Category

nieuws

Zorgplicht uitleners voor juiste inschrijving Basisregistratie Personen

By nieuws

Deze plicht geldt vanaf 2027 voor uitleners, zoals uitzendbureaus, detacheerders en payrollbedrijven. 

Onjuiste registratie Basisregistratie Personen 

In veel gevallen staan arbeidsmigranten onjuist geregistreerd in de BRP. Arbeidsmigranten die langer dan 4 maanden in Nederland willen blijven, zijn verplicht zich binnen 5 dagen na aankomst als ingezetene laten inschrijven in de gemeente waar ze gaan wonen. Deze verplichting is niet bij alle arbeidsmigranten bekend. Hierdoor is hun woonadres onduidelijk en lopen ze mogelijk rechten mis. 

Zorgplicht uitleners 

Daarom wil het kabinet toe naar een zorgplicht rondom de registratie van alle arbeidskrachten in de BRP. De zorgplicht valt uiteen in een bevorderings- en een vergewisplicht. Deze plichten zijn al opgenomen in de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi), welke in 2027 in werking treedt. De verplichting is in de internetconsultatie nader uitgewerkt. 

Let op!De verplichting gaat gelden voor de meest kwetsbare groepen: de arbeidsmigranten die minder dan 150% van het wettelijk minimumloon verdienen. 

Bevorderings-en vergewisplicht 

Uitleners moeten arbeidskrachten straks in een voor hen begrijpelijke taal informeren over de verplichtingen op het gebied van registratie in de BRP. 

De uitlener moet daarnaast nagaan of de arbeidskracht ook uiteindelijk als ingezetene bij zijn woongemeente staat ingeschreven. Hierover komen nadere regels via het toelatingsstelsel voor uitleners (Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten). Dit gebeurt pas nadat het toelatingsstelsel volledig is ingericht en de capaciteit van inspectie-instellingen voldoende is. 

Let op! Beide verplichtingen gaan alleen voor uitleners gelden, niet voor andere ondernemers. 

Informatievoorziening 

De overheid gaat vanaf de zomer 2026 arbeidsmigranten via mails wijzen op correcte registratie in de BRP. Arbeidsmigranten kunnen ook regionaal bij fysieke WorkinNL-informatiepunten terecht met vragen over de registratie. 

Schenking bij aflossing overbedelingsschuld

By nieuws

Schenking bij aflossen nominale waarde

Het aflossen van een schuld is normaal gesproken geen schenking. Dat kan anders zijn als je meer aflost dan de waarde van de schuld.

Een overbedelingsschuld is minder waard als je deze aflost voor je overlijden. Dit komt omdat je deze schuld pas hoeft af te lossen bij je overlijden. Als je daarom een overbedelingsschuld eerder aflost tegen de nominale waarde, los je meer af dan dat de schuld waard is.

Daarom is sprake van een schenking als je onverplicht en voortijdig (dus voor je overlijden) een hoger bedrag dan de contante waarde van de overbedelingsschuld aflost.

Berekening contante waarde

Hoe bereken je die contante waarde? Dat moet je doen tegen de marktrente, maar voor overbedelingsschulden bestaat geen markt. Daarom kan je voor de rente aansluiten bij een jaarlijks door de Belastingdienst gepubliceerde marktrente. Voor 2026 bedraagt deze marktrente 2,593%.

Voorbeeld
X is 81 jaar en heeft een renteloze overbedelingsschuld aan zijn kind van € 100.000. Bij een resterende levensverwachting van vijf jaar wordt de contante waarde als volgt berekend: €  100.000/1,02593^5 = € 87.986.

Hoogte schenking

Als X de overbedelingsschuld uit het voorgaande voorbeeld volledig aflost tegen de oorspronkelijke nominale waarde van € 100.000, is er sprake van een schenking. 

De hoogte van die schenking wordt als volgt berekend: bij schulden met minder dan 6% samengestelde rente word je als ouder geacht het (fictieve) vruchtgebruik over die schulden te hebben. De vervroegde aflossing is dan het prijsgeven van dit vruchtgebruik. 

Vervolg voorbeeld
Het vruchtgebruik berekend volgens de daarvoor bestemde tabellen in de successiewet bedraagt 24%. Dit betekent dat het vruchtgebruik op de schuld van € 100.000, € 24.000 bedraagt en de bloot-eigendom € 76.000. Als X € 100.000 aflost, bedraagt de schenking € 100.000 minus € 76.000 = € 24.000. Lost X minder af, bijvoorbeeld € 90.000? Dan bedraagt de schenking € 90.000 minus € 76.000 = € 14.000.

Solvit helpt bij grensoverschrijdende problemen binnen EU

By nieuws

Wat is Solvit?

Solvit is een door de Europese Commissie opgericht orgaan dat bemiddelt bij problemen over de juiste toepassing van het EU-recht. De dienstverlening door Solvit is kosteloos.

Welke problemen?

De problemen die je aan Solvit kunt voorleggen zijn divers. Denk onder meer aan problemen op het gebied van visa, kinderbijslag of pensioenen. Voor bedrijven zijn met name problemen met betrekking tot handel en diensten, de erkenning van beroepskwalificaties en de teruggave van btw van belang.

Let op! Je kunt Solvit niet inschakelen als je problemen hebt met een ander bedrijf, als je als consument een probleem hebt of als je een schadevergoeding wilt. Solvit kan ook niet helpen als je zaak aan de rechter is voorgelegd.

Werkwijze

Een klacht of probleem kan online worden ingediend. Je dient aan te geven wat de essentie van het probleem is en over welke overheidsinstantie je een probleem wilt melden. Je kunt ook op de zaak betrekking hebbende documenten, zoals correspondentie, bijsluiten. Na indiening neemt het Solvit-centrum in je eigen land contact met je op om je zaak voor te bereiden en daarna door te sturen naar het Solvit-centrum in het land waarop je klacht betrekking heeft. Men streeft ernaar een probleem binnen tien weken op te lossen.

Voorbeelden

Op de site van Solvit tref je tal van voorbeelden aan van zaken die met behulp van Solvit zijn opgelost. Zo gaat het bijvoorbeeld om het niet of te laat terugbetalen van btw. Een ander geval betreft de weigering van de afgifte van een verklaring van erfrecht. In nog een ander voorbeeld gaat het om de weigering een product toe te laten tot de Franse markt, ofschoon het wel voldeed aan de Europese regelgeving.

Ook voor advies

Solvit kan ook worden ingeschakeld als je advies nodig hebt over je EU-rechten. Er wordt zo nodig doorverwezen naar diensten die beter hulp kunnen bieden. Verzoeken om advies worden binnen een week beantwoord.

Compensatie transitievergoeding vervalt volledig vanaf 2027

By nieuws

Dit betekent dat niet alleen de compensatieregeling na langdurige arbeidsongeschiktheid wordt afgeschaft, maar ook de compensatieregeling bij bedrijfsbeëindiging in verband met het bereiken van de AOW-leeftijd of na overlijden.

Na uitstel volledige afschaffing voor alle werkgevers

Het wetsvoorstel dat de compensatie van de transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid zou beperken tot kleine werkgevers werd al eerder uitgesteld van 1 juli 2026 naar 1 januari 2027. Tot 1 januari 2027 heeft in ieder geval nog elke werkgever recht op die compensatie als aan de voorwaarden wordt voldaan.

Inmiddels heeft de regering echter besloten verder te gaan dan alleen uitstel. In een nota van wijzigingen staat namelijk dat de compensatieregeling voor alle werkgevers wordt afgeschaft per 1 januari 2027. Dus ook voor de kleine werkgevers.

Afschaffing meerdere compensatieregelingen

Verder is in de nota van wijziging opgenomen dat naast het verdwijnen van de compensatie bij langdurige arbeidsongeschiktheid ook de compensatie bij bedrijfsbeëindiging in verband met het bereiken van de AOW-leeftijd of na overlijden, verdwijnt.

Let op! Het recht op transitievergoeding na langdurige arbeidsongeschiktheid, dus na het verstrijken van het opzegverbod, blijft bestaan. De regering is bang dat er anders sprake is van verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte.

Bezuiniging

De regering rekent op een structurele bezuiniging van € 831 miljoen, waarvan € 462 miljoen in 2027. In het coalitieakkoord was nog uitgegaan van structureel € 262 miljoen. In het coalitieakkoord werd overigens alleen gesproken over afschaffing van de compensatieregeling bij langdurige arbeidsongeschiktheid.

Let op! Er wordt nu gevreesd dat veel werkgevers niet over zullen gaan tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst maar de arbeidsovereenkomst slapend zullen laten.

Overgangsrecht

Er komt nog wel overgangsrecht. Zo kunnen werkgevers nog aanspraak maken op compensatie van de transitievergoeding als:

  • de eerste dag na het einde van het opzegverbod tijdens ziekte (de twee jaar, een eventuele verlenging door een loonsanctie niet meegerekend) vóór 1 januari 2027 is, of
  • een kleine werkgever voor 1 januari 2027 bij het UWV voor het eerst toestemming heeft gevraagd om ontslag wegens staking van de onderneming bij overlijden of het bereiken van de AOW-leeftijd. Compensatie wordt daarna nog uitbetaald tot negen maanden na de UWV-toestemming.

Solvit helps with cross-border issues within the EU

By nieuws

What is Solvit?

Solvit is a body established by the European Commission that mediates in disputes regarding the correct application of EU law. Solvit’s services are free of charge.

What kinds of problems?

The issues you can bring to Solvit are diverse. These include problems related to visas, child benefits, or pensions. For businesses, issues concerning trade and services, the recognition of professional qualifications, and VAT refunds are particularly relevant.

Please note!You cannot use Solvit if you have a problem with another business, if you have a problem as a consumer, or if you are seeking compensation. Solvit also cannot help if your case has been brought before a court.

Procedure

A complaint or problem can be submitted online. You must indicate the nature of the problem and which government agency you wish to report the issue to. You may also attach relevant documents, such as correspondence. After submission, the Solvit center in your own country will contact you to prepare your case and then forward it to the Solvit center in the country to which your complaint relates. The goal is to resolve a problem within ten weeks.

Examples

On the Solvit website, you’ll find numerous examples of cases that have been resolved with Solvit’s help. These include, for example, the failure to refund VAT or delays in doing so. Another case involves the refusal to issue a certificate of inheritance. Yet another example involves the refusal to allow a product onto the French market, even though it complied with European regulations.

Also for advice

Solvit can also be contacted if you need advice on your EU rights. If necessary, you will be referred to services that can provide better assistance. Requests for advice are answered within a week.

Welk loon is belastingvrij bij een overlijden?

By nieuws

Belastingvrije uitkering bij overlijden 

Bij een overlijden van een werknemer mag een werkgever een eenmalige uitkering of verstrekking geven. Deze is onbelast voor zover deze niet meer bedraagt dan drie keer het maandloon van de werknemer. 

Tip! Een dergelijke belastingvrije uitkering mag ook aan de werknemer gegeven worden bij overlijden van zijn partner of zijn kind of pleegkind. 

Wat is het maandloon? 

Aan de Belastingdienst is gevraagd wat het maandloon voor deze regeling is in de volgende situatie. De werkgever kort het loon van een werknemer per 1 augustus tot 70% van zijn brutomaandloon omdat de werknemer meer dan 52 weken ziek is. Op 15 augustus zegt de werkgever aan alle werknemers een verhoging van het brutomaandloon per 1 oktober toe. De werknemer overlijdt op 20 augustus. 

1/12 van het bruto jaarloon 

De Belastingdienst geeft aan dat in beginsel voor de berekening van het maandloon moet worden uitgegaan van 1/12 deel van het vaste brutojaarloon van de werknemer. Dit omvat niet alleen het al genoten loon, maar ook het nog te genieten loon in een jaar. Om die reden moet ook rekening gehouden worden met de verlaging tot 70% van het brutomaandloon én de toegezegde maandloonverhoging per 1 oktober. 

Wat hoort nog meer tot het jaarloon? 

Bij de berekening van het maandloon mag de werkgever ook rekening houden met de maandelijks opgebouwde vakantiebijslag en ander vaste gegarandeerde (bijzondere) beloningen, zoals een dertiende maand. Ook de bijtelling van de auto van de zaak kan meegenomen worden. 

Let op!De werkgever mag geen rekening houden met tantièmes en toevallige bijzondere beloningen. 

Voorbeeld

Het loon van een werknemer bedraagt tot en met juli € 4.000. Per 1 augustus beperkt de werkgever dit loon tot 70% (€ 2.800) omdat de werknemer meer dan 52 weken ziek is. Op 15 augustus zegt de werkgever aan alle werknemers een loonsverhoging toe van 5%. De werknemer overlijdt op 20 augustus. 
Het jaarloon bedraagt in dit geval € 3.535 (1/12 deel van 7 x € 4.000 + 2 * € 2.800 + 3 * € 2.940). De werkgever kan dus een belastingvrije uitkering vanwege het overlijden van de werknemer doen van maximaal € 10.605 (3 x € 3.535). 

Let op!In dit versimpelde voorbeeld is geen rekening gehouden met 1/12 van de vakantiebijslag in het jaar, 1/12 van een eventuele gegarandeerde dertiende maand en een eventuele bijtelling voor een auto van de zaak. In werkelijkheid zou het belastingvrije bedrag dus nog hoger kunnen zijn.

 

Aanvragen SLIM-scholingssubsidie weer mogelijk

By nieuws

SLIM-scholingssubsidie

De SLIM-scholingssubsidie is bedoeld om huidige en nieuwe werknemers op te leiden voor een functie in een maatschappelijk cruciale sector. Het gaat daarbij om de sectoren in onder meer het groen, ICT, kinderopvang, onderwijs, schoonmaak, techniek, bouw en energie, transport en logistiek, zorg en welzijn en visserij.

Aanvraagperiode

Werkgever die praktijkgerichte opleidingen aan huidige of nieuwe werknemers aanbieden, kunnen tot en met 31 december 2026 de subsidie aanvragen. Ook geregistreerde gastouderbureaus kunnen in dezelfde periode voor huidige of nieuwe gastouders subsidie aanvragen.

Tip!  Nieuw in 2026 is dat ook bemanningsleden in een vissersmaatschap (maatschapsvissers) de subsidie kunnen aanvragen. Ook zij kunnen dat tot en met 31 december 2026.

Collectieven die bestaan uit ten minste een O&O-fonds en/of een of meer werkgeversverenigingen en een of meer werknemersverenigingen, kunnen de subsidie van 1 september tot en met 16 oktober 2026 aanvragen.

Let op! Aanvragen kan via het subsidieportaal Uitvoering Van Beleid.

Voorwaarden en ontwikkelpaden

Er geldt een aantal voorwaarden. Zo mogen bijvoorbeeld aan de leerlingen geen kosten in rekening worden gebracht. Op deze website vind je de aanvraagprocedure en aanvraagcriteria terug in een stappenplan.

In 2026 is verduidelijkt dat scholing die al is ingekocht of aangevraagd voordat deze voor het eerst subsidiabel werd, niet voor subsidie in aanmerking komt. De factuurdatum is daarbij leidend.

Tip! Kijk voor de andere wijzigingen met ingang van 2026 hier

Ontwikkelpaden

De opleiding moet onderdeel uitmaken van een functie of specialisatie uit een van de Ontwikkelpaden. Deze zijn gepubliceerd op Rijksoverheid.nl.

Let op! De hoogte van de subsidie is terug te vinden in de Ontwikkelpaden. De hoogte is afhankelijk van het NLQF-niveau. Bij niveau 1, 2 of 3 en bij keuzedelen met een certificaat in het mbo bedraagt de subsidie 90% van de kosten voor scholing, bij niveau 4 40%.

Meer informatie

Meer informatie vind je terug op de website Uitvoering Van Beleid van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hier tref je ook vragen en antwoorden aan.

Lagere vrachtwagenheffing en boetes

By nieuws

Verlaagde vrachtwagenheffing

Via de vrachtwagenheffing betalen eigenaren van vrachtwagens vanaf 1 juli 2026 op bijna alle snelwegen en een aantal andere wegen een heffing per gereden kilometer. De omvang van de heffing hangt onder meer af van de CO2-uitstoot en bedraagt gemiddeld € 0,191 per kilometer. Door de verlaging gaat de vrachtwagenheffing gemiddeld €0,148 per kilometer bedragen. De verlaging gaat gelden vanaf 1 september 2026 tot en met 31 december 2026.

Let op! Op deze manier wil het kabinet de transportsector compenseren voor de sterk gestegen brandstofprijzen als gevolg van het conflict in het Midden-Oosten. De verlaging komt neer op een lastenverlichting van € 80 miljoen.

Controles

De Dienst wegverkeer (RDW) gaat vanaf 1 juli 2026 controleren of je wel vrachtwagenheffing betaalt. Dat gebeurt op vaste plekken, door bijvoorbeeld camera’s boven de weg, maar ook met veplaatsbare apparaten.

Let op! De handhaving gebeurt grotendeels door de RDW, maar voor een deel door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). In het Handhavingsplan vrachtwagenheffing is vastgelegd hoe de overheid op naleving van de vrachtwagenheffing controleert.

Boetes bij geen tolkastje

Ondernemers kunnen rekenen op forse boetes als ze de vrachtwagenheffing geheel of deels niet betalen. De vrachtwagenheffing wordt elektronisch geregistreerd en geïnd. Ondernemers die geen contract met een aanbieder hebben afgesloten voor een tolkastje, kunnen rekenen op een boete van € 800. Tot 1 januari 2027 is er nog enige coulance en bedraagt deze boete € 400.

Let op! Heb je nog geen contract afgesloten met een aanbieder voor tolkastjes? Doe dat dan alsnog vóór 31 mei 2026 zodat je voldoende tijd hebt om vóór 1 juli 2026 het kastje te ontvangen en te installeren.

Boetes bij fouten met tolkastjes

Ook bij fouten met de tolkastjes die de vrachtwagenheffing registreren, gelden vaste boetes. Staat het tolkastje uit, werkt het niet (goed) of rijd je met een tolkastje dat bij een andere vrachtwagen hoort, dan bedraagt de boete € 500. Ook hier geldt tot 1 januari 2027 nog enige coulance door een lagere boete van € 250.

Let op! Je kunt binnen 24 uur maximaal één boete krijgen. Is sprake van meer dan één overtreding, dan wordt alleen het hoogste boetebedrag opgelegd.

Wetsvoorstel personeelsbehoud bij crisis

By nieuws

Doel wet

Het doel van de wet is werkgevers meer mogelijkheden te geven om personeel te behouden in toekomstige crisissituaties zoals een pandemie, uitval van vitale infrastructuur, oorlogssituaties of uitzonderlijke weersomstandigheden.

Instrumenten 

De instrumenten waarover werkgevers na invoering van de wet de beschikking krijgen zijn:

  • de mogelijkheid tot herplaatsing van werknemers, en
  • de mogelijkheid tot een lagere loondoorbetaling over tijd die door de crisis niet gewerkt kan worden.

Let op! Beide instrumenten vereisen een aanvraag bij het UWV.

Algemene voorwaarden

De werkgever moet aantonen dat de onderneming daadwerkelijk door een crisis is geraakt.  De bedrijven moeten gedurende minimaal twee maanden tenminste 20% minder werk hebben. Ze kunnen dan gedurende maximaal zes maanden gebruikmaken van de instrumenten.

Let op! De OR, de personeelsvertegenwoordiging of de personeelsvergadering moeten advies kunnen uitbrengen over het gebruik van de instrumenten.

Herplaatsing in ander werk

Als werkgevers voldoen aan de voorwaarden, mogen werkgevers hun werknemers tijdelijk herplaatsen in ander werk. Wel zijn ze dan verplicht het loon te blijven doorbetalen. 

Minder loon

Een andere optie is als werknemers niet herplaatst kunnen worden. Werkgevers kunnen dan hun werknemers 10% minder loon betalen over de uren die door de crisis niet gewerkt kunnen worden.

In deze situatie kan de werkgever vervolgens loonsubsidie aanvragen bij het UWV. Het UWV kent dan een subsidie toe van 65% van de loonkosten over de niet-gewerkte uren verhoogd met een opslag voor werkgeverslasten. De loonkosten die dan nog overblijven (25%) zijn voor rekening van de werkgever. Voor werknemers met een lager loon geldt een alternatieve berekening op basis van 75% van het wettelijk minimumloon. Op die manier dragen zowel de overheid, de werkgever, als ook de werknemer bij om crisissituaties het hoofd te bieden.

Let op!Er wordt gebruikgemaakt van gegevens uit de polisadministratie van UWV, wat grote nabetalingen of terugvorderingen moet voorkomen.

Snel duidelijkheid

De minister van Werk en Participatie krijgt de mogelijkheid om bij een grote crisis criteria vast te stellen waardoor snel duidelijk wordt welke bedrijven geraakt zijn. Denk hierbij aan het vaststellen van postcodes na een overstroming of aan het aanwijzen van sectoren die geraakt worden door een opgelegde sanctie van een buitenlandse overheid. Dit bespaart het UWV werk omdat niet elke aanvraag getoetst hoeft te worden.

Invoering

Het wetsvoorstel moet nog door de Tweede en de Eerste Kamer worden aanvaard. Als beide Kamers instemmen, kan het wetsvoorstel op 1 januari 2029 in werking treden.

Schuld in box 3 door opeisen legitieme portie?

By nieuws

Legitieme portie

Een kind kan na het overlijden van een ouder recht hebben op een legitieme portie, ook als de ouder het kind onterfd heeft. Het kind moet die legitieme portie dan wel opeisen. Als een kind zijn legitieme portie opeist, komt de waarde van deze legitieme portie in mindering op de tussen de erfgenamen te verdelen nalatenschap.

Nog niet opgeëiste legitieme portie

Maar wat nu als de legitieme portie nog niet is opgeëist? Mag je dan als erfgenaam bij de berekening van het box 3-vermogen er rekening mee houden dat de legitieme portie misschien nog zal worden opgeëist? De Belastingdienst vindt van niet. Er is dan namelijk nog geen opeisbare schuld van de erfgenamen aan het onterfde kind.

Later opgeëiste legitieme portie

En als de legitieme portie later wordt opgeëist, bijvoorbeeld na drie jaar als de nalatenschap al is verdeeld? Mogen de erfgenamen dan met terugwerkende kracht daar rekening mee houden in box 3? De Belastingdienst vindt dat vanaf het moment dat het onterfde kind de legitieme portie heeft opgeëist, deze als schuld in box 3 meetelt bij de erfgenamen. De erfgenamen kunnen echter niet met terugwerkende kracht ook rekening houden met deze schuld in eerder jaren.

Let op! Voor het onterfde kind geldt ook dat de legitieme portie meetelt in box 3 vanaf het moment dat hij deze heeft opgeëist.