Category

nieuws

Vereenvoudigde btw-regeling voor kleine ondernemers bij e-commerce

By nieuws

De vereenvoudigde btw-regeling voor kleine ondernemers bij e-commerce voorkomt dat een kleine ondernemer die digitale diensten of afstandsverkopen binnen de EU verricht, buitenlandse btw verschuldigd is.

Wanneer geldt de vereenvoudigde btw-regeling voor kleine ondernemers bij e-commerce?

De vereenvoudigde btw-regeling voor kleine ondernemers houdt in dat de digitale diensten en afstandsverkopen binnen de EU die een Nederlandse ondernemer verricht voor consumenten in andere EU-landen zijn belast met Nederlandse btw. Met een kleine ondernemer wordt een ondernemer bedoeld die voldoet aan de volgende drie voorwaarden:

  1. de ondernemer is gevestigd in één EU-land;
  2. de ondernemer verricht de digitale diensten en/of afstandsverkopen binnen de EU voor consumenten uit een ander EU-land; én
  3. de totale omzet die de ondernemer realiseert met de grensoverschrijdende digitale diensten en/of afstandsverkopen binnen de EU is jaarlijks niet hoger dan € 10.000.

Hierbij gaat het om afstandsverkopen vanuit het EU-land waarin de kleine ondernemer is gevestigd. 

Deze vereenvoudigde regeling voorkomt dat de kleine ondernemer OSS-aangiften moet doen of zich voor de btw moet registreren in een ander EU-land.

Let op! Zodra de ondernemer met de digitale diensten en/of afstandsverkopen de drempel van € 10.000 overschrijdt, geldt het volgende. De digitale diensten zijn belast in het EU-land van de consument en de afstandsverkopen in het EU-land van aankomst van de goederen. Vaak zal het land van aankomst van de goederen gelijk zijn aan het EU-land van de consument. Voor de leesbaarheid van dit artikel geldt hierna daarom als uitgangspunt dat voor de afstandsverkopen het land van aankomst van de goederen gelijk is aan het land van de consument (hierna: EU-land van de consument).

Keuze voor btw-heffing in EU-land consument

De kleine ondernemer mag ervoor kiezen om de btw-regels van het EU-land van de consument toe te passen. Als het btw-tarief in het andere EU-land lager is, kan dit voordelig zijn.

Meldingsplicht vervalt vanaf 1 januari 2027

Tot 1 januari 2027 moet de ondernemer die kiest voor btw-heffing in het EU-land van de consument dat bij de Belastingdienst melden. Dit moet vóór de 10e dag van de maand volgend op de datum waarop de ondernemer de eerste digitale dienst of afstandsverkoop aan de consument uit een ander EU-land verricht. Lukt dat niet binnen deze termijn, dan geldt de keuze vanaf de eerste dag van het aangiftetijdvak volgend op het aangiftetijdvak waarin de keuze aan de Belastingdienst is gemeld.

Deze meldingsplicht vervalt per 1 januari 2027. Vanaf deze datum wordt een ondernemer die de Unieregeling binnen de OSS toepast, geacht te hebben gekozen voor btw-heffing in het EU-land. Als de ondernemer deze keuze niet maakt, en dus de vereenvoudigde regeling voor kleine ondernemers toepast, blijkt dat uit de administratie.

Implementatie onderdeel ‘enkele btw-registratie’ van de Europese VIDA-richtlijn

Het vervallen van de meldingsplicht per 1 januari 2027 maakt onderdeel uit van de implementatie van het onderdeel ‘enkele btw-registratie’ van de Europese richtlijn ‘VAT In the Digital Age’ (VIDA) . Het wetsvoorstel, waarin dit onderdeel wordt geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving, is op 6 oktober 2026 aangenomen door de Eerste Kamer.

7% bijtelling fiets ook over accessoires?

By nieuws

Je stelt als werkgever een fiets ter beschikking aan je werknemer. De bijtelling van 7% bereken je over de consumentenadviesprijs inclusief btw. Maar wat doe je met de accessoires?

Fiets van de zaak

Als je als werkgever een fiets aan je werknemer ter beschikking stelt, dan blijft de fiets jouw eigendom. Als de fiets ook voor privégebruik ter beschikking staat, geldt een bijtelling.

Let op! Van ter beschikking stellen van een fiets is ook sprake als je als werkgever een fietst leaset en vervolgens ter beschikking stelt aan je werknemer of als je werknemer zelf een fiets leaset en jij alle kosten vergoedt.

Bijtelling 7%

De bijtelling bedraagt 7% van de consumentenadviesprijs van de fiets inclusief btw.

Tip! Wil je weten wat de consumentenadviesprijs is? Kijk dan eens hier www.bijtellingfietsvandezaak.nl.

Accessoires

Maar wat doe je met de accessoires bij de fiets? Maken de accessoires deel uit van de consumentenadviesprijs dan vallen de accessoires onder de 7% bijtelling?

Let op! Accessoires die deel uit maken van de consumentenadviesprijs zijn alle accessoires die uit de fabriek al onderdeel van de fiets zijn. Denk aan de bagagedrager en de verlichting die standaard op de fiets zit.

Er zijn ook accessoires die geen onderdeel uitmaken van de consumentenadviesprijs. Denk aan een andere bagagedrager of een ander soort zadel. Stel je deze accessoires ter beschikking, dan hoeft hierover geen 7% bijtelling berekend te worden. Deze accessoires moeten echter wel als loon in natura belast worden. Dit betekent dat je werknemer belasting betaalt over het bedrag op de inkoopfactuur inclusief btw. Is er geen factuur, dan geldt de waarde in het economisch verkeer.

Tip! Je kunt het loon in natura van de accessoires ook aanwijzen als eindheffingsloon in de WKR, mits je daarmee voldoet aan de zogenaamde gebruikelijkheidstoets. Je werknemer betaalt dan geen belasting.

Fietsverzekering, slot et cetera

Verzeker je als werkgever de fiets, koop je een extra los slot of bijvoorbeeld een steun voor een tas? Dan vormen deze kosten intermediaire kosten. Ze leiden niet tot belastingheffing bij de werknemer en hebben ook geen invloed op de bijtelling. Hetzelfde geldt voor reparatiekosten van de fiets.

Let op! Het verschil met een accessoire is dat het bij intermediaire kosten gaat om losse zaken die niet min of meer permanent aan de fiets bevestigd zijn.

Regenpak

Een regenpak dat je als werkgever ter beschikking stelt, valt niet onder intermediaire kosten. Dit vormt loon voor je werknemer, maar je kunt er voor kiezen om dit aan te wijzen als eindheffingsloon, mits je daarmee voldoet aan de zogenaamde gebruikelijkheidstoets.

Toch overgangsrecht 12% pseudo-eindheffing bij inbreng in bv

By nieuws

De staatssecretaris van Financiën heeft aangegeven dat het overgangsrecht van de 12% pseudo-eindheffing behouden kan blijven, als je een IB-onderneming met een fossiele personenauto inbrengt in een bv. Ook als dit na 31 december 2026 gebeurt mits het een personenauto betreft die op uiterlijk 31 december 2026 ter beschikking stond aan de IB-ondernemer of een werknemer. Daarom is het niet nodig voor de IB-ondernemer met personeel om in verband met een fossiele personenauto in 2026 nog een bv op te richten en de IB-onderneming in te brengen.

Pseudo-eindheffing fossiele personenauto

Als je vanaf 2027 een fossiele personenauto aan een werknemer ter beschikking stelt, kun je te maken krijgen met een pseudo-eindheffing. Deze bedraagt 12% over de cataloguswaarde van de personenauto, inclusief btw en bpm.

De pseudo-eindheffing is vanaf 2027 in principe van toepassing als je een personenauto met een CO2-uitstoot groter dan nul (hierna: fossiele personenauto) aan een werknemer ook voor privégebruik ter beschikking stelt.

Overgangsrecht

Voor fossiele personenauto’s die een werkgever al voor 1 januari 2027 ter beschikking heeft gesteld, geldt overgangsrecht. Voor deze personenauto’s geldt voor de werkgever de pseudo-eindheffing niet meteen vanaf 1 januari 2027, maar pas vanaf 1 januari 2031.

Dit overgangsrecht is gekoppeld aan de fossiele personenauto in combinatie met de werkgever. Dus alleen als de personenauto door dezelfde werkgever ter beschikking wordt gesteld, blijft het overgangsrecht van toepassing. De staatssecretaris van Financiën heeft ook al meerdere keren bevestigd dat het overgangsrecht vervalt bij wisseling van werkgever waarbij de werknemer de fossiele personenauto meeneemt.

Vervalt niet bij fusies en overnames

Bij fusies en overnames waarbij de nieuwe werkgever in de plaats treedt van de oude werkgever, blijft het overgangsrecht echter wel van toepassing. De staatssecretaris heeft op 16 oktober 2026 in een brief nogmaals bevestigd dat als een nieuwe werkgever (met een ander loonheffingennummer) in de plaats treedt van de oude werkgever, bijvoorbeeld vanwege een fusie of een overname, het overgangsrecht van toepassing blijft.

Vervalt ook niet bij inbreng in bv?

Over het overgangsrecht na inbreng van een IB-onderneming met een fossiele personenauto in de bv, bestond nog onduidelijkheid. Het advies was daarom om de bv op te richten, de IB-onderneming in te brengen en de auto vanuit de bv ter beschikking te stellen uiterlijk op 31 december 2026. Op die manier zou het overgangsrecht in ieder geval behouden blijven. Voor behoud van het overgangsrecht is dit echter voor een IB-onderneming met personeel niet meer nodig.

De staatssecretaris heeft in de eerdergenoemde brief van 16 oktober 2026 namelijk aangegeven dat het overgangsrecht ook van toepassing blijft als een fossiele personenauto voor 1 januari 2027 ook voor privédoeleinden ter beschikking staat aan een IB-ondernemer. Als deze IB-ondernemer zijn onderneming met de personenauto inbrengt in een bv, geldt voor deze personenauto het overgangsrecht. Ook als de oprichting van de bv en de inbreng pas plaatsvindt na 31 december 2026.

Let op! Uit de brief van 16 oktober 2026 wordt helaas niet expliciet duidelijk of het overgangsrecht in de hiervoor beschreven situatie ook van toepassing is als de IB-ondernemer geen personeel heeft en dus geen werkgever is. Voor deze situaties is het advies daarom toch om een bv op te richten, de IB-onderneming in te brengen en de auto vanuit de bv ter beschikking te stellen aan de dga uiterlijk op 31 december 2026.

Let op! Heb je een IB-onderneming met werknemers en heb je voor 1 januari 2027 mede voor privédoeleinden een fossiele personenauto ter beschikking gesteld aan deze werknemers? Dan blijft voor deze personenauto’s ook het overgangsrecht van toepassing bij inbreng van de IB-onderneming in een bv.

Let op! Of het aantrekkelijk is om je IB-onderneming in te brengen in een bv is uiteraard niet alleen afhankelijk van de in te brengen auto. Naast fiscale argumenten, kunnen ook andere argumenten, zoals de aansprakelijkheidsbeperking, een rol spelen. Overleg daarom met onze adviseurs of overstap naar de bv raadzaam kan zijn.

Controleer voor de start van je onderneming de KOR

By nieuws

Een startende ondernemer is soms nog zonder zich dit te beseffen deelnemer aan de kleineondernemersregeling (KOR) in de btw. Dit kan tot een onverwachte financiële tegenvaller leiden.

KOR

Een ondernemer met een in Nederland gevestigde onderneming en een omzet van niet meer dan € 20.000 per kalenderjaar, kan deelnemen aan de KOR. De ondernemer mag dan geen btw berekenen aan de klanten, hoeft ook geen btw-aangifte te doen, maar kan ook de btw op kosten en investeringen niet in aftrek brengen.

Let op! Kijk voor alle voorwaarden voor deelname aan de KOR op de website van de Belastingdienst. Daar vind je ook een overzicht van de gevolgen.

Aanmelden

Om deel te nemen aan de KOR moet je wel een aanmelding doen. Dit kan pas als je bij de Belastingdienst geregistreerd bent als btw-ondernemer.

Let op! Meld je op tijd aan! Dit moet uiterlijk vier weken vóór de ingangsdatum van de KOR. Bij een kwartaalaangifte btw moet je aanmelding daarom op 3 december binnen zijn om vanaf 1 januari aan de KOR deel te nemen.

Afmelden

Deelname aan de KOR loopt door totdat je een afmelding doet. Die afmelding moet je verplicht doen als je omzet in een kalenderjaar boven de € 20.000 komt. Maar je kunt je ook vrijwillig afmelden.

Let op! Ook afmelden moet je op tijd doen, uiterlijk vier weken voordat je de afmelding wilt laten ingaan. Bij een kwartaalaangifte btw moet je afmelding daarom op 3 december binnen zijn om vanaf 1 januari de KOR niet meer toe te passen.

Eerder zonnepanelen gekocht?

Bij startende ondernemers die in het verleden als particulier zonnepanelen hebben aangeschaft, gaat het weleens mis. In het verleden konden particulieren de btw op hun zonnepanelen in aftrek brengen als zij zich als btw-ondernemer registreerde. Meestal volgde daarna meteen een aanmelding voor de KOR, zodat de particulier geen btw meer hoefde af te dragen.

Veel startende ondernemers realiseren zich niet dat zij al btw-ondernemer zijn vanwege de eerder aangekochte zonnepanelen en ook aangemeld zijn voor de KOR. Als zij dan een onderneming starten en al investeringen doen en kosten maken terwijl ze nog aangemeld zijn voor de KOR, kunnen ze de btw op die investeringen en kosten niet in aftrek brengen.

Tip! Controleer daarom altijd of je (nog) deelneemt aan de KOR. Meld je daar op tijd voor af en investeer pas vanaf het moment dat de KOR echt beëindigd is.

Bijtelling fiets ook 7% bij excessief privégebruik

By nieuws

Stel je als werkgever aan je werknemer een fiets ter beschikking, dan bedraagt de bijtelling 7% van de consumentenadviesprijs inclusief btw. Ook als de fiets alleen privé wordt gebruikt, blijft dit 7%.

Fiets van de zaak

Als je als werkgever een fiets aan je werknemer ter beschikking stelt, dan blijft de fiets jouw eigendom. Als de fiets ook voor privégebruik ter beschikking staat, geldt een bijtelling. Deze bedraagt 7% van de consumentenadviesprijs van de fiets inclusief btw.

Let op! Van ter beschikking stellen van een fiets is ook sprake als je als werkgever een fietst leaset en vervolgens ter beschikking stelt aan je werknemer of als je werknemer zelf een fiets leaset en jij alle kosten vergoedt.

Geen privégebruik?

Als de fiets ook voor privégebruik ter beschikking is gesteld, geldt altijd de bijtelling van 7%. De regeling die geldt voor de auto van de zaak bij maximaal 500 privékilometers per jaar, geldt niet voor de bijtelling van de fiets. Dus ook bij slechts gering privégebruik is de bijtelling 7% van de consumentenadviesprijs van de fiets inclusief btw.

Excessief of alleen maar privégebruik?

Wat gebeurt er als de werknemer de fiets excessief voor privé gebruikt en nauwelijks zakelijk of zelfs helemaal niet zakelijk gebruikt? De Belastingdienst heeft bevestigd dat ook in die gevallen de bijtelling 7% van de consumentenadviesprijs van de fiets inclusief btw bedraagt. Er kan dus nooit een hogere bijtelling volgen als gevolg van meer privégebruik van de fiets.

Lagere bijtelling en inruilregeling voor oudere elektrische auto’s

By nieuws

Het kabinet is van plan om vanaf 2029 een greentimerregeling in te voeren voor oudere elektrische auto’s. Voor particulieren is het plan om misschien nog in 2026 een inkomensafhankelijke inruilregeling te introduceren bij demontage van een oudere fossiele auto. Wat weten we al over deze regelingen?

Greentimerregeling

De greentimerregeling houdt een verlaagd bijtellingspercentage van 14% over de cataloguswaarde van oudere elektrische auto’s in. Het gaat daarbij om elektrische auto’s in de leeftijd van vijf tot acht jaar. Meer details over deze voorgenomen regeling zijn op dit moment nog niet bekend, behalve dat het plan is om deze in 2029 in te voeren.

Inkomensafhankelijke inruilregeling

Staatssecretaris Bertram van Infrastructuur en Waterstaat liet in een brief van 21 september 2026 weten dat er gewerkt wordt aan een inkomensafhankelijke inruilregeling. Na demontage van een geschikte, oudere fossiele auto zou dan eenmalig een uitkering volgen voor de aankoop van een tweedehands elektrisch voertuig (EV) of voor een maandelijkse korting op het leasebedrag van een tweedehands EV.

Deze regeling gaat uitgevoerd worden door RVO, in samenwerking met de Belastingdienst en de RDW.

Let op! Meer details van deze regeling zijn op dit moment nog niet bekend. Het doel was om de regeling eind september 2026 ter consultatie aan te bieden. De regeling zou daarna zo snel mogelijk opengesteld gaan worden, bij voorkeur nog in het laatste kwartaal van 2026. Het is nog even afwachten of die datum gehaald gaat worden.

Vanaf 1 november € 2 handling fee op import

By nieuws

Op alle pakketten van buiten de EU wordt vanaf 1 november 2026 € 2 handling fee in rekening gebracht.

Handling fee

Met de handling fee van € 2 per productgroep willen de Europese lidstaten stimuleren dat dezelfde producten in grotere hoeveelheden tegelijk geïmporteerd worden. Dit is voor de Douane beter en efficiënter te controleren. De handling fee wordt op 1 november 2026 waarschijnlijk in alle EU-lidstaten tegelijk ingevoerd.

Omdat de € 2 per productgroep geldt, zullen vooral kleinere pakketjes getroffen worden door de handling fee. De toeslag van € 2 is dan ook een compensatie voor de kosten die de Douane moet maken om de kleine pakketjes te controleren.


Let op! De hoogte van de handling fee wordt iedere twee jaar door de Europese Commissie herzien zodat de hoogte van deze onkostenvergoeding kan worden aangepast aan de actuele ontwikkelingen.

Invoerrechten kleine pakketten tot € 150

Op de invoer in de EU van kleine pakketten met een waarde tot € 150 wordt vanaf 1 juli 2026 ook al € 3 invoerrechten per productgroep geheven. Door het vervallen van de vrijstelling van invoerrechten die vóór 1 juli 2026 voor dit soort pakketten gold, is de stroom kleine pakketten van buiten de EU vanaf 1 juli 2026 al flink gedaald. Zo betrof de daling in augustus 2026 ten opzichte van augustus 2025 75%. Desondanks verwerkt de Douane nog dagelijks een pakketstroom met meer dan 500.000 aangifteregels.

Gps-fout parkeerapp komt voor risico van parkeerder

By nieuws

Volgens het gerechtshof Amsterdam komt een gps-fout in een parkeerapp waardoor een verkeerde zone wordt geselecteerd voor rekening van de parkeerder.

Parkeerbelasting betaald in andere gemeente

Een parkeerder betaalde via een parkeerapp parkeerbelasting, maar door een gps-fout betaalde hij parkeerbelasting in een andere gemeente dan de gemeente waar zijn auto stond. Omdat voor de werkelijke parkeerlocatie niet was betaald, legde de gemeente een naheffingsaanslag op.

Volgens het hof mag van een parkeerder worden verwacht dat hij controleert of de door de app voorgestelde parkeerzone overeenkomt met de plaats waar hij heeft geparkeerd. Dit geldt in het bijzonder wanneer de parkeerlocatie dicht bij een zonegrens of gemeentegrens ligt. De fout in deze zaak was niet veroorzaakt door onjuiste informatie in de app over tarief- of parkeerzone maar door de werking van het gps-signaal. Deze fout komt volgens het hof voor risico van de parkeerder.

Onderscheid tussen parkeerzone en tarief

Het hof maakt onderscheid tussen de selectie van de parkeerzone en de juistheid van het getoonde tarief. De parkeerder moet eerst controleren of de juiste zone is geselecteerd. Is dat het geval, dan mag hij in beginsel vertrouwen op het tarief dat de app voor die zone toont. De verantwoordelijkheid van de gemeente ziet volgens deze benadering op de juistheid van de informatie die zij aan de aanbieder van de parkeerapp verstrekt. Die verantwoordelijkheid strekt zich volgens het hof niet uit tot een onjuiste zoneselectie als gevolg van een gps-fout.

Let op! Controleer bij het starten van een parkeeractie altijd of de door de app voorgestelde parkeerzone overeenkomt met de plaats waar de auto staat. Dit is extra belangrijk in de buurt van een zone- of gemeentegrens. Bewaar bij twijfel zo mogelijk schermafbeeldingen van de locatie, de voorgestelde en geselecteerde zone, het tarief en de parkeeractie.

Verhouding tot arrest Hoge Raad

In een eerder arrest (5 juni 2020) oordeelde de Hoge Raad dat een parkeerder mocht vertrouwen op het tarief dat in een door de gemeente toegestane parkeerapp werd getoond. Het onjuiste tarief was in die zaak veroorzaakt door een fout in de informatie-uitwisseling tussen de gemeente en de aanbieder van de app. De gemeente had daardoor volgens de Hoge Raad niet aan haar informatieplicht voldaan; van de parkeerder kon niet worden verlangd dat hij het tarief in de app ook nog vergeleek met de bebording of de parkeerautomaat.

De uitspraak van het hof ligt daarmee gedeeltelijk in het verlengde van het arrest van de Hoge Raad, maar brengt ook een nieuwe risicoverdeling aan. Daarbij kan de vraag worden gesteld of een gps-fout werkelijk buiten de risicosfeer van de gemeente behoort te vallen. De gemeente staat immers het gebruik toe van een parkeerapp die automatisch een zone voorstelt. Het is uiteindelijk aan de Hoge Raad om hierover duidelijkheid te geven.

Fiscale aspecten vergoeding ERE-certificaten bij elektrisch laden

By nieuws

ERE-certificaten

ERE-certificaten (Emissiereductie-eenheden) hebben CO2-besparing als doel. Als je een daarvoor geschikt laadpunt hebt (dat is een laadpunt met een gecertificeerde MID-meter), kun je een vergoeding krijgen voor thuis geladen kWh’s. De hoogte van deze vergoeding is afhankelijk van het aantal geladen kWh’s en de marktwaarde van de certificaten.

Let op! Om voor vergoeding in aanmerking te komen, moet je voldoen aan verschillende voorwaarden. Op de website van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) is hierover meer informatie te vinden. Hier vind je ook een lijst met erkende inboekdienstverleners.

Elektrische auto van de zaak

Ook als een werknemer een elektrische auto van de zaak thuis laadt, kan de werknemer in aanmerking komen voor een vergoeding voor de ERE-certificaten. De werknemer vraagt deze zelf aan. De Belastingdienst heeft bevestigd dat deze vergoeding geen loon vormt en dus onbelast is.

Let op! Dit geldt ook voor de dga met een auto van de zaak.

Wel van invloed op werkelijke laadkosten

Vergoed je aan de werknemer de werkelijke laadkosten van de auto van de zaak, dan is dat ook onbelast. Dit zijn namelijk intermediaire kosten. Houd er wel rekening mee dat door de vergoeding voor de ERE-certificaten de werkelijke laadkosten omlaaggaan. Je kunt daarom minder onbelast aan de werknemer vergoeden als de werknemer een vergoeding voor ERE-certificaten ontvangt.

Let op! Dit geldt alleen als je de werkelijke laadkosten vergoed. Heb je met je werknemer afspraken gemaakt over doorlevering van de energie onder zakelijke marktconforme voorwaarden? Dan heeft de vergoeding voor de ERE-certificaten geen invloed op de onbelaste vergoeding. Bij zakelijke marktconforme voorwaarden is namelijk de prijs op de energiemarkt op het moment van het maken van de afspraken bepalend. Neem voor meer informatie hierover contact op met onze adviseurs.

Geen 2% overdrachtsbelasting bij niet bewonen door claustrofobie

By nieuws

2 of 8% overdrachtsbelasting

Op de levering van een woning is in 2026 in principe 8% overdrachtsbelasting verschuldigd. Gebruik je de woning na aankoop anders dan tijdelijk als hoofdverblijf, dan geldt een tarief van 2%.

Let op! Voor starters geldt, onder voorwaarden, eventueel nog een startersvrijstelling.

Onvoorziene omstandigheden

Het kan zijn dat een koper een woning niet anders dan tijdelijk als hoofdverblijf kan gaan gebruiken door onvoorziene omstandigheden. In zo’n geval wordt de woning dan geacht toch anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gebruikt te zijn en kan het 2% tarief van toepassing blijven.

Doorverkoop na iets meer dan een maand

Er moet dan wel echt sprake zijn van onvoorziene omstandigheden. Een koper die een appartement kocht en niet bewoonde, vond dat in zijn geval sprake was van onvoorziene omstandigheden.

De dag na de levering van de woning kwam hij enige tijd vast te zitten in de lift. Door verslechtering van zijn gezondheid, kon hij moeilijk gebruikmaken van de trap. En vanwege zijn claustrofobie durfde hij na het liftincident, niet meer in de lift. Hij verkocht het appartement daarom binnen iets meer dan een maand weer door, zonder er zelf gewoond te hebben.

Claustrofobie geen bijzondere omstandigheid

De rechter vond dat er geen sprake was van onvoorziene omstandigheden. De lift was op het moment van aankoop van het appartement al aanwezig. Bovendien was niet aannemelijk dat sprake was van structurele gebreken of onveilige situaties met de lift. Het vast komen te zitten in de lift, was naar het oordeel van de rechter geen onvoorziene omstandigheid, ook niet in het licht van de claustrofobie.

Gevolg was dat over de levering van de woning 10,4% (het toenmalige tarief) overdrachtsbelasting verschuldigd was in plaats van 2%.