilometer bedragen.

Werkadres als verblijfplaats?

De Belastingdienst is aan de hand van een bepaalde situatie ingegaan op de vraag of onder omstandigheden ook een werkadres als verblijfplaats kan worden aangemerkt. Uitgegaan wordt van een belastingplichtige die bij zijn ouders woont waarvan er één langdurig chronisch ziek is en thuis wordt verpleegd. Belastingplichtige rijdt regelmatig tussen de middag van zijn werk naar huis en terug om te assisteren bij de verpleging. Kunnen deze reiskosten dan worden opgevoerd als zorgkosten, ofwel kan het werkadres als verblijfplaats worden aangemerkt?

Uitsluiting aftrek voorkomen

De Belastingdienst stelt zich op basis van de wetsgeschiedenis op het standpunt dat een werkadres niet als verblijfplaats kan worden aangemerkt. Uit het standpunt kan worden afgeleid dat dit zowel geldt voor ondernemers als voor werknemers, zoals de ondernemer die vanuit de zaak op ziekenbezoek gaat bij zijn partner. Verduidelijkt wordt dat behalve een woning soms ook van een verblijfplaats kan worden uitgegaan. Dit om te voorkomen dat een bezoeker die tijdelijk elders verblijft, maar bij aanvang van de verpleging wel een gezamenlijke huishouding met de verpleegde voerde, de reiskosten niet zou kunnen opvoeren als zorgkosten.

Bredere werking

Door de gegeven toelichting is duidelijk dat een werkadres of de plaats van een onderneming voor de zorgaftrek niet als verblijfplaats kan worden aangemerkt. Dit zal alleen anders zijn voor thuiswerkende ondernemers en werknemers, omdat de woning en het werkadres dan samenvallen.

Wat is werkkleding, de Belastingdienst vult aan

By nieuws

Als u uw personeel van kleding of werkkleding wilt voorzien, kan dit belastingvrij. Hier zijn wel strikte voorwaarden aan verbonden. De Belastingdienst heeft hierover onlangs wat regels geüpdatet en aangevuld in een speciale handreiking voor adviseurs. Deze zijn ook voor u als werkgever handig om te weten.

Vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen

Detailhandel

Als u als werkgever kleding of werkkleding vergoedt of verstrekt aan uw werknemer, is dit meestal belast als loon. De kleding of werkkleding wordt dan eigendom van de werknemer. Belastingheffing kan dan worden voorkomen door de kleding of werkkleding onder te brengen in de werkkostenregeling, mits voldaan wordt aan de hiervoor geldende voorwaarden. 

Wordt kleding of werkkleding ter beschikking gesteld, dan blijft deze eigendom van u als werkgever. 

Wat is werkkleding?

Kleding die bijna alleen geschikt is om tijdens het werk te dragen, zoals de jasschort van een slager, is werkkleding. Ook kleding die nodig is voor het behoorlijk kunnen vervullen van het werk mét het bedrijfslogo met een oppervlakte van minstens 70 cm2  is werkkleding. Verder is kleding die aantoonbaar achterblijft op het werk aan te merken als werkkleding. Ook kleding die men moet vergoeden, verstrekken of ter beschikking moet stellen volgens de Arbowet is werkkleding, mits de werknemer hier geen vergoeding voor betaalt.

Redelijkheid

In de handreiking is toegevoegd dat voor het ter beschikking stellen van werkkleding sprake moet zijn van redelijkheid. De Belastingdienst beoordeelt per geval of hiervan sprake is. Uiteraard kan een werkgever dit oordeel voorleggen aan de rechter, als hij het met dit standpunt oneens is.

Voorwaarden werkkleding aangevuld

De Belastingdienst heeft verder de voorwaarden met betrekking tot werkkleding aangevuld. Zo is toegevoegd dat kleding als werkkleding kan worden aangemerkt, als deze aantoonbaar achterblijft op de werkplek. Dit komt onder meer voor bij kledingwinkels, waar men door het dragen van de te verkrijgen kleding de verkoop ervan hoopt te bevorderen. 

Let op! Werkgevers moeten op grond van de Arbowet dan wel zorgen voor gescheiden kleedruimtes voor mannelijk en vrouwelijk personeel.

Uniform of overall

Verder is aangevuld dat een uniform of overall als werkkleding kan worden aangemerkt en dat kleding die volgens de Arbowet wordt voorgeschreven en wordt vergoed, verstrekt of ter beschikking wordt gesteld, ook als werkkleding kwalificeert.

Let op!Als een groep werknemers dezelfde kleding draagt die ook buiten de werkplek een associatie oproept met een bedrijf of beroep, is er ook sprake van een uniform. Zo heeft de rechter in het verleden beslist dat dit gold voor de kleding van werknemers van een hamburgerketen. 

Voorbeeld verduidelijkt

Tenslotte is een voorbeeld verduidelijkt van kleding die verplicht achterblijft op de werkplek. Als u hier vragen over heeft, neem dan contact op met een van onze adviseurs.

Plannen verdere verbetering kinderopvangtoeslag per 2027

By nieuws

Het kabinet wil de kinderopvangtoeslag vanaf 2027 verder verbeteren. Onder andere de vergoedingspercentages worden voor bepaalde huishoudens verhoogd. Daarnaast worden de maximumuurprijzen en de toetsingsinkomens geïndexeerd. Ook wordt de toeslag beschikbaar gesteld voor promovendi.

Verhoging vergoedingspercentages

Zuigflesjes

Het vergoedingspercentage van de kinderopvangtoeslag wordt in 2027 verhoogd naar 96% voor het eerste kind voor alle ouders die hier nu nog geen recht op hebben. Dit zijn de huishoudens met een inkomen dat in 2027 tussen ongeveer € 56.400 en € 87.700 ligt. Daarna wordt het vergoedingspercentage afgebouwd, afhankelijk van de stijging van het inkomen. 

Indexering maximumuurprijzen

Een andere verbetering betreft de indexering van de maximumuurprijzen voor kinderopvang. Deze indexering is gebaseerd op de loonvoet in bedrijven en op de consumentenprijsindex. Door de verhoging krijgen ouders een hogere toeslag als de uurprijs van de opvang boven het maximum uitkomt.

Indexering toetsingsinkomen

De hoogte van de kinderopvangtoeslag is onder meer afhankelijk van de hoogte van het inkomen. Zo daalt het percentage van de vergoeding voor het eerste kind per 2027 vanaf een inkomen van zo’n € 56.400. Door ook deze toetsingsinkomens te indexeren blijft bij een toegenomen inkomen als gevolg van de inflatie de kinderopvangtoeslag ongewijzigd.

Ook recht op toeslag promovendi

Een andere wijziging betreft ouders die een traject volgen gericht op promotie of onderzoeker zijn aan een instelling of academisch ziekenhuis. Zij krijgen vanaf 2027 ook recht op kinderopvangtoeslag. 

Internetconsultatie

Let op! Deze voorstellen zijn zeker nog niet definitief. Om te beginnen kunt u nog tot 27 februari 2027 reageren op een internetconsultatie. Daarna moeten ook de Tweede en Eerste Kamer nog beslissen.

 

Formulier teruggaaf of naheffing gedifferentieerde premie Whk

By nieuws

Soms is het gedifferentieerde premiepercentage Werkhervattingskas, Whk, in uw aangifte loonheffingen anders dan het percentage dat de Belastingdienst heeft vastgesteld. Verzoek dan om een teruggaaf of om een naheffing. Dan kan nu ook voor het jaar 2026.

Andere premie Whk

Mobiel

Als u een ander percentage gedifferentieerde premie Whk in uw aangifte heeft toegepast dan door de Belastingdienst is vastgesteld, kan dit betekenen dat u te veel of te weinig premie Whk betaalt. Hoe komt het dat die percentages afwijken?

Misschien heeft u pas na 1 januari het gedifferentieerde premiepercentage Whk van de Belastingdienst ontvangen. Of, als u starter bent, heeft u misschien pas na de eerste aangifte loonheffingen het percentage van de Belastingdienst ontvangen. Of misschien maakte u bezwaar tegen de beschikking waarin het premiepercentage is opgenomen en stelde de Belastingdienst dit percentage daarna bij.

Corrigeren via formulier

In al deze gevallen, hoeft u geen correctie te versturen voor de gedifferentieerde premie Whk, maar kunt u via een formulier verzoeken om een teruggaaf of naheffing van de premie.

Let op! U kunt dit doen voor de jaren 2021 tot en met 2026 via het volgende formulier.

 

Boete mrb beperkt tot 25% bij schorsing auto

By nieuws

Als u met een auto van de openbare weg gebruikmaakt, bent u motorrijtuigenbelasting (mrb) verschuldigd. Gebruikt u een auto tijdelijk niet, dan kunt u het kenteken laten schorsen en hoeft u ook de mrb tijdelijk niet te betalen.

Wel gebruik?

Verkeer

Maakt u tijdens de schorsing toch gebruik van de openbare weg, dan kan dit bij controle een naheffing met boete opleveren. De boete bedraagt in principe 50% van het bedrag van de naheffing.

Fout komt eigenaar duur te staan

In een zaak die onlangs werd behandeld door gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, had de eigenaar van verschillende hobbyvoertuigen met een van de auto’s gereden waarvan het kenteken geschorst was. Volgens de eigenaar had hij zich vergist en was hij onbedoeld met een auto gaan rijden, waarvan hij ten onrechte dacht dat het kenteken niet geschorst was. Dit leverde hem een naheffing van € 1.379 op, met een boete van 100%.

Boete gematigd

Volgens de eigenaar dienden de naheffing en boete te worden gematigd, aangezien er sprake was van een vergissing en het, gelet op de omstandigheden, niet ging om belastingontwijking. De rechtbank ging hierin deels mee en achtte de naheffing terecht omdat er nu eenmaal van de openbare weg gebruik was gemaakt. De rechtbank vond wel dat de boete gematigd moest worden. 

Matiging tot 25%

De boete diende sowieso gematigd te worden tot 50%, aangezien dit per 1 juli 2023 via een aanpassing van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst zo was geregeld. De rechtbank vond echter een verdere matiging op zijn plaats, omdat er sprake was van een relatief zwaar voertuig. Dit resulteerde automatisch in een hoog bedrag aan naheffing en dus ook automatisch in een hoge boete. De rechtbank gaf aan niet in te kunnen zien waarom het gebruik van een auto met een hoger gewicht moet leiden tot een hogere boete en matigde de boete dan ook tot 25%.

Hof acht gewicht voor boete niet relevant 

De inspecteur was het met de verdere matiging van de boete tot 25% niet eens en legde de zaak voor aan het gerechtshof. Die laat de uitspraak in stand, maar tekent hier nadrukkelijk bij aan dat de boete passend en geboden is, zonder het gewicht van de auto in dit oordeel te betrekken. De inspecteur heeft de zaak nu voorgelegd aan de Hoge Raad.

 

Vrijstelling btw voor praktijkondersteuner huisarts?

By nieuws

Huisartsen kunnen zich laten bijstaan door praktijkondersteuners. Denk hierbij aan informeren over en het behandelen van lichamelijke klachten van patiënten met chronische ziekten. Vallen de diensten van de praktijkondersteuner ook onder de btw-vrijstelling voor medische diensten? Een casus.

Taak praktijkondersteuner

Medisch

In een zaak die zich afspeelde voor het gerechtshof ’s-Hertogenbosch stelde een bv praktijkondersteuners ter beschikking aan huisartsen. De praktijkondersteuners boden zelfstandige zorg aan patiënten met lichamelijke klachten. Hun taken richtten zich met name op preventie, begeleiding, monitoring en het bieden van voorlichting en educatie met betrekking tot het omgaan met enkele chronische aandoeningen en de gevolgen daarvan.

Medische vrijstelling btw?

Voor het Hof draaide het met name om de vraag of op deze diensten de btw-vrijstelling voor medische diensten van toepassing was, zoals de bv meende, of dat het ging om het ter beschikking stellen van personeel, zoals de inspecteur aanhing. In het laatste geval zou de dienst niet vrijgesteld zijn van btw.

Overwegingen inspecteur

Volgens de inspecteur was er sprake van het ter beschikking stellen van personeel, omdat de bv specifieke personen op uurbasis ter beschikking stelde. Deze personen werden ook in de huisartsenpraktijk geplaatst en vielen onder de verantwoordelijkheid en het risico van de huisarts. 

Meer dan personeel ter beschikking stellen

Het Hof stelde echter vast dat uit de feiten bleek dat de bv eerstelijns ondersteuning bood aan de huisartsen en dus meer deed dan alleen personeel ter beschikking stellen. Ook bleek uit diverse verklaringen dat de bv opdracht had om gezondheidskundige verzorging te verlenen en de praktijkondersteuners begeleidde en ondersteunde bij hun werkzaamheden. Ook stond hen een expertteam ter beschikking, bestaande uit een gekwalificeerde kaderarts en een gespecialiseerde verpleegkundige. 

Risico voor bv

Hiernaast controleerde de bv het niveau van de geleverde zorg, aangezien men hier verantwoordelijk voor gesteld kon worden en de bv hiervoor dan ook verzekerd was. Het geheel overziend kwam het Hof tot de conclusie dat de aard van de door de bv verrichte dienst aangemerkt moest worden als een overeenkomst van opdracht tot het verlenen van gezondheidskundige verzorging. Dit betekende dat de btw-vrijstelling van toepassing was.

Is een uitspraak op bezwaar per e-mail toegestaan?

By nieuws

Mag een heffingsambtenaar van een gemeente of bijvoorbeeld een belastingambtenaar een uitspraak op een bezwaarschrift per e-mail naar u verzenden? Dat mag, maar daar gelden wel voorwaarden voor.

Wettelijke regeling: e-mail mag onder voorwaarde

Laptop

In de wet is opgenomen dat een bestuursorgaan zoals een heffingsambtenaar van een gemeente of een belastingambtenaar een bericht – en dus ook een uitspraak op bezwaar – per e-mail aan u mag verzenden. Voorwaarde is dat u zelf aangeeft dat u voldoende bereikbaar bent op dit e-mailadres.

Wanneer kenbaar?

De vraag is wanneer u heeft aangegeven dat u voldoende bereikbaar bent op een e-mailadres.

In de rechtspraak speelde een zaak waarin een burger bezwaar had gemaakt tegen naheffingsaanslagen parkeerbelasting. Hij had een daarvoor bestemd online contactformulier ingevuld en digitaal naar de heffingsambtenaar van de gemeente gestuurd. Hij was daarbij verplicht om zijn e-mailadres in te vullen. De heffingsambtenaar was van mening dat de burger hiermee had aangegeven dat hij voldoende bereikbaar was op dit e-mailadres. Hij verzond de uitspraken op bezwaar dan ook per e-mail. De burger merkte de uitspraken op bezwaar niet op en was daardoor ‘te laat’ om in beroep te gaan.

Oordeel Hoge Raad

Uiteindelijk kwam de vraag of de burger had aangegeven dat hij voldoende bereikbaar was op het e-mailadres bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde in zijn algemeenheid dat een burger dit ‘meer of minder’ uitdrukkelijk kan doen. Daarbij moet de burger ook aangeven voor welke berichten hij voldoende bereikbaar is per e-mail en op welk e-mailadres.
Het is afhankelijk van de feiten en omstandigheden of een uiting of gedraging van een burger aan deze voorwaarden voldoet. De Hoge Raad gaf in zijn arrest een aantal aanwijzingen.

  • Als de ambtenaar over het e-mailadres van de burger beschikt, betekent dit nog niet dat de burger kenbaar heeft gemaakt voldoende bereikbaar te zijn hierop.
  • Als een burger online een verzoek doet en daarbij een e-mailadres opgeeft, betekent dit ook nog niet dat de burger daarmee – stilzwijgend – kenbaar heeft gemaakt voldoende bereikbaar te zijn hierop.

De Hoge Raad kwam dan ook tot het oordeel dat de heffingsambtenaar niet had kunnen concluderen dat de burger had aangegeven voldoende bereikbaar te zijn op het e-mailadres. Hij had dit immers alleen maar ingevuld op het contactformulier zonder verdere verklaring daarbij.

Advies Hoge Raad

Aan het arrest van de Hoge Raad kan nog een advies aan de ambtenaar ontleend worden. De ambtenaar kan altijd aan een burger vragen uitdrukkelijk aan te geven of hij de (bezwaar)procedure per e-mail wil voortzetten, daarop bereikbaar is en welk e-mailadres hij wil gebruiken. In het online contactformulier had de gemeente daar ruimte voor kunnen inrichten.

Let op! Bij de totstandkoming van de wettelijke regeling is in het parlement toegelicht dat, indien zowel post als e-mail mogelijk is bij de overheidsinstantie, u mag kiezen tussen communicatie per post of langs elektronische weg (bijvoorbeeld per e-mail). U bent zo’n geval dus niet verplicht om in te stemmen met communicatie per e-mail.

Advieswijzer Fiscale eenheid Vpb en btw

By nieuws

Onderneemt u vanuit meerdere bv’s, dan kan het fiscaal aantrekkelijk zijn om, als dat mogelijk is, de bv’s een fiscale eenheid te laten vormen. Zowel in de vennootschapsbelasting (Vpb) als in de btw is, onder voorwaarden, een fiscale eenheid mogelijk.

De voorwaarden luisteren nauw en alhoewel deze constructie zeker voordelen kent, zijn er ook enkele belangrijke nadelen. In deze advieswijzer komen zowel de fiscale eenheid in de Vpb als de fiscale eenheid in de btw op hoofdlijnen aan bod.

Fiscale eenheid Vpb

Bedrijfspand

Een fiscale eenheid in de Vpb is alleen mogelijk op verzoek. Op verzoek kan een moedervennootschap (holding) samen met een of meer dochtervennootschappen (werk-bv’s) voor de Vpb worden aangemerkt als een fiscale eenheid. Juridisch blijven de vennootschappen gescheiden, maar fiscaal worden zij gezien als één belastingplichtige. De resultaten van de dochtervennootschap(pen) worden dan namelijk toegerekend aan de moedervennootschap.

Let op! Een verzoek om een fiscale eenheid moet schriftelijk worden ingediend bij de Belastingdienst. Hiervoor dient een aantal formulieren te worden ingevuld. Deze treft u aan op de site van de Belastingdienst. Het verzoek moet binnen drie maanden na de gewenste ingangsdatum zijn ingediend omdat de maximale terugwerkende kracht drie maanden is..

Voorwaarden aangaan fiscale eenheid

Niet alle bv’s kunnen zomaar een fiscale eenheid met elkaar vormen. Alleen als voldaan is aan de volgende voorwaarden kan om een fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting verzocht worden:

  • De moedervennootschap bezit ten minste 95% van het gehele juridische en economische eigendom in het nominaal gestorte aandelenkapitaal van de dochtervennootschap. Dit aandelenbezit vertegenwoordigt ten minste 95% van de statutaire stemrechten in de dochtervennootschap. In alle gevallen moet het aandelenbezit recht geven op ten minste 95% van de winst en ten minste 95% van het vermogen van deze dochtervennootschap.
  • De boekjaren van de deelnemende bv’s moeten  gelijk zijn. Er geldt een uitzondering wanneer een bv in de loop van het jaar wordt opgericht.
  • Alle deelnemende bv’s moeten dezelfde winstbepalingsregels toepassen.
  • Zowel de moedervennootschap als de dochtervennootschap(pen) moeten feitelijk in Nederland zijn gevestigd.
  • De moedermaatschappij mag de aandelen in de dochtermaatschappij niet als voorraad aanhouden.

Let op! Er kan geen fiscale eenheid gevormd worden als de aandelen in de dochtervennootschap zijn ondergebracht en gecertificeerd in een Stichting Administratiekantoor (STAK). Dan wordt namelijk niet voldaan aan de voorwaarde dat de moedervennootschap tenminste 95% van het gehele juridische en economische eigendom van de aandelen in de dochtervennootschap bezit.

Het is ook mogelijk om in bepaalde ‘buitenlandsituaties’ een fiscale eenheid te vormen tussen Nederlandse vennootschappen. Zo is bijvoorbeeld een fiscale eenheid mogelijk tussen een Nederlandse moedermaatschappij en een Nederlandse kleindochtermaatschappij, wanneer de tussenliggende dochtermaatschappij is gevestigd in een ander EU-land, Noorwegen, IJsland of Liechtenstein. Ook kunnen twee in Nederland gevestigde zustermaatschappijen met elkaar een fiscale eenheid aangaan als de moedermaatschappij is gevestigd in de EU of in Noorwegen, IJsland of Liechtenstein.

Einde fiscale eenheid

Een fiscale eenheid eindigt automatisch als niet langer aan de voorwaarden wordt voldaan.

Zo eindigt de fiscale eenheid bijvoorbeeld als de moedervennootschap  aandelen in de dochtervennootschap verkoopt en daarna minder dan 95% van de aandelen bezit. 

Ook op gezamenlijk verzoek van de moedervennootschap en de dochtervennootschap kan een fiscale eenheid worden verbroken (ontvoeging). Verbreking kan dan niet eerder plaatsvinden dan op de datum waarop het verzoek is ontvangen door de Belastingdienst (derhalve geen terugwerkende kracht). 

Door liquidatie en vereffening van een vennootschap binnen de fiscale eenheid, komt de fiscale eenheid ten aanzien van de vereffende vennootschap ook ten einde. Dit wordt formeel echter niet aangemerkt als een ontvoeging. Dat is van belang omdat bij een ontvoeging antimisbruikmaatregelen kunnen gelden. Bij een liquidatie en vereffening zijn die niet van toepassing omdat dit niet wordt aangemerkt als een ontvoeging.

Voordelen fiscale eenheid

Een fiscale eenheid voor de Vpb kent enkele belangrijke voordelen. Zo kunnen verliezen en winsten in een jaar onderling worden verrekend.

Een ander voordeel is dat transacties tussen de verschillende bv’s in de fiscale eenheid fiscaal niet plaatsvinden. Deze worden onderling tegen elkaar weggestreept in het resultaat. Zo kan er zonder fiscale gevolgen tussen de bv’s ‘geschoven’ worden met activa waarop een stille reserve rust. Reorganisatie is daardoor onder voorwaarden binnen de fiscale eenheid zonder belastingheffing mogelijk. Wel geldt de voorwaarde dat de fiscale eenheid zes jaar (soms drie jaar) in stand moet blijven. Anders kan mogelijk alsnog belastingheffing over de stille reserves plaatsvinden.

Een ander voordeel van een fiscale eenheid kan zich voordoen als de zogenaamde gemengde kosten van de bv’s dermate hoog zijn, dat het financieel voordeliger is om bij de aftrekbeperking te kiezen voor een vast bedrag (in 2026 € 5.700 of 0,4% van de loonsom als dit meer is) dan voor de beperking van de aftrek tot 73,5% van de gemengde kosten. Bij in aftrek beperkte kosten moet gedacht worden aan onder meer voedsel en drank, representatie en congressen en studiereizen. Of het per saldo ook voordeliger is om vanwege deze reden een fiscale eenheid aan te gaan, hangt onder meer af van de afweging van de verschillende voor- en nadelen van de fiscale eenheid.

Tip! Bij een fiscale eenheid hoeft er maar één aangifte Vpb te worden ingediend.

Nadelen fiscale eenheid

Naast voordelen is er ook een aantal belangrijke nadelen. Er kan bijvoorbeeld maar eenmaal geprofiteerd worden van het 19%-Vpb-tarief over de eerste € 200.000 belastbare winst. Over het meerdere is 25,8% belasting verschuldigd. Zijn er binnen de fiscale eenheid meerdere bv’s met een winst boven de € 200.000, dan kan er dus maar één keer gebruik worden gemaakt van het 19%-tarief.

Een ander belangrijk nadeel is dat iedere bv hoofdelijk aansprakelijk is voor de totale belastingschuld van de fiscale eenheid en dus niet alleen voor het gedeelte van de Vpb-schuld dat betrekking heeft op de winst die zij zelf heeft behaald.

Verder kunnen bij het verbreken van de fiscale eenheid problemen ontstaan. Zo zal er in bepaalde gevallen moeten worden afgerekend over de meerwaarde van activa die in de voorgaande zes (soms drie) jaar tussen de bv’s onderling is overgedragen. Ook de verrekening van verliezen van voor en na de fiscale eenheidsperiode met winsten uit deze periode is aan beperkingen gebonden.

Ook voor de investeringsaftrek kan een nadeel optreden omdat de investeringen van alle deelnemende bv’s bij elkaar worden opgeteld. Hierdoor bereikt de fiscale eenheid eerder de grenzen waarbij de investeringsaftrek gelijk blijft, respectievelijk afneemt of er zelfs helemaal geen recht meer op bestaat. Alleen bij investeringen door de individuele bv’s van niet meer dan € 2.900 per jaar kan een voordeel ontstaan. Ook kan er een voordeel ontstaan als er binnen de fiscale eenheid onderling investeringsgoederen aan elkaar ter beschikking worden gesteld. Bij de desinvesteringsbijtelling kan een nadeel ontstaan, omdat eerder de grens van € 2.900 bereikt wordt. De desinvesteringsbijtelling is namelijk van toepassing als voor een bedrag van meer dan € 2.900 aan bedrijfsmiddelen vervreemd wordt.

Een nadeel kan verder optreden als binnen de fiscale eenheid één onderdeel failliet gaat, omdat onbetaalde schulden tot belaste winst binnen de fiscale eenheid kunnen leiden.

Fiscale eenheid in de btw

De fiscale eenheid in de btw kent zo haar eigen regels. Voor het vormen van een fiscale eenheid gelden de volgende voorwaarden:

  • Alle deelnemers moeten in beginsel btw-ondernemer zijn.
  • Alle deelnemers moeten in Nederland wonen of gevestigd zijn of een vaste inrichting in Nederland hebben. 
  • Alle deelnemers moeten op financieel, organisatorisch en economisch gebied dusdanig verweven zijn dat zij een eenheid vormen. Grofweg betekent dit het volgende Meer dan 50% van de aandelen van elk van de vennootschappen moeten direct of indirect in dezelfde handen zijn voor financiële verwevenheid. Voor organisatorische verwevenheid moeten de vennootschappen onder één gezamenlijke, als eenheid functionerende leiding staan of moet de leiding van de ene vennootschap feitelijk ondergeschikt zijn aan de leiding van de andere vennootschap. Voor economische verwevenheid moeten de deelnemers bijvoorbeeld een gemeenschappelijke klantenkring hebben of moet bijvoorbeeld de ene vennootschap in belangrijke mate aanvullende activiteiten verrichten voor de andere vennootschap.

Tip! Het is ook mogelijk om een fiscale eenheid btw te vormen met een andere rechtsvorm, bijvoorbeeld een cv of een stichting, maar ook met een natuurlijk persoon. Zo kan er dus een fiscale eenheid bestaan tussen de bv en haar directeur-grootaandeelhouder (dga) als deze dga bijvoorbeeld een pand verhuurt aan zijn bv.

Aangaan fiscale eenheid

Voor het aangaan van een fiscale eenheid btw is geen verzoek of beschikking van de Belastingdienst nodig. Indien wordt voldaan aan voornoemde voorwaarden, bestaat de fiscale eenheid automatisch. Er mag dan worden gehandeld als fiscale eenheid, al mag ook worden gehandeld alsof er geen fiscale eenheid is. Op verzoek kunnen vennootschappen ook een btw-beschikking voor de fiscale eenheidvragen aan de Belastingdienst. En de Belastingdienst kan ook op eigen initiatief een beschikking voor de fiscale eenheid afgeven. De fiscale eenheid btw staat dan als zodanig ook bij de Belastingdienst geregistreerd.

Tip! Indien twijfel bestaat of wel of niet wordt voldaan aan de voorwaarden terwijl de fiscale eenheid btw wel wenselijk is, is het verstandig om aan de Belastingdienst te verzoeken om de fiscale eenheid bij beschikking vast te stellen.

De voor- en nadelen

De fiscale eenheid in de btw kent als belangrijk voordeel dat de deelnemende vennootschappen geen btw betalen over onderlinge leveringen van goederen en diensten. Dit kan financieel voordelig zijn, als zonder fiscale eenheid de door een van de vennootschappen in rekening gebrachte btw bij de andere vennootschap niet (volledig) aftrekbaar zou zijn. Bijvoorbeeld omdat die andere vennootschap btw-vrijgestelde prestaties verricht.

Ook hoeft er maar één btw-aangifte te worden gedaan. Er hoeft dus niet meer door iedere vennootschap apart een aangifte gedaan te worden (als het wenselijk is, kan dat overigens wel). Er vindt een (gecombineerde) btw-aangifte op naam van de fiscale eenheid plaats. De fiscale eenheid krijgt ook één btw-nummer.

Let op! Op facturen moeten de individuele vennootschappen gewoon het eigen btw-nummer vermelden, niet het nummer van de fiscale eenheid.

Een belangrijk nadeel is dat alle deelnemende vennootschappen in de fiscale eenheid btw hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door de fiscale eenheid te betalen btw. Dit geldt echter pas nadat een beschikking fiscale eenheid btw is afgegeven door de Belastingdienst. Omdat het ook is mogelijk om te handelen als fiscale eenheid btw zonder beschikking, kan het raadzaam zijn om niet te verzoeken om een beschikking fiscale eenheid btw. Op die manier bestaat dan geen onderlinge aansprakelijkheid. Uiteraard kan de Belastingdienst nog wel uit zichzelf een beschikking fiscale eenheid btw afgeven. De aansprakelijkheid kan dan echter geen terugwerkende kracht krijgen, maar geldt pas vanaf de dagtekening van de beschikking fiscale eenheid btw. 

Let op! Omdat de fiscale eenheid in de btw van rechtswege bestaat als wordt voldaan aan de voorwaarden, kan een fiscale eenheid niet op verzoek worden verbroken. Er vindt pas een verbreking plaats zodra niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden, bijvoorbeeld een of meerdere van de drie verwevenheden.

Tip! Voldoet een van de vennootschappen niet meer aan de voorwaarden voor een fiscale eenheid btw, meld dit dan zo snel mogelijk bij de Belastingdienst. Die vennootschap kan dan namelijk niet langer deel uitmaken van de fiscale eenheid voor de btw, maar zonder melding blijft de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de btw-schulden wel bestaan.

Tot slot

In deze advieswijzer heeft u op hoofdlijnen kennis kunnen maken met de voorwaarden en voor- en nadelen van de fiscale eenheid in de Vpb en btw. De details maken het fiscale eenheidsregime bijzonder ingewikkeld. Neem voor meer informatie over uw eigen situatie daarom contact met ons op. Wij kunnen u adviseren over het aangaan dan wel verbreken van een fiscale eenheid.

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

Vanaf 1 maart 2026 versoepelde voorwaarden loondispensatie

By nieuws

Voor werknemers met een Wajong- of IVA-uitkering bestaat mogelijk recht op een tegemoetkoming in de loonkosten, de loondispensatie. De voorwaarden voor deze loondispensatie worden vanaf 1 maart 2026 versoepeld.

Voorwaarden loondispensatie Wajong tot 1 maart 2026

Typen

Een werkgever kan nu loondispensatie aanvragen als een werknemer een Wajong-uitkering heeft en door ziekte of handicap minstens zes maanden minimaal 25% minder werk aan kan dan andere werknemers in dezelfde functie.

Let op!De aanvraag of verlenging van loondispensatie doet u via het werkgeversportaal van het UWV.

Voorwaarden loondispensatie IVA/Wajong tot 31 oktober 2026

Voor een werknemer met een IVA-uitkering of voor een werknemer met een Wajong-uitkering zonder arbeidsvermogen kan ook loondispensatie worden aangevraagd. Deze tijdelijke regeling is aan te vragen tot en met 31 oktober 2026. De loondispensatie loopt dan maximaal tot en met 21 april 2028. Meer informatie hierover is te vinden op de website van het UWV.

Versoepeling voorwaarden loondispensatie vanaf 1 maart 2026

Vanaf 1 maart 2026 wijzigen de voorwaarden voor loondispensatie. Hierdoor kan een werkgever eerder loondispensatie aanvragen voor een werknemer met een Wajong- of IVA-uitkering, maar loopt de loondispensatie minder lang.

Een werkgever kan vanaf 1 maart 2026 loondispensatie aanvragen voor een werknemer als de werknemer een Wajong- of IVA-uitkering heeft en door een ziekte of handicap minstens drie maanden minimaal 5% minder werk aan kan dan andere werknemers in dezelfde functie.

Let op!In de situatie tot 1 maart 2026 mag de loondispensatie maximaal vijf jaar duren. Vanaf 1 maart 2026 mag de loondispensatie maximaal twee jaar duren.

Doe vóór 1 maart aangifte schenkbelasting 2025

By nieuws

Als u in 2025 een schenking heeft ontvangen, moet u wellicht een aangifte schenkbelasting indienen. U heeft voor deze aangifte nog tot en met 28 februari 2026 de tijd.

Wanneer doet u aangifte?

Geld

Heeft u van uw ouders een schenking ontvangen, dan is deze in 2025 tot en met een bedrag van € 6.713 vrijgesteld van belasting. Was de schenking meer dan € 6.713, dan doet u aangifte schenkbelasting.

Gaat het niet om de schenking van uw ouders maar van een ander, dan geldt voor 2025 een vrijstelling van belasting voor een bedrag tot en met € 2.690 per schenker. Ontving u meer dan € 2.690 van dezelfde schenker, dan moet u aangifte schenkbelasting doen.

Eenmalig verhoogde vrijstellingen

Voor kinderen van 18 jaar tot 40 jaar die een schenking van hun ouders ontvangen, geldt voor 2025 eenmalig een verhoogd vrijgesteld bedrag van € 32.195. Wordt het geld aantoonbaar gebruikt voor een dure studie, dan bedroeg de hoogte in 2025 € 67.064. 

Let op! Doet u een beroep op een schenking van een van deze eenmalige verhoogde vrijstellingen, dan moet u altijd aangifte schenkbelasting doen.

Hoe aangifte schenkbelasting doen?

U kunt online uw aangifte schenkbelasting indienen. U logt in met uw DigiD en vult de benodigde gegevens in. U hoeft geen rekening te houden met de vrijstellingen, want dit doet het programma automatisch. U krijgt geen berekening te zien van de te betalen schenkbelasting.

Tip! U kunt op de site van de Belastingdienst berekenen hoe hoog de te betalen schenkbelasting is. U dient de noodzakelijke gegevens in te vullen, waaronder de omvang van het ontvangen bedrag. Ook is van belang wie de schenkbelasting betaalt. Vervolgens berekent het programma de te betalen belasting.

Voorbeeld
U ontving in 2025 van uw ouders een schenking van € 10.000. Er wordt geen beroep gedaan op de eenmalig verhoogde vrijstelling. De te betalen schenkbelasting bedraagt dan € 328. Van het geschonken bedrag is namelijk € 3.287 (€ 10.000 -/- € 6.713) niet vrijgesteld. Hierover moet 10% schenkbelasting worden afgedragen.

Let op! Zorg dat uw aangifte schenkbelasting over 2025 vóór 1 maart 2026 bij de Belastingdienst is ingediend.