Category

nieuws

Minimumjeugdloon per 2027 omhoog

By nieuws

Hoger percentage

Het minimumjeugdloon geldt voor jongeren van 15 tot en met 20 jaar. Het is een leeftijdsafhankelijk percentage van het minimumloon van een werknemer van 21 jaar of ouder. Per 1 januari 2027 gaan de percentages voor jongeren in de leeftijd van 16 tot en met 20 jaar omhoog. Voor jongeren van 15 jaar geldt dit niet en blijft het percentage gehandhaafd op 30%.

BBL-studenten

Werknemers in de bbl in het middelbaar beroepsonderwijs van 18 tot en met 20 jaar krijgen op dit moment een lager percentage dan hun leeftijdgenoten die geen bbl volgen. Dit wijzigt met ingang van 2027. Het minimumjeugdloon voor studenten in de bbl wordt dan gelijkgetrokken met het reguliere minimumjeugdloon.

In de volgende tabellen zijn het huidige minimum(jeugd)loon en de huidige en toekomstige percentages vanaf 1 januari 2027 opgenomen.

Tabel regulier minimumjeugdloon

Leeftijd Huidig bedrag Huidig percentage Percentage 2027

21 jaar en ouder

 € 14,71 100% 100%
20 jaar  € 11,77 80% 87,5%
19 jaar  € 8,83 60% 75%
18 jaar  € 7,36 50% 62,5%
17 jaar  € 5,81 39,5% 50%
 16 jaar  € 5,07 34,5% 40%
 15 jaar  € 4,41 30% 30%

Tabel minimumjeugdloon bbl

Leeftijd Huidig bedrag Huidig percentage Percentage 2027

21 jaar en ouder

€ 14,71 100% 100%
20 jaar € 9,05 61,5 % 87,5%
19 jaar € 7,73 52,5% 75%
18 jaar € 6,69 45,5% 62,5%
17 jaar € 5,81 39,5% 50%
16 jaar € 5,07 34,5% 40%
15 jaar € 4,41 30% 30%

Let op!Het minimumloon wordt altijd per 1 januari en 1 juli geïndexeerd. De bedragen per 1 januari 2027 zullen dus ten opzichte van de huidige bedragen niet alleen verhoogd worden door de verhoging van het percentage, maar ook door de indexatie per 1 juli 2026 en per 1 januari 2027.

Kabinetsmaatregelen in verband met onrust Midden-Oosten

By nieuws

Maatregelen in verband met hoge energieprijzen

In verband met de hoge energieprijzen wil het kabinet de volgende maatregelen nemen:

  • Verhogen van de onbelaste reiskostenvergoeding van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer. Deze verhoging gaat bij beleidsbesluit over ongeveer drie maanden in en heeft dan terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. Let wel, dit betreft een mogelijkheid voor werkgevers om een hogere reiskostenvergoeding onbelast te geven. Het is dus geen verplichting.
  • Tijdelijk halveren van de motorrijtuigenbelasting (mrb) voor grijze kentekens (bestelauto’s voor ondernemers) voor de periode 1 juli 2026 tot en met 31 december 2026.
  • Tijdelijk verlagen van de mrb voor vrachtauto’s naar nul voor de periode 1 juli 2026 tot en met 31 december 2026.
  • Vrijmaken van:
    o € 40 miljoen in 2026 en € 155 miljoen in 2027 voor een Noodfonds Energie, waarmee de meest kwetsbare huishoudens met een hoge energierekening in de winter geholpen kunnen worden,
    o € 25 miljoen in 2026 voor energie-efficiëntieregelingen in de visserijsector,
    o € 25 miljoen in 2026 voor subsidies om gebruik van energie en kunstmest in land- en tuinbouw te verminderen.
  • Verlengen van de Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) voor vijf jaar per 1 juli 2026 met een garantieplafond van € 300 miljoen.
  • Verhoging van het borgstellingsdeel in de Borgstelling MKB-krediet (BMKB) van 50% naar 75% voor de periode 1 juli 2026 tot 1 juli 2027.

Vermindering gebruik fossiele energie

Om Nederland minder afhankelijk te maken van fossiele energie wil het kabinet de volgende maatregelen nemen:

  • Verhogen van de Energie-investeringsaftrek (EIA) per 1 januari 2027 van 40% naar 45,5%.
  • Het invoeren van een inruilregeling in het vierde kwartaal 2026 waarbij huishoudens met een lager of middeninkomen een oude fossiele auto (emissieklasse 1 tot en met 4) kunnen laten slopen en met subsidie een elektrische tweedehandse auto kunnen aanschaffen (hiervoor is in 2026 € 2 miljoen, in 2027 € 30 miljoen en in 2028 € 20 miljoen vrijgemaakt).
  • Vrijmaken van:
    o € 180 miljoen extra in 2026 voor het Nationaal Warmtefonds waaruit woningeigenaren een lening kunnen krijgen om hun woning te verduurzamen,
    o € 40 miljoen in 2026 en € 40 miljoen in 2027 voor Energiefixers (professionals die langsgaan bij huishoudens om kleine- en middelgrote energiebesparende maatregelen te nemen),
    o € 25 miljoen in 2027 voor verduurzamingsubsidies voor VvE’s,
    o € 5 miljoen per jaar in de jaren 2026, 2027 en 2028 voor het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid waarmee huishoudens in energiearmoede ontzorgd worden bij het financieren van de verduurzaming van hun koopwoning,
    o € 23 miljoen in 2027 en € 8 miljoen in 2028 voor duurzaamheidsleningen voor het mkb via Qredits en een uitbreiding van het ontzorgingsprogramma op dit terrein.

Dekking

Om de kosten van deze maatregelen te dekken wil het kabinet onder meer:

  • De startersaftrek zonder overgangsrecht per 1 januari 2027 afschaffen.
  • Het maximale investeringsbedrag in de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) per 1 januari 2027 verlagen door het afbouwpercentage aan te passen en het plateau van investeringsbedragen in te korten.
  • De alcoholaccijns vanaf 2027 indexeren.

Let op! Het kabinet houdt rekening met een verdere verslechtering van de situatie. Het kabinet heeft zich daarop voorbereid door verschillende scenario’s uit te werken

Kabinet geeft meer duidelijkheid over omgang met zzp’ers

By nieuws

Meer duidelijkheid en rust op korte termijn

Het kabinet wil zelfstandigen op korte termijn meer duidelijkheid en rust te geven door middel van een aantal maatregelen.

Schrappen verduidelijkingsdeel Wet Vbar

Door het schrappen van het verduidelijkingsdeel uit de Wet Vbar wil het kabinet rust op de markt brengen en onduidelijkheid wegnemen. Het toetsingskader dat is gebaseerd op actuele rechtspraak zal gepubliceerd worden op www.hetjuistecontract.nl om de duidelijkheid daarover verder te vergroten.

Invoering rechtsvermoeden arbeidsovereenkomst

Het kabinet wil een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst invoeren bij een uurtarief onder € 38. Als een werkende minder verdient dan dit bedrag, dan wordt hij geacht dit op basis van een arbeidsovereenkomst te doen. Op die manier wordt bescherming gegeven aan een kwetsbare groep werkenden. Het streven is dit rechtsvermoeden uiterlijk op 31 augustus 2026 in het Staatsblad te publiceren.

Communicatiecampagne: zo kan zzp wél

Het kabinet zet in op een communicatiecampagne ‘Zo kan zzp wél’. Hierbij worden opdrachtgevers gewezen op de punten waar ze op moeten letten bij een overeenkomst van opdracht en opdrachtnemers waar zij rekening mee moeten houden bij het aangaan van een arbeidsrelatie. Het kabinet wil daarbij benadrukken dat wanneer geen sprake is van een werknemer, er wel met en als zelfstandige gewerkt kan worden. De bedoeling is om nog voor de zomer met de communicatiecampagne te starten.

Extern ondernemerschap weegt volwaardig mee

De minister verwijst in zijn brief ook naar het antwoord op prejudiciële vragen door de Hoge Raad in de Uber-zaak op 21 februari 2025 en de vervolg-uitspraak van gerechtshof Amsterdam van 27 januari 2026. Daarin is uitgemaakt dat er geen rangorde bestaat tussen de punten uit de Deliveroo-uitspraak die moeten worden meegewogen bij de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst of niet. Daarbij wordt onder meer gekeken naar ondernemerschap van de werkende buiten de specifieke arbeidsrelatie (‘extern ondernemerschap’).

Actualisatie webmodule en leidraad

De webmodule beoordeling arbeidsrelatie zal worden aangepast door de rol van extern ondernemerschap duidelijk te benoemen bij de startpagina. Ook de leidraad die binnen de Rijksoverheid wordt gebruikt wordt herzien op basis van de meest recente rechtspraak. Er wordt binnen afzienbare termijn een hierop gebaseerd beslis- en afwegingskader gepubliceerd op de websites van de Belastingdienst en hetjuistecontract.nl.

Overheid geeft goede voorbeeld

Om draagvlak te creëren dient de overheid het goede voorbeeld te geven. Het streven is daarom de schijnzelfstandigheid naar nul te brengen en niet onnodig categorisch zzp’ers uit te sluiten. 
Erkenning zelfstandige en schijnzelfstandigheid tegengaan

Het kabinet wil verder de zelfstandige erkennen en schijnzelfstandigheid tegengaan door middel van onder meer de nieuwe Zelfstandigenwet.

Nieuwe Zelfstandigenwet

Het kabinet wil zo snel mogelijk aan de slag met een Zelfstandigenwet, zodat zelfstandigen de erkenning krijgen die ze verdienen. Het eerder ter internetconsultatie voorgelegde initiatiefwetsvoorstel zal als basis dienen. Voor de zomer zal de Tweede Kamer over de vervolgstappen worden geïnformeerd.

Geen zigzagbeleid: handhaving blijft nodig

Het kabinet blijft handhaven op schijnzelfstandigheid, met oog voor de menselijke maat. Ook op de lange termijn. De handhaving heeft de bewustwording over wet- en regelgeving vergroot. 
Naar een gelijker speelveld: goede vertegenwoordiging in de polder

De afgelopen jaren is er meer aandacht geweest voor de vertegenwoordiging van zelfstandigen in diverse overleggen, zoals binnen de Sociaal-Economische Raad (SER). Dit heeft tot gevolg gehad dat het perspectief van zelfstandigen meer wordt meegewogen in beleidsvorming.

Vanaf 1 mei ander rekeningnummer voor Belastingdienst

By nieuws

Wat betekent dit voor jou?

Als je belasting moet betalen, krijg je hierover bericht van de Belastingdienst. Het nieuwe rekeningnummer staat bij het bericht over de te betalen belasting.

Let op! Het nieuwe rekeningnummer heeft geen gevolgen voor de manier van betalen. Zo blijven bijvoorbeeld internetbetalingen gewoon mogelijk.

Het meest gebruikte nieuwe rekeningnummer van de Belastingdienst wordt NL04 RABO 0200112244. Maar let op, voor sommige belastingen worden andere nieuwe rekeningnummers gebruikt.

Let op bij periodieke betalingen

Betaal je de Belastingdienst periodiek via een automatische incasso, dan hoef je niets te doen. De betalingen worden automatisch overgemaakt naar het nieuwe rekeningnummer.

Je moet alleen opletten wanneer je een periodieke betaling anders hebt geregeld, bijvoorbeeld via een periodieke overboeking bij je bank. In dat geval moet je wel zelf zorgen dat het rekeningnummer wordt aangepast.

Gebruik oude nummer gaat (nog) goed

Gebruik je per ongeluk het ‘oude’ rekeningnummer voor een betaling aan de Belastingdienst, dan wordt je betaling vooralsnog gewoon doorgesluisd naar de Belastingdienst en daar verwerkt. De Belastingdienst heeft hierover afspraken gemaakt met de ING, zodat belastingplichtigen niet de dupe worden.

Vanaf 20 april 2026 ander nummer inkomstenbelasting

Voor het betalen van een voorlopige of definitieve aanslag inkomstenbelasting, kun je al vanaf 20 april 2026 het nieuwe rekeningnummer gebruiken. 

Toeslagen

De Dienst Toeslagen stapt ook over naar de Rabobank en heeft vanaf 1 mei 2026 dus ook een nieuw rekeningnummer. Vanaf die datum kun je aan de Dienst Toeslagen betalen op het nieuwe rekeningnummer NL04 RABO 0200112244. Uitbetalen vanaf dit nummer doet de Dienst Toeslagen voor het eerst op maandag 22 juni 2026.

Let op!Ook hier geldt dat bij betaling op het oude rekeningnummer, de betaling vooralsnog wordt doorgesluisd naar het nieuwe rekeningnummer.

Belastingdienst waarschuwt voor phishing

Vanwege de wijziging van de rekeningnummers, waarschuwt de Belastingdienst nadrukkelijk voor phishing. Criminelen proberen namelijk regelmatig via e-mail, sms, whatsapp of per telefoon een niet-bestaande belastingschuld bij belastingplichtigen te innen. De Belastingdienst int belastingen echter nooit op die manier. Twijfelt u of een bericht echt is, volg dan het stappenplan op de website van de Belastingdienst en controleer het rekeningnummer. 

 

Uitbreiding OSS, deels al vanaf 1 januari 2027

By nieuws

OSS

Lever je als in Nederland gevestigde btw-ondernemer goederen of diensten aan klanten in een ander EU-land die geen btw-aangifte doen? En moet je de over die goederen of diensten verschuldigde btw aangeven in dat andere EU-land? Dan kun je er in een aantal situaties voor kiezen om de verschuldigde buitenlandse btw aan te geven via een zogenoemde OSS-aangifte.

De OSS staat voor One Stop Shop en biedt je de mogelijkheid om via het éénloketsysteem in Nederland, de btw aan te geven die je in het ander EU-land verschuldigd bent. Dat doe je dan één keer per kwartaal. De Belastingdienst stuurt dan je melding en betaling naar de Belastingdienst van dat andere EU-land.

Uitbreiding OSS

In het op 26 maart 2026 bij de Tweede Kamer ingediende wetvoorstel ‘Wet implementatie Richtlijn btw in het digitale tijdperk – enkele btw-registratie’ wordt de OSS vanaf 1 januari 2027 uitgebreid voor leveringen van elektriciteit, gas, warmte en koude aan consumenten (B2C-leveringen ofwel Business to Consumer leveringen).

Daarnaast wordt in het wetsvoorstel de OSS per 1 juli 2028 verder uitgebreid voor B2C-montageleveringen, B2C-leveringen aan boord van schepen, luchtvaartuigen of treinen, en bepaalde binnenlandse B2C-leveringen.

Verder wordt in het wetsvoorstel vanaf 1 juli 2028 een nieuwe btw-regeling geïntroduceerd voor de overbrenging van eigen goederen, de zogenoemde overbrengingsregeling.

Uitbreiding btw-verleggingsregelingen

Vanwege het wetsvoorstel wordt per 1 juli 2028 ook een aanvullende verleggingsregeling ingevoerd. Dat leidt ertoe dat buitenlandse ondernemers die niet in Nederland zijn gevestigd en hier geen vaste inrichting en Nederlands btw-identificatienummer hebben, de verschuldigde btw vaker kunnen verleggen naar de Nederlandse afnemer.

Implementatie onderdeel ‘enkele btw-registratie’ van de Europese VIDA-richtlijn

De voorgestelde wetswijzigingen gaan over een van de drie onderwerpen uit de Europese richtlijn “VAT In the Digital Age” (hierna: VIDA-richtlijn). De andere twee onderwerpen worden via aparte wetsvoorstellen geïmplementeerd in de Nederlandse btw-wetgeving. De Europese VIDA-richtlijn gaat over de volgende drie onderwerpen:

  1. De introductie van elektronische facturering en digitale rapportageverplichtingen (vanaf 1 juli 2030).
  2. Regels voor de platformeconomie in de vorm van de invoering van een zogenoemde platformfictie voor het verrichten van bepaalde diensten (vanaf uiterlijk 1 juli 2028). 
  3. De enkele btw-registratie (gedeeltelijk vanaf 1 januari 2027 en voor het grootste deel vanaf 1 juli 2028). Voor dit onderdeel is dus op 26 maart 2026 het hiervoor vermelde Nederlandse wetsvoorstel ingediend.

Waarom wordt de OSS uitgebreid?

De OSS wordt uitgebreid om de administratieve lasten te verlichten voor ondernemers met grensoverschrijdende transacties aan consumenten in andere EU-landen en om belemmeringen voor hun deelname aan de interne markt weg te nemen. 

Door de uitbreiding van de OSS krijgen ondernemers de mogelijkheid om zich voor meer B2C-leveringen in één EU-land te registreren voor de btw. In dat EU-land kunnen die ondernemers de in de andere EU-landen verschuldigde btw aangeven en afdragen. Dit vermindert de administratieve lasten.

Let op! Een ondernemer is niet verplicht om voor de OSS te kiezen. Een ondernemer kan de eventueel in het buitenland betaalde btw op inkopen en investeringen niet in aftrek brengen in de OSS-aangifte. Dit kan een reden zijn om niet te kiezen voor de OSS en toch buitenlandse btw-aangiften te blijven doen

Let op!Het wetsvoorstel is nu nog in behandeling bij de Tweede Kamer. Als de Tweede Kamer instemt, moet daarna ook de Eerste Kamer nog instemmen.

Gebruikelijk loon bij meerdere bv’s

By nieuws

Gebruikelijk loon tot en met € 5.000

Als u zo weinig werkzaamheden voor uw bv verricht dat hier een gebruikelijk loon bij hoort van maximaal € 5.000 op jaarbasis, hoeft u geen gebruikelijk loon in aanmerking te nemen.

Let op! Van deze regel mag u alleen gebruikmaken als u ook daadwerkelijk geen loon uitkeert.

Loon verbonden lichamen telt mee

Voor de beoordeling van de maximaal € 5.000 op jaarbasis tellen uw werkzaamheden en het daarbij horende gebruikelijk loon mee van uw bv, maar ook van zogenaamde verbonden lichamen.

Dga in meer bv’s

In dat verband heeft de Belastingdienst laten weten dat in de volgende situatie sprake is van verbonden lichamen. Een dga heeft een 100% belang in bv X en een 100% belang in bv Y. Voor de werkzaamheden in bv X geldt geen hoger loon dan € 5.000. Dit geldt ook voor bv Y. Worden de werkzaamheden voor bv X en bv Y bij elkaar opgeteld, dan geldt wel een hoger loon dan € 5.000.

De Belastingdienst vindt dat bv X en bv Y verbonden lichamen zijn en dat daarom de regel van het maximale loon van € 5.000 niet opgaat. Zowel in bv X als in bv Y moet daarom een gebruikelijk loon in aanmerking worden genomen.

Ook bij een derde belang of meer

In de aan de Belastingdienst voorgelegde casus had de dga een belang van 100% in beide bv’s. Houd er echter rekening mee dat de Belastingdienst bij een belang van 33,33% of hoger ook zal oordelen dat er sprake is van verbonden lichamen.

Inhoudingsplicht bv X én bv Y?

Het standpunt van de Belastingdienst betekent dat zowel bv X als bv Y inhoudingsplichtig worden voor de dga en een loonadministratie moeten voeren. Deze extra administratieve last kan voorkomen worden als in plaats van de dga, bv Y de opdracht heeft om de werkzaamheden in bv X te verrichten. Of als bv Y de dga in het kader van zijn dienstverband bij bv Y ter beschikking stelt aan bv X voor het uitoefenen van de werkzaamheden in bv X. Als de vergoeding door bv X dan niet rechtstreeks aan de dga betaald wordt, maar aan bv Y, kan de doorbetaaldloonregeling worden toegepast. In dat geval hoeft bv X geen loonadministratie te voeren, maar wordt bv Y inhoudingsplichtig voor zowel de werkzaamheden in bv X als in bv Y.

Let op! Toepassing van deze alternatieven moet wel op de juiste manier worden uitgevoerd. Overleg daarover daarom met onze adviseurs.

Verhoging aftrek verblijfkosten eigen rijders

By nieuws

€ 52 per dag

Voor 2026 is het bedrag vastgesteld op € 52 per dag, ofwel een verhoging van € 2 ten opzichte van vorig jaar. Het bedrag van € 52 per dag is voor de transportondernemer aftrekbaar van de winst. 

Voorwaarden

Het bedrag is alleen aftrekbaar als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • De rit duurt langer dan 24 uur.
  • De verste bestemming mag niet in Nederland liggen. Er is geen maximum afstand. De regeling geldt voor alle meerdaagse ritten in dat jaar.
  • Het aantal gereden dagen moet je kunnen aantonen, bijvoorbeeld met facturen, tachograafschijven of rittenstaten.
  • De vertrek- en terugkomdag tellen elk mee voor een halve dag.
  • Je geeft de winst aan in de aangifte inkomstenbelasting.

Optioneel

De regeling is optioneel. Je mag er ieder jaar opnieuw voor kiezen de regeling al dan niet te gebruiken. Als je de regeling gebruikt, hoef je de verblijfkosten niet aan te tonen met facturen en dergelijke. Dat moet wel als je de regeling niet gebruikt en je de werkelijke verblijfkosten in aftrek wilt brengen. Dit is dus alleen voordelig als de aftrek per saldo hoger uitvalt dan € 52 per dag.

Let op! Daarbij is wel van belang dat sommige kosten niet volledig aftrekbaar zijn, zoals de kosten van maaltijden. 

Ritten die starten op meer dan 50 km van het woonadres

De regeling geldt ook voor internationale ritten die starten op meer dan 50 kilometer van het woonadres van de ondernemer. Dit geldt ook als deze ritten korter duren dan 24 uur. 

In dat geval moet je wel voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • Deze ritten vinden plaats op aaneengesloten dagen, eventueel met ritten waarbij men meer dagen aaneengesloten in het buitenland verblijft.
  • Het traject van elke rit bevindt zich in zijn geheel buiten een afstand van 50 km van het woonadres van de ondernemer.

Niet voor bv’s

Transportondernemers met een bv kunnen de regeling niet toepassen. Eigen rijders met een bv kunnen hun verblijfkosten wel onbelast door de bv laten vergoeden volgens de regels die gelden voor werknemers.

Kosten aftrekbaar ondanks gedeeltelijke winstvrijstelling?

By nieuws

Landbouwvrijstelling

Bovenstaande discussie speelde zich af bij een zaak bij rechtbank Noord-Holland waarbij het ging om de landbouwvrijstelling. Deze vrijstelling van de winst geldt voor waardeveranderingen van landbouwgronden die niet zijn ontstaan door de bedrijfsvoering of door bestemmingswijziging. De winst bij verkoop van de grond is dus onbelast, maar een eventueel verlies is ook niet aftrekbaar.

Makelaarskosten aftrekbaar?

In genoemde zaak ging het om een vof waarin drie agrariërs een veehouderij en kaasmakerij uitoefenden. Bij staking van het bedrijf realiseerden zij een stakingswinst van ruim € 6,2 miljoen, waarvan € 938.000 belast was en de rest vrijgesteld was ingevolge de landbouwvrijstelling. Voor de rechtbank stond de vraag centraal of de bij verkoop gemaakte makelaarskosten integraal aftrekbaar waren.

Direct op de verkoop drukkende kosten

De rechtbank stelde vast dat ‘direct op de verkoop drukkende kosten’ eerst op de onder de landbouwvrijstelling vrijgestelde opbrengst in mindering moesten worden gebracht. Omdat het overgrote deel van de stakingswinst was vrijgesteld, betekende dit dat ook van de makelaarskosten van € 54.000 nog geen € 7.000 in aftrek kwam op de winst. De rechtbank stelde de inspecteur dan ook in het gelijk.

In 2026 nog compensatie transitievergoeding langdurig zieke

By nieuws

Regeling compensatie transitievergoeding

Je kunt bij het UWV ontslag aanvragen voor een werknemer die meer dan twee jaar ziek is. Deze werknemer heeft dan wel recht op een transitievergoeding. Voor deze transitievergoeding kun je compensatie vragen bij het UWV via de regeling compensatie transitievergoeding.

Alleen nog voor kleine werkgevers?

Het vorige kabinet was van plan om de compensatie te beperken tot kleine werkgevers. Een kleine werkgever is in dit verband een werkgever met een loonsom tot en met 25 keer het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer per kalenderjaar. Daarbij wordt gekeken naar het totaal van het premieplichtige loon van de werkgever twee jaar eerder. Dit gebeurt nu ook al voor de vaststelling van de gedifferentieerde premie Arbeidsongeschiktheidsfonds. In 2026 is een werkgever klein voor deze premie als het totale premieplichtige loon over 2024 niet hoger was dan € 1.082.500.

Uitstel tot 1 januari 2027

Het plan was om de beperking tot kleine werkgevers in te voeren per 1 juli 2026. Het wetsvoorstel moet echter nog door de Tweede en Eerste Kamer. Gezien de krappe tijd is de beoogde inwerkingtreding verschoven naar 1 januari 2027.

Let op! Het huidige kabinet heeft het plan om de compensatie van de transitievergoeding van een langdurig zieke per 1 januari 2028 voor alle werkgevers af te schaffen. Ook een kleine werkgevers heeft dus, als dit plan doorgaat, vanaf 1 januari 2028 geen recht meer op compensatie.

Geen teruggaaf box 3 2017-2020 voor niet-bezwaarmakers?

By nieuws

MB+-procedure

Het advies van de AG is gegeven in twee proefprocedures die onderdeel zijn van de massaalbezwaarplusprocedure (MB+-procedure). In de MB+-procedure staat de vraag centraal of mensen die niet of te laat bezwaar maakten tegen box 3 toch hun box 3-inkomen over de jaren 2017 tot en met 2020 mogen berekenen op basis van werkelijk rendement.

De Hoge Raad oordeelde in mei 2022 al dat deze mensen dat niet mogen, omdat zij niet of te laat bezwaar indienden. De koepel- en belangenorganisaties (Bond voor Belastingbetalers, Consumentenbond, NBA, NOB, RB en SRA) menen dat in de uitspraak van de Hoge Raad nog niet met alles rekening is gehouden. Daar gaat de MB+-procedure over.

Vier proefprocedures

In de MB+-procedure zijn proefprocedures gevoerd voor vier rechtbanken. De rechtbanken hebben inmiddels allemaal de Hoge Raad gevolgd. De groep niet (of te laat) bezwaarmakers heeft dus ook volgens de rechtbanken geen recht op berekening van het box 3-inkomen over de jaren 2017 tot en met 2020 op basis van werkelijk rendement.

Advies AG

Twee procedures zijn inmiddels in behandeling bij de Hoge Raad. Een AG heeft hierover op 8 mei 2026 advies uitgebracht aan de Hoge Raad. Het advies is om niet-bezwaarmakers geen recht op teruggaaf van box 3 over de jaren 2017 tot en met 2020 te geven.

Let op! Het is niet gezegd dat de Hoge Raad dit advies van de AG opvolgt. Het wachten is daarom op het oordeel van de Hoge Raad. Wanneer de Hoge Raad zich hierover uitspreekt, is nog niet bekend. In afwachting van het oordeel van de Hoge Raad hoef je geen nadere actie te ondernemen.